CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kerkweg 2 Heesch - Vleermuizenonderzoek

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Kerkweg 2, Heesch*2.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vleermuizenonderzoek aan de Kerkweg 2 te Heesch Wim Ruijs B.V.

Opdrachtgever:

Opsteller: Datum: Kenmerk:

Wim Ruijs B.V. Kerkweg 2 5384 NL Heesch

Ecologisch adviesbureau Eceau Ing. T.J.P. den Otter 3 november 2022 ROC-1AO220114

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Desondanks accepteert Ecologisch adviesbureau Eceau op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke ondernemingen die de opdrachtgever naar aanleiding van onderhavig ecologisch onderzoek uitvoert. Onderhavige rapportage of delen daarvan mogen niet zonder toestemming van zowel de opdrachtgever en Ecologisch adviesbureau Eceau gebruikt worden door derden of verspreid worden naar derden. Openbaarmaking, kopiëring en elke andere toepassing inbegrepen, het mag enkel gebruikt worden door de ontwikkelaar en de opdrachtgever voor wie het is ontwikkeld.

Inhoudsopgave 1.

Inleiding en planlocatie ........................................................................................................... 2

2.

Aanleiding, ingreep en doel..................................................................................................... 3

3.

4.

2.1.

Ingreep............................................................................................................................. 3

2.2.

Doel en vraagstelling ....................................................................................................... 3

Methode .................................................................................................................................. 4 3.1.

Locatiebezoeken .............................................................................................................. 4

3.2.

Steekproef ....................................................................................................................... 4

Bevindingen ............................................................................................................................. 5 4.1.

Waarnemingen ................................................................................................................ 5

4.2.

Functies en effecten ........................................................................................................ 6

4.3.

Overige soorten ............................................................................................................... 6

5.

Samenvatting........................................................................................................................... 7

6.

Vervolgstappen........................................................................................................................ 8 6.1.

Ontheffing ....................................................................................................................... 8

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering ......................................................................................... 8

Bronnen ............................................................................................................................................ 9 Bijlage 1: Verbodsbepalingen ......................................................................................................... 10

1

1. Inleiding en planlocatie Aan de noordzijde van Heesch, aan de Kerkweg 2, is de onderzoekslocatie gesitueerd. De locatie betreft een deels te saneren bedrijfsloods en maakt onderdeel uit van een groter projectgebied. In het kader van het ecologische onderzoek is reeds een ecologische quickscan uitgevoerd, waaruit is gebleken dat de aanwezige loods potentieel geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. De loods is opgetrokken uit gemetselde spouwmuren met een damwandplaten dak en windveren. De overige terreininrichting bestaat hoofdzakelijk uit verharding en siertuin. Zie tevens de bijbehorende ecologische quickscan “Quick Scan Natuur, Heesch, Kerkweg 2“ (SAB, 2022) voor een uitgebreide locatiebeschrijving. In figuur 1 is de ligging van de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 1

Schematische weergave van de huidige situatie, de rode arcering weergeeft het te saneren deel van de loods bij benadering (kaart: PDOK)

2

2. Aanleiding, ingreep en doel Bij (grote) ruimtelijke ontwikkelingen waarbij het redelijkerwijs aan te nemen is dat beschermde soorten potentieel voorkomen is men verplicht aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Op basis van het voorgaande ecologische onderzoek kon niet uitgesloten worden dat vaste rust- en/of verblijfslocaties van vleermuizen aanwezig zijn in de te saneren bebouwing binnen het plangebied. Derhalve is een nader soortonderzoek naar de functionaliteit van het gebouw voor vleermuizen uitgevoerd. Het onderzoek was gericht op zomer-, kraam-, paar- en solitaire winterverblijven van de gebouwbewonende soorten die in de omgeving voorkomen, namelijk: ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Voortvloeiend uit het aanvullende soortonderzoek is onderhavige rapportage opgesteld. Het rapport kan voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dienen dat het geadviseerde onderzoek naar vleermuizen is verricht ten behoeve van de Wet natuurbescherming.

2.1.

Ingreep

De initiatiefnemer is voornemens een deel van een bedrijfsloods te saneren, het terrein opnieuw in te richten en enkele woningen te realiseren. Tevens wordt het bestemmingsplan van de huidige bedrijfswoning gewijzigd. Er kan worden gesteld dat de volgende werkzaamheden uitgevoerd zullen worden ten behoeve van de ontwikkeling: sloop- en bouwwerkzaamheden verwijderen bestrating en overige terreininrichting herinrichting, bestrating en overige revitalisatiewerkzaamheden aan het terrein In het kader van de te verrichten werkzaamheden komen overige zaken en effecten tevens aan de orde, waaronder: transport puin, groenafval en bestrating transport nieuwe materialen plaatsen bouwverlichting eventueel plaatsen bouwkeet akoestische, trillings- en optische verstoring van de directe omgeving

2.2.

Doel en vraagstelling

Als gevolg van de ingreep worden alle eventueel aanwezige functies voor vleermuizen binnen de grenzen van het plangebied verstoord dan wel vernietigd. Vleermuizen die gebruik maken van het leefgebied nabij de planlocatie zullen (tijdelijk) negatieve effecten ervaren. In het kader van de beoogde ontwikkeling zullen middels het onderzoek onderstaande vragen beantwoord worden: Komen vleermuizen voor in het ontwikkelgebied en in de directe omgeving? Voorziet het ontwikkelgebied in vaste rust- en/of verblijfslocaties van vleermuizen of andere essentiële functies voor de aanwezige vleermuizen? Leidt de ingreep tot aantasting van de eventueel aanwezige functies en tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

3

3. Methode Middels voorliggend nader soortonderzoek is de betekenis van het plangebied voor vleermuizen in kaart gebracht. Onderhavig onderzoek was hoofdzakelijk, maar niet uitsluitend, gericht op gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het onderzoek is opgesteld naar de richtlijnen van de meest recente versie van het Vleermuisprotocol (2021). Het vleermuisprotocol is een soortgroepspecifiek document welke opgesteld is door diverse ecologische deskundigen met betrekking tot vleermuizen. Onderzoeken die naar de richtlijnen van dit protocol uitgevoerd worden, volstaan bij juridische procedures. Het veldonderzoek is uitgevoerd door één onderzoeker in de periode medio mei t/m eind september 2022 en is verdeeld over vijf onderzoeksrondes.

3.1.

Locatiebezoeken

Tijdens de veldbezoeken is op grond van geluid en zicht geïnventariseerd, waarbij een Magenta Bat 5 heterodyne batdetector in combinatie met koptelefoon is gebruikt. Naast het geluid werd gelet op het gedrag om de determinatie te bevestigen en indien mogelijk de functie van de omgeving direct vast te stellen. Daarnaast kon een opname gemaakt worden met een extern opnameapparaat om eventuele twijfelachtige determinaties later met behulp van naslagwerken en geluidsfragmenten te analyseren. Gedurende het onderzoek is onder andere gelet op foeragerende en communicerende vleermuizen alsmede op bouncegedrag en in-/uitvliegende dieren. Alle veldbezoeken werden postend en lopend uitgevoerd, zodat het gehele plangebied geïnventariseerd kon worden. Om dit verder te bevorderen werden voorafgaand aan ieder veldbezoek strategische postlocaties bepaald. Bij het bepalen van de postlocatie zijn (indien beschikbaar) gegevens uit voorgaande bezoeken meegenomen, daarnaast is bij de afweging gelet op nabijgelegen foerageergebieden en verstoringsfactoren zoals lichtuitstraling. In tabel 1 zijn de veldbezoeken en weersomstandigheden weergegeven. Tabel 1 Datum/tijd 06-06-2021 21:45-00:00 16-06-2021 03:15-05:30 08-07-2021 21:45-00:00 23-08-2021 23:00-01:00 28-09-2021 23:00-01:00

