CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

E. Rapportage Ecologie Bleekeseweg ongenummerd te Heesch

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend adviesrecht gemeenteraad vanwege buitenplanse omgevingsplanactiviteit Bleekeseweg ongenummerd, Heesch14.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De zorg houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b) indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.

2.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; “de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Deze formulering van de zorgplicht brengt met zich mee dat wanneer men een bepaalde handeling wilt verrichten die gevolgen voor natuurwaarden zou kunnen hebben, men zich daaraan voorafgaand op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van het voorgenomen handelen. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor het betreffende beschermde natuurgebied en de betreffende soortgroep in deze rapportage worden aangegeven. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wet natuurbescherming drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten; • • •

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

In tabel III t/m V worden deze artikelen nader toegelicht.

Rapport 15750.001 versie D1

Tabel III. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.1 Wet natuurbescherming Artikel 3.1. Soorten van de Vogelrichtlijn 1.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

2. 3. 4. 5.

Toelichting Alle inheemse vogelsoorten in Nederland vallen onder de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn is een richtlijn vanuit de Europese Unie uit 1979 en heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. De lijst met soorten is niet limitatief.

Tabel IV. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn

1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten uit de Habitatrichtlijn of het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Toelichting Het gaat bij artikel 3.5 over in het wild levende dieren van verschillende soortgroepen. In de wet wordt voor vogelsoorten uit bijlage II van het verdrag van Bern geen uitzondering gemaakt. Van de vogelsoorten die in Nederland voorkomen is hieronder een selectie gemaakt. Van de overige soortengroepen zijn alle soorten genoemd. Soorten Planten

drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm, zomerschroeforchis

Zoogdieren

bever, hamster, hazelmuis, lynx, Noordse woelmuis, otter, wolf, wilde kat

Walvisachtigen

bruinvis, bultrug, butskop (hille), dwergpotvis, dwergvinvis, gestreepte dolfijn, gewone dolfijn, gewone spitsdolfijn, gewone vinvis, griend, grijze dolfijn, kleine zwaardwalvis, narwal, Noordse vinvis, orka, potvis, spitsdolfijn van Gray, tuimelaar, walrus witflankdolfijn, witsnuitdolfijn, witte dolfijn

Vleermuizen

Bechsteins vleermuis, bosvleermuis, Brandts vleermuis, franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, grote hoefijzerneus, grote rosse vleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, kleine hoefijzerneus, laatvlieger, meervleermuis, mopsvleermuis, Noordse vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis, watervleermuis

Amfibieën

boomkikker, geelbuikvuurpad, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, vroedmeesterpad

Reptielen

dikkopschildpad, gladde slang, Kemps’ zeeschildpad, lederschildpad, muurhagedis, soepschildpad, zandhagedis

Vissen

houting, steur

Vlinders

apollovlinder, boszandoog, donker pimpernelblauwtje, grote vuurvlinder, moerasparelmoervlinder, monarchvlinder, pimpernelblauwtje, teunisbloempijlstaart, tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje

Libellen

bronslibel, gaffellibel, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, mercuurwaterjuffer, Noordse winterjuffer, oostelijke witsnuitlibel, rivierrombout, sierlijke witsnuitlibel

Insecten

brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, oeveraas, vermiljoenkever

Overig

Bataafse stroommossel, platte schijfhoren

Rapport 15750.001 versie D1

Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn appelvink, baardman, beflijster, bergeend, bergfluiter, bijeneter, blauwborst, blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, bonte strandloper, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boompieper, boomvalk, bosrietzanger bosruiter, bosuil, braamsluiper, brandgans, bruine kiekendief, buizerd, casarca, Cetti’s zanger, draaihals, duinpieper, dwergmeeuw, dwergstern, Engelse kwikstaart, Europese kanarie, fitis, fluiter, geelgors, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, geoorde fuut, glanskop, goudhaan, grasmus, graspieper, graszanger, grauwe kiekendief, grauwe klauwier, grauwe vliegenvanger, griel, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote stern, grote zilverreiger, havik, heggenmus, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, klapekster, klein waterhoen, kleine barmsijs, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine plevier, kleine zilverreiger, kleinst waterhoen, kluut, kneu, koolmees, koereiger, kraanvogel , krekelzanger, kortsnavelboomkruiper, kruisbek, kuifmees, kwak, kwartelkoning, lepelaar, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, Noordse stern, oehoe, oeverloper, oeverpieper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paapje, pestvogel,

pimpelmees, poelruiter, porseleinhoen, purperreiger, putter, ransuil, rietgors, rietzanger, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, roodhalsfuut, rouwkwikstaart, sijs, slangenarend, slechtvalk, smelleken, snor, sperwer, spotvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, steltkluut, strandplevier, taigaboomkruiper, tapuit, tjiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, velduil, visarend, visdief, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal, winterkoning, witbandkruisbek, witte kwikstaart, witwangstern, nachtzwaluw, woudaap, zeearend, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwarte stern, zwarte wouw, zwartkop, zwartkopmeeuw

Vogels

Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. 2. 3.

