Groenstructuurplan 80proc-versie 16-05-2023
Tekst van het document
Groenstructuurplan Bernheze 80% versie
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
2
COLOFON TITEL Ondertitel
3
722210240
OPDRACHTNEMER
idverde Advies Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073 205 11 00 E advies@idverde.nl
OPDRACHTGEVER
Gemeente Bernheze De Misse 6 5384 BZ Heesch
PROJECTNUMMER
722210240
STATUS VERSIE DATUM VASTSTELLING GEMEENTERAAD
Concept 80% versie 2 13-3-2023 --
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
4
INHOUDSOPGAVE COLOFON
3
1.
INLEIDING
7
2.
GROENVISIE
9
3.
SPEERPUNT 1: VOLDOENDE GROEN
14
4.
SPEERPUNT 2: IDENTITEIT
20
5.
SPEERPUNT 3: BIODIVERSITEIT
26
6.
SPEERPUNT 4: GEZONDHEID
31
7.
SPEERPUNT 5: KLIMAAT
33
8.
SPEERPUNT 6: SAMEN VERGROENEN
36
INSTRUMENTEN
39
9.
9.1 Boombeheerplan 9.2 Beheerplan landschapselementen 9.3 Beheerplan stedelijk groen 9.4 Beheerplan bossen 9.5 Groennorm 9.6 Compensatieregeling 9.7 Groenparagraaf 9.8 Vergroeningsplan 9.9 Bewustwordingscampagne 9.10 Handboek bomen 9.11 Programma van eisen openbare ruimte 9.12 Groenstructuurkaart
5
722210240
39 39 39 40 40 40 40 40 40 40 40 41
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
6
1. Inleiding Het belang van een groene leefomgeving is de afgelopen jaren steeds prominenter op de bestuurlijke agenda’s komen te staan. Bewustwording dat groen een positieve bijdrage levert aan actuele maatschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering, biodiversiteit en gezondheid is hiervan de oorzaak. Uit het bestuursprogramma blijkt dan ook dat het belangrijk is dat de vijf kernen leefbaar zijn en dit ook blijven voor de huidige en toekomstige generaties. Dit vraagt om voldoende woningen in een hoogwaardig ingerichte groene woonomgeving die uitnodigt om te ontmoeten, bewegen en recreëren. Ook is het belangrijk dat mensen ook bij hittestress kunnen verblijven in een aangename woonomgeving. Het voornemen is om de kernen groener en klimaatbestendiger in te richten, iets wat duidelijk in het bestuursprogramma wordt onderstreept. Openbaar groen is geen doel op zich maar draagt bij aan gezondheid, beleving, biodiversiteit en klimaat. Bernheze is van origine een groene gemeente. Het buitengebied, de ruimte en het groen worden bijzonder gewaardeerd. Dit willen we graag zo houden. Daarnaast willen we de potenties van groen nog sterker inzetten om ook in de toekomst een fijne leefomgeving te kunnen blijven bieden.
Met de juiste inzet van groen blijven de straten koel in de zomer, droger in de herfst en wordt ervoor gezorgd dat de inwoners uitgenodigd worden om een rondje te gaan wandelen of hardlopen. Zo biedt groen een plek om te vertoeven, ontmoeten, te sporten of te bewegen, te recreëren, te spelen en te ontspannen. Het huidige beleid wat op een strategisch/tactisch niveau richting geeft aan het groen dateert uit 2001 en is daarom sterk verouderd. Maatschappelijke ontwikkelingen, andere prioritering vanuit provinciaal en rijksbeleid en andere gemeentelijke ambities zijn aanleiding om het groenbeleid te actualiseren in dit Groenstructuurplan. In dit Groenstructuurplan gaan we in op de wijze waarop wij als gemeente ons openbaar groen beschermen, onderhouden en ontwikkelen in lijn met de gemeentelijke ambities. Er zijn ook andere partijen en personen die groen in eigendom hebben en daarmee kunnen bijdragen aan onze doelstellingen. Naast het stellen van ambities en concrete doelstellingen voor ónze eigendommen willen we met dit Groenstructuurplan ook die andere partijen en personen stimuleren om ons hierin te volgen. Definitieblok: Wat is openbaar groen? al het groen in de openbare ruimte in de woongebieden, bomen, struiken en grasbermen in het buitengebied en bossen.
Waar gaat dit plan over? Hoe de gemeente omgaat met haar eigen openbaar groen en hoe zij andere partijen stimuleert om ook bij te dragen aan de beleidsdoelstellingen in dit plan Waar gaat dit plan niet over? Particulier groen (groen op privé terrein), groen van boeren, groen van natuurbeherende organisaties, … Het Groenstructuurplan is als het ware het “groene antwoord” op de Omgevingsvisie van Bernheze. In de Omgevingsvisie komen alle voor Bernheze relevante mondiale, rijks- en provinciale thema’s samen en zijn er keuzes, accenten en prioriteiten gesteld waarop we ons voor de lange termijn gaan richten. Hierin staan de volgende vijf thema’s centraal: -
Gezonde leefomgeving Leefbare kernen Klimaatbestendig en (herstel) biodiversiteit Vitale en duurzame landbouw en economie Landschap en erfgoed
Bij het verder uitdiepen van deze thema’s komen onderwerpen aan de orde die rechtstreeks in relatie staan met ons groen. Enkele voorbeelden van deze onderwerpen zijn: hittestress, bewegen en ontspannen in het groen, groenblauwe speellocaties, natuurinclusief bouwen, verstening en verdroging, waterinfiltratie, en herstellen van landschapselementen ten behoeve van biodiversiteit. Het Landschapsontwikkelingsplan (2012, actualisatie 2020) richt zich meer op de ontwikkeling van het landschap in zijn totaliteit. Dat plan gaat verder dan het openbaar groen en richt zich ook op groen en landschapselementen van derden. Dit Groenstructuurplan richt zich daarentegen op het openbaar groen, wat zich zowel binnen als buiten de bebouwde kom bevindt.
7
722210240
In dit Groenstructuurplan benoemen we hoe we als gemeente naar ons openbaar groen kijken en welke maatschappelijke waarden we daaraan toekennen, we benoemen speerpunten en welke ambities we daarin hebben. Tenslotte benoemen we bij elk speerpunt wat we gaan doen en wat anderen kunnen doen om de ambities samen met ons te bereiken. Tenslotte vermelden we in het uitvoeringsprogramma met welke acties of instrumenten we dat doen. Ook de evaluaties op enkele onderdelen zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Dit Groenstructuurplan met haar bijlagen is een programma onder de Omgevingswet (artikel 3.4)
Dit Groenstructuurplan schetst onze visie op openbaar groen voor de lange termijn. Actualisatie vindt plaats als er aanleiding is die visie aan te passen. Uitvoeringsprogramma en beheerplannen worden periodiek aangepast. Doorlopen proces Dit groenstructuurplan is tot stand gekomen met de interne projectgroep van de gemeente. Daarnaast hebben we in het participatietraject voor de Omgevingsvisie deelgenomen met een deelsessie tijdens een van de werksessies. Ook de raad is geconsulteerd om input te geven met betrekking tot de speerpunten. Het opstellen van het groenstructuurplan liep gelijk op met het opstellen van de omgevingsvisie waarbij ook zoveel mogelijk participatiemomenten samen liepen. Verder is er tijdens de vorming van dit Groenstructuurplan gebruik gemaakt van de volgende momenten en externe informatiebronnen. Tijdens de brede partnerconsultatie werd breed opgehaald welke wensen/ambities diverse partijen hebben ten aanzien van de Omgevingsvisie en specifiek voor het groenstructuurplan. Vervolgens zijn tijdens de raadswerkgroep speerpunten en stellingen gedeponeerd en konden mensen hun mening achterlaten. Deze zijn gebruikt om de speerpunten en stellingen aan te scherpen.
Tijdens het partneroverleg buitengebied zijn de partners gevraagd om hun mening te geven over de hoofdlijn van het groenstructuurplan en mee te denken over de locaties van de groenblauwe structuren en grote groengebieden voor de verschillende kernen.
