IHP 2021 - 2025
Tekst van het document
Integraal huisvestingsplan Onderwijs
IHP 2021 – 2025 Gemeente Bernheze
Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1. INLEIDING………………………………………………………………… 1.1 1.2 1.3
4
Aanleiding……………………………………………………………………. Doelstelling van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)………………….. Leeswijzer…………………………………………………………………….
4 4 5
HOOFDSTUK 2. WETTELIJK- EN BELEIDSKADER ONDERWIJSHUISVESTING…
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Algemeen……………………………………………………………………. 6 Wet PO, wet VO en de wet op de Expertisecentra……………………... 6 De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Bernheze……. 7 Regelgeving Passend Onderwijs…………………………………………. 8 Wet OKE en de Wet Harmonisatie Kinderopvang en peuterspeelzalen 8 Frisse scholen en bouwbesluit……………………………………………. 9 Het klimaatakkoord en verduurzaming schoolgebouwen……………… 10 Beleidskader Maatschappelijk vastgoed gemeente Bernheze………... 12 VN-verdrag Handicap……………………………………………………… 14
HOOFDSTUK 3. RELEVANTE THEMA’S………………………………………………... 3.1 3.2 3.3 3,4
15
Vorming Intergrale Kindcentra....…………………………………………. Verhuurbeleid…..…………………………………………………………… Renovatie versus vervangende nieuwbouw…………………………….. Toename gymnastiekonderwijs…………………………………………...
15 16 17 18
HOOFDSTUK 4. ONDERWIJSHUISVESTING IN BERNHEZE PER KERN………….
20
4.1 4.2 4.3 4.4
4.5
4.6 4.7 4.8
4.9 4.10
Inleiding……………………………………………………………………… Leerlingenprognoses………………………………………………………. Toelichting situatiebeschrijving onderwijsgebouwen…………………… Primair Onderwijs in de kern Heesch……………………………………. 4.4.1 Basisschool Emmaus………………………………………………. 4.4.2 Samenwerkingsschool De Toermalijn……………………………. 4.4.3 Basisschool De Kiem………………………………………………. Primair Onderwijs in de kern Nistelrode…………………………………. 4.5.1 Basisschool ’t Maxend……………………………………………… 4.5.2 Basisschool De Beekgraaf…………………………………………. Primair Onderwijs in de kern Loosbroek…………………………………. 4.6.1 Basisschool St. Albertus……………………………………………. Primair Onderwijs in de kern Vorstenbosch……………………………… 4.7.1 Basisschool Op Weg………………………………………………… Primair Onderwijs in de kern Heeswijk – Dinther………………………… 4.8.1 Basisschool Het Palet……………………………………………….. 4.8.2 Basisschool De Bolderik…………………………………………….. 4.8.3 Basisschool Het Mozaïek…………………………………………… Voortgezet Onderwijs in de kern Heesch………………………………… 4.9.1 Het Hooghuis, locatie Heesch……………………………………… Voortgezet Onderwijs in de kern Heeswijk – Dinther…………………… 4.10. 1 Gymnasium Bernrode………………………………………………
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
20 20 21 22 22 23 25 26 27 27 28 29 30 31 32 33 33 34 36 36 37 37
Pagina 2 | 47
HOOFDSTUK 5. PROJECTEN IN HET KADER VAN ONDERWIJSHUISVESTING… 41 5.1 5.2 5.3 5.4
Verduurzaming van schoolgebouwen.……………………………………. Subsidieregeling ventilatie in scholen…………………………………….. Corrigeren van gebouwgegevens in het kadaster………………………. Verbeteren van de toegankelijkheid in schoolgebouwen……………….
41 43 44 44
HOOFDSTUK 6. INVESTERINGSOVERZICHT……………………………….…………. 45 6.1 6.2
Financiële consequenties…………………………………………………. Investeringsoverzicht………………………………..……………………...
45 46
Bijlage 1. Sectorale routekaart PO en VO Bijlage 2. Informatie scholen in Bernheze Bijlage 3. Leerlingenprognoses PO en VO
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 3 | 47
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Gemeente en schoolbesturen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de (kwaliteit van de) huisvesting van leerlingen. De verantwoordelijkheden zijn vastgelegd in de WPO, WEC en de WVO. In de verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs hebben we de wettelijke rechten en plichten verder vormgegeven. In Bernheze zijn deze vervolgens vertaald in een Integraal Huisvestingsplan (IHP), het laatste IHP gold voor de periode 2013 – 2017. Het IHP 2013 - 2017 was een beleidsarm stuk. In de 10 jaar voorafgaand aan dit IHP hebben de scholen vooral te maken gehad met groei en zijn bijna alle scholen uitgebreid en/of gedeeltelijke vernieuwd. Daarnaast zijn twee basisscholen, te weten De Emmaus en De Beekgraaf vervangen door nieuwbouw. De leerlingengroei bereikte in de meeste kernen zijn top in 2009, daarna daalde de leerlingenaantallen fors. Dit had tot gevolg dat in het IHP 2013 – 2017 weinig concrete acties waren opgenomen, in het plan stonden alleen de onderwijskundige vernieuwingen bij VO het Hooghuis, locatie Heesch, genoemd. Deze vernieuwingen waren al sinds 2007 opgenomen in het IHP, maar door prioritering van andere voorzieningen waren de benodigde middelen nooit eerder toegekend. In het bestuursprogramma ‘Samen voor Bernheze’ voor de periode 2018 – 2022 heeft de raad ingestemd met de opdracht voor het zorgdragen voor goed onderwijs en voor goede onderwijshuisvesting.
Dit laatste doel is geconcretiseerd in de afspraak om in 2020 weer een nieuw Integraal Huisvestingsplan op te stellen. 1.2
Doelstelling van het Integraal Huisvestingsplan (IHP)
De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht voor het bieden van adequate onderwijshuisvesting. Dat wil zeggen: voldoende (functionele) capaciteit, een goede kwaliteit van de gebouwen en gebouwen die voldoen aan de eisen van veiligheid en een goed leer- en werkklimaat. Voor de uitvoering van deze taak heeft de gemeente drie kaderstellende instrumenten beschikbaar, te weten: ➢ De verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs (hierna de verordening genoemd). De huidige verordening van de gemeente Bernheze is van mei 2015. In de verordening is vastgelegd welke verantwoordelijkheden de gemeente en de schoolbesturen hebben ten aanzien van de huisvesting van de binnen de gemeente Bernheze gevestigde scholen voor primair, voortgezet en speciaal onderwijs. De verordening geeft aan op welke voorzieningen de schoolbesturen aanspraak kunnen maken en welke procedures er gelden. Het betreft dus een procedureel kaderstellend instrument. ➢ De kadernota, dit is een financieel instrument om een integrale afweging te maken. De kadernota is niet besluitvormend, investeringen moeten worden verwerkt in de gemeentelijke begroting ➢ Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs, dit is vooral een inhoudelijk kaderstellend instrument.
De gemeente Bernheze en de schoolbesturen hebben voor de komende periode ambities op het gebied van onderwijshuisvesting: duurzaamheid van de schoolgebouwen, zo min mogelijk leegstand, voldoende ruimte voor passend onderwijs en waar mogelijk ruimte bieden voor de vorming van Integrale Kindcentra (IKC’s).
