BP Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther - Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutum- en/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 1 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven. Tabel 1: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen Indexwaarde
Betekenis
Weergave in tabellen
Niet verontreinigd (schoon). <0
Het concentratieniveau van de parameter geeft aan dat sprake is van een goede bodemkwaliteit. Er is geen sprake van een verontreiniging. Licht verontreinigd.
>0 <0,5
>0,5 <1,0
Het concentratieniveau van de parameter is hoger dan de achtergrond- of streefwaarde. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's. Matig verontreinigd. Het concentratieniveau van de parameter is dermate verhoogd dat het vermoeden bestaat dat er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Nader onderzoek is wenselijk/noodzakelijk.
-
>AW en < I of >S en < I
Index >0,5
Ernstig verontreinigd. >1,0
Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
Revisiedatum 23-11-2020
>I
Besluit bodemkwaliteit (waterbodem) Voor het vaststellen van de verwerkingsmogelijkheden voor de vrijkomende baggerspecie is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Deze normering is in hoofdzaak gebaseerd op het onderscheid tussen het toepassen en verspreiden van baggerspecie. Per kwaliteitsklasse zijn ‘achtergrondwaarden’ (baggerspecie is vrij toepasbaar/ verspreidbaar), ‘Maximale Waarden’ (waarbij eisen zijn gekoppeld aan de bodemfunctie) en de ‘Niet/nooit grens’ bepaald (sprake van onaanvaardbaar risico, niet toepasbaar/verspreidbaar). In het gebied specifieke toetsingskader van het Besluit Bodemkwaliteit kan de lokale bodembeheerder per deelgebied en per stof zelf Lokale Maximale Waarden vaststellen. Zodat rekening gehouden kan worden met een specifieke verontreinigingssituatie en het daadwerkelijk gebruik van de bodem. Onderstaande figuren geven per kwaliteitsklasse aan welke normen er zijn. Deze figuren zijn ontleend aan het document “Handreiking Besluit bodemkwaliteit” afkomstig van Bodem+ (Website van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). Elke kwaliteitsklasse is daarnaast gekoppeld aan de nummering van de testcode van BOTOVA-gevalideerde software.
Figuur 1. Generieke normstelling voor het toepassen van grond en baggerspecie op of in de bodem (T1).
Figuur 2. Bepaling van de toepassingseis in het generieke kader. Na bepaling van de kwaliteit van de grond of baggerspecie kan op basis van de toepassingseis gekeken worden waar de grond of baggerspecie toegepast kan worden.
Figuur 3. Generieke toepassing van grond en baggerspecie in oppervlaktewater (T3)
Revisiedatum 23-11-2020
Figuur 4. Verspreiding van baggerspecie op het aangrenzend perceel (T5).
Voor het verspreiden van baggerspecie over de aangrenzende percelen dient de baggerspecie te voldoen aan de ‘Maximale waarden’ voor verspreiden. Deze waarden zijn gebaseerd op de msPFAS-toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen). Daarnaast mag de kwaliteit van de baggerspecie de interventiewaarden voor droge bodem niet overschrijden. Aanvullend gelden de volgende voorwaarden; ▪
▪ ▪ ▪
Voor onderhoudsspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Maximale Waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel geldt de ontvangstplicht voor zover het baggerspecie betreft die is verwijderd ten behoeve van een goede aan- en afvoer van water; De baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid; Er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem; De verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld.
Figuur 5. Verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewaterlichaam (T6 respectievelijk T7).
Het verspreiden van baggerspecie in zoet oppervlaktewater is bedoeld om het watersysteem weer op orde te brengen. Getalsmatig is dit dezelfde norm als de grens tussen klasse A en B bij toepassen in oppervlaktewater. Voor het verspreiden van baggerspecie in zout oppervlaktewater geldt een andere normering dan bij verspreiden in zoet oppervlaktewater. Er vindt onder andere geen correctie plaats voor het bodemtype.
Revisiedatum 23-11-2020
Handelingskader PFAS Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van o.a. de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur) en PFOS (Perfluoroctaansulfonaat). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Op 2 juli 2020 is een geactualiseerde versie van het Tijdelijk handelingskader vastgesteld. Deze geactualiseerde versie vervangt de voorgaande. Toepassingen op de landbodem In het handelingskader PFAS zijn voorlopige toepassingsnormen voor PFOA, PFOS en andere PFAS opgenomen. In tabel 2 zijn deze normen weergegeven. Voor toepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden is de toepassingseis gelijk aan de gebiedskwaliteit en als deze niet bekend gelijk aan de rapportagegrens (0,1 μg/kg). Het bevoegd gezag kan beargumenteerd andere (soepelere of strengere) waarden in het eigen bodembeleid opnemen. Tabel 2. Toepassingsnormen PFAS op landbodem Op landbodem In GWBG
Wonen
Industrie
PFOS (som)
Landbouw/ natuur 1,4
Grootschalig toepassen
Toepassen onder grondwater niveau (incl. grootschalig)
3
3
3
0,1
1,4
PFOA (som)
1,9
7
7
7
0,1
1,9
Overige PFAS
1,4
3
3
3
0,1
1,4
Parameter (in µg/kg ds)
Toepassen boven grondwaterniveau Bodemfunctieklasse
Toepassingen op de waterbodem De toepassingseisen voor grond en baggerspecie op de waterbodem zijn bij de meeste toepassingssituaties hetzelfde (tabel 3). Het verspreiden van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam (stroomopwaarts of stroomafwaarts) of (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen is toegestaan, met uitzondering van puntbronnen of onverwachte hoge gehalten. Dat geldt ook bij het toepassen van baggerspecie in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam.Bij het toepassen van grond en baggerspecie in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater geldt de voorwaarde dat in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object gelegen is. Voor het toepassen van baggerspecie en grond in de andere diepe plassen dan hierboven genoemd gelden de toepassingswaarden in de tabel enkel voor verondiepingen die al in uitvoering zijn. Tabel 3. Toepassingsnormen PFAS op waterbodem Op waterbodem Parameter (in µg/kg ds)
Toepassen regionale wateren (uitgezonderd diepe plassen) Rijkswater
Toepassen in niet vrij liggende diepe plassen in open verbinding met rijkswater
Toepassen in vrijliggende diepe plassen en in niet vrijliggende plassen aan niet rijkswater
Anders
PFOS (som)
3,7
1,1
3,7
1,1
PFOA (som)
0,8
0,8
0,8
0,8
Overige PFAS
0,8
0,8
0,8
0,8
Revisiedatum 23-11-2020
Figuur 6 is een overzicht van alle PFAS parameters welke geanalyseerd worden. Dit is conform de advieslijst, versie 12 juli 2019, afkomstig van Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Figuur 6. Advieslijst te meten PFAS parameters conform vigerende versie 12 juli 2019.
Revisiedatum 23-11-2020
Bijlage 7
NL BSB® productcertificaat SGS INTRON Certificatie B.V. Venusstraat 2 Postbus 267 4100 AG CULEMBORG T: +31 88 21 45 133 www.sgs.com/intron-certificatie
Recyclinggranulaat
Nummer : Uitgegeven : Geldig tot : Vervangt :
voor ongebonden en (hydraulisch) gebonden materialen voor civieltechnische toepassingen, utiliteitsbouw en wegenbouw Producent:
Gebr. Dijkhoff B.V.
