CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode_Toelichting

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Donzel 27 & Hoogbroeksesteeg ongenummerd, Nistelrode23.146 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

47

4.2.6. Cultuurhistorie en aardkunde Uit de stedenontwikkeling van de Interim verordening Noord-Brabant blijkt dat de locaties niet gelegen is in een cultuurhistorisch vlak of een aardkundig waardevol gebied. Daarnaast kent de locatie geen complexen van cultuurhistorisch belang. Hierdoor zal bij uitvoering van het plan geen afbreuk gedaan worden aan cultuurhistorische waarden of aardkundig waardevol gebied.

Donzel 27 Hoogbroeksesteeg ong.

Afbeelding 35: uitsnede Iov ‘stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ (bron: provincie Noord-Brabant)

De gemeente Bernheze heeft een Cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede hiervan weergegeven. De locaties Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong. zijn niet gelegen in een gebied met cultuurhistorische waarden. Het voorgenomen initiatief doet daarom geen afbreuk aan deze cultuurhistorische waarden. Donzel 27 Hoogbroeksesteeg ong.

Afbeelding 36: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart (bron: gemeente Bernheze)

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

48

4.2.7. Archeologie Voorafgaand aan de realisatie van het beoogde initiatief moet onderzocht worden of er sprake is van aantasting van archeologische waarden. De zorg voor archeologische monumenten wordt geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is wettelijk bepaald dat gemeenten in nieuwe bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Bij deze nieuwe plannen kunnen voorwaarden worden gesteld aan omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, aanleggen e.d. De gemeenteraad van de gemeente Bernheze heeft de Archeologische beleidskaart gemeente Bernheze vastgesteld. Hierna is een uitsnede weergegeven van deze beleidskaart.

Donzel 27 Hoogbroeksesteeg ong.

Afbeelding 37: Uitsnede archeologische beleidskaart (bron: gemeente Bernheze)

Zowel de locatie Donzel 27 als de locatie Hoogbroeksesteeg ong. is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachting. Hiervoor geldt dat er geen onderzoeksplicht is. Een nader onderzoek naar archeologische waarden is daarom niet noodzakelijk. Bij eventuele toevalsvondsten dient hiervan melding te worden gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant.

4.2.8. Volksgezondheid Algemeen

Omwonenden van veehouderijen kunnen een verhoogde blootstelling aan onder meer geur, fijnstof, endotoxinen en biologische agentia hebben. Van geur is bekend dat dit kan leiden tot hinder en andere gezondheidsklachten zoals misselijkheid en hoofdpijn. De laatste jaren is er steeds meer informatie bekend geworden over de volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. De nadruk ligt hier vooral op de verspreiding van endotoxinen en zoönosen. In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De locatie Donzel 27 betreft een agrarisch bedrijf, hiervoor een toetsing aan de aspecten voor wat betreft volksgezondheid noodzakelijk. Echter gezien het feit dat de varkenshouderij wordt gesaneerd en het aantal paarden gelijk blijft, is er sprake van een verbeterde situatie, zodat het doorlopen van het stappenplan niet noodzakelijk is voor Donzel 27. Het stappenplan is voor het realiseren van de ontwikkeling aan de hoogbroeksesteeg ong. doorlopen.

Veedichtheid

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

49

Uit het VGO onderzoek komen aanwijzingen naar voren dat het wonen in de buurt van veehouderijen een nadelig effect heeft op de longfunctie. De vermindering van de longfunctie wordt gevonden bij mensen die veel veehouderijen in hun directe omgeving hebben, vooral bij de groep met 15 of meer bedrijven binnen een kilometer afstand. Het type veehouderij maakt hierbij niet uit. Momenteel zijn er drie VGO-onderzoeken uitgevoerd waarbij in het laatste VGO-onderzoek (VGO3) minder nadelige effecten voor de pluimveehouderij naar voren komen. Nabij de locatie Hoogbroeksesteeg ong. zijn er in een straal van 1.000 meter volgens de Web-BVB negen veehouderijen gesitueerd. In onderstaande afbeelding en tabel zijn de hoedanigheid van de veehouderijen weergegeven. Daar er minder dan vijftien veehouderijen binnen een straal van 1.000 meter zijn gelegen is het aannemelijk dat er geen verhoogde risico’s voor een verminderde longfunctie bij omwonenden zal zijn.

