CONCEPT Besuit weigering VVGB door GS d.d. 28 oktober 2025
Tekst van het document
Brabantlaan 1
Beschikking
Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl
Gemeente Bernheze Postbus 19 5384 ZG HEESCH
IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Ons kenmerk
Aanvraag VVGB geitenhouderij gemeente Bernheze
C2363631
’s-Hertogenbosch, 21 oktober 2025 Verzoek Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 22 april 2022 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze een verzoek om een verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) ontvangen voor een aanvraag om een omgevingsvergunning. De aanvraag betreft het wijzigen/uitbreiden van de geitenhouderij aan de Langenbergsestraat 7-9 te Heeswijk-Dinther. Op 18 november 2022 heeft GS besloten dat er in dit geval geen sprake was van een uitzonderlijke situatie, en geweigerd een VVGB af te geven. In haar uitspraak van 24 oktober 2024 oordeelde de rechtbank Oost-Brabant dat in het besluit het algemeen belang van de volksgezondheid niet op een deugdelijke manier is afgewogen tegen het belang van de geitenhouderij bij het wijzigen van de inrichting en het belang van dierenwelzijn. De rechtbank draagt het college van B&W van de gemeente Bernheze daarom op om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen. GS dient eveneens opnieuw te beslissen op de aanvraag om een verklaring van geen bedenkingen.
Bij beschikking van 15 juli 2025 hebben wij u ons nieuwe besluit toegezonden waarbij nog steeds de conclusie is dat geen VVGB afgegeven kan worden. Echter hebben wij geconstateerd dat het wenselijk is om de motivering van het besluit te verbeteren. Derhalve nemen wij een nieuw besluit op uw verzoek om een VVGB. Toetsingskader
Gelet op artikel 4.3, onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft het oude recht op de aanvraag van toepassing, omdat de aanvraag voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend. Dat betekent dat de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) op de aanvraag om een VVGB van toepassing blijft. In artikel 2.71 van de IOV zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen, inhoudende een verbod voor het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten. Voor uitzonderlijke gevallen is in artikel 2.71 lid 3 en 4 een afwijkingsmogelijkheid van het
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
verbod opgenomen. Voor deze regels geldt dat afwijking slechts mogelijk is als dit in de regeling zelf is bepaald (artikel 2.12, lid 1 onder c Wabo) en als Gedeputeerde Staten daarvoor een verklaring van geen bedenkingen hebben verleend (artikel 6.6 Bor). Voor de beoordeling van de omgevingsvergunningsaanvraag dient naast de vereiste VVGB eveneens voldaan te worden aan de overige bepalingen van de IOV. Ontvankelijkheid Ten aanzien van de aspecten van het verzoek (toename oppervlakte voor geiten in verband met dierenwelzijn) om een VVGB af te geven hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie/gegevens bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een VVGB is vereist. Documenten bij de aanvraag vvgb d.d. 21 april 2022 (bij de gemeente Bernheze geregistreerd onder nr. 790840/1461684): Aanvraag omgevingsvergunning ingediend door L.A.A.
