gewijzigd vast te stellen flora & faunaonderzoek (bijlage 2 bij de toelichting)
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte
Plangebied: Klein Kantje 5, Nistelrode Opsteller(s): F. V. van der Lans
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel
Plangebied: Klein Kantje 5, Nistelrode
Opsteller(s)
F. V. van der Lans
Datum
22-10-2020
Versienummer
04
Rapportkenmerk
ER20181213v04
Aantal pagina's
32
Opdrachtgever
Van Dun Advies
Contactpersoon
M. Gerards
Collegiale toets
L. Boon
Wijze van citeren
Lans, F. V., van der, 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Klein Kantje 5, Nistelrode. Rapportkenmerk ER20181213v04. Ecoresult B.V., Dordrecht.
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microflm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
INHOUDSOPGAVE
1 Inleiding.................................................................................................................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding....................................................................................................................................................................................................................5 1.2 Doel..................................................................................................................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer.....................................................................................................................................................................................................................5 2 Toelichting onderzoekskader...................................................................................................................................................................................7 2.1 Wet natuurbescherming....................................................................................................................................................................................7 2.2 Verordening
ruimte................................................................................................................................................................................................8 3 Omschrijving plangebied........................................................................................................................................................................................11 3.1 Algemeen..................................................................................................................................................................................................................11 3.2 Beschrijving..............................................................................................................................................................................................................11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen...................................................................................................................................................................12 3.4 Planning.....................................................................................................................................................................................................................13 4 Onderzoeksresultaten beschermde
gebieden..........................................................................................................................................15 4.1 Wet natuurbescherming..................................................................................................................................................................................15 4.2 Verordening ruimte.............................................................................................................................................................................................15 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten..............................................................................................................................................17 5.1 Algemeen..................................................................................................................................................................................................................17 5.2 Soorten Vogelrichtlijn........................................................................................................................................................................................18 5.3 Soorten
Habitatrichtlijn....................................................................................................................................................................................20 5.4 Nationaal beschermde soorten..................................................................................................................................................................22 6 Conclusies en aanbevelingen...............................................................................................................................................................................25 6.1 Beschermde gebieden.....................................................................................................................................................................................25 6.2 Beschermde soorten..........................................................................................................................................................................................25 7 Geraadpleegde bronnen.........................................................................................................................................................................................29 7.1
Internet.......................................................................................................................................................................................................................29 Bijlage 1 Foto-impressie plangebied....................................................................................................................................................................31
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
In opdracht van Van Dun Advies heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Klein Kantje 5, Nistelrode. De aanleiding betreft de bouw van twee vrijstaande woningen op perceel, dat in gebruik is als maïsakker (zie verder hoofdstuk 3.2). Deze ontwikkelingen kunnen schadelijke efecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor fora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) efecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden
1.2
Doel
Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten fora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Een (signifcant) negatief efect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Een (signifcant) negatief efect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of een negatief efect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.
1.3
Leeswijzer
In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de 5
voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek.
6
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet natuurbescherming
Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en onthefngen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1
Bescherming van gebieden
De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2
Bescherming van soorten
De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van onthefngsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief efect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2. 1 2
www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
7
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetrefende vogelsoort. Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
2.2
Verordening ruimte
In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk 8
Brabant (NNB) is onderdeel van het NNN een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
9
3
Omschrijving plangebied
3.1
Algemeen
Het plangebied genaamd Klein Kantje 5 (zie Afbeelding 1 voor de ligging) betreft een perceel in omringend agrarisch gebied in Nistelrode, gemeente Bernheze, Provincie Noord-Brabant.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood vlakken, onderste is bouwkavel), voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK
3.2
Beschrijving •
Het plangebied ter plaatse van de beoogde nieuwe bebouwing - achter Klein Kantje 5 - zijn landbouwgronden gelegen, waar onder andere maïs gestaan heeft.
