Concept programma groene gezonde structuren (2)
Tekst van het document
Jeugdrecreatiepark realiseren.
pagina 62
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Strategisch doel
Verkennen mogelijkheden gezonde schoolpleinen, eetbaar plein, moestuincoaches.
X
Rookvrije terreinen (openbare ruimte, sport – en speellekken.
pagina 63
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Strategisch doel
In 2030 is het percentage ‘Beweegvriendelijke omgeving’ toegenomen ten opzichte van de situatie in 2022 (*).
We verkennen de mogelijkheden voor aanleg van gezonde voedselomgeving (voedselbos/ buurttuin, pluktuin).
X
Vergroening van 4 schoolpleinen. Natuurkernen in Bernheze duidelijk zichtbaar maken voor recreanten en daarmee beschermen. We brengen het aanbod van hondenvoorzieningen in kaart zodat we dit in samenhang met andere GGS-voorzieningen kunnen bezien. We vergelijken dit met de favoriete hondenuitlaatronden zoals door mensen aangegeven in de enquête. We onderzoeken of er landelijke normen of ervaringscijfers zijn die meer richting geven aan spreiding, dimensionering en inrichting. Bij elke buurtaanpak nemen we de aanleg van hondenvoorzieningen integraal mee in de aanpak. Nader te bepalen. Een zone van … meter aan beide kanten van de breuk wordt bestemd voor de functie groen.
X
pagina 64
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
In 2030 hebben we de biodiversiteitswaarde in groenontwikkelingsprojecten aanzienlijk verhoogd t.o.v. gemeten waarden in de natuurpuntencalculator .
stimuleren van natuurlijke vijanden door beheersing plaagsoorten (zoals eikenprocessierups).
Strategisch doel X
Bestaande groene (gras) stroken biodivers maken Pas een biodivers maaibeleid toe. Bv. Maai mei niet. Houd rekening met hoog-allergene soorten + biodiverse inrichting.
In 2030 is minimaal 15 hectare bos bijgeplant.
In regionaal verband beoordelen we welke opgave we hebben t.a.v. nieuw bos en maken op basis daarvan een uitvoeringsagenda
X
X
X
X
Op lokaal niveau blijven we kansen benutten om onze bossen uit te breiden o met elkaar te verbinden door naburige landbouwpercelen aan te kopen en in te richten. . Vanaf 2026 wordt de lagenbenadering, waarbij het bodem- en watersysteem de basis is, toegepast bij ruimtelijke ontwikkelingen.
De enkeerdgronden zijn de voorkeurslocatie van de functies groen, water en klimaatadaptatie. Er wordt een kaart gemaakt die laat zien waar de beste locaties zijn voor verschillende functies, gebaseerd op het bodem- en watersysteem.
pagina 65
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
In 2030 verminderen we externe gezondheidsrisico’s door lucht, grond- en oppervlaktewater en bodem schoner te maken, minder geluids- en geuroverlast en de risico’s op zoönose klein te maken. We baseren ons om op de waarden uit het GGD omgevingsadvies Brabant.
pilot uit met een verbod op gifspuiten nabij kwetsbare natuur.
Waarden van natuur, landschap, milieu en cultuurhistorie worden uiterlijk 2030 beschermd doordat hiervoor regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan.
we gaan karakteristieke panden (voorheen cultuurhistorisch waardevolle panden) opnemen op het omgevingsplan. 2026-2028
Strategisch doel X
X
X
we wijzen 40-60 extra panden aan als gemeentelijk monument. 2025-2027 we borgen de cultuurhistorische waardenkaart op het omgevingsplan. 2026-2027 we gaan cultuurhistorische landschappen beschermen via het omgevingsplan. Opstellen van beeldkwaliteitsplannen voor de cultuurhistorisch waardevolle landschappen (waaronder lintbebouwing) voor het toevoegen van RvR-woningen. We gaan onderzoeken welke (juridische) instrumenten ingezet kunnen worden om de omgeving van de monumenten beter te beschermen zonder dat dit ontwikkelingen in de weg staat. Vervolgens gaan we deze toepassen en opnemen op het omgevingsplan. 2026-2029
pagina 66
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Strategisch doel
Het zichtbaar maken van erfgoedlocaties in het Aa-dal: beleefbaar maken van de kastelen/ burchten. Beleefbaar maken van kasteeltje Avenstijn. 2026-2027
X
Waarden van natuur, landschap, milieu en cultuurhistorie worden uiterlijk 2030 beschermd doordat hiervoor regels zijn opgenomen in het Zichtbaar maken van erfgoed in het Omgevingsplan. gebied Hoge Vorssel 2026-2027 Canon Bernheze. 2025-2026 Inrichting openbare ruimte. De inrichting van de openbare ruimte is essentieel voor de instandhouding en versterking van de beleving van de kernen. Hierbij gaat het om ruimte inclusief groen. Verrommeling is een sluipend proces, dat veel afbreuk kan doen aan de uitstraling en beleefbaarheid. Bij de plannen voor de herinrichting van de openbare ruimte (ook door kunst in de openbare ruimte) en verkeerscirculatie vergroten we de beleefbaarheid van Bernheze door inspiratie te zoeken in het erfgoed. We verkennen welke (her)inrichtingsprojecten en ‘kunstprojecten’ er op stapel staan en brengen daar cultuurhistorische kennis in om de projecten een kwaliteitsimpuls te geven.
pagina 67
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Waarden van natuur, landschap, milieu en cultuurhistorie worden uiterlijk 2030 beschermd doordat hiervoor regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan.
In het kader van kerkenvisie continueren we de dialoog met de kerkeigenaren. Dit betekent dat we actief het gesprek zullen aangaan. Dit bevordert een proactieve en gestructureerde samenwerking voor de ontwikkelingen rondom het religieus erfgoed in de gemeente. 2026-2028
Strategisch doel X
Bij de functiewijziging van de kerk in Heeswijk zijn we proactief betrokken. Een dergelijke open communicatie achten we ook van belang rondom de toekomst van de bijzondere landgoederen (Kasteel Heeswijk, Huis De Berkt en Kasteel Zwanenburg) en monumentale boerderijen en VABlocaties. Samen met het programma team transitie landbouw de koppelkansen voor erfgoed en transitie landbouw verder benutten. 2025-2030
pagina 68
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Initiatieven van derden die bijdragen aan de realisatie van Groene Gezonde Structuren kunnen rekenen op een ‘ja-mitshouding’
We identificeren enthousiaste buurtbewoner-(groepen)
Strategisch doel X
We halen 1x per jaar op waar de wensen van inwoners liggen in Bernheze Menukaarten participatie uitwerken en integreren in communicatieuitingen Organiseren van campagnes en educatieve programma’s om bewoners bewust te maken van het belang van natuur en gezondheid en hen te betrekken bij milieuvriendelijke initiatieven. We pilotten met 2 buurt werkgroepen die zelf groen aanleggen en onderhouden
pagina 69
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Uiterlijk in 2030 is er een actief netwerk met uitvoeringsorganisaties voor de realisatie van groene gezonde structuren. We zijn actief betrokken en dragen we bij aan samenwerkingsverbanden die werken aan groene gezonde structuren.
We onderhouden nauw contact met Stichting Brabantse Aa en beoordelen hun projecten op haalbaarheid, wenselijkheid en rol van de gemeente.
Strategisch doel X
Uitwerken van een subsidieregeling waarmee initiatiefnemers financieel geholpen kunnen worden om de GGS-doelen te realiseren (vergelijkbaar met subsidie kwaliteitsverbetering buitengebied) Inventariseren welke samenwerkingspartners we nu al hebben, en hoe de samenwerking geoptimaliseerd kan worden Goede voorbeelden uitventen, samenwerken met waterschap, woningbouwcoöperaties, en belangenorganisaties zoals IVN, ZLTO enz. Aanwijzen bestuurlijke ambassadeur.
Vanaf 2028 is in 100% van de bestuursvoorstellen aandacht voor integrale besluitvorming (vanuit milieu, groen, wonen en gezondheid)
Vanaf 2028 is in 100% van de bestuursvoorstellen aandacht voor integrale besluitvorming (vanuit milieu, groen, wonen en gezondheid)
Inzet van de top 10 natuurinclusief bouwen van KAN-bouwen
X
X
Handreiking natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen regionaal opstellen (Zie UP RNOB) X
pagina 70
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Uiterlijk 2028 zijn er duidelijke streefbeelden en toetskaders ten aanzien van de Groene Gezonde Structuren waaraan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden getoetst.
