CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kamersche Hoef Heeswijk-Dinther - Toelichting en Regels

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kamersche Hoef, Heeswijk-Dinther29.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof.

4.8.3

Conclusie

Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Regelgeving

Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen golden, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling. Waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Kamersche Hoef

In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die in 2022 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken:  Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.  Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie.  Bescherming van stads- en dorpsgezichten. 4.9.2

Onderzoek

Archeologie Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Er is een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 12 bij de toelichting gevoegd. De middelhoge tot hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor het centrale en zuidelijke deel van het plangebied en de zone rond boring 18 en 15 kan op basis van de ligging op een hogere dekzandrug met plaatselijk een oude akkerlaag en een deels intact podzolprofiel gehandhaafd blijven. De gespecificeerde archeologische verwachting van de laaggelegen gebieden in het noorden van het plangebied is op basis van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Ook voor het nattere gebied rond boring 6 zou de gespecificeerde archeologische verwachting naar laag kunnen worden bijgesteld. Omdat er maar één boring binnen deze zone valt is de begrenzing hiervan nog niet geheel duidelijk. Omdat dit mogelijk maar een klein deel van het zuidelijke deel van het plangebied vormt wordt dit deel van het plangebied vooralsnog bij de zone met een middelhoge tot hoge gespecificeerde verwachtingswaarde getrokken. In het oosten van het plangebied zijn bij de boringen 10 en 11 diepe bodemverstoringen aangetroffen.

Omdat dit deel van het plangebied direct achter het oude erf van de huidige Veldstraat 36/36A ligt, is het niet uit te sluiten dat de bodemverstoring samenhangt met historische bebouwing (bijvoorbeeld van het voormalige bakhuis). Op basis van het behoud van een middelhoge/hoge trefkans blijft de kans reëel dat in een deel van het plangebied archeologische resten aanwezig zijn:

52

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Selectieadvies In de delen van het plangebied waar nog archeologische waarden worden verwacht (de gele vlakken op voorgaande afbeelding, adviseert Econsultancy een archeologische dubbelbestemming waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk indien er niet dieper ontgraven wordt dan 30 cm onder het huidige maaiveld. Als het niet mogelijk is om archeologie vriendelijk te bouwen is, gezien de geringe diepteligging en de kwetsbaarheid van de archeologische resten, vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Voor de delen van het plangebied met een lage gespecificeerde verwachtingswaarde (de groene vlakken op voorgaande afbeelding) wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Proefsleuvenonderzoek Er is daarom vervolgens een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 13). Tijdens het proefsleuvenonderzoek in het plangebied zijn in totaal vier vindplaatsen aangetroffen. Vindplaats 1 bevindt zich in het zuidwesten van het plangebied en bestaat uit kuilen en paalkuilen die op basis van het aanwezige aardewerk gedateerd kunnen worden in IJzertijd (800-250 v. Chr.) en de Late Middeleeuwen (1100-1400 na Chr.). Vindplaats 3 ligt in het zuidoosten van het plangebied en bestaat uit een concentratie kuilen, paalkuilen en kleine greppels waarin aardewerk uit de Middeleeuwen is aangetroffen. Deze vindplaats wordt gedateerd tussen 1100 en 1350 na Chr. Tussen vindplaatsen 1 en 3, in het zuiden van het plangebied, bevindt zich vindplaats 2. Deze vindplaats bestaat uit kleine concentraties (paal)kuilen. De vindplaats is op basis van de huidige resultaten niet nader te dateren. Vermoedelijk gaat het hier om nederzettingssporen uit de IJzertijd en/of de Middeleeuwen, die in verband staan met de nederzettingsresten van vindplaatsen 1 en 3. De laatste vindplaats, vindplaats 4, bestaat uit meerdere greppels die verspreid over de proefsleuven in het zuidelijke deel van het plangebied zijn aangetroffen.