1 2

3

9

8

7

6

5 4

Afbeelding 38: veehouderijen in straal van 1 km (rode cirkel) rondom locatie Hoogbroeksesteeg ong. (bron: WebBVB Noord-Brabant) Tabel 5: details omliggende veehouderijen (bron: Web-BVB Noord-Brabant) Volgnr. (zie afb. 37) 1 2 3 4 5 6

Adres

Details

Doolhof 25 Donzel 59 Donzel 31 Kantje 12 Kantje 16 Kantje 38

7

Kantje 42

8 9

Kantje 37 Loosbroekseweg 40

25 paarden, 5 paarden in opfok 62 melkkoeien, 75 vr. jongvee 800 voedsters, 4 pony’s 35 paarden 23 paarden, 20 paarden in opfok 1.311 zeugen, 4.786 gespeende biggen, 7 dekberen, 599 vleesvarkens 29.000 ouderdieren van vleeskuikens, 20 paarden, 635 pony’s, 240 pony’s in opfok 2.520 gespeende biggen, 7.739 vleesvarkens, 4 paarden 116 vleesstieren, 3 paarden

Afstand (m) 759 597 278 920 930 873 852 989 898

Stap 1. Endotoxinen

Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën. Als deze organismen afsterven komen de endotoxinen vrij. Fijnstof afkomstig uit stallen bevat endotoxinen en micro-organismen. De GGD is van mening dat endotoxinen een betere parameter is dan fijnstof. Van endotoxinen is bekend dat deze deeltjes bij een

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

50

te hoge concentratie schadelijk zijn voor de gezondheid. Door de Gezondheidsraad is een grenswaarde voorgesteld van 30 EU/m3. In haar advies "Gezondheidsrisico's rond veehouderijen" (2012; publicatienr. 2012/27) concludeert de Gezondheidsraad dat concentraties van endotoxinen en micro-organismen, over het algemeen zullen afnemen met toenemende afstand tot een bedrijf en eveneens afhangen van de mate van emissie vanuit een bedrijf. Blijkens een recent uitgevoerd Nederlands onderzoek werden verhoogde endotoxineniveaus gemeten tot boven de advieswaarde bij stallen van varkens tot zo'n 200 meter 1 en bij stallen van pluimvee tot zo'n 500 meter2. Er wordt gesteld dat een nadere uitwerking van een toetsingskader voor endotoxine nodig is om het gewenste beschermingsniveau te bieden. Op basis van de handreiking Endotoxine 3 is de afstand berekend waarbinnen naar verwachting de gezondheidskundige advieswaarde van endotoxine (30 EU/m3) wordt overschreden. Afhankelijk van de diercategorie en de uitstoot van fijnstof is bepaald wat de richtafstand voor endotoxine dient te zijn. Wetenschappelijk zijn er slechts drie diercategorieën onderzocht, namelijk vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens, om elk risico uit te sluiten is er voor de risico’s bij zeugen aangesloten bij de richtlijn voor vleesvarkens.

De hiervoor relevante veehouderijen (genoemd in tabel 3) liggen op een afstand van meer dan 200 meter (voor varkenshouderijen) of 500 meter (voor pluimveehouderijen), daarom is niet getoetst aan de richtafstanden. Er kan daarom worden geconcludeerd dat endotoxinen geen belemmering vormen voor het initiatief.

Stap 2. Emissies

De realisatie van twee woningen met bijgebouw zal niet leiden tot relevante emissies van geur, fijnstof of ammoniak.

Stap 3. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon/leefklimaat

Zie hoofdstuk 4.3.1. De locatie Hoogbroeksesteeg ong. is gelegen buiten de bebouwde kom. Voor de locatie Hoogbroeksesteeg ong. is een geuronderzoek woon- en leefklimaat in het kader van de Wet geurhinder en veehouderij uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 5. Uit de berekening blijkt dat de achtergrondbelasting in het buitengebied beneden de 20 OUE/m³ moet blijven. Met een achtergrondbelasting van maximaal 6,64 ouE/m³ wordt ter plekke van het plangebied aan deze norm voldaan. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een redelijk woon- en leefklimaat en er wordt voldaan aan de minimaal te hanteren vaste afstand. Daarnaast levert het plan geen onevenredige belemmeringen op voor de veehouderijen in de omgeving. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke en gezondheidskundige geurnormen.

