CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde aanvraag omgevingsvergunning d.d. 6 juni 2018

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 7 oktober 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Langenbergsestraat 7-9, Heeswijk-Dinther4.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 omgevingsvergunning

In opdracht van: L.A.A.van der Heijden Langenbergsestraat 9 5473 NM Heeswijk-Dinther Uitgevoerd door: ZLTO Advies Ing. H.W.M. (Herman) Cruijsen Adviseur Omgeving Kantoor ‘s-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 Postbus 100 5201 AC ‘s-Hertogenbosch Telefoon Telefax Email Internet

073-2173580 073-2173001 herman.cruijsen@zlto.nl www.zlto.nl

Datum: 06-06-2018

1. Gegevens inrichting Hier de aard, indeling en uitvoering van de inrichting vermelden. (type bedrijfsvoering, bijv. varkensfokkerij,

vleesvarkens-houderij, slachtkuikenhouderij, volle gronds tuinbouwbedrijf etc. Indeling volgens plattegrond. Met betrekking tot uitvoering een korte beschrijving van de hoofdkenmerken van de belangrijkste apparatuur/installaties/evt. bijzondere materialen/speciale uitvoeringen).

Rundvee/geitenhouderij

Plaats waar de inrichting is of zal worden opgericht Naam inrichting

: L.A.A.van der Heijden

Adres

: Langenbergsestraat 7 + 9

Postcode

: 5473 NM

Telefoon

: 0413-342601

Telefax:

Kadastrale ligging Contactpersoon

: Heeswijk-Dinther

Sectie:

Mobiel

:

Plaats:

Heeswijk-Dinther

F

Nr(s):

1174

: H.W.M. (Herman) Cruijsen ZLTO advies Mail:

2. Gegevens verandering Wijziging binnen de lopende procedure.

De aanvraag word aangepast binnen de lopende procedure. De aanvraag voorziet in het ongewijzigd laten van de aantallen dieren ten opzichte van de vigerende vergunning. Het verschil met de vigerende vergunning is dat de geiten meer ruimte krijgen in verband met dierwelzijn. Beschrijving. Het totaal aantal dieren blijft ongewijzigd, de ruimte voor de melkgeiten word vergroot in verband met het voldoen aan een dierwelzijnsconcept. Aangesloten word bij de oppervlakte norm voor geiten voor de biologische geitenhouderij. Er wordt hiervoor een nieuwe stal gerealiseerd (stal 10) Gegevens vormvrije mer. In overleg met de ODBN en mevrouw Seelen willen wij u verzoeken deze aanvraag tevens te zien als gegevens voor een vormvrije mer beoordeling. De huidige aanvraag blijft in procedure, het besluit op de vormvrije mer zal later aan deze aanvraag toegevoegd worden, waarna het ontwerp besluit opgesteld kan worden.

ZLTO Advies

-2-

3. Bedrijfstijden (aankruisen) Maandag t/m vrijdag

Zaterdag

Zondag

07.00 - 19.00 uur

X

X

X

19.00 - 23.00 uur

X

incidenteel

incidenteel

23.00 - 07.00 uur

X

incidenteel

incidenteel

Bedrijf is continu in werking (b.v. ventilatie), de meeste activiteiten vinden echter plaats tussen 7.00 – 19.00 u.

4. Bestemming Onderhavige locatie is gelegen binnen het Bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Bernheze, hierin heeft de locatie een agrarisch bouwblok. de beoogde uitbreiding past binnen het bestaand bouwblok.

5. Omgeving van de inrichting Bos- c.q. natuurgebieden Afstand emissiepunt bedrijf tot zeer kwetsbaar gebied Afstand emissiepunt bedrijf tot staatsnatuurmonument Afstand emissiepunt bedrijf tot Natura2000 gebied

gebiedsnaam

Milieubeschermingsgebied in grondwaterbeschermingsgebied gelegen in stiltegebied gelegen

>250 Meter Meter Meter

Meter Meter

6. Wijze vaststellen milieubelasting De wijze van vaststelling van de milieubelasting vind plaats middels de ministeriële regelingen, zoals de Regeling ammoniak veehouderij, de Regeling geurhinder veehouderij en Emissiefactoren fijn stof voor veehouderij, zoals deze jaarlijks door het ministerie van Infrastructuur en Milieu worden vastgesteld.