Afstemmomenten over integraal samenwerken (1 x 2 maanden)
Strategisch doel X
Nee-tenzij-principe toepassen bij verzoeken om extra routenetwerken door bestaande natuur. Waar de beleidslijnen vanuit GGS strijdig (kunnen) zijn met beleidslijnen van andere disciplines maken we hierop integrale uitwerkingen. Een voorbeeld (lanen en wegen buitengebied waarin natuur, landschap, mobiliteit en klimaatadaptie samenkomen) is in de bijlagen gevoegd.
pagina 71
Operationele doelstelling
Inspanningen (Maatregelen)
Groene gezonde structuren zijn vanaf 2030 verankerd in de werkprocessen ten aanzien van de openbare ruimte.
Bodem- en watersturend uitwerken in beleidsregels en algemene regels.
Strategisch doel X
X
Regels voor het beschermen van cultuurhistorische waarden opnemen in het omgevingsplan. Regels voor bescherming van landschapselementen (waaronder zandwegen) opnemen in het omgevingsplan. De groennorm en het compensatiebeginsel opnemen in het omgevingsplan. Opvolging evaluatie geur. Evalueren kansenbeleid: Draagt de transitie van het buitengebied voldoende bij aan de omgevingskwaliteit? Regels voor bodem, licht, geluid en geur opnemen in omgevingsplan. Regels voor houtkap opnemen in omgevingsplan. Beleidslijn uitwerken voor verlichting in het buitengebied waarin veiligheid en natuurwaarden beiden terugkomen Vaststellen bebouwingscontour houtkap.
pagina 72
Bijlage 2 Analyses huidige situatie In beeld brengen van uitgangssituatie Kaarten / cijfers van:
Huidige groennorm per wijk
Huidige klimaatstresstesten
Huidige afstand tot koelte
Huidige verstening tuinen volgens data operatie Steenbreek
Huidig aantal km (bewegwijzerde routes) of ommetjes + kaart waar ze liggen
Waardenkaarten cultuurhistorie (indien mogelijk/ nader te bepalen).
Beschrijving landschap en erfgoed uit visie ‘Ode aan het boerenleven’ (mogelijk) Als informatielaag / kennisdoc.
Analysedata van OBB
Beweegvriendelijke omgeving (RIVM)
Inwoners kunnen verkoeling vinden (GGD – BROS)
pagina 73
pagina 74
Bijlage 3 Beleidsregels 3.1 Groennorm Groene leefomgeving op niveau houden bij ontwikkelingen We zorgen er met een Bernhezer groennorm voor dat bij ontwikkelingen het oppervlak groen op niveau blijft zodat we iedereen een gezonde leefomgeving kunnen bieden. De groennorm is een voorwaarde voor het toestaan van ontwikkelingen. • Bij in- en uitbreidingen moet minimaal 20% van het projectgebied openbaar groen zijn. • Bij renovaties/reconstructies hanteren wij een norm van minimaal 10% (extra) groenoppervlak t.o.v. de uitgangssituatie. Deze groennorm geldt zowel voor gemeente als andere partijen en wordt daarom in het Omgevingsplan als regel opgenomen. Reikwijdte groennorm (deze tekst is in rood weergegeven omdat het een aanvulling/afwijking is op het beleid uit het Groenstructuurplan)
De groennorm geldt voor alle nieuwbouwontwikkelingen bij in- en uitbreidingen. Dit betreft dus niet alleen woningen, maar ook allerlei vormen van bedrijvigheid.
De groennorm is niet van toepassing buiten de bebouwde kom. Daar gelden andere regels ter verbetering van de kwaliteit van het landschap.
Als buiten de bebouwde kom een ontwikkeling plaatsvindt waar openbare ruimte wordt toegevoegd, die in eigendom en beheer van de gemeente komt, kan zij daar maatwerkregels voor stellen.
3.2 Compensatie bij het niet kunnen realiseren van de groennorm
Voorop staat dat een initiatiefnemer moet voldoen aan de groennorm en IN het projectgebied voldoende groen moet realiseren. Maar soms zijn er ontwikkelingen die maatschappelijk heel sterk gewenst of nodig zijn en daardoor het afwijken van de stelregels legitimeren. Het college maakt die afweging en kan dan besluiten dat het groen buiten het projectgebied moet worden gerealiseerd. Dan geldt het groencompensatiebeleid dat in onderstaand schema is uitgewerkt. Daarin is ook voorzien dat compensatie alleen financieel mag worden ingelost als de betreffende wijk al boven de 107m 2 norm zit. De middelen die hieruit voortkomen, zet de gemeente in om op andere plekken groen toe te voegen. Zit een wijk onder die norm? Dan moet de fysieke compensatie van de ontwikkeling weliswaar buiten het bouwplan, maar binnen dezelfde wijk plaatsvinden.
pagina 75
3.3 Compensatie bij het verlies van openbaar groen (anders dan door woningbouw)
Openbaar groen kan door diverse oorzaken verwijderd moeten worden. Dat komt door de vele functies die onze openbare ruimte vervult. Denk aan (fiets-)parkeren, stallen van afvalcontainers, aanleg van energievoorzieningen enzovoorts. Ook bij deze ingrepen blijft de stelregel overeind dat het areaal openbaar groen in een wijk niet achteruit mag gaan. Verwijdering van groen betekent compensatie. De initiatiefnemer moet zorgen dat binnen dezelfde wijk minimaal dezelfde hoeveelheid groen wordt teruggebracht. In uitzonderingssituaties kan worden gewerkt met financiële compensatie. Een voorbeeld kan de aanleg van een inrit of parkeerplaats zijn waarbij de initiatiefnemer een particulier is waarvan niet verwacht kan worden dat hij openbaar groen volgens de gewenste standaarden kan aanleggen.
3.4 Groenparagraaf Bij elk bouwplan moet de initiatiefnemer een groenparagraaf aanleveren waarin hij uitlegt hoe hij invulling geeft aan de gemeentelijke ambities en regels in dit programma. In de groenparagraaf licht hij toe: • hoeveel procent van het projectgebied openbaar groen is • hoeveel m2 openbaar groen per woning dit is • of hij hiermee voldoet aan de groennorm • waarom hij niet kan voldoen aan de groennorm (indien van toepassing) • hoe hij dit tekort fysiek of financieel compenseert • hoe hij omgaat met monumentale bomen, toekomstbomen en structuurbomen • hoe hij groen inzet voor natuurwaarde en klimaatadaptatie in zijn plan
Of er sprake is van Groene Gezonde Structuren en hoe hij daar invulling aan geeft (wijziging t.o.v. GSP).
Het college gebruikt deze groenparagraaf om af te wegen of een woningbouwplan doorgang kan vinden of niet.
3.5 Groene gezonde structuren op de plankaart Het ontwikkelperspectief van de GGS-kaart wordt in het Omgevingsplan opgenomen als aanduiding op de plankaart. De regel daarbij is dat een ontwikkeling moet worden getoetst of deze passend is bij het streefbeeldenboek.
pagina 76
3.6 Bij nieuwbouwontwikkelingen en reconstructie Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst. Iedereen binnen het plangebied dient binnen maximaal 300 meter naar een verkoelende plek te kunnen komen, 2 jaar na oplevering.