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 4 | 47
Met dit IHP stellen gemeente en schoolbesturen zich tot doel toekomstbestendige onderwijshuisvesting te realiseren. Toekomstbestendige onderwijshuisvesting passend bij het huidige en toekomstige aantal leerlingen, passend bij de onderwijsinhoudelijke ambities én binnen de beschikbare financiële middelen. Dit meerjarig IHP Onderwijs geeft invulling aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid om planmatig met de huisvesting van het onderwijs om te gaan. Maar belangrijker nog, het beschrijft de gezamenlijke visie van de gemeente en schoolbesturen op de gewenste toekomstsituatie voor de huisvesting. De uitwerking en de invulling van het IHP hebben we dan ook in samenspraak met de schoolbesturen gedaan. Om tot plannen te komen hebben we in de periode september 2019 tot december 2020 in bestuurlijke en ambtelijke overleggen gesproken met bovenschools directeuren, directeuren van de VO scholen en diverse basisscholen. Ook is op hun verzoek gesproken met de Dorpsraad Vorstenbosch in verband met de plannen voor basisschool Op Weg. Tijdens deze gesprekken zijn thema’s als onderwijsaanbod, spreiding in (kleine) kernen, duurzaamheid, de technische staat en de visie op IKC-vorming besproken. 1.3
Leeswijzer
Hoofstuk 2 start met een beschrijving van het wettelijke en het beleidskader. Aan bod komen de Onderwijswetten, de Verordening, de Wet op het passend onderwijs, Frisse scholen en het Bouwbesluit, het Klimaatakkoord in relatie tot verduurzaming van schoolgebouwen, het Beleidskader Maatschappelijk vastgoed gemeente Bernheze en het VN-verdrag Handicap. In hoofdstuk 3 worden overige relevante ontwikkelingen beschreven, zoals de vorming van integrale kindcentra, het huurbeleid en de afweging renovatie of vervangende nieuwbouw. Hoofdstuk 4 behandelt per kern en per schoolgebouw voor het Primair Onderwijs (PO) en het Voortgezet Onderwijs (VO) zowel de huidige situatie van de onderwijshuisvesting als de gewenste ontwikkelingen voor renovatie, vervangende nieuwbouw, verduurzaming en aanpassingen van de ventilatie in verband met corona. In hoofdstuk 5 staan een aantal aanvullende projecten genoemd, die spelen in het kader van onderwijshuisvesting. Het betreft verduurzaming van schoolgebouwen, de subsidieregeling ventilatie in scholen, het corrigeren van gebouwgegevens in het kadaster en het verbeteren van de toegankelijkheid van de schoolgebouwen. In hoofdstuk 6 zijn alle bovengenoemde ontwikkelingen vertaald naar de financiële consequenties met de uitgangspunten en het bijbehorende investeringsoverzicht.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 5 | 47
2. Wettelijk - en beleidskader onderwijshuisvesting 2.1
Algemeen
Scholen hebben een belangrijke positie in de samenleving en kunnen een brede maatschappelijke functie in de wijk of kern hebben. Onderwijsorganisaties zijn primair verantwoordelijk voor de invulling van de onderwijskundige richting. De gemeente faciliteert de huisvesting van onderwijsorganisaties op basis van gelijkheid en hanteert in lijn met landelijke normen, uniforme regelgeving en financiering. Dit hoofdstuk brengt het relevante wettelijke kader in beeld. Voor het IHP zijn zowel relevante wetten als beleidskaders van de gemeente Bernheze van belang. Achtereenvolgens komen aan bod: - Wet op het Primair onderwijs (inclusief de wetswijziging onderhoud en aanpassing), de Wet op het Voortgezet onderwijs en de Wet op de Expertisecentra - De Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs Bernheze - Regelgeving Passend onderwijs - Wet OKE en de Wet Harmonisatie Kinderopvang en peuterspeelzalen - Frisse scholen en bouwbesluit - Het klimaatakkoord en verduurzaming schoolgebouwen - Beleidskader Maatschappelijk vastgoed gemeente Bernheze - VN-verdrag Handicap. 2.2 Wet Primair Onderwijs, Wet Voortgezet Onderwijs en de Wet op de Expertisecentra In de Wet Primair Onderwijs (WPO), de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) is de verantwoordelijkheid van gemeenten en schoolbesturen ten aanzien van de onderwijshuisvesting geregeld.
Per 1 januari 2015 zijn de WPO en de WEC gewijzigd. De wetswijziging houdt in dat de zorgplicht voor onderhoud en aanpassing voor alle schoolgebouwen voor de gemeente is vervallen. Vanaf 1 januari 2015 ontvangen de schoolbesturen van het primair en voortgezet onderwijs de hiervoor benodigde vergoeding rechtstreeks van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Naast de taakverantwoordelijkheid die schoolbesturen al hadden, hebben ze nu ook een financiële verantwoordelijkheid ten aanzien van onderhoud en aanpassing van gebouwen. Taak gemeente De gemeente is sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor bekostiging van de volgende voorzieningen: • (vervangende) Nieuwbouw en eerste inrichting; • Uitbreiding; • Medegebruik (verhuur) • Constructiefouten en locatie-gebonden kosten (o.a. asbest) • Herstel in geval van bijzondere omstandigheden/calamiteiten zoals brand, diefstal, storm- en waterschade. • Voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs, wat voor de gemeente betekent het uitvoeren van het onderhoud en de aanpassingen aan de gymzalen. Taak schoolbestuur
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 6 | 47
Sinds 1 januari 2015 is het schoolbestuur van een basisschool ook verantwoordelijk voor het uitvoeren en het bekostigen van het volledige onderhoud aan het schoolgebouw en het schoolplein, de instandhouding van het gebouw (goed huisvaderschap) en de vervanging van de eerste inrichting. De schoolbesturen hebben hiermee meer autonomie en meer ruimte gekregen voor eigen keuzes en afstemming van het binnen- en buitenonderhoud. Het bedrag dat zij ontvangen voor buitenonderhoud wordt gebaseerd op het aantal leerlingen dat een school heeft. De omvang (hoeveelheid m²) van een schoolgebouw is niet van invloed op de bekostiging, dit betekent dat wanneer een school in leerlingenaantal krimpt, dit een verlaging van de vergoeding tot gevolg heeft. Gemeente en schoolbesturen hebben dus een gedeelde verantwoordelijkheid als het gaat om de kwaliteit van de schoolgebouwen. Vervangende nieuwbouw is een verantwoordelijkheid voor de gemeente, renovatie gaat uit van een gedeelde verantwoordelijkheid van beide. 2.3
De Verordening Voorzieningen huisvesting Onderwijs Bernheze
Op 28 mei 2015 heeft de gemeenteraad de Verordening voorzieningen huisvesting Onderwijs Bernheze 2015 vastgesteld, die met terugwerkende kracht per 1 januari 2015 in werking is getreden. De verordening Onderwijshuisvesting vertaalt de wettelijke regelgeving ten aanzien van onderwijsgebouwen naar de situatie in Bernheze. Naast de noodzakelijke aanpassingen vanwege de wetswijziging voor de overheveling van het buitenonderhoud zijn ook een aantal tekstuele en inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Met deze wijzigingen is de Verordening beperkt tot die zaken, die in de onderwijswetten worden gevraagd. Als uitgangspunt is hiervoor de modelverordening van de VNG genomen, maar deze is helemaal aangepast op onze lokale situatie en de in onze gemeente gehanteerde planningen controlcyclus. In de verordening staan normbedragen voor de diverse voorzieningen en de gehanteerde indexering. In maart 2018 heeft het VNG-bestuur de normbedragen in de Model Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs eenmalig met 40% verhoogd in verband met de stijgende bouwkosten. In 2020 is opnieuw een verhoging voorgesteld in verband met de aanscherping van de eisen in het bouwbesluit om Bijna Energie Neutraal (BENG) te bouwen vanaf 2021. Zie voor een verdere toelichting paragraaf 2.7. Wij volgen in onze Verordening de normbedragen van de VNG.
