CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarrekening 2023 - (Raad 4 juli 2024)

Commissie Bestuur en Strategie 17 juni 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen Jaarrekening 2023 Gemeente Bernheze33.742 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Indien gemeenten een tekort hebben op het rijksbudget kan, onder voorwaarden, een beroep gedaan worden op de vangnetregeling. Gemeenten kunnen op dit vangnet een beroep doen als het tekort op de gebundelde uitkering oploopt tot boven de 7,5%, waarbij tekorten tot 12,5% voor de helft worden vergoed en daarboven volledig. Minimabeleid (structureel € 100.000,- = 10% van begrote kosten minimabeleid 2024) (risico 1 en tijd 1) Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat op basis van het gebruik en ontwikkeling van de kosten van de afgelopen jaren. Deze prognose is moeilijk op realiteitswaarde in te schatten. Minimaregelingen zijn open einderegelingen. Dit betekent dat wanneer iemand recht heeft op een regeling, er een uitkering uit hoofde van die regeling moet plaatsvinden. Door verkeerde inschattingen van de omvang van de doelgroep en het gebruik van die regeling door de doelgroep, kan er sprake zijn van over- of onderuitputting van de budgetten. Participatiewet – onderdeel klassieke Wsw (structureel € 316.000,- = 7,5% van rijksbudget 2024) (risico 3 en tijd 2) De Wet op de Sociale Werkvoorziening is in 2015 opgegaan in de Participatiewet. Hierdoor komen er geen nieuwe instroom WSW-ers meer en daalt het aantal WSW-ers als gevolg van overlijden, pensionering en overige uitstroom geleidelijk.

Hiermee samenhangend daalt ook de rijksbijdrage. Het risico bestaat dat deze daling van de rijksbijdrage sneller verloopt dan de afname van het aantal WSW-ers.

80

Huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen (structureel € 998.000,- = 15% van de begrote uitgaven 2024) (risico 1 en tijd 1) De risico’s worden veroorzaakt doordat de huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen te kenmerken zijn als open-eind-regelingen. De laatste jaren zien we een toenemende vraag op de Wmo, onder andere als gevolg van de invoering van het abonnementstarief eigen bijdrage die een aanzuigende werking heeft waardoor de vraag naar huishoudelijke hulp en hulpmiddelen toeneemt, de vergrijzing, aanbestedingen en de intensivering van de ondersteuningsvragen. Daarnaast hebben we te maken met forse tariefstijgingen. Jeugdzorg (structureel € 697.000,- = 10% van de begrote uitgaven 2024 + doorwerking verhoging uitgaven 2023) (risico 1 en tijd 1) Per 1 januari 2022 vond een wijziging in de financiering plaats van de lichte zorg (lumpsumfinanciering werd vervangen door p x q-financiering en hanteren van reële kostprijzen). Hiermee kenmerken we de jeugdzorg als een open-eind-regeling. De stijging van de doelgroep, stijging van de tarieven en daarmee de zorgkosten en de toenemende vraag naar complexe zorg zijn belangrijke factoren die de kosten van de jeugdzorg bepalen. Ook corona afgelopen jaren lijkt te zorgen voor een toename.

Met de inzet van een praktijkondersteuner huisartsen willen we doorstroming naar de specialistische jeugdzorg verminderen. Verder heeft de toegang sinds 1 januari 2022 een grotere rol in de toewijzing van het volume van de zorg. De ALV van de VNG heeft op 14 juni 2023 ingestemd met de Hervormingsagenda jeugd. Deze bestaat uit een combinatie van extra middelen voor gemeenten en een set van besparingsmaatregelen waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel gerealiseerd moet worden. De landelijke richtlijn van de provincies is dat we de bedragen uit de Hervormingsagenda tot en met 2027 volledig moeten inboeken. In het landelijke coalitieakkoord is daarnaast een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een structurele omvang van (afgerond) 5 miljoen vanaf 2025. Deze besparing is een rijksverantwoordelijkheid. Het is dus aan het rijk om deze besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen die aanvullend zijn op de Hervormingsagenda. Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (structureel € 15.000,-) (risico 3 en tijd 3) In de begroting is de structurele bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling RAV op nul gesteld. De kans dat er weer sprake wordt van een gemeentelijke bijdrage lijkt klein. Van de kosten van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) zou feitelijk 5% voor rekening van de deelnemende gemeenten komen.

Aangezien door de RAV is voorgesteld de bijdrage op nul te stellen lijkt de RAV van mening dat zij deze lasten zelf kan dragen. Echter, externe ontwikkelingen als bezuinigingen door het Rijk maar bijvoorbeeld ook kostensaneringen bij de zorgverzekeraars kunnen leiden tot een (hogere) gemeentelijke bijdrage.

81

Programma 3: Klimaatbestendig, biodivers en circulair Vlagheide (incidenteel € 500.000,-) (risico 1 en tijd 1) Het stadsgewest bouwt de voormalige vuilstort Vlagheide af en wil deze overdragen aan de provincie. Dit is uitgesteld met een beoogde overdracht voor 1 januari 2025. Tot die tijd brengt het stadsgewest bij de deelnemers jaarlijks een bijdrage in rekening voor exploitatiekosten om het tekort niet verder op te laten lopen De lage rente van afgelopen periode is aanleiding geweest om een ander moment van overdracht te kiezen. Het stadsgewest denkt inmiddels dat het gereserveerde doelvermogen per genoemde datum gegroeid is tot € 20 miljoen en toereikend is voor de afkoop aan de provincie. Het maximale risico is dat de overdrachtssom niet betaald kan worden (aandeel Bernheze 2,6%).