3.7 Bescherming houtopstanden Het is verboden een aangewezen houtopstand te kappen zonder vergunning Aan een vergunning kan een compensatie-/herplantplicht worden verbonden Voor sommige beschermde houtopstanden geldt een bijdrageregeling
3.8 Aanwijscriteria monumentale bomen en toekomstbomen A. Criteria monumentale bomen Een boom moet aan alle basisvoorwaarden en aan minimaal één van de aanvullende voorwaarden voldoen om als ‘Monumentale boom’ te worden gewaardeerd. Basisvoorwaarden monumentale boom Leeftijd De leeftijd van de boom is minimaal 40 jaar. Deze leeftijdsgrens geldt niet voor bomen die zijn geplant als herdenkingsboom. Vitaliteit/ conditie De boom mag niet in een onherstelbare slechte conditie verkeren (d.w.z. de boom moet in beginsel weer in een redelijke conditie zijn te brengen), volledig verval van de boom mag niet binnen 10 jaar te verwachten zijn. Meetbaar volgens de methode van Andreas Roloff. Aanvullende voorwaarden monumentale boom Beeldbepalend
De stam heeft een omtrek van minimaal 180 centimeter (diameter 57 centimeter), gemeten op 1,30 meter hoogte boven maaiveld en
De boomkroon is voor minimaal 50% zichtbaar vanuit (semi-)openbaar toegankelijke ruimten. en
pagina 77
Het groenelement onderscheidt zich in positieve zin van de groenelementen in de directe omgeving en
Het wegvallen van deze groene massa kan in beeld niet worden gecompenseerd door overig groen in de omgeving.
3.9 Aanwijscriteria monumentale bomen (vervolg) Cultuurhistorische waarde
Van de boom is vastgelegd dat deze is geplant ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis of concrete aanwijzingen, zoals bordjes, maken dat duidelijk (bijvoorbeeld herdenkingsbomen t.g.v. geboorten, en huwelijken van prinsen/prinsessen, afscheid burgemeester, boomfeestdag). of
Uit leeftijd, plantlocatie en snoeiwijze blijkt duidelijk dat het groenelement oorspronkelijk is geplant voor een (historisch) nut of gebruik (bijvoorbeeld leibomen, knotbomen, markeringsbomen, kruis-/kapellenbomen). of
Het groenelement is kenmerkend voor een bepaalde stijlperiode of ontwerpfilosofie of
De waarde van het groenelement is onlosmakelijk verbonden met het historische of monumentale gebouw waar het bij hoort.
Dendrologische waarde
De boom is van een zeldzame soort of variëteit of heeft een bijzondere groeivorm als gevolg van natuurlijke oorzaken bijvoorbeeld tweestammig, meerstammig. Er komen in de kern maximaal vijf bomen met vergelijkbare eigenschappen voor.
pagina 78
3.10 Aanwijscriteria toekomstboom B. Criteria toekomstboom Een boom moet aan alle basisvoorwaarden en aan minimaal één van de aanvullende voorwaarden voldoen om als ‘toekomstboom’ te worden gewaardeerd. Basisvoorwaarde toekomstboom: Actuele conditie, ondergrondse groeiplaats en bovengrondse ruimte bieden de potentie om de boom uit te laten groeien tot een boom van minimaal 60 jaar oud (te toetsen aan de richtlijn in hoofdstuk Ruimtelijke ontwikkelingen) zonder over andermans eigendom te hangen of dit te raken. Aanvullende voorwaarden toekomstboom Beeldbepalend Door zijn positie heeft de boom de potentie om een wezenlijke en positieve bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. De boom vormt ook op lange termijn een eyecatcher of landmark. Burgerinitiatief De boom is voorgedragen vanuit een breedgedragen burgerinitiatief. Minimaal 60% van de belanghebbenden is voorstander van de boom op deze locatie. Herplantverplichting De boom is een vervanging van een monumentale boom en komt voort uit een opgelegde herplantverplichting/compensatie.
3.11 Beoordelingscriteria kapverzoek monumentale boom of toekomstboom Bomen van de LMT worden beschermd door middel van een kapverbod in het Omgevingsplan. Wij beoordelen aanvragen met het ‘nee-tenzij’ principe. Dat bekent dat alleen een vergunning kan worden verleend als alternatieven om de boom te sparen zijn onderzocht en niet mogelijk zijn gebleken. Daarnaast moet sprake zijn van één van onderstaande factoren: De boom is zo onveilig dat instandhouding van de boom niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade; of Er is sprake van een zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen duurzaam behoud van de boom.
pagina 79
3.12 Compensatierichtlijn kap monumentale boom of toekomstboom Compensatie is slechts een noodmaatregel die wordt ingezet als de kap van een boom onoverkomelijk is, blijkend uit de beoordeling conform paragraaf 4.1.3. De mogelijkheid op compensatie is geen argument om kap goed te keuren. Voor compensatie gelden de volgende richtlijnen: 1. De reden van kap is bepalend voor de opgelegde herplantverplichting. a. Een boom die door natuurlijk verval afsterft of onveilig raakt, behoeft geen verplichte compensatie. b. Als andere belangen de motivatie zijn voor kap, is doorgaans sprake van voortijdig rooien. Zonder ingrijpen had de boom waarschijnlijk nog jaren kunnen blijven staan. In die gevallen wordt een herplant vereist. Voor elke gerooide boom moeten, waar mogelijk, minimaal drie nieuwe bomen worden teruggeplant in een aanplantmaat van minimaal 25-30 centimeter omtrek, gemeten op 1,30 meter boven maaiveld. 2. De soort is van de categorie eerste grootte (in volwassen toestand meer dan 15 meter hoog) of tweede grootte (in volwassen toestand tussen 8 en 15 meter hoog). 3. De nieuwe plantplaats is geschikt om de nieuwe boom duurzaam uit te laten groeien tot een volwassen exemplaar. 4. De compensatie vindt plaats in de directe omgeving van de te kappen boom en moet in vergelijkbare mate het beeld kunnen gaan bepalen.
Met andere woorden: voor een boom die aan de straatzijde wordt gerooid, mag niet op een onzichtbare plek aan de achterzijde van de woning een herplant plaatsvinden. 5. De compensatie is geschikt voor de groeiomstandigheden op de plaats van aanplant en past in zijn omgeving.
3.13 Toelichting beoordelingscriteria kapverzoek monumentale boom of toekomstboom Alternatieven De initiatiefnemer moet aantonen dat kap van de boom noodzakelijk is en dat alternatieven voor kap uitvoerig zijn onderzocht en onmogelijk zijn gebleken. In het geval van onveiligheid kunnen maatregelen als kroonverankering en snoei bijvoorbeeld bijdragen aan een verhoogde boomveiligheid. Een deskundige moet dergelijke (on-)mogelijkheden beoordelen. De gemeente kan vragen om een schriftelijke rapportage. In het geval van zwaarwegende maatschappelijke belangen verwerkt de initiatiefnemer alle onderzoeken en overwegingen in de groenparagraaf die bij het plan wordt meegeleverd. Zie ook hoofdstuk 6. Veiligheid Een ontheffing kan worden afgegeven als aantoonbaar sprake is van bedreiging van de (openbare) veiligheid door de toestand van de boom zelf. De groenopzichter van de gemeente beoordeelt dit. Bij twijfel levert de aanvrager een deskundigenrapport van een onafhankelijke boomdeskundige waaruit de veiligheidstoestand van de boom blijkt. Deze moet gecertificeerd zijn als boomveiligheidscontroleur of European Tree Technician. Zwaarwegend maatschappelijk belang Onder zwaarwegende maatschappelijke belangen worden maatregelen of projecten gerekend die aantoonbaar belang hebben voor een wijk of gemeente.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het niveau van een hoofdinfrastructurele ontsluiting (hoofdverkeersweg, hoofdriool, hoofdgasleiding etc.), de realisatie van een gebouw met een groot maatschappelijk nut (sporthal, school, zorgcentrum) of de aanleg of revitalisering van een centrumgebied. Het uitvoeren daarvan moet een duidelijke
pagina 80
meerwaarde betekenen voor de ruimtelijke, economische of sociale structuur van de wijk of gemeente om als ‘zwaarwegend’ te kunnen gelden. Het belang mag niet van tijdelijke aard (zoals bijvoorbeeld bouwstraten) zijn maar moet voor een lange termijn gelden. Individuele belangen of belangen van kleine groepen zijn derhalve in principe geen reden om ontheffing te verlenen.