•
Het perceel is circa 0,1 hectare groot, de maïs is geoogst en ten tijde van het veldbezoek staat er gras op het perceel. 11
• Ondergrondse ruimten zijn afwezig in het plangebied. • Open water is afwezig in en rond het plangebied. • Verlichting bestaat uit woon- en tuinverlichting op enkele tientallen meters afstand. • Aan de randen van het plangebied zijn boomstructuren aanwezig. In de beplanting aan de Dintherseweg zijn hierin monumentale eiken terug te vinden. De singelbeplanting aan de zuidwestelijke grens van het plangebied is onderdeel van de erfaanplant na de ruilverkaveling in de jaren 70 van de vorige eeuw. De singel is 6 meter breed. Hierin liggen rillen met snoeihout. De kroonprojectie van de boomvormers in deze singel is circa 6 meter breed. Aan de andere zijde van deze perceelgrens, op de gronden in eigendom van de gemeente, is een waardevolle bomenlaan van platanen aanwezig. • De bomenstructuren aan de randen van het plangebied worden als zodanig in stand gehouden. In ieder geval de monumentale eiken en de waardevolle bomenlaan van platanen dienen beschermd te worden. Dit houdt in dat ze wellicht moeten worden vrijgesteld om hun groeimogelijkheden te bevorderen. Ook de singelbeplanting aan de zuidoostelijke grens van het plangebied blijft zoveel mogelijk behouden. Boomvormers worden uitsluitend gedund waar deze de eiken en/of platanen beconcurreren, dan wel waar dit noodzakelijk is voor de situering van de uitritten van de ruimte-voor-ruimte woningen.
Zie bijlage 1 voor een foto-impressie van het plangebied.
3.3
Voorgenomen ontwikkelingen
De locatie wordt bebouwd met twee vrijstaande woningen met opstal. Dat zijn de vier gebouwen rechtsonder in beeld. De woning boven in beeld blijft ongewijzigd, net als de bomenstructuren om het plangebied. Uitsluitend aan de zuidoostelijke grens van het plangebied worden boomvormers mogelijk gedund. Zie ook Afbeelding 2.
12
aan te planten bomenstructuur van inheemse soorten aan noordwestelijke perceelsgrens
te handhaven voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend bijgebouw
te slopen voormalige agrarische bebouwing
weiland ten behoeve van hobbydieren
te behouden schuur ten behoeve van hobbydieren
te handhaven bomenstructuur Dintherseweg
te handhaven bomenstructuur aan noordwestelijke perceelsgrens
(noordoostelijke perceelsgrenzen)
30
m
weiland ten behoeve van hobbydieren 25
-
te ontwikkelen ruimte voor ruimte kavels (2x)
25
-
30
m
- kavelgrootte woningen circa 1100 - 1200 m² - kavelbreedte woningen circa 25 - 30 meter - situering woningen en bijgebouwen indicatief - woningen uitvoeren als 1 laag met kap - goot- en nokhoogte woningen max 4 en 9 meter - bijgebouwen achter voorgevelrooilijn woning - tenminste 2 parkeerplaatsen per woning op eigen terrein
te handhaven waardevolle bomenstructuur van platanen (grond gemeente)
te handhaven bomenstructuur van monumentale eiken op zuidwestelijke perceelsgrens
bestaande singelbeplanting met boomvormers op zuidoostelijke perceelsgrens zoveel mogelijk behouden, uitdunnen uitsluitend toegestaan op basis van een omgevingsvergunning Datum: Schaal: Project:
18-10-2018 / 20-01-2020 / 12102020 1 - 1000 17082-009
aan te planten solitaire bomen en hagen van inheemse soorten aan perceelsgrenzen ruimte voor ruimte kavels
STEDENBOUWKUNDIG EN LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN
|
KLEIN KANTJE 5 NISTELRODE
Afbeelding 2: Beoogde situatie in het plangebied.
3.4
Planning
De exacte planning is niet bekend.
13
4
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
4.1
Wet natuurbescherming
4.1.1
Natura 2000
Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, gelegen ca. 15 km ten westen van het plangebied3. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact (trilling, licht, geluid, optische verstoring, etc.) op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.
4.2 4.2.1
Verordening ruimte Natuurnetwerk Brabant
Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) zijn de bosschages tussen de Nieuwe Bundersteeg en de Molendellen, ca. 500 meter ten westen van het plangebied 4 Iets daarachter liggen enkele verbindingszones langs Grote Wetering en Graanloop (Afbeelding 3). Op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemde gebieden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.