Met de normbedragen berekenen we het maximaal te vergoeden investeringsbedrag, de werkelijke kosten worden bepaald door het resultaat van de aanbesteding. Na goedkeuring van het IHP zullen de consequenties daarom worden verwerkt in de huidige verordening. Gezamenlijk plan PO-raad, VO-raad en VNG over renovatie De PO-raad, VO-raad en de VNG delen het standpunt dat renovatie onvoldoende is geregeld in de onderwijswetten. Daarom hebben zij in april 2018 een gezamenlijk plan opgesteld. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. De schoolbesturen werken met een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) en de gemeente met een IHP. Deze plannen hebben een verschillende invalshoek. Een MJOP is bedoeld om het onderhoud van scholen te stroomlijnen. Op basis hiervan vormt een schoolbestuur een verplichte voorziening om toekomstig onderhoud te kunnen uitvoeren. Een MJOP heeft meestal een looptijd van circa 30 jaar en wordt jaarlijks, tweejaarlijks of eens per 5 jaar bijgesteld.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 7 | 47
Een IHP heeft een strategisch doel waarbij spreiding van scholen en de demografische ontwikkeling een belangrijke rol spelen. Strikt formeel heeft een IHP géén juridische status omdat aanvragen voor (vervangende) nieuwbouw en/of uitbreiding conform de procedures zoals omschreven in de verordening moeten worden ingediend. Afweging vindt plaats via de kadernota. Het IHP is in feite alleen een beleidsdocument. In het plan van de drie genoemde partijen wordt de gemeente verplicht om samen met de schoolbesturen een IHP voor ten minste 16 jaar vast te stellen. Voor de eerste vier jaren wordt daarbij een concreet uitvoeringsprogramma opgesteld. Het IHP wordt in de onderwijswetten opgenomen en vervangt het systeem waarbij jaarlijks huisvestingsaanvragen kunnen worden ingediend. In het IHP wordt dus voor elk schoolgebouw aangegeven of en wanneer er renovatie of vervangende bouw is voorzien. Daarnaast wordt het voor schoolbesturen gemakkelijker om zelf bij te dragen aan voorzieningen in de onderwijshuisvesting. Deze voorstellen van de POraad, VO-Raad en VNG zijn aangeboden aan de minister van OC&W. De verwachting is dat de wettelijke verankering van de plannen nog enige jaren op zich laat wachten. Als dit aan de orde is, zullen we de consequenties verwerken in de Verordening. 2.4
Regelgeving Passend Onderwijs
Sinds 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs van toepassing. Passend Onderwijs heeft betrekking op alle leerlingen in het primair, het voortgezet en het speciaal onderwijs. De wet is van toepassing voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. Deze ondersteuning kan nodig zijn vanwege een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte, een gedragsprobleem of een leerstoornis. Na invoering van de Wet Passend Onderwijs is het onderwijs in cluster 1 en 2 (leerlingen die blind of slechtziend, doof of slechthorend zijn) nog steeds in een landelijk systeem georganiseerd. Het cluster 3 en 4 onderwijs (leerlingen met een verstandelijke of lichamelijke beperking en leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelstoornissen of een psychiatrisch probleem) maakt door de invoering van het passend onderwijs deel uit van de regionale samenwerkingsverbanden. Het samenwerkingsverband Passend onderwijs ontvangt middelen voor de onderwijsondersteuning aan leerlingen rechtstreeks van het ministerie van OC&W. Het samenwerkingsverband heeft in een ondersteuningsplan de afspraken vastgelegd. Passend onderwijs heeft gevolgen voor de onderwijshuisvesting voor zowel de leerlingenaantallen als de kwaliteit. Op termijn zullen meer leerlingen op de ‘reguliere’ school onderwijs volgen, waardoor er minder kinderen naar het speciaal (basis)onderwijs gaan.
Ook moeten scholen maximaal toegerust zijn op een veranderende ‘onderwijsvraag’, bijvoorbeeld voor wat betreft toegankelijkheid, veiligheid, MIVA toiletten, lift, zorgruimten etc. Dit alles heeft nog niet geleid tot aanpassingen van de regelgeving of de vergoedingen rondom onderwijshuisvesting. 2.5
Wet OKE en de Wet Harmonisatie Kinderopvang en peuterspeelzalen
De Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (OKE) is op 1 augustus 2010 van kracht geworden. De wet heeft tot doel de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteit van peuterspeelzalen te verbeteren. Het maakt de gemeente verantwoordelijk voor (de organisatie van) een doorgaande ontwikkelingslijn voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand door het aanbieden van een passend aanbod voor- en vroegschoolse educatie (VVE).
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 8 | 47
De gemeente moet zorgen voor: ➢ Een optimaal ontwikkelklimaat voor alle jonge kinderen ➢ Een optimaal toegankelijk aanbod van voorschoolse educatie voor zogenaamde ‘doelgroepkinderen’ (kinderen met een risico op taalachterstand) ➢ Afspraken met de schoolbesturen over de voorschoolse periode. Per 1 januari 2018 is ook de Wet harmonisatie Kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Deze wet regelt dat peuterspeelzaalwerk onder de definitie van kinderopvang komt. Peuterspeelzalen moeten aan dezelfde eisen voldoen, vallen onder hetzelfde toezicht en worden op dezelfde manier gefinancierd. Het onderscheid tussen peuterspeelzalen en kinderdagverblijven is hiermee verdwenen. Dit zorgt voor meer duidelijkheid en een betere aansluiting op de basisschool. In Bernheze is deze ontwikkeling al gestart in 2013. De peuterspeelzalen stonden vanaf dat moment geregistreerd als een kinderopvang volgens de Wet Kinderopvang. De laatste jaren boden zij peuteropvang en VVE aan vanuit een Dienst voor Algemeen Economisch belang (DAEB). Per 1 augustus 2020 is een nieuwe regeling van kracht geworden voor subsidiëring van VVE en peuterwerk, waarbij het geld nu het kind volgt. Hiermee is de harmonisatie helemaal afgerond. Dit heeft wel verregaande consequenties gehad voor het voortbestaan van het peuterspeelzaalwerk en voor de huisvesting hiervan.
3 locaties van Piccino zijn overgenomen door Humankind, de peutergroepen in Nistelrode en Vorstenbosch zijn overgenomen door Kinderopvang De Benjamin en Stap voor Stap, De kinderopvangorganisaties nemen ook het aanbod van VVE over. 2.6
Frisse scholen en het bouwbesluit
Een frisse school is een schoolgebouw met een laag energiegebruik en een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Uit landelijke onderzoeken bleek het binnenklimaat in het onderwijs vaak matig of slecht te zijn. Daarom heeft de rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) een Programma van Eisen Frisse Scholen ontwikkeld. Het is een handleiding die je kunt gebruiken voor het ontwerpen van het binnenklimaat voor nieuwbouw of voor het verbeteren van bestaande schoolgebouwen. Het helpt onder andere om een ambitieprofiel voor energie en binnenmilieu vast te stellen, eisen op te nemen voor het ontwerp en het bestek en eisen te stellen aan monitoring, beheer en onderhoud. Het PVE Frisse Scholen onderscheidt drie ambitieniveaus voor de diverse thema’s, namelijk Klasse A -- Zeer goed, Klasse B -- Goed en Klasse C -- Acceptabel. Klasse C is het basisniveau, dat in het bouwbesluit tot 2012 van kracht was. In 2012 en 2015 zijn de eisen in het Bouwbesluit voor nieuwbouw zodanig verzwaard, dat bij nieuwbouw voor de thema’s energie en lucht minimaal klasse B moet worden gerealiseerd. Het PvE Frisse scholen werkt als een menukaart. Het kwaliteitsniveau is een keuze op maat en per thema kan gekozen worden voor de gewenste ambitie, eventuele speciale eisen ten aanzien van het type onderwijs of leerlingen en het beschikbare budget.
In het PvE wordt het volgende advies gegeven: ✓ Kies bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwing/renovaties in beginsel op alle aspecten voor een klasse B-kwaliteit ✓ Kies op één of meerdere aspecten voor klasse A wanneer men extra kwaliteit wenst.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 9 | 47
Ook in Bernheze laat het binnenklimaat in een aantal schoolgebouwen te wensen over. Vooral in de oudere gebouwen hebben gebruikers klachten over te hoge temperaturen in de zomermaanden, temperatuurschommelingen als gevolg van spuien en te hoge CO²-waardes. 2.7 Het klimaatakkoord en verduurzaming schoolgebouwen In 2015 is er in Parijs een internationale klimaatconferentie geweest met het doel klimaatverandering tegen te gaan. Resultaat van deze klimaatconferentie was het ‘Akkoord van Parijs’ dat door 195 landen is ondertekend. Doel van dit akkoord is de uitstoot van broeikasgassen, zoals CO2, terug te dringen en de opwarming van de aarde te beperken tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. Wereldwijd willen we in 2030 bijna de helft (49%) minder broeikasgassen uitstoten dan in 1990. Elk land moet eigen, nationale maatregelen nemen om het wereldwijd afgesproken doel te halen. In Nederland hebben daarom alle betrokken partijen, te weten overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partijen gezamenlijk het nationale Klimaatakkoord gesloten. Onderdeel van het klimaatbeleid is het energieakkoord. Het Energieakkoord voor duurzame groei is een overeenkomst uit 2013 tussen 47 partijen: overheden, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijk organisaties en financiële instellingen.
