CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Heeswijkse Akkers_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 20 Nota van zienswijzen

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 september 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en exploitatieplan Heeswijkse Akkers28.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota van zienswijzen

ontwerpbestemmingsplan en ontwerpexploitatieplan “Heeswijkse Akkers”

In verband met de AVG zijn de NAW gegevens van indieners van zienswijzen in deze Nota geanonimiseerd.

Nota van zienswijzen Zienswijzefase Op 1 februari 2022 hebben burgemeesters en wethouders van de gemeente Bernheze bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpexploitatieplan ‘Heeswijkse Akkers’ (planidentificatie NL.IMRO.1721.BPHeeswijkseAkkers-OW01 en NL.IMRO.1721.EPHeeswijkseAkkers-OW01) gedurende zes weken ter inzage komt te liggen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 2 februari 2022 tot en met 8 maart 2022 ter inzage gelegen. Alle stukken konden gedurende deze periode op afspraak worden ingezien op het gemeentehuis, evenals digitaal op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen genoemde termijn heeft een ieder zienswijzen naar voren kunnen brengen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Tevens is het ontwerpplan toegezonden aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Beide organisaties zagen aanleiding om een zienswijze in te dienen. Zienswijze De gemeente heeft gedurende de inzagetermijn dertien zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn ingediend door omwonenden, de provincie en het waterschap. Ontvankelijkheid zienswijze De ontvangen zienswijzen zijn tijdens de inzagetermijn ingediend en voldoen aan de indieningsvereisten. De zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk en worden in de besluitvorming betrokken. Overzicht ontvangen zienswijzen Voor de nummering is dezelfde nummering als in de nota inspraakreacties aangehouden.

Zienswijzen Zienswijze A Zienswijze B Zienswijze D2 Zienswijze D3 Zienswijze D4 Zienswijze D5 Zienswijze S3 Zienswijze S4 Zienswijze S6 Zienswijze S7 Zienswijze S8 Zienswijze S9 Zienswijze V3

d.d. 18 februari 2022 8 februari 2022 28 februari 2022 2 maart 2022 22 februari 2022 31 januari 2022 17 februari 2022 1 maart 2022 28 februari 2022 5 januari 2022 1 maart 2022 9 maart 2022

ingekomen 18 februari 2022

Kenmerk 1654067 1655488 1650819 1655934 1656485 1654524 1648372 1653408 1656486 1655929 1641696 1656278 1658769

Pagina 3 6 7

Conclusie De zienswijzen hebben betrekking op het ontwerpbestemmingsplan ‘Heeswijkse Akkers’. In deze nota zijn de ingekomen zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. In de beantwoording is aangegeven of er gevolgen voor het vast te stellen bestemmingsplan zijn. De zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Een overzicht van alle wijzigingen is terug te vinden op het einde van deze nota.

1

2

Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Zienswijze A – ingediend op 18 februari 2022 (1654067) De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De genoemde bijlage in de paragraaf vooroverleg is niet toegevoegd bij de toelichting; b. Er wordt verzocht om de afstemming met de regio op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan; c. De kwaliteitsverbetering van het landschap is onvoldoende verantwoord in de toelichting; d. De ontwikkeling wordt onvoldoende in zijn context en structuren gezet; e. De landschapsscan komt niet overeen met het plan; f. Het plan is op het onderdeel ruimtelijke kwaliteit niet toereikend; g. Er dient nader gemotiveerd te worden op welke wijze invulling is gegeven aan artikel 3.26 IOV.

a. De genoemde bijlage in de paragraaf vooroverleg is niet toegevoegd bij de toelichting; Zienswijze Reclamant geeft aan dat in de paragraaf vooroverleg en inspraak verwezen wordt naar een bijlage bij de toelichting. Deze bijlage, de nota van inspraakreacties, is niet bij de toelichting gevoegd. Hierdoor kan niet beoordeeld worden wat met de binnengekomen vooroverlegreacties is gedaan. Beantwoording We voegen de Nota van beantwoording inspraakreacties toe als bijlage bij toelichting van het bestemmingsplan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

b. Er wordt verzocht om de afstemming met de regio op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan; Zienswijze Het voorliggende plan is ter afstemming aangeboden aan de regio en succesvol afgestemd (artikel 3.43, sub c, IOV). Door de reclamant wordt verzocht om deze afstemming op te nemen in de toelichting van het plan. Beantwoording Het verslag van de Regionale afstemming wordt opgenomen in de toelichting onder het toe te voegen artikel Woonvisie binnen hoofdstuk Gemeentelijk beleid. Wordt ook toegevoegd als Bijlage bij de toelichting. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

3

c. De kwaliteitsverbetering van het landschap is onvoldoende verantwoord in de toelichting; Zienswijze Voor wat betreft de kwaliteitsverbetering van het landschap is in het plan opgenomen dat 15 % groen gerealiseerd wordt en daarmee voldaan wordt in natura. Dit is echter niet juist. Allereerst is niet in beeld gebracht wat 1% van de gronduitgifteprijs is en dus hoeveel in landschap geïnvesteerd moet worden. Ook mag deze 1% niet geïnvesteerd worden in stedenbouwkundig groen. Het dient een kwaliteitsverbetering van het landschap betreffen. Wij dringen er bij u op aan het plan op dit onderdeel nader te verduidelijken. Beantwoording Op het noordwestelijke deel van het plan (zie tekening binnen gearceerd gebied) is de omgevingsverordening van toepassing. Voor dit deel zal in het exploitatieplan een bijdrage van 1% van de gronduitgifteprijs gereserveerd worden ten behoeve van kwaliteitsverbetering van het landschap. De uitgeefbare gronden gelegen in het gearceerde deel in de afbeelding hieronder, hebben een gezamenlijke oppervlakte 11.058 m2. Hier zal een financiële bijdrage ter hoogte van een percentage van 1% berekend over de gemiddelde taxatiewaarde € 376,90 per m² uitgeefbare grond in het Exploitatiegebied, ofwel in totaal € 41.679,22, zijnde 1% van € 4.167.921,90,- (€ 376,90 x 11.058 m²).worden gestort in het fonds voor landschappelijke kwaliteitsverbetering.

De tekst en dan met name de laatste alinea van artikel 3.8 was inderdaad niet correct. De tekst wordt aangepast en aangevuld zoals hierboven weergegeven.

>> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

d. De ontwikkeling wordt onvoldoende in zijn context en structuren gezet. Zienswijze Het gebied wordt weinig in zijn context en structuren gezet. Aan de westzijde van Heeswijk-Dinther is een groot gebied Verstedelijking afweegbaar opgenomen. Wij verzoeken u inzichtelijke te maken hoe deze locatie zich tot dat grotere zoekgebied en mogelijke andere locaties daarin

4

verhoudt. Is deze ontwikkeling een eerste stap in een grotere ontwikkeling van de westzijde van Heeswijk-Dinther of wordt hiermee juist de kern op een duurzame wijze afgerond? Beantwoording Naar onze mening wordt in hoofdstuk 3.2 én 4.3.2 Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties een onderbouwing geleverd waarom we aan deze zijde van Heeswijk-Dinther uit gaan breiden én dat het hier gaat om een duurzame afronding van de kern en dat verder uitbreiding aan deze zijde gezien de kwaliteiten van dit gebied niet gewenst is. Voor de duidelijkheid wordt artikel 3.2 aangevuld met onderstaande cursieve tekst. Hierin staat duidelijk dat Een grootschaligere uitbreiding van de dorpsrand van Heeswijk kan in deze zone gevonden worden met de Herpersteeg als absolute grens. De ontwikkeling van Heeswijkse Akkers en Kamersche Hoef sluiten aan bij dit uitgangspunt. Het meer westelijk gelegen gebied bevat te veel kwaliteiten om hier in de toekomst verder planmatige uitbreiding te realiseren. Het historische lint van Heeswijk (Gouverneursweg) volgt westwaarts richting Middelrode de dekzandrug langs de Aa. Ook de agrarische linten Veldstraat en Fokkershoek-Kameren volgen de glooiingen parallel aan de dekzandrug. Deze landschappelijke eenheid ligt ingeklemd tussen de beekdalen van de Aa in het zuiden en de Leijgraaf in het noorden.