7. Ongewone voorvallen In deze inrichting doet zich geen ongewoon voorval voor of heeft zich een ongewoon voorval voorgedaan. Er doen zich dan ook geen nadelige gevolgen voor of dreigen te ontstaan voor het milieu. Voor dit onderdeel hoeft voor deze inrichting dan ook niet nader getoetst te worden. ZLTO Advies

-3-

8. MER-(beoordelings)plicht Aantal dierplaatsen

Rav-code E 3 t/m E 5

Vormvrije MER beoordeling 2500-40000

MER beoordeling ≥ 40.000

MER rapportage ≥ 85.000

Mesthoenders Hennen

E 1 en E 2

2500-40000

≥ 40.000

≥ 60.000

D3

51-2.000

≥ 2.000

≥ 3.000

D 1.2 en D 1.3

51-750

≥ 750*

≥ 900

D 1.1

500-3750

≥ 3.750

n.v.t.

Pelsdieren (per fokteven)

H 1 t/m H 3

≥ 50

≥ 5.000

n.v.t.

Voedsters

I 1 en I 2

≥ 50

≥ 1.000

n.v.t.

Melk-, kalf- en zoogkoeien

A 1 en A 2

n.v.t.

≥ 200**

n.v.t.

A3

n.v.t.

≥ 340

n.v.t.

A 1 , A 2 en A 3

n.v.t.

≥ 340

n.v.t.

A 4 t/m A 7

51-1200

≥ 1.200

n.v.t.

Schapen en geiten

B1 en C 1 t/m C 3

51-2000

≥ 2.000

n.v.t.

Paarden en pony’s

K 1 en K 3

51-100

≥ 100

n.v.t.

Struisvogels

L 1 t/m L 3

≥ 50

≥ 1.000

n.v.t.

Mestvarkens Zeugen Gespeende biggen

Vrouwelijk jongvee Melk-, kalf- en zoogkoeien Vleesvee

* inclusief opfokzeugen (D 3) ** met maximaal 140 stuks jongvee (A 3)

Ontstaat een bedrijf boven een MER drempelwaarde

ja

⇨

nee ⇩

Ontstaat een bedrijf boven de MERbeoordelingsplicht?

Betreft dit een uitbreiding door nieuwbouw boven een drempelwaarde MERrapportage

⇨

ja

⇨

MERrapportage

nee ⇩ ja

⇨

Betreft dit een uitbreiding door nieuwbouw boven een drempelwaarde MERbeoordeling

nee

nee

⇩

⇩

Vormvrije MERbeoordeling?

ja

MER beoordeling

X ja

nee ⇩ N.V.T.

ZLTO Advies

-4-

9. Milieuzorg Grondstoffenverbruik

Mineralen boekhouding

afvalstoffen

Jaarlijkse afrekening

energieverbruik

Jaarlijkse afrekening

veebezetting

diertellingen, jaarrekening

N.v.t.

10. Toekomstige ontwikkelingen

N.v.t.

11. Bodem Op grond van de Nederlandse Richtlijn Bodem (NRB) kunnen bij onderhavige inrichting de volgende activiteiten als bodembedreigend worden aangemerkt: 

Opslag van mest en meststoffen;

Opslag dieselolie;

Opslag van kadavers;

Opslag reinigings- en ontsmettingsmiddelen in emballage;

Opslag van diergeneesmiddelen;

Opslag minerale oliën.

Globaal is de NRB-aanpak samen te vatten als ‘vloeistofdichte vloeren met een minimum aan gedragsvoorschriften’ of ‘kerende vloeren en/of lekbakken met een zwaar accent op de daarop toegesneden gedragsvoorschriften’. Over het algemeen wordt binnen het bedrijf aandacht geschonken aan incidentenmanagement om het risico tot verontreiniging van de bodem tot een minimum te beperken. Zo wordt personeel geïnstrueerd hoe ze moeten om gaan met bodembedreigende activiteiten. Over het algemeen kan gesteld worden dat met een doelmatige combinatie van maatregelen en voorzieningen een verwaarloosbaar bodemrisico wordt gerealiseerd met betrekking tot de voornoemde activiteiten. Volgens de Bodemrisico Checklist (BRCL) is de emissiescore van de voornoemde activiteiten. Naar analogie van de geschetste systematiek wordt het bodemrisico teruggedrongen worden tot eindemissiescore 1 door het toepassen van de volgende maatregelen:

Opslag van mest en meststoffen ZLTO Advies

-5-

De drijfmest afkomstig van de te houden dieren wordt opgeslagen in mestkelders onder de stallen. De vloeren en de wanden van de mestkelders onder de stallen zijn conform de eisen van de (H)BRM uitgevoerd. Opslag dieselolie De dieselolie binnen de inrichting wordt opgeslagen in een bovengrondsetank welke is gesitueerd boven een vloeistofdichte lekbak. De tank is voorts uitgevoerd conform de bepalingen van de PGS-30. Hiermee wordt een verwaarloosbaar bodemrisico bewerkstelligd. De diesel valt onder ADR-klasse 3 waarop de PGS-15 van toepassing is. Echter in de PGS-15 geldt voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen van de klasse 3 dat alcoholhoudende dranken in consumentenverpakking en dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61 ºC en 100 ºC in deze richtlijn niet worden beschouwd als stoffen van de klasse 3. Hiervoor zullen maatwerkvoorschriften worden opgenomen. Opslag van kadavers De kleine kadavers worden opgeslagen in een vloeistofdichte voorzieningen met koeling. Opslag van reinigings- en ontsmettingsmiddelen in emballage Reinigingsmiddelen worden in originele verpakkingen boven een lekbak opgeslagen in een daartoe bestemde opslagkast. Opslag van diergeneesmiddelen Diergeneesmiddelen worden in de originele verpakking opgeslagen in een afsluitbare koelkast.

Opslag van minerale oliën Olieproducten in emballage worden opgeslagen in een vloeistofdicht vat, welke is gesitueerd boven een vloeistofdichte lekbak.

ZLTO Advies

-6-

Bodembedreigende activiteit

omschrijving

Dieselopslag

Opslag in bovengrondse tank, vrij van grond

2

Opslag reinigingsmiddelen

Op- en overslag emballage vloeistoffen Op- en overslag emballage vloeistoffen Opslag in put/bassin

4

Opslag diergeneesmiddelen Drijfmest

Opslag bestrijdingsmiddelen

systeemontwerp/

beheermaatregelen

basisemissiescore

aanleg/uitvoering

aandacht voor

Vloeistofdicht opvangvoorziening. Toepassing van lekbak en uitvoering conform PGS 30. Afleverinstallatie conform PGS 28. Kerende voorziening/opvangbak

CUR/PBV-44

4

4

bijzonder operationeel onderhoud

inspectie

toezicht

incidenten mangement

eindemissie score

Conform PGS 28 en 30

Vulinstructie, visueel, detectie in tank

Algemene zorg

1

Speciale emballage

Visueel

Faciliteiten en personeel

1

Kerende voorziening/opvangbak

Speciale emballage

Visueel

Faciliteiten en personeel

1

Vloeistofdichte opvangvoorziening mestdichte mestkelders onder stal en in betonnen mestsilo conform Bouwtechnische Richtlijnen Mestbassins Kerende voorziening/opvangbak

Hemelwater (silo’s zijn afgedekt met folie)

Visueel (1)

Algemene zorg

1

Op- en 4 Speciale Visueel Faciliteiten overslag emballage en emballage personeel vloeistoffen Olieproducten Op- en 4 Kerende Speciale visueel Faciliteiten overslag voorziening/lekbak emballage en emballage personeel vloeistoffen 1) inspectie van mestputten is moeilijk of niet uitvoerbaar, risicovol en zeker niet gebruikelijk. De NRB erkend dat niet visueel inpecteerbare (ondergrondse

ZLTO Advies

-7-

1

1

12. Brandveiligheid Brandblusmiddelen aanwezig?

Ja

Zie tekening

N.v.t.

13. Afvalwater

Afvalwaterstroom1

oppervlakte water m3/jr

openbaar riool m3/jr

bedrijfsafvalwater van huishoudelijke aard2 percolaatwater en perssap veevoeders was- en spoelwater melkinstallatie schrobwater varkensstallen- of rundveestallen en uitloopruimten waswater voertuigen veevoer was- en schrobwater pluimveestallen

mestkelder7 m3/jr

bodem (puntlozing5) m3/jr

bodem (diffuus6) m3/jr

anders nl m3/jr

20

50

percolatiewater/ perssap spoelwater sppuitwaapparatuur inwendig/uitwendig afspoelwater geoogst product (prei, waspeen, etc) terugspoelwater ontijzeringsinstallatie hemelwater dak/erf spuiwater9 totaal

1500 1500

0

0 70

0

0

0 0 0

totaal m3/jr

vervuilings waarde8

vervuiling totaal m3/jr

20

0,021

0,42

0

0,016

0

0

0,047

0

0

0,068

0

0

0,012

0

50

0,015

0,75

0

0,077

0

0

0,012

0

0

0,016

0

0 0 1500 0 1570

0,0011 0,001 0,001 0,021 0,3081

0 0 1,5 0 2,67

Toelichting: 1 2. 3. 4. 5. 6.

