BP Kerkweg 2 Heesch - Quickscan overige aspecten
Tekst van het document
Memo overige milieuaspecten aan:
RO Connect
van:
SAB
kenmerk:
210490
datum:
17 januari 2023
betreft:
Quickscan overige milieuaspecten Kerkweg 2 te Heesch
Inleiding Voor de Kerkweg 2, te Heesch, bestaat het voornemen een deel van de bedrijfsvoering te stoppen. Een groot deel van een loods zal worden gesloopt. Op deze locatie zullen twee nieuwe twee-aaneengebouwde woningen worden gerealiseerd. Daarnaast, wordt de huidige bedrijfswoning met dit plan omgezet naar een burgerwoning. Het initiatief is niet mogelijk binnen de kaders vanuit het geldende bestemmingsplan; er is derhalve een herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk. Het huidige bestemmingsplan wordt hieronder weergegeven:
Uitsnede bestemmingsplan met groen omkaderd het plangebied Bron: ruimtelijkeplannen.nl
pagina 1 van 13
De initiatiefnemer wil de bestemming van dit deel van het plangebied wijzigen in ‘Wonen’, de dagopvang voor ouderen bestemmen als ‘Maatschappelijk’ en de bestemming ‘Bedrijf’ aanduiden als zijnde een afgeslankt bedrijf.
Opzet toekomstige situatie Bron: RO Connect
Ten behoeve van het plan dient te worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’ en dient deze getoetst te worden aan verschillende milieuaspecten. Deze memo gaat in op deze milieuaspecten, voor zover deze niet in een losstaande rapportage zijn onderzocht. Overzicht milieuaspecten Een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling kan invloed hebben op de omgeving en de omgeving kan invloed hebben op de voorgenomen ontwikkeling. Het is noodzakelijk deze invloeden te onderzoeken en inzichtelijk te maken conform de desbetreffende wettelijke kaders. In deze quickscan zal op de navolgende aspecten worden ingegaan: - archeologie; - cultuurhistorie; - luchtkwaliteit; - volksgezondheid in relatie tot veehouderij; - geurhinder t.g.v. veehouderijen; - m.e.r.-beoordeling; - spuitzones gewasbescherming; - hoogspanningslijnen. In het volgende deel van deze quickscan zal per relevant aspect worden weergegeven wat de invloed is van de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Archeologie In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie waaronder Nederland ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ pagina 2 van 13
bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden.
Archeologische beleidskaart Bernheze (blauwe cirkel planlocatie)
Het plangebied is gelegen binnen een gebied met middelhoge archeologische verwachting. Het plan voorziet in een realisatie van een dubbele woning met een oppervlakte van minder dan 500 m2 grondoppervlakte. Er geldt voor gebieden met middelhoge archeologische waarde een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm én een verstoringsoppervlakte van 2.500 m2. Dit betekent geen onderzoeksplicht.
pagina 3 van 13
Conclusie Archeologie vormt geen belemmering voor het plan. Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 in het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen.
Provinciaal beleid In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle en cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen. Onderstaand een afbeelding van de Cultuurhistorische waardenkaart:
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart met de rode cirkel als aanduiding voor het plangebied provincie Noord-Brabant
pagina 4 van 13
Onderzoek Uit deze kaart blijkt, dat binnen een ruime straal rondom het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn gelegen, noch sprake is van een cultuurhistorisch waardevol landschap. Gemeentelijk beleid De gemeente Bernheze heeft een Cultuurhistoriekaart vastgesteld. Op basis van deze kaart is de planlocatie gelegen binnen de historische geografie oude akkers. Ook ligt het plan aan een oud wegtracé met redelijk hoge waarde. Zie onderstaande afbeelding.