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
8
2. Groenvisie We hebben groen lange tijd beschouwd als een redelijk eenzijdig onderdeel van de openbare ruimte wat vooral een decoratieve functie had en voornamelijk diende om een prettige leefomgeving te maken. Beleving was de voornaamste functie van groen. Door deze eenzijdige benadering kon een groene inrichting vaak moeilijk concurreren met andere functies zoals (auto)verkeer, (commerciële) werklocaties en woningbouwontwikkeling. De afgelopen jaren zijn klimaatverandering, teruggang in natuurwaarde en zorgen om onze gezondheid steeds prominenter aanwezig in debat en vastgelegd in bestuurlijke regels en ambitie. Daarnaast toont onderzoek aan dat groen een positieve bijdrage levert aan die actuele maatschappelijke thema’s (Figuur 2). De GGD heeft hier ook aandacht aan besteed in Brabantscan GGD, hier is meer te lezen over de positieve effecten van groen op de gezondheid. Eind 2021 is een klimaatanalyse (Klimaatstresstest) uitgevoerd voor het grondgebied van Bernheze op basis van de klimaatatlas (www.as50.klimaatatlas.net). Ook hier zijn op het gebied van droogte, hitte, en wateroverlast kwetsbare locaties en aspecten benoemd. Definitiekader Wat is groen? Groen is alle vegetatie die aanwezig is in de buitenruimte, zowel op privé terrein als de openbare ruimte.
De hoeveelheid groen kan gemeten worden aan de hand van kwantitatieve criteria (m2 grondoppervlak, m3 kroonvolume) en kwalitatieve criteria (mate van bijdragen aan maatschappelijke thema's zoals biodiversiteit, klimaatadaptatie, vastleggen CO2). Gemeente Bernheze stelt het aantal m2 grondoppervlak als basiscriterium om uiteindelijk voldoende kwalitatief groen te kunnen bieden.
Fig. …: overzicht van de impact van groen op de thema’s klimaat, biodiversiteit, gezondheid en beleving (nog wat kleine aanpassingen).
9
722210240
Typisch Bernheze Ook voor onze gemeente zijn de thema’s uit figuur 2 actueel en komen ze grotendeels overeen met de centrale thema’s uit de omgevingsvisie. Er zijn enkele groen gerelateerde onderwerpen die in Bernheze speciale aandacht vragen: Punten waarop we trots zijn en op voort kunnen bouwen Aantrekkelijke groene & gezonde gemeente: Bernheze wordt door de inwoners ervaren als een fijne gemeente waarin voldoende groen is om te recreëren en voldoende rustige en koele plekken zijn. Blauwe infrastructuur wordt vaker als een gemis ervaren. Over het algemeen voelen mensen in Bernheze zich gezond en gelukkig. -
-
Gevarieerd landschap: Bernheze kent drie verschillende landschapstypen met elk hun eigen identiteit: de Peelhorst, het open dekzandgebied en de beekdalen. Elk deelgebied heeft zijn eigen karakter. (Bron: Landschapsontwikkelingsplan Bernheze 2012) Agrarisch cultuurlandschap: Bernheze is vanuit de historie een echte agrarische gemeente. Dat heeft bijgedragen aan ons cultuurlandschap met haar specifieke waarden (Bron: Erfgoedvisie ‘Ode aan het boerenleven’)
Fig. … plaatje GGD bron: Omgevingsscan - GROEN - Bernheze (brabantscan.nl) Aandachtspunten om in de toekomst aantrekkelijk en gezond te blijven. Droogte: Gemeente Bernheze is in vergelijking met de omringende gebieden een droogte-eiland. De peelrandbreuk houdt grondwater van hogere delen tegen. Daarnaast ligt hier een relatief open buitengebied waar het water snel wordt afgevoerd ten behoeve van de landbouwgronden. Droogte hangt samen met hitte en heeft een negatieve invloed op gezondheid, beleving en klimaat. Daarnaast neemt de kans op (bos)brand toe. Fig. 3: droogte in Bernheze, bron Klimaatatlas | As50
-
Monocultuur bomenbestand: Het bomenbestand bestaat (vooral in het buitengebied) voornamelijk uit eiken (Figuur 4). Dit is van oudsher zo ontstaan en dit houden we tot nu toe in stand vanuit cultuurhistorisch oogpunt en oriëntatie. Helaas maakt deze monocultuur dat de bomenlanen kwetsbaar zijn voor ziektes en plagen en gelijktijdige uitval/afbraak. Daarnaast heeft monocultuur een negatieve invloed op biodiversiteit en gezondheid.
Fig. 4: grafiek verhouding boomsoorten? -
Leeftijdsopbouw laanbomen en houtwallen: Veel lanen en houtwallen van de gemeente zijn rond dezelfde tijd geplant. Dat maakt dat ze ook allemaal tegelijk in de fase van verval gaan komen. En die periode lijkt nu aangebroken. In de lanen komt steeds meer uitval voor. Dat is niet alleen een gevolg van GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
10
de leeftijd, maar lijkt ook versneld te worden door toenemende droogte. De houtwallen zijn uitgegroeid tot volwassen elementen met veel bomen. Ze leveren daarmee een karakteristiek beeld op in ons landschap, maar zorgen ook voor hinder bij boeren die hun naburige gronden willen bewerken. Door de grote hoeveelheid bomen wordt de struiklaag soms gehinderd in een goede uitgroei. Slechts enkele soorten overleven hierin en de variatie in soorten neemt af. -
Druk op beschikbare ruimte: Ruimte is beperkt en de functies die gebruik maken van die ruimte nemen toe. Woningbehoefte maakt dat de kernen verstenen en verdichten. Het is in overeenstemming met provinciaal / landelijk beleid door eerst te focussen op inbreiding in bestaande kernen en daarna op uitbreiding. Meer verkeer en intensieve landbouw vragen om bredere wegen en effectief te bewerken percelen. Drukte in de bodem met kabels en leidingen maakt de doorwortelbare ruimte schaars. Minder ruimte in de bermen en rondom akkers voor groen en bomen zijn het gevolg. Met name de bermen in ons buitengebied zijn vrij smal en de vele bomen staan daardoor vlak bij de weg. Dat levert nadelen op voor de weggebruiker omdat hij minder vrije uitwijkruimte heeft en omdat boomwortels het wegdek omhoog drukken. Het beperken van deze opdruk kost de gemeente jaarlijks veel onderhoudsmiddelen in het wegbeheer. Voor de bomen is het ongunstig omdat ze vaak te weinig vrije ruimte hebben om volwaardig uit te kunnen groeien tot de laanboom van minimaal 60 jaar oud die we voor ogen hebben. Het gebrek aan groenoppervlak en bomen heeft een negatief effect op alle invloed-gebieden van groen: gezondheid, klimaat, beleving en biodiversiteit.
Fig. 5: foto smalle berm -
Eenzijdige inrichting van groen in de kernen: in de kernen liggen groene oppervlaktes die door hun omvang potentie hebben om wat te betekenen voor klimaat, biodiversiteit, beleving maar niet als zodanig zijn ingericht. Nu zijn het vaak grasvlakken met een aantal bomen. Een eenzijdige inrichting van groen is een gemiste kans om effectief bij te dragen aan alle invloedgebieden van groen: gezondheid, klimaat, beleving en biodiversiteit.
Fig. 6: foto eenzijdig groen gras en bomen
Onze huidige Groenstructuur Onze huidige groenstructuur is vastgelegd op Groenstructuurkaarten. Deze laten zien waar de belangrijkste groene lijnen en vlakken liggen die drager zijn van onze groene kwaliteit. Dit samenspel aan lijnen en vlakken zorgt samen voor een groen raamwerk over onze gemeente. Deze structuren zijn al in het vorige Groenstructuurplan (2001) vastgelegd. Intentie is om die structuren te behouden en versterken.
Fig: groenstrucuurkaart Arcadis
Onze groene visie op de (nabije) toekomst We willen met ons groen invloed hebben op bovenstaande uitdagingen die spelen in Bernheze. Hiermee dragen we bij aan de centrale thema’s in de Omgevingsvisie en aan onze trots: een aantrekkelijke groene & gezonde gemeente. We richten ons de komende tijd op de onderstaande speerpunten: 1. 2. 3. 4.