Stap 4. Veehouderijen met meerdere diersoorten en afstand tussen de inrichtingengrens van een varkensbedrijf en pluimveebedrijf Zoönosen Zoönosen zijn infectieziekten die van dieren op mensen kunnen overgaan. Per diersoort kunnen verschillende ziekten voorkomen die zich via de lucht verspreiden naar mensen, via direct contact tussen dier en mens of via voedsel. Voor omwonenden zijn vooral de via de lucht overdraagbare aandoeningen van belang. De belangrijkste zijn Q-koorts en influenza (vogelgriep, varkensgriep). De aanwezige veehouderijbedrijven zorgen voor een (mogelijke) verhoogde blootstelling aan via de lucht overdraagbare zoönose verwekkers en antibioticaresistente bacteriën die leiden tot een verhoogd risico op infectieziekten of onbehandelbare infecties. Het is nog niet goed inzichtelijk vanaf welke concentraties of binnen welke afstand tot aan veehouderijen het risico verhoogd is. Er zijn nog geen wetenschappelijk aanvaardbare onderzoeken waarbij dat in een juridisch kader is vastgelegd.

1

Veehouderijen en gezondheid omwonenden (VGO), Maassen K, et al, 2016 Emissies van endotoxinen uit de veehouderij, Ogink, N, et al. 2016 3 Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0 Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid 25 november 2016 2

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

51

Alleen voor de combinatie pluimvee en varkens gelden er op dit moment argumenten dat een combinatie van deze dieren niet als wenselijk te beschouwen. Voor rundvee gelden er op dit moment geen zwaarwegende argumenten in het kader van infectierisico’s. Ervaring leert dat een integrale benadering van de bedrijfsvoering essentieel is voor terugdringen van antibiotica gebruik. Er zijn geen resultaten bekend dat er een verhoogde kans op zoönosen hierdoor ontstaat. Binnen 100 meter van het plangebied liggen geen varkensbedrijven of pluimveebedrijven. Binnen 1.000 meter van de locatie Hoogbroeksesteeg ong. is geen veehouderij aanwezig waarbij sprake is van een gemengde bedrijfsvoering (zie afbeelding 37 en tabel 5).

Stap 5. afstand tot geitenhouderijen, pluimveehouderijen en overige bedrijven. Geitenhouderij

In de periode 2009-2013 is het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) uitgevoerd. De resultaten van het onderzoek zijn op 7 juli 2016 gepubliceerd (hoofdrapport VGO1). Op 16 juni 2017 is een aanvullend VGO-rapport (VGO2) gepubliceerd waarbij een nadere uiteenzetting voor de geitenhouderij is beschreven. Naar aanleiding van het aanvullende VGO-rapport (VGO2) heeft Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 juli 2017 besloten tot een moratorium op de geitenhouderij. Er zijn geen geitenhouderijen binnen een straal van 2.000 meter aanwezig. Het dichtstbijzijnde bedrijf met geiten, volgens Web BVB Brabant, is gelegen op ca. 4,8 km, zie navolgende afbeelding. Op ca. 2,8 km is een locatie waar hobbymatig geiten worden gehouden, zie hiervoor ook navolgende afbeelding. Mede door het moratorium is nieuwvestiging van een geitenhouderij niet mogelijk.

Hobbymatig gehouden geiten Bedrijf met geiten Hoogbroeksesteeg ong.