3 4
https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan
15
Afbeelding 3: NNB, Natuur Netwerk Brabant (groen)en ecologische verbindingszones (gele lijn) in de omgeving van het plangebied (rode vlek). Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan.
16
5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
5.1
Algemeen
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 06-12-2018 door F. V. van der Lans, ecologisch deskundige5 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en zaklamp - onderzocht. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. In dit rapport gepresenteerde NDFFwaarnemingen zijn maximaal 5 jaar uit. Voor zover bekend zijn andere bronnen met relevante informatie afwezig of voegen niets extra's toe op de NDFF data en het veldbezoek. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. De resultaten in dit rapport hebben een geldigheid van 3 jaar.
5
Voor een defnitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true
17
5.2
Soorten Vogelrichtlijn
5.2.1
Bronnenonderzoek
Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw Oehoe
Soortgroep Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km
Tabel 2: Waargenomen vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd op 13-12-2018
5.2.2
Verkennend veldonderzoek
5.2.2.1
Jaarrond beschermde nesten
Het plangebied is niet geschikt voor vogels met jaarrond beschermde nesten omdat binnen het plangebied geen gebouwen aanwezig zijn. Aan de randen van het plangebied zijn wel boomstructuren en singelbeplanting aanwezig. In de boomvormers die hierin aanwezig zijn bevinden zich geen horsten, nestkasten of grote holen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is hier dus niet te verwachten. Ter plaatse van de beoogde nieuwe bebouwing zijn landbouwgronden gelegen, waar onder andere maïs gestaan heeft. Het is als functioneel leefgebied (foerageergebied) voor soorten met jaarrond beschermde nesten niet van essentieel belang, omdat zich geen nestplaatsen in de directe omgeving bevinden en er veel meer geschikt foerageergebied in de omgeving aanwezig is en omdat maïsland geen groot voedselaanbod heeft voor soorten met jaarrond beschermde nesten. 18
5.2.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten
Het plangebied van de bouwkavels is niet geschikt voor categorie 5 soorten omdat het een perceel maïsland betreft waar zich geen geschikte nestplaatsen of foerageergebieden bevinden. In de bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied kan eventueel een ekster, zwarte kraai, groene specht, of grote bonte specht tot broeden komen. Andere broedvogels met nietjaarrond beschermde nesten worden niet verwacht.
5.2.2.3
Algemene broedvogels
Het plangebied is niet geschikt als voortplantingsplaat voor algemene vogels. Alleen in de bomenstructuren en singelbeplanting kunnen algemene broedvogels als de houtduif een nest maken. . In de varkensstal kan een algemene soort als de winterkoning tot broeden komen.
5.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
5.2.3.1
Jaarrond beschermde nesten
Het plangebied van de bouwkavels is niet geschikt als voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen. Efect wordt niet verwacht, ook niet op functioneel leefgebied. Aanvullend onderzoek is niet nodig.
5.2.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten
In de bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied kunnen categorie 5 soorten voorkomen. Tijdelijke schadelijke efecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten op bezette nesten van – in dezen – algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
5.2.3.3
Algemene broedvogels
In de bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten voorkomen. Tijdelijke schadelijke efecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in 19
principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
5.3
Soorten Habitatrichtlijn
5.3.1
Bronnenonderzoek
Soort Kamsalamander Poelkikker Rugstreeppad Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Heikikker Knofookpad Muurhagedis Franjestaart Ruige dwergvleermuis Watervleermuis
Soortgroep Amfbieën Amfbieën Amfbieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfbieën Amfbieën Reptielen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren
Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km
Tabel 3: Waargenomen habitatrichtlijnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 13-12-2018.
5.3.2
Verkennend veldonderzoek
5.3.2.1
Vleermuizen
Het plangebied is niet geschikt voor gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen, omdat het een perceel maïsland betreft. De bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied zijn geschikt als vliegroute en foerageergebied voor gewone en ruige dwergvleermuizen, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Lijnvormige en windluwe structuren zijn aanwezig in de vorm van aaneengesloten groenstructuren. 20
5.3.2.2
Overige Habitatrichtlijn soorten
Het plangebied is ongeschikt voor de volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezige habitatrichtlijnsoorten heikikker, poelkikker, kamsalamander, knofookpad en rugstreeppad wegens het volledig ontbreken van open water in en grenzend aan het plangebied. Het plangebied is ongeschikt voor muurhagedis wegens de ligging van het plangebied in open agrarisch landschap.