11
722210240
We willen onze kernen leefbaar houden door te zorgen voor voldoende kwalitatief openbaar groen en het huidige gemiddelde van 107 m2 openbaar groen per woning minimaal behouden We willen dat openbaar groen meer bijdraagt aan identiteit, beleving, oriëntatie en het agrarische karakter in de hele gemeente. Wij willen dat openbaar groen meer bijdraagt aan het herstel en versterken van de biodiversiteit. Wij willen dat het openbaar groen meer gelegenheid biedt aan recreëren, sporten, ontspannen en ontmoeten zodat het bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
5.
6.
Wij willen openbaar groen meer inzetten als natuurlijk middel om de gevolgen van klimaatverandering (hitte, wateroverlast, droogte en overstromingen) te verminderen, en passen ons sortiment aan op het veranderende klimaat. We stimuleren inwoners en andere partijen om zich samen met ons voor bovenstaande doelstellingen in te zetten, in de openbare ruimte en op eigen terrein.
In de volgende hoofdstukken lichten we per speerpunt toe: -
Wat zien we? (wat verstaan we er precies onder en welke aanleidingen zijn er) Wat willen we? (welke ambities we hebben) Wat gaan we daarvoor doen? (met welke actie of instrumenten doen we dat en wat kunnen anderen doen om samen met ons de ambities te bereiken)
In kader / intermezzo: waarde van Groen Nu er meer mensen in bebouwde gebieden wonen, wordt groen steeds belangrijker. Zo is groen belangrijk om klimaatverandering tegen te gaan en de natuur te behouden. Maar groen is ook belangrijk voor de lichamelijke en mentale gezondheid. Zo nodigt groen uit om elkaar te ontmoeten, te bewegen en te ontspannen. Naast deze voordelen draagt groen bij aan de lokale economie. Want winkels die gelegen zijn nabij groen nodigen uit tot een langer verblijf, in tegenstelling van winkels die gelegen zijn in ‘grijze´ gebieden, wat een gunstig effect heeft op de het behoud van lokale omzet, verblijftijd en het in stand houden van lokaal ondernemerschap. Wat aldus weer een gunstig effect heeft op lokale bedrijvigheid, sponsorschap en werkgelegenheid Gezondheid Een groene omgeving heeft een positief effect op onze gezondheid. Groen verbetert de luchtkwaliteit en zorgt voor verkoeling tijdens warme dagen. Ook nodigt een groene omgeving mensen uit om meer te bewegen en zorgt het voor minder stress. Uit onderzoeken van het RIVM is gebleken dat mensen die in een groene omgeving wonen minder overgewicht, migraine en astma hebben. En dus over het algemeen gezonder zijn dan mensen die in grijze woonomgevingen wonen. Voor de jongste bewoners van onze gemeente levert groen vele positieve bijdragen.
Zo stimuleert spelen en bewegen in de natuur creativiteit, minder overgewicht, een betere motoriek en meer uithoudingsvermogen. Klimaatadaptatie Wij hebben de laatste tijd steeds meer te maken met klimaatverandering. Hevige buien en lange periodes van droogte en hitte komen daardoor meer voor. Door meer groen aan te planten en om te vormen in de komende jaren verzachten we de gevolgen van extreem weer. Bomen zorgen namelijk voor verkoeling en comfort op warme dagen. Op regenachtige dagen vangt groen in verlaagde vakken water op. We maken als het ware tijdelijke parkeerplaatsen voor het water in extreme situaties om ook schade aan woningen en bedrijven te voorkomen. Het groen maakt kortom onze gemeente veiliger, aangenamer en klimaatbestendig! Economie Een groene omgeving is zowel voor de bewoner als voor de bezoeker van onze gemeente aantrekkelijk om in te recreëren en te verblijven. Het biedt mensen rust en ontspanning maar ook een groen decor om van te genieten. Voor de werknemers en werkgevers zorgt groen voor een aantrekkelijke werklocatie waar men fijner en langer kan werken. Voor onze inwoners heeft groen ook nog een positief effect op de waarde van het vastgoed. Zo zorgt een boomrijke straat al snel voor een waardestijging van €10.000 per woning. En elke boom in de privétuin van bewoners zorgt voor een toename van ongeveer €1.500.
Verder zorgt meer groen voor minder zorgkosten, omdat bomen bijdragen aan de gezondheid en voorkomt groen eventuele toekomstige kosten. Groen vermindert namelijk de
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
12
effecten van klimaatverandering en daardoor ook alle kosten die erbij kunnen komen kijken. Biodiversiteit Naast dat groen vele voordelen heeft voor de mens, heeft het ook vele voordelen voor de diersoorten in de gemeente en omgeving. Door meer en diverse soorten groen aan te planten wordt de biodiversiteit behouden en zelfs versterkt. Een gezonde soortenrijkdom van planten- en diersoorten zorgt voor een natuurlijk evenwicht tussen mens en diersoorten en draagt uiteindelijk bij aan een gezonde leefomgeving. Voordelen groen daken benoemen: Isolatie woning, levensduur dak gaat omhoog, rendement zonnepanelen gaat omhoog. Tevens oplossing voor waterbergingsopgave particulieren indien gekozen wordt voor een groen dak met waterbergende functie. Wellicht ‘nadelen’ ook benoemen van groen, bomen versus zonnepanelen enz.
13
722210240
3. Speerpunt 1: Voldoende groen We willen onze kernen leefbaar houden door te zorgen voor voldoende kwalitatief openbaar groen en het huidige gemiddelde van 107 m2 openbaar groen per woning minimaal behouden
Wat zien we? Bernheze wordt ervaren als een groene gemeente. We hebben nu in totaal 107 m2 openbaar groen per woning. Dat is iets om te koesteren. Aan de andere kant verschillen de wijken sterk in de hoeveelheid groen. Tegelijkertijd wordt er voor vele gemeentelijke opgaven ook naar groen gekeken als belangrijk middel om positieve invloed uit te oefenen. In onze Omgevingsvisie en het Verstedelijkingsakkoord wordt geopteerd voor meer groen. In de Nationale aanpak ‘Klimaatadaptatie gebouwde omgeving’ is voor klimaatadaptatie beschreven hoe Nederland toewerkt naar een minder vrijblijvende aanpak. Meer groen maakt daar een belangrijk onderdeel van uit. De vraag is daarom of we als gemeente wel genoeg groen tot onze beschikking hebben. We hebben voldoende groen areaal nodig om de centrale thema’s uit de Omgevingsvisie en daarmee ook de speerpunten uit dit Groenstructuurplan te kunnen bedienen. Groen is dus geen doel op zichzelf maar een middel om andere opgaven verder te helpen. Hoe groen zijn we eigenlijk? In het Bomenbeleidsplan uit 2017 is de vuistregel voor groen voorgeschreven bij nieuwe plannen waarbij nieuwbouw en een (her-)kaveling plaatsvindt in een verhouding:
60% wonen
20% verkeersruimte
20% groen en spelen
met het streven om dit groen vooral in aaneengesloten groenstructuren aan te leggen.
We hebben een analyse uitgevoerd van het gemeentelijk groenareaal om ook de bestaande woongebieden van Bernheze te toetsen aan de 60-20-20 regel. -
Uitkomst is dat de verhouding nu gemiddeld (alle kernen binnen bebouwde kom Bernheze) 91% grijs (wegen, paden en wonen) ten opzichte van 9% groen is.
-
Hierbij is binnen de bebouwde kom al het gemeentelijk groen meegerekend van de kleinste snipper tot en met de parken (met uitzondering van de sportvelden omdat die niet vrij toegankelijk zijn en niet bijdragen aan de groenbeleving van de wijk). De randbeplanting van de sportcomplexen is wel meegerekend omdat die bijdragen aan de beleving in de woonwijk.
-
De verschillen tussen de wijken zijn groot. Enkele woonwijken hebben een % groen van rond de 20%, bijvoorbeeld De Hoef 2 en Het Rul (Heesch) of Rodenburg en Heilaren in Heeswijk-Dinther. Maar de meeste wijken scoren ver onder dat %.