Afbeelding 39: weergave kaart met bedrijven met geiten (bron: Web BVB Brabant, juni 2020)

Pluimveehouderij

Binnen een afstand van 1 kilometer is één pluimveebedrijf gelegen. Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), onderzoeksprogramma VGO-III (looptijd 2017-2024) bleek dat in de jaren 2009-2013 sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Elke drie jaar worden in het kader van het

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

52

onderzoeksprogramma VGO-III de onderzoeksresultaten geactualiseerd. Voor de periode 2017-2019 geldt dat bovenstaand verband opnieuw werd gevonden voor een afstand van 500 meter. tot het moment dat de herziene versie van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid wordt uitgegeven op basis van de meest recente onderzoeksresultaten, heeft de ODBN in overleg met de GGD besloten om een advies van de GGD te blijven vragen binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij. Zoals eerder beschreven wordt er voldaan aan de richtafstanden voor endotoxine. Omdat het gaat om het toevoegen van 2 nieuwe woningen wordt het pluimveebedrijf niet beperkt in beperkt in haar ontwikkelingsmogelijkheden. Ook zal het niet zorgen voor een hogere kans op een longontsteking. Dit omdat de pluimveehouderij niet uitbreid met deze ontwikkeling. De beoogde bewoners van de woningen vallen niet binnen een risicogroep (met betrekking longproblemen). Om risico’s verder te beperken worden de beoogde bewoners vooraf geïnformeerd over de aanwezigheid van het pluimveebedrijf binnen 1 kilometer van de projectlocatie. Gezien de ligging van woningen in het agrarische buitengebied van Bernheze wordt de aanwezigheid van een pluimveebedrijf (binnen 1 kilometer) als aanvaardbaar geacht.

Overige veehouderij

Binnen 250 van de locatie Hoogbroeksesteeg ong. is een overige veehouderij aanwezig (zie afbeelding 37 en tabel 5). De gemeente zal hiervoor een zorgvuldige afweging moeten maken of er sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidrisico. Het opvragen van een GGD-advies kan hiervoor wenselijk zijn.

Stap 6. Mestbewerking of mestverwerking

Het plan betreft de bouw van twee woningen met bijbehorende bijgebouw. Er zal geen mest bewerkt of verwerkt worden. In de omgeving van het plan zijn geen bedrijven gelegen waar mestbewerking dan wel -verwerking voorkomt c.q. vergund is.

Stap 7. Ongerustheid volksgezondheid bij omwonende Voor zover bekend is, is er in de omgeving van het plan geen ongerustheid bij de omwonenden omtrent het aspect volksgezondheid. Na het doorlopen van het stappenplan kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect volksgezondheid geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van twee woningen met bijgebouw aan de Hoogbroeksesteeg ong. Voor het aspect volksgezondheid hoeft geen advies te worden opgevraagd bij de GGD.

4.2.9. Spuitzones

In de vollegronds- en sierteelt ontkomt men niet aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tegen schimmels, luizen en andere vormen van ongedierte. In relatie tot omliggende gronden heeft de planlocatie daarom mogelijk te maken met spuitzones. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Daarnaast wordt in Nederland doorgaans gebruik gemaakt van driftarme doppen om mogelijke drift die ontstaat bij de bespuiting tot een minimum te beperken. De spuitdruk gecombineerd met het type dop bepaalt de druppelgrootte. Zo geven driftarme doppen meer grove druppels, die minder snel verwaaien. Hiermee worden reductiepercentages van 50-95% gehaald, afhankelijk van het type dop en de spuitdruk.

Deze spuitdoppen worden getest op windsnelheden waaronder geen sprake meer is van een gevaar voor de volksgezondheid (door de Technische Commissie Techniekbeoordeling, versie 19 feb 2016). Deze maximale windsnelheid is vastgesteld op 5 m/s. Hiervan uitgaande zal in de beoogde situatie niet gespoten worden bij een windsnelheid van 5 m/s op spuithoogte. Daarbij wordt opgemerkt dat het gebruik bij een hogere windsnelheid ook een negatief effect heeft op de werking van de te gebruiken bestrijdingsmiddelen waardoor de ondernemer gebaat is bij gebruik bij een lage windsnelheid. Dit is ook als zodanig opgenomen binnen de huidige regels van het Activiteitenbesluit.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