3.14 Bijdrageregeling instandhouding monumentale boom of toekomstboom Monumentale bomen zijn vaak de oudere bomen. Op hogere leeftijd kunnen gebreken ontstaan die het (veilig) voortbestaan van de boom in het geding brengen. Bij het toenemen van de leeftijd gaat de wettelijke zorgplicht ook een grotere rol spelen. Zie ook hoofdstuk 7. Soms zijn dan maatregelen vereist die het reguliere onderhoud van de boom overstijgen en extra kosten met zich meebrengen. Een particuliere eigenaar van een monumentale boom kan rekenen op een bijdrage van de gemeente onder de volgende voorwaarden. 6. De maatregel is nodig om de boom veilig en vitaal in stand te houden en overstijgt het regulier onderhoud. Snoei om cosmetische redenen of overlast valt hier bijvoorbeeld niet onder. Het repeterend knotten of kandelaberen ook niet. Noodzakelijke onderhoudssnoei, groeiplaatsverbetering en kroonankers wel. 7. De noodzaak van de maatregel moet blijken uit een onafhankelijk deskundigenrapport. Een deskundige heeft minimaal een certificaat Boomveiligheidscontroleur. 8. Een boomeigenaar kan zijn boom kosteloos periodiek laten keuren op boomveiligheid door de onafhankelijk boomveiligheidscontroleur die ook de controles op de gemeentelijke bomen uitvoert. 9. De maatregel wordt uitgevoerd door de aannemer van de gemeente die op dat moment ook het onderhoud aan de gemeentelijke bomen uitvoert. 10.
Als een boomeigenaar ervoor kiest om zelf een aannemer in te huren, dan bedraagt de vergoeding maximaal het bedrag dat de gemeentelijk aannemer in rekening gebracht zou hebben. 11. Over de in te zetten maatregel worden vooraf afspraken gemaakt met de gemeente. 12. Het college kan jaarlijks een plafondbedrag instellen voor het maximaal uit te geven bijdragebudget. 13. De boomeigenaar blijft ten allen tijde verantwoordelijk voor zijn eigen boom.
3.15 Aanwijscriteria boomstructuren Een boom maakt deel uit van een groenstructuur als deze deel uitmaakt van de lijn of het vlak zoals aangeduid in het Groenstructuurplan of Lanenplan. Uitgangspunt is dat een structuurlijn of vlak het hele openbare gebied tussen de particuliere perceelsgrenzen betreft. In bijzondere gevallen kunnen ook lanen of vlakken van derden worden aangewezen als structuur. Dit zou bijvoorbeeld in de omgeving van het kasteel kunnen gelden.
3.16 Beoordelingscriteria vergunning boomstructuren Omdat de structuren het groene raamwerk van de gemeente moeten (gaan) vormen, staat in deze gebieden behoud van bomen voorop. Daarom geldt voor deze bomen een kapverbod in het Omgevingsplan. Voor het verwijderen van bomen in de structuren is een omgevingsvergunning vereist. Een uitzondering hierop geldt voor kapmaatregelen in het kader van regulier onderhoud (dus het rooien van bomen omdat ze (nagenoeg) dood of onveilig zijn en kap daardoor onvermijdelijk is. Door diverse factoren tegen elkaar af te wegen die pleiten voor én tegen behoud van de boom maken wij een heel zorgvuldige afweging op een rooiverzoek. Redenen die pleiten voor behoud van de boom kunnen zijn: a. natuurwaarde b. landschappelijke waarden c. waarden voor stads- en dorpsschoon; d. beeldbepalende waarde e. cultuurhistorische waarden f. dendrologische waarden
pagina 81
De toetsing op deze weigeringsgronden gebeurt door de boomdeskundige van de gemeente. Hiervoor gebruikt hij een standaardbeoordelingsformulier waarin bovenstaande weigeringsgronden zo objectief meetbaar mogelijk zijn uitgewerkt. Redenen die pleiten voor verwijdering van een boom kunnen zijn: a. De conditie is slecht of de boom is nagenoeg dood. b. De boom vertoont gebreken waardoor de veiligheid voor de omgeving niet meer gewaarborgd kan worden. c. De boom belemmert de vrije uitgroei van een andere, waardevollere houtopstand. d. De boom belemmert het zicht voor veilig gebruik van de weg of een inrit zodanig dat er onveilige situaties ontstaan en dit is niet anders te verhelpen dan met verwijdering van de houtopstand. e. De boom veroorzaakt telkens terugkerende verhardingsopdruk die niet meer met de reguliere onderhoudsmiddelen te verhelpen is. f. De boom veroorzaakt substantiële schade die niet anders voorkomen kan worden dan door verwijdering van de houtopstand. g. De combinatie van standplaats en soortkeuze maakt dat een boom niet meer passend is op die plek. Zie ook hoofdstuk 5. h. In het kader van een goedgekeurd renovatie- of reconstructieplan is het nodig de boom te verwijderen. Het plan is opgesteld in overleg met belanghebbenden en dit resultaat is het meest gedragen plan gebleken. i.
De boom belemmert de uitvoering van een goedgekeurd bouwplan, de aanvraag voor de kapvergunning is tegelijk met de aanvraag voor de bouwvergunning ingediend en alternatieven om de boom te sparen zijn onderzocht maar niet mogelijk gebleken. Zie ook hoofdstuk 6. Ook de redenen om kap eventueel toe te staan komen terug in het standaardbeoordelingsformulier. Door deze werkwijze hebben wij eenduidigheid van de beoordelingen geborgd. Uit de weging van de bovengenoemde factoren volgt een basisuitspraak die laat zien in hoeverre er een duidelijke voorkeur is voor kap of verwijdering. Dit wordt uitgedrukt in een puntentelling en visuele weergave. Naast die basisuitspraak kijken wij bij de eindafweging ook altijd naar de volgende factoren: Ingeval van overlast: is die ook op een andere manier dan kap op te lossen of te beperken? Dan heeft dat de voorkeur. Is een oplossing op boomniveau voldoende? Of is het logischer om op vergelijkbare bomen in de omgeving dezelfde maatregel toe te passen? Leidt de voorgestelde maatregel tot een ongewenst precedent?
3.17 Compensatie bij kap structuren Ook in dit geval geldt dat een mogelijke compensatie geen reden kan zijn om de kap van bomen goed te keuren. Structuren komen alleen voor op openbaar terrein en bestaan altijd uit grotere eenheden (groene vlakken of linten). Daarom vergen de kap en herplant van die bomen altijd maatwerk. Uitgangspunt is dat de gemeente als goed huisvader waakt over haar bomen en deze onderhoudt en beschermt conform de richtlijnen in programma. Hieruit mogen wij opmaken dat bomen alleen worden weggehaald als dat echt niet anders kan en dat de gemeente zelf blijft bouwen aan haar groene kwaliteit. Daarom hanteren wij voor compensatie in structuren geen vaste richtlijnen qua aantallen of aanplantmaten. Wij grijpen elke ontwikkeling aan om onze structuren te versterken. Als wij bomen herplanten in structuren hanteren wij minimaal de aanplantmaat 14-16 centimeter omtrek gemeten op 1,30 meter. Als herplant wel wenselijk is voor instandhouding van het laanbeeld, maar op de kaplocatie niet mogelijk is, kan op een andere plek worden herplant. Ook bestaat de mogelijkheid tot financiële compensatie als een gemeenteboom omwille van initiatief van een derde moet worden gekapt.
pagina 82
3.18 Aanwijscriteria overige beschermde houtopstanden Er is een vergunning nodig voor het kappen/vellen van houtwallen, houtsingels en andere houtachtige gewassen met een oppervlakte kleiner dan 10 are buiten de bebouwingscontour houtkap en buiten de erven/tuinen. Er is ook een vergunning vereist voor het kappen/vellen van alle houtopstanden buiten de bebouwingscontour houtkap die deze zijn voortgekomen uit een verplichting zoals een herplantplicht na eerdere kap, landschappelijke inpassing of kwaliteitsverbetering landschap. Deze vergunningplicht is ook van toepassing op erven en tuinen.
3.19 Beoordelingscriteria overige beschermde houtopstanden Als een vergunning wordt aangevraagd voor het kappen/vellen van een beschermde houtopstand wegen wij de reden van verwijdering af tegen de waarde van de houtopstand. Een houtopstand kan de volgende waarden hebben: -
Landschappelijke waarden (bepalend voor maat en schaal van het landschap) Ecologische waarden (bijv. migratieroute vleermuizen, verbinding leefgebieden) Cultuurhistorische waarden (bijv. oude perceelsgrenzen, tracé’s, enz.)