U kunt ten aanzien van de afvalwaterstroom eveneens verwijzen naar het eerdergenoemd gebruikswater. Er wordt gerekend met 50 liter per in het bedrijf werkzame persoon per dag Totale oppervlak van daken en terreinen vermenigvuldigen met 0,8 (in NL. gem. 0,8 m3/ m2 per jaar). Indien volumestroommeting en/of bemonstering plaatsvindt wilt u dat dan in de laatste kolom aangeven. Een puntlozing heeft normaliter betrekking op een bezinkput of zaksloot Een diffuse lozing op de bodem houdt in dat het afvalwater wordt opgevangen in een aparte opvangvoorziening om vervolgens elders (buiten de inrichting) in de bodem te brengen, hiervoor is een ontheffing in het kader van het Lozingenbesluit bodembescherming vereist 7. Bij een lozing op de mestkelder wordt het afvalwater vermengd met dierlijke mest. De regels voor het opslaan en aanwenden van dierlijke mest zijn dan van toepassing 8. de niet in artikel 2 van het Besluit vervuilingswaarde ingenomen water 2009 opgenomen tabel aan afvalwaterstromen hebben een vervuilingswaarde van 0,021 per m3 9. spuiwater van de chemische-, biologische- en waterwasser is aan bijlage Aa van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet toegevoegd, waardoor het officieel aangewezen als meststof. Het spuiwater kan daarmee als meststof op het land worden gebracht

ZLTO,

-8-

14. Afvalstoffen die in de inrichting ontstaan 14.1 Bedrijfsafvalstoffen Afvalstoffen Huishoudelijk

AfvoerFrequentie 1/maand

Wijze van opslag zakken

1/maand

dozen

Papier

Maximale Opslag 2 zakken

Hoeveelheid per jaar 50 zakken

Inzamelaar/ Verwerker reinigingsdienst

100 kilo

vereniging

100 kilo

Oudijzer handelaar

1 /jaar

Metaal Glas

1/jaar

Schoon

hoop

4m3

Kadaverkar/ton

2

4m3

snoeihout Overig,zoals huisdhoudelijk afval, kunststoffen Kadavers

Op afroep

Rendac

N.v.t.

14.2 Gevaarlijke afvalstoffen

Soort afval

Afgewerkte olie

AfvoerFrequentie

2 x jaar

Hoeveelheid p. jaar (kg, ton of stuks 120 ltr

2 x jaar

15 stuks

Wijze van opslag

Max. Opslag

Inzamelaar /verwerker

drum

60 ltr

Erkend inzamelaar

In org. verpakking

10 stuks

gemeente

Opmerkingen

oliehoudend afval Accu’s verfrestanten Rest.bestrijdingmidd. Tl buizen/spaarlamp N.v.t.

ZLTO,

-9-

15. Lucht In de landbouwsector is voornamelijk de emissie van fijn stof bepalend voor de luchtkwaliteit op de omgeving. Emissies van de overige stoffen, waaraan volgens de Wet luchtkwaliteit getoetst moet worden, zijn verwaarloosbaar en voldoen aan de Wet luchtkwaliteit. Stikstofdioxide komt normaliter vrij bij grootschalige verbrandingsprocessen of vervoersbewegingen, hetgeen in onderhavige situatie niet het geval is. Dus wordt er alleen inzichtelijk gemaakt of de emissie van fijn stof voldoet aan de Wet luchtkwaliteit.

15.1 Fijn stof Hieronder is uiteengezet wat de emissie van onderhavig bedrijf is en of deze niet in betekende mate bijdraagt aan de totale emissie (NIBM). Wanneer dit het geval is, is een uitgebreide berekening niet meer noodzakelijk, conform de handleiding fijn stof. Totaal kg fijn stof /jaar Geldende vergunde situatie Aangevraagde situatie

48,1

verandering fijn stof emissie

0,0

48,1

Op een afstand van (gemeten van emissiepunt tot gevel te toetsen object): Te toetsen object

Langenbergsetraat 10

74

meter meter

Vuistregel Besluit NIBM Afstand tot te toetsen object (meter) Totale emissie in g/jr van uitbreiding

70

80

90

100

120

140

160

324.000

387.000

473.000

581.000

817.000

1.075.000

1.376.000

Bron: ECN. Getallen op basis van berekeningen met STACKS, versie 2008.

Er is een gelijkblijvende luchtverontreiniging die niet in betekende mate bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht. Bedrijf valt onder een categorie indeling dat is opgenomen in Regeling NIBM aan de concentratie PM Berekening luchtkwaliteit is navolgend toegevoegd

ZLTO,

- 10 -

16. Geluid en trillingen 16.1 Akoestisch rapport Zie akoestisch rapport N.v.t.

16.2 Omschrijving (belangrijkste) geluid-/trillingsbronnen binnen de inrichting Ongewijzigd t.o.v. 2015 Geluid/trillingsbron

Aantal van tot

tractor ventilator

1

Aantal uren in bedrijf tussen: 07.00 19.00 23.00 u 19.00 23.00 07.00 u 3

0

0

Bronvermogen Lw (dBA) 102 dB(A) 75 dB(A)

Tijden: - Vullen voersilo’s (vrachtwagen) - Veetransporten (vrachtwagen) - Mesttransporten (vrachtauto) Afvoer vaste mest (tractor en loader Ophalen van eieren Ophalen kadavers N.v.t.