53

De locatie Donzel 27 betreft reeds een bestaande situatie; een toetsing aan de spuitzonering is daarom niet noodzakelijk. De locatie Hoogbroeksesteeg ong. ligt voor een deel direct aansluitend aan landbouwgronden. Hierbij wordt echter opgemerkt dat die richtafstand met name is bedoeld voor gewassen die verticaal bespoten moeten worden, zoals boomgaarden. Grondgewassen worden altijd neerwaarts bespoten, wat de drift (indien deze al bestaat) aanzienlijk beperkt. In de omgeving van de locatie komen vindt geen kweek van siergewassen, fruitbomen, vaste planten, bloemen of bloembollen plaats. Dit is tevens ook niet zonder meer toegestaan volgens het bestemmingsplan, enkel akkerbouw is toegestaan. Op deze gronden wordt voornamelijk neerwaarts gespoten wat voor minder drift zorgt. De vaste richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en fruitteelt omdat gewasbeschermingsmiddelen niet alleen neerwaarts worden gespoten, maar ook zijen opwaarts. Omdat bij opwaarts spuiten de vloeistof op een grotere hoogte vrijkomt en er daardoor meer kans is op verspreiding, veroorzaakt de opwaartse spuittechniek de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico’s. Daarnaast geldt voor fruitteelt bedrijven dat het middelengebruik hoger ligt dan in de boomteelt.

Ook wat betreft de toxiciteit van de gebruikte middelen ligt deze bij de fruitteelt hoger dan bij de boomteelt. Derhalve kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij fruitteelt gezien worden als het meest maatgevend ten aanzien van spuitzones. De universiteit van Wageningen heeft onderzoek (PRI-rapport 609) gedaan op welke afstand gezondheidsproblemen kunnen ontstaan ten aanzien van drift. Tijdens het onderzoek is gebruik gemaakt van verschillende driftreducerende technieken. Ook is onderzocht of door het aanplanten van een haag tussen een boomgaard en een gevoelig object de afstand kan worden verkleind. In een volblad situatie kan de afstand zelfs worden verkleind tot 25 meter. Wanneer tussen de boomgaard en het gevoelige object een heg, (wind)haag of aardewal aanwezig is, kan de afstand worden verkleind tot 20 meter en 5 meter voor respectievelijk de kale boom en volblad situatie. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een dubbele heg, dubbele houtwal of een wintergroene windhaag, vindt er in zowel de kale boom als in de volblad situatie geen overschrijding van de huidblootstelling plaats direct achter de haag. In het bestemmingsplan is geborgd dat de woningen op een minimale afstand van 5 meter van de perceelsgrens gebouwd mogen worden. Daarnaast is in het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1) geborgd dat er een haag wordt gerealiseerd aan de zuidoostkant.

Deze haag vormt een fysieke beperking tussen de agrarische percelen en de bebouwing. Tot slot moet worden opgemerkt dat er zich in de directe omgeving van het plangebied verschillende (burger)woningen bevinden waarmee de teler al rekening dient te houden. Gezien deze omstandigheden kan geconcludeerd worden dat er, voor wat betreft de spuitzone, een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden binnen het plangebied.

4.2.10. Externe veiligheid

In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:

Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR)

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico

Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

54

risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Tabel 6: Uitwerking groepsrisicoverantwoording Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Weg, spoorweg of binnenwater (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitsgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording dient een toelichting te worden gegeven op artikel 12 lid 1 onder a, b, f en g van het Bevb. Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

Beleidsvisie externe veiligheid

De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

Overige wet- en regelgeving

Tot slot moet in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’, enz..

Toetsing aan beleid

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan normen vermeld in bovengenoemde regelgeving. Een ontwikkeling is niet toegestaan indien deze leidt tot een overschrijding van de grenswaarden. Van de richtwaarden kan gemotiveerd worden afgeweken. Toetsing aan het beleid begint met de inventarisatie van de omgeving van de locatie Hoogbroeksesteeg ong. Dit is inzichtelijk gemaakt middels onderstaande uitsnede van de Risicokaart Nederland, zie navolgende afbeelding. De locatie Donzel 27 betreft geen nieuwe ruimtelijke ontwikkeling; het betreft reeds een bestaand agrarisch bedrijf. Een toetsing aan het beleid ten aanzien van externe veiligheid is daarom niet noodzakelijk voor deze locatie.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