Het doel is de energievoorziening van Nederland duurzamer te maken. Een onderdeel is een besparing van het energieverbruik van gemiddeld 1,5 procent per jaar. De Gemeente Bernheze heeft in de duurzame energieagenda 2017 – 2020 en 2021 – 2025 haar ambitie voor energieverbruik en verduurzaming vastgelegd. In 2030 willen we energieneutraal zijn, dat wil zeggen dat we als gemeente evenveel energie opwekken als verbruiken. Om dit te bereiken volgt de gemeente de 'trias energetica'-route. Dit betekent eerst inzetten op energie besparen, de rest van de energiebehoefte duurzaam opwekken en voor het deel waarin de gemeente nog fossiele brandstof nodig heeft, kiezen voor de minst milieubelastende vormen. Samen met inwoners, bedrijven, scholen, instellingen en verenigingen zijn en worden projecten opgestart om dit doel te behalen. Om de doelstellingen van het Energieakkoord en het Klimaatakkoord te halen zijn de komende decennia extra inspanningen en investeringen noodzakelijk. Gezien de taak- en budgetverdeling zullen gemeenten en scholen voor deze opgave nauw moeten samenwerken en vormt verduurzaming van de schoolgebouwen een onderdeel van het IHP. BENG voor nieuwbouw en verhoging normbedragen Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, gelden vanaf 1 januari 2021 nieuwe eisen.
Alle gebouwen in Nederland, inclusief schoolgebouwen, die dan nieuw gebouwd worden, dienen een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG te zijn. Hiervoor worden de eisen in het Bouwbesluit aangescherpt. De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen normen: 1. De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m²/jaar) 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m²/jaar) 3. het minimale aandeel hernieuwbare op te wekken energie in procenten (%). (Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland RVO)
De wijziging met betrekking tot BENG in het Bouwbesluit heeft ook gevolgen voor de kosten voor onderwijshuisvesting. Hierdoor zal de VNG per 1 januari 2021 de normbedragen bij de Model Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs eenmalig extra ophogen met 9,6%. De
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 10 | 47
normbedragen moeten namelijk een realistische weergave van de werkelijke kosten zijn. Gemeente Bernheze heeft altijd de normbedragen voor nieuwbouw gevolgd, daarom passen we de nieuwe normbedragen in dit IHP ook toe (en vervolgens worden deze ook verwerkt in de Verordening Voorzieningen huisvesting Onderwijs). De sectorale routekaart en Scholen op Koers 2030 Om de totale opgave en voortgang van het Klimaatakkoord voor Nederland van december 2018 scherp te krijgen is aan verschillende sectoren binnen het maatschappelijk vastgoed gevraagd een routekaart op te stellen. Gezien de vergelijkbare opgave, financiering en verhoudingen in governance (met daarin een belangrijke rol voor gemeenten) hebben het primair en voortgezet onderwijs gezamenlijk een routekaart ingeleverd. Aangezien gemeenten voor deze opgave met name aan zet zijn, is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) medeondertekenaar. Voor de Sectorale routekaart PO en VO, zie bijlage 1. Volgens de sectorale routekaart PO en VO kent een duurzaam schoolgebouw meer aspecten dan alleen CO2-uitstoot of het energieverbruik. Het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, een gezond binnenklimaat heeft, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig, toegankelijk en inclusief is.
We weten dat een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim van leerlingen en onderwijspersoneel. In het algemeen laat de kwaliteit en duurzaamheid van schoolgebouwen nu te wensen over. Een landelijke inventarisatie laat zien dat de gebouwenvoorraad in het primair en voortgezet onderwijs is verouderd (gemiddeld 40 jaar oud), vaak een slecht binnenklimaat heeft en niet duurzaam is. De gebouwen zijn in te delen naar bouwperioden. Dit geeft inzicht in de kwaliteit van de gebouwenvoorraad. Er zijn vier bouwperioden onderscheiden: de vooroorlogse voorraad (van voor 1946), de wederopbouwvoorraad (1946-1978), de Londovoorraad (19781992) en de Bouwbesluitvoorraad (1992-2015). In bijgaande afbeelding is de verdeling weergegeven. (Bron: sectorale routekaart PO en VO november 2020)
Voor Bernheze is de verdeling van de gebouwen in het PO en VO als volgt: ➢ Vooroorlogse voorraad: Op Weg ➢ Wederopbouwvoorraad: St. Albertus, ’t Palet, Het Mozaïek, een deel van De Toermalijn en VO Het Hooghuis, locatie Heesch
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 11 | 47
De Kiem en een deel van De Toermalijn Emmaus en Emmaus Onder de Bogen, ’t Maxend, Beekgraaf, De Bolderik en een deel van De Toermalijn en Gymnasium Bernrode. De huidige cyclus waarin gebouwen worden gerenoveerd of vervangen door nieuwbouw duurt bijna twee keer zo lang als de gewenste cyclus voor het behalen van de klimaatdoelstellingen. Verduurzaming van onderwijsvastgoed gaat daardoor te langzaam. Schoolgebouwen die nu meer dan veertig jaar oud zijn en volgens de cyclus dus al gerenoveerd hadden moeten worden, of vervangen door nieuwbouw, dienen versneld aangepakt te worden. De VNG roept schoolbesturen en gemeenten op om samen in actie te komen en lange-termijn-doelen voor vervanging of renovatie op te nemen in het IHP. ➢ ➢
Londo-voorraad Bouwbesluit voorraad:
Activiteitenbesluit gebouwen Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen (Wet milieubeheerinrichtingen) die vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas(equivalent) per jaar verbruiken om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder te treffen. Dit is de energiebesparingsplicht. Hoewel de meeste schoolgebouwen voor basisonderwijs niet boven deze normen van energieverbruik komen en dus geen verplichting hebben voor een energielabel, hebben zij zich middels de routekaart wel verbonden aan het uitvoeren van energiebesparende maatregelen. Hierin is opgenomen dat schoolbesturen de maatregelen voor energiebesparing nemen, die zich binnen vijf jaar terugverdienen en ze sluiten waar mogelijk aan bij de wijkgerichte aanpak van de gemeente of de regionale energiestrategie van de regio. Ook dienen schoolbesturen hun vastgoedportefeuille in beeld te hebben en wat de klimaatopgave betekent voor hun gebouwen. Dit vertaalt zich in een meerjarenonderhoudsplanning en eventueel in een strategisch huisvestingsplan van het schoolbestuur of schoolbesturen gezamenlijk. 2.8 Beleidskader Maatschappelijk vastgoed gemeente Bernheze De raad van Bernheze heeft op 1 oktober 2015 besloten zelfstandig te blijven en de samenwerking op regionaal niveau te intensiveren.
Bernheze functioneert hierbij in de regio en levert vanuit eigen kracht een bijdrage aan het versterken van de regio. Conclusie was dat het voor de gemeente daarbij een belangrijke opgave is de kracht van de dorpen en kernen te ondersteunen. Dat vraagt een goed gevoel voor de sociale structuur van de dorpen. Uit het voorbereidingstraject kwamen de sterke en zwakke punten van Bernheze naar voren: Bernheze biedt een goede ondersteuning van de dorpen en er bestaat een sterke sociale samenhang en ondernemerschap. Punt van aandacht was dat er (nog) onvoldoende visie was op de toekomst van de kernen: zijn alle voorzieningen overeind te houden? Ontwikkelingen, zoals krimp leidden in sommige kernen tot leegstand in scholen en gemeenschapshuizen. Om ervoor te zorgen dat onze inwoners en instellingen op een verantwoorde manier van ons rijke voorzieningenniveau kunnen blijven genieten is een Beleidskader Maatschappelijk vastgoed opgesteld, dat in juli 2016 door de Raad is vastgesteld. De doelstelling van het Maatschappelijk Vastgoedbeleid is om het aanbod aan en de inzet van maatschappelijk vastgoed efficiënt en effectief af te stemmen op de realisering van
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 12 | 47
gemeentelijke beleidsdoelen. De gemeentelijke zorg voor en betrokkenheid bij accommodaties staat niet op zichzelf, maar wordt ingegeven door het welzijnsbeleid dat de gemeente voert. In het kort komt dit erop neer dat de gemeente wil bevorderen dat haar burgers deelnemen aan sociale verbanden, zich kunnen identificeren met groepen en activiteiten, ergens bij horen. De gemeente wil graag dat mensen elkaar kennen, op de hoogte zijn van elkaars activiteiten, leefwijze, bijdrage aan de gemeenschap en problemen. De gemeente wil bovendien dat burgers zich gesteund voelen, zowel individueel als in maatschappelijke activiteiten. Tot slot wordt in de ogen van de gemeente het welzijn van de burgers bepaald door de mate waarin zij sturing kunnen geven aan het eigen leven en in de omgeving waarin zij functioneren. Het maatschappelijk vastgoedbeleid is één van de pijlers van het welzijnsbeleid en maakt het bovenstaande mogelijk. De nota biedt het kader waarbinnen keuzes gemaakt kunnen worden in het realiseren van een optimale bezetting, zoals bv. op het gebied van organisatie (beheer- en exploitatie), eigendom (eigenaar blijven, afstoten of mogelijke tussenvormen), samenwerking (samenvoegen gebouwdelen, functies, instellingen en verenigingen), de sturingsmogelijkheden die we als gemeente – al dan niet - hebben, en mogelijk ook wijzigingen van functies en bestemmingen van gebouwen.
Bij de vraag of en op welke wijze de gemeente met haar maatschappelijk vastgoed tegemoet komt aan een vraag voor huisvesting, wordt een stappenplan doorlopen. Schematisch ziet dit er als volgt uit:
Relevante uitgangspunten voor de onderwijshuisvesting zijn onder andere: Stap 1: De beleidsinhoudelijke toets: - draagt de activiteit bij aan de beleidsinhoudelijke doelen van de gemeente - wat is de noodzaak versus wenselijkheid: wat is minimaal de accommodatie waarin de gemeente moet of wil voorzien - wat is de bijdrage aan de gemeenschap en de leefbaarheid - werkt de organisatie samen met andere organisaties bij het uitvoeren van de activiteiten. Stap 2: Toets Maatschappelijk vastgoedbeleid - Een accommodatie wordt in basis ingezet ten behoeve van de primaire functie, in onderwijsgebouwen is dit ‘onderwijs’, in binnensportaccommodaties vindt primair ‘gymnastiekonderwijs’ plaats. In gemeenschapshuizen wordt primair ruimte geboden
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 13 | 47
-
-
voor ontmoeting en ontspanning: ruimte voor activiteiten van en door de lokale gemeenschap. Op basis van de gemeentelijke ambitie kunnen aanvullende activiteiten plaatsvinden: ➢ In onderwijsgebouwen activiteiten gericht op het helpen en versterken van het kind (opvoedingsondersteuning, gezondheid, opvang), waarmee een samenhangende infrastructuur voor opvoeden en ontwikkelen van kinderen tot 12 jaar wordt gecreëerd en (waar mogelijk) Integrale Kind Centra worden gevormd. ➢ In binnensportaccommodaties zijn sportactiviteiten door verenigingen, sportieve kinderfeesten en bedrijfssport mogelijk. Daarnaast kan een binnensportaccommodatie benut worden voor evenementen die vanwege aard of omvang niet passen in ander (maatschappelijk) vastgoed, zoals carnaval. Vanuit het oogpunt van effectiviteit en efficiency is de focus op het behoud van functies en minder op het behoud van stenen. De gemeente zet in op clustering van functies en multifunctioneel gebruik, waarbij we oog hebben voor de ‘bloedgroepen’ van de verschillende gebruikers. De ruimtelijke en inhoudelijke synergie moet telkens gezocht worden. We willen geen leegstand en stoten waar mogelijk leegstaande gebouwen af.
Gezien het belang voor de leefbaarheid in de kernen streeft Bernheze naar instandhouding van een aantal basisvoorzieningen in elke kern, te weten een basisschool, een gemeentelijke binnensportaccommodatie en een gemeenschapshuis. Dit wordt in meerdere kernen aangevuld met welzijnsgebouwen, waar verenigingen vanuit de welzijnshoek in gehuisvest zijn, zoals een jongerencentrum en de EHBO-vereniging. Leegstand in gemeentelijke gebouwen pakken we op via het Uitvoeringsplan Maatschappelijk vastgoed. Soms betekent dit herhuisvesting van gebruikers, waardoor een gebouw ‘leeggespeeld’ en uiteindelijk afgestoten kan worden. In geval van leegstand in een schoolgebouw bekijken we, samen met het schoolbestuur, of de lege lokalen ruimte kunnen bieden aan andere gebruikers. De mogelijkheden voor het oplossen van leegstand in schoolgebouwen, te weten medegebruik of verhuur, staan verder beschreven in paragraaf 3.2. Of een gebruiker passend is, bepalen we aan de hand van het stappenplan uit het beleidskader. 2.9 VN-verdrag Handicap In 2016 is in Nederland het VN-verdrag Handicap in werking getreden. Doel van het verdrag is het beschermen en bevorderen van de mensenrechten van mensen met een beperking. De overheden van de VN-leden worden daartoe verplicht maatregelen te nemen. Om die reden is in Nederland de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, aangepast.
Naast diverse andere toevoegingen staat in deze wet sinds 1 januari 2017 een norm die handelt over de algemene toegankelijkheid van openbare gebouwen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ziekenhuizen, publieke instellingen, bibliotheken, gemeentehuizen en winkels, maar ook onderwijsgebouwen. Algemene norm toegankelijkheid openbare gebouwen Met de totstandkoming van de algemene norm toegankelijkheid op 1 januari 2017, moeten openbare gebouwen voortaan verplicht toegankelijk zijn voor mensen met een beperking of handicap. Zij moeten zo stelt de wet ‘naar gelang de behoefte doeltreffende aanpassingen verrichten’. Het uiteindelijke doel is om een samenleving te creëren waarin toegankelijkheid voor iedereen niet langer als een extra service of uitzondering gezien wordt, maar als iets dat vanzelfsprekend is.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 14 | 47
Deze norm is in de nieuwbouwprojecten in Bernheze de afgelopen jaren al meegenomen, gebouwen van voor die tijd voldoen niet altijd aan de nieuwe norm voor toegankelijkheid. Daarom is als onderdeel van dit IHP geïnventariseerd hoe de toegankelijkheid in de schoolgebouwen op dit moment is geregeld en waar de scholen knelpunten ervaren. We nemen het verbeteren van de toegankelijkheid mee in de afweging voor de gewenste ontwikkeling van de schoolgebouwen benoemd in dit IHP, zie hiervoor ook paragraaf 5.4
3. Relevante thema’s 3.1
Vorming integrale Kindcentra (IKC)
In Bernheze zijn drie brede scholen. In een brede school is sprake van huisvesting van diverse partijen, die diensten aanbieden op het gebied van opvang, ontwikkeling en educatie van kinderen tussen 0 en 13 jaar. Het betreft de twee gebouwen van BS Emmaus in Heesch en het gebouw van De KanZ en Kubiek in Nistelrode. In deze gebouwen is naast de school een kinderopvang en/of peutergroep en een BSO gehuisvest. In de overige gebouwen is, behalve bij BS De Kiem, naast het onderwijs wel een andere kindgebonden functie beschikbaar, voornamelijk een BSO of een peutergroep. De gemeente heeft de schoolbesturen toestemming gegeven om leegstaande lokalen te verhuren aan kinderopvangorganisaties om deze functie(s) mogelijk te maken. Bij de laatste nieuwbouwprojecten in Bernheze is in de voorbereiding uitgegaan van de bouw van een kindcentrum, waarbij de huisvesting was gebaseerd op het onderwijskundig brede scholen concept en waarbij sprake zou moeten zijn van verregaande samenwerking tussen de ketenpartners onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaal. Door de daling van de leerlingenprognoses en daarmee het ontstaan en/of vergroten van de leegstand waren alle betrokken partijen het er over eens dat we bij de ontwikkeling van nieuwbouw moesten kijken naar de huisvestingsbehoefte voor de basisscholen en de maatschappelijke partners op kernniveau in plaats van per school.
In de kernen was al voldoende huisvesting beschikbaar voor de maatschappelijke partners, het aanbod voor kinderopvang/peuterwerk voldeed aan de vraag. Soms was huisvesting in een leegstaand lokaal mogelijk. Hierdoor zijn de investeringen door de gemeente voor huisvesting van opvang en peuterwerk beperkt gebleven. Na de invoering van het brede scholen concept zien we de afgelopen jaren de ontwikkeling voor het vormen van integrale kindcentra. Hierbij gaan onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaal echt samen, onder één leiding en met een heldere pedagogische visie. Het kindcentrum moet een samenhangende infrastructuur bieden voor de opvang èn de ontwikkeling van kinderen tussen 0 en 13 jaar. In een IKC brengt een kind de dag door om te leren, spelen, sporten, ontwikkelen en ontmoeten. Dit gaat dus nog een stap verder dan de brede school, waarin slechts sprake is van huisvesting van de diverse partijen binnen dezelfde muren en onder één dak. Alle schoolbesturen in het PO hebben aangegeven voorstander te zijn van IKC-vorming in de gemeente Bernheze. Ook de gemeente ziet voordelen in huisvesting in een brede school en in een IKC, maar niet elke school hoeft een brede school/IKC te zijn.
Verantwoordelijkheid gemeente en ketenpartners De primaire verantwoordelijkheid voor de realisatie van een IKC-gebouw ligt bij de ketenpartners: schoolbesturen, kinderopvang, buitenschoolse opvang en aanbieders van VVE.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 15 | 47
De gemeente ziet voor zichzelf vooral een verbindende rol, maar minder een initiërende en faciliterende rol. De formele positie en financiële verantwoordelijkheid van de gemeente ten opzichte van de ketenpartners voor het realiseren van huisvesting is namelijk zeer verschillend. ❖ De gemeente heeft de wettelijke taak en verplichting om onderwijshuisvesting (vervangende nieuwbouw en uitbreiding) te faciliteren. Dit is vastgelegd in de wetgeving en de Verordening Voorzieningen huisvesting Onderwijs Bernheze. Bij toekomstige aanvragen en vraagstukken rondom onderwijshuisvesting kunnen we en zullen we samen met de partners onderzoeken of en zo ja welke ontwikkeling van een brede school / IKC mogelijk is. ❖ De gemeente investeert in principe niet in de bouw van huisvesting voor peuteropvang, kinderopvang en BSO. De verantwoordelijkheid voor de realisatie en exploitatie van deze ruimtes ligt bij de aanbieder. IKC-vorming is zelfs mogelijk door verregaande inhoudelijke samenwerking zonder huisvesting in één gebouw, onder de voorwaarde dat functies op loopafstand zijn gelegen. Dit kan met name in de kleine(re) kernen een oplossing zijn. Kortom: uiteindelijk is de realisatie van elke brede school / IKC dus maatwerk.
Gemeente, schoolbesturen, aanbieders van peuter- en kinderopvang en eventuele andere partners bepalen gezamenlijk een passende huisvestingsoplossing en de bekostiging daarvan. Voor investeringen in aanvullende functies en/of commerciële functies wordt in eerste instantie, ook voor financiering, een beroep gedaan op de betrokken schoolbesturen en aanbieders van de ketenpartners. Dit kan echter soms lastig zijn in verband met ingewikkelde eigendoms- en beheervraagstukken. In dat geval kan de gemeente ervoor kiezen met niet-onderwijshuisvestingsmiddelen te investeren in opvang- of andere kindgerelateerde functies. Dit is in elke situatie maatwerk, waarbij de gemeente financiële zekerheid wil hebben via een langdurige huurovereenkomst. Belangrijk hierbij is te bewaken dat het niet tot leegstand in ander gemeentelijk vastgoed leidt. De uitgangspunten in dit IHP Bij het opstellen van dit IHP is voor elk onderwijsgebouw bepaald wat de bruto capaciteit in vierkante meters BVO is. Vervolgens is bij de scholen geïnventariseerd hoeveel vierkante meters bvo in medegebruik zijn door ‘IKC’-partners. Het aantal vierkante meters dat gebruikt wordt door IKC-partners is afgetrokken van de bruto capaciteit van het schoolgebouw. De uitkomst is de netto-capaciteit voor onderwijsgebruik in vierkante meters bvo. De nettocapaciteit is bepalend voor het berekenen van de leegstand of een ruimtegebrek.
Daarmee is de ontwikkeling van IKC’s in bestaande schoolgebouwen geborgd. Bij renovatie en nieuwbouw van scholen kan in het ontwerp rekening worden gehouden met de IKC-ontwikkeling waarbij keten-partners bijdragen aan de realisatie. 3.2
Verhuurbeleid
Een oplossing voor de leegstand, waar in veel schoolgebouwen sprake van is, is de verhuur van ruimtes. Voor de verhuur van ruimtes in schoolgebouwen zijn de WPO, de WVO en de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs Bernheze 2015 bepalend. Er zijn twee vormen van leegstand: 1. Volgtijdelijke leegstand : dit betreft een ruimte, die buiten de reguliere lestijden niet door de school in gebruik is, bijvoorbeeld in de middagen na schooltijd en in vakanties. Hier
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 16 | 47
heeft bijna elke school mee te maken. En kinderopvangorganisatie kan bv na schooltijd iedere dag BSO aanbieden in een klaslokaal dat overdag gebruikt wordt door het onderwijs. 2. Ruimtelijke leegstand: dit betreft een ruimte in een schoolgebouw, die niet door de school gebruikt wordt. Hiervan is sprake wanneer het gebouw meer vierkante meters telt dan wat de school nodig heeft op basis van het aantal leerlingen dat op de school is ingeschreven. Ruimtelijke leegstand heeft alleen betrekking op lokalen. In geval van leegstand heeft het schoolbestuur de volgende mogelijkheden: ✓ Medegebruik: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden voor educatieve doeleinden of gebruik ten behoeve van culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Het schoolbestuur kan er zelf voor kiezen om ruimtes in medegebruik te geven aan instellingen, die aan bovengenoemde voorwaarden voldoen. Daarnaast heeft ook de gemeente het recht om, onder bepaalde voorwaarden, ruimtes in de school te bestemmen voor medegebruik. Een voorbeeld is ruimte bieden aan leerlingen van een (naburige) school met ruimtegebrek. Voor het medegebruik mag het schoolbestuur een vergoeding vragen als bijdrage in de beheer en exploitatiekosten, deze mag het schoolbestuur ook behouden. Vergoeding van investeringskosten is niet toegestaan, aangezien het gebouw ‘om niet’ beschikbaar is gesteld.
✓ Verhuur: Het schoolbestuur kan ruimtes of een gedeelte van het gebouw verhuren aan een derde, private partij. Voor deze verhuur heeft het schoolbestuur toestemming nodig van het college van B&W. Deze situatie komt in een groot aantal schoolgebouwen in Bernheze voor. Op dit moment loopt nog de afspraak dat het schoolbestuur ook bij verhuur alleen een vergoeding voor beheer en exploitatie vraagt. De hoogte van de verhuurprijs is voor de gemeente niet te controleren. Hier geldt wel een kanttekening: het openen van een BSO in een schoolgebouw betekent niet altijd een toename van het totaal aantal kinderen dat wordt opgevangen, we zien vaak een verschuiving. Dit kan de sluiting van een andere BSO-locatie tot gevolg hebben. Het is belangrijk ons hier als gemeente bewust van te zijn. In brede scholen komt nog een andere vorm van verhuur voor, namelijk (langdurige) huurovereenkomsten tussen gemeente en private partijen, zoals kinderopvangorganisaties en peuter- speelzaalwerk in brede scholen. Deze huurovereenkomsten dekken de kosten van de (extra) investeringen in brede scholen voor niet-onderwijsdoeleinden. De hoogte van de huurprijs werd vaak bepaald door afspraken in de voorbereidingsfase van een nieuwbouwproject op basis van de bouwwensen van de kinderopvangorganisatie.