Dit gebied is een waardevol en kleinschalig cultuurhistorisch landschap met nog zichtbare authentieke (agrarische) elementen zoals akkers, reliëf en verkavelingsstructuren. Het gebied tussen de linten Veldstraat en Fokkershoek-Kameren betreft een oude langgerekte es die nog intact is (groene lob I). Dit is een waardevol element. De linten Gouverneursweg en Fokkershoek-Kameren worden deels begeleid door een dubbele bomenrij, maar deze stoppen in de kernrandzone. Langs het lint Veldstraat ontbreekt een structurerende laanbeplanting. Het gebied wordt gekenmerkt door een veelheid aan functies varierend van gerenoveerde woonboerderijen tot kleinschalige bedrijvigheid. Tevens zijn er enkele grondgebonden agrarische bedrijven. Het gebied heeft een afwisselend en groen karakter met een goede balans tussen ruimte en massa. Er is een aantal bepalende doorzichten aanwezig die het gebied visueel verknopen met de omgeving, zoals de historische es. Het verder verdichten van deze linten is niet wenselijk. Waar de landschappelijke inpassing rondom de voormalige hoeves sterk is, met grote, groene tuinen, is deze rondom agrarische bedrijven matig en kaal. Een grootschaligere uitbreiding van de dorpsrand van Heeswijk kan in deze zone gevonden worden met de Herpersteeg als absolute grens. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast.

Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

e. De landschapsscan komt niet overeen met het plan Zienswijze In de opgenomen landschapsscan (bijlage) is een ander planidee opgenomen dat waarop het plan nu ziet. Hierdoor klopt deze scan niet met het plan. Beantwoording Er is een aanvullende Quickscan uitgevoerd met daarin het volledig plangebied. Deze zal worden toegevoegd als bijlage bij de toelichting. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

5

f.

Het plan is op het onderdeel ruimtelijke kwaliteit niet toereikend.

Zienswijze Wij stellen u voor om ten aanzien van het onderdeel ruimtelijke kwaliteit in overleg te gaan. We zien namelijk weinig tot niets terugkomen van onze opmerkingen uit het vooroverleg en al met al is om die reden het plan voor wat het onderdeel ruimtelijke kwaliteit betreft niet toereikend. Beantwoording Zie beantwoording punt c en d. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

g. Er dient nader gemotiveerd te worden op welke wijze invulling is gegeven aan artikel 3.26 IOV. Zienswijze Het voorliggende plan is (deels) gelegen binnen het werkingsgebied Attentiezone waterhuishouding. Wij verzoeken u te motiveren op welke wijze invulling is gegeven aan artikel 3.26 IOV. Artikel 3.26 Attentiezone waterhuishouding Lid 1 a. Een bestemmingsplan van toepassing op Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Lid 2 b. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt in ieder geval regels over: c. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; d. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; e. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; f. het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Lid 3 g.

Het tweede lid is niet van toepassing op werkzaamheden die behoren tot het normale beheer en onderhoud. Beantwoording De betreffende instructieregels zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan middels een dubbelbestemming en bijbehorende regels (artikel 11). Daarmee zijn de waarborgen waarop artikel 3.26 IOV ziet, in het bestemmingsplan aangebracht. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

6

Zienswijze B – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Er wordt verzocht om de bouwblokken en particulieren tuinen buiten de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’ te plaatsen;

a. Er wordt verzocht om de bouwblokken en particulieren tuinen buiten de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’ te plaatsen; Zienswijze Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt een A-watergang. Naast een A-watergang geldt aan weerszijden een beschermingszone van 5 meter. Deze beschermingszone is aangewezen voor het uitvoeren van beheer en onderhoud van de A-watergang. De Keur stelt daarom in de beschermingszone beperkingen aan het plaatsen van obstakels zoals bebouwing en beplanting. In zowel de verbeelding als de toelichting van het bestemmingsplan is deze leggerwatergang met bijbehorende beschermingszone opgenomen. Zoals aangegeven heeft deze beschermingszone de functie om doelmatig onderhoud uit te voeren door de toegankelijkheid te borgen. In genoemd bestemmingsplan is de beschermingszone eveneens bestemd als bouwblok en tuin. Hierdoor ontstaat conflicterend ruimtegebruik. Het is vanuit het waterschap niet wenselijk om deze uitwerking van het bestemmingsplan mogelijk te maken. Wij verzoeken u om het plan zodanig aan te passen dat de beschermingszone, zoals ook in het bestemmingsplan staat opgenomen blijft gehandhaafd. De betreffende bouwblokken en particuliere tuinen zijn hierdoor binnen deze beschermingszone niet mogelijk. Beantwoording De gemeente is voornemens om een zakelijk recht te vestigen.

In dit geval blijkt dat in de huidige situatie de gemeente aan beide zijden grondeigenaar is. Voor een gedeelte van de watergang blijft de gemeente aan weerszijden eigenaar. Daar hoeft geen zakelijk recht te worden gevestigd. Voor het gedeelte waar particulieren zich gaan vestigen, dient er minimaal één particulier met de gemeente een zakelijk recht te vestigen om de beoogde obstakels aan de zuidzijde van de watergang te kunnen vergunnen. Daarnaast is de verkaveling zodanig aangepast dat alle bouwvlakken buiten de beschermingszone van 5m zijn gepositioneerd. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

7

Zienswijze D2 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Verkeersveiligheid; b. Geluidsoverlast; c. Verplaatsen groene buffer en behoud van de haag;

a. Verkeersveiligheid; Zienswijze Reclamanten hebben in een inspraakreactie aangegeven dat een naast hun perceel ingetekende ontsluitingsweg naar verwachting tot een verkeersonveilige situatie zal leiden. In de beantwoording van de inspraakreacties is aangegeven dat voor een verkeersonveilige situatie niet hoeft te worden gevreesd nu de Gouverneursweg ter hoogte van de ontsluitingsweg opnieuw zal worden ingericht als een 30 km/u-zone met een zogenoemde markante plek om de kruising te accentueren. Door de lagere snelheden die deze wijziging teweeg brengt zal er voldoende overzicht zijn en liggen eventuele problemen in het kader van verkeersveiligheid niet in de rede. Reclamanten betwijfelen echter ten zeerste in hoeverre deze wijzigingen daadwerkelijk tot een verkeersveilige situatie zullen kunnen leiden. De ervaringen ter plaatse lijken namelijk het tegendeel aan te tonen. In de eerste plaats heeft de inrichting van dit deel van de Gouverneursweg als 30 km/u-zone er niet tot nauwelijks toe geleid dat bestuurders zich daadwerkelijk aan deze lagere snelheid houden. In de tweede plaats kan ook sterk worden afgevraagd in hoeverre het veranderen van dit deel van de Gouverneursweg in een “markante plek" daadwerkelijk voor verbeteringen zal zorgen.