Heeswijkseweg 7 5473 KV HEESWIJK-DINTHER Telefoon +31 (0)413 29 13 91 E-mail info@dijkhoff.nl Website www.dijkhoff.nl
BG-194/9 2020-10-01 onbepaalde tijd BG-194/8 d.d. 2017-04-19
Kenmerk mobiele breker: Pegson Producttype (productgroep): menggranulaat (productgroep A)
Verklaring van SGS INTRON Certificatie B.V. Dit productcertificaat is op basis van BRL 2506-2 d.d. 2019-07-15 afgegeven conform het SGS INTRON Certificatie-reglement voor Certificatie en Attestering. SGS INTRON Certificatie B.V. verklaart dat: - het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het door de producent vervaardigde recyclinggranulaat bij voortduring voldoet aan de in dit productcertificaat vastgelegde milieuhygiënische specificaties, mits het recyclinggranulaat voorzien is van het NL BSB® merk op een wijze als aangegeven in dit productcertificaat; - voor dit productcertificaat geen controle plaatsvindt op het gebruik in werken en op de melding- en/of informatieplicht van de gebruiker aan het bevoegd gezag; - met inachtneming van het bovenstaande, het recyclinggranulaat in zijn toepassingen en met inachtneming van de daarbij horende toepassingsvoorwaarden voldoet aan de relevante eisen van het Besluit bodemkwaliteit; Voor het Besluit bodemkwaliteit is dit een door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkend certificaat, indien het certificaat is opgenomen in het “Overzicht van erkende kwaliteitsverklaringen in de bouw” op de websites van SBK: www.bouwkwaliteit.nl en van Bodem+: www.bodemplus.nl.
Voor SGS INTRON Certificatie B.V.
ir. R.F.R. Leppers Directeur
Gebruikers van dit productcertificaat wordt geadviseerd om bij SGS INTRON Certificatie B.V. te informeren of dit certificaat nog geldig is. Controleer of er sprake is van een door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat erkende kwaliteitsverklaring.
Dit certificaat bestaat uit 3 bladzijden ® Is een collectief merk van Stichting Bouwkwaliteit (SBK)
NL BSB® productcertificaat Recyclinggranulaat Nummer Uitgegeven
: BG-194/9 : 2020-10-01
1.
MILIEUHYGIËNISCHE SPECIFICATIES
1.1
Onderwerp
Dit NL BSB® productcertificaat heeft betrekking op de milieuhygiënische eigenschappen van het door Gebr. Dijkhoff B.V. geproduceerde ongebonden recyclinggranulaat voor toepassing in civieltechnische toepassingen, utiliteitsbouw en wegenbouw. Recyclinggranulaat ontstaat bij de bewerking van steenachtige afvalstoffen in een bewerkingsinstallatie. De bewerking bestaat in het algemeen uit breken en/of zeven.
1.2
Merken
De levering van recyclinggranulaat wordt altijd voorzien van een afleveringsbon in combinatie met een (kopie van een) NL BSB® productcertificaat hiervan. Deze documenten vormen samen het bewijs dat het recyclinggranulaat voldoet aan de eisen gesteld in de BRL. De afleveringsbon van het recyclinggranulaat wordt gemerkt met het NL BSB® woordmerk (ten minste 5 mm hoogt) of beeldmerk (zie voorzijde van dit NL BSB® productcertificaat). De afleveringsbon bevat tevens de volgende verplichte aanduidingen: • het certificaatnummer (certificaatnummer zonder versienummer) • leverancier (de naam van de leverancier) • producent (naam producent + productielocatie) • product (naam van het product) • leveringsdatum • uniek nummer • grootte van de geleverde partij (in ton) • geleverd aan (naam afnemer, besteknummer of projectcode) • toepassing (ongebonden / gebonden) in GWW-werken • klasse (niet-vormgegeven bouwstof)
1.3
Materiaaleigenschappen recyclinggranulaat
1.3.1 Samenstelling en emissie De gemiddelde samenstellingswaarde bepaald overeenkomstig AP04-SB en de gemiddelde emissie bepaald met de kolomproef overeenkomstig AP-04-U voldoen aan de eisen van bijlage A van de Regeling bodemkwaliteit. 1.3.2 Gehalte aan asbest Het recyclinggranulaat is geproduceerd in overeenstemming met de Asbestzorgvuldigheidsmodule voor mobiele breekinstallaties. Het gewogen gehalte aan asbest van het recyclinggranulaat bedraagt maximaal 100 mg/kg.
2.
TOEPASSINGSVOORWAARDEN
Het recyclinggranulaat dient te worden toegepast in overeenstemming met artikel 5, 6, 7 en 33 van het Besluit bodemkwaliteit.
3.
VERWERKING
Voor recyclinggranulaten zijn verder van toepassing de condities overeenkomstig het Besluit bodemkwaliteit zoals vermeld onder Toepassingsvoorwaarden.
Blad 2 van 3 bladen
NL BSB® productcertificaat Recyclinggranulaat Nummer Uitgegeven
4.
: BG-194/9 : 2020-10-01
WENKEN VOOR DE TOEPASSER
1. Bij aflevering inspecteren of: • geleverd is wat is overeengekomen; • het merk en de wijze van merken juist zijn; • de afleverbon alle gegevens bevat; • het afgegeven NL BSB® certificaat betrekking heeft op de geleverde partij, indien de partij niet direct van de producent is afgenomen; • de producten geen zichtbare tekortkomingen vertonen. 2. Indien op grond van het onder 1 gestelde tot afkeuring wordt overgegaan, dient contact te worden opgenomen met: • Gebr. Dijkhoff B.V., en zo nodig met • SGS INTRON Certificatie B.V. 3. Controleren of voldaan wordt aan de voorwaarden voor toepassing. 4. Nagaan of en door wie melding moet worden gedaan aan het bevoegd gezag. 5. Het bewijsmiddel (afleverbonnen en eventueel het certificaat) dient aan de opdrachtgever ter beschikking te worden gesteld. Dat geldt niet bij levering aan natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf. 6. De opdrachtgever moet het bewijsmiddel (afleverbonnen en certificaat) ten minste 5 jaar ter beschikking houden voor inzage door het bevoegd gezag. Dat geldt niet bij levering aan natuurlijke personen anders dan in de uitoefening van beroep of bedrijf. Overdracht van het certificaat aan derden Dit NL BSB® certificaat kan ook na overdracht van het recyclinggranulaat aan derden als bewijsmiddel gelden.
De leverancier dient dan aannemelijk te maken, dat het door de producent afgegeven certificaat daadwerkelijk betrekking heeft op het door de leverancier aan derden geleverde product.
5.
REFERENTIES / LIJST VAN VERMELDE DOCUMENTEN
Voor zover er geen data vermeld zijn, staan de juiste publicatiedata van de genoemde documenten vermeld in de beoordelingsrichtlijn 2506-2.
BRL 2506-2
Recyclinggranulaten d.d. 2019-07-15.
Besluit bodemkwaliteit
Besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem (Besluit bodemkwaliteit). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 469, jaargang 2007 met alle bijbehorende nadien gepubliceerde wijzigingen.