55

Hoogbroeksesteeg ong. Afbeelding 40: uitsnede Risicokaart (bron: geoweb.gelderland.nl)

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Gezien de aard van de voorgenomen activiteiten (realisatie van twee woningen met bijgebouw) op de planlocatie is het Bevi niet van toepassing. De werkzaamheden omvatten niet het gebruik, opslag of vervoer van gevaarlijke stoffen. Uit de risicokaart blijkt dat er geen risicovolle inrichtingen en kwetsbare objecten aanwezig zijn op of nabij de planlocatie. Er ontstaan daardoor geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkelingen op de planlocatie. Het plan voorziet wel in de realisatie van nieuwe beperkt kwetsbare objecten. Aangezien de planlocatie niet binnen een risicoaanduiding of binnen veiligheidsafstanden ligt zijn geen risico’s aanwezig voor de voorgenomen ontwikkelingen. Daarom kan worden geconcludeerd dat er voor dit plan geen belemmeringen zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) De Rijksweg A50 is op ca. 1,1 km van de locatie gelegen (knooppunt Paalgraven-Zeeland, wegvak B80). Er zijn geen spoortrajecten in de nabijheid van de locatie. Over de A50 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, onder andere gevaarlijke stoffen uit de categorie GT44 vervoerd. GT4 heeft een invloedsgebied van >4.000 meter 5.

Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van deze transportroute ligt, kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario toxisch. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied bij een calamiteit en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied. Deze verantwoording is hierna weergegeven. Het plangebied ligt ook op circa 310 meter van de lokale transportweg Weijen af. Over deze weg worden verschillende gevaarlijke stoffen vervoerd, waaronder stoffen uit de stofcategorie GF3 6. GF3 heeft een invloedsgebied van 355 meter7. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van deze transportweg ligt kan er, conform art. 7 van het Bevt, worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor het scenario BLEVE. De verantwoording is ook hierna weergegeven.

4 Rijkswaterstaat (2019) Lijst wegvakken data tellingen & basisnet. 5 RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport p. 19 tabel 4-2. 6 Rapportage gemeentelijk vervoer gevaarlijke stoffen Bernheze, bijlage 3. 7 RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport, p. 19 tabel 4-2.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

56

Schuilmogelijkheden Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch en scenario BLEVE Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Scenario(‘s) Vluchtmogelijkheden 1. Het relevante scenario voor het plangebied in relatie tot het transport van gevaarlijke stoffen is het Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische in alle gevallen van de risicobron af.

impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen Conclusie zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden 2. Voor het transport over de Weijen zijn de scenario’s BLEVE (explosie) van een tankwagen met GF3 of het voor nader advies. De Veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de ontstaan van een plasbrand bij uitstroming van een brandbare vloeistof na het ontstaan van brand als gevolg zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen. van een ongeval of het spontaan ontbranden van de vrachtauto denkbaar. De kans hierop is erg klein. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit 1. Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. 2. Om een plasbrand effectief te kunnen bestrijden moet schuim worden aangevoerd. Dit kost tijd en de bestrijdbaarheid van dit incident is derhalve matig.

Een BLEVE is alleen te voorkomen door het effectief koelen van de tankwagen Hiervoor zijn grote hoeveelheden water benodigd. De watervoorziening ter plaatse is aanwezig en de bestrijdbaarheid van dit scenario wordt als voldoende beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied.

Mogelijkheden zelfredzaamheid

De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt.

Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren?

Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: goed te alarmeren is; goed te schuilen is; goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.

Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ is in de nabijheid geen dubbelbestemming ‘Leiding – […]’ opgenomen. De voorgenomen ontwikkelingen liggen buiten deze dubbelbestemming en de voorgenomen ontwikkelingen hebben geen invloed op het bepaalde in de bijbehorende regels. De ontwikkeling ligt buiten de invloedsfeer van de in het Bevb opgenomen buisleidingen. Daarom is verdere beoordeling aan het Bevb niet van toepassing.

Conclusie

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

57

Aangaande de locatie Hoogbroeksesteeg ong. zijn er volgens de risicokaart geen risico’s aanwezig. De beoogde ontwikkeling ondervindt geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid. Daarnaast vormen de beoogde ontwikkelingen geen belemmeringen op basis van veiligheid voor de omgeving.