-
Aantal bomen op gemeentelijke grond per inwoner komt uit op 0,54 / inwoner als gemiddelde in de kernen van Bernheze. Dit is onder het Nederlands gemiddelde wat in de kernen hoger ligt. (ca. 1 boom per inwoner)
-
De analyse toont ook het aantal m2 openbaar groen per woning binnen bebouwde kom : gemiddeld 107m2 per woning. Met kanttekening dat ook hier grote verschillen bestaan tussen de wijken, ongeveer de helft van de aantal wijken ligt (ver)onder de ondergrens van 75m2 die ooit in de Nota Ruimte is opgenomen.
-
We zijn dus niet overal zo groen als we zouden willen.
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
14
15
722210240
-
De 60-20-20% vuistregel speelt niet in op de verhouding van kavels met een grote tuin, ook dan zou er 20% groen aangelegd moeten worden, terwijl mensen met een grote tuin daar minder behoefte aan hebben dan bewoners van woningen met een kleine of geen tuin.
-
Een groennorm die uitgaat van een minimale oppervlakte per woning houdt hiermee beter rekening.
Fig: kaartje met groennorm hele gemeente, in de bijlage per kern. Of in tabelvorm hier toevoegen.
Wat willen we? In onze Omgevingsvisie spreken we de volgende ambitie uit: We zetten in op 20% meer groen en blauw in en nabij onze kernen. 15% Daarvan is grondgebonden, 5% is dak- en gevelgroen. Met ons eigen openbaar groen dragen we daar ons steentje aan bij en we streven naar een toename van stedelijk openbaar groen. Omdat de hoeveelheid groen in verhouding moet staan tot het aantal gebruikers, zetten we in op behoud van het gemiddelde van 107 m2 openbaar groen per woning.
Wat gaan we daarvoor doen? Extra groen aanleggen We zorgen voor een toename van areaal openbaar groen en een betere spreiding door de volgende stelregels te hanteren: -
In bestaande wijken mag het areaal groen niet achteruit gaan*. In bestaande wijken die (ver) onder het gemiddelde zitten vergroenen we actief. Inzet van een stevige groennorm in de in- en uitbreidingswijken omdat we die direct toekomstbestendig willen maken én Bernhezer groen*.
*Het college kan afwijken van deze stelregels en besluiten tot een oplossing met compensatie. Dit kan zowel fysieke als financiële compensatie zijn.
Daarnaast werken we met een totaalpakket aan maatregelen:
Ambitie: We behouden gemiddeld 107 m2 openbaar groen / woning
Bestaand stedelijk gebied: Uitbreidingswijken: 20% van het projectgebied groen op termijn opbouwend naar 100 m2 openbaar groen / woning
Behoud areaal groen in elke wijk
Randen kernen: Parkzones/uitloopgebieden toevoegen en zorgen voor verbindingen
Actief vergroenen grijze wijken Inbreidingen min.20% projectgebied groen Aanpassingen woonstraten: min. 10% (extra) groen
Actief vergroenen grijze wijken en centrumgebieden We vergroenen onze woonwijken actief, waarbij wij prioriteren o.b.v. de groenanalyse m2 per woning. Extra groen in de woonwijken en -straten is belangrijk omdat onze burgers dagelijks behoefte hebben aan een gezonde, klimaat adaptieve omgeving, die er aantrekkelijk uitziet. We stimuleren de vergroening van woongebieden waar het groengemiddelde laag ligt. Ook kleine projecten (stenen eruit, groen erin) dragen daaraan bij.
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
16
We zorgen dat de vergroening in onze woonwijken effectief is door op basis van een omgevingsanalyse de vergroening uit te voeren op de locatie waar die het meeste impact zal hebben. Onderdelen van die groenanalyse zijn onder andere: o huidig hoeveelheid groen m2 /woning o bereikbaarheid van het groen o klimaatatlas o biodiversiteitsscore o overtollige verharding De resultaten van deze analyses en een plan van aanpak leggen we vast in een vergroeningsplan. Centrumlocaties hebben een risico op hittestress door de mate van verstening en het beperkt aanwezige groen. Behoud en aanvulling van bomen en groen staan daarom voorop, om bij te dragen aan waterbuffering, schaduw, verkoeling en luchtzuivering. Met name pleinen komen in aanmerking om te vergroenen tegen hittestress, waarbij rekening moet worden gehouden met voldoende groeiruimte voor de bomen om tot volle wasdom te komen. Groene leefomgeving op niveau houden bij ontwikkelingen We zorgen er met een Bernhezer groennorm voor dat bij ontwikkelingen het oppervlak groen op niveau blijft zodat we iedereen een gezonde leefomgeving kunnen bieden. De groennorm is een voorwaarde voor het toestaan van ontwikkelingen. o o
Bij in- en uitbreidingen moet minimaal 20% van het projectgebied openbaar groen zijn Bij renovaties/reconstructies hanteren wij een norm van minimaal 10% (extra) groenoppervlak t.o.v. de uitgangssituatie.
Deze groennorm geldt zowel voor gemeente als andere partijen en wordt daarom in het Omgevingsplan als regel opgenomen. We onderzoeken de mogelijkheden om deze %norm om te zetten in een m2 norm omdat die bij een compactere bouw meer recht doet aan het aantal gebruikers. Afwijken van deze normen kan alleen als het college daar toe besluit.
Compensatie bij het niet kunnen realiseren van de groennorm Wanneer de initiatiefnemer van een ontwikkeling aangeeft niet te kunnen voldoen aan de groennorm geldt het groencompensatiebeleid. De middelen die hieruit voortkomen, zet de gemeente in om op andere plekken groen toe te voegen.
17
722210240
Parkachtige groen en uitloopgebieden Om ons groenareaal te laten toenemen en op minimaal 107 m2 openbaar groen per woning te blijven, willen we onze hoeveelheid parkachtig groen uitbreiden. Meer en /of grotere parken zorgen voor een gezondere woonomgeving met meer klimaat adaptieve mogelijkheden. Hiervoor kopen wij (landbouw)gronden aan, grenzend aan onze woonkernen. Robuustere bos- en natuurgebieden Door het areaal bos en natuurgebieden grenzend aan onze bestaande natuurgebieden uit te breiden maken we deze robuuster. Areaal bos- en natuurgebieden is van grote waarde voor de speerpunten biodiversiteit en gezondheid en zorgt voor grote arealen extra openbaar groen. We zien hier een belangrijke rol voor de natuurbeherende organisaties en zoeken daarvoor de samenwerking met hen.
Aandacht voor robuuste groene verbindingen We zorgen voor een goed opgebouwde groenstructuur door te toetsen aan de groenstructuurkaart. Groene verbindingen tussen bestaande en nieuwe wijken worden als opgave meegenomen bij ontwikkelingen in bijvoorbeeld Programma’s van Eisen. De groenstructuurkaart laat zien waar op dit moment al waardevol groen, of groene verbindingen aanwezig of gewenst zijn. Op de groenstructuurkaart is ook een ontwikkelperspectief aangeduid dat laat zien: o o
Waar de groene gezonde structuren liggen Waar we willen zoeken naar mogelijkheden voor parkachtig groen en uitloopgebieden (zoekgebied groot groen kernen)
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
18
P.M.: Groene gezonde structuren en zoekgebied groot groen kernen nader definiëren o.b.v. Omgevingsvisie en opiniërende bespreking Dat is gebaseerd op de volgende uitgangspunten. 1.
Elke woning kan goed en makkelijk grote, aaneengesloten groene plekken bereiken waar het fijn verblijven, recreëren en ontmoeten is.
2.
Groene verbindingen binnen de kernen en met het buitengebied versterken en creëren we waar nodig.
3.
Vaak liggen historische groene verbindingen langs (verdwenen) waterlopen/sloten. Door deze te herstellen/robuust te maken ontstaat een beter besef van de identiteit van de omgeving.