In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdieren, amfibieen en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soorten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvulling op het landelijke. Soorten Dieren

Planten

Zoogdieren

aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*

Amfibieën

Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander

Reptielen

adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang

Vissen

beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal

vlinders

aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan

Libellen

beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer

Overige soorten

Europese rivierkreeft, vliegend hert

akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam

Rapport 15750.001 versie D1

Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Artikel 4.1

De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Artikel 4.2

1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.

Artikel 4.3 lid 1 en 2

Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.

Artikel 4.4 lid 1

De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer

Artikel 4.5

Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.

Rapport 15750.001 versie D1

Bijlage 2

Verklarende woordenlijst

Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Rapport 15750.001 versie D1

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.

Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

Rapport 15750.001 versie D1

RAPPORTAGE aanvullend ecologisch onderzoek Bleekseweg (ong.) Vinkel

Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Bleekseweg (ong.) te Vinkel Opdrachtgever

KS NL24 B.V. Rijswijkseplein 786 2516 LX Den Haag

Rapportnummer

15750.002

Versienummer

D1

Status

Definitief

Datum

10 juli 2023

Opsteller1

Mevrouw E. Schreurs, MSc

Kwaliteitscontrole

De heer K.H. Eymael

1

AVG In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.

KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 4

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 5

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 6

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 8 5.1 5.2

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING.................................................................................................. 10 6.1 6.2

7

Amfibieën ....................................................................................................................................... 8 Roofvogels ...................................................................................................................................... 9

Amfibieën ..................................................................................................................................... 10 Roofvogels .................................................................................................................................... 10

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN........................................................................................................... 11

15750.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van KS NL24 B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Bleekseweg (ong.) te Vinkel. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van een zonnepark en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in april 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 15750.001, d.d. 22 april 2021). Uit de quickscan Wet natuurbescherming is gebleken, dat meer informatie benodigd was. Een aanvullend onderzoek naar rugstreeppad, Alpenwatersalamander en kamsalamander werd noodzakelijk geacht. Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

15750.002 versie D1

1 / 11

2

GEBIEDSBESCHRIJVING

2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 7,8 ha) ligt aan de Bleekseweg, circa 4 kilometer ten zuidwesten van de kern van Heesch. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie (rood omkaderd en gele pijl).

De onderzoekslocatie betreft een akkerland. Aan alle zijden van het akkerland bevinden zich sloten. Tevens is aangrenzend aan de noordzijde een bomenrij met populieren gesitueerd. Aan de oostzijde grenst de planlocatie aan een bosschage met ondergroei in de vorm van braam spec. Verder ten westen van de onderzoekslocatie is tevens een bosschage gesitueerd met ondergroei in de vorm van braam spec. Ten westen en noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich de waterloop de Grote Wetering. Verder is de onderzoekslocatie omgeven door akker- en weilanden. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 2.3 t/m 2.11 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek ten behoeve van de quickscan Wet natuurbescherming op 14 april 2021.

15750.002 versie D1

2 / 11

Figuur 1.2. Luchtfoto onderzoekslocatie (wit omkaderd) en directe omgeving.

Figuur 2.2. Impressie onderzoekslocatie, kijkrichting zuiden.

Figuur 2.4. Sloot aangrenzend aan planlocatie.

Figuur 2.5. Struweel aangrenzend aan planlocatie.

Figuur 2.6. Bomenrij met populieren.

Figuur 2.7. Grens onderzoekslocatie en bosschage ten oosten gelegen.

Figuur 2.8. Bosschage ten oosten van onderzoekslocatie, met ondergroei aan braam spec.

15750.002 versie D1

3 / 11

Figuur 2.9. Begrenzing planlocatie.

Figuur 2.10. Impressie bosschage ten westen van planlocatie.

Figuur 2.11. Watergang de Grote Wetering.

2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie De initiatiefnemer is voornemens op de onderzoekslocatie een zonnepark te realiseren. Ten behoeve hiervan zullen onder andere graafwerkzaamheden uitgevoerd worden. Hierbij zullen de oevers van de sloten mogelijk natuurvriendelijk ingericht worden.