5.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
In deze efectbeoordeling worden uitsluitend de habitatrichtlijnsoorten behandeld waarvoor het plangebied – op basis van dit oriënterende onderzoek – potentie biedt. Het plangebied van de bouwkavels biedt geen potentie voor habitatrichtlijjnsoorten. De bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied zijn geschikt als functioneel leefgebied (vliegroute, foerageergebied) van gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis. De eventuele vliegroutes en foerageergebieden langs het plangebied zijn niet essentieel; het landschap in de directe omgeving is kleinschalig bestaat uit vele bomenrijen, bomenlanen, bospercelen, weiden, bewoning, zodat voldoende alternatieven aanwezig zijn. De groenstructuren blijven als zodanig herkenbaar en negatieve efecten (ook door externe werking) zijn daarom uit te sluiten. Aanvullend onderzoek is niet nodig.
21
5.4
Nationaal beschermde soorten
5.4.1
Bronnenonderzoek NDFF
Soort Soortgroep Afstand Alpenwatersalamander Amfbieën 0 - 1 km Bastaardkikker Amfbieën 0 - 1 km Bruine kikker Amfbieën 0 - 1 km Gewone pad Amfbieën 0 - 1 km Kleine watersalamander Amfbieën 0 - 1 km Levendbarende hagedis Reptielen 0 - 1 km Dennenorchis Vaatplanten 0 - 1 km Grote modderkruiper Vissen 0 - 1 km Bosmuis Zoogdieren 0 - 1 km Bunzing Zoogdieren 0 - 1 km Das Zoogdieren 0 - 1 km Eekhoorn Zoogdieren 0 - 1 km Egel Zoogdieren 0 - 1 km Haas Zoogdieren 0 - 1 km Huisspitsmuis Zoogdieren 0 - 1 km Konijn Zoogdieren 0 - 1 km Ree Zoogdieren 0 - 1 km Steenmarter Zoogdieren 0 - 1 km Vos Zoogdieren 0 - 1 km bruine eikenpage Insecten - Dagvlinders 1 - 5 km grote vos Insecten - Dagvlinders 1 - 5 km Hazelworm Reptielen 1 - 5 km Dwergmuis Zoogdieren 1 - 5 km Rosse woelmuis Zoogdieren 1 - 5 km Wezel Zoogdieren 1 - 5 km Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 1312-2018.
5.4.2
Verkennend veldonderzoek
5.4.2.1
Vaatplanten
Het plangebied bestaat uit een agrarisch perceel, dat ongeschikt is voor een soort als de dennenorchis.
5.4.2.2
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied is geschikt als functioneel leefgebied voor das, steenmarter, bunzing, wezel, hermelijn 22
en steenmarter. Geschikt habitat is aanwezig in de vorm van foerageergebied in agrarisch terrein. Vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soorten zijn redelijkerwijs uitgesloten wegens het ontbreken van steenstort, houtstapels, bomen en oude schuren. Het plangebied is verder enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor in Noord-Brabant een provinciale vrijstelling geldt. Dit betrefen o.a. de egel, bosspitsmuis, huisspitsmuis, bosmuis. Geschikt habitat voor eekhoorn, waterspitsmuis en boommarter is afwezig vanwege het ontbreken van water en bospercelen. Incidentele exemplaren kunnen echter niet worden uitgesloten, maar het plangebied vormt daarbij geen essentieel onderdeel van functioneel leefgebied.
5.4.2.3
Dagvlinders
Het plangebied is ongeschikt voor volgens het bronnenonderzoek in de omgeving aanwezige bruine eikenpage en grote vos. Ecologisch beheerde terreinen, voedselarme zandgronden, arme wegbermen, kruiden- en bloemrijke graslanden of anderzijds natuurlijke terreinen zijn afwezig waardoor aanwezigheid van deze soorten is uitgesloten.