Groene kwaliteit toevoegen Al het groen wat we aanleggen of omvormen draagt bij aan de andere doelstellingen van dit Groenstructuurplan; biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid, identiteit en samen. Dat betekent iets voor de kwaliteit van het groen. Aandacht voor diversiteit, waterberging, schaduw, aanleiding tot bewegen, ruimtelijke kwaliteit en samenwerking moeten tot uitdrukking komen in de inrichting van het groen. We streven naar groen dat zo veel mogelijk doelen dient en goed gebruikt kan worden. Daarom maken we groenontwerpen integraal. Vanuit elke straat heeft men zicht op fraaie, grote boomkronen. (lanen, monumentale bomen, toekomstbomen). Vergroenen van privéterrein We stimuleren (eventueel met subsidie voor klimaatbestendige maatregelen) inwoners en ondernemers om de eigen privé-tuin te vergroenen en regenwater af te koppelen van het afvoersysteem via riool of sloten (bijv. doorzagen regenpijpen en van je tuin en het openbaar groen een wadi maken). Je kunt ook denken aan de opslag van water onder de grond (in sifons) voor openbaar groen dat water nodig heeft in droge zomers. Met de woningbouwcoöperaties in Bernheze werken we via een duurzaamheidsakkoord aan een klimaatbestendige omgeving voor de gebruikers en de openbare ruimte daaromheen. Via verschillende communicatieacties worden de huurders enthousiast gemaakt om ook te vergroenen.
19
722210240
4. Speerpunt 2: Identiteit We willen dat openbaar groen bijdraagt aan identiteit, beleving en oriëntatie in de hele gemeente.
Wat zien we? Monumentale bomenlanen langs de doorgaande wegen, singels langs de landwegen, die prominente boom op het plein, het bloemenperkje op de hoek, de leilindes langs de dorpsweg, de geboorteboom in het parkje… groen geeft aanknopingspunten om je thuis te voelen. Vaak onbewust, soms bewust bij bepaalde groenelementen. Groen kan bijdragen aan het gevoel dat je in Nistelrode bent in plaats van in Leerdam, een bomenlaan kan je de zekerheid geven dat je richting het volgende dorp gaat, de gedenkboom helpt je met voelen van verbondenheid. Een aantrekkelijke en afwisselende groenstructuur met een sterke identiteit draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en mogelijkheden voor recreatie voor inwoners en bezoekers. In de gemeente Bernheze komen verschillende landschapstypen samen die zorgen voor een afwisselend buitengebied. Die verschillende landschappen komen voort uit verschillende grondslag (droog, nat, voedselarm, -rijk) met daardoor ook andere vegetatie. Ook de perceelindeling, het wegenpatroon en de waterstructuren verschillen sterk per landschapstype. Deze verschillen zijn in zekere mate ook van invloed op het groen en daarmee ook op de sfeer in de kernen. Heeswijk-Dinther heeft een andere uitstraling dan Loosbroek. In de laatste decennia is het landschap drastisch veranderd.
Door onder andere schaalvergroting van het landschap, verstedelijking en een veranderende grondwaterregulatie zijn de verschillen tussen de landschappen afgevlakt. De gemeente is nog steeds een aantrekkelijke woongemeente en een regio voor dagrecreatie. De doorzetting van de vervlakking van het landschap is echter een bedreiging voor de identiteit van de gemeente, de mogelijkheid om de verschillen te beleven en een gevoel van oriëntatie daaraan te ontlenen. Onze gemeente bestaat uit drie landschappen: De landschappen bestaan uit een combinatie van bodemopbouw, hoogte, grondwatersysteem, groen- en waterstructuren en bebouwing.
Het landschap van de Peelhorst, inclusief natuurgebied De Maashorst Het Beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf Dekzandgebied o De Dekzandruggen o De Dekzandvlakten
Fig: Kaart landschapstypen Meer lezen over de typische verschijningsvormen van de Bernhezer landschappen? Lees verder in het Landschapsontwikkelingsplan.
In Bijlage of kader / intermezzo Het landschap van de Peelhorst Dit landschap is een hooggelegen droog gebied in het Noordoosten van Bernheze. Het gebied bestaat uit hoog en laag terras en meerdere breuklijnen. Deze breuklijnen worden ook wel de Peelrandbreuk genoemd. Langs de Peelrandbreuk komt ook het kenmerkende wijst voor, een verschijnsel wat uniek is voor Europa en mogelijk de wereld. Dit landschap staat bekend om haar bosgebieden met heiderelicten en cultuurhistorische objecten. Ook zijn er veel open, oude bouwlanden in de natte gebieden te vinden. De groenstructuren in de overgangsgebieden tussen het bos en de open vlaktes krijgen extra aandacht. Dit wordt gedaan om de herkenbare groenstructuur in dit gebied te beschermen en verder te ontwikkelen. Het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf Het beekdallandschap bestaat uit halfopen en kleinschalige beekdalen. Binnen dit gebied ligt het bijzondere herkenningspunt landgoed kasteel Heeswijk. Het landgoed wordt namelijk omringd door veel
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
20
dubbele eikenrijen. Ook komen er verschillende populierbossen voor in dit gebied. Welke verspreid zijn over het gehele beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf. Het dekzandgebied Dit landschap bestaat uit zowel dekzandruggen als dekzandvlakten. En wordt vooral gebruikt voor agrarische werkzaamheden. Het dekzandgebied is over het algemeen open. Wij als gemeente willen dit ook zo houden. Maar wij hebben ook als doel om het landschap te versterken door nieuwe landschapselementen te plaatsen zoals bosjes, singels en wegbeplanting. De Grote en Kleine Wetering zijn waterlopen waar het oppervlaktewatersysteem in samenkomt. Enkele deelgebieden met extra potenties Binnen de drie landschappen zijn vijf karakteristieke landschappelijke deelgebieden te vinden, namelijk:
Berkt ’t Grolder De Bleeken Venhof Maashorst
Wij als gemeente zorgen voor identiteit in deze deelgebieden. Dit doen wij door het plantensortiment en de plantwijze af te stemmen op de landschappelijke deelgebieden. Om deze reden maken we gebruik van gebiedseigen plantmateriaal en zaaigoed. En planten we klimaatbestendig groen. Berkt Dit karakteristieke deelgebied is vroeger voor landbouw geschikt gemaakt door de ontginning van woeste gronden. In het gebied is ook een landgoed en sterrenbos terug te vinden. De belevingswaarde in dit gebied is groot voor zowel onze inwoners als bezoekers van de gemeente. Het draagt namelijk bij aan de cultuurhistorie van onze streek. En ook draagt het bij aan onze natuur en natuuronderwijs. ’t Grolder Net als landgoed Berkt is ’t Grolder een natte ontginning. In ’t Grolder komt intensieve veehouderij voor. Terwijl tegelijkertijd de landschappelijke kwaliteit behouden wordt. Dit maakt dit gebied van grote waarde voor onze gemeente. De Bleeken De Bleeken is een redelijk jonge ontginning. Het gebied heeft een open karakter en staat bekend om haar hoge grondwaterstand. Het meest unieke aan dit gebied is dat de bosstroken dienen als landschappelijke geleding. Venhof Het Venhof is ook een natte ontginning en ligt direct aan de kern Loosbroek. Het staat bekend om haar bijzondere ruimtelijke verschijning. Waarin vele singel- en wegbeplantingsstructuren zijn te vinden.
Verder heeft het Venhof een open karakter. De Maashorst De Maashorst is een groot natuurgebied waarin door meerdere gebiedspartijen wordt gewerkt aan de ontwikkeling van procesnatuur. Karakteristieke dorpen Onze gemeente bestaat uit de vijf kernen Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Elke kern heeft een eigen karakter en is op een andere manier ontstaan en ontwikkeld. Hieronder volgt van elke kern een korte beschrijving. Heesch
21
722210240
Heesch is het grootste dorp in onze gemeente. De kern ligt ten zuiden van de stad Oss en op de overgang van de Peelhorst in het oosten. Verder is het dorp omringd door het dekzandlandschap. De stedenbouwkundige structuur en groenstructuur zijn af te lezen aan de ontwikkelingen die Heesch in de loop van de jaren heeft doorstaan. Zo is het dorp door de jaren heen uitgebreid met verschillende nieuwe woonwijken en is er ten westen van het dorp een bedrijventerrein ontwikkeld. Verder zijn er in Heesch verschillende winkel- en sportvoorzieningen te vinden. Het groen in het dorp bestaat voor het grootste gedeelte uit laanbeplanting langs de dorpslinten. Deze dorpslinten zorgen voor veel cultuurhistorische beleving. Verder ligt het bosgebied de Maashorst ten zuidoosten van Heesch. Heeswijk-Dinther De dorpen Heeswijk en Dinther zijn ontstaan op de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en Leijgraaf ligt. In de loop van de jaren zijn de dorpen steeds verder uitgebreid en aan elkaar gegroeid. Waardoor de kern Heeswijk-Dinther is ontstaan. De kern wordt omsloten door een aaneengesloten lintbebouwing. In zowel de voormalige kern van Heeswijk als van Dinther zijn monumentale bomen bewaard gebleven. Ook de open ruimtes zijn bewaard gebleven. De noordzijde van Heeswijk-Dinther bevat waterlopen, bomenrijen en bosjes.