15750.002 versie D1

4 / 11

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming er op sommige punten meer informatie is benodigd, als overgenomen uit de quickscan Wet natuurbescherming (rapport 15750.001, d.d. 22 april 2021): “Op basis van onderhavige quickscan dient voor uitvoering van de plannen een aanvullend onderzoek naar rugstreeppad uitgevoerd te worden. Verder dient, indien werkzaamheden aan de sloten en/of de oevers van de sloten uitgevoerd worden, een aanvullend onderzoek naar Alpenwatersalamander en kamsalamander uitgevoerd te worden. Deze onderzoeken dienen uitgevoerd te worden conform het geldende soortinventarisatieprotocol (NGB, 2017)." Met betrekking tot roofvogels geldt het volgende advies: “Voor de potentieel aanwezige jaarrond beschermde roofvogelnesten geldt dat, indien de werkzaamheden geheel buiten het gecombineerde broedseizoen van boomvalk, havik, torenvalk, buizerd en sperwer plaatsvinden, geen aanvullend onderzoek benodigd is. Het gecombineerde broedseizoen loopt globaal van eind februari tot eind augustus. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.”

15750.002 versie D1

5 / 11

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Voor het onderzoek naar rugstreeppad, Alpenwatersalamander en kamsalamander zijn in totaal drie veldbezoeken uitgevoerd. Hierbij zijn de sloten op de onderzoekslocatie met behulp van een RAVON-net bemonsterd en door het uitvoeren van avondtellingen (volwassen dieren en kooractiviteit), is vastgesteld of beschermde amfibieën gebruik maken van het water op de onderzoekslocatie. Gedurende de veldbezoeken zijn tevens in de omgeving gesitueerde materialen omgekeerd in het kader van zomer- en winterbiotoop van de betreffende soorten. De inventarisatiemethode is als voorgeschreven door het soortinventarisatieprotocol Netwerk Groene Bureaus (versie juli 2017), met de nadruk op de geschikte perioden voor het waarnemen van Alpenwatersalamander, rugstreeppad en kamsalamander. De ronde van 12 april heeft overdag plaatsgevonden. De rondes van 15 mei en 14 juni zijn uitgevoerd in de avonden, vanaf 19 uur tot middernacht. Daarbij zijn de greppels zowel met schepnet onderzocht en gecontroleerd op ei-afzet, als op kooractiviteit van rugstreeppad gemonitord. Tijdens de veldronde op 14 juni werd geconstateerd dat de sloten op en aangrenzend aan de onderzoekslocatie volledig droog zijn komen te staan.

Vanwege het zomerseizoen en de weersvoorspellingen kan uitgesloten worden dat de greppels gedurende het voortplantingsseizoen van amfibieën wederom voor een langere periode dan enkele dagen water zal bevatten. Aangezien daarmee de aanwezigheid van voortplantingshabitat voor amfibieën verder uitgesloten kan worden, is hiermee het onderzoek afgerond. In tabel 4.1 is een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken weergegeven. Tabel 4.1. Onderzoeksinspanning per soort. februari rugstreeppad

maart

tijdstip

-

functie

augustus

september

1 x avond

15 mei

-

14 juni

-

kooractiviteit

12 april, 15 mei en 14 juni

-

-

schepnetonderzoek

tijdstip

1 x overdag 2 x schemer en avond -

15750.002 versie D1

juli

3 x overdag

functie

kamsalamander

juni

kooractiviteit

tijdstip datum

mei 1 x avond

datum

Alpenwatersalamander

april

-

datum

12 april, 15 mei en 14 juni

functie

schepnetonderzoek en zoeken naar eitjes op waardplanten en volwassen individuen met zaklamp

6 / 11

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van amfibieën gunstig. Tijdens alle veldbezoeken was de temperatuur hoger dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen.

15750.002 versie D1

7 / 11

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

5.1 Amfibieën Gedurende geen van de veldrondes zijn beschermde amfibieën aangetroffen. Hierbij is gelet op ei-afzet, kooractiviteit, larven en (juveniele) dieren. Er zijn enkel waarnemingen gedaan van kleine watersalamanders, een groene kikker (onb.) en bruine kikkers. In figuur 5.1 en 5.2 zijn een aantal aangetroffen individuen weergegeven. Voor deze individuen geldt de algemene zorgplicht. Dat houdt in dat al het logischerwijs mogelijke gedaan dient te worden, om het verwonden of doden van individuen te voorkomen.

Figuur 5.1. Kleine watersalamander.

15750.002 versie D1

Figuur 5.2. Bruine kikker.

8 / 11

5.2 Roofvogels Gedurende alle veldbezoeken werd op een van de tijdens de quickscan Wet natuurbescherming aangetroffen nesten, een buizerd waargenomen. Daarmee kan geconstateerd worden, dat desbetreffend nest in gebruik is door buizerd. Het nest is binnen de verstoringsafstand van de voorgenomen werkzaamheden gesitueerd. In figuur 5.3 is de locatie van het nest weergegeven.