ZLTO,

- 11 -

16.3 Verkeersbewegingen van en naar de inrichting Ongewijzigd t.o.v. 2015 Maximaal aantal per: dag

Week

Maand

van tot

Aantal aan- en afvoerbewegingen tussen 07.00 19.00 23.00 19.00 23.00 u 07.00 u

Personenauto’s Vrachtauto’s bestelauto Tractoren N.v.t.

16.4 Voorzieningen ter beperking van geluid-/trillingshinder Dempers: Plaats ventilatoren N.v.t.

17. Energie 17.1 Energieverbruik (schattingen) Jaar 2018

Elektriciteit

80000

aardgas Dieselolie

ZLTO,

100

Jaar

Jaar

KWh

KWh

KWh

m3

m3

m3

Liter

Liter

Liter

- 12 -

17.2 Maatregelen gericht op een zuinig ge(ver)bruik van energie Energiezuinige verlichting

TL-verlichting

Hoog rendement ketel (HR-ketel) Warmtewisselaar t.b.v. mestdroging Thermische isolatie (wanden, glas etc) N.v.t.

18. Externe veiligheid Agrarische bedrijven met alleen agrarische activiteiten vallen niet onder het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen en de activiteiten die agrarische bedrijven uitvoeren vallen daarom ook niet onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen 1999.

19. Verkeer, vervoer en mobiliteit In de Handreiking ‘Wegen naar preventie bij bedrijven; aanpak preventie in het kader van de Wet milieubeheer voor vervoer, water, afval en energie’ worden handvatten gegeven voor uitvoering van de verruimde reikwijdte in vergunningverlening. Hierin worden bedrijven gevraagd om een preventieplan voor beperking van verkeer- en vervoerbewegingen op te stellen als er meer dan 100 werknemers of 500 bezoekers binnen het bedrijf komen. Dit geldt eveneens wanneer meer dan 2 miljoen transportkilometers per jaar voor verladers en uitbesteed vervoer en/of meer dan 1 miljoen transportkilometers per jaar voor eigen vervoerders worden gebezigd. De huidige bedrijfsactiviteiten zijn van zodanige omvang dat het inzichtelijk maken van verkeer, vervoer en mobiliteit niet relevant is, ook maatregelen om vervoersbewegingen te beperken zijn niet relevant omdat deze middels het generieke beleid worden verbeterd.

20. Geur In de directe omgeving van het bedrijf zijn enkele geurgevoelige objecten gelegen, zijnde een aantal burgerwoningen en de burgerwoningen in de bebouwde kom, zoals omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In de Wgv wordt namelijk onderscheid gemaakt tussen geurgevoelige objecten binnen en buiten de bebouwde kom, behorende bij een veehouderij of niet bij een veehouderij en gelegen in concentratiegebieden of niet-concentratiegebieden zoals gedefinieerd in de Meststoffenwet. De geuremissie dient overeenkomstig de Wgv individueel benaderd te worden. Bij de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning dient de geurbelasting op omliggende burgerwoningen niet hoger te zijn dan de hiervoor geldende normen, de normen kunnen per gemeente verschillend zijn, dit is vastgesteld middels een gemeentelijke geurverordening, danwel rechtsreeks voortkomend uit artikel 3 van de Wgv. Voor de verspreidingsberekeningen wordt gebruik gemaakt van het verspreidingsmodel V-stacks vergunning. V-stacks vergunning is een computerprogramma voor het berekenen van geur rond dierenverblijven. Aan de hand van V-stacks vergunning wordt de geurbelasting berekend en getoetst. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). Voor dieren zonder geuremissiefactoren gelden minimaal aan te houden afstanden.

In paragraaf 20.1 zijn de resultaten weergegeven van de geurberekening.

ZLTO,

- 13 -

In de directe omgeving van het bedrijf is/zijn gelegen:

Imissie ter plaatse van het gevoelig object:

Geurgevoelig object binnen een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom

Zie geurberekening ouE/m3

Geurgevoelig object binnen een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom ouE/m3 Geurgevoelig object buiten een concentratiegebied, binnen de bebouwde kom ouE/m3 Geurgevoelig object buiten een concentratiegebied, buiten de bebouwde kom ouE/m3

In de directe omgeving van het bedrijf is/zijn gelegen:

Op een afstand van (gemeten van emissiepunt tot gevel gevoelig object):

Geurgevoelig object dat onderdeel uitmaakt van een andere veehouderij n.v.t.