Programma 4: Duurzame landbouw en economie Exploitatie bedrijventerrein Heesch West (incidenteel € 1.034 miljoen risico reeds gewogen) De gemeenschappelijke regeling beschikt over een toereikende voorziening om de geprognotiseerde verlies op te kunnen vangen. Deze is door de deelnemende gemeente in 2022 ingebracht. Voor de overige ondernemersrisico’s noemt de gemeenschappelijke regeling een aantal gevoeligheden zoals verlaging van prijs, vertraging uitgifte en kostenstijging. Het risicoaandeel hiervan is afgeleid voor onze gemeente en kan worden gesteld op € 1,034 miljoen.

Programma 6: Dienstverlening en sterke organisatie Wachtgeld wethouders (incidenteel € 500.000,- (risico 3 en tijd 3) In 2026 zijn weer gemeenteraadsverkiezingen. Na beëindiging van het wethouderschap ontvangt een wethouder een ontslaguitkering, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Dat is geregeld in de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa). Voor de voormalige wethouders hebben we een voorziening wachtgeld wethouders. Voor de zittende wethouders is niet in te schatten of ze aanspraak maken op het wachtgeld. We houden rekening met een maximale wachtgeldverplichting van de huidige wethouders van € 500.000,-. Begeleid werken (structureel € 96.000,- betreft begrote structurele subsidie) (risico 2 en tijd 3) In Bernheze hebben we personeel in dienst op basis van Begeleid Werken vanuit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De medewerkers hebben hierdoor het voordeel dat zij een salaris ontvangen conform de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden. Als financiële tegemoetkoming ontvangt de gemeente een loonkostensubsidie (€ 96.000,-) ter gedeeltelijke vergoeding. Vanwege de afbouw van de rijkssubsidie klassieke Wsw staan deze inkomsten onder druk.

82

Programma 7: Financiën Algemene uitkering (5% = structureel € 2.982.000,-) (risico 1 en tijd 2) De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting. De inkomsten uit het algemene uitkering zijn ruim 50% van de totale begroting. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Per 1-1-2023 heeft er een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Gemeente Bernheze behoorde tot de voordeelgemeenten (€ 19,50 per inwoner of terwijl een positieve bijstelling van de inkomsten van € 604.000,-). Of het totaal van het herverdeeleffect overeind blijft is onzeker. Er vindt namelijk nog een evaluatie plaats voor het traject 2026 en verder. In het coalitieakkoord heeft het kabinet een nieuwe financieringssystematiek voor medeoverheden aangekondigd met als doel een stabiele(re) financiering en meer autonomie voor medeoverheden. Vooruitlopend op deze nieuwe financieringssystematiek is voor 2026 e.v. jaren € 1 miljard beschikbaar gesteld in afwachting van de besluitvorming rondom de nieuwe financieringssystematiek. Inmiddels is bekend geworden dat vanaf 2027 de groei van het gemeentefonds gekoppeld wordt aan de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. Het effect van deze systematiek op de inkomsten algemene uitkering zijn nog niet bekend.

De gemeente Bernheze volgt met de ramingen volledig de circulaires die het Ministerie van Binnenlandse Zaken uitbrengt. Indien de inkomsten uit de algemene uitkering lager uitvallen dan geraamd, kan dit tot (structurele) begrotingstekorten leiden. Wij monitoren de ontwikkeling binnen het Gemeentefonds voortdurend om snel te kunnen bijsturen. Inflatie (geen aanvullend risico) Bij de uitvoering blijkt dat we geconfronteerd werden met de heersende geldontwaarding die zich voordoen bij aanbestedingen, exploitatiekosten en doorberekening van diensten. Reeds bij de begroting hebben we voorzien dat deze tegenvallers zich zouden kunnen voordoen. Met het surplus van het accres van de algemene uitkering hebben we toen een stelpost daarvoor opgenomen. De omvang daarvan was 1,9 miljoen. Bij de rapportages hebben we u geïnformeerd over de diverse onderdelen die zorgden voor overschrijdingen ten gevolge van bovenbedoelde oorzaken. We hebben daarvoor 1,1 miljoen onttrokken aan deze buffer.

83

Risicomatrix RISICO – hoog GEMIDDELD (hoog 3) Nieuwe omgevingswet

HOOG (4) Wachtgeld wethouders Algemene uitkering Minimabeleid Participatiewet – inkomensdeel WMO (HH, hulpmiddelen en WMO 2015) Jeugdzorg Vlagheide Bouwgrondexploitatie Heesch West

LAAG (1) Startersleningen RAV Herplaatsingsgarantie flexwoningen

GEMIDDELD (laag 2) Begeleid werken Participatiewet - Wsw Leerlingenvervoer Renovatie Bruijstenhof

RISICO – laag

Financiële kengetallen Het besluit Begroting en verantwoording schrijft een verplichte set van zes financiële kengetallen voor. Naast de kengetallen dient een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie te worden opgenomen. Daarnaast dient ook het EMU-saldo in de jaarstukken te worden opgenomen. De gegevens van de jaren 2022 en 2023 zijn gebaseerd op de werkelijke cijfers zoals in de jaarrekeningen zijn opgenomen. De gegevens van 2024 en verder zijn gebaseerd op de gegevens uit de (meerjaren)begroting 2024. Daarnaast zijn inschattingen gedaan.

Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Netto schuldquote (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december)

2022

2024

2023

2025

2026

2027

Vaste schulden

19,0

1.4

9,1

8,3

7,5

6,7

Netto vlottende schuld

5,3

6,0

5,0

5,0

5,0

5,0

Overlopende passiva

10,3

13,3

10,0

10,0

10,0

10,0

0

0

0,0

0,0

0,0

0,0

-36,0

-26,9

-8,6

-1,2

7,1

10,7

Financiële activa excl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking Uitzettingen < 1 jaar

84

Netto schuldquote (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december)

2022

2024

2023

2025

2026

2027

Liquide middelen

-0,2

-0,5

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

Overlopende activa

-5,8

-9,3

-6,0

-6,0

-6,0

-6,0

Saldo

-7,4

-16,0,0

9,3

15,9

23,4

26,2

Totale baten excl. mutaties reserves

124,6

97,9

92,0

90,2

93,3

91,1

Netto schuldquote

-5,9%

-16,3%

10,1%

17,5%

25,0%

28,7%

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In algemeenheid geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote houdt geen rekening met de door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Vaste schulden

19,0

1.4

9,1

8,3

7,5

6,7

Netto vlottende schuld

5,3

6

5,0

5,0

5,0

5,0

Overlopende passiva

10,3

13,3

10,0

10,0

10,0

10,0

Financiële activa incl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking

-3,0

-3,4

-4,3

-4,1

-4,0

-3,8

Uitzettingen < 1 jaar

-36,0

-26,9

-8,6

-1,2

7,1

10,7

Liquide middelen

-0,2

-0,5

-0,2

-0,2

-0,2

-0,2

Overlopende activa

-5,8

-9,3

-6,0

-6,0

-6,0

-6,0

Saldo

-10,4

-19,4

5,1

11,8

19,5

22,4

Totale baten excl. mutaties reserves

124,6

97,9

92,0

90,2

93,3

91,1

Netto schuldquote

-8,3%

-19,8%

5,4%

12,9%

20,8%

24,5%

De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen houdt wel rekening met door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Dit zorgt voor een lager kengetal dan de reguliere netto schuldquote. Gemeente Bernheze heeft namelijk enkele leningen verstrekt aan deelnemingen, verbonden partijen en woningcorporaties. De BNG gaat uit van een maximale netto schuldquote van 130%. De netto schuldquote van gemeente Bernheze kan als niet-risicovol worden beschouwd en zit onder het gemiddelde van 30,3% van Nederlandse gemeenten (2022) 20.000 tot 35.000 inwoners (bron: findo). In 2023 zijn 2 langlopende geldleningen vervroegd afgelost. Hierdoor is de totale schuld van de Bernheze afgenomen in 2023, met als gevolg dat de schuldquote daardoor fors afgenomen is.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het eigen vermogen wordt hierbij als percentage van het balanstotaal genomen. Onder 85

het eigen vermogen valt bij gemeente Bernheze de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1 miljoen - standen per 31 december) Eigen vermogen

2022

2023

55,0

58,1

2024

2025

47,8

2026

47,2

2027

43,3

38,4

Balanstotaal

102,9

93,0

92,0

90,2

93,3

91,1

Solvabiliteitsratio

53,4%

62,5%

52,0%

52,3%

46,4%

42,2%

De solvabiliteitsratio per ultimo 2023 bedraagt 62,5%. Door het extra aflossen van 2 geldleningen in 2023 is het balanstotaal lager geworden. Hierdoor stijgt de solvabiliteitsratio. De meerjarige solvabiliteitsratio is stabiel rond 53%. De norm van de VNG is dat deze tenminste 20% moet bedragen. De solvabilteitsratio van Gemeente Bernheze is in 2023 gestegen ten opzichte van het gemiddelde (41,7%) van Nederlandse gemeenten van (2022) 20.000 tot 35.000 inwoners (bron: findo).

Kengetal grondexploitaties Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie (BIE’s) op balansdatum weer ten opzichte van de totale baten exclusief mutaties reserves. Een hoge waarde van de grondexploitaties ten opzichte van de totale baten zorgt voor een hoog risicoprofiel. De boekwaarde van de grondexploitaties moet namelijk nog worden terugverdiend via grondverkopen. Grondexploitaties (BIE's) (bedragen x € 1 miljoen - standen per 31 december)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Bouwgronden in exploitatie (boekwaarden)

5,3

-0.2

6,8

6,8

6,8

6,8

Totale baten (exclusief mutaties reserves)

124,6

97,9

92,0

94,0

92,2

94,0

Kengetal grondexploitaties

4,3%

-0,2%

7,4%

7,2%

7,3%

7,2%

De VNG beschouwt een grondexploitatie van 10% of meer als kwetsbaar. Zij geven een maximale waarde aan van 35%. Gemeente Bernheze heeft een actieve grondexploitatie. De toekomstige boekwaarde van de grondexploitaties zijn wel gebaseerd op de huidig lopende projecten. Wanneer in de loop der jaren nieuwe projecten worden gestart heeft dit uiteraard invloed op de boekwaarde en daarmee het kengetal.