Reclamanten vragen dan ook hardop af of nog verdere maatregelen gepland staan om de verkeersveiligheid aldaar te verbeteren en zo ja, welke. De maatregelen die worden genoemd in de beantwoording van inspraakreacties blijken namelijk onvoldoende te zijn om snelheidsoverschrijdingen aldaar te voorkomen. Beantwoording Het ontwerp van de doorgaande weg door Heeswijk-Dinther (traverse) is een ontwerp dat tegemoet komt aan zowel verkeersveiligheid als leefbaarheid. De wensen van bewoners zijn in het ontwerp meegenomen en er is goed gekeken naar verkeersveiligheid. Op de gehele route is gekeken naar maatregelen om de snelheid te remmen. Niet alleen de wegversmallingen, maar ook materiaalgebruik, wegbeeld en andere inrichtingselementen dragen allemaal bij aan een 30 km-uitstraling. Door de aansluiting van de nieuwe weg wordt ook het verkeersbeeld anders. Het huidige verkeer hoeft geen rekening te houden met verkeer uit de zijweg. Zowel de traverse als de nieuwe weg krijgen een maximumsnelheid van 30 km/uur, waardoor het kruispunt gelijkwaardig wordt. Daarnaast blijkt uit delen die al zijn ingericht, dat de gereden snelheid fors omlaag is gegaan. De gemeente verwacht dit ook in het nieuwe gedeelte. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

b. Geluidsoverlast; Zienswijze Reclamanten hebben in een inspraakreactie aangegeven dat de nieuwe ontsluitingsweg naar de gouverneursweg hoogstwaarschijnlijk tot geluidsoverlast zal leiden op hun perceel.

8

In de Nota van inspraakreacties is aangegeven dat 30 km wegen buiten het bereik van de wet geluidhinder vallen en hieraan niet getoetst hoeft te worden. Daarbij kunnen de verwachte effecten van de nieuwe wegen als marginaal en daarmee toelaatbaar worden beschouwd, ook met inbegrip van de beoogde aanvullende maatregelen om het verkeer op de gewenste manier te verdelen. Dit standpunt is op zichzelf gezien juist echter moeten hierbij wel een tweetal nuanceringen worden gemaakt.

In de eerste plaats kan - met verwijzing naar hetgeen in het voorgaande hierover is opgemerkt worden betwijfeld in hoeverre de bestuurders aldaar zich daadwerkelijk aan de snelheidslimiet zullen houden. Ter hoogte van de Gouverneursweg is deze begrenzing nog niet succesvol gebleken namelijk. Cliënten zouden dan ook graag vernemen welke maatregelen genomen zullen worden om te garanderen dat de snelheidslimiet op de ontsluitingsweg wél daadwerkelijk zal worden nageleefd. In de tweede plaats is de Wet geluidhinder weliswaar niet van toepassing, maar zal desalniettemin moeten kunnen worden gegarandeerd dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd als gevolg van de aanleg van deze weg. Zonder akoestisch onderzoek ter onderbouwing hiervan is onduidelijk of aan dit vereiste wordt voldaan en kan dus niet worden uitgesloten dat de ontsluitingsweg in strijd is met een goede ruimtelijke ordening In het bijzonder gezien de zeer geringe afstand tussen de ontsluitingsweg en het perceel van cliënten. Samengevat is nog steeds onvoldoende onderzocht wat de effecten van de ontsluitingsweg zullen zijn op de geluidsituatie op het perceel van cliënten. Beantwoording Een 30 km/h weg is volgens art. 74, tweede lid, sub b van de Wet geluidhinder (Wgh) niet zoneplichtig en valt daarmee formeel gezien buiten het bereik van de Wgh.

Wel dient ook dit te voldoen aan het beginsel van de goede ruimtelijke ordening. Het gaat daarbij om het maken van een belangenafweging, waarbij alle bij een plan betrokken belangen worden afgewogen. Dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet worden aangetoond, is een terechte constatering. Bij weggedrag zoals passend is bij de gekozen inrichtingsmaatregelen (30 km), zou je die maatregelen als voldoende waarborg mogen beschouwen. Aspecten als stedenbouw, landschap en financiën spelen een rol, alsmede de vraag of het treffen van een bepaalde maatregel doeltreffend genoeg is. In dit geval zijn inrichtingsmaatregelen voorbereid, op zowel de Gouverneursweg als in de nieuwe ontsluitingsstraten zelf. Deze maatregelen worden toereikend geacht, ook gelet op de andere belangen die dienen te worden betrokken in de belangenafweging. Een akoestisch onderzoek kan de daadwerkelijk verwachte geluidbelasting op het perceel / de gevel in kaart brengen (zoals op basis van de Wgh het geval zou zijn), doch is het zeer de vraag of er een overschrijding zou zijn en als er een overschrijding zou zijn, welke maatregelen doeltreffend zouden kunnen zijn. In dit geval is gekozen voor het verleggen van de groenstrook van de oostzijde van de ontsluitingsweg naar de westzijde, zodat die als groene buffer kan fungeren.

De gevelbelasting zal naar verwachting geen overschrijding tonen, maar in de tuin zal wellicht een lichte overschrijding zijn. Ondanks dat de Wgh formeel niet van toepassing is, ligt het in de rede om in het kader van de goede ruimtelijke ordening daar aansluiting bij te zoeken. In de Wgh is op een woonperceel alleen de woning een geluidgevoelig object en niet de tuin. Bovendien is het echter niet aannemelijk dat die overschrijding onaanvaardbaar is. Het aantal elektrische auto’s neemt in de toekomst bovendien alleen maar toe, zodat een onaanvaardbare aantasting van woon- en leefklimaat ook vanuit dit oogpunt niet in de rede ligt.

9

>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

c. Verplaatsen groene buffer en behoud van de haag; d. Zienswijze Cliënten geloven dat het realiseren (en garanderen) van een groene buffer tussen de ontsluitingsweg en hun perceel de nadelige ruimtelijke effecten die dit plan teweeg brengt wellicht enigszins kan verzachten. Evenals het behoud van de nu al aanwezige groen haag. In de nota van inspraakreacties is door de gemeente aangegeven dat hiertoe een mogelijkheid bestaat.