Data, tijden en omstandigheden ten tijde van de veldbezoeken. Beschrijving Temp Wind Wolken Neerslag Kraam/Zomer 13°C 1 Bft. 8/8 Na ±21:55 Avond droog Kraam/zomer 12°C 0 Bft. 3/8 Droog Ochtend Kraam/zomer 18°C 2 Bft. 6/8 Droog Avond Paar/winter 20°C 0 Bft. 0/8 Droog Avond Paar/winter 14°C 1 Bft. 2/8 Droog Avond

Zon ↓/↑ ↓ 21:52 ↑ 05:19 ↓ 21:56 ↓ 20:45 ↓ 19:23

Voor de veldbezoeken is het vleermuisprotocol 2021 als richtlijn gehanteerd. Er is geen sprake geweest van bijzondere omstandigheden of andere redenen om af te wijken van het vleermuisprotocol. Alle onderzoeksrondes voldoen aan de voorgeschreven richtlijnen ten aanzien van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger.

3.2.

Steekproef

Het vleermuizenonderzoek bestaat uit een aantal veldbezoeken verspreid over een periode. Deze veldbezoeken zijn slechts steekproeven van de werkelijke situatie. Derhalve is het mogelijk dat aantallen en functies die gedurende de veldbezoeken niet aangetroffen zijn, wel op een ander tijdstip waarneembaar waren. Echter is de kans hierop zo veel mogelijk beperkt door de opzet van dit onderzoek waarbij het vleermuisprotocol als basis dient en eventuele afwijkingen nader ecologisch onderbouwd zijn. Verwacht mag worden dat de bevindingen van onderhavig onderzoek een deugdelijk en integer beeld geven van de functie van het ontwikkelgebied voor vleermuizen.

4

4. Bevindingen 4.1.

Waarnemingen

De planlocatie maakt onderdeel uit van de noordelijke dorpsrand van Heesch, waarvan de directe omgeving in zuidelijke richting geheel wordt gekenmerkt door bebouwd gebied. De laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis zijn soorten die relatief veel aangetroffen worden in bebouwde gebieden. Een andere soort die verblijft in bebouwing, maar in mindere mate voorkomt is de gewone grootoorvleermuis. Deze soort heeft een voorkeur voor groene dorpsranden; de aanwezigheid van de gewone grootoorvleermuis is in de quickscan. Daarnaast verblijft ook de tweekleurige vleermuis in bebouwing, echter is de soort, behoudens in gebieden langs de kust, een zeldzame verschijning en verblijft de soort uitsluitend op grote hoogten. Overige gebouwbewonende soorten zijn gebonden aan waterrijke gebieden, waaronder de meervleermuis en watervleermuis, of hebben een beperkte dispersie waarvan het voorkomen niet bekend is in de omgeving van het onderzoeksgebied. Tijdens vier van de vijf veldbezoeken zijn gewone dwergvleermuizen waargenomen. Gedurende het andere veldbezoek zijn géén vleermuizen waargenomen. Andere soorten dan de gewone dwergvleermuis, waaronder de ruige dwergvleermuis en laatvlieger, zijn niet aangetroffen. In totaal zijn acht waarnemingen gedaan van gewone dwergvleermuizen, waarvan twee op 6 juni, één op 16 juni, vier op 8 juli en één op 28 september.