van der Heijden, en ontvangen door de gemeente Bernheze op: 28 december 2015, OLO nummer 2122515 De aanvraag omgevingsvergunning is aangevuld op: o 25-01-2016 BZV-toets, o 06-04-2016 gewijzigde milieu- en bouwtekening, o 07-04-2106 omgevingsdialoog, o 26-04-2016 bepaling vuurlast, o 29-09-2016 brandwerende info, bouwtekeningen, gewijzigde bijlage 1 en 2 en ventilatie info, o 27-06-2017 gewijzigde bijlage 1, o 12-09-2017 gewijzigde milieu- en bouwtekening, o 01-03-2018 plattegrond tekening milieu, o 18-06-2018 wijziging aanvraag bijlage 1 en 2 dierenwelzijn, aerius berekeningen, gewijzigde milieu en bouw tekeningen, gezondheidstoets o 21-09-2021 besluit MER beoordeling, o 09-03-2022 milieutekening, o 09-03-2022 wijziging aanvraag voor dierenwelzijn, gewijzigde bijlage 2, o 21-07-2022 wijziging aanvraag, Milieutekening Aan en afvoerbewegingen motorvoertuigen
2/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
Diverse aerius berekeningen en onderbouwing randeffect 25 km Bijlage 2
Planbeschrijving Het initiatief behelst de bouw van een dierenverblijf voor geiten met een omvang van 1758 m², ten behoeve van dierenwelzijn, passend binnen het bestaande bouwperceel. Op de gronden ligt een agrarische functie. Het bouwperceel heeft een omvang ca 1.57 ha. Het bouwperceel ligt ca. 770 m ten westen van Vorstenbosch. Aspecten waarop de VVGB is beoordeeld Artikel 2.71, lid 1, IOV bevat voor geitenhouderijen een tijdelijk verbod op toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor geiten. Een afwijking van dit verbod is in uitzonderingsgevallen mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2.71, lid 4 IOV: 1. tenzij de uitbreiding is ingegeven vanuit een dierenwelzijnsconcept en 2. onder de voorwaarde dat er geen sprake is van toename van het aantal geiten dat op het bedrijf aanwezig mag zijn op grond van de huidige omgevingsvergunning. Bij toepassing van deze afwijking is een verklaring van geen bedenkingen nodig van het college van Gedeputeerde Staten. Wij hebben de aanvraag om de VVGB beoordeeld op basis van artikel 2.71, lid 4 van de IOV en de aspecten zoals genoemd in de provinciale gedragslijn “moratorium geitenhouderij en Verordening ruimte”.
Geitenmoratorium uit voorzorg Uit eerdere VGO-onderzoeken (Veehouderij en gezondheid omwonenden) blijkt een verhoogde kans op longontsteking voor mensen die binnen 2 kilometer rondom een geitenhouderij wonen. Dit heeft geleid tot het uit voorzorg opnemen van een tijdelijk verbod voor een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten in de IOV. Belangrijke achterliggende reden voor het opnemen van het moratorium is dat de oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking onbekend is zodat ook geen maatregelen kunnen worden voorgeschreven die de risico’s voor de volksgezondheid kunnen beperken. Ook is het onbekend welke veranderingen op een bedrijf het gezondheidsrisico vergroten (bijvoorbeeld de toename van het aantal geiten, meer oppervlakte per melkgeit, het al dan niet houden van geiten op een strobed). Wel komt er uit nieuwe onderzoeken van de Gezondheidsraad dat het verband tussen wonen in de nabijheid van geitenhouderijen en longontstekingen waarschijnlijk oorzakelijk is. Daarom wil de provincie, vanuit het voorzorgprincipe voorkomen dat nieuwe dierenverblijven voor geiten worden gebouwd. In februari 2025 heeft het RIVM het VGO-III onderzoek gepubliceerd. De oorzaak van het verhoogde risico op longontstekingen kon in dit onderzoek niet worden aangegeven. Variabelen zoals fijn stof, endotoxinen en de Q-koorts bacterie zijn als oorzaak uitgesloten.