Structurele exploitatieruimte De structurele baten en lasten geven een inzicht in de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele 86

lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Saldo structurele baten en lasten (bedragen x € 1 miljoen)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Totale structurele lasten excl. mutaties reserves - inc.lst

117,1

77,4

71,6

76,5

79,4

79,9

Totale structurele baten excl. mutaties reserves - inc.btn

122,5

80,0

74,4

76,3

79,5

78,1

Totale structurele stortingen in reserves

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

0,3

Totale structurele onttrekkingen uit reserves

0,7

1,3

0,7

0,3

0,3

0,3

Saldo

5,8

3,6

3,2

-0,2

0,1

-1,8

Totale baten excl. onttrekkingen reserves

124,6

97,9

88,2

90,2

93,3

91,1

Saldo structurele baten en lasten

4,7%

3,7%

3,6%

-0,2%

0,1%

-2,0%

De provincie hanteert marginaal andere uitgangspunten voor het bepalen van de structurele begrotingsruimte bij het bepalen van de toezicht vorm.

Belastingcapaciteit Voor dit kengetal worden de woonlasten van een gemiddeld huishouden binnen gemeente Bernheze vergeleken met het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurd is een beleidskeuze. Een lagere waarde zorgt voor meer wendbaarheid bij de begroting. Belastingcapaciteit meerpersoonshuishouden (bedragen in euro's)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

A. OZB eigenaar woning

364

374

383

396

408

425

B. Rioolheffing

173

180

186

192

198

206

C. Afvalstoffenheffing

227

212

236

265

273

285

D. Eventuele heffingskorting

0

0

12

0

0

0

E. Totale woonlasten (A+B+C-D)

764

766

792

853

879

916

F. Landelijk gemiddelde woonlasten

893

944

944

944

944

944

85,6%

81,8%

83,9%

90,4%

93,1%

97,1%

Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde (x 100%)

*) Gemiddelde woonlasten via Coelo (landelijk tarievenoverzicht 2022. Voor alle jaren als uitgangspunt genomen) In 2023 liggen de woonlasten voor Bernheze ruim onder het landelijk gemiddelde.

Totaaloverzicht financiële kengetallen Financiële kengetallen

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Netto schuldquote

-5,9%

-16,3%

10,1%

17,5%

25,0%

28,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

-8,3%

-19,8%

5,4%

12,9%

20,8%

24,5%

Solvabiliteitsratio

53,4%

62,5%

52,0%

52,3%

46,4%

42,2%

87

Financiële kengetallen

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Grondexploitatie

4,3%

-0,2%

7,4%

7,2%

7,3%

7,2%

Structurele exploitatieruimte

4,7%

3,7%

3,6%

-0,2%

0,1%

-2,0%

Belastingcapaciteit

85,6%

81,8%

83,9%

90,4%

93,1%

97,1%

EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven met derden (dus geen afschrijvingen, waardemutaties, etc) van de gemeente op transactiebasis in een bepaalde periode. Het EMUsaldo kan worden gezien als een extra financieel kengetal, naast de eerder beschreven kengetallen. Het EMU-saldo geeft namelijk in één oogopslag aan of de gemeente via reële transacties geld uitgeeft, of dat er netto geld binnenkomt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente. Het BBV schrijft dat het EMU-saldo in de jaarstukken dient te worden opgenomen als onderdeel van de financiële positie van de gemeente. Voor 2024 zijn de geprognosticeerde cijfers uit de laatste meerjarenraming gebruikt. Berekening EMU-saldo o.b.v. balansposten (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

EMU-saldo

32.009.381

8.982.769

-3.972.184

EMU-saldo referentiewaarde

-3.279.000

-3.569.000

-3.569.000

Verschil EMU-saldo en referentiewaarde

35.288.381

12.551.769

-403.184

Mutaties Activa (1 januari tot 31 december)

Passiva

Financiële vaste activa

Kapitaalverstrekkingen en leningen

230.274

416.906

-163.021

Uitzettingen

0

0

-52.650

Vlottende activa

Uitzettingen

11.286.770

-9.113.152

-5.225.158

Liquide middelen

-299.817

362.607

0

Overlopende activa

1.635.135

3.477.166

0

Vaste schuld

-25.816.901

-17.590.180

-1.468.645

1.381.608

776.413

0

5.278.275

2.974.525

0

0

0

0

Vaste passiva

Vlottende passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

Iedere gemeente heeft een individuele referentiewaarde. De door het rijk vastgestelde individuele referentiewaarde voor Gemeente Bernheze voor 2023 (en verder) € 3.569.000,-. (bron: septembercirculaires) De invloed van aflossingen van leningen in 2023 is op het EMU-saldo zichtbaar. De belangrijkste onderdelen die zorgen voor het EMU- saldo in 2023 van € 8.982.769,- zijn: - De vlottende activa, waarbij met name de afname van de post Uitzettingen in rijksschatkist per 31-12 fors lager is dan het jaar ervoor. - De vaste schuld is door aflossingen met € 17,6 miljoen afgenomen.

88

-

De overlopende passiva, bestaande uit nog te betalen posten en vooruit ontvangen posten zijn per 31-12 verder toegenomen.

In de berekening van het saldo voor 2024 is uitgegaan van de meerjarenraming 2024. De belangrijkste onderdelen die zorgen voor het hierboven gepresenteerd EMU-saldo in 2024 van -/- € 3.972.184,- zijn: - De in 2023 beschikbaar gekomen middelen zijn bij de vlottende activa uitgezet in Rijksschatkist en zullen worden gebruikt. - De afname van het saldo overlopende passiva.