Met uitzondering van één kort (ca. 15 minuten) foeragerend individu in de ochtend op 16 juni ruim voor zonsopkomst, betroffen het uitsluitend passerende individuen. Tussen de bezoeken is enkel sprake van toevallige overeenkomsten in vlieggedrag, betreffende eenzelfde vliegroute langs de noordzijde van het perceel van oost naar west. Dit betrof een waarneming op 6 juni en een waarneming op 8 juli. De overige waarnemingen betroffen individuen van noord naar zuid langs de oostzijde, zuid naar noord langs de oostzijde, in beide richtingen langs de zuidzijde van het perceel en overige vliegrichtingen. Overige relevante activiteit, waaronder sociale roepen en paarroepen en bounce- en zwermgedrag, zijn niet waargenomen. Gedurende geen van de veldbezoeken zijn binnen het plangebied in- of uitvliegende vleermuizen waargenomen, tevens zijn geen andere waarnemingen aangetroffen die mogelijk wijzen op een verblijf in de te verbouwen bebouwing. Waarnemingen van bounce-gedrag, repeterende activiteit nabij een potentieel geschikte opening of zwermen is niet geconstateerd. Alle waarnemingen varieerden zeer in moment van het veldbezoek, maar werden in kern gedaan tussen een uur na zonsondergang tot vlak voor het einde van het bezoek of van zeer vroeg tot ruim een half uur voor zonsopkomst bij het ochtendbezoek.

Het is dan ook aannemelijk dat verblijven, anders dan de aangetroffen zomerverblijven, op matig tot geruime afstand van het plangebied aanwezig zijn. Bovendien zijn ten tijde van één van de vijf bezoeken géén vleermuizen waargenomen. Zie figuur 2 voor een interpretatie van de bevindingen.

5

Figuur 2

4.2.

Interpretatie van de waarnemingen van vleermuizen. De rode arcering weergeeft het plangebied, verder is weergegeven: Rode lijnen: opportunistische passeerroute Blauw arcering: opportunistische foerageeractiviteit

Functies en effecten

Op en rondom het plangebied zijn uitsluitend gewone dwergvleermuizen waargenomen. Dit betrof hoofdzakelijk passerende individuen en een enkeling foeragerend. Langdurig of intensief gebruik van het plangebied is niet geconstateerd. De locatie werd diffuus en divers gepasseerd door diverse terreindelen rondom het plangebied. Gezien de grote mate van alternatieve vliegroutes en het zeer beperkte gebruik van de vliegroutes kunnen de aangetroffen vliegroutes niet aangemerkt worden als essentieel. Door de ontwikkeling zal de vliegroute bovendien niet onderbroken worden. Ten aanzien van foerageergebieden is dermate beperkte activiteit, betreffende één 15 minuten durende waarneming, waargenomen dat essentiële foerageergebieden uitgesloten zijn binnen het plangebied en de directe omgeving ervan. Er zijn ten tijde van géén van de veldbezoeken invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen Directe effecten op vaste rust- en/of verblijfplaatsen kunnen uitgesloten worden.

4.3.

Overige soorten

Naast de gewone dwergvleermuis zijn geen andere vleermuissoorten aangetroffen. Daarnaast zijn enkel algemene vogelsoorten waargenomen en geen soorten met jaarrond beschermde nesten. De algemene soorten betroffen overvliegende, foeragerende en zingende dieren, waaronder merel, houtduif, ekster, vink, zwarte roodstaart, koolmees, kauw en zwarte kraai. Voor een groot deel van de aangetroffen soorten is het plangebied in zijn geheel ongeschikt als broed- en/of nestlocatie. Tevens zijn geen nesten aangetroffen van algemene vogelsoorten gedurende het onderzoek. Jaarrond beschermde vogels, habitatrichtlijnsoorten en niet-vrijgestelde overige soorten zijn niet waargenomen gedurende het onderzoek, met uitzondering van gewone dwergvleermuizen. Tevens is de aanwezigheid van nesten van algemene vogels niet uitgesloten binnen het broedseizoen, indicatief medio maart t/m medio juli.