We kunnen dus niet aangeven of maatregelen die op het bedrijf getroffen worden een verbetering dan wel een verslechtering voor het
3/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
volksgezondheidrisico vormen. Op grond van artikel 2.71, vierde lid IOV heeft het college van GS een discretionaire bevoegdheid voor het al dan niet verlenen van een VVGB. Om deze bevoegdheid te gebruiken moet sprake zijn van een uitzonderlijk belang. In de nieuwe situatie moet verder per melkgeit minimaal een oppervlakte van 1,3 m² beschikbaar zijn naast andere aspecten om te komen tot een goed dierenwelzijnsconcept. Gelet op de eerdergenoemde onzekerheden zijn wij zeer terughoudend ten aanzien van het veranderen van bedrijfssituaties van geitenhouderijen. De bescherming van de volksgezondheid is een zwaarwegend maatschappelijk belang dat wij ook in procedures hebben aangevoerd en waarvan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 november 2020 ECLI:NL:RVS:2020:2619 ons in het gelijk heeft gesteld. Daarnaast willen wij met het moratorium voorkomen dat er nu stallen worden gebouwd of ontwikkelingen plaatsvinden waarvan straks blijkt dat die een oorzakelijk verband hebben met de optredende luchtwegaandoeningen. Zolang niet bekend is wat de oorzaak is én welke maatregelen getroffen kunnen worden om de risico’s te verminderen vinden wij dat de uitbreiding van dierenverblijven in beginsel onwenselijk is, ook niet als er sprake is van een gelijkblijvend aantal dieren.
Voorwaarden voor toepassen uitzondering dierenwelzijn De aanvraag van de gemeente Bernheze om een VVGB is beoordeeld op basis van artikel 2.71, lid 4 van de IOV en de aspecten zoals genoemd in de provinciale gedragslijn geitenmoratorium. In de gedragslijn “moratorium geitenhouderij en Verordening ruimte” en de nadere uitleg daarvan hebben wij aangegeven dat wanneer een gemeente een verandering op een geitenhouderij wenselijk en verdedigbaar acht en daarvoor een verzoek om een VVGB bij de provincie indient, de gemeente dit VVGB-verzoek zeer zorgvuldig moet onderbouwen. Het verzoek dient vergezeld te gaan van: A. De motivatie waarom de gemeente een uitbreiding van het staloppervlak per (melk)geit acceptabel acht, ongeacht de onzekerheid over de oorzaak en effect van aanpassingen op het risico van longontsteking bij omwonenden van geitenhouderijen. B. Beschrijving en planologische borging van de wijze waarop de gemeente garandeert dat het aantal geiten op de geitenhouderij niet kan toenemen. Deze bepaling moet in ieder geval van kracht zijn totdat het geitenmoratorium is ingetrokken bijvoorbeeld omdat uit het lopende VGO3 onderzoek duidelijk is welke maatregelen nodig zijn voor een acceptabel niveau van het risico op longontsteking bij omwonenden van geitenbedrijven. C.
Beschrijving van de wijze waarop de gemeente, als duidelijk is welke maatregelen nodig zijn om het risico op longontsteking in voldoende mate te beperken, regelt en borgt dat die benodigde maatregelen alsnog door de geitenhouder worden toegepast. Ook indien dat betekent dat de ondernemer hiervoor extra investeringen moet doen op korte termijn nadat
4/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
de uitbreiding gerealiseerd is. Wij adviseren dat hiervoor een bindende afspraak wordt gemaakt, waarbij de ondernemer dit risico ook feitelijk op voorhand erkent en accepteert. D. Informatie waarom er sprake is van een goed dierenwelzijnsconcept, eventueel vergezeld van een nader advies van een externe deskundigen. Voor de goede orde merken wij nog op dat in artikel 2.71 lid 4 van de Interim Omgevingsverordening sprake is van een discretionaire bevoegdheid voor ons college. Om deze bevoegdheid te gebruiken moet sprake zijn van een uitzonderlijk belang. In de nieuwe situatie moet verder per melkgeit minimaal een oppervlakte van 1,3 m² beschikbaar zijn naast andere aspecten om te komen tot een goed dierenwelzijnsconcept. In de brief van 21 april 2022 is door de gemeente Bernheze ingegaan op deze punten. Naar aanleiding hiervan overwegen wij het volgende. Ad A. Motivering toename bestaande oppervlakte dierenverblijf Uit de aanvraag blijkt dat een nieuwe stal wordt gerealiseerd. De geiten die oorspronkelijk in de vergunde situatie in stal 9 worden gehouden, worden nu verspreid over de stallen 9 en 10. Ten aanzien van de geiten en overige landbouwhuisdieren die worden gehouden in de andere stallen wijzigt er niets. Alle geiten worden gehouden op traditionele stalsystemen waarbij in de nieuwe stal 10 wel coronodraden worden geplaatst ter reductie van de fijnstof emissie.
