BP Weijen West Fase 1 Nistelrode - Verkennend archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Figuur 15: Links: westelijke deel plangebied gefotografeerd richting NO. Rechts: oostelijke deel plangebied gefotografeerd richting ZO (bron: KSP Archeologie).
KSP Archeologie
28
Figuur 16: Steilrand van de aangrenzende percelen in het noordoosten van het plangebied (bron: KSP Archeologie).
3.3
Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens
3.3.1 Lithologie en geologie De onverstoorde natuurlijke ondergrond bestaat uit matig fijn tot uiterst grof zand en is meestal matig tot sterk grindhoudend. Dit zand is aangetroffen vanaf 60 cm -mv (boring 2) tot 160 cm -mv (boring 7). Dit zand is geïnterpreteerd als fluviatiele afzetting van de Maas behorend tot de Formatie van Beegden. In boring 4 is de onverstoorde natuurlijke ondergrond niet aangetroffen. Hier zijn drie boorpogingen uitgevoerd die allen vastliepen in puin (waarschijnlijk afkomstig van de sloop van de stallen. In het oostelijke deel van het plangebied (boringen 5, 6 en 7) was de natuurlijke ondergrond afgedekt door een 25-90 cm dik pakket grond dat uit een mengsel van zand bestond en als verstoord wordt beschouwd. Dit pakket werd afgedekt door een 30-55 dikke donkerbruingrijze matig humeuze en zandige bouwvoor. In het westelijke deel van het plangebied (boringen 1, 2 en 3) was de natuurlijke ondergrond afgedekt door een 60-80 cm dikke zwartgrijze sterk humeuze zandige bouwvoor, die in de onderste 10-30 cm was verploegd met het zand van de onverstoorde natuurlijke ondergrond. Opvallend was het kleurverschil en het gehalte aan humus in de bovengrond tussen het westelijke en oostelijke deel van het plangebied.
Waarschijnlijk is het humusgehalte in het oostelijke deel lager doordat hier de bodem meer is verstoord door zowel zandwinning als de bouw van de stallen met mestkelders. Er is geen dekzand aangetroffen. 3.3.2 Bodem In de boringen zijn geen restanten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Deze zijn waarschijnlijk opgenomen in het eerddek (Aap-horizont) van de voormalige laarpodzolbodem. Door de zandwinning die binnen het plangebied heeft plaatsgevonden en ook door de bouw van stallen met mestkelders in het oostelijke deel is van de oorspronkelijke bodem weinig meer overgebleven. De bovengrond in de boringen bestaat voor de bovenste 30-80 cm uit een bouwvoor (Aap-horizont), die al dan niet aan de onderzijde is verstoord met het zand van de C-horizont. Deze bouwvoor is na de zandwinning teruggestort, zodat er weer landbouw mogelijk was.
KSP Archeologie
29
3.4
Archeologische indicatoren
Bij de controle van het opgeboorde bodemmateriaal zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Boring 1 is geplaatst op de plek waar volgens het minuutplan bebouwing heeft gestaan. Naast iets baksteen in de bovenste 30 cm en een verstoring van de bodem tot 80 cm -mv, zijn geen verdere indicatoren aangetroffen. Waarschijnlijk is de bebouwing geheel gesloopt en is er weinig puin achtergebleven. In boring 4 is veel puin en baksteen aangetroffen van de voormalige stallen, waardoor de boring is gestuit op 60 cm -mv. Boring 7 is geplaatst ter plekke van de zone waar historische bebouwing aanwezig zou kunnen zijn. Hier bleek de bodem tot een diepte van 160 cm -mv te zijn verstoord en zijn geen verdere indicatoren aangetroffen, die zouden kunnen wijzen op historische bebouwing. Het booronderzoek had overigens een verkennend karakter. De afwezigheid van archeologische indicatoren zegt dan ook niets over de kans dat een vindplaats binnen het plangebied aanwezig is. 3.5
Toetsing van de archeologische verwachting
De verwachte laarpodzolgrond is in het hele plangebied verstoord doordat hier minstens 60-80 cm zand is gewonnen en de humeuze bovengrond later is teruggestort. Daarnaast is door de latere bouw van de stallen met mestkelders (na de zandwinning) in het oostelijke deel van het plangebied de grond nog eens verstoord tot ca. 80 cm -mv (Bijlage 7). Hierdoor wordt de kans klein geacht dat binnen het plangebied nog archeologische vindplaatsen bewaard zijn gebleven, voor zover deze überhaupt aanwezig zijn geweest. Vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars bestaan voornamelijk uit strooiing van fragmenten vuursteen en ondiepe grondsporen, zoals haardkuilen, in de bovengrond van de oorspronkelijke podzolgrond. Aangezien de bodem is verstoord door zandwinning en in het oostelijke deel van het plangebied tevens door mestkelders zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagersverzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum wordt daarom naar laag bijgesteld. Nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd bestaan niet alleen uit fragmenten aardewerk, maar ook uit diepere sporen zoals paalgaten en afvalkuilen. Deze sporen kunnen tot in de C-horizont reiken.
Hoewel het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont vanaf 60-140 cm -mv intact is aangetroffen, zal er door de zandwinning gauw een 80-100 cm zijn verdwenen van de C-horizont, waarbij in het oostelijke deel van het plangebied ter plekke van het stallencomplex de bodem nog eens is verstoord tot 80 cm -mv. Daarom wordt de hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek om archeologische resten uit de perioden Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) aan te treffen naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het uiterste zuidwestelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied bij te stellen naar laag. De lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het overgrote deel van het plangebied blijft op grond van de resultaten van het bureauonderzoek gehandhaafd.
KSP Archeologie
30
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op de gemeentelijke, archeologische beleidskaart is aan het noordoostelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting en het zuidwestelijke deel een lage archeologische verwachting toegekend (Figuur 14). Naar aanleiding van de resultaten van het bureauonderzoek is deze verwachting nader gespecificeerd per periode/bijgesteld. Op basis van de landschappelijke ligging op een verhoging binnen een plateau-achtige horst en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd is op basis van de historische ontwikkeling voor het grootste deel van het plangebied een lage verwachting en aan het uiterste zuidwestelijke deel en de zuidoostelijke uitloper een hoge verwachting toegekend. Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase.
Uit het booronderzoek is gebleken dat de laarpodzolgrond in het hele plangebied is verstoord doordat hier minstens 60-80 cm zand is gewonnen en de humeuze bovengrond later is teruggestort. Hoewel het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont vanaf 60140 cm -mv intact is aangetroffen, zal er door de zandwinning gauw een 80-100 cm zijn verdwenen van de C-horizont, waarbij in het oostelijke deel van het plangebied ter plekke van het stallencomplex de bodem nog eens is verstoord tot 80 cm -mv (Bijlage 7). Hierdoor wordt de kans klein geacht dat binnen het plangebied nog archeologische vindplaatsen bewaard zijn gebleven, voor zover deze überhaupt aanwezig zijn geweest. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het uiterste zuidwestelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied bij te stellen naar laag.
De lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het overgrote deel van het plangebied blijft op grond van de resultaten van het bureauonderzoek gehandhaafd. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De onverstoorde natuurlijke ondergrond bestaat uit matig fijn tot uiterst grof zand en is meestal matig tot sterk grindhoudend. Dit zand is aangetroffen vanaf 60 cm -mv (boring 2) tot 160 cm -mv (boring 7). Dit zand is geïnterpreteerd als fluviatiele afzetting van de Maas. In boring 4 is de onverstoorde natuurlijke ondergrond niet aangetroffen. Hier zijn drie boorpogingen uitgevoerd die allen vastliepen in puin (waarschijnlijk afkomstig van de sloop van de stallen. In het oostelijke deel van het plangebied (boringen 5, 6 en 7) was de natuurlijke ondergrond afgedekt door een 25-90 cm dik pakket grond dat uit een mengsel van zand bestond en als verstoord wordt beschouwd. Dit pakket werd afgedekt door een 30-55 dikke donkerbruingrijze matig humeuze en zandige bouwvoor. In het westelijke deel van het plangebied (boringen 1, 2 en 3) was de natuurlijke ondergrond afgedekt door een 60-80 cm dikke zwartgrijze sterk humeuze zandige
KSP Archeologie
31
bouwvoor, die in de onderste 10-30 cm was verploegd met het zand van de onverstoorde natuurlijke ondergrond. In de boringen zijn geen restanten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Deze zijn waarschijnlijk opgenomen in het eerddek (Aap-horizont) van de voormalige laarpodzolbodem. Door de zandwinning die binnen het plangebied heeft plaatsgevonden en ook door de bouw van stallen met mestkelders in het oostelijke deel is van de oorspronkelijke bodem weinig meer overgebleven. De bovengrond in de boringen bestaat voor de bovenste 30-80 cm uit een bouwvoor (Aap-horizont), die al dan niet aan de onderzijde is verstoord met het zand van de Chorizont.
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? Op basis van het bureauonderzoek is aan het plangebied een middelhoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Voor de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd is op basis van de historische ontwikkeling voor het grootste deel van het plangebied een lage verwachting en aan het uiterste zuidwestelijke deel en de zuidoostelijke uitloper een hoge verwachting toegekend. Het booronderzoek heeft uitgewezen dat de laarpodzolgrond in het hele plangebied is verstoord doordat hier minstens 60-80 cm zand is gewonnen en de humeuze bovengrond later is teruggestort. Hoewel het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont vanaf 60-140 cm -mv intact is aangetroffen, zal er door de zandwinning gauw een 80-100 cm zijn verdwenen van de C-horizont, waarbij in het oostelijke deel van het plangebied ter plekke van het stallencomplex de bodem nog eens is verstoord tot 80 cm -mv (Bijlage 7).
Hierdoor wordt de kans klein geacht dat binnen het plangebied nog archeologische vindplaatsen bewaard zijn gebleven, voor zover deze überhaupt aanwezig zijn geweest. Op basis hiervan is de middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) naar laag bijgesteld. De resultaten van het booronderzoek geven aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het uiterste zuidwestelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied bij te stellen naar laag. De lage verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het overgrote deel van het plangebied blijft op grond van de resultaten van het bureauonderzoek gehandhaafd.
Is een (deels) intact potentieel niveau aanwezig en zo ja, op welke diepte en wordt deze bedreigd door de voorgenomen bodemingrepen? Hoewel het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont vanaf 60-140 cm -mv intact is aangetroffen, zal er door de zandwinning gauw een 80-100 cm zijn verdwenen van de C-horizont, waarbij in het oostelijke deel van het plangebied ter plekke van het stallencomplex de bodem nog eens is verstoord tot 80 cm -mv (Bijlage 7). Hierdoor wordt de kans klein geacht dat binnen het plangebied nog archeologische vindplaatsen bewaard zijn gebleven, voor zover deze überhaupt aanwezig zijn geweest. Daarom vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief.
KSP Archeologie
32
4.3
Selectieadvies
Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen in het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie om de archeologische dubbelbestemming te laten vervallen en geen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Dit selectieadvies betekent nog niet dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het Monumentenhuis Brabant (04-04-2023, Karlijn Kersten) heeft ingestemd met het advies om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden.
In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
33
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen Bakker, H. de & Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. & Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Berkmortel, B.J.H.M. van den (2011). Inventariserend Veldonderzoek Karterend booronderzoek Donzel 4-10 te Nistelrode. Gemeente Bernheze. Synthegra, rapport S100178, Valkenswaard. Boer, A. de (2020). Weijen 60-62, Nistelrode, gemeente Bernheze: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase. Bureau voor Archeologie, rapport 937, Utrecht. Boer, A. de (2021). Dijkstraat tussen 9 en 13a, Nistelrode, gemeente Bernheze: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende en deels karterende fase. Bureau voor Archeologie, rapport 1025, Utrecht. Buesink, A., Winter, J. de, Geerts, H.M.M., Bergman, W. (2010). Gemeente Bernheze. Archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart. BAAC rapport V-09.0195, Deventer. Buesink, A., Bergman, W.A. (2014). Gemeente Bernheze. Plangebied Het Runneke te Nistelrode. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC, rapport V-12.0446, Deventer.
Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Noord-Brabant. Bureau Lantschap. Keunen, L.J., Boshoven, E.H. & Veen, van der, S. (2011). Archeologisch erfgoed van Peelhorst en Maasdal Een archeologische waarden- en verwachtingskaart en beleidsadvieskaart voor de gemeenten Sint Anthonis, Mill en St. Hubert, Grave en Landerd. RAAP-rapport 2214. Kramer, J. (2009). Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase Doolhof 26, Nistelrode. Gemeente Bernheze. Becker & Van de Graaf, rapport 804, Breda. Kremer, H., Nillesen, R. (2009). Bureauonderzoek Donzel 4-10 te Nistelrode. Gemeente Bernheze. Synthegra, rapport S090422, Doetinchem. Nederlands Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
NL, Classificatie van onverharde
Plitscher, M.J.V. (2021). Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Heescheweg 29 te Nistelrode. Econsultancy, rapport 15254.001, Swalmen. RMB (2009). Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Dijkstraat 8 en Weverstraat ong. Nistelrode. Gemeente Bernheze. RMB, rapport 75021176, Cuijk.
KSP Archeologie
34
Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. & Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Stichting voor Bodemkartering, 1976b: Toelichting bij de bodemkaart van Nederland, 1:50.000, blad 45 Oost ’s-Hertogenbosch en 46 West - 46 Oost Vierlingsbeek. Wageningen.
Kaartmateriaal Actueel Hoogtebestand van Nederland (2014-2019). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://downloads.pdok.nl/ahn3-downloadpage/ Actueel Hoogtebestand van Nederland (2020-2022). AHN4, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://www.ahn.nl/ahn-viewer Archeologische Monumenten Kaart (2014) Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Archeologische onderzoeks- en vondstmeldingen (actueel). Geraadpleegd via archis.cultureelerfgoed.nl Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/ Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 november 2021 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond juli 2022). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://service.pdok.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/index.xml Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012).
Vergraven gronden: Inventarisatie van ‘diepe’ grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336. Digitaal Archief (DANS) Rapporten https://archaeology.datastations.nl/
en
onderzoeksgegevens
van
archeologisch
onderzoek:
Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HISTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331.
KSP Archeologie
35
Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie maart 2021 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond juli 2022). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://service.pdok.nl/bzk/bro-geomorfologischekaart/atom/v1_0/index.xml. Legenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ data/dataset/bodemkaart-van-nederland/resource/2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK 25 cm RGB (tot 2020) en 8 cm RGB (vanaf 2021) via WMS server: https://service.pdok.nl/hwh/luchtfotorgb/wms/v1_0 Kaart van verdedigingswerken / Militaire Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart
landschapskaart
https://rce.webgispublisher.nl/
Kadastrale kaarten 1811-1832. http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl Oorlogshandelingenkaart Reas Euro. https://reaseuro.nl/oorlogshandelingenkaart/ Rijksmonumenten: Geraadpleegd via WFS server: https://data.geo.cultureelerfgoed.nl/ openbaar/wfs TNO Geologische Dienst (2021): Geologische https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen.
Kaart
van
Nederland
2021
Topografische kaart van Nederland schaal 1:25.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top25raster/wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/top10nlv2/wms?request=GetCapabilities&service=wms Wageningen Environmental Research (2022). Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid) https://service.pdok.nl/bzk/bro-grondwaterspiegeldiepte/wms/v1_0
Websites Geologische eenheden (formaties): https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator
KSP Archeologie
36
Bijlage 1
KSP Archeologie
Geomorfologische kaart
Bijlage 2
KSP Archeologie
Bodemkaart
Bijlage 3
KSP Archeologie
Archeologische gegevens
Bijlage 4
KSP Archeologie
Boorpuntenkaart
KSP Archeologie
Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer
: 23020
Boring
X (m RD)
Y (m RD)
Z (m+NAP) via AHN4
Project
: Weverstraat-Dijkstraat Nistelrode
1
166.508
413.703
10,28
Datum
: 30 maart 2023
2
166.566
413.741
10,89
Beschrijver
: Erik Schorn
3
166.625
413.775
11,41
Type grond
: Zand
4
166.667
413.763
11,33
Boortype
: Edelman 7 cm
5
166.722
413.751
11,38
Bijzonderheden
: Geen
6
166.674
413.722
10,95
7
166.674
413.680
10,87
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
1
70
Z4s1g2
h3
zwgr
bs1
Aap/X
Opmerkingen verstoord?, locatie voormalige bebouwing
grasland
80
Z5s1g3
h1
zwgr/lbrge
Aap/C
verploegd/verstoord
120
Z5s1g3
gegr
C Opmerkingen
Vondsten
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
2
30
Z3s1g1
h3
zwgr
bs1
Aap
grasland
60
Z3s1g1/Z4s1
h1
zwgr/lbrge
Aap/C
70
Z4s1g3
gegr
C
100
Z4s1
lgr
C
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
3
50
Z4s1g2
h3
zwgr
Aap
Opmerkingen Vondsten op rand met gras begroeide akker (maïs)
grasland
80
Z4s1g2/Z3s1
h1
zwgr/lbrge
Aap/C
verploegd/verstoord
100
Z2s1g1
lge
C
120
Z3s1g3
lgegr
C
Bijzondere bestanddelen
Bijzondere bestanddelen
Horizont
verploegd/verstoord
Horizont
Opmerkingen
X
X
verstoord verstoord, boring loopt vast in puin, 3 boorpogingen gedaan
Horizont
Opmerkingen
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
4 voormalige akker (maïs) met gras begroeid
40
Z4s1g3
h2
dbrgr
60
Z4s1g3
h3
zwgr
bs3, mortelresten
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
5 voormalige akker (maïs) met gras begroeid
55
Z4s1g2
h2
dbrgr
Aap
80
Z4s1g2
h2/h3
dbrgr/zw
X
mengsel, verstoord
90
Z4s1g3
zw/brgr/lgr
X/C
verstoord
120
Z5s1g3
lgr
C
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
6 voormalige akker (maïs) met gras begroeid
30
Z3s1g1
h2
dbrgr
Bijzondere bestanddelen
Horizont Aap
80
Z5s1g3
h1
dbrgr/gr
X
120
Z6s1g3
lbrgr
C
160
Z6s1g3
gr
GW op 160 cm
C
Opmerkingen
Opmerkingen
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
7 grasstrook, inrit naar akker
50
Z4s1g2
h2
dbrgr
gele zandvlekken
Aap/X
100
Z5s1g3
h2
dbrgr
gele zandvlekken
X
mengsel, verstoord
125
Z5s1g3
X
mengsel, verstoord
140
Z4s1g2
mengsel, verstoord
160
Z4s1g2
h1
brgr/zw
Fe3
X
gr
GW op 160 cm
C
Pagina 1 van 1
Vondsten
Vondsten
Vondsten
mengsel, verstoord
Boring
dbrgr/lbrgr/zw
Vondsten
Vondsten
KSP Archeologie
Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
KSP Archeologie
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
KSP Archeologie
Bijlage 7
KSP Archeologie
Tekeningen voormalige stallen