5.4.2.4
Amfibieën en reptielen
Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten amfbieën waarvoor in NoordBrabant een provinciale vrijstelling geldt. Dit betrefen o.a. de bruine kikker en gewone pad (landhabitat). Voor de levendbarende hagedis, alpenwatersalamander, vinpootsalamander en hazelworm is geschikt habitat in de vorm van open water of poelen, bos of heidelandschap afwezig.
5.4.3
Effectbeoordeling en toetsing
Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie NoordBrabant een vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt voor deze soorten altijd de algemene zorgplicht
23
6
Conclusies en aanbevelingen
6.1
Beschermde gebieden
6.1.1
Wet natuurbescherming
Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden zullen aantasten. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een onthefng of vergunning is niet nodig.
6.1.2
Verordening ruimte
Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve efecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en ecologische verbindingszones. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.
6.2
Beschermde soorten
6.2.1
Soorten Vogelrichtlijn
6.2.1.1
Jaarrond beschermde nesten
Voorgenomen werkzaamheden op de bouwkavels hebben geen negatief efect op jaarrond beschermde nesten omdat deze niet aanwezig zijn in het plangebied, of grenzend aan het plangebied. Ook als potentieel essentieel foerageergebied speelt het geen rol. Aanvullend onderzoek is niet nodig ter plaatse van de bouwkavels.
25
6.2.1.2
Categorie 5 soorten
In de bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied kunnen categorie 5 soorten voorkomen. Tijdelijke schadelijke efecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten op bezette nesten van – in dezen – algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
6.2.1.3
Algemene vogels
In de bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten voorkomen. Tijdelijke schadelijke efecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
6.2.2
Soorten Habitatrichtlijn
Vleermuizen Het plangebied van de bouwkavels is niet geschikt voor gebouwbewonende en boombewonende vleermuizen, omdat het een perceel maïsland betreft. De bomenstructuren en singelbeplanting aan de randen van het plangebied kunnen onderdeel zijn van vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen. Met de voorgenomen ontwikkelingen blijven deze groenstructuren als zodanig herkenbaar. Het initiatief leidt derhalve niet tot een negatief efect of eventueel aanwezige vleermuizen. Aanvullend onderzoek is niet nodig ter plaatse van de bouwkavels.
6.2.3
Nationaal beschermde soorten
Het plangebied van de bouwkavels is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk ter plaatse van de bouwkavels. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht.
26
6.2.4
Natuur inclusief bouwen
Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel “inclusief bouwen voor vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Anders gezegd: door inclusief te bouwen voor vleermuizen en vogels wordt bijvoorbeeld een (nieuw) gebouw of kunstwerk toegankelijk voor vleermuizen en vogels of blijft een potentiële vliegroute intact. Ecoresult B.V. kan u hierover adviseren en dit opnemen in het mitigatieplan en/of ontwerp. Denk bijvoorbeeld naast het inbouwen van vleermuiskasten (zoals beschreven) aan het inbouwen van nestkasten voor huismus. Verder kan in de inrichting van de openbare ruimte rekening worden gehouden met huismus en vleermuizen. Dit door inheemse bomen en wintergroene hagen aan te planten of waar mogelijk bomen te behouden.
27
7
Geraadpleegde bronnen
7.1
Internet
Beschermde gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan Nationale Databank Flora en Fauna http://app.quickscanhulp.nl/ Natuurwetgeving en kennisdocumenten http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01#Hoofdstuk2 www.rvo.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-onthefngenwet-natuurbescherming/ PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart http://pdokviewer.pdok.nl Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
29
Bijlage 1
Foto-impressie plangebied
Locatie nieuwbouw en aangrenzende boomsingel. Foto: F. van der Lans | Ecoresult B.V.
Te slopen varkensstal. Foto: F. van der Lans | Ecoresult B.V. 31
Platanen buiten plangebied. Foto: van Dun advies
Locatie nieuwbouw. Foto: F. van der Lans | Ecoresult B.V.
Zicht op boomsingel langs plangebied. Foto: van Dun advies
Toegang plangebied. Foto: van Dun advies
32