Deze sporen zijn op basis van de ligging en de gegevens uit de historische kaarten ouder dan 1900, maar vermoedelijk jonger dan de aangetroffen nederzettingssporen uit de 12e tot 14e eeuw. Selectieadvies Uit de waardering op de door de KNA voorgeschreven wijze blijkt dat vindplaatsen 1, 2 en 3 behoudenswaardig zijn. Vindplaats 4 is als niet behoudenswaardig gewaardeerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in het zuiden van het plangebied behoudenswaardige sporen uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen aangetroffen. Econsultancy adviseert daarom om binnen het plangebied een opgraving uit te voeren. Dit beperkt zich tot het zuidelijke deel van het plangebied, ter hoogte van vindplaatsen 1, 2 en 3. De begrenzing van de vindplaatsen zal worden vastgesteld tijdens het vervolgonderzoek op basis van strategisch geprojecteerde werkputten. In figuur 7.2 zijn de resultaten van het proefsleuvenonderzoek, en het advies voor het vervolgonderzoek, ten opzichte van het huidige planontwerp weergegeven. In het noordelijke deel van het plangebied (werkputten 6 en 7) en ter hoogte van werkput 1 in het oosten van het zuidelijke deel bleek het vlak recent verstoord en zijn dan ook geen archeologisch relevante sporen aangetroffen. Econsultancy adviseert om dit deel van het plangebied vrij te geven voor de toekomstige werkzaamheden.

De gemeente heeft een selectiebesluit genomen conform het selectieadvies. Archeologische opgraving Aangezien de behoudenswaardige vindplaatsen niet in situ behouden kunnen blijven, moeten ze worden veiliggesteld door een opgraving (behoud ex situ). Het doel van de uitgevoerde archeologische opgraving (zie bijlage 14) is dan ook om de behoudenswaardige vindplaatsen op te graven en uit te werken, zodat de dubbelbestemming archeologie van het terrein verwijderd kan worden en de planontwikkeling door kan gaan. De opgraving is uitgevoerd in februari en maart 2024. Tijdens het veldwerk zijn een tiental gebouwstructuren uit de Middeleeuwen (ca. 900 – 1200 n. Chr.) aangetroffen. Daarnaast zijn er 19 waterputten aangetroffen, die allen gelieerd kunnen worden aan de huisplattegronden uit de Middeleeuwen. Uit de IJzertijd zijn twee, mogelijk drie, huisplattegronden aanwezig. Selectieadvies Tijdens de archeologische opgraving zijn alle vindplaatsen binnen het plangebied volledig opgegraven en behouden ex situ. Econsultancy adviseert om het gehele plangebied vrij te geven wat betreft archeologie en de dubbelbestemming te laten vervallen. De gemeente heeft ingestemd met het door Econsultancy gegeven selectieadvies, om het omschreven plangebied vrij te geven wat betreft archeologie en de dubbelbestemming te laten vervallen.

De (bouw)vergunning kan worden verleend door de Gemeente Bernheze onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Cultuurhistorie Heeswijk en Dinther zijn ontstaan op de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en Leijgraaf is gelegen. Op de brede dekzandrug zijn twee kernen ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden, waar een kleinschalig kampenlandschap is ontstaan. Door uitbreiding van de bebouwing op aangrenzende akkers zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid.

54

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa. Na de samenvoeging is tussen Heeswijk en Dinther, rondom Plein 1969, een nieuw dorpscentrum met winkels en voorzieningen gerealiseerd. De centrale ruimtes van de vroegere dorpen (met karakteristieke open ruimtes en monumentale bomen) zijn, net als de historische lintstructuur, nog herkenbaar aanwezig. Uitbreidingen van de kern liggen met name aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing. Heeswijk-Dinther heeft aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Aan de zuidzijde, richting de Aa, is sprake van een meer transparante overgang tussen het dorp en het beekdal. De laanbeplanting langs de Hoofdstraat is op enkele plaatsen onderbroken. Enkele oude wegen verbinden, met veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de abdij met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. De monumentale beplanting rond de abdij staat niet in relatie met de groenstructuur van Dinther en langs de Hoofdstraat. De dorpsranden zijn over het algemeen zacht te noemen, met uitzondering van de harde rand langs de uitbreiding aan de noordzijde van de kern.

In Heeswijk-Dinther hebben de oude linten een cultuurhistorische waarde. Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Bernheze zijn in het plangebied zelf geen bijzondere cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig. Wel is in het zuidelijk deel van het plangebied sprake van een oude akker met een oud esdek. Voorliggend bestemmingsplan faciliteert de ontwikkeling van een nieuw woongebied direct achter de bebouwingslinten Herpersteeg en Lariestraat. De karakteristiek van deze linten zal met de voorliggende ontwikkeling niet aangetast worden. Vanuit cultuurhistorische oogpunt gelden er daarom geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9.3

Doorvertaling bestemmingsplan

Archeologie Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Cultuurhistorie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Verkeer Om inzicht te bieden in de mate van verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling, die met dit bestemmingsplan wordt gefaciliteerd, is de verkeersaantrekkende werking bepaald. Daarvoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren'. De gemeente Bernheze is conform de demografisch kencijfers van het CBS, aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. Het plangebied is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van een gemiddelde weekdag:

De patiowoningen zijn hierbij worst-case meegeteld bij de twee-onder-één-kapwoningen.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Over de Veldstraat zullen als gevolg van de planontwikkeling gemiddeld per weekdag 987 extra verkeersbewegingen plaatsvinden. Dit extra verkeer wordt ontsloten op de Veldstraat. Wel is het zo dat ten oosten van de p-vormige ontsluiting van het plangebied een knip komt voor snelverkeer. Met deze flankerende maatregel wordt voorkomen dat de Veldstraat wordt benut door doorgaand (sluip)verkeer. Dit betekent in de praktijk dat het verkeer dat van het plangebied naar het dorp wil rijden, via de nieuwe doorsteek in de nog te realiseren wijk 'Heeswijkse Akkers' richting de Hoofdstraat en zo verder naar het centrum kan rijden.

4.10.2 Parkeren Ter waarborging van voldoende parkeervoorzieningen hanteert de gemeente Bernheze de 'Nota parkeerbeleid gemeente Bernheze', zoals de gemeenteraad deze op 18 april 2024 heeft vastgesteld. In artikel 10.3 is een regeling ten aanzien van parkeren opgenomen. Daarin is bepaald dat bij het bouwen en het wijzigen van het bestaande gebruik dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeernormen van de gemeente Bernheze als uitgangspunt dienen. Deze parkeernormen zijn als volgt voor het plangebied dat is gelegen binnen de zone 'rest bebouwde kom':

* Inclusief aandeel bezoekersparkeren. Het aandeel bezoekersparkeren bedraagt 0,3 parkeerplaats per woning, met uitzondering van het woningtype 'huur, huis, sociale huur' waarvoor een bezoekersaandeel van 0,2 parkeerplaats per woning geldt. De toekomstige parkeerbehoefte is dan ook afhankelijk van het definitieve programma en de stedenbouwkundige uitwerking. Uitgaande van de meest recente stedenbouwkundige verkaveling (zonder rekening te houden met aanwezigheidspercentages) bedraagt de totale parkeerbehoefte ten behoeve van de 143 woningen in het plangebied: 228,8, afgerond 229 parkeerplaatsen.

Parkeren binnen het plangebied zal slechts gedeeltelijk op eigen terrein worden opgelost. In totaal worden er 76 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. De overige parkeerbehoefte wordt in de openbare ruimte opgelost door de realisatie van 174 openbare parkeerplaatsen:

Door het realiseren van 250 parkeerplaatsen wordt ruimschoots voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de parkeerbehoefte te kunnen faciliteren.

56

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

4.11

Overige omgevingsaspecten

4.11.1 Kabels en leidingen Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18”;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels, leidingen en/of andere belemmeringen aanwezig.

4.11.2 Gezondheid in relatie tot veehouderijen Notitie volksgezondheid Er is een notitie volksgezondheid opgesteld vanwege de beoogde woningbouwontwikkeling in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 15 bij de toelichting opgenomen. In het kader van de volksgezondheid is beoordeeld of aanvullend advies van de GGD noodzakelijk is voor de realisatie van het plan. De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 dient hierbij als onderlegger. In de Handreiking is een stappenplan opgenomen om te beoordelen of er knelpunten worden voorzien. Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. Naar aanleiding van de beoordeling kan worden geconcludeerd dat er met betrekking tot de veehouderijen aan de Lariestraat 32, de Meerstraat 29, de Fokkershoek 4, de Lariestraat 36 en de Muggenhoek 1a aanvullend advies van de GGD noodzakelijk is. Voor de pluimveehouderij aan de Lariestraat 32 geldt tevens dat de advieswaarden met betrekking tot endotoxines voor een deel van het nieuwbouwplan wordt overschreden. Er zijn echter reeds een groot aantal bestaande woningen welke binnen deze richtafstand zijn gesitueerd. Door de toename van het aantal bewoners binnen de risicocontour is aanvullend advies van de GGD noodzakelijk om de risico’s waar mogelijk te verkleinen. Daarnaast is aanvullend advies vanuit de GGD wenselijk voor de geurbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen.