Zowel het verplaatsen van de groene buffer als de waarborg dat de haag behouden zal moeten blijven, zijn op dit moment echter nog niet in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Cliënten wensen dan ook met klem te verzoeken om beide aspecten (verplaatsing van de groene buffer én het behoud van de haag) alsnog te verwerken in het (definitieve) bestemmingsplan. Beantwoording De groenbestemming voor de geplande groenstrook gelegen ten oosten van de nieuwe ontsluitingsweg zal worden verlegd naar de westzijde. Hierdoor is de gewenste buffer gecreëerd tussen het woonperceel en de nieuwe ontsluitingsweg. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

10

Zienswijze D3 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woningen is onvoldoende onderbouwd, ook in relatie tot ontwikkeling Kamersche Hoef; b. Het voorontwerpbestemmingsplan is in strijd met de structuurvisie uit 2010 van Bernheze; c. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het gemeentelijk vigerende groenbeleidsplan - Groenbeleid Kernen 2018 – gemeente Bernheze en daarmee eveneens met de relevante passages uit ander beleidsstukken; d. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het beleidsplan Adaptief Wegbeheer; e. Gevolgen en uitwerking Waterhuishoudkundige onderzoek Heeswijkse Akkers T-010; f. Er is geen aanvullend onderzoek voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden uitgevoerd; g. In de natuurscan is in onvoldoende mate gebleken dat de gemeente als bevoegd gezag deze waarnemingen heeft vertaald naar adequate beschermingsmaatregelen; h. Reclamant bestrijd de nieuwe geprojecteerde ontsluitingsweg over het perceel waarvan de reclamant zakelijk gerechtigde is (1); i. Reclamant bestrijd de nieuwe geprojecteerde ontsluitingsweg over het perceel waarvan de reclamant zakelijk gerechtigde is (2); j.

Reclamant bestrijd de nieuwe geprojecteerde ontsluitingsweg over het perceel waarvan de reclamant zakelijk gerechtigde is (3); k. Er is sprake van onvoldoende groeninpassing van de weg; l. Voor het akoestisch onderzoek zijn verkeerde aannames gemaakt met betrekking tot stedelijk en buitenstedelijk gebied; m. De metingen voor het akoestisch onderzoek zijn onvoldoende; n. De berekeningen van de verkeersintensiteiten moeten eveneens al inspelen op het plan bij de Kamersche hoef; o. Reclamant is van mening dat het plan in onvoldoende mate motiveert op welke wijze is voldaan aan artikel 3.46 van de interim omgevingsverordening; p. De toekomstige patiowoningen nabij het perceel van de reclamant zijn een te grote inbreuk op de vrije zichtlijnen en doorzichten; q. Alle opmerkingen voortkomend uit het wettelijk vooroverleg met de provincie zijn niet voldoende verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan; r. Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de reclamant;

a. De kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan woningen is onvoldoende onderbouwd, ook in relatie tot ontwikkeling Kamersche Hoef; Zienswijze Ingevolge artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is het volgende bepaald: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden: a) er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; b) indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; c) indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als

11

zodanig worden ontwikkeld. Bij deze behoefte gaat het, blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling, niet alleen om de kwantitatieve behoefte. Het kan ook gaan om de kwalitatieve behoefte, zijnde de behoefte aan het specifieke karakter van de voorziene stedelijke ontwikkeling. In de ruimtelijke onderbouwing dient, afhankelijk van de aard van de stedelijke ontwikkeling die het project mogelijk maakt, op objectieve wijze, aan de hand van in de beschrijving vermelde voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens, de behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling te worden beschreven. In deze beschrijving dient tot uitdrukking te komen dat deze behoefte is afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij ook de planologische capaciteit een factor van belang kan zijn. In de beschrijving dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het project niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in het verzorgingsgebied van de voorziene ontwikkeling zal leiden. De behoefte is onvoldoende onderbouwd. Het college heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de beoogde woningen voorzien in een behoefte in kwantitatieve of kwalitatieve zin.

Dit geldt in nog sterkere mate omdat er kennelijk ook sprake is van een geambieerde ontwikkeling van de ‘Kamersche Hoef’ waarbinnen eveneens woningen gerealiseerd dienen te worden. U laat ten onrechte in het midden hoe en op welke wijze beide ontwikkelingen met elkaar samenhangen en op basis van welke afwegingen u verdelingen maakt in het type, soort en volume van woningen, daar waar feitelijk wel sprake is van een complex zoals beschreven in artikel 40, lid b van de Onteigeningswet en de dienaangaande bekende wetsgeschiedenis en de jurisprudentie volgt dat die gebieden onlosmakelijk met elkaar samenhangen (zie ook opmerkingen en verwijzingen onder zienswijze nr. 1). Hierdoor kan het zo zijn dat de gekozen diversiteit aan type woningen onevenwichtig verdeeld is over beide gebieden. Beantwoording De woningbouwopgave voor Heeswijk-Dinther bestaat uit het vergroten van de voorraad met 240 woningen tussen 2016 en 2021. Momenteel zijn daar ongeveer 140 woningen van gerealiseerd of in aanbouw. Dit betekent dat er voor 2021 nog ongeveer 100 woningen gebouwd moeten worden in alle woningtypen en prijscategorieën. Voor de komende Woonvisie 2022 - 2027 wordt de nieuwe behoefte aangegeven. Men kan ervan uitgaan dat voor deze periode de aantallen minimaal gelijk zijn. In het plan Heeswijkse Akkers worden 72 woningen gerealiseerd. Er is dan nog steeds een tekort van 30 woningen.

Het plan Kamersche Hoef zal ongeveer 120 woningen bevatten. Deze zijn nodig voor de periode tot én na 2021. In de toelichting wordt een artikel Woonvisie 2016-2021 opgenomen. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

b. Het voorontwerpbestemmingsplan is in strijd met de structuurvisie uit 2010 van Bernheze; Zienswijze Uit diverse passages van de structuurvisie blijkt dat de geambieerde ontwikkelingen met de bouw van woningen daarmee op gespannen voet staat. Dit blijkt bijvoorbeeld uit: Blz. 40, tweede alinea structuurvisie: “De agrarische sector blijft de drager van het landschap. Derhalve wordt ingezet op het behoud van de agrarische sector en het versneld leren omgaan met processen zoals schaalvergroting en verbreding. ………... De openheid van het landschap dient echter te allen tijde behouden te blijven.”

12

Blz. 40, laatste alinea structuurvisie: “Woonkwaliteiten - Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijk uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Daarnaast krijgt elk centrum haar eigen ‘kleur’: Heesch is een wat drukker centrum, met wat meer grootschalige voorzieningen; Heeswijk-Dinther en Nistelrode zijn kleinschaliger en hebben respectievelijk een cultuurhistorisch en een natuurlijk profiel” Blz. 43 & 44 Structuurvisie, onder paragraaf “5.1 Het natuurlijk systeem 5.1.1 Open landschap. Centraal in de gemeente is sprake van een open landschap. Dit gebied, dat deels bestaat uit jonge ontginningen, kent een grootschalige, rationele verkaveling ten behoeve van de landbouw. Langs de wegen is plaatselijk opgaande beplanting aanwezig, maar verder wordt het gebied gekarakteriseerd door een grote mate van openheid. Hier is relatief weinig bebouwing los van de dorpen aanwezig. De grootschalige openheid voegt een kwaliteit toe aan het landschap en dient om die reden geconserveerd te worden.

Verdichting van het landschap moet zoveel mogelijk worden voorkomen.” “5.1.2 Halfopen Landschap: In de beekdalen en op de dekzandruggen rond de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van het open landschap geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Het halfopen landschap wordt voor het grootste deel gebruikt als landbouwgrond. Door de variatie in dit halfopen landschap is er een coulisselandschap gevormd. Het voegt een kwaliteit toe aan het beeld van de gemeente Bernheze en dient geconserveerd te worden. Verandering aan dit landschap moet hier ook zoveel mogelijk worden voorkomen.” Blz. 47 & 48 Structuurvisie, onder paragraaf “5.3.1 Dorpen: De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Deze dorpen vervullen een belangrijke rol voor het accommoderen van de toekomstige ruimtevraag. Herstructurerings- en intensiveringsprocessen zijn in beginsel overal binnen het bestaand woongebied mogelijk. Uiteraard moet hierbij worden aangesloten op de kwaliteiten en mogelijkheden van dat woongebied. De duidelijke structuur en de variatie van de verschillende dorpen dient behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Waardevolle open plekken (bijvoorbeeld groengebieden in de bebouwde kom) dienen vrij te blijven van bebouwing.