Regeling bodemkwaliteit
Regeling van 13 december 2007, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem (Regeling bodemkwaliteit), Nederlandse Staatscourant 247, 2007 met alle bijbehorende nadien gepubliceerde wijzigingen.
AP04
Accreditatieprogramma Bouwstoffenbesluit AP04, versie 3, SIKB, Gouda.
Blad 3 van 3 bladen
KOMO® productcertificaat SGS INTRON Certificatie B.V.
Nummer: BG-104/14 Uitgegeven: 2020-10-01 Geldig tot: onbepaalde tijd Vervangt: BG-104/13 d.d. 2017-08-24
Venusstraat 2 Postbus 267 4100 AG CULEMBORG T: +31 88 21 45 133 www.sgs.com/intron-certificatie
Recyclinggranulaat
voor toepassing in verhardingslaag, zandbed, ophoging en aanvulling Producent:
Gebr. Dijkhoff B.V. Heeswijkseweg 7 5473 KV HEESWIJK-DINTHER Telefoon +31 (0)413 29 13 91 E-mail info@dijkhoff.nl Website www.dijkhoff.nl
Identificatie breker: Pegson Product: menggranulaat 0/31,5
Verklaring van SGS INTRON Certificatie B.V. Dit productcertificaat is op basis van BRL 2506-1 voor recyclinggranulaten d.d. 2020-04-01 afgegeven conform het SGS INTRON Certificatie reglement voor Certificatie en Attestering. Het kwaliteitssysteem en de productkenmerken behorende bij het recyclinggranulaat worden periodiek gecontroleerd. Op basis daarvan verklaart SGS INTRON Certificatie B.V. dat: • het gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat het door de producent vervaardigde recyclinggranulaat bij aflevering voldoet aan de in dit productcertificaat vastgelegde technische specificatie en bij aflevering geschikt is voor de toepassing als verhardingslaag, zandbed, ophoging en aanvulling, mits het recyclinggranulaat voorzien is van het KOMO®merk op een wijze zoals aangegeven in dit productcertificaat.
Voor SGS INTRON Certificatie B.V.
ir. R.F.R. Leppers Directeur
Gebruikers van dit KOMO® productcertificaat wordt geadviseerd te controleren of dit document nog geldig is. De geldige certificaten staan vermeld op de website www.sgs.com/intron-certificatie. Dit KOMO® productcertificaat is voorts opgenomen in het overzicht op de website van Stichting KOMO: www.komo.nl . Dit KOMO® productcertificaat bestaat uit 2 bladzijden.
Beoordeeld is: kwaliteitssysteem product Periodieke controle
KOMO® productcertificaat Recyclinggranulaat voor toepassing in verhardingslaag, zandbed, ophoging en aanvulling Nummer : BG-104/14 Uitgegeven : 2020-10-01
1.
TECHNISCHE SPECIFICATIE
Dit KOMO® productcertificaat heeft betrekking op het door Gebr. Dijkhoff B.V. geproduceerde menggranulaat 0/31,5 voor toepassing in: - verhardingslagen van steenmengsel (wegfunderingslagen) in de wegenbouw als bedoeld in paragraaf 80.11 tot en met 80.17 van de Standaard RAW Bepalingen - een zandbed in grondwerken als bedoeld in paragraaf 22.01 tot en met 22.07 van de Standaard RAW Bepalingen - ophogingen en aanvullingen in grondwerken als bedoeld in paragraaf 22.01 tot en met 22.07 van de Standaard RAW Bepalingen Recyclinggranulaat ontstaat bij de bewerking van steenachtige afvalstoffen in een bewerkingsinstallatie.
2.
MERKEN EN AANDUIDINGEN OP DE AFLEVERBON
De afleveringsbonnen worden gemerkt met: • de aanduiding KOMO® of het KOMO®-merk gevolgd door het certificaatnummer. De uitvoering van het merk is als volgt:
• • • • • • • • •
Productielocatie of identificatie breker Leverdatum De naam van de leverancier De naam van de producent Het type recyclinggranulaat De gradering De grootte van de geleverde partij De naam van de afnemer Het toepassingsgebied
3.
PRODUCTKENMERKEN
4.
WENKEN VOOR DE AFNEMER
In tabel 1 van de BRL 2506-1 is een opsomming gegeven van types recyclinggranulaat en de daaraan gerelateerde toepassingen. In paragraaf 1.6 zijn producten naar toepassingen nader gespecificeerd, met waar mogelijk een specifieke verwijzing naar relevante bepalingen in de Standaard RAW. Hoofdstuk 4 (tabel 3 en paragraaf 4.2) gaat vervolgens in op de producteisen en testmethoden, die vervolgens per producttype en gradering in bijlage B zijn uitgewerkt. De productkenmerken voldoen aan de waarden opgenomen in bijlage B.
-
-
Controleer bij aflevering van de onder de “technische specificatie” vermelde producten of: • geleverd is wat is overeengekomen; • het merk en de wijze van merken juist zijn; • de producten geen zichtbare gebreken vertonen (bijv. als gevolg van transport). De uitspraken in dit productcertificaat mogen niet worden gebruikt ter vervanging van de CE-markering en/of de bijbehorende verplichte Prestatieverklaring. Indien u op grond van het hiervoor gestelde tot afkeuring overgaat, neem dan contact op met Gebr. Dijkhoff B.V. en zo nodig met SGS INTRON Certificatie B.V. Controleer of dit productcertificaat nog geldig is, raadpleeg hiervoor de website www.sgs.com/intron-certificatie.
blad 2 van 2 bladen
Bijlage 8
Laverdonk 9a Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 11
-
13-09-2021
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Kaarten Disclaimer Toelich ng
Pagina 2 van 11
-
13-09-2021
Inleiding Dit betre een rapportage van de milieu-hygiënische bodemkwaliteit van het perceel waarvan de loca e op de eerste pagina van deze rapportage is aangegeven. De rapportage is gemaakt met behulp van het bodeminforma esysteem (bis) van de gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord–Brabant. Indien er van het perceel, of de directe omgeving hiervan, bodemonderzoeken of ondergrondse tanks in het bis bekend zijn, bevat deze rapportage een ui reksel hiervan.
Welke informa e bevat het bodeminforma esysteem? Bij de uitvoering van de gemeentelijke en provinciale bodemtaken ontvangen wij bodemrapporten bij grondwerken, bodem- en tanksaneringen, grondtransac es en het behandelen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. De resultaten van de bodemonderzoeken worden verwerkt in het bis.
Geen informa e aanwezig Indien er in het bis geen informa e over een perceel aanwezig is, kan niet geconcludeerd worden dat er dan ook geen bodemverontreiniging aanwezig is. Alleen na uitvoering van een volledig verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 kan hierover meer zekerheid worden verkregen. Indien u onderzoek wilt laten uitvoeren dan adviseren wij u contact op te nemen met een SIKB BRL 2000 gecer ficeerd adviesbureau. Alleen onderzoeken die uitgevoerd zijn door een gecer ficeerd bureau worden voor overheidsbeslissingen in behandeling genomen.