6

5. Samenvatting In het kader van de voorgenomen ontwikkeling aan de Kerkweg 2 te Heesch is een aanvullend vleermuizenonderzoek uitgevoerd; gericht op de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Er is geen sprake van aantasting van essentiële gebiedsfuncties of verblijfplaatsen van vleermuizen. De gunstige staat van instandhouding van de waargenomen en onderzochte vleermuissoorten zijn derhalve niet in het geding. Tijdens geen van de vijf onderzoeksrondes zijn binnen het projectgebied in- of uitvliegende vleermuizen aangetroffen. Daarnaast is geen bouncegedrag, zwermgedrag of ander gedrag waargenomen dat kan duiden op een mogelijke verblijfplaats. De aanwezigheid van zomer-, kraam-, paar- en winterverblijven van vleermuizen kan uitgesloten worden Binnen het plangebied is geen consequent foerageergedrag waargenomen. Gelet op de beperkte foerageerintensiteit in de omgeving, alsmede het ruime aanbod aan vergelijkbaar en beter foerageergebied in de omgeving, vormt het aangetroffen deel geen essentieel foerageergebied Vaste vliegroutes zijn niet aangetroffen. Eveneens gelet op de vele lijnvormige elementen en bebouwing in de directe omgeving, alsmede de aard van de ontwikkeling, zijn de optionele vliegroutes divers en voldoende aanwezig, tevens blijven de huidige vliegroutes behouden en bruikbaar gedurende en na de uitvoering van de ontwikkeling

7

6. Vervolgstappen Er zijn geen aanleidingen aangetroffen die het noodzakelijk maken dat er aanvullende stappen genomen moeten worden in het kader van de essentiële foerageergebieden, essentiële vliegroutes en/of verblijfplaatsen van vleermuizen. Het is voldoende als er tijdens de uitvoering rekening wordt gehouden met passerende en (opportunistisch) foeragerende vleermuizen. Daarnaast zijn de overige aanbevelingen vanuit de quickscan (SAB, 2022) van toepassing, hieronder weergegeven in 6.2.

6.1.

Ontheffing

Gezien het ontbreken van essentieel leefgebied en vaste rust- en/of verblijfplaatsen van vleermuizen binnen de invloedssfeer van de beoogde ontwikkeling is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd. Er hoeven geen vervolgstappen te worden genomen

6.2.

Maatregelen bij de uitvoering

Voor vleermuizen dient rekening gehouden te worden met foeragerende of passerende individuen middels het juist toepassen van bouwverlichting óf door te werken buiten de schemerende en donkere dagdelen in de periode april t/m oktober. Voorbeelden van juiste verlichting: amber-/roodkleurige verlichting, beperkte hoogte van lichtmasten en verlichting naar beneden gericht en convergeren In verband met de potentie voor algemene vogelsoorten, zoals turkse tortel, merel en overige kleine zangvogels werkzaamheden buiten het broedseizoen uitvoeren, medio maart t/m medio juli. Indien de werkzaamheden opgestart en uitgevoerd worden binnen het broedseizoen dient de locatie ongeschikt gemaakt te worden alvorens de aanvang van het broedseizoen. Indien nodig kan ook binnen het broedseizoen gestart/gewerkt worden door de planlocatie vlak voorafgaand aan de werkzaamheden te laten controleren op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten Voorkom gedurende de uitvoering van de ontwikkeling dat geschikt leefgebied ontstaat voor de rugstreeppad, óf voorkom dat de soort gedurende de voortplantingsperiode het plangebied kan betreden Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (puin, takken, stronken) gefaseerd verwijderen.

Dit om dieren die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, zich te laten verplaatsen naar een schuilplaats buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden In het kader van de Algemene Zorgplicht dient voorzichtig gehandeld te worden met alle aanwezige flora en fauna

8

Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis Plecotus auritus, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0. Juli 2017, Utrecht. SAB, 2022. Quick Scan Natuur, Heesch, Kerkweg 2. 10 januari 2022, projectnummer: 210490. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021, 31 december 2020. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl Websites, geraadpleegd 2020 bij12.nl wetten.overheid.nl www.ndff.nl www.netwerkgroenebureaus.nl www.rvo.nl www.sovon.nl www.telmee.nl www.waarneming.nl

9

Bijlage 1: Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2. Waaronder alle in Nederland voorkomende vleermuizen beschermd zijn: 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=fe632cfe-d566-4c50-b374-5b47def2c4cd