Uitgaande van de contour van 2 kilometer waarbinnen vaker longontstekingen worden aangetroffen volgens de RIVM VGO onderzoeken betekent dit ten aanzien van een aantal woningen dat in de aangevraagde situatie het emissiepunt dichter bij komt te liggen. Hierbij is tevens van belang dat de kern van Vorstenbosch binnen een afstand van 2 kilometer van het bedrijf ligt. In bijlage VI van de Omgevingsregeling is geen reductiepercentage voor fijnstof opgenomen voor het gebruik van coronadraden bij geitenhouderijen. De oppervlakte waarop geiten worden gehouden neemt toe. Uit het verzoek blijkt niet of dit gevolgen kan hebben voor het verhoogde risico op longontsteking. Aanbeveling uit het VGO-III onderzoek is om te kijken of op geitenhouderijen de hoeveelheid ziekteverwekkers in de stallucht en omgevingslucht omlaag kan, de aanvraag gaat hier niet op in. Ad B. Planologische borging geen toename aantal geiten In de omgevingsvergunnning wordt bij de activiteit ‘handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening’ een voorschrift opgenomen met betrekking tot het aantal te huisvesten geiten binnen het bedrijf. Wij achten dat hiermee voldoende geborgd is dat daadwerkelijk niet meer dieren gehouden kunnen worden dan nu is vergund. Ad C. Borging toekomstige maatregelen direct verplichten voor nieuwe stal
5/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
Voor de borging van (mogelijk) toekomstige maatregelen om het gezondheidsrisico te beperken, verwijst de gemeente naar een tussen haar en het bedrijf gesloten overeenkomst. De overeenkomst bevat een verplichting voor de initiatiefnemer om toekomstige maatregelen door te voeren of dat een soortgelijke verplichting in de bestemmingsplanwijziging dient te worden opgenomen. Hiermee is samen met de planologische borging bij onderdeel B de realisering van de maatregelen voldoende geborgd. Ad D. Informatie dierenwelzijnsconcept In het VVGB-verzoek is aangegeven dat de initiatiefnemer het dierenwelzijnsconcept Maatlat Duurzame Veehouderij van de Stichting Milieu Keur (SMK) wil volgen. Er wordt aangegeven welke aanpassingen in de stal getroffen gaan worden. De gemeente geeft daarbij aan waarom de voorgestelde nieuwe bedrijfsopzet kan worden beschouwd als een goed ‘dierenwelzijnsconcept’, zoals dat gevraagd wordt in de gedragslijn. Uit de nadere onderbouwing blijkt wat de initiatiefnemer precies verstaat onder het dierenwelzijnsconcept. 1. Het aantal geiten niet toeneemt; 2. De oppervlakte dierenverblijf per dier minimaal 2,2 m² is; 3. Het aantal punten van de dierenwelzijnsmaatlat (maatlat duurzame veehouderij) 56 punten is ten opzichte van de benodigde 40 en hiermee bovengemiddeld scoort. 4.