Loca es met historisch bodembedreigende ac viteiten Om inzicht te krijgen waar de bodem in het verleden mogelijk verontreinigd is geraakt zijn de loca es met een risico op bodemverontreiniging in kaart gebracht. Deze gegevens zijn a oms g uit oude bestanden en tekeningen, zoals het Hinderwetarchief, milieuarchief en de bestanden van de Kamer van Koophandel. Deze historische informa e zegt iets over het vermoeden van bodemverontreiniging. In feite is het een risicoanalyse die kan leiden tot vervolgonderzoek. Deze loca es zijn ondergebracht in het zogenaamde historische bodembestand (HBB). Op tal van loca es met de meest verdachte bodembedreigende ac viteiten en waar nog niet eerder Pagina 3 van 11
-
13-09-2021
bodemonderzoek hee plaatsgevonden, hee inmiddels oriënterend bodemonderzoek plaatsgevonden.
Opbouw van de rapportage Op basis van de ingevoerde geografische gegevens die voor de aanvraag van de rapportage zijn ingevoerd, is met behulp van so ware gecontroleerd of er op het perceel of in de directe omgeving hiervan gegevens over de bodem en grondwater beschikbaar zijn. Indien deze informa e aanwezig is dan wordt deze getoond in de onderstaande volgorde: Informa e over de milieukwaliteit op de loca e: Overzicht loca egegevens Overzicht bodemonderzoeken Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Overzicht ondergrondse tanks Naast het geselecteerde perceel wordt ook in een straal van 25 meter rond het geselecteerde perceel gekeken of er onderzoeksgegevens beschikbaar zijn. Indien er informa e aanwezig is, dan wordt deze getoond onder het hoofdstuk:“Informa e over de milieukwaliteit in de directe omgeving van de loca e”. Vervolgens worden ook voor de percelen in de directe omgeving de loca egegevens, de historische bodembedreigende ac viteiten en de ondergrondse tanks weergegeven.
Toelich ng bij informa e over de bodemkwaliteit op de loca e Overzicht loca egegevens Onder deze paragraaf worden de loca egegevens getoond zoals deze in het bis bekend zijn. Onder de loca egegevens worden ook de status van de bodemloca e, eventuele verontreinigingen en de vervolgac e aangeven. Overzicht onderzoeken Onder deze paragraaf worden de gegevens van de bodemrapporten die op de loca e zijn uitgevoerd weergeven, zoals soort onderzoek, aanleiding, rapportdatum, beknopte conclusie en resultaat Wet bodembescherming. Overzicht historische bodembedreigende ac viteiten Onder deze paragraaf worden de historische bodembedreigende ac viteiten getoond zoals deze in het bis bekend zijn.
Pagina 4 van 11
-
13-09-2021
Overzicht aanwezige ondergrondse tanks Onder deze paragraaf worden de ondergrondse tanks getoond, zoals deze in het bis bekend zijn. Informa e over de bodemkwaliteit in een straal van 25 meter rond de loca e Idem als informa e over de bodemkwaliteit op de loca e maar dan binnen een straal van 25 meter rond de loca e.
Pagina 5 van 11
-
13-09-2021
Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informa e aangetroffen.
Pagina 6 van 11
-
13-09-2021
De informa e die wij in deze rapportage beschikbaar stellen, dient u te interpreteren als een inscha ng van de situa e. Aangezien de informa e is gebaseerd op onderzoeken die in het verleden hebben plaatsgevonden kunnen wij nooit 100% zekerheid geven met betrekking tot de actuele kwaliteit van grond en grondwater. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Noord – Brabant zijn niet aansprakelijk voor enige schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade als blijkt dat in de prak jk de kwaliteit van grond of grondwater anders is dan in dit rapport is vermeld. Wij a enderen u op het feit dat u als makelaar, eigenaar, toekoms g eigenaar of als derde, bij aan- of verkoop van onroerend goed een vergaande onderzoeksplicht hee als het gaat om het vaststellen van de kwaliteit van de bodem en/of de aanwezigheid van ondergrondse brandsto anks. Wij adviseren u om in voorkomende gevallen zelf zorg te dragen voor bodemonderzoek dan wel onderzoek naar de aanwezigheid van een tank.
De informa e uit deze rapportage kan niet worden gebruikt bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of andere gemeentelijke producten of diensten. Bij een vergunningaanvraag dient elke situa e opnieuw afzonderlijk te worden beoordeeld. Ook al hee er op een loca e eerder bodemonderzoek plaatsgevonden is het niet uitgesloten dat de gemeente opnieuw bodemonderzoek eist. De aanwezige informa e kan verouderd zijn, ook kan er een onjuiste onderzoeksstrategie zijn toegepast.
Pagina 7 van 11
-
13-09-2021
Toelich ng Toelich ng op gebruikte terminologie
Uitleg begrippen bij deze rapportage De analyseresultaten in rela e tot de onderzoeksstrategie geven een beeld van de verontreinigingsitua e. Op basis van hiervan wordt een loca e beoordeeld. Hieronder volgt een opsomming: Niet verontreinigd geen vervolg: Volgens de beschikbare informa e is de loca e niet verontreinigd, een nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Erns g: Poten eel erns g. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een erns ge verontreiniging. Een loca e wordt ook als Pot. Erns g gekwalificeerd als er alleen bodembedreigende handelingen hebben plaatsgevonden (historisch bodemonderzoek). De loca e is dan als het ware verdacht met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. Urgent c.q. Spoedeisend: Poten eel urgent. Het vermoeden bestaat dat de erns ge verontreiniging risico"e;s vormt voor de gezondheid, ecologie en verspreiding. verontreinigd: Geen vervolg. Het vermoeden bestaat dat de loca e wel verontreinigd is maar er is geen aanleiding tot het doen van vervolgonderzoek. Niet Erns g: Er is geen sprake van een erns ge bodemverontreiniging. Erns g, niet urgent c.q. Spoedeisend: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. Er zijn geen gezondheids- , Ecologische en/ of verspreidingsrisico"e;s. Erns g, urgen e c.q.
spoedeisendheid niet bepaald: Er is sprake van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater waarvan de urgen e (risico"e;s) niet zijn vastgesteld. Erns g en urgent c.q. spoedeisend, sanering binnen 4 jaar: Door de provincie in een beschikking vastgelegd dat sprake is van een sterke verontreiniging in meer dan 25 m3 grond en/of 100 m3 grondwater. De verontreiniging vormt een actueel gevaar voor de volksgezondheid, en/of het ecosysteem en/of verspreiding.