Meter

20.1 V-stack geurberekening Naam van de berekening: geurberekening beoogd Gemaakt op: 5-04-2018 14:39:55 Rekentijd: 0:00:02 Naam van het bedrijf: Heijden, Langenbergsestraat 9 Heeswijk Dinther beoogd 2018 Berekende ruwheid: 0,22 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volgnr. BronID

X-coord.

Y-coord.

1 2 3 4 5 6

165 323 165 344 165 350 165 392 165 361 165 368

407 517 407 506 407 535 407 546 407 574 407 599

stal 1 stal 2 stal 3 stal 8 stal 9 stal 10

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID 7 M Hondstraat 3 8 M LB 3 9 M LB 6 10 LB 8 ook paard?

ZLTO,

EP Hoogte 7,0 5,0 4,5 3,4 7,4 7,8

Xcoordinaat 166 359 165 348 165 424 165 473

Gem.geb. hoogte 4,9 3,3 3,4 3,6 4,9 4,9

Ycoordinaat 407 550 407 372 407 355 407 386

EP Diam. 0,50 0,50 0,35 0,35 2,39 2,45

Geurnorm 3,0 8,0 8,0 8,0

EP Uittr. snelh. 4,00 4,00 4,00 4,00 3,34 0,95

EAanvraag 4 896 2 565 1 425 855 19 740 8 460

Geurbelasting 0,9 7,8 6,7 7,0

- 14 -

Stal 10

stal 9

Aantal dieren: gespeende biggen guste en dragende zeugen

aantal

opfokzeugen vleesvarkens kraamzeugen opfokleghennen (kooi) opfokleghennen (scharrel) opfokleghennen (voliere) leghennen (kooi) leghennen (scharrel) leghennen (voliere) opfokvleeskuikenouderdieren vleeskuikenouderdieren vleeskuikens kalkoenen (hennen) kalkoenen (hanen) lammeren 0 -2 maanden lammeren 2 -12 maanden volwassen geiten vleeskalveren rose-kalveren eenden totaal

Lengte (evenwijdig aan gevel)

nokventilatie aantal

ZLTO advies

450

m3/h totaal m3/h 12 0 58 0 31 31 75 1,3 1,8 1,5 2,1 2,8 2,4 2,6 5 2,4 12,6 21,6 4 15 36 100 150 3,5

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 16200 0 0 0 16200

aantal m3/h

1050

totaal m3/h 12 58

0 0

31 31 75 1,3 1,8 1,5 2,1 2,8 2,4 2,6 5 2,4 12,6 21,6 4 15 36 100 150 3,5

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 37800 0 0 0 37800

Diameter emissiepunt: fictieve totale diameter van het uitstroomoppervlak: Lengte (evenwijdig breedte hoogte oppervlak aan gevel) breedte hoogte 2,8 1,4 7 3,92 2,8 1,167

oppervlak 7 3,267

nokventilatie diameter hoogte aantal*hoogte oppervlakte aantal 2 0,72 7 14 0,81 0 0

3

diameter hoogte aantal*hoogte oppervlakte 0,72 7 21 1,221451224 0 0 - 15 -

2

0 0 0 0 0 0 14

Hoogte emissiepunt: hoogte van de stuwbak en ventilatoren EP Hoogte: 1 x 7,5 + 2 x 7,985 :3 = 7,8 Diameter emissiepunt is de fictieve totale diameter: EP Diam. EP uittreesnelheid

0,81

0 0 0 0 0 0 21 1,221451224

3

Hoogte emissiepunt: hoogte van de stuwbak en ventilatoren, EP 7,80 meter Hoogte: 1 x 7 + 3 x 7,5 2,45 meter Diameter emissiepunt is de fictieve totale diameter: EP Diam. 0,95 m/sec EP uittreesnelheid

Stal 9 :hoogte emissiepunt stuwbak is 7 meter, hoogte van de stuwbak 3 meter. Stal 10 :hoogte emissiepunt stuwbak is 7,5 meter, hoogte van de stuwbak 4,2 meter.