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Bernheze met globale ligging van het plangebied in rood Bron: Gemeentelijke Cultuurhistoriekaart
De nieuwe twee- aaneengebouwde woningen worden in een gedeelte gebouwd waar formeel oude akkers zijn aangeduid. Terplaatse is een pand aanwezig uit 1965 en het terrein is volledig bestraat en als bedrijf ingericht. De cultuurhistorie is niet in het geding en er vinden geen significante wijzigingen plaats in het landschap. Het wegtracé wordt niet aangepast. Conclusie Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het plan. Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO 2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. De wet- en regelgeving onderscheidt projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een pagina 5 van 13
significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit is (onder andere) niet noodzakelijk voor: - woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden; - kantoorlocaties bij minder dan 100.000 m2 bvo bij één ontsluitende weg, of 200.000 m2 bvo bij twee ontsluitende wegen. Het plan voorziet in realisatie van twee woningen (omzet bedrijfs- naar woonbestemming), de omzet van een bedrijfs- naar burgerwoning, het veranderen/verschalen van bestaande bedrijfsactiviteiten en de omzet van een deel van de bedrijfsbestemming naar een maatschappelijke bestemming. Dit aantal valt ruimschoots binnen de verkeersgeneratie met het aantal van 1.500 woningen. De toevoeging kan als een luchtkwaliteitsgevoelig object beschouwd worden, zoals een school of een ziekenhuis.
In dit kader is een toets NIBM en aan het Beseluit luchtkwaliteitsgevoelige bestemmingen nodig. De ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling welke meer verkeer zal generen, te weten de realisatie van twee woningen (gemiddeld zijn dat 8 verkeersbewegingen per woning1) en een dagbesteding (bestaat al jaren en is reeds vergund). Voor de dagbesteding zijn geen kengetallen bekend. Uit informatie van de eigenaar blijkt dat er maximaal 2 personenauto’s komen voor personeel en twee personenbusjes voor het brengen en halen wat een verkeersgeneratie van maximaal 10 auto’s oplevert. Daarnaast zal het bedrijven afgeslankt worden. In worstcase zullen er maximaal dus 30 nieuwe verkeersbewegingen optreden. Met behulp van de NIBM-tool (Infomil2) is berekend of er een overschrijding van de NIBM-grens (1,2 µg/m3) optreedt.
Uit de berekening blijkt dat er geen overschrijding van de NIBM-grens optreedt.
1
CROW ASVV 2021
2
https://www.infomil.nl/onderwerpen/lucht-water/luchtkwaliteit/slag/hulpmiddelen/nibm-tool/
pagina 6 van 13
De maatschappelijke bestemming wordt beschouwd als een luchtkwaliteitsgevoelige bestemming. Het plan ligt op circa 180 meter van de autosnelweg A59 en licht dus binnen de onderzoekszone van 300 meter voor autosnelwegen. In dit kader dient de luchtkwaliteit ten gevolge van de autosnelweg beoordeeld te worden. Deze beoordeling vindt plaats via de NSL-monitoringstool. Er zijn rekenpunten beschikbaar nabij de autosnelweg A59. In de volgende afbeelding zijn de nabijgelegen rekenpunten weergeven. Het rekenpunt welke rood omcirkeld is heeft de hoogste concentraties.
Uitsnede NSL-monitoringstool van de planlocatie (blauw omcirkeld) en de omliggende rekenpunten. Het rekenpunt welke rood omcirkeld is heeft de hoogste concentraties in de buurt van het plangebied.
In tabel 1 is de luchtkwaliteit voor de jaren 2020 en 2030 weergegeven bij het rekenpunt aan de autosnelweg A59 met de hoogste waarde (73123). Stoffen
2020
2030
Grenswaarde
NO2 concentratie
17,7 µg/m3
12,4 µg/m3
40 μg/m3
PM10 concentratie
17,0 µg/m3
14,8 µg/m3
40 μg/m3
PM10 overschrijdingsdagen
6,04 dagen
6,0 dagen
35 dagen
PM2,5 concentratie
9,7 µg/m3
8,0 µg/m3
25 μg/m3
Tabel 1.
Concentraties luchtkwaliteit in 2020 en 2030 nabij de autosnelweg A59 (740961)
Uit de tabel blijkt dat er in geen van de gevallen de grenswaarden van luchtkwaliteit wordt overschreden. Ook blijkt dat de trend van de luchtkwaliteit verbeterend is. Derhalve is er geen bezwaar om op deze locatie een maatschappelijke functie hier te realiseren. Een nadere toets van de luchtkwaliteit is niet nodig. Conclusie Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan. Geurhinder en veehouderijen Het plan voorziet in het realiseren van twee nieuwe woningen in een momenteel aanwezige bestemming ‘Bedrijf’. De omliggende woningen zijn reeds geurgevoelig, hier komt met de pagina 7 van 13
bestemmingswijziging geen verandering in. Op ruim 970 meter afstand is de dichtstbijzijnde veehouderij gelegen.