In alle gevallen geldt een plicht:. -
om een houtopstand van minimaal dezelfde oppervlakte terug te planten;
-
binnen het zichtbereik van de gevelde houtopstand; zo veel mogelijk in aansluiting op bestaande groenstructuren en bestaande of historische kavelgrenzen; bestaande uit inheems plantmateriaal dat passen op basis van een landschappelijke analyse die motiveert waarom de nieuwe locatie landschappelijk passend is.
-
3.20 Zandwegen en half verharde wegen Een vergunning voor het verharden, ophogen, afgraven of opheffen van zandwegen wordt beoordeeld met het nee-tenzij-principe: Een vergunning wordt alleen verleend:
-
in het geval van een zwaarwegend maatschappelijk belang en nadat een aantal alternatieven zijn onderzocht en onmogelijk of zeer onwenselijk zijn gebleken
pagina 83
3.21 Vergunning half verharde wegen Een vergunning voor het verharden van halfverharde wegen wordt als volgt beoordeeld: Een vergunning voor verharden wordt alleen verleend:
-
Als dit noodzakelijk is om gezondheidsrisico’s te beperken
-
En nadat een aantal alternatieven zijn onderzocht en onmogelijk of zeer onwenselijk zijn gebleken
-
En de zandweguitstraling behouden blijft
Of omdat er een grote gezondheidswinst te behalen is (in de vorm van bijdragen aan een bovenlokaal fietsroutenetwerk bijvoorbeeld)
3.22 Vergunning opheffen van halfverharde wegen Een vergunning voor het opheffen van halfverharde wegen wordt als volgt beoordeeld: Een vergunning voor opheffen wordt alleen verleend:
-
in het geval van een zwaarwegend maatschappelijk belang en nadat een aantal alternatieven zijn onderzocht en onmogelijk of zeer onwenselijk zijn gebleken
3.23 Aanwijscriteria cultuurhistorisch erfgoed Belangrijke waarden zijn de cultuurhistorisch waardevolle landschappen, de gebouwde monumenten, het zandwegenstelsel en *** . Deze zijn vastgelegd op de ***waardenkaart. Om die waarden te beschermen werken we met de volgende regels. Deze worden opgenomen in het omgevingsplan. n.b. nader in te vullen.
pagina 84
Beleidsuitwerking 1: Integrale uitwerking lanen en wegen buitengebied’ Deze uitwerking laat zien hoe we omgaan met bomen langs wegen in het buitengebied met het oog op doelgroepen, veiligheid, comfort en groene waarden. De thema’s natuur, landschap, mobiliteit en klimaatadaptie komen hierin samen.
pagina 85
Beleidsuitwerking 2: Groen, natuur en bomen In deze bijlage leggen we uit hoe dit programma en de doelen die we nastreven doorwerken in de dagelijkse uitvoering van ons werk. Dit laat dus zien HOE we dingen doen in Bernheze. Dit raakt doorgaans sterk aan beheer van de openbare ruimte en met name groen, natuur en landschap.
BOSS-plan (Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten in de openbare ruimte) Nog in te voegen. Groene kwaliteit toevoegen • Al het groen wat we aanleggen of omvormen draagt bij aan de andere doelstellingen van dit Groenstructuurplan; biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid, identiteit en samenwerking. Dat betekent iets voor de kwaliteit van het groen. Aandacht voor diversiteit, waterberging, schaduw, aanleiding tot bewegen, ruimtelijke kwaliteit en samenwerking moeten tot uitdrukking komen in de inrichting van het groen. We streven naar groen dat zo veel mogelijk doelen dient en goed gebruikt kan worden. Daarom maken we groenontwerpen integraal. • Vanuit elke straat heeft men zicht op fraaie, grote boomkronen (lanen, monumentale bomen, toekomstbomen).
Algemeen identiteit • Wij zorgen voor identiteit door inrichting, sortiment en plantwijze af te stemmen op de landschapstypen en dorpskarakteristieken waarin een groenelement voorkomt. • Wij houden lanen, bomenrijen en landschapselementen zo lang mogelijk in stand als technisch mogelijk is. • In Bernheze willen we dat onze bomen probleemloos hun eindleeftijd kunnen bereiken. Dit draagt bij aan alle doelstellingen van het Groenstructuurplan: gezondheid, biodiversiteit, klimaat en beleving. We gaan daarom te werk volgens het Handboek Bomen en we verkiezen kwaliteit boven kwantiteit. • We accepteren dat het aantal laanbomen minder wordt, omdat het niet overal mogelijk is om tweezijdig van de weg bomen te hebben. De bomen die we wel planten, zullen daarentegen een hogere kwaliteit en levensverwachting hebben. • We werken aan een goed opgebouwde groenstructuur door onze belangrijkste lanen en rijen aan te wijzen op de Groenstructuurkaart. Dit vormt een groen netwerk over onze kernen en ons buitengebied en is drager van onze groene kwaliteit. Hoewel we groen en bomen overal belangrijk vinden, zijn deze groene linten van prioritair belang bij inrichting, beheer en bescherming. • Om een groene gemeente te blijven, steken we in op meer bomen in grotere groenvlakken.
We werken aan meer bossen, bosjes, houtwallen, houtsingels enzovoorts, maar we stimuleren ook derden om meer landschapselementen aan te planten. Daarnaast benutten we de potenties van onze grotere groenvakken en plantsoenen om hier meer bomen aan te planten.
pagina 86
Buitengebied Landschapselementen • Wij behouden en ontwikkelen de karakteristieke landschaps- en groenstructuren en stimuleren het herstel van houtwallen en andere groenstructuren. Deze belangrijke identiteitsdragers houden we zo lang mogelijk in stand door middel van deskundig beheer en bescherming. • We beschermen oude houtwallen, zandwegen en andere landschapselementen door regels te stellen in het omgevingsplan. • Houtwallen en zandwegen ontwikkelen we door hun ecologische potenties te benutten. Het areaal moet minimaal gelijk blijven, en bij voorkeur toenemen. De kwaliteit brengen we omhoog. • Wij behouden en ontwikkelen de kwaliteiten van de verschillende landschapstypen door hier met ons openbaar groen op aan te sluiten.
(Laan)bomen • Ons laanbomenbestand ontwikkelen we door bij elke verandering gerichte keuzes te maken, waarbij we waarde hechten aan kwaliteit: beplantingen moeten probleemloos uit kunnen groeien tot volwassen toestand. Dan dragen ze optimaal bij aan identiteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit. Gelet op onze smalle wegbermen, kan dat in de toekomst een ander wegbeeld gaan opleveren. Waar nodig kiezen we voor minder bomen (bijvoorbeeld aan een zijde van de weg) die het goed doen, dan veel bomen die niet optimaal uit kunnen groeien of overmatige overlast veroorzaken. • In plaats daarvan zoeken we naar andere plekken waar wel ruimte is om bomen volwaardig uit te laten groeien. Daarbij denken we bijvoorbeeld aan onze eigen zandwegen en natuurgebieden. Maar ook stimuleren we andere partijen om meer bomen aan te planten. • We werken een kansenkaart boomaanplant uit, die laat zien waar bomen kunnen worden bijgeplant in duurzame omstandigheden, en dus probleemloos hun eindleeftijd kunnen bereiken. • Veranderingen in lanen voeren we door via de geleidelijke weg. Natuurlijke momenten, zoals verval of renovaties grijpen wij aan om lanen en rijen aan te passen. • Het mobiliteitsplan is ook sterk bepalend voor onze keuzes t.a.v. lanen. Het geeft richting aan de functie, doelgroepen en daarmee ook de inrichting van onze wegen en bermen.
We zullen dan ook onze totale inrichting afstemmen op het gewenste gebruik en uitstraling. Een weg kan van sloot tot sloot, of van erfgrens tot erfgrens anders ingericht worden. In sommige gevallen zelfs het verbreden van het totale profiel (bijvoorbeeld door aankoop van grond). Op sommige plekken kan dat betekenen dat we inzetten op forse lanen, en op andere plekken op een enkele rij. • Beheer van bomen bestaat uit het beheren van de bomen zelf, met aandacht voor eventuele schades of overlast die ze kunnen veroorzaken zoals verhardingsopdruk, schade aan gebouwen enzovoorts. • Het zo lang mogelijk in stand houden van laanbomen langs verharding kan alleen als we ook de verharding vlak genoeg houden voor veiligheid en het comfort van de weggebruiker. Het verwijderen van verhardingsopdruk is daarom een wezenlijk onderdeel van ons wegbeheer. • Binnen het wegbeheer gaan we continu monitoren op hoe verhardingsopdruk zich ontwikkelt en welke kosten het vergt om deze opdruk te verhelpen. Als uit die monitoring blijkt dat de combinatie van bomen en verharding onacceptabele onderhoudskosten of onveilige situaties oplevert, kan dat aanleiding zijn om het totale wegbeeld aan te passen. Een dergelijke aanpassing gebeurt op basis van een integrale afweging waarin boomwaarde en wegfunctie worden betrokken.