De afgelopen jaren is, mede onder invloed van het beleidskader maatschappelijk vastgoed, geprobeerd voor vastgoed dat eigendom is van de gemeente een huurtarief te hanteren, waarbij geen sprake is van concurrentievervalsing en waarbij minimaal sprake is van een kostendekkende huurprijs. Door de gekozen methodiek (welke kosten neem je mee?) bestaan er nog steeds grote verschillen in de huurtarieven in de diverse gebouwen. En ook bestaan er grote verschillen tussen de huurprijzen van de gemeente en van de schoolbesturen. Dit kan tot leegstand in het gemeentelijk deel van de brede school leiden, omdat een kinderopvangorganisatie haar opvang door lagere huurtarieven in een schoolgebouw ook tegen lagere kosten kan organiseren.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 17 | 47
Tijdens de gesprekken over het IHP en tijdens het OOGO hebben de schoolbesturen gevraagd om de verhuur aan de kinderopvang in de diverse scholen te formaliseren en een verhuurbeleid Bernheze op te stellen. Het formaliseren van de verhuur en de hoogte van de huurprijzen is geen onderdeel van het IHP. We zullen dit, net als het op één lijn brengen van de kostendekkende tarieven in brede scholen, als aparte activiteit voor het einde van 2021 verder uitwerken. 3.3
Renovatie versus vervangende nieuwbouw
Het begrip ‘renovatie’ is (nog) niet als huisvestingsvoorziening opgenomen in de huisvestingsverordening. Tot voor kort gaf de wetgever aan dat hierover op lokaal niveau overleg moet plaatsvinden. ‘Renovatie’ wordt desondanks in het kader van de bekostiging gezien als een ‘grijs gebied’. Voor de PO-raad, VO-raad en de VNG is dit aanleiding geweest voorstellen te doen op welke wijze renovatie een plek kan krijgen binnen de huisvestingsverordening. In het rapport van de PO-Raad, VO-Raad en de VNG wordt renovatie als volgt gedefinieerd: ‘Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur wordt verlengd met tenminste 25 jaar en het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen zoals geformuleerd in het IHP (en ten minste aan vigerende eisen van het Bouwbesluit).’ Het wetsvoorstel waarin op basis van voorgaande definitie wordt voorgesteld om renovatie als voorziening in de wet op te nemen, ligt momenteel voor behandeling bij het ministerie. Renovatie vormt hiermee een gelijkwaardig alternatief voor (vervangende) nieuwbouw. Renoveren of nieuwbouwen? In Bernheze zijn verschillende basisschoolgebouwen ‘op leeftijd’, namelijk zo’n 40 jaar oud. De schoolbesturen hebben de gebouwen al die tijd zo goed als mogelijk onderhouden.
Bij de vraag of renovatie of nieuwbouw in een bepaalde situatie het beste past, zijn er verschillende afwegingen te maken. Van belang zijn: ➢ Het voorkomen van kapitaalvernietiging (restant boekwaarde); ➢ De huidige bouwkundige conditie; ➢ De huidige onderwijskundige functionaliteit; ➢ Te behalen voordelen op het gebied van energieverbruik, onderhoud en binnenklimaat; ➢ Mogelijkheid om leegstand terug te dringen. Hierbij kan het ‘Afwegingskader renovatie’ van de PO-raad ook een hulpmiddel zijn. In dit IHP gaat we uit van maatwerk per situatie. Vooruitlopend op de opname van renovatie als een voorziening in de Verordening zullen in Bernheze in geval van renovatie de kosten als volgt worden verdeeld: o alle aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van tenminste 25 jaar komen voor rekening van de gemeente; o werkzaamheden / onderdelen, die in het geplande onderhoud uit het MJOP van het betreffende gebouw waren voorzien, komen voor rekening van het schoolbestuur. o Schoolbesturen en gemeente bekijken per situatie gezamenlijk in welke mate financiële voordelen op het gebied van onderhoud/exploitatie (b.v. energiebesparing) benut kunnen worden ten behoeve van renovatie. Het is voor een schoolbestuur ook mogelijk de inzet van gereserveerde middelen voor onderhoud al geruime tijd voor de daadwerkelijke renovatie / nieuwbouw aan te passen. Door
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 18 | 47
het verminderen van het onderhoudsniveau (tot bijvoorbeeld ‘het voorkomen van gebreken’) kan geld worden bespaard, dat tijdens de (ver)bouw ingezet kan worden in de investering. De hoogte van de bijdrage van zowel de gemeente als het schoolbestuur zal per situatie verder worden uitgewerkt. Uitgangspunt van de gemeente is dat de vergoeding het mogelijk moet maken ook tijdens renovatie een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) te kunnen realiseren. 3.4
Toename gymnastiekonderwijs
In Bernheze maken alle PO en VO-scholen voor hun gymnastiekonderwijs gebruik van een gemeentelijke sporthal. In de wet ligt vast dat de gemeente de sporthal om niet in gebruik geeft voor het vastgestelde aantal klokuren gedurende schooltijden. Op dit moment is de totale capaciteit van de sporthallen voldoende om alle scholen te bedienen, alhoewel dit op enkele plaatsen een nauwkeurige planning vraagt. In 2018 is er een initiatiefwet voor meer en beter bewegingsonderwijs (opnieuw) ingediend. Volgens het wetsvoorstel zou drie uur bewegingsonderwijs per week de norm moeten worden voor alle basisscholen in Nederland. Volgens verschillende experts zouden er, naast gezondheidsvoordelen, steeds meer aanwijzingen zijn dat sport en bewegen ook de prestaties van kinderen op school mogelijk positief beïnvloeden. Bovendien kan het helpen om overgewicht te voorkomen. Er zijn op dit moment binnen het ministerie van OC&W plannen in voorbereiding om de norm voor bewegingsonderwijs op te hogen van 2 naar 3 uur per week en dit te verankeren in de wet op het Primair Onderwijs. Hier is door betrokken partijen, zoals de PO-Raad, Algemene Onderwijs bond (AOb), de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), het Landelijk Netwerk Bewegingsonderwijs Pabo verschillend op gereageerd. Daarom zijn nog geen concrete stappen gezet.
Als de scholen verplicht worden meer uren gymnastiekonderwijs aan te bieden, dan heeft dit gevolgen voor ons aanbod, door uitbreiding van uren zal de bestaande capaciteit van de sporthallen niet meer voldoende zijn. Aangezien de gemeente vanuit de Verordening Voorzieningen huisvesting Onderwijs verantwoordelijk is voor voldoende capaciteit, zullen we bij concretisering in de toekomst moeten investeren in de bouw en/of uitbreiding van sporthallen. Het is op dit moment niet mogelijk hier al concrete investeringsbedragen aan te koppelen.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 19 | 47
4. Onderwijshuisvesting in Bernheze per kern 4 .1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de huidige en toekomstige onderwijshuisvesting van de gemeente Bernheze beschreven. In onderstaande figuur worden de feiten met betrekking tot de huidige onderwijshuisvesting weergegeven. Alle onderwijsgebouwen zijn op basis van diverse kenmerken in kaart gebracht, voor een overzicht zie bijlage 2. Het overzicht bevat algemene gebouwgegevens, de kwaliteit, de capaciteit en prognose van leerlingenaantallen en enkele financiële gegevens. De informatie is afkomstig van de gemeente en de schoolbesturen.