89

C. Kapitaalgoederen Kapitaalgoederen vormen een groot onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen voor onze inwoners. Onder kapitaalgoederen verstaan wij openbare ruimte, riolering en gemeentelijke gebouwen. Het aanschaffen en onderhouden van kapitaalgoederen legt een groot beslag op de gemeentelijke financiën. In de financiële verordening is vastgelegd dat het college de raad tenminste eens in de vijf jaar voor de kapitaalgoederen wegen, bruggen, kunstwerken, openbare verlichting, riolering en gemeentelijk gebouwen een onderhoudsplan aanbiedt. Een onderhoudsplan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het plan vast. Het beleid van de gemeente Bernheze voor het onderhoud van kapitaalgoederen staat in de onderstaande beleidsnota’s. Kapitaalgoed

Jaartal van

Geplande

vaststelling

herziening

Wegbeheer

2018

2023

Bruggen

2022

2026

Groenstructuurplan

2021

2026

Bossen (plan niet verplicht o.b.v. BBV; geen voorziening getroffen)

2013

2023

Bomenbeleidsplan

2017

2022

Openbare verlichting

Beleidsplan openbare verlichting

2021

2025

Riolering

Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023

2020

2023

Buitensportvelden

Onderhoudsplan buitensportvelden

2024

2029

Technische voorzieningen sportparken

2024

2029

Gemeentelijke gebouwen Meerjarenonderhoudsprogramma gemeentelijke gebouwen inclusief molens

2023

2028

Kunst

2019

2024

Openbare ruimte

Groen

Beleidsnota

Onderhoudsplan kunstwerken in de openbare ruimte

De onderhoudslasten voortvloeiende uit bovenstaande beleidsnota’s worden in de begroting verwerkt via jaarlijkse dotaties aan de betreffende onderhoudsvoorzieningen. De dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen zijn in overeenstemming met de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus.

Kaders en beleid Belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen De gemeente Bernheze heeft in de openbare ruimte op haar grondgebied veel infrastructurele kapitaalgoederen in de vorm van wegen, gebouwen, constructies, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen, riolering, water en groen.

90

Het beheer hiervan is van groot belang voor de publieke functie van de gemeente op gebieden als milieu, onderwijs, verkeer, leefbaarheid, recreatie en vervoer. Deze elementen zijn van directe invloed op de burgertevredenheid vanwege de invloed op het woon-, leef- en werkklimaat van bewoners en bezoekers. Daarnaast is het belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat dit een aanzienlijk financieel beslag op onze begroting legt.

Strategische onderhoudsvisie De onderhoudsvisie vormt de leidraad van de onderhoudsaanpak voor de lange termijn. De kapitaalgoederen in de gemeente moeten schoon, heel en veilig zijn. Als we achterstallig onderhoud of een terugloop in kwaliteit constateren, dan nemen wij maatregelen om deze achterstand zoveel mogelijk in te halen. Bij het onderhoud staat de beleving van de inwoners en gebruikers van de gemeente centraal. De ontvangen signalen uit de gemeente zijn belangrijk. We streven naar duurzaam onderhoud, waarbij we zoveel mogelijk kiezen voor een integrale aanpak. We maken daarbij wel de afweging tussen enerzijds de wensen en behoeften van inwoners en anderzijds de eisen van doelmatig, bestendig en duurzaam onderhoud. Daar waar mogelijk kiezen we voor het ontlasten van het milieu en streven we naar levensduur verlengend beheer. Het bezit van kapitaalgoederen is geen ambitie op zich, maar staat altijd ten dienst van het doel dat we met het kapitaalgoed willen bereiken.

Toelichting per kapitaalgoed Wegen Bij het opstellen van het beleidsplan wegbeheer gaan wij uit van adaptief beheer waarbij een meer doeltreffende vorm van wegbeheer kan worden uitgevoerd. Het planmatig groot onderhoud voeren wij uit als afgeleide van de weginspectie, gesprekken met gebruikers (in het kader van Adaptief wegbeheer), wegreconstructies, ruimtelijke ontwikkelingen, ons verkeers- en mobiliteitsplan en op basis van constateringen door onze opzichters. Hiermee voorzien we een onderhoudsniveau waarmee de wegen veilig begaanbaar zijn en sluit het aan op ons huidige beheerplan wegen. Afgelopen jaar hebben we alle werkzaamheden aan onze wegen uitgevoerd zoals opgenomen in het “Beheer en onderhoudsplan wegen 2023”. De vertaling van de reconstructie projecten (knelpunten vanuit het beheerplan wegen) vindt plaats via de kadernota. Als gevolg van o.a. de realisatie van diverse bouwplannen is het areaal wegen in 2022 met 27.190 m2 toegenomen. Kerncijfers (in m2)

Kwaliteit Metingsmetho de

Voetpaden elementenverhard Voetpaden half-onverhard

284.659

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

0% achterstallig onderhoud

7.233

91

Kerncijfers (in m2)

Kwaliteit

Voetpaden met asfalt verhard

10.798

Inspectie: Doorgaande wegen, Jaarlijks 50% loop- en fietsroutes en winkelcentra 3 28.438 van het totaal van de kernen sterrenniveau 100% van het 22.623 totaal buiten de Pleinen 2 133.146 kommen sterrenniveau

Fietspaden elementenverhard Fietspaden half-onverhard Fietspaden met asfalt verhard Fietspaden met beton verhard

9.529

Hoofdrijbaan elementen verhard

908.167

Hoofdrijbanen half-onverhard

210.632

0% achterstallig onderhoud Verkeersveiligheid gegarandeerd

Overige wegen 1 sterniveau

Hoofdrijbanen met asfalt

1.008.737

verhard Hoofdrijbanen met beton verhard

12.140

Totaal

2.636.102 m2

Vervangingswaarde

€ 211.000.000,-

Beoordeling: Voldoende

Civiele kunstwerken Bernheze heeft verschillende civiele kunstwerken in beheer en onderhoud. Het beleidsplan bruggen geeft voor iedere brug aan welk draagvermogen deze brug moet hebben en welke onderhoudsmaatregelen nodig zijn. De onderhoudsconditie van de bruggen dient tenminste de kwalificatie “redelijk” (= voldoende) te hebben. Hiernaast hebben we sinds 2022 ook een geluidscherm, oever beschoeiing en een fietstunnel (vanaf medio 2022) als civiel kunstwerk in beheer. Voor deze nieuwe kunstwerken is nog geen expliciete keuze gemaakt voor de beheerkwaliteit. Om voor dit moment een voorlopige kwaliteit te benoemen worden de doelstelling en begroot onderhoud op zelfde niveau geplaatst als de overige civiele kunstwerken. Kerncijfers

Kwaliteit Metingsmethode

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Aantal bruggen

44

Inspecties volgens zes puntenschaal (lager is beter)

Voldoende (score 3)

3,00 (sober en doelmatig)

Aantal geluidsschermen

2

Functionele en technische inspectie

Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)

Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)

92

Kerncijfers

Kwaliteit

Aantal beschoeiing

1

Functionele en technische inspectie

Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)

Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)

Aantal fietstunnels

1

Functionele en technische inspectie

Niveau B (gemiddeld

Niveau B (gemiddeld

onderhoudsniveau)

onderhoudsniveau) Beoordeling: Voldoende

Groen We hanteren kwaliteitsniveau B. In 2022 en 2023 is gewerkt aan het groenstructuurplan inclusief het onderhoudsplan groen, het onderhoudsplan landschapselementen en het onderhoudsplan bomen. Het groenstructuurplan is op 14 december 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Qua onderhoud worden onze groenvakken op B-niveau onderhouden. Om dit niveau te behouden is een juiste schoffelfrequentie benodigd. Daarnaast renoveren een jaarlijks een aantal plantvakken. Kerncijfers (in m2)

Kwaliteit Metingsmethode

Bodembedekkers

Heesters

Inspecties volgens kwaliteitscatalogus 119.927 CROW 8.053 (schaal van A+ tot D) 65.235

Houtwal

304.136

Perkrozen

1.023

Vaste planten

3.227

Hagen

35.872

Grassen

941.666

Bosplantsoen Botanische rozen

24.749

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Ambitie is alles te beheren op niveau B (basis)

B

Beoordeling: Voldoende

Bossen Ons bosbeheer is uitbesteed aan Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland. Zij hebben de taak om de gemeentelijke bossen in principe kostenneutraal te beheren. Dat betekent dat zij hun kosten dekken met de opbrengsten uit houtverkoop en subsidies. Een uitzondering hierop vormt natuurgebied De Maashorst. Het college heeft ingestemd met het Inrichtings- en beheerplan de Maashorst. Hierin wordt de wens geuit om over te gaan op procesnatuur. Houtoogst heeft hierin vanaf 2024 geen plaats meer. Vanaf dat moment zijn ook minder beheeringrepen nodig. 93

Kerncijfers (in hectare)

Kwaliteit Metingsmethode

Bos

242 Schouw en werkplannen door Bosgroep

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Kostenneutraal bosbeheer

n.v.t. n.v.t.

Bomen In 2017 is het bomenbeleidsplan vastgesteld. In dit plan staat: door middel van planmatig beheer en onderhoud houden wij onze bomen gezond en veilig en zorgen wij dat de kans op overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit gaat over alle bomen, dus zowel in de kernen als in het buitengebied. In 2020, 2021 en 2022 is een inhaalslag op het onderhoud gemaakt en is een aantal bomen gerenoveerd. De kwaliteit van bomenbestand neemt daarmee toe. Door de droogte van de afgelopen jaren is er veel uitval van bomen. Met de huidige middelen is het wel mogelijk de kwaliteit van onze bestaande bomen te garanderen. De kwantiteit niet. Kerncijfers

Kwaliteit

Aantal Laan- en Parkbomen

41.290

Knot-en vormbomen

3.010

Metingsmethode

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

VTA-controle

Boombeeld aanvaard

-

Beoordeling: Voldoende

Openbare verlichting Het onderhoud van de openbare verlichting waarborgen wij binnen de reguliere budgetten. In het beleidsplan openbare verlichting wordt vooral grote aandacht besteed aan duurzaamheid en dat wij met onze openbare verlichting willen voldoen aan de NSVV-aanbeveling “voldoende”. Met deze kwalificatie zijn de risico’s op morele en financiële aansprakelijkheidsstelling door openbare verlichting zeer beperkt en wordt er recht gedaan aan de behoefte aan de sociale veiligheid. In 2023 hebben we de laatste lichtmasten van een led armatuur voorzien. Hiermee is het gehele areaal voorzien van een led armatuur. In het landelijk klimaatakkoord is vastgesteld dat in 2030 minimaal 50% energiebesparing bereikt moet zijn ten opzichte van 2013. Inmiddels hebben we een energiebesparing voor het Klimaatakkoord van 47% gerealiseerd. Inclusief de vervangingen die gepland waren voor 2022 is een besparing van 57% gerealiseerd. 94