Indien er op een loca e een geval van erns ge bodemverontreiniging is aangetroffen is de provincie bevoegd gezag. De provincie zal a ankelijk van de situa e een beschikking afgeven. Op basis van de status van de verontreiniging (beoordeling van de loca e) worden de vervolgstappen vastgesteld. We onderscheiden de volgende stappen (ac viteiten):
Pagina 8 van 11
-
13-09-2021
Voldoende onderzocht/gesaneerd, geen vervolg: Op basis van de huidige bodemonderzoeken of op grond van een goedgekeurd evalua erapport (naar aanleiding van een bodemsanering) is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Uitvoeren (aanvullend) HO, OO, NO, SO en SP: Respec evelijk het uitvoeren van een (aanvullend) Historisch Onderzoek, een Oriënterend Onderzoek, een Nader Onderzoek, een Saneringonderzoek en het opstellen van een Saneringsplan. Uitvoeren van een sanering en/of aanvullend sanering: De grond en/of het grondwater worden ontdaan van de verontreinigende componenten. Uitvoeren jdelijke beveiliging: Het plaatsen van jdelijke sanerende maatregelen met als doel verspreiding van de verontreiniging tegen te gaan of de risico"e;s van de verontreiniging terug te dringen. Uitvoeren (aanvullende) saneringsevalua e: De resultaten (hoeveelheid verwijderde grond, terugsaneerwaarde, etc) worden vastgelegd in een rapport. Uitvoeren ac eve nazorg: Na afronding van de sanering gelden nog zorgverplich ngen die door de provincie in een beschikking zijn vastgelegd. Monitoring: De verontreiniging wordt periodiek gecontroleerd of geen verspreiding plaatsvindt. Ook deze ac viteiten zijn in een beschikking vastgelegd. Registra e restverontreiniging: Na sanering is een verontreiniging achter gebleven. De aard en omvang van deze verontreiniging wordt geregistreerd bij de provincie en de gemeente.
Bij het kadaster wordt een aantekening gemaakt.
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoeken, elk met een ander doel en uitvoeringsstrategie. De volgende onderzoekstypen worden onderscheiden: PreHo: Prehistorisch bodemonderzoek, er is een verdenking van bodembedreigende ac viteiten. De loca e is bijvoorbeeld a oms g uit de lijst van de Kamer van Koophandel. Historisch onderzocht: Er is een historisch bodemonderzoek verricht. Zonder de loca e te bezoeken is in de gemeentelijke archieven gezocht naar aanwijzingen voor een bodembedreigende ac viteit. Beperkt onderzoek: Eenvoudig onderzoek met een specifiek doel (bv verdenking van asbest of een calamiteit). Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. BOOT of indica ef onderzoek: Een beperkt onderzoek gee geen uitsluitsel over de algemene bodemkwaliteit. Onderzocht op aard (O.O./NVN/NEN): Op de loca e is een analy sch bodemonderzoek verricht om te onderzoeken of er sprake is van bodemverontreiniging. Dit kunnen verschillende typen onderzoek zijn die echter allemaal tot doel hebben om een eventuele verontreiniging aan het licht te brengen. (OO = oriënterend onderzoek, NVN = indica ef bodemonderzoek conform de Nederlandse Voornorm en NEN =verkennend bodemonderzoek conform de Nederlandse Eenheidsnorm (NEN 5740)).
Nulsitua e onderzoek: Om in de toekomst vast te kunnen stellen of de huidige eigenaar de bodem (verder)verontreinigd hee wordt de kwaliteit van de bodem vastgelegd. Pagina 9 van 11
-
13-09-2021
Indien later blijkt dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is verslechterd dan kan de eigenaar hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Wordt toegepast bij de ves ging van bedrijven op een loca e die poten eel bodembedreigende ac viteiten uitvoeren. O.O.T. (Besluit Opslag Ondergrondse Tanks): Onderzoek dat wordt uitgevoerd om vast te stellen of zich bij een ondergrondse brandsto ank verontreinigingen bevindt. Asbest in grond onderzoek (NEN 5707) Nader onderzoek: Onderzoek naar de groo e van de verontreiniging en het vaststellen van de ernst en de urgen e (NTA 5755). Saneringsonderzoek opgesteld: er is, naar aanleiding van de resultaten van het nader bodemonderzoek, een onderzoek naar de saneringsmogelijkheden uitgevoerd. Saneringsplan opgesteld: Een saneringsplan is een planma ge beschrijving van de saneringsmethode en/of de saneringstechnieken. Saneringsevalua e uitgevoerd: een opsomming van de resultaten en gebeurtenissen naar aanleiding van een sanering.
Analyseresultaten in conclusie De analyseresultaten worden weergegeven in de vorm van le ers en symbolen. De combina e hiervan gee aan of de bodem verontreinigd is of niet. De le ers hebben de volgende betekenis (conform de Wet bodembescherming). AW= Achtergrondwaarde S = Streefwaarde T = Tussenwaarde I = Interven ewaarde
In feite geven de le ers een concentra eniveau aan dat iets zegt over de aard van de verontreiniging en de sanering daarvan. In het kader van het Besluit bodemkwaliteit is dit de van nature in de bodem aanwezige gehalte aan “verontreinigende” stoffen. Streefwaarde: is de waarde waarbij sprake is van schone grond, geschikt voor alle mogelijke doeleinden. Als van één of meerdere stoffen de streefwaarde of achtergrondwaarde wordt overschreden, is sprake van een lichte bodemverontreiniging. Tussenwaarde: Als van één of meerdere stoffen de tussenwaarde wordt overschreden, is sprake van een ma ge bodemverontreiniging. Overschrijding van de tussenwaarde is het criterium voor uitvoering van nader bodemonderzoek. Interven ewaarde: is de waarde waarbij maatregelen (interven es) noodzakelijk zijn. Als van één of meerdere stoffen de interven ewaarde wordt overschreden, Pagina 10 van 11
-
13-09-2021
is sprake van een sterke bodemverontreiniging. De omvang van de verontreiniging, de risico"e;s voor de volksgezondheid, ecologische risico"e;s en verspreidingsrisico"e;s bepalen de ernst en de urgen e c.q. spoedeisendheid van het geval.
Wat u moet weten over tankgegevens In het verleden werden veel woningen verwarmd met behulp van huisbrandolie (hbo). Deze olie werd opgeslagen in speciale ondergrondse opslagtanks. Bij lekkage kunnen deze tanks een bodemverontreiniging veroorzaken. Volgens het besluit BOOT (Besluit Opslaan in Ondergrondse Tanks), tegenwoordig het Ac viteitenbesluit, moeten nog in gebruik zijnde gesaneerde ondergrondse tanks voldoen aan diverse voorschri en zoals keuringen en monitoring. Oude buitengebruik gestelde tanks konden tot 1998 worden gesaneerd door KIWA (Keuringsins tuut voor Waterleidingsar kelen) erkende bedrijven (de tanks werden schoon gemaakt en gevuld met zand, mits de bodem niet verontreinigd was). Oude buitengebruik gestelde tanks die nu nog niet zijn behandeld moeten worden verwijderd. Een eindonderzoek naar brandstofproducten in grond en grondwater is dan verplicht.
Pagina 11 van 11
-
13-09-2021
bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther
Bijlage 5 Advies veiligheidsregio Laverdonk 9a
bestemmingsplan "Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther" (vastgesteld) 83
Advies: Laverdonk 9A, Heeswijk-Dinther
> Gegevens risicobeheersing Behandeld door:
Peter Vernooij
Telefoon:
06-21154752
E-mail:
p.vernooij@brwbn.nl
Datum brief:
21 juli 2021
> Gegevens aanvrager Aanvrager
Omgevingsdienst Brabant-Noord
Contactpersoon:
M Leijssen
Telefoon en e-mail:
0485-338300 / mleijssen@odbn.nl
> Gegevens aanvraag Locatie
Laverdonk 9a, 5473TC Heeswijk-Dinther
Zaaknummer aanvrager:
Z/146636
Zaaknummer brandweer:
2021-004405
> Adviesgrondslag U hebt de Veiligheidsregio Brabant Noord in de gelegenheid gesteld om te reageren op het bestemmingplan 'Laverdonk 9A, 5473TC Heeswijk-Dinther'. Omdat de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in het invloedsgebied van de lokale transportroute Laverdonk en het de propaantank aan de Laverdonk 9C dient conform art 8 BEVT en art 13 BEVI het groepsrisico te worden verantwoord. De volgende documenten hebben we gebruikt bij onze advisering: • Het scenarioboek Externe Veiligheid • Het bestemmingsplan Laverdonk 9A, Heeswijk-Dinther
> Scenario's Het relevante scenario in relatie toe het plangebied is een BLEVE. Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf.