• We wijzen lanen aan die hun historische eenduidige uitstraling behouden ten behoeve van cultuurhistorie.
pagina 87
Zandwegen • We beschermen zandwegen en half verharde wegen als belangrijke identiteitsdragers van het buitengebied. We beschouwen het totale profiel (zandbaan, bermen, beplantingen en sloten) in hun geheel als landschapselement met waarde voor landschap en natuur. Bescherming (behoud), herstel, beheer en onderhoud zijn daarop gericht. • Wij wensen geen ruimtelijke ontwikkelingen aan zandwegen en half verharde wegen. Ten behoeve van hun behoud en bescherming houden wij deze landschapselementen voorbehouden aan natuur en extensieve vormen van recreatie en niet aan wonen en bedrijvigheid.
Watergangen • Watergangen en beken vormen mede de identiteit van de omgeving. Verloren gegane watergangen herstellen we waar mogelijk in ere door ze weer zichtbaar te maken. Daarmee geven we deze watergangen weer een nieuwe functie.
Beplanting • We zorgen voor gebiedseigen en toekomstbestendig groen. Het moet een goede mix zijn tussen inheems en uitheems. Sommige gebiedseigen soorten hebben moeite met het veranderende klimaat en zijn daardoor niet toekomstbestendig.
Kernen • Elke kern en elke wijk heeft zijn eigen karakter. Dat maakt dat ook de opbouw van de groenstructuur overal wat anders mag zijn. Elke kern of wijk heeft een hoofdgroenstructuur. Die groenstructuur behouden en versterken we om te zorgen dat sprake is van een stevig groen raamwerk. • Hoofdontsluitingswegen, dorpsentree’s en centrumgebieden kunnen een hoger kwaliteitsniveau in aanleg hebben dan de rest van de openbare ruimte. Dit uit zich in de wat luxere uitstraling van de materialen. Denk hierbij aan bijzonder ingerichte rotondes, entrees enzovoorts. Uitgangspunt is dat beplanting wel zo veel mogelijk in de volle grond wordt aangeplant. • Het groen in woonwijken en -buurten heeft een normaal kwaliteitsniveau in aanleg. Dit is groen, dat in de volle grond staat en efficiënt te onderhouden is. • Al het groen heeft een normaal kwaliteitsniveau in onderhoud. Ongeacht de locatie zorgen we ervoor dat groen ‘gewoon goed’ wordt onderhouden. Uitgangspunt hierbij is niveau B volgens de landelijke CROW-normen. Dit kan worden omschreven als nuchter, sober maar doelmatig en past goed bij ons credo: schoon heel en veilig. Wij maken bij het onderhoud geen onderscheid naar locatie, omdat groen overal ‘gewoon goed’ moet worden onderhouden. Inwoners zien doorgaans wel een verschil in materiaaltype, maar merken een verschil in onderhoud nauwelijks op.
Om onze groenvakken goed te onderhouden zorgen we dat ze zo veel mogelijk uit goed gesloten beplantingen bestaan die met een normale onderhoudsfrequentie op het gewenste beeld te houden zijn. Onderhoud bestaat daarmee uit het gesloten houden van beplantingen (planten aanvullen zodra er gaten ontstaan) en het op beeld houden (schoffelen, snoeien). • Onze groenstructuur zal veranderen doordat we niet meer overal bomen langs wegen kunnen aanplanten. Andere groenvormen en kwaliteiten komen hiervoor in de plaats. In een berm zonder bomen komen kruidige vegetaties (bloemrijke bermen) beter tot ontwikkeling dan in zwaar beschaduwde bermen. Om het totaal aantal bomen niet te sterk terug te laten lopen, gaan we onze grotere groenvlakken en plantsoenen beter benutten voor het aanplanten van bomen. • We benutten de potenties van deze grotere groenvakken en plantsoenen ook om hier belevingskwaliteit toe te voegen. In plaats van eenvoudige grasvelden met enkele bomen, willen we plantsoenen met gevarieerd groen, dat bijdraagt aan de biodiversiteit, en dat uitdaagt tot spelen, recreëren en/of ontmoeten.
pagina 88
Gezondheid Parken/plantsoenen worden multifunctioneel ingericht: ze bieden plek aan vertoeven, ontmoeten, sporten/bewegen, recreëren, spelen, waterberging en koelteplekken al naar gelang de behoefte van de bezoeker. • Parken, plantsoenen en het buitengebied zijn en blijven goed ontsloten middels langzaamverkeersverbindingen. • Naast ruimte voor dynamiek creëren we in de parken/plantsoenen ook stille plekken waar mensen kunnen ontstressen. • Bestaand en nieuw groen houden we schoon en (sociaal) veilig. • We zorgen voor voldoende groen op en rondom (nieuwe) bedrijventerreinen en in de centra om werknemers uit te nodigen in de pauzes naar buiten te gaan. Werkgevers worden ook gestimuleerd om bij te dragen aan groen op bedrijventerreinen. Een groen en gezond vestigingsklimaat draagt ook bij aan een plezieriger werkklimaat voor de werknemers zelf.
Overlastbeleid gemeentelijke bomen
pagina 89
Beleidsuitwerking 3: Juridisch kader i.r.t. bomen Burenrecht Veel rechten en plichten ten aanzien van bomen zijn terug te vinden in het burenrecht. De gemeente en haar inwoners zijn op grond van het burgerlijk recht immers ook buren van elkaar. Niet alleen takken van bomen van inwoners kunnen over elkaars percelen hangen, dit gebeurt ook bij takken van gemeentebomen. De regels van het burenrecht gelden in beide situaties. Echter, wel met een aantal kanttekeningen. Gemeentebomen dienen namelijk een groot algemeen maatschappelijk belang.
Hinder
Hinder door bomen is lastig. Dit is iets dat ook in rechterlijke uitspraken is terug te vinden. Een rechter is over het algemeen zeer terughoudend in het toekennen van eisen zoals kap of snoei. Want bomen geven immers niet alleen hinder, maar bovenal groene uitstraling aan een straat, wijk en gemeente. Zou een rechter alle eisen van kap en snoei toekennen, dan zou Nederland heel wat bomen kwijtraken. En dat is niet de bedoeling. Om die reden weegt de rechter het algemene ‘boombelang’ tegen het hinderbelang. Het hinderbelang weegt dan vaak niet op tegen het behoud van een karakteristiek landschapselement. Hinder volgens Burgerlijk Wetboek Het wettelijk kader voor hinder is terug te vinden als het verbod op onrechtmatige hinder in het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarbij zijn twee artikelen relevant: Onrechtmatige hinder 5:37 BW Onrechtmatige daad 6:162 BW Onrechtmatige hinder In geval van hinder beroept de burger zich op hinder van artikel 5:37 in samenhang met artikel 6:162 (e.v.) BW. In artikel 5:37 BW staat dat een eigenaar geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan andermans erf door onder andere het onthouden van licht, lucht of het verspreiden van rumoer of stank. Voor ‘echte’ hinder moet echter sprake zijn van onrechtmatige hinder. Dit betekent dat de hinder ook echte schade moet veroorzaken en dat die schade ook is aan te tonen.