Kerncijfers

Kwaliteit

Aantal masten

7.554

Aantal armaturen

7.556

Metingsmethode

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Storingspercentage

< 7%

6,90%

Beoordeling: Voldoende

Riolering De gemeente geeft met Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) invulling aan de zorgplicht voor een doelmatige inzameling, transport en behandeling van afvalwater, en de omgang met hemel- en grondwater. De vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in het kostendekkingsplan van het GRP en de voorziening. Op basis van periodieke inspecties wordt de rioleringsvervanging en de daarmee samenhangende vervangingsinvestering geprogrammeerd. In het GRP zijn risicoriolen en nietrisicoriolen gedefinieerd waarbij het risico op falen voor risicoriolen zoveel mogelijk wordt beperkt. Gemalen en andere installaties worden geïnspecteerd conform de NEN/BRL. Kerncijfers

Risicoriool

Kwaliteit Metingsmethode

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

47,5 km Geïnspecteerd in de afgelopen 10

10% per jaar

90%

5% per jaar

7%

n.v.t.

2x per jaar

jaar Niet-risicoriool

156 km Geïnspecteerd in de afgelopen 20 jaar

Trottoir- en straatkolken

12.020 st

Pompgemalen drukriolering

759 st Individuele keuring 100% gekeurd en correct bevonden 156,9 km

Drukriolering Randvoorzieningen

7

Gemalen

26

Overstorten

13

Duikers Interne Stuw

Reiniging

90% gekeurd en 50% correct bevonden

100% gekeurd en correct 100% gekeurd en correct bevonden bevonden

9.383m 1 Beoordeling: Goed

Onderhoudsplan buitensportvelden Het meerjarig onderhoudsplan omvat de natuurgrasvelden in onze gemeente. Naast het reguliere onderhoud (maaien, inzaaien, egaliseren, beluchten, bemesten) is het noodzakelijk dat een

95

natuurgrasveld met enige regelmaat wordt gerenoveerd. Afhankelijk van de situatie ter plekke wordt bekeken welke renovatiewerkzaamheden noodzakelijk zijn. In het onderhoudsplan hanteren wij als richtlijn dat een veld om de 15 tot 20 jaar moet worden gerenoveerd. De uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan vindt plaats aan de hand van objectieve gegevens die aantonen welke velden aan renovatie toe zijn. De mate van gebruik en de grondsituatie ter plaatse zijn daarbij belangrijke factoren. In 2023 stelden de gemeenteraad het meerjarenonderhoudsplan 2024-2033 voor de natuurgras sportvelden vast. Bij de volgende actualisatie in 2028 bekijken we de mogelijkheid om dit onderhoudsplan samen te voegen met het onderhoudsplan voor de technische voorzieningen op sportparken. Kerncijfers

Kwaliteit

Natuurgras sportvelden

29

Metingsmethode

Doelstelling gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Gecombineerde kwaliteitsbeoordeling met rapportcijfer (hoger is beter)

7,0

7,0

Beoordeling: Voldoende

Technische voorzieningen sportparken De gemeente Bernheze is eigenaar/verhuurder van diverse sportparken, welke zijn voorzien van technische installaties (automatische beregeningsinstallaties, veldverlichting). Voor de vervanging van deze technische installaties stellen wij periodiek een meerjarenonderhoudsplan op. In 2023 stelden de gemeenteraad het meerjarenonderhoudsplan technische installaties sportparken 2024-2023 vast. Daarbij is gekozen voor de versnelde verledding, waarmee de dotatie structureel verlaagd kan worden. Bij de volgende actualisatie in 2028 bekijken we de mogelijkheid om dit onderhoudsplan samen te voegen met het onderhoudsplan voor natuurgras sportvelden. Kerncijfers

Kwaliteit Metingsmethode

Doelstelling Gemeente

Begroot onderhoudsniveau

7,0

7,0

Automatische beregeningsinstallaties

6

Inspectie (33% van het totaal,

Verlichtingsinstallaties

24

minimaal driejaarlijks)

Armaturen verlichtingsinstallaties

201 Beoordeling: Voldoende

96

Gemeentelijke gebouwen Om het plan en de daarbij behorende financiële consequenties up-to-date te houden, actualiseren wij het plan iedere twee jaar op zowel inhoud (werkzaamheden) als financiën. Het huidige onderhoudsplan is er op gericht om de staat van onderhoud “redelijk/goed” te kunnen noemen, waarbij aan technische normeringen (bijv. NEN 3140 en Wet Milieubeheer) moet worden voldaan. Ook de molens maken onderdeel uit van dit plan. We voeren jaarlijks onderhoud uit aan onze gebouwen. Daarbij hanteren we de uitgangspunten zoals de raad die vaststelde. De technische begeleiding van de uitvoering is in handen van Raderadvies. In 2022 stelde de gemeenteraad een meerjarenonderhoudsplan 2023-2032 vast. Kerncijfers

Kwaliteit Metingsmethode

Doelstelling Gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Publieksgebouwen en monumenten

12

NEN 2767

Niveau 2 (goed)

Niveau 2 (goed)

Verenigingseigen gebouwen

29

NEN 2767

Niveau 2/3 (goed-redelijk)

Niveau 2/3 (goed-redelijk) Beoordeling: Goed

Kunst De wijze waarop wij kunst in de openbare ruimte realiseren is opgenomen in de beleidsnota "Prikkelende Cultuur en Kunst in Bernheze". Deze nota vormt het beleidskader voor het brede terrein cultuur en kunst in Bernheze. Aangezien wij vinden dat de kunstwerken het gezicht van de gemeente bepalen, is het belangrijk de werken blijvend te onderhouden. In 2022 voeren we onderhoud uit aan de kunstwerken. Daarbij hanteren we de uitgangspunten zoals de raad die vaststelde in september 2019. Het meerjarenonderhoudsplan kunstwerken actualiseren we in 2024. Kerncijfers

Aantal kunstwerken

Kwaliteit

59

Metingsmethode

Doelstelling Gemeente

Begroot onderhoudsniveau

Inspectie (vijfjaarlijks)

Sober maar doelmatig

Sober maar doelmatig Beoordeling: Voldoende

97

Financieel Kapitaalgoed

Dotatie aan voorziening/ onderhoudsbudget

Begrote onderhoudsuitgaven t.l.v.