Er extra technieken worden toegepast om fijn stof- en ammoniakemissie te verminderen te weten: a. Dakisolatie b. Frequent instrooien stro (automatisch) c. Overdekte mestopslag buiten de stal d. Mechanisch geventileerde stal e. Verplaatsen dichtstbijzijnde emissie punt f. Ionisatiesysteem met coronadraden Het plan overstijgt ruimschoots de kaders van bestaande regelgeving en sectorale normen. Er worden extra, wetenschappelijk onderbouwde maatregelen getroffen die het dierenwelzijn aantoonbaar verbeteren. Daarnaast wordt actief toegewerkt naar een SKAL-certificering, waarmee de borging van biologische productie wordt bereikt. De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft zes leidende principes geformuleerd die richting geven aan een dierwaardige veehouderij. In het Convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ van 24 juni 2025 dat is gesloten door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en diverse marktpartijen is bepaald dat deze zes leidende principes als uitgangspunt gehanteerd zullen worden om te bepalen of sprake is van een dierwaardige veehouderij. Met onze toetsing of sprake is
6/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
van een goed dierenwelzijnsconcept hebben wij rekening gehouden met de zes leidende principes. Op basis van deze principes is het uitbreidingsplan als volgt door ons beoordeeld: Intrinsieke waarde van het dier – De uitbreiding is niet gericht op productie, maar puur op het verbeteren van het welzijn van de dieren. De familie investeert vrijwillig in meer ruimte en comfort, zonder toename van het aantal dieren. Onthoornen en omgang met geitenbokjes zijn opgenomen in SKAL-certificering. Goede voeding – Er is continue toegang tot ruwvoer via een automatisch voersysteem, ruime vreetplaatsen (0,43 m per geit), en aandacht voor mineralenbenutting. Voeding is afgestemd op behoefte en toegankelijkheid is geborgd. Goede leefomgeving – Geiten krijgen 2,2 m² ingestrooide ruimte per dier dat ver boven de norm ligt, automatische stroverstrekking, daglichttoetreding (20%), ventilatie, hittestressmaatregelen, en een aparte ziekenruimte. Er is veel aandacht voor comfort, klimaat en rust. Gezondheid – Er is een hygiënesluis, ongediertebestrijding, gescheiden opfok, spoelplaats, ventilatie, en een managementsysteem voor monitoring. De diergezondheidsmaatlat wordt ruim gehaald. Natuurlijk gedrag – Hoewel klimmogelijkheden ontbreken, zijn borstels aanwezig (>1 per 100 geiten) en is er veel ruimte voor beweging.
De keuze om geen klimmogelijkheden aan te bieden is onderbouwd vanuit veiligheidsoverwegingen. Positieve emotionele toestand - De ruime, rustige en schone omgeving, met toegang tot voer, stro en borstels, draagt bij aan comfort en welzijn. Het plan bevat geen maatregelen die gericht zijn op het bevorderen van positieve ervaringen bij de dieren, zoals nieuwsgierigheid, spel of sociale interactie. Het ingediende welzijnsconcept laat zien dat het bedrijf bewust en aantoonbaar verder gaat dan de minimale eisen. Uitzonderlijk belang/belangenafweging Zoals eerder aangegeven is het afgeven van een VVGB een discretionaire bevoegdheid. Dit impliceert dat een belangenafweging dient plaats te vinden. Wij hebben hierbij rekening gehouden met: Het belang van het bedrijf dat met name ziet op bedrijfsontwikkeling (bedrijfseconomisch belang) Ten aanzien van dit belang overwegen wij dat voor de gewenste ontwikkelingen in ieder geval ook een toestemming voor het aspect natuur verkregen zal moeten worden. Echter is vergunningverlening op dit moment maar zeer beperkt mogelijk. Intern en extern salderen is op dit moment in ieder geval niet mogelijk omdat niet uitgesloten kan worden dat de stikstofruimte die vrijkomt bij intern en extern salderen nodig is om de natuur te herstellen. Het is redelijkerwijs niet te verwachten dat de gewenste ontwikkeling op korte termijn gerealiseerd kan worden.