Figuur 5.3. Locatie buizerd horst (zie legenda).

15750.002 versie D1

9 / 11

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

6.1 Amfibieën Omdat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor rugstreeppad, kamsalamander en/of Alpenwatersalamander is er geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde amfibieën als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van beschermde amfibieën.

6.2 Roofvogels De buizerd is een beschermde diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. De nesten van buizerd zijn in Noord-Brabant jaarrond beschermd. De verboden handelingen die van toepassing zijn, betreffen het opzettelijk doden of vangen van vogels, het opzettelijk verstoren van de vogels en beschadigen of vernielen van nest, eieren en rustplaatsen. Ten aanzien van roofvogels is geen volledig onderzoek uitgevoerd. Derhalve dient bij de werkzaamheden rekening te worden gehouden met het gecombineerde broedseizoen van potentieel in de omgeving voorkomende roofvogels. Dat wil zeggen dat de werkzaamheden in de periode september tot en met half februari uitgevoerd kunnen worden.

15750.002 versie D1

10 / 11

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van KS NL24 B.V. een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Bleekseweg (ong.) te Vinkel. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van een zonnepark en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in april 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 15750.001, d.d. 22 april 2021). Uit de quickscan Wet natuurbescherming is gebleken, dat meer informatie benodigd was. Een aanvullend onderzoek naar rugstreeppad, Alpenwatersalamander en kamsalamander werd noodzakelijk geacht. Voorgenomen ingreep De initiatiefnemer is voornemens een zonnepark te realiseren op de onderzoekslocatie. Functie onderzoekslocatie voor beschermde soorten Uit het aanvullend onderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor rugstreeppad, Alpenwatersalamander en kamsalamander. Wel zijn enkele licht beschermde soorten aangetroffen, als bruine kikker en kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Dat houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden, om doden of verwonden van individuen te voorkomen. Verder is een nest van buizerd aangetroffen, binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden. De buizerd is een beschermde soort conform artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming.

Met betrekking tot roofvogels dient, aangezien geen volledig onderzoek uitgevoerd is, gewerkt te worden buiten het gecombineerde broedseizoen. Dat wil zeggen dat de werkzaamheden in de periode september tot en met half februari uitgevoerd kunnen worden. Conclusie Ten aanzien van beschermde amfibieën zijn geen verdere maatregelen benodigd. Ten aanzien van buizerd en andere roofvogels geldt dat de werkzaamheden in de periode september tot en met half februari uitgevoerd dienen te worden.

Econsultancy 10 juli 2023

15750.002 versie D1

11 / 11

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.

Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.

Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

ROALD BLIJLEVEN From: Sent: To: Cc: Subject: Attachments:

Econsultancy, Evie Schreurs <E.Schreurs@econsultancy.nl> Thursday, 13 April 2023 12:16 'Laurent Estourgie' roald.blijleven@kronos-solar.com Reactie n.a.v. telefoongesprek gisteren Offerte aanvullend onderzoek amfibieën D2 (21887.002) Halleyweg (ong.) te Vijlen.pdf

Goedemiddag Laurent (en Roald in cc), Zoals gevraagd gisteren: de laatste onderzoeksronde aan de Bleekeseweg te Vijlen staat vooralsnog gepland op 15 juni. Mocht het weer het niet toelaten dat deze dan uitgevoerd wordt, kan deze wellicht nog wat dagen uitgesteld worden (afhankelijk van het weer). De aangepaste offerte heb ik bijgevoegd. In overleg met mijn leidinggevende is de prijs voor projectleiding nog wat scherper ingestoken. Wel zullen twee aparte rapporten opgesteld moeten worden, waardoor de gespecificeerde kosten overblijven. Met betrekking tot das, naar aanleiding van het veldbezoek gisteren: voor beide terreinen geldt dat deze waarschijnlijk af en toe gebruikt worden door das om te foerageren. De omgeving is echter ook erg geschikt voor das, dus zullen de plannen geen directe invloed hebben op het foerageergebied van de dassen(burchten) in de omgeving. Onze aanbeveling is wel om het terrein geschikt te houden voor das, maar ik begreep van Laurent dat dit sowieso zo zal zijn (middels ecologische inrichting en het plaatsen van hekken op een bepaalde hoogte, om het terrein toegankelijk te houden voor grondgebonden zoogdieren). Overigens hebben wij gisteren bij het terrein aan de Bleekeseweg tijdens de eerste ronde geen beschermde amfibieën aangetroffen (enkel bruine kikkers, dit is echter een vrijgestelde soort binnen de Wet natuurbescherming).

Met vriendelijke groet, Evie Schreurs Projectleider ecologie 06 - 89971748 Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 088 - 500 1600

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3902083d-1d79-4c00-ba3e-092f09dff07a