Indien sprake is van verweving van de bebouwing met het omliggende landschap (bijvoorbeeld aan de randen van de dorpen) dient dit karakter te worden behouden en zo mogelijk te worden versterkt. Belangrijk bij de ruimtelijke ontwikkelingen in de dorpen is dat er andere regels met betrekking tot woningbouw kunnen gelden voor woninggebieden als voor bebouwde linten. Per kern zal er in eerste instantie kritisch naar inbreidingsmogelijkheden gekeken worden, met name om in de behoefte aan seniorenwoningen te voorzien (conform de Woonvisie 2010-2015). Waar er sprake is van inbreiding zal deze aansluiten op het karakter van de kern, en waar mogelijk dus niet al te intensief en ‘dicht’ (ook in de kernen moeten de groene kwaliteiten benut worden en moet daarin variëteit geboden worden). Aan de randen zal er beperkt van de aanwezige ontwikkelingsmogelijkheden gebruik gemaakt gaan worden.” Uit de voorgaande passages uit de vigerende structuurvisie blijkt dat er in casu in onvoldoende mate gemotiveerd is om welke reden er gekozen wordt voor een herstructurering en intensivering van de woningbouw die ruimschoots verder gaat dan de ‘beperkte aanwezige ontwikkelingsmogelijkheden’ zoals geschetst in de structuurvisie. Ons inziens te ver.

Het doet eveneens afbreuk aan het karakter van halfopen landschap waarbinnen een zogeheten coulisselandschap gevormd is en treedt met handen en voeten de kwaliteit van het dorpse beeld van de gemeente

13

Bernheze dat het verdient om geconserveerd te worden, aldus de structuurvisie. Het druist in tegen juist de verankering van dat landschap welke door de structuurvisie als nastrevenswaardig wordt beschouwd. Door hier in onvoldoende mate beargumenteerd van af te wijken is er sprake van een onvoldoende belangenafweging of zorgvuldig onderzoek welke maakt dat de ruimtelijke onderbouwing ook om die reden geen stand kan houden. Blz. 48 paragraaf “5.3.2 Bebouwingsclusters - De oorspronkelijke dorpslinten, die aan de oude routes zijn ontstaan, zijn waardevol als historische structuur. Deze zijn uitgegroeid tot een kern of zijn beperkt gebleven tot een bebouwingscluster. Strategie voor de bebouwingsclusters is het hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties voor niet-agrarische functies alsmede (beperkte) toevoeging van nieuw bouwvolume. Belangrijke randvoorwaarde voor de verruimde mogelijkheden is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. Een voorbeeld hiervan is sloop van bebouwing als compensatie voor verruimde mogelijkheden al dan niet in combinatie met Rood voor groen, het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of een versterking van natuur- en landschaps-waarden in de omgeving. Verdichting van de bebouwingscluster is dus in bepaalde gevallen toegestaan, indien dit tot een ruimtelijke verbetering leidt.

Ook door verdunning kunnen bebouwingsclusters in kwalitatieve zin worden versterkt, doordat de open relaties met het landschap worden hersteld. De bestaande waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen gehandhaafd te blijven. Nieuwbouw dient qua maat en schaal passend te zijn in de omgeving. ……….. In het raadsvoorstel ‘Ruimte voor Ruimte (verbreed), Buitengebied in Ontwikkeling en verplaatsen intensieve veehouderijen’ is een nadere belangen- en beleidsafweging gemaakt over de mogelijkheid tot het toevoegen van woningen. Dit houdt in dat locaties binnen de bebouwingsclusters niet automatisch geschikt zijn voor het toevoegen van een woning.” Wij stellen ons op het standpunt dat uw college er niet in is geslaagd de voorgenomen nieuwbouw qua maat en schaal in te passen in de omgeving. Dan wel de bestaande waardevolle doorzichten naar het buitengebied te behouden. Dit betreft geen vrijblijvende opgave. U dient een dergelijke afweging te stoelen op het door u vastgestelde beleid ‘Ruimte voor Ruimte (verbreed), Buitengebied in Ontwikkeling en verplaatsen intensieve veehouderijen’ waarbij concrete kaders werden vastgesteld voor een nadere belangen- en beleidsafweging voor de mogelijkheid tot het toevoegen van woningen. Dit heeft u nagelaten hetgeen eveneens leidt tot een onvoldoende ruimtelijke onderbouwing.

Dit geldt in nog sterkere mate omdat er kennelijk ook sprake is van een ontwikkeling van de ‘Kamersche Hoef’ waarbinnen eveneens woningen gerealiseerd dienen te worden. U laat ten onrechte in het midden hoe en op welke wijze beide ontwikkelingen met elkaar samenhangen en op basis van welke afwegingen u verdelingen maakt in het type, soort en volume van woningen, daar waar feitelijke wel sprake is van een complex zoals beschreven in artikel 40, lid b van de Onteigeningswet en de dienaangaande bekende wetsgeschiedenis en de jurisprudentie volgt dat die gebieden onlosmakelijk met elkaar samenhangen (zie ook opmerkingen en verwijzingen onder zienswijze nr. 1). Hierdoor kan het zo zijn dat de gekozen diversiteit aan type woningen onevenwichtig verdeeld is over beide gebieden, waarmee teveel afbreuk wordt gedaan aan de structuurvisie dan wel daaraan niet-optimaal recht wordt gedaan. Beantwoording Er wordt verwezen naar algemene punten uit de structuurvisie, tegelijkertijd stond op de ruimtelijke casco kaart welke onderdeel uitmaakt van de structuurvisie dat dit gebied staat aangeduid als ‘zoekgebied wonen’, als een locatie grenzend aan de bestaande bebouwing van de kern is het geen onredelijke locatie in het kader van uitbreiding.

In hoofdstuk 3.2 én 4.3.2 van de toelichting word een onderbouwing geleverd waarom we aan deze zijde van Heeswijk-Dinther uit gaan breiden én dat het hier gaat om een duurzame

14

afronding van de kern en dat verder uitbreiding aan deze zijde gezien de kwaliteiten van dit gebied niet gewenst is. Voor de duidelijkheid zullen we in artikel 3.2 aanvullen met de tekst hieronder in het groen. Hierin staat duidelijk dat Een grootschaligere uitbreiding van de dorpsrand van Heeswijk kan in deze zone gevonden worden met de Herpersteeg als absolute grens. De ontwikkeling van Heeswijkse Akkers en Kamersche Hoef sluiten aan bij dit uitgangspunt. Het meer westelijk gelegen gebied bevat te veel kwaliteiten om hier in de toekomst verder planmatige uitbreiding te realiseren. Deze aanvulling is afgestemd met de Provincie en akkoord bevonden. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

c.

Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het gemeentelijk vigerende groenbeleidsplan - Groenbeleid Kernen 2018 - gemeente Bernheze en daarmee eveneens met de relevante passages uit ander beleidsstukken

Zienswijze In de gemeentelijke beleidsvisie ‘Groenbeleid Kernen 2018 – gemeente Bernheze’, blz. 10 en 11. Daarin wordt uitdrukkelijk gewag gemaakt: “dat Bernheze een groene gemeente betreft en dit een kwaliteit van de gemeente in binnen- en buitengebied is. Er wordt veel waarde gehecht aan het historische karakter van de kernen en centrumgebieden, zoals in de iDOP’s van HeeswijkDinther en Vorstenbosch. Hoogwaardige groene elementen worden daarbij genoemd als middel om bijvoorbeeld de laanstructuren benadrukken of een gebied extra uitstraling te geven. De waarde die aan de groenstructuur wordt gehecht komt in vrijwel elke beleidsvisie terug. Binnen de kernen wordt voor de groenstructuur meer aandacht geschonken aan de centrumgebieden, laanstructuren, de dorpsentrees en kerkhoven. De brede gemeentelijke visie heeft als uitgangspunt dat deze van grotere waarde zijn vanwege de (historische) uitstraling en meerwaarde als visitekaartje. “Bij de versterking van de beleving van het Bernhezense landschap vanuit de dorpen spelen zichtlijnen en doorzichten op het buitengebied een grote rol, maar ook een zorgvuldige inpassing van de (nieuwe) randen, versterking van de landschappelijke structuren in en om de kernen, kerkhoven (die veelal in de dorpsranden liggen), entrees en wegbeplantingen langs invalswegen” (uit het Landschapsontwikkelingsplan).

U weegt met uw voorontwerpbestemmingsplan onvoldoende uw gemeentelijke ambities voor wat betreft de groenstructuur zoals vervat in ‘Groenbeleid Kernen 2018 – gemeente Bernheze’ en het onderliggende Landschapsontwikkelingsplan, alsmede de overige genoemde beleidsdocumenten. Dit nalaten leidt eveneens tot een onvoldoende ruimtelijke onderbouwing. Beantwoording Het Groenbeleid Kernen is opiniërend besproken in de commissie Ruimtelijke Zaken maar niet vastgesteld. Het is daarmee geen vigerend beleid. De overige genoemde plannen zijn wel vastgesteld maar de beoogde ontwikkeling is niet in strijd met die plannen. In het plangebied is veel ruimte gecreëerd voor groen. Kaders die in die plannen worden genoemd, zullen wel worden betrokken bij de verdere planuitwerking. Verder is de aanleg van voldoende groen in het plangebied een belangrijk uitgangspunt van het bestemmingsplan. 15% van het plangebied betreft de aanleg van groen.

15

>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

d. Het ontwerpbestemmingsplan is in strijd met het beleidsplan Adaptief Wegbeheer Zienswijze In het beleidsplan Adaptief Wegbeheer wordt daarnaast een lans gebroken voor een integrale beeldkwaliteit en bijbehorende beheerprofielen. Wellicht het meest relevant is de volgende quote uit het beleidsplan Adaptief Wegbeheer: “Hoofdwegen en hoofdstraten kennen hoge intensiteiten en alle typen van gebruik komen hier voor. Het ligt voor de hand deze intensief gebruikte wegen ook intensief te beheren. In de centrumgebieden is ook sprake van intensief gebruik. Daarnaast speelt hier de beeldkwaliteit een belangrijke rol. Een hoge beeldkwaliteit is hier gewenst.” U geeft aan dat u voornemens bent een extra ontsluitingsweg te realiseren richting de Hoofdstraat. U tekent die ook al voortvarend in uw voorontwerpbestemmingsplan. Echter u besteedt ten onrechte geen enkele aandacht aan de wenselijke ‘hogere beeldkwaliteit’ welke vereist wordt in uw gemeentelijke beleidsvisie ‘Groenbeleid Kernen 2018 – gemeente Bernheze’ en de onderliggende beleidsplan Adaptief Wegbeheer. Beantwoording De nieuwe ontsluitingsweg is geen hoofdweg of hoofdstraat, maar een woonstraat.

Deze nieuwe weg wordt weliswaar de ontsluitingsweg van de Heeswijkse Akkers en in de toekomst ook de Kamersche Hoef, maar de verkeersintensiteit op deze weg van 950 motorvoertuigen die volgt uit het verkeersonderzoek past bij een woonstraat. Er is dus geen sprake van ‘hogere beeldkwaliteit’ bij deze nieuwe weg. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.

e. Gevolgen en uitwerking Waterhuishoudkundige onderzoek Heeswijkse Akkers T010; Zienswijze U geeft aan dat u van zins bent een nieuwe ontsluitingsweg richting de Hoofdstraat te realiseren. U geeft daarbij aan dat het een bijkomend voordeel is dat dan ook de overstort van de Veldstraat verplaatst kan worden. Uit het onderzoek Waterhuishoudkundige onderzoek Heeswijkse Akkers T-010 (24 maart 2017 Kenmerk 2413003-RAP-WT-010), blijkt geenszins waar de overstort dan naar toe kan en of dat doelmatig is. Dit alles geldt in nog sterkere mate omdat er kennelijk ook sprake is van een geambieerde ontwikkeling van de ‘Kamersche Hoef’ waarbinnen eveneens woningen gerealiseerd dienen te worden. U laat ten onrechte in het midden hoe en op welke wijze beide ontwikkelingen met elkaar samenhangen en op basis van welke afwegingen u verdelingen maakt in het type, soort en volume van woningen, daar waar feitelijk wel sprake is van een complex zoals beschreven in artikel 40, lid b van de Onteigeningswet en de dienaangaande bekende wetsgeschiedenis en de jurisprudentie volgt dat die gebieden onlosmakelijk met elkaar samenhangen (zie ook opmerkingen en verwijzingen onder zienswijze nr. 1). Hierdoor is uw onderzoek naar de toekomstige waterhuishouding en de conclusies niet valide. Dit raakt dan ook uw motivering van de ruimtelijke onderbouwing als zijnde onzorgvuldig. Beantwoording

16

U verwijst naar een verouderd rapport en niet naar het waterhuishoudkundig onderzoek dat als bijlage 11 bij het ontwerp bestemmingsplan is gevoegd (kenmerk 2413003-RAP-WT-010 d.d. 11 augustus 2021, te vinden op ruimtelijkeplannen.nl, bij de bijlagen van de toelichting). In het waterhuishoudkundig onderzoek dat als bijlage 11 bij het ontwerp bestemmingsplan is gevoegd wordt in paragraaf 5.5 aangegeven waar de huidige uitstroom van de riooloverstort aan de Veldstraat naar toe verplaatst kan worden (de kruising Gouverneursweg-Veldstraat) en waarom dat noodzakelijk en doelmatig is. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

f.