Verder vormt de abdij met bijbehorende lanen voor veel karakter in de groenstructuur. Nistelrode De kern Nistelrode ligt ten zuidoosten van de kern Heesch. Het hele dorp in omringd door het landschap van de Peelhorst welke bestaat uit oude ontginningen. Ten zuiden is Nistelrode gelegen aan het dekzandlandschap. De kern heeft een historisch centrum met historische gebouwen en unieke driehoekige pleinen. De oude wegen die allemaal uitkomen in het centrum zijn voorzien van laanbeplanting. Het buitengebied van Nistelrode staat bekend om haar historische groenstructuren. Verder heeft de kern een aantal cultuurhistorische groene plekken. Zo hebben de historische linten die gelijk aan de Peelrandbreuk lopen een grote cultuurhistorische waarde. Net zoals enkele landwegen ten westen van het dorp dit hebben. Opvallend is dat dwars door de kern Nistelrode drie grotere waterstructuren lopen/liepen die de kern doorkruisen. Hier vond de afwatering plaats van oost naar west, uiteindelijk uitkomend in de Groote Wetering
Vorstenbosch Vorstenbosch bestaat uit jonge ontginningen. Hierdoor zijn de akkers in deze streek wat kleiner. In de omgeving van dit dorp liggen veel bosjes en struwelen. De structuur van Vorstenbosch wordt namelijk afgewisseld door de dekzandruggen en dalen. Vorstenbosch is een typisch esdorp met slingerende wegen aan de rand van de zandgronden die het buitengebied met het bebouwde gebied verbindt. Langs deze wegen komen voornamelijk eiken voor. In het buitengebied van deze kern komen een paar historische groenstructuren voor zoals de Bedafse bergen. Loosbroek De kern Loosbroek ligt in het centrale middengebied van de gemeente. Het dorp heeft een sterk landschappelijk karakter en bijna het hele dorp kent een sterke relatie met het buitengebied. Verder bestaat het landschap van dit deelgebied uit jonge, natte ontginningen.
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
22
De groenstructuur in Loosbroek bestaat uit bomenrijen langs de doorgaande wegen. Waarin verschillende soorten bomen voorkomen. De straten in de woonwijken bestaan alleen uit beplantingen en niet uit bomenrijen. Verder valt het op dat de lineaire landschappelijke ligging van Loosbroek niet tot uitdrukking komt in de groenstructuur.
Wat willen we? Door het behouden, aanvullen en versterken van karakteristieke groenelementen willen we de beleving van de verschillende landschappen in het buitengebied en het gevoel van thuis in de kernen vergroten.
Wat gaan we daarvoor doen? Algemeen Wij zorgen voor identiteit door inrichting, sortiment en plantwijze af te stemmen op de landschapstypen en dorpskarakteristieken waarin een groenelement voorkomt. Wij houden lanen, bomenrijen en landschapselementen zo lang mogelijk in stand als technisch mogelijk is. In Bernheze willen we dat onze bomen probleemloos hun eindleeftijd kunnen bereiken. Dit draagt bij aan alle doelstellingen van het Groenstructuurplan: gezondheid, biodiversiteit, klimaat en beleving en is verder beschreven het instrument Handboek Bomen. Voldoende gezonde bomen is belangrijk, we gaan daarom te werk volgens Handboek Bomen en verkiezen we kwaliteit boven kwantiteit. We accepteren dat het aantal laanbomen minder wordt omdat het niet overal mogelijk is om tweezijdig van de weg bomen te hebben. De bomen die we wel planten, zullen daarentegen een hogere kwaliteit en levensverwachting hebben. Om een groene gemeente te blijven, steken we in op meer bomen in grotere groenvlakken. We werken aan meer bossen, bosjes, houtwallen, houtsingels enzovoorts, maar we stimuleren ook derden om meer landschapselementen aan te planten. Daarnaast benutten we de potenties van onze grotere groenvakken en plantsoenen om hier meer bomen aan te planten. Bomen, houtwallen en zandwegen beschermen we door regels te stellen aan behoud in het Omgevingsplan.
Dit voor zover dit door hogere wetgeving nog niet wordt gedaan. Buitengebied Landschapselementen Wij behouden en ontwikkelen de karakteristieke landschaps- en groenstructuren en stimuleren het herstel van houtwallen en andere groenstructuren. Deze belangrijke identiteitsdragers houden we zo lang mogelijk in stand door middel van deskundig beheer en bescherming. Houtwallen en zandwegen ontwikkelen we door hun ecologische potenties te benutten. Het areaal moet minimaal gelijk blijven, en bij voorkeur toenemen. De kwaliteit brengen we omhoog. Wij behouden en ontwikkelen de kwaliteiten van de verschillende landschapstypen door hier met ons openbaar groen op aan te sluiten. (Laan)bomen Ons laanbomenbestand ontwikkelen we door bij elke verandering gerichte keuzes te maken, waarbij we waarde hechten aan kwaliteit: beplantingen moeten probleemloos uit kunnen groeien tot volwassen toestand. Dan dragen ze optimaal bij aan identiteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit. Gelet op onze smalle wegbermen, kan dat in de toekomst een ander wegbeeld gaan opleveren. Waar nodig kiezen we voor minder bomen (bijvoorbeeld aan een zijde van de weg) die het goed doen, dan veel bomen die niet optimaal uit kunnen groeien of overmatige overlast veroorzaken. In plaats daarvan zoeken we naar andere plekken waar wel ruimte is om bomen volwaardig uit te laten groeien.
Daarbij denken we bijvoorbeeld aan onze eigen zandwegen en natuurgebieden. Maar ook stimuleren we andere partijen om meer bomen aan te planten.
23
722210240
-
Veranderingen in lanen voeren we door via de geleidelijke weg. Natuurlijke momenten, zoals verval of renovaties grijpen wij aan om lanen en rijen aan te passen. Het mobiliteitsplan is ook sterk bepalend voor onze keuzes t.a.v. lanen. Het geeft richting aan de functie, doelgroepen en daarmee ook de inrichting van onze wegen en bermen. We zullen dan ook onze totale inrichting afstemmen op het gewenste gebruik en uitstraling. Een weg kan van sloot tot sloot, of van erfgrens tot erfgrens anders ingericht worden. Op sommige plekken kan dat betekenen dat we inzetten op forse lanen, en op andere plekken op een enkele rij. Beheer van bomen bestaat uit het beheren van de bomen zelf, met aandacht voor eventuele schades of overlast die ze kunnen veroorzaken zoals verhardingsopdruk, schade aan gebouwen enzovoorts. Het zo lang mogelijk in stand houden van laanbomen langs verharding kan alleen als we ook de verharding vlak genoeg houden voor veiligheid en het comfort van de weggebruiker. Het verwijderen van verhardingsopdruk is daarom een wezenlijk onderdeel van ons wegbeheer. Binnen het wegbeheer gaan we continu monitoren op hoe verhardingsopdruk zich ontwikkelt en welke kosten het vergt om deze opdruk te verhelpen.
Als uit die monitoring blijkt dat de combinatie van bomen en verharding onacceptabele onderhoudskosten of onveilige situaties oplevert, kan dat aanleiding zijn om het totale wegbeeld aan te passen. Een dergelijke aanpassing gebeurt op basis van een integrale afweging waarin boomwaarde en wegfunctie worden betrokken. We wijzen lanen aan die hun historische eenduidige uitstraling behouden ten behoeve van cultuurhistorie. Zandwegen We beschermen zandwegen en half verharde wegen als belangrijke identiteitsdragers van het buitengebied. We beschouwen het totale profiel (zandbaan, bermen, beplantingen en sloten) in hun geheel als landschapselement met waarde voor landschap en natuur. Bescherming (behoud), beheer en onderhoud zijn daarop gericht. Wij wensen geen ruimtelijke ontwikkelingen aan zandwegen en half verharde wegen. Ten behoeve van hun behoud en bescherming houden wij deze landschapselementen zo veel mogelijk voorbehouden aan natuur en extensieve vormen van recreatie, en in principe niet aan wonen en bedrijvigheid. watergangen Watergangen en beken vormen mede de identiteit van de omgeving. Verloren gegane watergangen herstellen we waar mogelijk in ere en maken we weer zichtbaar maar geven we een nieuwe functie. Beplanting We gebruiken waar mogelijk gebiedseigen plantmateriaal en zaaigoed. We zorgen voor gebiedseigen en toekomst bestendig groen.