> Beoordeling zelfredzaamheid Voor het scenario BLEVE is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan van de risicobron afgvlucht worden via de Laverdonk. Mocht
Pagina 1 van 2
een BLEVE voor de deur plaatsvinden zal er via de achterkant van het terrein weggevlucht moeten worden. Dit is voldoende mogelijk nabij het plangebied. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Doordat er sprake is van een bed & breakfast zijn niet alle aanwezigen bekend met de risico's en het handelingsperspectief.
> Beoordeling bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid van een BLEVE is matig. Propaan wordt vervoerd in niet- geïsoleerde tankwagens. Als gevolg van externe hittestraling kan deze na ca.12 minuten ontploffen. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld.
> Advies De veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. • Informeer de initiatiefnemers over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. • Draag zorg dat de bezoekers van de bed & breakfast weten wat de risico's zijn en wat ze moeten doen ten tijden van een incident met gevaarlijke stoffen.
Pagina 2 van 2
bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther
Bijlage 6 Nota van zienswijzen
86 vastgesteld)
bestemmingsplan "Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther" (
Nota zienswijzen en ambtelijke wijzigingen
Bestemmingsplan Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther
In verband met de AVG zijn de NAW gegevens van indieners van zienswijzen in deze Nota geanonimiseerd.
1
Nota zienswijzen en ambtelijke wijzigingen Bestemmingsplan “Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther” Deze nota zienswijzen heeft betrekking op ontwerpbestemmingsplan “Laverdonk 9a Heeswijk-Dinther”. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken, van 29 juni 2023 tot en met 9 augustus 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft iedereen een zienswijze kunnen indienen. Tevens is het ontwerpplan toegezonden aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Van de provincie ontvingen wij binnen deze termijn een reactie. Wij ontvingen twee zienswijzen. Alle zienswijzen zijn binnen de wettelijke termijn ontvangen en daarmee ontvankelijk. Deze zienswijzen zijn in de besluitvorming betrokken. In deze nota zijn de ingekomen zienswijzen gebundeld, samengevat en beantwoord. In de beantwoording is aangegeven op welke punten het bestemmingsplan wordt aangepast. En op het einde staan de feitelijke aanpassingen opgesomd.
2
Pro Forma Zienswijze 1 – d.d. 7 augustus 2023, binnengekomen 7 augustus 2023, aangevuld d.d. 22 augustus 2023, binnengekomen 23 augustus 2023, V. Nrs. 1720083 en 1720754 Samenvatting 1. Reclamant wijst op tekstuele fouten op pagina 12 en 19 van de toelichting waarin wordt gesteld dat de op- en overslag van containers/boxen een nevenactiviteit betreft. Reclamant wijst daarbij op het ontbreken van een planologische borging van de ondergeschikte nevenactiviteiten, waarmee wordt voorkomen dat de bedrijfsmatige activiteiten die op zichzelf niet thuishoren in het buitengebied tot hoofdactiviteiten uitgroeien. Artikel 3.73 lid 3 onder b IOV geeft ook aan dat niet-agrarische bedrijvigheid kleinschalig moet zijn. 2. Reclamant wijst op het ontbreken van begripsbepalingen. Dit gaat om de op- en overslag van containers, de webshop en de bed&breakfast. 3. Reclamant geeft aan dat de werkzaamheden van de webwinkel niet verder gespecificeerd en geborgd zijn in de planregels van het bestemmingsplan. Reclamant is van mening dat deze niet mogen leiden tot een publieksaantrekkende werking en het bezoek van klanten ter plaatse niet is toegestaan. Reclamant geeft aan dat er op basis van artikel 3.73 lid 1 onder d van de Interim Omgevingsverordening geen kantoor met baliefunctie is toegestaan. 4.
Reclamant geeft aan dat de vierkante meters van de webwinkel niet in de planregels zijn geborgd en mogen deze vierkante meters daarnaast niet meer zijn dan strikt noodzakelijk is voor de ondersteuning van de open overslag van containers. 5. Reclamant geeft aan dat geborgd moet worden dat de webwinkel uitsluitend geldt voor de op- en overslag van containers om te voorkomen dat er een andersoortige webwinkelactiviteit met publieksaantrekkende werking wordt gerealiseerd. 6. Reclamant geeft aan dat geborgd moet worden dat de opslag van containers uitsluitend inpandig plaatsvindt in het bestaande gebouw. 7. Reclamant geeft aan dat het aantal vierkante meters voor het op- en overslag bedrijf moet worden beperkt in de planregels. 8. Reclamant geeft aan dat moet worden vastgelegd dat de beoogde bed&breakfast een nevenactiviteit (ondergeschikte activiteit) dient te zijn. Het aantal van 2 kamers en de vierkante meters 130m2 moeten daarnaast worden geborgd voor de bed&breakfast. 9. Reclamant is van mening dat geborgd moet worden dat de bed&breakfast uitsluitend inpandig plaatsvindt en dat er geen buitenactiviteiten en/of faciliteiten mogen zijn om geluidshinder te voorkomen.
Reclamant vreest voor aantasting van privacy en geluidsoverlast en is van mening dat de bed&breakfast niet in nabijheid van zijn woning maar in directe nabijheid van de initiatiefnemer dient te worden gevestigd omdat het een nevenactiviteit van initiatiefnemer betreft. 10. Reclamant vindt dat artikel 3.1 onder j van de planregels moet worden verwijderd om een cumulatie van nevenactiviteiten te voorkomen.
3
11. Reclamant vindt dat de verkeersbewegingen van en naar de locatie, 2 tot 3 keer per dag, geborgd moeten worden in de planregels om objectief de afname te realiseren. Datzelfde geldt voor de verkeersbewegingen van de bed&breakfast. 12. Reclamant vindt dat in de toelichting verduidelijkt moet worden waar de 7 benodigde parkeerplaatsen worden gesitueerd. 13. Reclamant vindt dat er niet wordt voldaan aan artikel 3.73 lid 1 onder c van de Interim Omgevingsverordening omdat er geen overtollige bebouwing wordt gesloopt. Reactie 1. Er is geen sprake van tekstuele fouten. De op- en overslag van containers betreft een nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf. De activiteit kan niet zelfstandig, zonder het agrarisch bedrijf, voortgezet worden. De activiteit wordt aangevraagd als uitoefening van verbrede landbouw (artikel 5.6.1. onder b). Het agrarisch bedrijf blijft als hoofdfunctie zichtbaar. Hierdoor is er geen sprake van een omschakeling naar een bedrijfsbestemming, maar er wordt een bedrijf als nevenactiviteit toegevoegd. De tekst wordt hierop in de toelichting verduidelijkt. Wanneer de agrarische activiteiten volledig gestaakt zouden worden, zou de functieaanduiding omgeschakeld moeten worden naar een andere passende functieaanduiding, dit plan biedt daartoe geen rechtstreekse mogelijkheden. 2.