Daarbij is de ernst (omvang) en de duur van de hinder doorslaggevend. Ook het feit dat bomen op een bepaalde standplaats al lange tijd aanwezig zijn, speelt een rol. Volgens de rechtspraak hoeft een eigenaar niet te dulden dat hij belemmerd wordt in het gebruik van zijn eigendom, maar dit zal alleen voorkomen bij echt duidelijk zware en buitenproportionele hinder. Kortom, enige mate van hinder is normaal. De in de natuur gebruikelijke vruchtval, pluis, bladval en mate van schaduwwerking is geen reden voor de rechter om onrechtmatige hinder aanwezig te achten.
pagina 90
Onrechtmatige daad Een beroep op hinder moet dus voldoen aan een vorm van ‘onrechtmatige daad’. Een ‘onrechtmatige daad’ zoals beschreven in artikel 6:162 BW moet echter in al zijn onderdelen worden bewezen. Hiervoor moet aan vijf voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van: Onrechtmatig handelen: er moet sprake zijn van handelen dat in strijd is met de wettelijke plicht of inbreuk op een recht of met hetgeen in de maatschappij gebruikelijk is. Daadwerkelijke schade: er moet sprake zijn van aantoonbaar substantiële schade. Indien sprake is van overlast bij agrariërs of ondernemers zal economische schade terdege aangetoond moeten worden om een beroep op onrechtmatige hinder te rechtvaardigen. In de zaak tussen een teler en Rijkswaterstaat vond de rechter een schadepost van € 15.000,- tot € 20.000,niet in verhouding staan tot de grote omzet van de teler. Een beperkt percentage schade heeft men te dulden als aanvaard maatschappelijk risico. Breidt een bedrijf uit en krijgt men daarna te maken met onrechtmatige hinder door bomen dan zijn de gevolgen hiervan voor de ondernemer. Causaal verband tussen activiteit en schade: het verband tussen de hinder gevende boom en de schade moet aangetoond worden. Relativiteit: betrokkenheid, de schadelijdende partij moet een beroep mogen doen op vergoeding van de schade.
Een particulier die op afstand van de boom woont, kan dit niet. Geen rechtvaardigingsgrond voor de veroorzaker: de veroorzaker van de schade kan zich niet op overmacht beroepen. Het is niet eenvoudig om bij een claim inzake onrechtmatige hinder door bomen aan al deze onderdelen te voldoen. Dit maakt dat hinder door bomen zelden echte onrechtmatige hinder is. De rechter is hierin ook zeer terughoudend. Daarnaast bestaat een aantal relevante artikelen die specifiek gaan over bomen die vlak bij andermans erf staan.
Afstand bomen tot erfgrens / verboden zone Waar gaat het over? Gemeentebomen staan soms dicht bij percelen van particulieren. Juridisch kader In artikel 5:42 lid 1 BW staat dat de afstand van bomen tot de perceelgrens 2,0 m hoort te zijn. Dit betekent dat gemeentebomen gerechtvaardigd tot een afstand van 2,0 m van een perceelgrens mogen staan. Soms staan gemeentelijke bomen echter nog dichter op de perceelgrens. Toch betekent dit niet direct dat particulieren verwijdering kunnen vorderen. Ten eerste verjaart het recht op verwijdering twintig jaar na aanplant en/of na zichtbaar worden van de boom boven de perceelafscheiding De gemeente heeft bovendien de status van haar bomen in beleidstukken vastgelegd. In het Groenstructuurplan Bernheze heeft de gemeente de hoofd- en nevenstructuur aangewezen die zij duurzaam wil beschermen. Dit betekent dat de rechter – indien toch nog een vorderingsrecht tot verwijdering aanwezig is- bij de afweging van het algemeen belang tegen het verwijderingsbelang, het belang van de instandhouding van dergelijke gemeentebomen zwaarder pagina 91
zal laten wegen dan een mogelijk verwijderingsbelang. In dat geval kan het toch vorderen van verwijdering ‘misbruik van bevoegdheid’ ex artikel 3:13 BW geven.
Doorschietende wortels particulier terrein / wortelkaprecht Waar gaat het over? Wortels van gemeentelijke bomen schieten door op particuliere tuinen. In sommige gevallen wordt dat als hinderlijk ervaren omdat de grond moeilijk bewerkbaar is, verharding of bouwwerken niet netjes kunnen worden gerealiseerd of omdat bijvoorbeeld de planten in de sier- of moestuin slechter groeien. Bij forse diktegroei kunnen die wortels schade veroorzaken aan bouwwerken of verhardingen van de particulier opdrukken. Boomwortels zijn altijd op zoek naar plekken waar ze zoveel mogelijk vocht en voedingsstoffen kunnen vinden. Lekkende rioolstelsels zijn daarvoor een uitstekende bron. Rioolbuizen waarin scheuren zitten of waarvan naden niet geheel sluiten of poreus zijn, zijn potentiële voedingsbronnen voor boomwortels. Wortelgroei in rioolbuizen leidt in ernstige gevallen tot rioolverstoppingen of zelfs tot overstromingen binnenshuis. Juridisch kader Belangrijk hierbij is dat een eigenaar van een perceel een wortelkaprecht heeft. Op grond van artikel 5:44 lid 2 BW heeft een perceeleigenaar het recht om wortels van andermans bomen die zijn perceel ingroeien, tijdig te verwijderen. Dit mag echter niet tot gevolg hebben dat een boom afsterft of omvalt. Dit zou bijvoorbeeld het gevolg zijn als een perceeleigenaar na lange tijd pas grote stabiliteitswortels verwijdert.
Dit wortelkaprecht maakt bovendien dat een perceeleigenaar zelf de verantwoordelijkheid heeft om wortels van gemeentebomen niet zijn perceel in te laten groeien. Verzuimt een eigenaar tijdig en met regelmaat wortels weg te halen, dan zijn de gevolgen voor hem zelf. Een gemeente heeft dan geen ‘betaalplicht’ voor ontstane schade, maar wel een ‘doeplicht’ om mee te werken aan een oplossing. Daarbij kan men denken aan ondersteuning bij het opbreken van de bestrating op openbaar terrein, zodat de eigenaar van het naburige perceel de schade aan zijn eigendom kan herstellen. Standpunt gemeente Van de gemeente is redelijkerwijs niet te verlangen dat zij elke boom controleert op het doorschieten van wortels. De gemeente wijst wortelkap van dikke wortels af omdat dit de conditie en de stabiliteit van bomen in gevaar kan brengen. De gemeente stelt zich hierin reactief op. Als meldingen binnenkomen wordt als volgt gewerkt: De burger dient aan te tonen dat sprake is van ernstige hinder, door wortels vrij te graven op eigen terrein. In overleg met de opzichter of andere groendeskundige van de gemeente wordt besloten welke wortels door de burger mogen worden verwijderd en op welke wijze dat verantwoord kan gebeuren. In dat overleg wordt de burger op de pagina 92
hoogte gebracht van zijn recht op wortelkap én van zijn verantwoordelijkheden om dit verantwoord te doen. De burger dient zelf de aangewezen wortels op zijn terrein te verwijderen. Kan een burger vanwege een bouwwerk niet via het eigen terrein bij de wortels komen, dan verleent de gemeente de burger toegang via de openbare ruimte. Dat mag alleen in het bijzijn van medewerkers van de gemeente.
Overhangende takken – snoeirecht Waar gaat het over? Bomen die staan op openbaar gebied kunnen met hun takken over perceelsgrenzen hangen. Inwoners kunnen hinder ervaren doordat die takken schaduw geven, hun eigendommen raken of hun eigendommen beschadigen/vervuilen. Denk aan schurende takken tegen tuinhuisjes en vallend blad of luizendruip. Juridisch kader Een eigenaar van een perceel heeft in beginsel volgens het Burgerlijk Wetboek het recht om over zijn perceel hangende takken van gemeentelijke buurbomen weg te nemen. Dit op grond van artikel 5:44 lid 1 BW. Daar is echter een aantal voorwaarden aan verbonden. Ten eerste dient de perceeleigenaar de gemeente te sommeren - het liefst schriftelijk – om zelf de overhang te snoeien. De gemeente hoort daar een aantal weken de tijd voor te krijgen. Bij zeer grote bomen zal die termijn redelijk moeten zijn, bijvoorbeeld zes weken. Na afloop van de termijn mag de perceeleigenaar zelf de overhangende takken snoeien. Echter niet als er geen sprake is van aantoonbare onrechtmatige hinder. Snoeit hij toch? Dan is dat misbruik van recht. Voorwaarden Het snoeirecht gaat niet zover dat een boom hierdoor ernstige schade mag oplopen. Wordt een boom namelijk gesnoeid, dan kan dat gevolgen hebben voor zijn conditie of stabiliteit. Bij rigoureuze snoei zal dit meer gevolgen hebben dan bij het wegnemen van een aantal kleine takken.