Het moet een goede mix zijn tussen inheems en uitheems. Sommige gebiedseigen soorten hebben moeite met het veranderende klimaat en zijn daardoor niet toekomstbestendig.
Kernen Elke kern en elke wijk heeft zijn eigen karakter. Dat maakt dat ook de opbouw van de groenstructuur overal wat anders mag zijn. Elke kern of wijk heeft een hoofdgroenstructuur. Die groenstructuur behouden en versterken we om te zorgen dat sprake is van een stevig groen raamwerk. Hoofdontsluitingswegen, dorpsentree’s en centrumgebieden kunnen een hoger kwaliteitsniveau in aanleg hebben dan de rest van de openbare ruimte. Dit uit zich in de wat luxere uitstraling van de materialen. Denk hierbij aan bijzonder ingerichte rotondes, entrees enzovoorts. Uitgangspunt is dat beplanting wel zo veel mogelijk in de volle grond wordt aangeplant. Het groen in woonwijken en -buurten heeft een normaal kwaliteitsniveau in aanleg. Dit is groen, dat in de volle grond staat en efficiënt te onderhouden is.
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
24
-
-
-
-
25
722210240
Al het groen heeft een normaal kwaliteitsniveau in onderhoud. Ongeacht de locatie zorgen we ervoor dat groen ‘gewoon goed’ wordt onderhouden. Uitgangspunt hierbij is niveau B volgens de landelijke CROW-normen. Dit kan worden omschreven als sober maar doelmatig en past goed bij ons credo: schoon heel en veilig. Wij maken bij het onderhoud geen onderscheid naar locatie omdat groen overal ‘gewoon goed’ moet worden onderhouden. Burgers zien doorgaans wel een verschil in materiaaltype, maar merken een verschil in onderhoud nauwelijks op. Onze groenstructuur zal veranderen doordat we niet meer overal bomen langs wegen kunnen aanplanten. Andere groenvormen en kwaliteiten komen hiervoor in de plaats. In een berm zonder bomen komen kruidige vegetaties (bloemrijke bermen) beter tot ontwikkeling dan in zwaar beschaduwde bermen. Om het totaal aantal bomen niet te sterk terug te laten lopen, gaan we onze grotere groenvlakken en plantsoenen beter benutten voor het aanplanten van bomen. We benutten de potenties van deze grotere groenvakken en plantsoenen ook om hier belevingskwaliteit toe te voegen. In plaats van eenvoudige grasvelden met enkele bomen, willen we plantsoenen met gevarieerd groen, dat bijdraagt aan de biodiversiteit, en dat uitdaagt tot spelen, recreëren en/of ontmoeten.
We hebben een budget voor vergroeningsinitiatieven vanuit inwoners (Wijkgericht werken) zodat inwoners een eigen invulling kunnen geven aan hun directe leefomgeving.
5. Speerpunt 3: Biodiversiteit Wij willen dat openbaar groen meer bijdraagt aan het herstel en versterken van de biodiversiteit en dat de waarde van openbaar groen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren in de komende jaren toeneemt.
Wat zien we? De diversiteit aan insecten, zoogdieren, planten en bodemleven is de laatste decennia fors gedaald in Nederland. Naast de intrinsieke waarde van diversiteit aan leven draagt het daarnaast substantieel bij aan een leefbare en toekomstbestendige leefomgeving. Forse teruggang van biodiversiteit vormt een bedreiging voor onze voedselzekerheid, gezondheid en economische welvaart. Concrete gevolgen die we nu al ondervinden van de teruggang in biodiversiteit is de opkomst van de processierups. Deze rups heeft te weinig natuurlijke vijanden waardoor de natuurlijke balans verstoort. Ook andere ziektes en plagen bij bomen kunnen we vaak terug voeren op een verstoorde balans in de biodiversiteit. Aan de andere kant zien we ook dat het historisch cultuurlandschap veel te bieden heeft als het gaat om biodiversiteit. De houtwallen, “overhoekjes” en wilde erven dragen bij op dit gebied. Ook de landbouwtransitie biedt kansen om bij te dragen aan een sterke biodiversiteit. Door natuur-inclusief en circulair te gaan boeren kunnen de agrarische bedrijven om hun manier bijdragen aan het herstel van de biodiversiteit In onze gemeente zien we ook dat de biodiversiteit afneemt. In het buitengebied hebben insecten en zoogdieren weinig variëteit in leefomgeving om hier te verblijven of voedsel te verzamelen.
De bermen worden waar mogelijk al omgevormd naar ecologisch beheer waardoor meer variatie in kruiden ontstaat. Hiervan hebben vogels en bijen profijt, maar op te kleine schaal. Ook de monocultuur aan bomen in ons buitengebied werkt disbalans en mogelijk ziekten en plagen in de hand. In de kernen is ons groen voornamelijk nog ingericht op de functie beleving en aankleding van de openbare ruimte en mist de toegevoegde waarde voor andere impactgebieden zoals biodiversiteit. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie hebben we voor de gemeente de huidige mate van biodiversiteit in kaart gebracht middels natuurpunten. Deze kaart toont dat we in grote delen van zowel ons buitengebied als onze kernen een lage biodiversiteit scoren en daarmee afbreuk doen aan onze leefbaarheid. Fig: kaart natuurpunten per deelgebied / wijk In de natuurpuntencalculator zien we sterke verschillen tussen onze wijken. Deze natuurpunten zijn opgebouwd uit areaal, groentype en waargenomen soorten wilde planten en dieren. * Hieronder kaartje en/of tabel toevoegen * In de bebouwde kom werken we nu met de volgende beheertypen die als een hoge mate van natuurlijk kunnen worden beschouwd: -
Bos stedelijke omgeving Bosplantsoen Bermen Ruw gras Gras met bijenmengsel
Daar tegenover staan de volgende beheertypen die als een hoge mate van cultuurlijk kunnen worden beschouwd: -
Gazons (al dan niet met bloembollen) Honden-uitlaatstroken Heesterbeplantingen (solitaire heesters, rozen, hagen) Vaste planten
Deze verhouding is nu 30 procent natuurlijk versus 70 procent cultuurlijk in de bebouwde kom.
GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
26
Beheertype Grassen Gazons Bermen Ruw gras Gras met Bijenmengsel Gazon met bloembollen Hondenuitlaatstroken/velden
areaal 2022
eenheid
cultuur/natuur
percentage
359706 162610 6507 22166 43360 31864
m2 m2 m2 m2 m2 m2
cultuur natuur natuur natuur cultuur cultuur
36% 16% 1% 2% 4% 3%
Watervoorzieningen Wadi's Slootbodem binnen de kom oever binnen de kom Overstortsloten Vijvers en waterpartijen
14336 103073 25850 4134 19544
m2 m2 m2 m2 m2
cultuur cultuur cultuur cultuur natuur
1% 10% 3% 0% 2%
Plantsoen Bosplantsoen Heesterbeplanting Botanische rozen Struik- en perkrozen Bodembedekkers Hagen en blokhagen Vaste planten Braak liggend terrein
95407 56428 8462 1114 22750 29563 1642 2163
m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2 m2
natuur cultuur cultuur cultuur cultuur cultuur natuur cultuur
9% 6% 1% 0% 2% 3% 0% 0%
De grens tussen ‘cultuurlijk’ en ‘natuurlijk’ is bepaald op basis van de mate waarin natuurlijke processen een kans krijgen en de intensiteit van menselijk ingrijpen. Als voorbeeld: in een ecologische berm is de maai-intensiteit laag en krijgen flora en fauna meer kans om zich te ontwikkelen (bloei, voedsel, overwinteren, ….) dan in een normale berm waar intensief wordt gemaaid en maaisel (inclusief plantenzaden en kleine organismen) direct wordt afgevoerd. Dat neemt niet weg dat ook de cultuurlijke beheertypen van meerwaarde kunnen zijn voor de biodiversiteit. Vogels hebben bijvoorbeeld strakke gazons nodig om hier hun wormen uit te halen en vaste planten kunnen, mits de juiste soort, een voedselbron vormen voor insecten.