Er is geen aanvullend onderzoek voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden uitgevoerd;

Zienswijze Op blz. 18 staat bij hoofdstuk 6 Conclusies en aanbevelingen onder paragraaf 6.1 Natura 2000 het volgende vermeld: “De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb.” U heeft een dergelijk onderzoek naar de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet geïnitieerd of laten verrichten. Beantwoording De notitie beoordeling stikstof d.d. 11 februari 2021 is bij het ontwerpbestemmingsplan toegevoegd als bijlage van de toelichting. Daarnaast is er een aanvullend onderzoek uitgevoerd ‘Actualisatie onderzoek stikstof (juni 2022)’. Deze is als bijlage toegevoegd bij de toelichting op het vast te stellen plan. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

g. In de natuurscan is in onvoldoende mate gebleken dat de gemeente als bevoegd gezag deze waarnemingen heeft vertaald naar adequate beschermingsmaatregelen; Zienswijze In paragraaf 6.3 Beschermde planten en dieren wordt het volgende vermeld: “Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren: In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.” De wijze waarop door de gemeente wordt voldaan aan de zorgplicht is onvoldoende. Op basis van de website https://waarneming.nl/locations/1534/ kan inzicht worden verkregen in de speciale soorten beschermenswaardige flora en fauna die zijn waargenomen in de gemeente Bernheze en/of

17

Heeswijk-Dinther. Daaronder bevindt zich ook de meermaals waargenomen zogeheten Muurhagedis – Podarcis muralis. De muurhagedis heeft in de Rode Lijst de status Ernstig bedreigd. De soort is beschermd volgens de Wet Natuurbescherming (Nationaal beschermd, sinds januari 2017). Ook heeft deze soort een beschermingsstatus in de Conventie van Bern en in de Europese Habitatrichtlijn. Daarmee is komen vast te staan dat er voldoende aanleiding is om redelijkerwijs aan te nemen dat deze beschermde soort, maar ook anderen kunnen voorkomen. In de natuurscan is in onvoldoende mate gebleken dat de gemeente als bevoegd gezag deze waarnemingen heeft vertaald naar adequate beschermingsmaatregelen. Beantwoording Dat de aanwezigheid van bepaalde soorten niet geheel kan worden uitgesloten, is inherent aan de wijze waarop het plangebied op aanwezigheid kan worden onderzocht. Om die reden geldt onverkort dat, op het moment dat werkzaamheden in het gebied aanvangen, de zorgplicht in acht moet worden genomen. Dit dient nader te worden geconcretiseerd in flankerende (maatwerk)voorwaarden die aan de Omgevingsvergunning (kap-, rooi- aanleg- en bouwwerkzaamheden) worden verbonden. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

h. Reclamant bestrijd de nieuwe geprojecteerde ontsluitingsweg over het perceel waarvan de reclamant zakelijk gerechtigde is (1); Zienswijze Bij de presentatie van de plannen op de voorlichtingsfilm en tekeningen is de ontsluitingsweg Heeswijkse Akkers van Noord naar Zuid (van de Veldstraat naar de Hoofdstraat) ingetekend via het perceel aan de Hoofstraat 120. Dit perceel behoort niet aan de gemeente toe en kan dus niet in de plannen worden betrokken zoals nu wel is meegenomen in het voorontwerp. De plannen worden gepresenteerd als een voldongen feit maar er is geen overeenstemming tussen de eigenaar en de gemeente over een ontsluitingsweg. Dat betekent dat de uitvoerbaarheid van het plan niet geborgd is en de communicatie die de gemeente en/of projectontwikkelaar daarover bezigen onfatsoenlijk, voorbarig dan wel niet-opportuun dan wel onrechtmatig is. Beantwoording De uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is inderdaad afhankelijk van de realisatie van deze ontsluitingsweg. De gemeente wil de hiervoor benodigde gronden graag via een minnelijk traject verwerven. Indien dit niet mogelijk blijkt, heeft de gemeente andere mogelijkheden met als ultieme middel het starten van een onteigeningsprocedure. Het bestemmingsplan en het bijbehorende exploitatieplan vormen in dat geval de inhoudelijke onteigeningsgrondslag.

>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

i.

Reclamant bestrijd de nieuwe geprojecteerde ontsluitingsweg over het perceel waarvan de reclamant zakelijk gerechtigde is (2);

Zienswijze

18

Voorts is in de plannen niet of onvoldoende beschreven wat de noodzaak is om de ontsluitingsweg via het perceel Hoofdstraat 120 te laten lopen. Er zijn immers alternatieven, die overigens ook zijn benoemd in de eerste gesprekken door de gemeente met eigenaar Hoofdstraat 120. Dit leidt tot een strijdigheid met de proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginselen waaraan een gemeente zich dient te houden, althans in ieder geval moet kunnen motiveren hoe zij in deze afwegingen hebben gemaakt. Beantwoording De woonwijken waren in eerste instantie beoogd om te ontsluiten op de Veldstraat. Dit gaf de nodige problemen. De Veldstraat is ongeschikt om dit verkeer van en naar de woonwijken te verwerken. De gemeente heeft onderzoek laten uitvoeren naar de effecten van de verkeersafwikkeling van de woonwijken. Een nieuwe aansluiting op de Hoofdstraat is noodzakelijk. Binnen het plangebied biedt het perceel Hoofdstraat 120 de enige mogelijkheid om een ontsluitingsweg richting de Hoofdstraat/Gouverneursweg aan te leggen zonder een woning te slopen. Dat is voor de gemeente de motivatie geweest om de ontsluitingsweg via het perceel Hoofdstraat 120 te laten lopen >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

j.

Reclamant bestrijd de nieuwe geprojecteerde ontsluitingsweg over het perceel waarvan de reclamant zakelijk gerechtigde is (3);

Zienswijze De eigenaar van het perceel Hoofdstraat 120 heeft in een eerder schrijven aan het college kenbaar gemaakt dat de gemeente door haar plannen op deze wijze te presenteren een onrechtmatige inbreuk maakt op het eigendomsrecht. Door het presenteren van plannen als een fait accompli is het huis onverkoopbaar en nu al aanzienlijk in waarde gedaald. In uw reactie op deze brief wordt daarover in het geheel niet gesproken en ook niet hoe u denkt de eigenaar te compenseren. Beantwoording De voorgenomen planvorming is op de juiste, wettelijk voorgeschreven manier kenbaar gemaakt en gepubliceerd. Indien het bestemmingsplan uiteindelijk onherroepelijk wordt en er zou schade uit ontstaan, dan zal dat conform het regime van planschade worden afgehandeld. Ook in een eventuele onteigeningsprocedure zijn hier middelen voor. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

k. Er is sprake van onvoldoende groeninpassing van de weg; Zienswijze De groeninpassing blijkt onvoldoende. Het staat als groen ingetekend maar de beeldkwaliteit daarvan staat niet vast. Dit is wel aan de orde op basis van uw beleidsplan Adaptief Wegbeheer waarin een lans wordt gebroken voor een integrale beeldkwaliteit en bijbehorende beheerprofielen en ook op basis van uw Landschapsontwikkelingsplan die het belang benadrukt van entrees en wegbeplantingen langs invalswegen. Beantwoording

19

In het kader van Adaptief Wegbeheer werkt Bernheze met beheerprofielen die (mede) richting geven aan beeldkwaliteit. In de Heeswijkse akkers realiseren wij groen dat op het niveau van aanleg en onderhoud op niveau B staat. Dit is het gangbare niveau binnen woonwijken. Dit is dus voldoende. Invalswegen van de Heeswijkse akkers krijgen allen een brede groenstrook waarin ruimte is om bomen te planten. Zie daarvoor ook het stedenbouwkundig verkavelingsplan.

>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan

l.

Voor het akoestisch onderzoek zijn verkeerde aannames gemaakt met betrekking tot stedelijk en buitenstedelijk gebied;

Zienswijze Blz. 12 rapport Stedelijk en buitenstedelijk gebied: De planlocatie ligt op de rand van Heeswijk waardoor de vraag rijst of de planlocatie stedelijk of buitenstedelijk gebied is. Met de komst van dit plan komt er een substantieel nieuwe aantal woningen bij, waardoor de planlocatie overeenkomt met een stedelijk gebied. Daarnaast heeft de gemeente aangegeven de wens te hebben om een groter deel van de naastgelegen weg de Veldstraat binnen de bebouwde kom te plaatsen. Dit heeft dan ook weer effect op de maximale toegestane snelheid. In onderhavige onderzoek is er worst-case uitgegaan van de nu heersende snelheidsregimes, maar wordt de planlocatie wel gezien als een stedelijk gebied, gelet op de hoeveelheid geprojecteerde woningen. Hiervoor is gekozen omdat er nog geen concreet beeld is van waar welke nieuwe snelheidsregimes worden toegepast als een groter deel van de Veldstraat binnen de bebouwde kom zal vallen, maar het wel duidelijk is dat het gebied gekenmerkt kan worden als stedelijk gebied bij het realiseren van de geprojecteerde woningen. Dat is een ondeugdelijke doelredenering gebaseerd op de toekomst. Deze kan het onderzoek van de verkeersbelasting en gevolgen qua uitstoot en geluidsbelasting onvoldoende dragen ten aanzien van het perceel en de woning van Hoofdstraat 120.

Vergelijk het Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting 'Heeswijkse Akkers’ in Heeswijk Dinther, van 10 december 2020 Aelmans - Rapportnummer: M168900.006.001.R1/GGO. Beantwoording Het toetsen van bestaande woningen is van toepassing als er sprake is van een nieuwe bron (weg of straat), waarvan het qua intensiteiten of snelheidsregimes aannemelijk is dat de toelaatbaarheid onderzocht zou moeten worden. Aangezien het hier echter zo is dat we alleen woonstraten (30 km) projecteren met beperkte intensiteiten, is dat hier niet het geval. De verwachte effecten kunnen als marginaal en daarmee toelaatbaar worden beschouwd, ook met inbegrip van de beoogde aanvullende maatregelen om het verkeer op de gewenste manier te verdelen. Gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure wordt een verkeersbesluit genomen om de Veldstraat tot minimaal de Herpersteeg, binnen de bebouwde kom te laten vallen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Dit is een bevoegdheid van het college. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

20

m. De metingen voor het akoestisch onderzoek zijn onvoldoende; Zienswijze De metingen zijn onvoldoende. Zo ontbreken metingen ten aanzien van de woning van Hoofdstraat 120. Met de kwalificatie G17 lijkt alleen de schuur/garage afgedekt, maar daarmee nog niet de woning. Dit wordt niet geheeld doordat het wel zou blijken uit de overzichtstekening van bijlage 1 blz. 22 van het rapport, in het bijzonder de Akoestisch onderzoek berekening gevelbelasting 'Heeswijkse Akkers’ in Heeswijk Dinther, van 10 december 2020 Aelmans - Rapportnummer: M168900.006.001.R1/GGO. Beantwoording Zie beantwoording zenswijze l. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

n. De berekeningen van de verkeersintensiteiten moeten eveneens al inspelen op het plan bij de Kamersche hoef; Zienswijze Bij de plantoelichting op de gemeentelijke website merkt de gemeente Bernheze het volgende op over de ‘Verkeersontsluiting’: o “Omdat het aantal woningen toeneemt en daarmee het aantal verkeersbewegingen in Heeswijkse Akkers en later Kamersche Hoef, zal de huidige Veldstraat niet meer geschikt zijn voor de hoeveelheid verkeer. De Veldstraat is te smal en we kunnen hem door de sloot die er langs ligt niet verbreden. Daarnaast willen we de wegen van en naar de kern van Heeswijk-Dinther niet extra belasten. o We hebben gekeken naar verschillende mogelijkheden om het verkeer in de toekomst in goede banen te leiden. De meest geschikte oplossing is een nieuwe ontsluitingsweg richting de Hoofdstraat. Voordeel hiervan is dat dan ook de overstort van de Veldstraat verplaatst kan worden. Op dit moment voeren we nog gesprekken met de eigenaren van de grond waarop deze nieuwe ontsluitingsweg is ingetekend. Om het verkeer de gewenste kant op te sturen, wordt de Veldstraat richting de kern van Heeswijk Dinther deels afgesloten voor autoverkeer. De Veldstraat blijft dan open voor langzaam verkeer (fietsen en wandelen).

o Zo wordt het autoverkeer gedwongen om gebruik te maken van de meest geschikte wegen, waaronder de nieuwe ontsluitingsweg richting de Hoofdstraat.” Naar onze mening is onvoldoende onderbouwd waarom de Veldstraat ongeschikt is. Waarom kan deze weg niet verbreed worden? Het argument dat de weg door de sloot die er langs ligt niet te verbreden zou zijn is op zijn minst opmerkelijk te noemen nu het probleem van vrijwel elke sloot door middel van een dam of duikers te ondervangen is en daarmee deze weg eenvoudig te verbreden is zonder het woongenot van bewoners in te perken. De gemeente zou op zijn minst nader moeten motiveren hoe en op grond waarvan zij tot deze stellingname is gekomen. U geeft er blijk van dat de gewenste ontwikkelingen zich ook gaan uitstrekken naar de Kamersche Hoef. De berekening van de verkeersintensiteiten hadden tevens dienen te anticiperen op die toekomstige extra woningen die ook verkeersbewegingen zullen genereren. Het verkeerskundig onderzoek had in ieder geval maximeringen moeten bevatten van verkeer, boven welke grenzen er sprake zou zijn geweest van overschrijdingen en in welke mate. Het kan niet zo zijn dat u onderzoeken begrenst, terwijl u weet heeft dat de paramaters binnen afzienbare termijn wijzigen als gevolg van de uitvoering van uw plan. In dezelfde zin uit de provincie hun twijfels in het provinciaal vooroverleg.

21

Beantwoording De gemeente heeft een adviesbureau ingeschakeld om voor het jaar 2030 te bekijken hoe verkeersstromen gaan lopen als gevolg van de woningbouwlocaties Heeswijkse Akkers en Kamersche Hoef. In het rapport wordt bij hoofdstuk 2 ook een toetsingskader beschreven. Bij aansluitingen op de Veldstraat zonder aanvullende maatregelen worden de verkeersintensiteiten op de Veldstraat en de Abdijstraat te groot. Hierbij is gebruik gemaakt van landelijk geaccepteerde maximale belastingen van het wegennet. Het bureau heeft ook alternatieven onderzocht die de belasting op deze wegen zo min mogelijk laten toenemen. Hieruit kwam een alternatief met een afsluiting (knip) op de Veldstraat en een nieuwe aansluiting op de Hoofdstraat. Dit alternatief zorgt voor een goede verkeersafwikkeling die voldoet aan het toetsingskader. De situatie waarbij de Veldstraat verbreed is (als dat al mogelijk zou zijn) en zonder knip voldoet niet aan het toetsingskader en is daarom ongewenst. Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd, waarbij de verkeersintensiteiten en snelheidsregimes 1 op 1 zijn afgestemd met de verkeerskundige keuzen voor het gebied aan de westflank van Heeswijk-Dinther. Het onderzoek is als bijlage toegevoegd aan de toelichting. >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=0da40fe9-17e7-41ae-9750-09f5d7b33b34