Ook ten gevolge van de veehouderijen aan de Meerstraat 29 (geiten), Fokkershoek 4 (vleesvee), Lariestraat 36 (melkrundvee) en Muggenhoek 1a (paarden) is, vanwege de ligging binnen de toetsingsafstand van 250 m, aanvullend advies van de GGD wenselijk. Gezondheidskundige beoordeling GGD De GGD heeft op verzoek van de gemeente een gezondheidskundig advies (=beoordeling) opgesteld. De rapportage van dit onderzoek is als bijlage 16 bij de toelichting opgenomen. De conclusie van het advies is als volgt: Afstand  Een aantal veehouderijen ligt binnen de 250 m van het beoogde plangebied. Dit kan ertoe leiden dat er sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico. Daarom is een locatiespecifieke beoordeling uitgevoerd: 1. Uit het onderzoek blijkt dat binnen het plan er bewoners zijn die rond 600 m van een geitenhouderij komen te wonen. Bewoners binnen een straal van 2 km van een geitenhouderij lopen een verhoogd gezondheidsrisico. Dit risico is het grootst binnen 500 m van de geitenhouderij. Niet bekend is wat de oorzaak is van het verhoogd risico op longontsteking, waardoor het niet mogelijk is maatregelen te nemen. Stemt de gemeente in met het ingediende initiatief, dan is het advies toekomstige bewoners in elk geval van het verhoogd risico op longontsteking op de hoogte te brengen.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Reactie gemeente De gemeente volgt het advies van de GGD. De initiatiefnemer is bekend met het in VGO-3 genoemd gezondheidsrisico, i.c. het verhoogd risico op longontsteking. Initiatiefnemer accepteert dit risico en neemt hier volledige verantwoordelijkheid voor. Tevens wijst initiatiefnemer evt. opvolgend koper(s) op dit risico door een kettingbeding in de koopovereenkomst.

Luchtkwaliteit/ endotoxine  De concentratie PM10 overschrijdt de gezondheidskundige advieswaarde niet. Daarnaast zijn er geen drukke doorgaande wegen gelegen binnen 50 m en geen snelweg binnen 300 m van het plangebied. Dit is vanuit gezondheid bezien positief.  Uit sommige VGO onderzoeken blijkt dat omwonenden binnen een straal van 1 km van een pluimveebedrijf eveneens een verhoogd risico op longontsteking lopen. Dit beeld is niet consistent door de jaren heen. Mogelijk hangt dit verhoogd risico samen met de fijnstof/ endotoxine belasting. Uit berekeningen blijkt dat een deel van de geplande wijk binnen de endotoxine richtafstand ligt. Bewoners binnen deze richtafstand lopen daarmee een verhoogd risico op gezondheidseffecten samenhangend met de endotoxine blootstelling. Het bouwen van nieuwe woningen binnen de endotoxine afstand wordt vanuit gezondheidskundige oogpunt niet geadviseerd. Reactie gemeente De gemeente neemt het advies over de endotoxine-richtafstand in relatie tot het plangebied voor kennisgeving aan.

Geluid  De gezondheidskundige advieswaarde wordt op diverse toetspunten overschreden. Dit geldt voor zowel Lden als Lnight. Hinder en/of slaapverstoring kan op deze locaties optreden.  Er is geen gecumuleerde geluidsbelasting afkomstig van al het verkeer berekend. Mogelijk dat op meerdere toetspunten de gezondheidskundige advieswaarde van 50 dB Lden en 40 dB Lnight wordt overschreden. Het advies is de gecumuleerde geluidsbelasting in kaart te brengen en deze te toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarde. Vanuit gezondheid verdient het aanbeveling de geluidsbelasting op de gevel onder de gezondheidskundige advieswaarde te houden.  Is dit niet mogelijk dan verdient het de voorkeur om bron- en vervolgens overdrachtsmaatregelen te nemen om de geluidsbelasting terug te dringen. Wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen niet afdoende zijn om onder de genoemde waarde te komen, wordt geadviseerd te kijken naar het niveau binnen. De GGD ziet een geluidsniveau van maximaal 33 dB Lden als acceptabel binnenniveau. Houd hierbij rekening met het feit dat woningen ook goed geventileerd moeten kunnen worden en mechanische ventilatievoorzieningen geluid produceren.  Zorg in elk geval voor een geluidsluwe zijde, waaraan de slaapvertrekken en bijvoorbeeld de tuin/ buitenruimen zijn gelegen.

Reactie gemeente Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (zie paragraaf 4.2 en de onderzoeksrapportage in bijlage 4) uitgevoerd waarbij de berekende waarden met een gevelbelasting van maximaal 46 dB zelfs nog onder de voorkeurswaarde van 48 dB liggen. Dit is een dusdanig lage gevelbelasting, dat cumulatief onderzoek geen meerwaarde heeft.

4.11.3 Spuitzonering Binnen een afstand van 50 m van het plangebied zijn geen boom- en/of fruitkwekerijen aanwezig. Bovendien is het op basis artikel 5 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden' sublid 5.7.1 uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' verboden om zonder omgevingsvergunning grasland om te zetten in een boomkwekerij of sierteeltgrond. Het aspect 'spuitzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

58

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

4.12

Vormvrije MER-beoordeling

4.12.1 Regelgeving Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden:  belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk;  belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 woningen of meer omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. De voorgenomen activiteiten in dit bestemmingsplan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 143 woningen mogelijk gemaakt. Gelet hierop kan geconcludeerd worden dat er geen m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Bovendien zijn in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen.

Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor onder andere de (milieu)aspecten bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodemgeschiktheid, flora en fauna, water, archeologie en cultuurhistorie. Uit de afweging is gebleken dat er geen negatieve milieueffecten zijn te verwachten.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere (recente) bestemmingsplannen van de gemeente Bernheze. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen.

5.1.1

Planopzet

Het toekomstige woongebied is voorzien van een globale eindbestemming. Doordat marktomstandigheden en/of inzichten kunnen veranderen en de architectonische ontwerpen en het inrichtingsplan nog nader uitgewerkt moeten worden, is een bepaalde mate van flexibiliteit gedurende het ontwikkelingstraject gewenst. Bovendien kan zo beter ingespeeld worden op specifieke wensen vanuit de toekomstige bewoners of eventuele doelgroepen. De globale eindbestemming biedt een rechtstreekse bouwtitel en is inhoudelijk gestoeld op het stedenbouwkundig plan, maar biedt de nodige flexibiliteit. Omdat het een nog te realiseren woongebied betreft en de exacte situering en vorm van de woningen nog niet bekend is, zijn ruimere bouwmogelijkheden opgenomen dan voor bestaande woningen het geval zal zijn. Door deze opzet wordt de gewenste flexibiliteit gedurende het ontwikkelingstraject gecreëerd.

5.2

Inleidende regels

Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

60

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels. Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving. Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.

5.3.2

Bestemmingen

In deze paragraaf zijn de feitelijk in het plan voorkomende (dubbel)bestemmingen beschreven. Per bestemming is kort toegelicht welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden Het bestaande bouwvlak van het agrarische bedrijf aan de Lariestraat ligt deels ook buiten het nieuwe woongebied. Om voor nieuwe woningen aan de noordelijke rand van het plangebied een goed woonen leefklimaat te kunnen garanderen, moet het agrarisch bouwvlak verkleind worden. Het agrarisch bedrijf kan dan alleen nog aan de zijde van de Lariestraat gehandhaafd blijven. De bestaande bedrijfsbebouwing die hierdoor buiten het bouwvlak komt te liggen, is voorzien van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Op deze wijze blijft bedrijfsmatig gebruik van deze opstallen mogelijk, maar wordt wel voldaan aan de benodigde richtafstanden en kan een voldoende goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Artikel 4 Groen De structurele groenvoorzieningen in het plangebied zijn voorzien van de bestemming 'Groen'. Ter plaatse zijn de gronden onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, parken en plantsoenen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, een hondenuitlaatveld of -strook en nutsvoorzieningen. De bouwmogelijkheden binnen deze bestemming zijn beperkt.

Binnen deze bestemming zijn in principe alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Uitzondering hierop vormen gebouwen voor nutsvoorzieningen. Artikel 5 Verkeer De beoogde ontsluitingsstructuur en parkeervoorzieningen zijn voorzien van de bestemming 'Verkeer'. De gronden met deze bestemming zijn onder meer bestemd voor wegen en straten, wandel- en fietspaden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Binnen deze bestemming zijn in principe alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

61

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Artikel 6 Woongebied De beoogde woningen zijn voorzien van de bestemming 'Woongebied'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor wonen en de uitoefening van een beroep aan huis. Voor de bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemming wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde.  Hoofdgebouwen: binnen de bestemming zijn zowel vrijstaande, twee-aaneengebouwde als aaneengebouwde, patiowoningen en gestapelde woningen toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de daarvoor bedoelde aanduiding. Het maximum aantal wooneenheden is per bouwvlak aangegeven, maar er is ook een absoluut maximum in de regels opgenomen. Het hoofdgebouw van de woning mag uitsluitend binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken gerealiseerd worden, waarbij de op de verbeelding weergegeven maximum goot- en bouwhoogte leidend zijn.  Bijbehorende bouwwerken: buiten het hoofdgebouw mogen op het perceel zowel binnen als buiten het bouwvlak bijbehorende bouwwerken worden opgericht dit betreft bijgebouwen, uit- of aanbouwen en overkappingen. Deze bouwwerken mogen, met uitzondering van erkers alleen in het achtererfgebied worden gerealiseerd. De maximale maatvoering voor bijbehorende bouwwerken is gelimiteerd.