4.2.11. Technische infrastructuur

In of nabij de locatie liggen geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningslijnen en lopen tevens geen relevante straalpaden (zoals te zien op de risicokaart in afbeelding 39). Voordat er gebouwd wordt zal er een KLIC-melding gemaakt worden om relevante kabels en leidingen van de planlocatie in beeld te brengen.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

58

5. Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. 5.1. Juridische achtergrond De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verplicht gemeenten bestemmingsplannen op te stellen. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan (ook: wijzigingsplan) in ieder geval moet bestaan. Het gaat om een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast biedt zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet worden gedacht aan de toepassing van afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar. Dat is in principe de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridisch bindende onderdeel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen betreffende de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

Bij bestemmingsplannen gaat het om de belangen van burgers en bedrijven. Zij dienen zich snel en op eenvoudige wijze een juist beeld te kunnen vormen van de planologische mogelijkheden en beperkingen op één of meerdere locatie(s). Daarnaast is de vergelijkbaarheid van ruimtelijke plannen van belang voor degenen die deze plannen in grotere samenhang wensen te bezien. Hierbij kan gedacht worden aan degenen die betrokken zijn bij de planvoorbereiding, de planbeoordeling en het monitoren van beleid. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zo ook voor de regels. Voor bestemmingsplannen, zoals dit plan, is het verplicht de regels van de SVBP te volgen. 5.2. Toelichting verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd.

Op de verbeelding zijn voor de locatie Donzel 27 de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ - Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Beschermingszone watergang’ (gedeeltelijk) - Bouwvlak - Functieaanduiding: ‘agrarisch bedrijf’ - Maatvoering: aantal bedrijfswoningen: 1 - Gebiedsaanduiding ‘overige zone - groenblauwe mantel’ - Gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ - Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’ Voor de locatie Hoogbroeksesteeg ong. zijn op de verbeelding de volgende bestemmingen en aanduidingen opgenomen: - Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ (gedeeltelijk) - Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ (gedeeltelijk) - Bouwvlak - Functieaanduiding ‘ruimte-voor-ruimtewoningen’ - Gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ - Gebiedsaanduiding ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

59

Voor de benaming van de bestemmingen en aanduidingen is aangesloten bij het moederplan bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. Voor het overige wordt aangesloten bij het SVBP. 5.3. Toelichting regels De regels behorende bij dit bestemmingsplan bestaan uit inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De regels bij dit bestemmingsplan worden gewijzigd ten opzichte van het geldende bestemmingsplan. Echter waar het mogelijk is wordt aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. De regels hebben betrekking op de in de verbeelding opgenomen bestemmingen en aanduidingen.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

60

6. Uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan uiteengezet. 6.1. Financiële uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Bernheze zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemers met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemers komen.

Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen van het wijzigingsplan, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade die door uitvoering van het wijzigingsplan optreedt. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. 6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het plan maatschappelijk draagvlak heeft. In dat kader is de gelegenheid tot inspraak geboden (in de vorm van publicatie van het ontwerpbestemmingsplan). Ook heeft vooroverleg plaatsgevonden met de daartoe aangewezen instanties en zal initiatiefnemer de directe buren informeren over het voorgenomen initiatief.

6.2.1. Vooroverleg en omgevingsdialoog

Initiatiefnemers hebben de beoogde plannen voorgelegd aan omwonenden middels een bijeenkomst. Het verslag en de presentatie van deze bijeenkomst zijn toegevoegd in de bijlage 10 en 11. In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners, provincie Noord-Brabant, Waterschap Aa en Maas, de Veiligheidsregio Brabant-Noord en Monumentenhuis Brabant. Het vooroverleg heeft het volgende opgeleverd.