ZLTO advies

- 16 -

7,40 meter 2,39 meter 3,34 m/sec

21. Beste Beschikbare Technieken Nagegaan dient te worden of de aanvraag onder de reikwijdte van de IPPC-richtlijn valt (Richtlijn nr. 96/61/EG Raad van de Europese Unie, 24 september 1996) en een toename van de ammoniakemissie uit de inrichting (als gevolg van de uitbreiding) een belangrijke toename van verontreiniging veroorzaakt. De IPPC-richtlijn wordt gekenmerkt door het voorschrijven van verdergaande emissiearme stalsystemen voor nieuwe installaties of installaties die gewijzigd worden. In de agrarische sector worden deze ingevuld door het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Staatscourant 1 juli 2015, nr. 16866), de Beleidslijn IPPComgevingstoetsing ammoniak en veehouderij welke gepubliceerd is door VROM in juni 2007 en de Oplegnotitie BREF Intensieve pluimvee- en varkenshouderij welke door Infomil is uitgegeven in juli 2007. Uit bijlage 1 van de IPPC-richtlijn blijkt dat deze van toepassing is op intensieve veehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee, meer dan 2.000 plaatsen voor vleesvarkens of meer dan 750 plaatsen voor zeugen. De IPPC-richtlijn is niet van toepassing. Daarnaast dient de opslag van de dieselolie te voldoen aan de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 30(PGS30). De tank is voorts uitgevoerd conform de bepalingen van de PGS-30. Hiermee wordt een verwaarloosbaar bodemrisico bewerkstelligd

22. Gassen Soort

Aantal

Flessen/tanks

Totale inhoud (liter of m³)

Nr op tekening

Opmerkingen (doorhalen n.v.t. is)

Nr op tekening

propaan N.v.t.

23. Gevaarlijke stoffen in emballage Soort

Soort opslag Hoeveelheid boven/ondergronds / Max. opslag

ontsmettingsmiddel diergeneesmiddelen

Bovengronds

10 liter

18

Bovengronds.

440 liter

Op lekbak

17

60 ltr

Op lekbak

30

Bestrijdingsmiddelen reinigingsmiddelen

Smeerolie

Bovengronds

Afgewerkte olie N.v.t.

ZLTO advies

- 17 -

24. Vloeistoffen in tanks Soort

Soort opslag Hoeveelheid/ boven/ondergronds Max. opslag

Opmerkingen (doorhalen n.v.t. is)

Nr op tekening

propaan dieselolie

N.v.t.

25. Compressor De compressor binnen de inrichting is aangegeven op de tekening.

26. Koelinstallaties, vriesinstallaties en/of warmtepompen Doel

Soort koelmiddel (specificeren)

kadaverkoeling

R404A

melktank

R507A

Hoeveelheid in kg/ltr.

Capaciteit in kW.

Jaarlijkse keuring Logboek aanwezig N.v.t.

27. Noodstroomvoorziening N.v.t.

ZLTO advies

- 18 -

28. Stookinstallaties Soort

Nominale belasting Onderwaarde kW

Hoogte rookgas afvoerkanaal (m) (boven maaiveld)

Nr op tekening

heteluchtkanon Cv aardgas

45 kW

Conform eisen

22

gaskap gasboiler N.v.t.

29. Oppervlakte per geit

De melkgeiten worden gehuisvest op een oppervlakte stal van 1,5 m2 per geit. Voor stal 9 betekend dit dat er op het netto vloeroppervlak van 24,02 * 65,58 = 1575 m2 in totaal 1050 melkgeiten gehuisvest zullen worden. Het aantal geiten dat momenteel in de stal is gehuisvest is wel toegestaan, de aanvrager wil de dieren echter meer ruimte geven in de stal. De overige 450 geiten worden gehuisvest in stal 10. Deze heeft een netto oppervlak van 675 m2, zodat hier in op 1,5 m2 per geit 450 geiten gehuisvest kunnen worden.