Uitsnede kaartbank Provincie Noord-Brabant en afstand tot dichtstbijzijnde veehouderij Deze veehouderij voldoet ruim aan de afstandseisen tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten (100 meter in de bebouwde kom). Uit het Web-bvb van de provincie Noord Brabant blijkt dat de vergunde geuremissie 379 ouE/s bedraagt. Dit is dusdanig weinig dat geconcludeerd wordt dat ter plaatse van het plangebied met betrekking tot de voorgrondbelasting vanuit dit bedrijf sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met betrekking tot de achtergrondbelasting geur is de kaart ‘Achtergrondbelasting geur maart 2022’ van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) geraadpleegd. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de achtergrondbelastingkaart weergegeven waarbij het plangebied is aangegeven met een rode ster. Op de kaart is te zien dat er sprake is van een zeer goede kwaliteit leefomgeving ter plaatse van de planlocatie.
pagina 8 van 13
Uitsnede kaart ‘Achtergrondbelasting geur’ van de ODZOB, rode ster geeft de planlocatie weer.
Conclusie Geurhinder ten gevolge van veehouderijen vormt geen belemmering voor het plan. Gezondheid ten gevolge van veehouderijen Algemeen In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie 30 april 2018) is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden gevonden voor een bestemmingsplan en of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. Endotoxinen Een veehouderij kan ten gevolge van blootstelling aan endotoxinen een effect hebben op de volksgezondheid. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die met name op de luchtwegen werken. Voor de beoordeling van endotoxinen is geen wettelijk kader vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt een door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde van 30 EU/m³ gehanteerd. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van het endotoxine-toetsingskader. Op minder dan 250 meter is geen intensieve veehouderij aanwezig en op minder dan 500 meter is geen pluimveehouderij aanwezig. Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden, zijn in het toetsingskader op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen.
Wat betreft mogelijke cumulatieve effecten wordt in het toetsingskader endotoxinen bij de beoordeling van individuele initiatieven een omgevingsbewuste benadering geadviseerd. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving.
pagina 9 van 13
Emissies De realisatie van een twee nieuwe woningen zal niet leiden tot relevante emissies van geur, fijnstof of ammoniak. Geur, aanvaardbaarheid woon-/leefklimaat In de volgende afbeelding is de afbeelding achtergrondbelasting ODZOB opgenomen.
Afbeelding achtergrond geur
Uit de afbeelding blijkt dat de achtergrondbelasting tussen 0 en 3 µg/m3 bedraagt. Voor zowel de voorgrond- als de achtergrondbelasting kan conform punt 3a (handreiking Veehouderij en Volksgezondheid) geconcludeerd worden dat er sprake is van een acceptabele geur (geen overbelaste situatie geur). Binnen een straal van 100 meter zijn geen veehouderijen aanwezig waar dieren aanwezig waarvan geen geuremissie is vastgesteld. Ditzelfde kan gesteld worden voor punt 3b uit de handreiking Veehouderij en Volksgezondheid. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat er wordt voldaan aan de minimaal te hanteren afstand. Daarnaast levert het plan geen onevenredige belemmeringen op voor de veehouderijen in de omgeving. Veehouderij met meerdere diersoorten Er hoeft niet getoetst te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening, de afstanden zijn te groot om een relevante geuremissie te bepalen. Afstand t.o.v. geitenhouderij en/of pluimveebedrijven Uit het recente onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-3), uitgevoerd door het RIVM blijkt dat er geen sprake meer is van een statistisch significante associatie tussen een pagina 10 van 13
verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij. Met betrekking tot geitenhouderijen bevestigt het VGO-3 het vastgestelde verhoogde risico uit eerdere studies. Binnen een straal van circa 2 kilometer rond geitenhouderijen is sprake van een verhoogd risico op longontsteking. Binnen die 2 kilometer ligt een bedrijf dat actief met 20 geiten (Akkerveld 1 in Heesch). Dit is een zeer klein aantal, de relatief grote afstand (970 m) en de kern van Heesch, die aldaar tussen in ligt, zijn reden om gezondheidsrisco’s uit te sluiten. Mestbewerking of mestverwerking Het plan betreft de bouw van twee woningen. Er zal geen mest bewerkt of verwerkt worden. Conclusie Na het doorlopen van de stappen in het stappenplan kan worden geconcludeerd dat er geen knelpunten worden gevonden voor dit plan. Vormvrije m.e.r. De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan het Besluit m.e.r.. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r gewijzigd.