Daarnaast geldt dat nog niet bekend is welke maatregelen effectief zijn om het risico voor de
7/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
volksgezondheid te beperken. Indien nu zou worden ingestemd met het verzoek om VVGB kan dit ertoe leiden dat later nogmaals maatregelen genomen moeten worden en/of dat thans genomen maatregelen niet blijken te werken. Dit kan leiden tot extra kosten voor het bedrijf. Naar ons oordeel is het dan ook beter om af te wachten tot er meer duidelijkheid is over de maatregelen die genomen kunnen worden. Concluderend kan gesteld dat het belang voor het bedrijf op dit moment beperkt is. Het belang van het dierenwelzijn Met de gewenste bedrijfsontwikkeling verbetert het dierenwelzijn; Het belang van het milieu De emissies op het gebied van ammoniak en geur blijven gelijk volgens het verzoek. In bijlage VI van de Omgevingsregeling is geen reductiepercentage voor fijnstof opgenomen voor het gebruik van coronadraden bij geitenhouderijen. Het belang van het milieu achten wij dan ook gering; Het belang van omwonenden/volksgezondheid. Dit is voor een zeer zwaarwegend belang. Zoals blijkt uit hetgeen hiervoor al is overwogen is nog steeds niet duidelijk waardoor het hogere risico op longontsteking in de omgeving van veehouderijen wordt veroorzaakt en welke maatregelen effectief zijn om dit risico te beperken. Het is dus niet duidelijk of de gewenste bedrijfsontwikkeling niet zal leiden tot negatieve effecten voor de gezondheid van omwonenden.
Het bedrijf is gelegen op een afstand van minder dan 2 kilometer van de kern van Vorstenbosch waarbij tevens van belang is dat de afgelopen vijf jaar de gemeente Bernheze een uitbreiding heeft gerealiseerd aan de noordzijde van Vorstenbosch. Hierdoor zijn er nu 56 extra woningen binnen een straal van 2 kilometer ten opzichte van de situatie op het moment dat het plan van de geitenhouder werd ingediend. Er is sprake van een groot aantal omwonenden die binnen het risicogebied wonen. Zekerheid omtrent de gevolgen op het gebied van volksgezondheid is dan ook van groot belang. Dit mede omdat de emissiepunten wijzigen en de oppervlakte van het geitenverblijf toeneemt. In december 2025 wordt het tweede deel van het advies van de Gezondheidsraad verwacht. Daarnaast wordt door Wageningen University & Research onderzoek gedaan naar mogelijkheden om de uitstoot van ziektekiemen uit geitenstallen te beperken. Pas na het verschijnen van beide rapporten kan een betere inschatting worden gemaakt van de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid en de eventuele maatregelen die genomen kunnen worden om deze gevolgen te beperken. Het belang van het voorkomen van precedentwerking. De kans op het ontstaan van precedentwerking is gering aangezien de mogelijkheid om vanwege het dierenwelzijn af te kunnen wijken van het geitenmoratorium in de OV inmiddels is komen te vervallen.
Echter kan niet volledig worden uitgesloten dat in enkele lopende zaken wel precedentwerking kan ontstaan. Dit belang wegen wij derhalve wel mee. Het is immers niet wenselijk dat, als de onderhavige VVGB wordt
8/
Datum
21 oktober 2025 Ons kenmerk
C2363631/
verleend, er meerdere aanvragen volgen voor een vergelijkbare bedrijfsopzet. Dit gezien het feit dat, zoals hiervoor overwogen, nog niet duidelijk is of er negatieve effecten voor de gezondheid van omwonenden kunnen ontstaan. Conclusie Bovenstaande belangen tegen elkaar afwegende komen wij tot de conclusie dat de belangen van de omgeving (volksgezondheid) en het voorkomen van precedentwerking zwaarder wegen dan de overige belangen. Beslissing Gelet op de bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, besluiten wij: I. II.
Het besluit van 15 juli 2025 in te trekken De door de gemeente Bernheze aangevraagde verklaring van geen bedenking voor de bouw van een nieuwe stal bij de geitenhouderij aan de Langenbergsestraat 7 – 9 te Heeswijk-Dinther, waardoor er ter plekke een toename van het bestaande oppervlakte dierverblijf voor geiten is, te weigeren.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,
de secretaris,
mr. I.R. Adema
drs. G.H.E. Derks MPA
9/