Het achtererfgebied mag met niet meer dan 50 % worden bebouwd met een absoluut maximum van 100 m2, waarbij de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen afhankelijk is gesteld van de grootte van het perceel. Onder de bestemming valt op grond van jurisprudentie ook het aan huis verbonden beroep. De maat van het beroepsgedeelte is ten hoogste 50 m². Aan huis verbonden beroepen zijn vrij, voor zover de woonfunctie volledig gehandhaafd blijft en de woning als zodanig herkenbaar blijft. Er mogen geen nadelige effecten optreden voor het woonmilieu en de parkeerbalans in de omgeving. Bedrijfsactiviteiten aan huis zijn, uitgezonderd waar aangeduid, niet rechtstreeks toegestaan, maar via een afwijking (omgevingsvergunning) en met vergelijkbare maatvoering. Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 & Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 De te beschermen, te herstellen en/of te ontwikkelen archeologische waarden in het plangebied zijn, waar nodig, in een dubbelbestemming vastgelegd. De mogelijk aanwezige archeologische waarden worden middels een in de regels opgenomen stelsel beschermd tegen ongewenste ingrepen als gevolg van werken en werkzaamheden.

5.4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels Deze bepaling bevat algemene regels omtrent ondergronds bouwen en bestaande afstanden en maten. Tevens is in de algemene bouwregels bepaald dat voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid, waarbij een verwijzing naar het geldende gemeentelijke parkeerbeleid is opgenomen. Op dit moment is dat de 'Parkeernormennota gemeente Bernheze', zoals in werking getreden op 9 juli 2015. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels zijn regels opgenomen voor aan huis verbonden bedrijven en de huisvesting van (tijdelijke) buitenlandse werknemers. Tevens zijn randvoorwaarden voor afwijking opgenomen. Algemene aanduidingsregels Vanwege de herbegrenzing van het stedelijk gebied zijn in dit artikel enkele gebiedsaanduidingen opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een signaleringsfunctie. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen.

Het betreft hier onder meer een standaardregeling die beperkte afwijkingen in de maatvoering bij de uitvoering van bouwplannen mogelijk maakt.

62

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn enkele algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen.

5.5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

63

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Exploitatieverplichting

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting van een bestemmingsplan minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

6.1.2

Conclusie

Omdat de gemeente de nog te ontwikkelen gronden niet in eigendom heeft, is een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar gesloten. Daarmee zijn de kosten voor de planontwikkeling anderszins verzekerd en is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. Gezien het voorgaande wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Vooroverleg

Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende vooroverlegreacties, hier of in een separate nota, van een gemeentelijke reactie worden voorzien.

6.2.2

Ontwerpfase

Deze fase vormt de start van de formele bestemmingsplanprocedure. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van donderdag 24 augustus tot en met woensdag 4 oktober 2023 (gedurende 6 weken) ter inzage gelegen. Er zijn gedurende deze periode 4 zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn in een 'Nota zienswijzen' (zie bijlage 17) van een gemeentelijke reactie voorzien.

6.2.3

Vaststellingsfase

Na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan.

64

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

65

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlagen bij de toelichting

66

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 1

Verkeersonderzoek

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

67

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 2

68

Beeldkwaliteitplan

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 3

Verkennend (water)bodem en asbestonderzoek

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

69

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 4

70

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 5

Luchtkwaliteitsonderzoek

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

71

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 6

72

Onderzoek milieuzonering (excl. geur)

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 7

Geuronderzoek

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

73

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 8

74

Watertoets

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

75

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 10 Aanvullend ecologisch onderzoek steenuil en huismus

76

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 11 Stikstofdepositieonderzoek

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

77

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 12 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

78

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 13 Archeologisch proefsleuvenonderzoek

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

79

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 14 Evaluatieverslag archeologische opgraving

80

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 15 Notitie volksgezondheid

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

81

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 16 Gezondheidskundige beoordeling GGD

82

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlage 17 Nota zienswijzen

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

83

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Regels

84

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Kamersche Hoef met identificatienummer NL.IMRO.1721.BPKamerschHoefvg01 van de gemeente Bernheze; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij horende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens; 1.6 aaneengebouwde woningen een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen inclusief de van dit blok deel uitmakende eind- of hoekwoningen; 1.7 aan huis verbonden bedrijf een bedrijf, niet zijnde een webshop, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de

uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; 1.8 aan huis verbonden beroep een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; 1.9 achtergevel de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw; 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 begane grond de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1,0 m boven meetniveau is gelegen; 1.12 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b.

bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

85

bestemmingsplan Kamersche Hoef

1.13 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijgebouw een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.18 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw; 1.19 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23 carport/ overkapping een bouwwerk dat zowel feitelijk als in visueel ruimtelijke zin aan maximaal twee zijden, een gesloten, al dan niet eigen, wand kent; 1.24 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het

verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 eindwoning de eerste of laatste woning van een blok van aaneengebouwde woningen; 1.26 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit bestemmingsplan die inrichting niet verbiedt; 1.27 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven; 1.29 geluidwerende voorzieningen geluidbeperkende maatregel in de vorm van een geluidscherm, geluidwal e.d. ter voorkoming van geluidhinder;

86

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

1.30 geschakelde woningen woningen waarvan de hoofdgebouwen door middel van bijbehorende bouwwerken met elkaar verbonden zijn en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelsgrens is gebouwd; 1.31 gestapelde woningen boven dan wel beneden en/of naast elkaar gesitueerde woningen waarbij per woning een zelfstandige toegankelijkheid, als niet direct vanaf het voetgangersniveau, gewaarborgd is; 1.32 grondgebonden woning een gebouw dat uitsluitend één woning omvat, zijnde een vrijstaande-, twee-aaneengebouwde-, aaneengebouwde-, geschakelde- of patiowoning en waarvan op het bijbehorende bouwperceel geen andere woningen voorkomen en dat direct grenst aan en toegankelijk is vanaf de weg; 1.33 hoeksituatie de zijgevel van een hoofdgebouw grenst aan openbaar gebied (een straat, openbaar groen of water); 1.34 hoofdgebouw één of meer gebouwen, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35 huishouden één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning; 1.36 kap een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin

hellende dakschilden; 1.37 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van openbaar nut; 1.38 patiowoning een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten erf, gevormd door de aanwezige gebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.39 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.40 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden dan wel voor detailhandel in seks- en/of porno-artikelen.

Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksautomaat of sekswinkel, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.41 staat van bedrijfsactiviteiten een als bijlage 1 bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; 1.42 twee-aaneengebouwde woningen blokken van maximaal twee aaneen gebouwde woningen, waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gekoppeld zijn; 1.43 uitbouw de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

87

bestemmingsplan Kamersche Hoef

1.44 voorgevel de naar de weg of openbaar toegankelijk gebied toegekeerde representatieve gevel van een hoofdgebouw; 1.45 voorgevel(rooi)lijn de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.46 voorste bouwperceelgrens de naar de weg gekeerde bouwperceelgrens of, indien het een bouwperceel betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grens, de bouwperceelgrens die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; 1.47 vrijstaand bijgebouw een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.48 vrijstaande woning een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander hoofdgebouw; 1.49 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, gemalen, inlaten, bergings- en infiltratievoorzieningen; 1.50 webshop een bedrijf, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op de opslag en distributie van aankopen die via internet tot stand zijn gekomen, alsmede het beheren van de bijbehorende website, door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling

heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan; 1.51 werk een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.52 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

88

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 bebouwingspercentage de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 peil  voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm;  in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten);  deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld; 2.9 afstemming peil bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in lid 2.8, wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangehouden.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

89

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden 3.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden; b. het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige droge en natte natuurwaarden, waaronder beekherstel; c. het behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden; d. instandhouding van de typerende geologie/ geomorfologie; e. agrarisch grondgebruik; f. de uitoefening van het agrarisch bedrijf, meer in het bijzonder een grondgebonden agrarisch bedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; g. nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf en aan huis gebonden beroep in de bestaande aard en omvang; h. ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - woonwerkontwikkelingsgebied'; i. een burgerwoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen 'wonen', 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' of 'specifieke vorm van wonen - beperkte inhoudsmaat'; j. een bedrijf in de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (zie bijlage 1) in de bestaande bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'; k. water en waterhuishoudkundige doeleinden; l. groenvoorzieningen; m. extensieve dagrecreatie; n.

doeleinden van openbaar nut; o. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' als daar buiten toegestaan. Buiten de aanduiding 'bouwvlak' is dit echter uitsluitend toegestaan door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten.