ZLTO advies

- 19 -

30. Diersoorten 30.1 De vergunde situatie

stalnr Diercategorie 1 opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar

Aantal Ammoniak Dieren= kg NH3

Totaal kg

Stalsysteem C 2.100 overige huisvestingssystemen

plaatsen 400

per dier 0,800

NH3/jaar 320,0

Geur OU/s per dierpl. 11,30

Stof/PM10 gram

totaal

OU/s per dierpl. 4.520,0 10,00

kg 4,0

Totaal

1

zoogkoeien ouder dan 2 jaar

A 2.100 overige huisvestingssystemen

24

4,100

98,4

0,00

0,0

86,00

2,1

1

geiten ouder dan 1 jaar

C 1.100 overige huisvestingssystemen

20

1,900

38,0

18,80

376,0

19,00

0,4

1

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

A 3.100 overige huisvestingssystemen

100

4,400

440,0

0,00

0,0

38,00

3,8

2

opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

C 3.100 overige huisvestingssystemen

450

0,200

90,0

5,70

2.565,0

10,00

4,5

3

opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

C 3.100 overige huisvestingssystemen

250

0,200

50,0

5,70

1.425,0

10,00

2,5

6

zoogkoeien ouder dan 2 jaar

A 2.100 overige huisvestingssystemen

8

4,100

32,8

0,00

0,0

86,00

0,7

6

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

A 3.100 overige huisvestingssystemen

5

4,400

22,0

0,00

0,0

38,00

0,2

8

opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

C 3.100 overige huisvestingssystemen

150

0,200

30,0

5,70

855,0

10,00

1,5

9

geiten ouder dan 1 jaar

C 1.100 overige huisvestingssystemen

1.500

1,900

2.850,0

18,80 28.200,0

19,00

28,5

+

3.971,2

37.941

ZLTO advies

- 20 -

48,1

30.2 De aangevraagde situatie

stalnr Diercategorie 1 opfokgeiten van 61 dagen tot en met één jaar

Aantal Ammoniak Dieren= kg NH3

Totaal kg

Stalsysteem C 2.100 overige huisvestingssystemen

plaatsen 400

per dier 0,800

NH3/jaar 320,0

Geur OU/s per dierpl. 11,30

Stof/PM10 gram

totaal

OU/s per dierpl. 4.520,0 10,00

kg 4,0

Totaal

1

zoogkoeien ouder dan 2 jaar

A 2.100 overige huisvestingssystemen

24

4,100

98,4

0,00

0,0

86,00

2,1

1

geiten ouder dan 1 jaar

C 1.100 overige huisvestingssystemen

20

1,900

38,0

18,80

376,0

19,00

0,4

1

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

A 3.100 overige huisvestingssystemen

100

4,400

440,0

0,00

0,0

38,00

3,8

2

opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

C 3.100 overige huisvestingssystemen

450

0,200

90,0

5,70

2.565,0

10,00

4,5

3

opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

C 3.100 overige huisvestingssystemen

250

0,200

50,0

5,70

1.425,0

10,00

2,5

6

zoogkoeien ouder dan 2 jaar

A 2.100 overige huisvestingssystemen

8

4,100

32,8

0,00

0,0

86,00

0,7

6

vrouwelijk jongvee tot 2 jaar

A 3.100 overige huisvestingssystemen

5

4,400

22,0

0,00

0,0

38,00

0,2

8

opfokgeiten en afmestlammeren tot en met 60 dagen

C 3.100 overige huisvestingssystemen

150

0,200

30,0

5,70

9

geiten ouder dan 1 jaar

C 1.100 overige huisvestingssystemen

1.050

1,900

1.995,0

10

geiten ouder dan 1 jaar

C 1.100 overige huisvestingssystemen

450

1,900

855,0

+

3.971,2

Totaal

ZLTO advies

- 21 -

855,0

10,00

1,5

18,80 19.740,0

19,00

20,0

18,80

19,00

8.460,0 37.941

8,6 48,1

31. Andere stoffen of produkten

Soort product

max. opslag hoeveelheid (ton of m3)

Wijze van opslag en plaats (nummer op tekening)

Afstand tot dichtstbijzijnde woningen van derden

Kunstmest drijfmest

1104 m3

Zie tekening

Mengvoeder vaste mest

4160 m3

Stallen/loods

Zie tekening

N.v.t.

32. Transportmiddelen Anders dan gebruikelijk bij de veehouderij sector worden geen bijzondere transportmiddelen gebruikt.

33. Werkplaats De werkplaats wordt uitsluitend gebruikt voor onderhoud van klein materieel en voor de aanwezige machines en gereedschappen wordt verwezen naar bijlage 1.

34. Water(ge)verbruik Soort water Leidingwater

m3/jr. huidig 500

Grondwater

14.000

m3/jr.

aanvraag 500

15.000

m3/jr.

jaar

Globaal gebruiksdoel Privé

D, E, F, J, K

Oppervlaktewater

Anders nl.

ZLTO advies

- 22 -

Totaal

14.500

15.500

m3/jr.

m3/jr.

A. Percolatiewater en perssap uit de opslag van veevoeders B. Spoelwater van de melkapparatuur C. Reinigingswater melkstal en –put D. Drinkwater dieren E. Schrobwater reiniging stallen, uitloop- en laadruimten F. Schrobwater reiniging stallen e.a. varkenshouderij

ZLTO advies

m3/jr.

G. Schrobwater reiniging stallen e.a. pluimveehouderij H. Terugspoelwater ontijzeringsinstallatie I. Koelwater grondkoeling J. Water voor de luchtwasser K. Spoelwater uitwendige reiniging voertuigen en spuitapparatuur op erf L. Spoelwater van inwendige reiniging spuitapparatuur op perceel

- 23 -

BIJLAGE 1

MILIEUTEKENING M01 (LOS BIJGEVOEGD)

ZLTO advies

- 24 -

BIJLAGE 2

AANVRAAG VVGB IN KADER VAN NATUURBESCHERMING (berekeningen los bijgevoegd)

ZLTO advies

- 25 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=fb5b91de-3043-4bbb-9ede-b4ec8e1b0fcf