De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. (HvJ EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland) Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen me.r.-(beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een MER nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Het toevoegen van twee nieuwe woningen wordt niet beschouwd als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan daarmee achterwege blijven. Spuitzones gewasbescherming De woningen liggen aan de noordrand in de kom van Heesch, grenzend aan het buitengebied. Het plangebied bevindt zich op en rondom agrarische gronden.
Op dit moment zijn deze gronden niet in gebruik voor het uitoefenen van een teelt waarbij gespoten wordt met gewasbeschermingsmiddelen. Het uitoefenen van een agrarisch bedrijf met boomteelt is, hier pagina 11 van 13
planologisch gezien, mogelijk. Volgens het bestemmingsplan is het toegestaan om te schakelen naar een grondgebonden agrarisch bedrijf. Ook is het gezien de gronden en het huidige gebruik ervan niet aannemelijk dat er binnen 50 meter van het perceel in de toekomst andere teelten worden ingezet waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Rondom de nieuwe woningen, zijn reeds woningen en agrarische gronden aanwezig. Hierop kunnen gewassen worden geteeld waarvoor gebruik gemaakt kan worden van gewasbeschermingsmiddelen. Echter omdat er rondom het plangebied reeds woningen aanwezig zijn, dient rekening gehouden te worden met deze woningen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de toevoeging van twee nieuwe woningen geen probleem oplevert. Hoogspanningslijnen Sinds 2005 hanteert de Nederlandse overheid een aanvullend advies voor bovengrondse hoogspanningslijnen. Bij de planning van nieuwe hoogspanningslijnen adviseert de overheid om, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat kinderen langdurig blootgesteld worden aan magneetvelden die gemiddeld over een jaar sterker zijn dan 0,4 microtesla. Hetzelfde geldt voor de planning van nieuwe woningen, scholen en kinderopvangplaatsen bij bestaande hoogspanningslijnen.
De aanleiding hiervoor is dat in wetenschappelijk onderzoek aanwijzingen zijn gevonden dat er rond bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk een verhoogde kans op kinderleukemie is als de blootstelling over langere tijd gemiddeld boven de 0,4 microtesla uitkomt. In april 2018 gaf de Gezondheidsraad de staatsecretaris in overweging om het voorzorgbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uit te breiden naar ondergrondse kabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magneetvelden uit het elektriciteitsnetwerk. In een kabinetsreactie op deze overweging werd aangekondigd dat het huidige voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen zal worden geëvalueerd. Ook zullen de betrokken ministeries gaan verkennen welke maatregelen denkbaar zijn voor een verbreding van het voorzorgbeleid en welke maatschappelijke en ruimtelijke gevolgen dit kan hebben. In onderstaande figuur is het verloop van de veldsterkte te zien in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen.
pagina 12 van 13
Figuur 1 Verloop van de veldsterkte in de buurt van drie verschillende hoogspanningslijnen (RIVM)
Op circa 2,9 km ten oosten van het plangebied loopt een 150 kV-tracé. In bovenstaande figuur is te zien dat buiten 150 meter van de afstand tot het hart van de lijn het magnetisch veld nihil is. Er zal geen invloed zijn van magnetische velden van de hoogspanningsleiding naar het plangebied. Conclusie De magnetische velden rondom hoogspanningslijnen hebben geen invloed op deze ontwikkeling.
pagina 13 van 13