Werkelijke onderhoudsuitgaven t.l.v. voorziening

Openbare ruimte – civiele kunstwerken

18.934,00

36.100,000

10.676,25

Riolering

596.309,55

593.598,00

523.829,27

Molens

21.469,00

21.411,00

25.012,66

50.000,00

48.814,00

Buitensportvelden Technische voorzieningen sportparken

152.380,00

10.744,00

3.816,41

Kunst

17.273,00

6.469,00

1.632,71

Gebouwen

294.715,00

359.244,60

341.158,60

1.101.080,55

1.077.566,60

954.939,90

Totaal

98

D. Financiering Inleiding De paragraaf financiering heeft betrekking op de treasury functie. Deze ondersteunt de programma’s en omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen, beheersen, verantwoorden en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.

Ontwikkelingen en rentevisie De kern van het monetaire beleid is prijsstabiliteit. Prijzen die niet te snel stijgen of dalen zorgen ervoor dat de koopkracht zoveel mogelijk behouden blijft. De ECB (European Central Bank) hanteert de rente als instrument om dit beïnvloeden. De ECB heeft in 2021 al besloten tot een uitgebreid pakket van monetaire beleidsmaatregelen als reactie op de coronacrises. Dat samen met de gevolgen van de Oekraïne-oorlog in 2022, heeft dit voor een behoorlijk oplopende inflatie gezorgd. Ook in 2023 waren de gevolgen hiervan nog merkbaar. Daarom heeft de ECB in 2023 tot wel zes keer toe de rente verhoogd. Daarmee is het renteniveau aanzienlijk gestegen.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de mate waarin de financieringsbehoefte wordt gedekt met kortlopende leningen (< 1 jaar). De kasgeldlimiet is uitgedrukt in een percentage (8,5%) van de omvang van de begroting (circa € 89.135.000,-). De kasgeldlimiet bedraagt € 7,6 miljoen. In 2023 Hebben we het kasgeldlimiet niet overschreden. Kasgeldlimiet

1e Kwartaal

2e Kwartaal

3e Kwartaal

4e Kwartaal

In procenten

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

In bedrag

Toegestane kasgeldlimiet

7.577

7.577

7.577

7.577

Gemiddelde vlottende schuld

0

0

0

0

Gemiddelde vlottende middelen

284

440

234

526

Gemiddelde netto vlottende schuld (+) / overschot vlottende middelen (-)

-284

-440

-234

-526

Ruimte onder kasgeldlimiet

7.860

8.016

7.811

8.102

Overschrijding kasgeldlimiet

0

0

0

0

Renterisiconorm Om het risico van renteaanpassing en herfinanciering bij langlopende leningen (> 1 jaar) te beperken is de renterisiconorm ingesteld. Dit houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de 99

renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het rekeningtotaal (circa € 106.893.000,-). De renterisiconorm van € 21.379.000,- op begrotingsbasis voor Bernheze. In 2023 zijn twee langlopende leningen vervroegd afgelost. Een lening van 7 miljoen welke een jaarlijkse renteherziening had sinds 2022. Hierbij is vanwege de rentestijging niet gekozen voor herziening van de rente maar om deze lening volledig af te lossen. De tweede afgeloste lening bedroeg 9,3 miljoen. Als gevolg hiervan is het renterisico met € 17.635.000 over 2023 onder de norm gebleven.

Financieringsbehoefte 2023-2026 Op basis van de halfjaarlijkse liquiditeitsprognoses heeft de treasury commissie uitvoering gegeven aan de financieringsvraag. In 2023 zijn geen nieuwe geldleningen afgesloten. Op het einde van het jaar was de restantschuld € 1,25 miljoen.

Rentelasten en toerekening Over het eigen vermogen berekenen we geen rente. De kosten van het vreemd vermogen bedroeg in 2023 netto -/- € 377.638,- en wordt via de boekwaarde van de activa (€ 61.486.039,-) toegerekend aan de taakvelden. De omslagrente is -/- 0,8321%.

Schema rentetoerekening 2023 Externe rentelasten over korte en lange financiering

496.574

Externe rentelasten

-874.212

Saldo rentelasten- en baten

-377.638

Rente die aan de grondexploitatie wordt toegerekend o.b.v. een rentepercentage van 1,13%

-70.537

De rentebaat van doorverstrekte leningen, die aan het betreffende taakveld wordt toegerekend

69.687

Rente van projectfinancieringen die aan betreffende taakvelden zijn toegerekend (leningen woningstichting Kleine Meierij (diverse rentepercentages).

-69.687

Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente

-448.175

De aan taakvelden toegerekende rente (rente-omslag) o.b.v. -/- 0,8321%

-448.188

Renteresultaat op taakveld treasury

-13

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=11983705-b1a6-4df5-ab4c-28316d6f182c