Provincie Noord-Brabant

De gemeente kan met behulp van een e-formulier een ruimtelijk plan elektronisch toezenden aan de provincie Noord-Brabant. Met dat formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten. Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan in veel gevallen worden volstaan met het invullen van het formulier. De gemeente ontvangt vervolgens via de e-mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond. In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan door middel van het e-formulier aangemeld bij de provincie Noord-Brabant. Op 16 februari 2022 heeft de provincie een vooroverleg reactie opgesteld. In deze reactie geven zij aan dat met betrekking tot de locatie Donzel 27 de invulling van de landschappelijk inpassing te summier is, en dat de voorwaardelijke verplichting niet juist is verwoord in de regels. Ook wenst men duidelijkheid ten aanzien van permanente teeltondersteunende voorzieningen in de regels van het plan. Ten aanzien van de Hoogbroeksesteeg ong. geven zijn aan dat de onderbouwing van de bebouwingconcentratie erg summier is. Ook vindt men de uitwerking van de kwaliteitsverbeterende maatregelen niet toereikend.

Tot slot merkt de provincie op dat er enkele tegenstrijdige afbeeldingen zijn opgenomen in de toelichting. De opmerkingen van de provincie Noord-Brabant zijn verwerkt in de toelichting en de regels van het bestemmingplan.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

61

Waterschap Aa en Maas Het waterschap Aa en Maas heeft het plan beoordeeld voor een vooroverlegreactie. Men heeft de volgende opmerkingen: - Er dient verwezen te worden naar het waterbeheerplan 2022-2027; - Nabij de locatie Donzel 27 is een a-watergang gelegen. Een beschermingszone van 5 meter breed is hier van toepassing. Ook is op locatie de a-watergang overkluisd. Het waterschap wenst hierover contact met initiatiefnemer om de plannen ter plaatse verder te bespreken. - Het waterschap heeft vanuit hydrologisch oogpunt geen reden op voorhand aan te nemen dat de aanleg van een poel in het wijstgebied niet uitvoerbaar is. Dit vereist nog wel een vergunning op grond van de keur. De opmerking van het waterschap Aa en Maas zijn verwerkt in de toelichting en de regels van het bestemmingsplan.

Veiligheidsregio Brabant-Noord

De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 18 februari 2022 het plan beoordeeld. Er is geconstateerd dat voor het scenario BLEVE op deze afstand (310 meter) te verwachten zijn binnen de bebouwing. Voor het scenario toxische wolk onderschrijft de veiligheidsregio de conclusies uit het advies van de omgevingsdienst. Een nader advies is niet noodzakelijk. De adviezen van de veiligheidsregio en de omgevingsdienst zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan.

Monumentenhuis Brabant

Op verzoek van de gemeente Bernheze heeft het Monumentenhuis Brabant de paragraaf Archeologie beoordeeld. De conclusie dat archeologisch onderzoek niet nodig is, is akkoord volgens het Monumentenhuis Brabant. Echter, bij eventuele toevalsvondsten dient hiervan melding te worden gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Dit kan telefonisch bij het Meldpunt Provinciaal Depot Bodemvondsten Noord-Brabant (tel. 06-18303225). Het plan is niet aangepast naar aanleiding van de conclusie van het Monumentenhuis Brabant.

6.2.2. Zienswijzen en beroep

De vaststellingsprocedure van het wijzigingsplan vindt plaats volgens artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp wordt in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt eenieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan. De eventueel ingebrachte zienswijzen worden behandeld in de zienswijzenota. De eventuele wijzigingen t.o.v. het ontwerp zullen hierin worden verwoord. Na vaststelling wordt het wijzigingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan er beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. Gezien eenieder de mogelijkheid heeft om te reageren op het bestemmingsplan door het kenbaar maken van zienswijzen, wordt na afloop van de hierboven beschreven procedure het plan als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

62

7. Bijlagen Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 Beheersplan Bijlage 3 Berekening kwaliteitsverbetering Bijlage 4 Toelichting kwaliteitswinst berekening Bijlage 5 Geuronderzoek Bijlage 6 Historische toets vrijstelling bodemonderzoek Bijlage 7 Invoergegevens Aerius-berekening Bijlage 8 Aerius-berekening Bijlage 9 Quickscan soortenbescherming Bijlage 10 Verslag omgevingsdialoog Bijlage 11 Hand-out omgevingsdialoog

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

63

Bestemmingsplan – Donzel 27 en Hoogbroeksesteeg ong., Nistelrode

64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=1cb14957-9faa-4b08-8d5e-ea74a707ead5