Is een boom de jeugdfase voorbij, dan is begeleidingssnoei (vormsnoei) vaak niet meer mogelijk. Wordt dan wel gesnoeid, dan kan sprake zijn van niet-boomdeskundige wijze van snoeien. Hierdoor kan de boom ernstige schade oplopen. Niet alleen de mate van snoei vormt een risico, maar ook de soort boom. Het snoeien van bijvoorbeeld beuken kan tot gevolg hebben dat de bomen afsterven door bastverbranding, doordat na de snoei de zon vrij spel heeft op de bast van de bomen. Ook gaat het snoeirecht niet zover dat de snoeilijn per se loodrecht langs de erfgrens hoort te lopen. Het kan zijn dat aan het snoeiverzoek is voldaan als een kroon enigszins wordt ingenomen. Het is bovendien logisch dat een boom niet gehalveerd mag worden door de snoei; dit in verband met de stabiliteit. Kortom, het snoeirecht gaat niet zover dat de buur misbruik van deze bevoegdheid mag maken. Doet een buur dit wel, dan maakt hij zich schuldig aan vernieling van andermans eigendom. pagina 93
Dient de boom een groot algemeen belang, geven de overhangende takken geen daadwerkelijke onrechtmatige hinder of verhelpt de snoei niet de hinder, dan is er mogelijk geen reden het snoeirecht uit te oefenen. Snoeit een aanwonende de overhang dan toch, dan kan sprake zijn van misbruik van bevoegdheid.
pagina 94
Standpunt gemeente Als iemand de gemeente sommeert overhang weg te nemen handelt de gemeente als volgt:
De mate van hinder wordt zorgvuldig afgewogen tegen de status van de boom. Als een burger snoei van overhangende takken wil afdwingen, zonder dat hij hiervoor een goede reden heeft (anders dan het gebruik willen maken van zijn recht) ziet de gemeente dat als misbruik van recht. In dergelijke gevallen zal de gemeente geen snoei van overhangende takken toestaan. Snoei wordt alleen uitgevoerd als dit op een boomtechnisch verantwoorde wijze mogelijk is. Dit wordt bepaald door een groendeskundige van de gemeente of een onafhankelijk adviseur. Als de gemeente erkent dat sprake is van hinder die snoei van overhang legitimeert, snoeit de gemeente de bomen zelf. Bij monumentale en structuurbomen zal de gemeente zeer terughoudend zijn in het toestaan van snoei als dit het algemeen belang kan schaden. Een burger mag deze bomen niet eigenhandig snoeien. Volgens het Burgerlijk Wetboek moet een boomeigenaar een redelijke termijn krijgen om snoei uit te voeren. De termijn waarbinnen snoei van gemeentelijke bomen plaatsvindt, wordt bepaald door de planning van de snoeiploeg. Zij snoeien volgens een vooropgezet en goed doordacht plan. Daarbij is onder andere rekening gehouden met het feit dat sommige boomsoorten slechts in een specifiek jaargetijde mogen worden gesnoeid in verband met bloedingen.
Van de gemeente mag niet worden verwacht dat zij de snoeiplanning aanpast aan individuele wensen waardoor de onderhoudskosten toenemen of de kwaliteit van het bomenbestand afneemt. De mate van overhang of kans op schade kan wel meewegen in de prioritering.
Juridisch kader en gemeentelijk standpunt per hindervorm Angst voor omwaaien of afvallende takken Waar gaat het over? Bomen kunnen omvallen en uit een boom kunnen takken naar beneden vallen. Sommige mensen hebben daardoor angst voor de bomen die vlak bij hun woning staan. Vooral na een storm komen verzoeken binnen om bomen te laten controleren of te verwijderen. Juridisch kader Meestal zal dit geen reële angst zijn. Een boomeigenaar heeft een zorgplicht voor zijn bomen. De gemeente heeft deze zorgplicht dus ook. Dit houdt in dat de gemeente haar bomen regelmatig aan een boomveiligheidsonderzoek moet onderwerpen en tevens voldoende onderhoud aan de bomen moet verrichten. De gemeente voert op haar gehele bomenbestand regelmatig visuele controles uit om de veiligheidstoestand in beeld te brengen. In vakjargon worden dit Visual Tree Assessments (VTAcontroles) genoemd. Bij bomen die een risico vormen gebeurt dit zelfs met een verhoogde frequentie. Indien daadwerkelijk sprake is van een verhoogd gevaar, dan zullen maatregelen
pagina 95
worden uitgevoerd zoals snoei of kap. Dat een boom in de nabijheid van een woonhuis staat, is voor de rechter geen reden tot kap. Een angstige eigenaar verandert daar niets aan. Standpunt gemeente Voor de gemeente bestaat een wezenlijk verschil tussen werkelijk gevaar en het ervaren van angst. Omdat angst voor bomen in de meeste gevallen niet realistisch is, erkent de gemeente dat in principe niet als een grondslag om maatregelen te nemen. Uiteraard wordt elke vraag of klacht daarover in behandeling genomen. De opzichter zorgt voor een visuele inspectie om te bepalen of er symptomen zijn die wijzen op onveiligheid. Bij twijfel wordt een boomspecialist geraadpleegd. Alle noodzakelijke maatregelen die daaruit voortvloeien, worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Blijkt een boom gevaarlijk te zijn? Dan wordt zo snel mogelijk actie ondernemen om de situatie weer veilig te krijgen.
Dieren en uitwerpselen Waar gaat het over? Veel dieren gebruiken bomen als voedselbron, nest- of rustplaats. Zo brengen bomen de natuur in al haar facetten het bebouwd gebied in. Echter, vogels ontlasten zich ook terwijl ze in de boom zitten en kunnen zo auto’s en stoepen bevuilen. Als dat in grote hoeveelheden plaatsvindt, kan dat leiden tot hindermeldingen. Juridisch kader Dit natuurlijk verschijnsel is een vorm van hinder die redelijkerwijs geaccepteerd dient te worden. Daarnaast geldt in dit kader de Wet natuurbescherming die dergelijke fauna en hun vaste rust- en nestplaatsen beschermt. Standpunt gemeente De gemeente erkent dat uitwerpselen en ander vuil een vervelende bijkomstigheid is van dieren in bomen. Het kan echter nooit een reden zijn om bomen weg te halen, te snoeien of dieren te verjagen. Dit past niet bij het beleid om zuinig om te gaan met de gemeentelijke bomen. Daarnaast is het in strijd met de Wet natuurbescherming om moedwillig dieren te verjagen of hun leefgebied te vernietigen.
Blad- en bloesemval Waar gaat het over? Het ontwikkelen van blad en bloesem hoort bij de natuurlijke cyclus van een boom. Evenals als het afstoten daarvan. Bladeren zijn de motor van de boom en zonder bloesem kan een boom zich niet voortplanten. Blad- en bloesemval zijn inherent aan het hebben van (loof-)bomen. Het gevolg is dat straten met bomen elk najaar enige tijd bezaaid zijn met bladeren. In het voorjaar kunnen pagina 96
bloesemresten een rommelig beeld geven. Blad en bloesem kunnen leiden tot verstopte dakgoten, rioolkolken en tot gladheid. Juridisch kader Bomen brengen natuur in de stedelijke omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter dit meeneemt in zijn oordeel. Bladval en bloesemval behoren tot de normale levenscyclus van een boom. Slechts indien sprake is van zware en buitenproportionele en dus onrechtmatige hinder wordt ingrijpen nodig geacht. Dit kan het geval zijn indien een dakconstructie zodanig van vorm is dat een huiseigenaar technisch gezien niet in staat is zijn dakgoten bladvrij te maken of dit door een aannemer te laten uitvoeren. Standpunt gemeente De gemeente erkent dat blad- en bloesemafval een bijkomstigheid zijn van bomen die door sommigen als vervelend kan worden ervaren. Het kan echter nooit een reden zijn om bomen weg te halen of andere maatregelen te treffen. Blad en bloesem zijn immers onlosmakelijk verbonden aan het fenomeen boom. Het weghalen van bomen om deze reden zou een erg ongewenst precedent scheppen. Alle bomen hebben immers blad en bloesem. Ook de tijdelijkheid van de hinder speelt daarbij een rol.