4.2
Leerlingenprognoses
In november 2020 heeft Pronexus voor de gemeente Bernheze weer een nieuwe leerlingenprognose opgesteld van de verwachte leerlingenaantallen voor de periode 2021-2041. Hoewel de leerlingenprognoses voor een periode van 20 jaar worden opgesteld, is het belangrijk te realiseren dat de betrouwbaarheid de eerste vijf jaar het grootst is, daarna neemt deze snel af. Door allerlei ontwikkelingen, zoals woningbouw, is het leerlingenaantal een dynamisch verhaal, daarom laten we elke twee jaar een nieuwe prognose opstellen. De leerlingenprognoses voor het PO en het VO zijn opgenomen in bijlage 3. Leerlingenprognoses Basisonderwijs De gemeente Bernheze telde op 1 oktober 2020 2384 leerlingen in het basisonderwijs. De eerste jaren daalt het aantal leerlingen nog licht (nog geen 2 %) waarna het gaat stijgen richting de 2600. Deze stijging wordt veroorzaakt door een groei van de doelgroep, voornamelijk door de toenemende woningbouw.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 20 | 47
De stijging is niet gelijk over de verschillende kernen verdeeld. In Heesch en Nistelrode is in 20
jaar sprake van een groei van meer dan 15 %, in Vorstenbosch groeit het aantal leerlingen met 5 %. In Heeswijk- Dinther is het aantal leerlingen over 20 jaar ongeveer gelijk aan het niveau van 2020, in Loosbroek is als enige kern op termijn sprake van een daling van meer dan 10%. In het vervolg van dit hoofdstuk zullen de leerlingenaantallen en de onderwijshuisvesting per kern worden bekeken. Leerlingenprognoses Voortgezet onderwijs De gemeente Bernheze telde op 1 oktober 2020 949 leerlingen in het Voortgezet Onderwijs. De leerlingenprognose laat voor beide scholen eerst een daling van het aantal leerlingen zien, vanaf 2031 gaan de aantallen weer licht stijgen. In 2035 is de verwachting dat er weer bijna 900 leerlingen zijn, in totaal zien we een daling van 6 %. Het is de verwachting dat de stijging vanaf 2031 in de toekomst door zal zetten, de leerlingenaantallen op het VO volgen de leerlingenaantallen op het PO vaak met een vertraging van enkele jaren. 4.3
Toelichting situatiebeschrijving onderwijsgebouwen
Aan de hand van alle verzamelde gegevens is per kern een overzicht van de huidige situatie van de onderwijsgebouwen gemaakt. De overzichten geven een integraal en overzichtelijk beeld van de huidige situatie en mogelijke knelpunten. Het is het eerste vertrekpunt voor een toekomstperspectief per locatie op kernniveau. Ieder schoolgebouw is beoordeeld op de volgende aspecten: ➢ technische staat, ➢ functionaliteit, ➢ binnenklimaat, ➢ onderhoudslasten, ➢ energielasten ➢ vraag en aanbod. De kleuren in de overzicht geven de noodzaak tot ingrijpen weer: ▪ ROOD geeft directe aanleiding tot het ontwikkelen van een huisvestingsscenario (0 - 5 jaar); ▪ ORANJE geeft op korte termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een huisvestingsscenario (6 - 15 jaar); ▪ GROEN geeft aan dat er op dit moment geen aanleiding is voor aanpassing van een huisvestingsscenario (> 15 jaar); ▪ De kleur GRIJS duidt ontbrekende informatie aan; ▪ BLAUW laat zien dat het ruimteoverschot een aandachtspunt voor het schoolbestuur is. 4.4
Primair Onderwijs in de kern Heesch
In de kern Heesch zijn drie basisscholen gehuisvest: BS Emmaus, Samenwerkingsschool De Toermalijn/Delta en BS De Kiem. In Heesch is in de komende 20 jaar sprake van een groei van meer dan 15 %. Deze groei zet meteen in 2021 in en het leerlingenaantal blijft groeien tot een totaal van 1259 in 2036. De groei is vooral te verklaren door een toename van het aantal woningen. Onderstaand schema geeft een overzicht van de prognose van het aantal leerlingen en het bijbehorend aantal groepen binnen de kern Heesch.
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 21 | 47
Aantal leerlingen
histrie Prognose 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2031 2036 Naam school BS Emmaus BS De Toermalijn* BS De Kiem BS Delta* TOTAAL
501 501 497 491 481 482 495 541 551 443 462 471 480 483 499 512 559 569 97 110 113 116 117 122 125 137 139 33 1074 1073 1081 1087 1081 1103 1132 1237 1259
2041 540 558 136 1234
* per 1 augustus 2020 is BS delta samengegaan met BS De Toermalijn
Aantal leslokalen
2020 Naam school BS Emmaus BS De Toermalijn BS De Kiem BS Delta TOTAAL
Prognose 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2031 2036 2041
21 19 5 3 48
beschikbaar
21 19 5
21 20 5
21 20 5
20 20 5
20 21 5
21 22 6
23 24 6
23 24 6
23 24 6
22 28 8
45
46
46
45
46
49
53
53
53
58
In totaal zijn er momenteel 60 lokalen beschikbaar in de kern Heesch, waarvan er twee worden verhuurd aan Kinderopvangorganisatie Humankind voor een aanbod van BSO in BS De Toermalijn. Vanaf 2021 is er behoefte aan 45 lokalen, dit loopt op tot 53 lokalen in 2036.
4.4.1 Basisschool Emmaus Basisschool Emmaus is gehuisvest in twee gebouwen, deze zijn naast elkaar gelegen. Het gebouw aan de Saal van Zwanenberglaan is van 2013, de technische staat is zeer goed. Functioneel voldoet het helemaal aan de eisen van deze tijd. In het verleden zijn er wel wat problemen geweest met het goed inregelen van het binnenklimaat, met name de CO2-waardes waren te hoog. Het schoolbestuur probeert met het verfijnen van de inregeling dit probleem op te lossen. Bij de nieuwbouw zijn een aantal zonnepanelen geplaatst, waarmee ook rekening is gehouden met duurzaamheidseisen. De onderbouw van BS Emmaus is gehuisvest in het pand van Brede School Onder de Bogen. Naast de jonge kinderen van de basisschool zijn hier ook een kinderdagopvang, enkele peutergroepen en een BSO gevestigd. Het gebouw voldoet hiermee al aan de wens van het schoolbestuur voor IKC-vorming. Het gebouw Onder de Bogen is van 2005 en verkeert in goede staat van onderhoud. Herschikking basisscholen 2017 In juli 2016 heeft PentaRho in opdracht van de schoolbesturen Filios en SAAM een onderzoek gedaan naar de huisvestingssituatie van de scholen in Heesch. Het betrof een volume- en scenario-onderzoek. Basisschool Emmaus zat in het nieuwe gebouw qua bezetting aan de top van haar capaciteit, waardoor de school niet verder kon groeien en een wachtlijst moest worden
IHP 2021 – 2025 versie 12-02-2021
Pagina 22 | 47
ingesteld. OBS Delta zat in het gebouw Onder de Bogen, gelegen naast de Emmaus, ruim in haar jasje en ook in het gebouw van De Toermalijn stonden 9 lokalen leeg. Uit scenario-onderzoek bleek dat een herschikking van de basisscholen kon zorgen voor een betere benutting van de schoolgebouwen. Beide schoolbesturen hadden de ambitie om (op termijn) twee volwaardige kindcentra te creëren in Heesch in plaats van drie basisscholen. De raad heeft daarom in mei 2017 middelen beschikbaar gesteld om de verhuizing van OBS Delta naar De Toermalijn mogelijk te maken. BS Emmaus kon met het in gebruik nemen van het gedeelte van OBS Delta in Onder de Bogen haar wachtlijsten opheffen. Met de middelen is ook wat achterstallig binnen-onderhoud gerealiseerd. Basisschool Emmaus is de afgelopen jaren nog licht gegroeid en heeft in 2020 haar top bereikt. Door een goede samenwerking en gedeeld gebruik van BSO-ruimten in het gebouw Onder de Bogen heeft Emmaus alle kinderen in beide gebouwen kunnen huisvesten. Na een lichte daling de komende jaren gaan de leerlingenaantallen vanaf 2026 weer licht stijgen. Vanaf 2030 zou de ruimtebehoefte weer wat groter kunnen worden dan het aanbod, maar of dat om actie vraagt kunnen we pas in een later stadium beoordelen. Er is op dit moment dus geen aanleiding om een huisvestingsscenario voor BS Emmaus te formuleren.