Reclamant is juist in zijn beredenering, er worden definities in de begripsbepaling van de planregels opgenomen voor een op- en overslagbedrijf van containers, een webwinkel en de bed&breakfast. 3. De werkzaamheden van de webwinkel worden geborgd in de begripsbepaling van de planregels, daartoe wordt een definitie opgenomen. Met het opnemen van de definitie voor de webwinkel is de publieksaantrekkende werking uitgesloten nu daaruit volgt dat ter plaatse niet kan worden afgehaald en geen showroom mogelijk is. Reclamant is juist in zijn redenering voor wat betreft het kantoor met een baliefunctie. In artikel 3.5.4 wordt een strijdig gebruik bepaling opgenomen dat een kantoor met baliefunctie niet is toegestaan. 4. De aanduiding op- en overslag / webwinkel vallen samen, de functies zijn daarmee in vierkante meters gemaximeerd. Daarmee is uitgesloten dat er meer vierkante meters kunnen worden aangewend voor de webwinkel. Het is aan de eigen invulling van de initiatiefnemer hoe deze 1000m2 wordt verdeeld qua op- en overslag van containers en de webwinkel. 5. Een eventuele publieksaantrekkende werking heeft niets te maken met het assortiment van een webwinkel, maar met de vraag of detailhandel ter plaatse al dan niet wordt uitgesloten.
Met de toegevoegde definitie wordt detailhandel ter plaatse uitgesloten en daarmee is verzekerd dat er geen publieksaantrekkende werking van de activiteit uitgaat. 6. Reclamant is juist in zijn beredenering, er wordt een bepaling opgenomen onder strijdig gebruik voor het uitsluitend van buitenopslag ten behoeve van de op- en overslag van containers en de webwinkel. 7. In de verbeelding is een afgebakende functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – op- en overslag / webwinkel’ opgenomen die op een deel
4
van de bebouwing is gelegen met een functieaanduiding. Hiermee is geborgd dat de op- en overslag beperkt is binnen die functieaanduiding tot een maximum van 1000m2. 8. In de verbeelding is een afgebakende functieaanduiding ‘bed&breakfast’ opgenomen die op een deel van de bedrijfsbebouwing is gelegen. Hiermee is geborgd dat de bed&breakfast beperkt is binnen die functieaanduiding tot 130m2. Daarnaast is in de planregels reeds een maximaal bebouwd oppervlak opgenomen van 130m2 onder artikel 3.1 onder i. Daarmee is de kleinschaligheid van de bed&breakfast geborgd. Daarnaast is een definitie in de begripsbepaling opgenomen voor een bed&breakfast als kleinschalige overnachtingsaccommodatie voor kortdurend verblijf. 9. Er kan op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Bernheze” al niet voorkomen worden dat er niet op het gehele perceel buiten kan worden gezeten en dat er niet wordt gewandeld richting het water door de eigenaren van het perceel. Voor een bed&breakfast zijn daarnaast geen minimale of maximale afstanden tot de woning opgenomen, ook niet in het vigerende bestemmingsplan. Gelet op de afstand van ca. 200m is niet voorzien dat daar geluidsoverlast plaats zal gaan vinden. 10. In de bestaande situatie is er nog geen nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf, anders dan geregeld via de specifieke aanduidingen, dus hier kan geen hinder van worden ondervonden.
Een cumulatie van nevenactiviteiten is daarnaast ook niet mogelijk omdat het gaat om de bestaande aard en omvang. Voor zover een nieuwe nevenactiviteit zou worden aangevraagd, dient deze getoetst te worden aan artikel 3.5.1 van het bestemmingsplan. Artikel 3.1 onder j wordt niet verwijderd. 11. Er is geen sprake van een onevenredige toename van verkeersbewegingen, gelet op het feit dat het aantal verkeersbewegingen afneemt in de toekomstige situatie. Het aantal zware verkeersbewegingen neemt zelfs af, wat zorgt voor een positieve invloed op de verkeerskundige situatie en de omgeving. In de toelichting onder paragraaf 4.11 is een verantwoording opgenomen over het aantal verkeersbewegingen. Daarnaast is een cijfermatige borging van het aantal verkeersbewegingen in de planregels van een bestemmingsplan niet mogelijk (en niet handhaafbaar). 12. De toelichting op pagina 51, afbeelding 25, toont reeds aan waar en hoeveel parkeerplaatsen er voorzien zijn. Hier staan geen afmetingen van parkeervakken bij, echter is er dusdanig veel ruimte op het perceel dat hier geen parkeerproblemen worden verwacht. 13. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. De nieuwe, reeds bestaande, bebouwing wordt gebruikt voor de nieuwe functie.
Daarnaast kon de reeds nieuw gebouwde loods onder de vigerende bestemming en functieaanduiding ook al gerealiseerd worden gelet op de agrarische bedrijfsactiviteiten. Gevolgen voor het bestemmingsplan De zienswijze leidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan.
5
1. De functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf- op- en overslag / webwinkel’ is aangepast naar ‘specifieke vorm van bedrijf- op- en overslag containers / webwinkel’ in de verbeelding en de planregels. 2. Op pagina 13 van de toelichting is de tekst aangevuld met ‘daarbij blijft het bestaand akkerbouwbedrijf als hoofdactiviteit zichtbaar op de locatie. Hierdoor is er geen sprake van een bestemmings- dan wel functiewijziging. Omdat er sprake is van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf kunnen de activiteiten niet zelfstandig, zonder het agrarisch bedrijf, voortgezet worden.’ 3. In de begripsbepalingen van de planregels zijn definities toegevoegd: a. Een definitie voor een ‘bed&breakfast’ waaronder wordt verstaan ‘een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, ter plaatse van de functieaanduiding 'bed & breakfast', en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis’ is toegevoegd onder artikel 1.12. b. Een definitie voor een ‘nevenactiviteit op- en overslagbedrijf containers / webwinkel’ waaronder wordt verstaan ‘een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit waarvan het ruimtegebruik, de aard en de uitstraling kleiner is dan het agrarisch bedrijf ter plaatse’ is toegevoegd onder artikel 1.51. c.