3.2

Bouwregels

Op de voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de bestemming, met dien verstande dat: a. gebouwen worden uitsluitend opgericht binnen het bouwvlak; b. buiten het bouwvlak zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 2,0 m; c. de op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaande bebouwing mag worden gehandhaafd, hersteld, vervangen en uitgebreid met inachtneming van het bepaalde in dit lid, met dien verstande dat wanneer de bestaande bebouwing en bestaande maatvoering afwijken van hetgeen in de hierna volgende regels is aangegeven, de afwijking niet mag worden vergroot. De voorgaande volzin is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan; d. nieuwe teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak niet toegestaan.

90

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

3.2.1

algemeen

Voor de op te richten bebouwing gelden (mede) de volgende regels: a. per bouwvlak, zonder de aanduiding 'wonen', 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' en 'specifieke vorm van wonen - beperkte inhoudsmaat', is ter plaatse van de aanduiding 'aantal bedrijfswoningen' ten hoogste het op de verbeelding aangegeven aantal bedrijfswoningen toegestaan; b. per bouwvlak met de aanduidingen 'wonen', 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' en 'specifieke vorm van wonen - beperkte inhoudsmaat' is maximaal één woning toegestaan; c. vervangende nieuwbouw van de (bedrijfs)woning, al dan niet in combinatie met vervanging van het overige deel van het hoofdgebouw waar de bedrijfswoning onderdeel van uitmaakt, is toegestaan binnen de bestaande fundamenten, tot een maximale inhoudsmaat van 750 m³ danwel overeenkomstig de bestaande (grotere) inhoud; d. teeltondersteunende kassen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak van een agrarisch bedrijf met de aanduiding 'agrarisch bedrijf', mits dit gelegen is buiten de gronden met de aanduiding 'groenblauwe mantel'; e. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen de bestaande fundamenten van gebouwen; f. rijbakken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan. 3.2.2

agrarisch bedrijf

Voor de bouwwerken ten dienste van een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') gelden de volgende eisen: a. bedrijfsgebouwen: goothoogte

max. 6 m

bouwhoogte

max. 12 m

afstand tot bestemming Verkeer

min. 15 m

afstand tot zijdelingse perceelsgrens

min. 5 m.

afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn

min. 2 m.

b. bedrijfswoningen, inclusief aangebouwde bijgebouwen:

c.

goothoogte

max. 6 m

bouwhoogte

max. 10 m

inhoud

maximaal 750 m³

afstand woning tot bedrijfsgebouwen

min. 3 m

afstand tot zijdelingse perceelsgrens

min. 5 m.

afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn

min. 2 m.

vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning: goothoogte

max. 3 m.

bouwhoogte

max. 6 m.

afstand tot zijdelingse perceelsgrens

min. 5 m.

gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen

max. 100 m²

afstand tot bedrijfswoning

min. 3 m. en max. 20 m.

afstand tot voorgevelrooilijn

min. 2 m.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

91

bestemmingsplan Kamersche Hoef

d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde (anders dan teeltondersteunende voorzieningen): bouwhoogte erfafscheidingen

gezamenlijke oppervlakte

aantal

max. 30 m²

max. 2

max. 2 m., vóór de voorgevelrooilijn max. 1 m.

carport/overkapping

max. 3 m.

overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde

max. 12 m.

e. teeltondersteunende voorzieningen: bouwhoogte

oppervlakte ten behoeve van één bedrijf

teeltondersteunende kassen

max. 8 m.

max. 5000 m² (binnen bouwvlak en aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen' tezamen)

overige teeltondersteunende voorzieningen

max. 4,5 m.

geen max.

tijdelijke vraat- en hagelnetten en max. 4,5 m. regenkappen

geen max.

f.

uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van een doelmatig, reëel agrarisch bedrijf waarbij geldt dat overtollige of leegstaande bebouwing en reeds verstrekte vergunningen worden betrokken bij de beoordeling van de doelmatigheid en de noodzaak van de bebouwing; g. kleinschalige kampeerterreinen zijn toegestaan tot maximaal 15 kampeerplaatsen. 3.2.3

wonen

Voor de bouwwerken ten dienste van de woonfunctie (functietype 'wonen') gelden de volgende eisen: a. woningen, inclusief aangebouwde bijgebouwen: goothoogte

max. 6 m

bouwhoogte

max. 10 m

inhoud

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - beperkte inhoudsmaat' max. 350 m³

afstand tot bestemming Verkeer

min. 15 m

afstand tot zijdelingse perceelsgrens

min. 5 m.

afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn

min. 2 m.

b. vrijstaande bijgebouwen bij de woning:

92

goothoogte

max. 3 m.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=96ebccc3-b600-4307-8e67-dfadc49a0b12