Wat willen we? Variatie, variatie, variatie! We willen dat de waarde van openbaar groen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren in de komende jaren toeneemt. De enige manier om deze biodiversiteit in de gemeente te verhogen is het aanbrengen van meer variatie in inrichting en beheer en het vergroten van het areaal openbaar groen. Kleinschaligheid, de afwisseling in open en gesloten gebied en beplantingsstructuren die bestaan uit boomlaag, struiklaag en kruidlaag zijn essentieel voor een rijk ecosysteem.
Wat gaan we daarvoor doen? Algemeen
27
722210240
-
De waarde van openbaar groen voor insecten, vogels en kleine zoogdieren moet in de komende jaren toenemen. Hiervoor werken we actief aan een andere inrichting en beheer.
-
Belangrijk uitgangspunt in dit groenstructuurplan is dat we willen beginnen bij een goede basis. We focussen daarom op de ontwikkeling van een goede bodemkwaliteit en
-
-
-
-
-
-
scheppen randvoorwaarden voor een goede insectenstand. Dan volgen de hogere soorten in het ecologisch systeem vanzelf. Wij zorgen ervoor dat het areaal openbaar groen toeneemt en er meer groentypen voorkomen die bijdragen aan biodiversiteit. Het aantal wilde planten en dieren kunnen wij niet bepalen. Wel kunnen wij de voorwaarden scheppen waardoor zich meer wilde planten en dieren vestigen. Hierop passen wij inrichting en beheer van ons openbaar groen aan. We werken aan een toename van het areaal groen, in zo veel mogelijk grote aaneengesloten vlakken. Bij inrichting en beheer houden we rekening met een goed leefgebied voor dieren. Dit biedt voedsel, vocht, veiligheid, voortplantingsmogelijkheden en verbindingen naar andere leefgebieden. Waar aantoonbaar sprake is van barrièrewerking (uitval bomen of doorkruising infrastructuur) zorgen we voor faunavoorzieningen zoals rasters en tunnels. We gaan barrières voor ecosystemen om zich uit te breiden of om bij essentiële foerageergebieden te komen, wegnemen. We monitoren biodiversiteitsontwikkeling op lange termijn m.b.v. natuurpunten. We monitoren biodiversiteitsontwikkeling op korte termijn m.b.v. de verhouding natuurlijke/cultuurlijke beheertypen. We werken aan toename van het areaal natuurlijke beheertypen (bosjes, bosplantsoenen, bermen en gras met bijenmengsel) in de kernen door cultuurlijke beheertypen om te vormen.
In 2035 is de verhouding 50% natuurlijk versus 50% cultuurlijk. Cultuurlijke beheertypen blijven uiteraard bestaan, maar daarin streven we naar optimalisatie van hun ecologische waarden. Bloembollen en vaste planten worden toegepast zodat er gedurende een langere periode in het jaar sprake is van bloemen, en dus nectar voor insecten. Watergangen die geen watervoerende functie hebben, gaan we niet meer maaien, maar ontdoen we periodiek van opkomend houtachtig gewas. Hiermee krijgen ze een natuurlijker karakter en bieden gedurende langere tijd voeding en schuilgelegenheid voor dieren. We zorgen ervoor dat natuur zo min mogelijk wordt verstoord door loslopende honden door een aanlijnplicht in te stellen voor het hele openbare gebied, met uitzondering van aangewezen gebieden.
Biodiversiteit in het buitengebied -
-
-
Het Natuurnetwerk Brabant vormt een belangrijke drager voor de biodiversiteit in Bernheze. Wij blijven werken aan de opgave om de EVZ’s te realiseren zoals Rijk en Provincie die hebben vastgelegd. We gaan onze bermen en watergangen op een ecologische wijze maaien. Dit geeft lange linten door het landschap die een verbindende functie kunnen vervullen. Deze kruidachtige vegetatie kan met het juiste beheer veel voeding bieden voor insecten, en schuilmogelijkheden voor andere kleine dieren. Door deze andere manier van beheren, ontwikkelt zich op een geleidelijke manier een natuurlijke vegetatie die past bij de lokale omstandigheden. Deze methode heeft daarom de voorkeur boven het actief inzaaien van bermen met bloemenmengsels. Incidenteel kan inzaaien wel een ondersteunende maatregel zijn om de ontwikkeling van gevarieerde bermen te bevorderen of om een goede uitgangssituatie te creëren bij nieuwe aanleg. Bestaande houtwallen gaan we beheren met het oog op meer biodiversiteit. Deze houtachtige gewassen zijn van grote meerwaarde voor vogels, kleine zoogdieren en insecten. Concreet betekent dat vaak het wegzagen van een aantal bomen zodat de onderliggende struiken- en kruidenlaag zich beter kan ontwikkelen. Ook kan dit GROENSTRUCTUURPLAN gemeente Bernheze
28
-
-
-
-
-
betekenen dat de struiklaag in fases wordt teruggesnoeid zodat er altijd enkele open, windluwe plekken aanwezig zijn in de houtwallen die voor insecten van grote meerwaarde zijn. Van elke houtwal moet worden bepaald welk streefbeeld het beste past. We onderzoeken of onze bossen van productiebos naar natuurbos omgevormd kunnen worden, tenzij ze bedoeld zijn om een rol te vervullen bij het circulair bouwen in Bernheze. We zijn ons bewust van de (potentieel) verbindende werking van houtwallen, zandwegen, bermen en sloten en zoeken daarom naar mogelijkheden om deze zo ecologisch mogelijk te beheren en/of in te richten. We vormen bomenlanen via de geleidelijke weg om naar diversiteit in lanen wat betreft (streek-eigen) soort, leeftijd en/of vorm. We vergroten kwetsbare natuurgebieden om ze robuuster te maken. Toegankelijkheid van onze natuurgebieden is belangrijk voor natuurbeleving en draagvlak voor natuur. Echter wel onder de juiste voorwaarden. Zonering, spreiding van recreanten en (loslopende) honden zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. Daarnaast heeft een natuurgebied dat door recreanten wordt bezocht, intensiever onderhoud nodig dan een natuurgebied dat ontoegankelijk is voor de mens. Denk hierbij aan het toegankelijk en veilig houden van de paden bijvoorbeeld. We stellen een hondenaanlijnplicht in voor het hele openbare gebied in onze gemeente.
Hiermee beschermen we kwetsbare natuur en beperken problemen door loslopende honden op andermans (agrarische) percelen. We leggen hondenlosloopterreinen aan honden wel los mogen lopen. We geven het goede voorbeeld door onze landbouwgronden te verpachten met randvoorwaarden die de biodiversiteit op en in de bodem doen toenemen. We zoeken de samenwerking met agrariërs om in perceelsranden en met boerenlandpaden de biodiversiteit en de beleving ervan te versterken, zodanig dat het logisch aansluit op de gemeentelijke groenstructuren. Zo ontstaat een ecologische en recreatief fijnmazig netwerk. We zetten ons in voor het hydrologisch en ecologisch herstellen van de wijstgronden en maken de breuklijnen beleefbaar en toegankelijk als geologisch en ecologisch waardevol gebied.
Biodiversiteit in de kernen -
We stimuleren natuurinclusief bouwen. Dit betekent dat groen meer onderdeel is van gebouwen en woongebieden, door het toepassen van bijv. groene daken en groene gevels, het aanbrengen van voedsel- en nestgelegenheid en groene verbindingen naar het buitengebied.`
-
We brengen een en/of rond onze eigen gebouwen zo veel mogelijk groen aan. Daarbij wordt onder andere gedacht aan dak- en gevelgroen. Op deze manier geven wij als gemeente het goede voorbeeld.
-
Bij vervangingsopgaven van groen vormen we om naar beplanting met een hogere ecologische waarde en daardoor hoger scoren met de natuurpunten.