Een definitie voor een ‘webwinkel’ waaronder wordt verstaan een bedrijf dat gericht is op de opslag en distributie van aankopen die via internet tot stand zijn gekomen, alsmede het beheren van de bijbehorende website door de gebruiker of gebruikster van de woning, waarbij detailhandel ter plaatse is uitgesloten.’ is toegevoegd onder artikel 1.75. 4. In artikel 3.5.4 onder i van de planregels is een bepaling opgenomen dat buitenopslag ten behoeve van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf op- en overslag van containers / webwinkel’ niet is toegestaan. 5. In artikel 3.5.4 onder j van de planregels is een bepaling opgenomen dat een kantoor met baliefunctie niet is toegestaan. Zienswijze 2 – d.d. 3 augustus 2023, binnengekomen 3 augustus 2023, V. Nr. 1719869 Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat de afweging van artikel 3.73 IOV onvoldoende inzichtelijk is gemaakt in de toelichting. Voor de onderbouwing moeten de volgende aspecten zijn betrokken: - een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; - welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; - hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de
6
omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Het ruimtebeslag van 1130m2 voor de op- en overslag, webwinkel en bed&breakfast is een fors ruimtebeslag. In de toelichting ontbreekt een robuuste onderbouwing van dit ruimtebeslag en waarom de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. De stelling dat het gebied een gemengde plattelandseconomie nastreeft en dat daarom kleinschalige bedrijvigheid past, is onvoldoende onderbouwd. Mede gezien het feit dat een ruimtebeslag van 1.000m2 voor op- en overslag voor containers niet zondermeer te definiëren is als kleinschalige bedrijvigheid. Reclamant verzoekt de gemeente de ontwikkeling te heroverwegen in deze vorm en nader te onderbouwen met een uitwerking van artikel 3.73 IOV en alle daarin genoemde aspecten af te wegen. 2. Reclamant geeft aan dat op de plek van de nieuwe loods, eerst een houtsingel doorheen liep. Een landschappelijk element wat nu is verwijderd. Reclamant verzoekt de gemeente de landschappelijke inpassing aan te vullen met passende maatregelen zodat de inpassing meer robuust wordt. 3. Reclamant geeft aan dat in de kennisgeving het verzoek aan GS voor aanpassing van de NNB grenzen ontbreekt conform artikel 6.2 IOV. Reclamant verzoekt de gemeente de omissie te herstellen. 4.
Reclamant vraagt de gemeente om inzichtelijk te maken of de kap van de bomen op perceel E3161 legaal of illegaal gebeurd is destijds, in verband met een compensatieplicht.
Reactie 1. Reclamant is juist in zijn beredenering dat de afweging van artikel 3.73 IOV onvoldoende inzichtelijk is gemaakt. In paragraaf 3.2.3 onder ‘vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.73)’ is de toelichting aangevuld met een nadere onderbouwing van dit artikel. 2. De reeds gebouwde en hiermee bestaande loods is verleend op 15 september 2020. Dit betreft een omgevingsvergunning voor bouwen en betreft een gebonden beschikking. Er waren destijds geen weigeringsgronden voor de omgevingsvergunning en daarmee heeft de gemeente de vergunning verleend. Het onderbreken van de landschappelijke inpassing was destijds geen toetsingsgrond bij de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daardoor betreft het nu een bestaande situatie en moeten we beoordelen hoe dit initiatief voor de bestemmingswijziging moet worden ingepast, en daarbij is de bestaande loods een gegeven. De bestaande loods wordt op een passende wijze ingepast in het landschap met het landschappelijk inpassingsplan. 3. De gemeente heeft reeds met de provincie afgestemd dat zij bij het vaststellen van het bestemmingsplan een officieel verzoek tot herbegrenzing indient bij de provincie.
Degenen die een zienswijze hebben ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan hebben daarnaast van de gemeente een brief gekregen om hen alsnog in de gelegenheid te stellen om een aanvullende zienswijze in te dienen tegen het voornemen tot
7
herbegrenzing. Hierop is geen reactie of zienswijze binnengekomen. Op de verbeeldingen zijn de gebiedsaanduidingen conform artikel 6.2 IOV overigens wel opgenomen. 4. In 2011 heeft een grote storm gewoed op o.a. Laverdonk in HeeswijkDinther. Op luchtfoto’s is te zien dat destijds veel bomen zijn omgewaaid. De bomen op perceel, kadastraal bekend Heeswijk-Dinther, sectie E, nummer 3161, waren ook grotendeels omgewaaid vanwege de storm en het overige is in 2012 gekapt vanwege veiligheid en het gevaar tot omvallen. De bomen zijn destijds 1 op 1 gecompenseerd op de andere 3 compensatiepercelen uit het plangebied, kadastraal bekend HeeswijkDinther, sectie E, nummers 2426, 2427, en 2890. Dit is reeds afgestemd met de Provincie, hieruit is geconcludeerd dat de kap van de bomen is aangemerkt als deels verwoest door de storm en deels gekapt uit veiligheid. Tezamen met de compensatie 1:1 is dit voldoende onderbouwing voor de compensatie Natuur Netwerk Brabant. Gevolgen voor het bestemmingsplan De zienswijze leidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan. 1. In de toelichting onder paragraaf 3.2.3 ‘vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.73)’ is de onderbouwing aangevuld.
8
Overige tekstuele wijzigingen in de toelichting: Paragraaf 2.1 : - bij afbeelding 6 is de tekst ‘globaal omlijnd’ toegevoegd. Paragraaf 2.2 : - Er is vier keer de tekst ‘bestaande’ aan loods en akkerbouwloods toegevoegd. - Aan op- en overslag van containers is de tekst (boxen) toegevoegd. - De volgende tekst is toegevoegd: ‘Hierdoor is er geen sprake van een bestemmings- dan wel functiewijzigingen. Omdat er sprake is van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf kunnen de activiteiten niet zelfstandig, zonder het agrarisch bedrijf, voortgezet worden op de locatie Laverdonk 9a.’ - De tekst ‘omgevingsvergunning’ is gewijzigd in ‘afwijkingsbevoegdheid’ - De tekst ‘(zie afbeelding 7)’ is gewijzigd in ‘(zie afbeelding 8)’. - De tekst ‘in afbeelding 8’ is gewijzigd in ‘in afbeelding 9’. Paragraaf 3.2.3: - Onder het kopje kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) is de tekst ‘bestaande’ aan akkerbouwloods toegevoegd. - Foutieve tekst op pagina 23 ‘artikel 3.69’ is gewijzigd in ‘artikel 3.73’. - Op pagina 23 is de tekst ‘bestaande’ aan akkerbouwloods toegevoegd. Pagina 22 laatste alinea onder 1: - De tekst ‘de het agrarisch bedrijf’ woordje ‘de’ is verwijderd - De tekst ‘bebouwing/en of verharding’ is gewijzigd in ‘bebouwing en/of verharding’.
Paragraaf 3.3.2: - Op pagina 27 is tekst toegevoegd: ‘In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ en ‘Vrijkomende agrarische bebouwing Bernheze 2018’ is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk. Wél is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 5.6.1 onder b, waarmee de voorgenomen ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn onderstaande voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden worden in deze paragraaf waar nodig nader toegelicht.’ In de toelichting werden twee soorten termen ‘bestaande loods’ en ‘bestaande akkerbouwloods’ gebruikt. Dit is eenduidig gemaakt en aangepast naar ‘bestaande loods’.
9
Overige tekstuele wijzigingen in de planregels: -
10
Artikel 1.51 tekst ‘op- en overlsag’ en ‘uistraling’ is gecorrigeerd. Artikel 3.1 onder H is 2x aangevuld met tekst ‘op- en overslag containers / webwinkel’: Artikel 3.1 onder i tekst ‘oppervlakt’ is gecorrigeerd. Artikel 3.2.4 3x aangevuld met tekst ‘op- en overslag containers / webwinkel’: Artikel 3.5.3 2x aangevuld met tekst ‘op- en overslag containers / webwinkel’: