CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kamersche Hoef Heeswijk-Dinther - Toelichting en Regels

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kamersche Hoef, Heeswijk-Dinther29.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Toelichting en regels

Vastgesteld (versie 4 juli 2024)

Bestemmingsplan

Kamersche Hoef

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 10

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied 2.1 Bestaande situatie 2.2 Planbeschrijving

11 11 16

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

26 26 28 31 35

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Milieuzonering 4.5 Externe veiligheid 4.6 Geur 4.7 Waterhuishouding 4.8 Ecologie 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Overige omgevingsaspecten 4.12 Vormvrije MER-beoordeling

36 36 38 39 40 41 43 44 49 51 55 57 59

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

60 60 60 61 62 63

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64 64 64

2

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Bijlagen bij de toelichting

66

Bijlage 1

Verkeersonderzoek

67

Bijlage 2

Beeldkwaliteitplan

68

Bijlage 3

Verkennend (water)bodem en asbestonderzoek

69

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

70

Bijlage 5

Luchtkwaliteitsonderzoek

71

Bijlage 6

Onderzoek milieuzonering (excl. geur)

72

Bijlage 7

Geuronderzoek

73

Bijlage 8

Watertoets

74

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming

75

Bijlage 10

Aanvullend ecologisch onderzoek steenuil en huismus

76

Bijlage 11

Stikstofdepositieonderzoek

77

Bijlage 12

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

78

Bijlage 13

Archeologisch proefsleuvenonderzoek

79

Bijlage 14

Evaluatieverslag archeologische opgraving

80

Bijlage 15

Notitie volksgezondheid

81

Bijlage 16

Gezondheidskundige beoordeling GGD

82

Bijlage 17

Nota zienswijzen

83

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Regels

84

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

85 85 89

Hoofdstuk 2 Artikel 3

90

Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/ of abiotische waarden Groen Verkeer Woongebied Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3

90 102 103 104 109 111

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

113 113 113 113 114 114 115

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

116 116 116

Bijlagen bij de regels

118

Bijlage 1

119

4

Staat van Bedrijfsactiviteiten

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Toelichting

6

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Om de (toekomstige) woonbehoefte binnen de kern Heeswijk-Dinther op te vangen, wordt in het gebied direct ten westen van de bestaande kern, gedeeltelijk op de gronden van een voormalig paardenpension aan de Lariestraat 23(a), het nieuwe woongebied 'Kamersche Hoef' gerealiseerd met circa 143 woningen in een mix van woningtypen. Voor de ontwikkeling van de woongebieden is gekozen voor een globale eindbestemming, die de nodige flexibiliteit bevat. Deze opzet maakt het mogelijk om de definitieve stedenbouwkundige verkaveling van de woonbuurt in een later stadium op ondergeschikte onderdelen te wijzigen en – waar nodig - te verfijnen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen direct ten westen van de kern Heeswijk-Dinther, enigszins verscholen achter (en ingeklemd tussen) de bebouwingslinten Herpersteeg, Lariestraat en Veldstraat. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de achterste en zijdelingse perceelsgrenzen van de woningen aan het Hopveld. Het deel van het plangebied waar de nieuwe woningen zijn voorzien, staat kadastraal bekend als gemeente Heeswijk-Dinther, nr's 244, 1.088, 1.197 (deels), 1.478 (deels), 2.477, 2.493, 2.494, 2.495, 2.619, 2.620, 2.621, 2.622 en 3.017 (deels) en heeft een oppervlakte van circa 53.000 m². Het voormalig agrarisch bedrijf aan de Lariestraat 23(a) is om planologische redenen meegenomen in de begrenzing van het plangebied. Dit deel van het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Heeswijk-Dinther, nr's 2.408, 2.771 en 2.772 (deels) en heeft een oppervlakte van circa 3.700 m². Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

Globale ligging plangebied in relatie tot kern Heeswijk-Dinther (rode omcirkeling)

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor de in dit bestemmingsplan begrepen gronden gelden momenteel de bestemmingsplannen:  'Buitengebied Bernheze', zoals de gemeenteraad heeft vastgesteld op 26 juni 2012;  'De Kommen van Bernheze', zoals de gemeenteraad heeft vastgesteld op 1 juni 2011.

8

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplannen (rode omkadering) Ter plaatse van het plangebied geldt – tot het voorliggende bestemmingsplan in werking is getreden grotendeels de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden'. Aan de noordzijde is een deel van het plangebied voorzien van een agrarisch bouwvlak en de functieaanduiding 'agrarisch bedrijf'. Binnen het agrarisch bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Aan de oostzijde heeft een klein deel van het plangebied de bestemming 'Agrarisch', 'Wonen' of 'Water'. Het hele plangebied is tevens voorzien van de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Op grond van de agrarische bestemmingen is het bouwen van burgerwoningen niet toegestaan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is het noodzakelijk een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Kamersche Hoef

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en beschrijving plangebied In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd.

Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

10

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 2

Beschrijving plangebied

2.1

Bestaande situatie

2.1.1

Heeswijk-Dinther

Heeswijk en Dinther zijn ontstaan op de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en Leijgraaf is gelegen. Op de brede dekzandrug zijn twee kernen ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden, waar een kleinschalig kampenlandschap is ontstaan.

Topografische situatie (kaartbeeld 1950) (bron: Kadaster) In de loop van de geschiedenis zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid. Dit gebeurde initieel door intensivering van de lintbebouwing langs de doorgaande verbindingen in oost-west richting. Vanaf de jaren '60 en '70 van de 20e eeuw nam de aanwas van woningen toe en kreeg Heeswijk Dinther, via opeenvolgende planmatige uitbreidingen tussen de doorgaande linten, geleidelijk haar huidige stedenbouwkundige structuur. Deze wordt gekenmerkt door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa. Na de samenvoeging is tussen Heeswijk en Dinther, rondom Plein 1969, een nieuw dorpscentrum met winkels en voorzieningen gerealiseerd. De centrale ruimtes van de vroegere dorpen (met karakteristieke open ruimtes en monumentale bomen) zijn, net als de historische lintstructuur, nog herkenbaar. Uitbreidingen van de kern liggen met name aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing. Aan de oostzijde van de kern ligt een klein bedrijventerrein, dat qua maat en schaal bij de kern past.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Topografische situatie (kaartbeeld 2019) (bron: Kadaster) Heeswijk-Dinther heeft aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige, rafelige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Aan de zuidzijde, richting de Aa, is sprake van een meer transparante overgang tussen het dorp en het beekdal. De laanbeplanting langs de Hoofdstraat is op enkele plaatsen onderbroken. Enkele oude wegen verbinden, met veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de Abdij van Berne met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. De monumentale beplanting rond de abdij staat niet in relatie met de groenstructuur van Dinther en langs de Hoofdstraat. De dorpsranden zijn over het algemeen zacht te noemen, met uitzondering van de harde rand langs de uitbreiding aan de noordzijde van de kern.

12

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Op grond van de bestaande ruimtelijk-functionele structuur zoals hiervoor geschetst, is een set uitgangspunten geformuleerd voor de wenselijke ruimtelijk-functionele ontwikkeling van de kern:  Ruimte voor aanvullende verstedelijking moet worden gevonden langs de oude linten (in westelijke richting) of richting het noorden met behoud van eigenheid van de historische bebouwingslinten;  De dorpsrand langs het beekdal van de Aa kan worden versterkt, waarbij de inzet is te komen tot een contrastrijke overgang van dorp naar beekdal;  De structuur van groene lobben in het dorp in is waardevol en moet behouden blijven;  Het beekdal van de Leijgraaf kan worden versterkt door passende landschapsinrichting, zoeken naar ruimte voor natuurontwikkeling en waterberging en het inpassen van storende (agrarische) bebouwing;  De harde storende dorpsrand bij het bedrijventerrein aan de oostzijde kan worden verbeterd. 2.1.2

Westelijke kernrandzone

De westelijke kernrandzone ligt globaal ingeklemd tussen de beekdalen van de Aa in het zuiden en de Leijgraaf in het noorden. Het gebied kan worden gekenschetst als een waardevol en kleinschalig cultuurhistorisch landschap, met nog zichtbare authentieke elementen zoals akkers, reliëf en verkavelingsstructuren. De westflank van de dorpskern wordt gedragen door de Gouverneursweg, het historische lint richting Middelrode dat de dekzandrug langs de Aa volgt. Ook de agrarische linten Veldstraat en Kameren - Fokkershoek volgen de glooiingen parallel aan de dekzandrug. Het gebied tussen de linten Veldstraat en Kameren - Fokkershoek betreft een oude langgerekte es die nog intact is.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Kamersche Hoef

De linten Gouverneursweg en Kameren – Fokkershoek - Herpersteeg worden deels begeleid door dubbele bomenrijen, maar deze stoppen in de kernrandzone. Langs het lint Veldstraat ontbreekt een structurerende laanbeplanting. Het gebied wordt gekenmerkt door een veelheid aan functies, variërend van gerenoveerde woonboerderijen tot kleinschalige bedrijvigheid. Tevens zijn er enkele grondgebonden agrarische bedrijven. Het gebied heeft een afwisselend en groen karakter met een goede balans tussen ruimte en massa. Er is een aantal bepalende doorzichten aanwezig, die het gebied visueel verknopen met de omgeving, zoals de historische es.

2.1.3

Kamersche Hoef

In de bestaande situatie heeft het voorliggende plangebied een landelijk karakter en is gelegen direct grenzend aan het bestaande woongebied van Heeswijk-Dinther, meer precies de bebouwing rondom het Hopveld. De betreffende gronden zijn grotendeels in gebruik als (paarde)weiland c.q. grasland, waardoor het plangebied een overwegend groen en open karakter heeft. In het plangebied zijn enkele sloten aanwezig.

14

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

De bestaande bebouwing in het plangebied bestaat uit een paardenstal met werkplaats en enkele kleinere schuren en een afdak ter hoogte van Lariestraat 21 en 23a (= noordzijde). Ook ter hoogte van Veldstraat 36a (=zuidoostzijde) staat een schuur die voor het grootste deel in het plangebied staat.

Impressie hoek Veldstraat - Herpersteeg (zuidwestelijke hoek plangebied) in noordoostelijke richting Van noord naar zuid, door het midden van het plangebied, loopt een ondiepe watergang die het grootste deel van het jaar droog staat. Direct ten noorden van het plangebied zijn (woon)boerderijen gelegen en ten oosten van het plangebied burgerwoningen. Aan de westzijde van het plangebied, langs de Herpersteeg, is een bomenrij aanwezig.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Impressie vanaf de Veldstraat (zuidoostelijke hoek plangebied) in noordelijke richting

2.2

Planbeschrijving

2.2.1

Inleiding

Bij een stedelijke invulling van het plangebied wordt bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren, zowel die in het plangebied zelf als in de omgeving. In navolgende paragrafen worden deze beschreven, waarbij wordt toegelicht hoe het planvoornemen hierbij aansluit. Vertrekpunt bij de planbeschrijving is een beschrijving van de ruimtelijke structuur van HeeswijkDinther, in de context van de westelijke kernrandzone rond deze kern. Dit is beschreven in subparagraaf 2.2.2. Vanuit deze context wordt in subparagraaf 2.2.3 de vertaalslag gemaakt naar de ontwikkelde stedenbouwkundige opzet, het stedenbouwkundig concept, zoals dat voor het plan is ontwikkeld. Aanvullend wordt daarbij nader ingegaan op de aspecten bebouwingsstructuur en woningbouwprogramma (2.2.4), groen en water (2.2.5 ) en de nagestreefde beeldkwaliteit (2.2.7). Tenslotte wordt in subparagraaf 2.2.8 kort ingegaan op de kwaliteitsverbetering van het landschap.

2.2.2

Ruimtelijke structuur westelijke kernrandzone Heeswijk-Dinther

Kernranden, zo ook rond Heeswijk-Dinther, vormen het snijvlak tussen woonkern en buitengebied en herbergen dikwijls een mix aan functies, zoals woningen, (agrarische) bedrijven, sportvelden, begraafplaatsen en volkstuinen. De provincie Noord-Brabant beschrijft de 'kernrandzone' als het overgangsgebied gelegen langs het bestaand stedelijk gebied en binnen het agrarisch gebied met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie (bron: toelichting Verordening ruimte Noord-Brabant). (Historische) context - ontwikkeling Heeswijk-Dinther Heeswijk en Dinther zijn ontstaan op de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en Leijgraaf is gelegen. Op de brede dekzandrug zijn twee kernen ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden, waar een kleinschalig kampenlandschap is ontstaan. Door uitbreiding van de bebouwing op aangrenzende akkers zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa.

16

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Na de samenvoeging is tussen Heeswijk en Dinther, rondom Plein 1969, een nieuw dorpscentrum met winkels en voorzieningen gerealiseerd. De centrale ruimtes van de vroegere dorpen (met karakteristieke open ruimtes en monumentale bomen) zijn, net als de historische lintstructuur, nog herkenbaar aanwezig. Uitbreidingen van de kern liggen met name aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing. Aan de oostzijde van de kern ligt een klein bedrijventerrein, dat qua maat en schaal goed bij de kern past. Heeswijk-Dinther heeft aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige, rafelige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Aan de zuidzijde, richting de Aa, is sprake van een meer transparante overgang tussen het dorp en het beekdal. De laanbeplanting langs de Hoofdstraat is op enkele plaatsen onderbroken. Enkele oude wegen verbinden, met veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de Abdij van Berne met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. De monumentale beplanting rond de abdij staat niet in relatie met de groenstructuur van Dinther en langs de Hoofdstraat. De dorpsranden zijn over het algemeen zacht te noemen, met uitzondering van de harde rand langs de uitbreiding aan de noordzijde van de kern.

Uitgangspunten voor toekomstige ontwikkeling In de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze (zie subparagraaf 3.3.2 voor een uitgebreidere beschrijving) zijn de volgende uitgangspunten benoemd voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van Heeswijk-Dinther die relevant zijn voor het plangebied:  Het dorp uitbreiden langs de oude linten (in westelijke richting) of richting het noorden met behoud van eigenheid van de historische bebouwingslinten;  De structuur van groene lobben die het dorp ingaan is waardevol en dient behouden te blijven. Dit in verband met de sterke verwevenheid dorp en landschap en hoge woonkwaliteit: 1. lob entree west: het historische landschap met de es en de agrarische linten vormt een waardevolle kernrand. Inzetten op duurzame agrarische functies en cultuurgronden op de historische es; Analyse westelijke kernrandzone De westelijke kernrandzone van Heeswijk-Dinther heeft een afwisselend en groen karakter met een goede balans tussen ruimte en massa. Er is een aantal bepalende doorzichten aanwezig die het gebied visueel verknopen met de omgeving, zoals de historische es. Het historische lint van Heeswijk (Gouverneursweg) volgt westwaarts richting Middelrode de dekzandrug langs de Aa. Ook de agrarische linten Veldstraat en Kameren-Fokkershoek-Herpersteeg volgen de glooiingen parallel aan de dekzandrug.

Deze landschappelijke eenheid ligt ingeklemd tussen de beekdalen van de Leijgraaf in het noorden en de Aa in het zuiden. Dit gebied is een waardevol en kleinschalig cultuurhistorisch landschap met nog zichtbare authentieke (agrarische) elementen zoals akkers, reliëf en verkavelingsstructuren. Het gebied tussen de linten Veldstraat en Kameren-Fokkershoek-Herpersteeg betreft een oude langgerekte es die nog intact is (groene lob I). Dit is een waardevol element. De linten Gouverneursweg en Kameren - Fokkershoek - Herpersteeg worden deels begeleid door een dubbele bomenrij, maar deze stoppen in de kernrandzone. Het gebied tussen de linten wordt gekenmerkt door een veelheid aan functies variërend van gerenoveerde woonboerderijen tot kleinschalige bedrijvigheid. Tevens zijn er enkele grondgebonden agrarische bedrijven, waarbij de zone ten noorden van de Veldstraat juist opvalt door het open landschapsbeeld. Dit komt door de afwezigheid van opgaande groenstructuren en bebouwing langs deze zijde van de straat. Het gebied heeft een afwisselend en groen karakter met een goede balans tussen ruimte en massa. Er is een aantal bepalende doorzichten aanwezig die het gebied visueel verknopen met de omgeving, zoals de historische es. Het verder verdichten van de linten Gouverneursweg en Kameren Fokkershoek - Herpersteeg is niet wenselijk.

Waar de landschappelijke inpassing rondom de voormalige hoeves sterk is, met grote, groene tuinen, is deze rondom agrarische bedrijven matig en kaal. Een grootschaligere uitbreiding van de dorpsrand van Heeswijk kan in deze zone gevonden worden met de Herpersteeg als absolute grens. Dit heeft geleid tot de aanduiding van de woningbouwgebieden Kamersche Hoef (opgenomen in onderhavig bestemmingsplan) en Heeswijkse Akkers (bestemmingsplan vastgesteld in oktober 2022), aangeduid op navolgend kaartbeeld en ook als zodanig opgenomen in de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties (zie subparagraaf 3.3.2):

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Ligging woningbouwgebieden Kamersche Hoef en Heeswijkse Akkers

2.2.3

Stedenbouwkundig concept

De basis voor het stedenbouwkundig concept voor Kamersche Hoef wordt gevormd door een centrale, min of meer, haakvormige ontsluitingsweg (in het uiteindelijke stedenbouwkundig plan is dit voor (vracht)autoverkeer gewijzigd naar een p-vormige ontsluitingsstructuur) die begeleidt wordt door een langgerekte structuur waarin waterberging kan plaatsvinden. Hierlangs is een meer dorps woonmilieu gesitueerd. Dit komt niet alleen tot uiting in de stedenbouwkundige opzet, maar ook in de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Aan de groene wiggen vormt zich een meer landelijk woonmilieu. De landschappelijk ingerichte zone langs de Herpersteeg draagt hier aan bij. Het centrale hofje en de brede profielen verbinden beide zones. In het hofje is geen autoverkeer aanwezig, waardoor een prettig verblijfsmilieu ontstaat. Het plangebied ligt niet direct aan de bestaande linten, maar vormt een min of meer autonoom nieuw woongebied. Alleen aan de zijde van de Veldstraat (= zuidzijde) presenteert het plangebied zich naar de omgeving toe. Het woongebied ontsluit zich via de Veldstraat, daarnaast is er een calamiteitenroute en langzaamverkeersverbinding aanwezig in het zuidoosten van het plangebied. Er komt geen directe autoverbinding met de Herpersteeg en de Lariestraat aan de noordzijde.

Wel worden er aan de (noord-)oost- en westzijde van het plangebied langzaamverkeersverbindingen gerealiseerd om het plan Kamersche Hoef te vervlechten met zijn omgeving. In het woongebied is ruimte voor een mix aan (hoofdzakelijk) grondgebonden woningtypen, zowel vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen alsmede patiowoningen en beneden-/bovenwoningen krijgen een plek in het plan. De bebouwing heeft een gevarieerd karakter, wat tot uitdrukking komt in de maat, schaal en architectuur van de woningen. Doordat alle woningen worden uitgevoerd in één of twee lagen met een kap, komt een dorps beeld tot stand.

18

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

2.2.4

Bebouwingsstructuur & woningbouwprogramma

Op navolgende stedenbouwkundige (proef)verkaveling is voorzien in 143 woningen in totaal, waarvan circa 60 % binnen het betaalbare segment valt (onder de NHG-gens):

Stedenbouwkundige proefverkaveling (Bron: Buro Waalbrug, d.d. 14 juni 2023)

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Het voorliggende bestemmingsplan maakt de bouw van maximaal 143 nieuwe woningen mogelijk. Om de nodige flexibiliteit te behouden, is het woningbouwprogramma niet in een keurslijf gegoten. Dat betekent dat binnen de bestemming 'Woongebied' niet alleen vrijstaande woningen gebouwd kunnen worden, maar ook twee-aaneengebouwde woningen, patiowoningen, aaneengebouwde woningen en (daar waar specifiek aangeduid) gestapelde woningen. Deze proefverkaveling voorziet in de bouw van de volgende woning: 8 vrijstaande koopwoningen, 20 twee-aaneengebouwde koopwoningen, 10 patio(koop)woningen, 65 aaneengebouwde koopwoningen, 28 aaneengebouwde sociale huurwoningen en 12 beneden-/bovenwoningen (sociale huurappartementen). Een deel van de koopwoningen zal ook door middel van (collectief) particulier opdrachtgeverschap gerealiseerd worden. In totaal 143 woningen. Het voornoemde programma is gebaseerd op de meest recente stedenbouwkundige uitwerking van het woongebied, maar vormt nadrukkelijk geen blauwdruk. De definitieve verkaveling en differentiatie in het woningbouwprogramma kan op (ondergeschikte) onderdelen nog wijzigen. Het bestemmingsplan biedt hiervoor de nodige ruimte. Om planologische redenen is ook het gedeelte van het agrarisch bouwvlak van Lariestraat 23, dat buiten het nieuwe woongebied is gelegen, binnen de plangrens meegenomen.

Het bouwvlak wordt verkleind door de zuidelijke grens in noordelijke richting te verplaatsen. De bestaande bedrijfsbebouwing, die nu buiten het bouwvlak is komen te liggen, krijgt de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Op deze wijze wordt er voor gezorgd dat ook ter plaatse van de meest noordelijke nieuwbouwwoningen in het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

2.2.5

Groen en water

De verkaveling voorziet in een doorgaande openbaar groenstructuur, die de wegenstructuur in het plangebied begeleidt. Aan de westzijde zijn haaks hierop drie groene wiggen voorzien. Aan deze groene wiggen vormt zich een meer landelijk woonmilieu. De landschappelijk ingerichte zone langs de Herpersteeg draagt hier aan bij. Centraal in het plangebied is één concentratie voorzien in de vorm van een groen hofje. Een groot deel van de woningen in het plangebied is op één van deze wiggen of het hofje georiënteerd, waarmee deze een belangrijke rol spelen in de beleving van het gebied. Bij inrichting en plantsoenkeuze verdient het aanbeveling om maximale ecologische meerwaarde te creëren en duurzaam beheer mogelijk te maken. In het deel ten westen van de westelijk brink (=westelijke poot ontsluitingsstructuur) met inbegrip van deze weg en de bijbehorende bermstrook, wordt een meer 'Landelijk - organisch' beeld nagestreefd. In de zone ten oosten daarvan een meer 'Dorps - gecultiveerd' beeld, zie verder navolgend beeld uit het beeldkwaliteitplan:

20

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

De openbare ruimte speelt een sleutelrol bij het bereiken van een klimaatadaptieve inrichting van het plangebied. Dit betekent niet alleen dat met het reduceren van het verhard oppervlak en de plaatsing van bomen het ontstaan van hittestress zoveel als mogelijk wordt voorkomen, maar ook dat het openbaar groen bijdraagt aan het bereiken van een toekomstbestendige waterhuishouding in het plangebied. Daarbij kan worden gedacht aan het vasthouden en zo nodig bergen van hemelwater, door het in onderling verband vormgeven van 'het grijs en het groen'. Bij inrichting en plantsoenkeuze verdient het aanbeveling om maximale ecologische meerwaarde te creëren en duurzaam beheer mogelijk te maken.

2.2.6

Verkeersafwikkeling

De ontwikkeling van de nieuwe woonbuurten Heeswijkse Akkers en Kamersche Hoef heeft effecten op de hoeveelheid verkeer die over het wegennet wordt afgewikkeld. Om inzicht te krijgen in de verkeerskundige impact en mogelijk noodzakelijke maatregelen om een goede verkeersafwikkeling te garanderen, is een onderzoek verricht naar de verwachte verkeersgeneratie. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Ten behoeve van het onderzoek is gebruik gemaakt van het verkeersmodel BBMA. Om te bepalen of de verwachte verkeersintensiteiten (motorvoertuigen per etmaal) toelaatbaar geacht mogen worden, is gebruik gemaakt van een toetsingskader. Dit toetsingskader biedt voor de afzonderlijk beoordeelde wegen de etmaalintensiteiten die bij de functie en inrichting van de betreffende weg passen. Dit is weergegeven in onderstaande tabel en kaartbeeld:

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Kamersche Hoef

In navolgende tabel is voor de onderzochte wegen weergegeven wat de etmaalintensiteit in de huidige situatie is (Referentiesituatie) en wat de verwachte intensiteit zal zijn na realisatie van beide woonbuurten:

22

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

De grootste intensiteitstoenamen concentreren zich op de Veldstraat, de Abdijstraat en de Baron van Bogaerdelaan. In het toetsingskader is opgenomen dat er als gevolg van de woningbouw geen verkeerstoename mag plaatsvinden op de Veldstraat, de Dr. Boutkanstraat en de Abdijstraat. Op basis van de verwachte intensiteiten in de basissituatie, kan gesteld worden dat het niet wenselijk is de woonwijken te realiseren zonder dat aanvullende maatregelen genomen worden op het wegennet. Ten aanzien van mogelijke maatregelen zijn vier varianten onderzocht: 1. Afsluiten Veldstraat tussen Dr. Boutkanstraat en Herpersteeg, tussen de twee nieuwe aansluitingen van Kamersche Hoef; 2. Toevoegen nieuwe erftoegangsweg (30 km/u) Heeswijkse Akker, deze weg sluit aan op de Hoofdstraat en Veldstraat; 3. Afsluiten Veldstraat tussen Dr. Boutkanstraat en Herpersteeg, tussen de twee nieuwe aansluitingen van Kamersche Hoef, en toevoegen nieuwe erftoegangsweg door Heeswijkse Akkers; 4. Afsluiten Veldstraat tussen nieuwe erftoegangsweg Kamersche Hoef en Dr. Boutkanstraat en toevoegen nieuwe erftoegangsweg door Heeswijkse Akkers.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Voor de afzonderlijke vier varianten is onderzocht welke effecten ze naar verwachting hebben op de verkeersafwikkeling, waarbij het toetsingskader is gehanteerd om tot een onderling vergelijkbare afweging te komen. De samenvattende resultaten van deze toetsing zijn schematisch als volgt weergegeven:

Geadviseerd wordt om variant 4 te realiseren: een knip op de Veldstraat tussen de wijk Kamersche Hoef en de Dr. Boutkanstraat inclusief de aanleg van een verbindingsweg door de wijk Heeswijkse Akkers, die zowel aansluit op de Veldstraat als de Hoofdstraat. Hiermee wordt het verkeer verdeeld over de Lariestraat en Hoofdstraat, beide beschikken over

24

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

voldoende capaciteit om deze toename op te vangen. Verder heeft het realiseren van de verbindingsweg door Heeswijkse Akkers een positief effect op de bereikbaarheid van de wijk, zowel voor bewoners als voor hulpdiensten. Daarnaast is er geen toename, maar zelfs een afname van intensiteiten waarneembaar op de Veldstraat en blijven de intensiteiten op de Abdijstraat na realisatie van de woningbouw bij variant 4 nagenoeg gelijk. Met de stedenbouwkundige opzet zoals deze voor het plan Kamersche Hoef is ontwikkeld, wordt invulling gegeven aan de verkeerskundige structuur zoals deze in variant 4 is geschetst. Het plangebied wordt voor snelverkeer ontsloten middels een interne p-vormige ontsluiting die op één punt aansluit op de Veldstraat. Ten oosten van de ontsluiting van het plangebied komt een knip komt voor snelverkeer in de Veldstraat, ten westen van de aansluiting met de Dr. Boutkanstraat. Met deze flankerende maatregel wordt voorkomen dat de Veldstraat wordt benut door doorgaand (sluip)verkeer. Dit betekent in de praktijk dat het verkeer dat van het plangebied naar het dorp wil rijden, via de nieuwe doorsteek in de nog te realiseren wijk Heeswijkse Akkers richting de Hoofdstraat en zo verder naar het centrum kan rijden.

De gemeenteraad heeft het bestemmingsplan voor de wijk 'Heeswijkse Akkers' met daarin de ontsluitingsweg op 6 oktober 2022 vastgesteld, waarmee de realisatie van de verbindingsweg planologisch verzekerd is.

2.2.7

Beeldkwaliteitplan

Ten behoeve van de nadere sturing op de ruimtelijke verschijningsvorm van woningen binnen het plangebied, is een beeldkwaliteitplan opgesteld, wat als bijlage 2 bij de toelichting is opgenomen. Dit beeldkwaliteitplan onderscheidt drie deelgebieden 'Dorp', 'Landschap' en 'Lint', waarvoor onderling onderscheidende welstandscriteria zijn geformuleerd. Het onderscheidt tussen de deelgebieden wordt gemaakt door de stedenbouwkundige opzet en de variatie in architectuur en inrichting van de openbare ruimte. De woningen langs de zuidelijk gelegen Veldstraat onttrekken zich enigszins aan het geheel. Deze voegen zich in de landelijke bebouwing van het lint en markeren de entree van het achterliggend woongebied. Het Dorpse woonmilieu kenmerkt zich door een meer rigide en orthogonale opzet. De oostelijke laan en de centrale hofjes dragen bij aan deze beleving. In de architectuur en de inrichting van de openbare ruimte wordt een uniform beeld nagestreefd, wat de samenhang van het dorpse woonmilieu benadrukt. Het landelijk woonmilieu kent een minder strenge opzet. Hier is meer ruimte voor variatie. Woningen zijn meer geïndividualiseerd, al vertonen ze een sterke samenhang in architectuur. De openbare ruimte is meer organisch vormgegeven met diversiteit in groen. De westrand fungeert als groene overgangszone naar het buitengebied aan de overzijde van de Herpersteeg.

2.2.8

Kwaliteitsverbetering landschap

Op grond van artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant is het volgende van toepassing: "Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving.' Voor meer informatie over de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt verwezen naar subparagraaf 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant van de toelichting.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken;  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek In het Barro worden geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied."

26

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Planspecifiek Het woonbeleid van de gemeente Bernheze is verankerd in de 'Woonvisie 2022 - 2026'. Uit deze visie blijkt dat er gemeentebreed een behoefte bestaat aan 1.160 nieuwe woningen in de planperiode, waarvan 232 woningen zijn toebedeeld aan de kern Heeswijk-Dinther. De voorliggende ontwikkeling voorziet concreet in 143 nieuwe woningen en is opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente Bernheze. Daarnaast is het plan op 23 november 2022 ingebracht in het regionale afstemmingsoverleg en akkoord bevonden. Kwalitatief gezien ligt de nadruk in de kern Heeswijk-Dinther op jongeren/starters en senioren. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een mix van een fors aantal (goedkopere) rijwoningen, beneden-/bovenwoningen, twee-aaneengebouwde woningen, patiowoningen en enkele vrijstaande koopwoningen, aansluitend bij de kwalitatieve behoefte binnen de gemeente Bernheze. Daarmee is de kwalitatieve behoefte aan woningen voldoende aangetoond. Tot slot dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan een “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur” (artikel 1.1.1 onder h Bro).

Binnen de gemeente Bernheze, en meer specifiek de kern Heeswijk-Dinther, is gezocht naar inbreidingsmogelijkheden voor nieuwbouw. Op dit moment is er nog een planvoorraad van circa 30 woningen in ontwikkeling en de uitbreidingslocatie Heeswijkse Akkers (70 woningen) aan de overzijde (=zuidzijde) van de Veldstraat. Er is geconstateerd dat de beschikbare inbreidingslocaties niet geschikt zijn voor een grootschalige toevoeging van grondgebonden woningen, maar hooguit geschikt voor maximaal vijf grondgebonden woningen. Omdat elders geen geschikte locaties beschikbaar waren om de kwantitatieve en kwalitatieve bouwopgave in te vullen, is gekeken naar uitbreidingsmogelijkheden in de kernrandzone. Het plangebied is geschikt bevonden als uitbreidingslocatie voor woningbouw, omdat het gebied aan de meeste zijden wordt omgeven door (woon)bebouwing. Dit wordt ondersteund door het feit dat de provincie Noord-Brabant het plangebied heeft aangewezen als zoekgebied voor verstedelijking. De nieuwe woningen worden geconcentreerd aan de rand van de bebouwde kom. Het plangebied ligt daarnaast niet ver van de centrumvoorzieningen in Heeswijk-Dinther, waarmee wandelen en fietsen voor lokale verplaatsingen een volwaardig alternatief vormen. Daarnaast is het plangebied met het openbaar vervoer (buslijn 158 Den Bosch-Veghel v.v.) goed te bereiken.

De dichtstbijzijnde bushalte ligt gemiddeld op circa 600 à 700 m loopafstand, aan de Hoofdstraat. Ook is het plangebied in de gebiedsvisie bebouwingsconcentraties als 'reeds geplande afronding dorpsrand' (zie subparagraaf 3.3.2). Op strategische plekken kan de dorpsrand afgerond c.q. verdicht worden, mits voorkomen wordt dat er vanuit het buitengebied zicht is op onzorgvuldig vormgegeven achterkanten en hierdoor een rommelig beeld ontstaat. Doordat het voorliggende plangebied verscholen ligt achter de bestaande bebouwingslinten en slechts beperkt zichtbaar is vanuit het aangrenzende buitengebied, leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot een aantasting van het bestaande landschap. De overgang van het woongebied naar het buitengebied wordt bovendien zorgvuldig, groen en duurzaam vormgegeven, waarmee de bouw van de woningen passend is binnen de kaders van de gemeentelijke omgevingsvisie. Gelet hierop wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.4

Conclusie

In het SVIR en Barro worden dan ook geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorliggende plangebied. Er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Kamersche Hoef

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Brabantse Omgevingsvisie

De provincie Noord-Brabant heeft in december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. Deze Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren, met een doorkijk naar 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven zijn belangrijk voor heel Brabant en spelen ook in de hele provincie. Dat betekent niet dat deze Brabantbreed op dezelfde manier worden opgepakt. Bij het uitwerken van een aanpak is het belangrijk om vanuit een gebiedspecifieke benadering de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven. De basisopgave is echter de totstandkoming van een veilige en gezonde leefomgeving met een goed omgevingskwaliteit. Elke ontwikkeling in Brabant, klein of groot en waar dan ook, draagt bij aan de omgevingskwaliteit. De omgevingsvisie geeft daarnaast aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. In de komende decennia is de kernopgave het toekomstbestendig maken van onze dorpen en steden. Transformatie van het stedelijk gebied wordt een belangrijke opgave.

Het 'up to date' houden van het bestaand stedelijk gebied is essentieel voor een duurzame, sociale en economische ontwikkeling van de steden en dorpen van Brabant. De provincie zet ook in de nieuwe Omgevingsvisie in op duurzame verstedelijking. Dat betekent dat uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen alleen wenselijk is vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen. Het beleid van de provincie richt zich dan ook op het opvangen van de lokale behoefte voor verstedelijking (wonen, werken en voorzieningen) in de bestaande kernen. Door de verstedelijking te concentreren zijn er meer mogelijkheden om een hoog voorzieningenniveau in stand te houden en verder te ontwikkelen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van een nieuw woongebied met 143 woningen, direct achter de bestaande bebouwingslinten Herpersteeg, Lariestraat en Veldstraat, grenzend aan het bestaande stedelijke gebied van Heeswijk-Dinther. Door zorgvuldige inpassing van het woongebied wordt recht gedaan aan de historische gegroeide identiteit van de kern en het omliggende landschap. Bovendien wordt ingezet op een mix van vrijstaande, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde en patiowoningen, aansluitend bij de kwalitatieve vraag vanuit de woningmarkt (zie ook subparagraaf 3.1.3).

3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de ‘Interim omgevingsverordening Noord-Brabant’ vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd.

28

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

De volgende regels zijn relevant voor het plangebied: Afdeling 3.5: stedelijke ontwikkeling en mobiliteit Voor stedelijke ontwikkeling zijn er twee werkingsgebieden opgenomen: 1. Stedelijk gebied met een onderverdeling in: a. stedelijk concentratiegebied; b. kernen in landelijk gebied. 2. Verstedelijking afweegbaar. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling en 3.43 verstedelijking afweegbaar Er is een basisregeling geformuleerd voor een duurzame stedelijke ontwikkeling. Uitgangspunt daarbij is dat eerst de mogelijkheden in bestaand stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Als daarbinnen vanuit kwalitatieve- of kwantitatieve overwegingen geen ruimte beschikbaar is, kan een afweging worden gemaakt voor nieuw ruimtebeslag in gebieden waar 'Verstedelijking afweegbaar' is. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik is dat als basisprincipe is opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, is hierbij uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen Stedelijk gebied en dat de ruimte binnen Stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut.

Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed. Vanuit de ladder voor verstedelijking die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen, gelden dienaangaande ook voorwaarden (zie subparagraaf 3.1.3). Regionaal overleg Omdat de stedelijke ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen ook bovengemeentelijke gevolgen kan hebben, worden hierover binnen het regionale overleg afspraken gemaakt. Het is belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen op een juist niveau zijn afgestemd met andere initiatieven zowel vanuit kwantiteit als vanuit kwaliteit. In dit artikel wordt de koppeling met die afspraken gelegd, waardoor deze doorwerking krijgen bij de ontwikkeling van plannen. Planspecifiek Om duidelijk te kunnen bepalen waar de bundelingsregels voor stedelijke ontwikkeling en de daarvan afgeleide regels van het beleid gelden is in de omgevingsverordening het bestaand stedelijke gebied van alle Brabantse kernen vastgesteld. Het plangebied is, voortvloeiend uit het beleid van de omgevingsvisie, gelegen direct aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied. Meer specifiek is het plangebied gelegen nabij een 'landelijke kern' binnen een gebied waar 'verstedelijking afweegbaar' is.

De aanduiding 'verstedelijking afweegbaar' geeft aan dat het transformeren van buitengebied naar stedelijk gebied afweegbaar is als dat nodig is om in de stedelijke ruimtebehoefte te voorzien. De kern Heeswijk-Dinther heeft behoefte aan 240 nieuwe woningen in de periode tot 2021. Het is niet mogelijk deze behoefte volledig op te vangen binnen bestaand stedelijk gebied. Voorliggende plangebied grenst echter direct aan de bestaande kern en houdt daarnaast rekening met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied. De ontwikkeling geeft een logisch vervolg aan de eerder ingezette ontwikkeling van burgerwoningen tussen de bebouwingslinten Hoofdstraat, Veldstraat en Lariestraat - Abdijstraat en sluit aan bij de ontwikkeling van de wijk Heeswijkse Akkers aan de zuidzijde van de Veldstraat. Het plangebied is thans in gebruik als omheind weiland en is - behalve aan de zijde van de Veldstraat - goeddeels verscholen vanuit het omliggende buitengebied. De ontwikkeling naar woningbouw ligt daarmee voor de hand. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen, wordt een groene overgang van het woongebied naar het westelijke bebouwingslint van de Herpersteeg in dit plan gewaarborgd en is er op verschillende plekken in het plangebied ruimte voor groen en duurzaam waterbeheer opgenomen (zie subparagraaf 2.2.5 Groen en water).

De nieuwe woningen in het plangebied zijn gasloos en voldoen aan de meest recente isolatie-eisen voor Bijna-EnergieNeutrale Gebouwen (BENG). Dit betekent ondermeer dat de woningen ook voorzien zullen zijn van zonnepanelen. Ten aanzien van de classificatie 'Verstedelijking afweegbaar' wordt verder gelet op de planbeschrijving (paragraaf 2.2 in deze toelichting) en de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking (subparagraaf 3.1.3) verondersteld voldoende invulling te zijn gegeven aan de onder

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Kamersche Hoef

lid a t/m d beschreven afwegingscriteria. Afdeling 3.2: basis op orde Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap. Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in Brabant hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. In de toelichting geeft de gemeente aan dat de inzet van de kwaliteitsverbetering past binnen het beleid voor een gebied of de omgeving.

Dit kan bijvoorbeeld door aan te geven dat de maatregelen passen bij het aanwezige landschapstype of door te verwijzen naar een landschapsplan of gemeentelijke omgevingsvisie waarin landschapsdoelen zijn opgenomen. De verordening biedt dus de mogelijkheid dat de kwaliteitsverbetering niet op dezelfde plek plaatsvindt als de ontwikkeling. Het is aan de gemeente om hiervoor beleid te ontwikkelen. In geval de kwaliteitsverbetering elders wordt uitgevoerd, geldt ter plaatse van de ontwikkeling uiteraard wel een goede landschappelijke inpassing. Om alle onduidelijkheid over het begrip landschap weg te nemen is duidelijk aangegeven dat het begrip landschap niet alleen betrekking heeft op groenontwikkeling maar ook betrekking heeft op de sloop of uiterlijke verschijningsvorm van bebouwing. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. Overigens is het daarbij nog steeds nodig dat conform de gemaakte afspraken de kwaliteitsverbetering bij concrete ontwikkelingen in het bestemmingsplan geborgd wordt. In geval daarbij een landschapsfonds is ingesteld, geldt dat er over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg.

Ter compensatie van het ruimtebeslag dat plaatsvindt in het landelijk gebied, is er een behoorlijke oppervlakte groen en water opgenomen in het stedenbouwkundig plan ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.9 'Kwaliteitsverbetering landschap' van de Interim Omgevingsverordening. Binnen het stedenbouwkundig plan wordt 29.089 m² uitgeefbaar gebied gerealiseerd en 24.171 m² aan openbaar gebied in vorm van wegen, groen en water. Uitgangspunt voor de kwaliteitsverbetering van het landschap is een waarde gelijk aan 1 % van de gronduitgifte (= 29.089 m²) voor zover deze grond(en) buiten bestaand stedelijk gebied ligt (liggen): 1 % van (€ 350,- x 29.089 m²) = € 101.811,50. In de anterieure overeenkomst met de gemeente is opgenomen, dat als de ontwikkelaar er voor kiest om de kwaliteitsbijdrage te voldoen in de vorm van een fysieke bijdrage, hij verplicht is om binnen of buiten het plangebied een kwaliteitsverbetering te realiseren uiterlijk vijf jaar nadat de eerste in het plangebied gelegen gronden zijn uitgegeven. De beoogde fysieke kwaliteitsverbetering moet eerst door de gemeente worden getoetst en geaccordeerd, waarbij het de verantwoordelijkheid is van de ontwikkelaar om een plan voor extra kwaliteitsverbetering te (laten) vervaardigen waaruit blijkt dat sprake is van boven regulier stedenbouwkundig groen.

Indien de gemeente vaststelt dat de tegenprestatie van de fysieke bijdrage niet het bedrag van de verplichte kwaliteitsbijdrage vertegenwoordigd, is de ontwikkelaar verplicht het resterende gedeelte van dit bedrag als financiële bijdrage te voldoen. Dat bedrag komt dan ten gunste komt van het 'Fonds maatschappelijke kwaliteitsverbetering'. Artikel 5.3 wijziging grenzen van werkingsgebieden Gedeputeerde Staten kunnen de grenzen van een aantal gebiedsaanduidingen in de Interim omgevingsverordening aanpassen voor een concreet bestemmingsplan. De gemeente kan hiervoor een verzoek indienen. Het gaat onder andere om de grenzen van het bestaand stedelijk gebied in dit geval ter plaatse van de aanduiding 'verstedelijking afweegbaar'. Omdat het woningbouwplan past binnen de regionale woningbouwafspraken, de uitbreidingsrichting naar het westen (tot aan de

30

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

bestemmingsplan Kamersche Hoef

Herpersteeg) ruimtelijke gezien aanvaardbaar is en de ruimte in het plangebied nodig is om te kunnen voldoen aan de behoefte aan grondgebonden woningen in Heeswijk-Dinther, wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Interim Omgevingsverordening wat betreft de herbegrenzing. Een verzoek tot herbegrenzing kan pas worden ingediend nadat een voornemen daartoe voor inspraak ter inzage heeft gelegen tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan waar de wijziging betrekking op heeft. Vanwege de herbegrenzing zijn op de verbeelding enkele gebiedsaanduidingen opgenomen in de algemene aanduidingsregels (zie Artikel 12 Algemene aanduidingsregels):  'overige zone - in Interim Omgevingsverordening toe te voegen Stedelijk gebied';  'overige zone - in Interim Omgevingsverordening toe te voegen Landelijke kern';  'overige zone - in Interim Omgevingsverordening te verwijderen Landelijk gebied', waarmee precies is aangegeven welke wijzigingen beoogd zijn. Gelet hierop wordt de voorliggende ontwikkeling passend geacht binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening. Na realisatie van het plan dient de nieuwe verstedelijkingsgrens in het provinciaal omgevingsbeleid te worden bestendigd.

3.2.3

Conclusie

De beoogde ontwikkeling is passend binnen de kaders van de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Bernheze 2040

De gemeenteraad heeft op 7 maart 2024 de Omgevingsvisie Bernheze 2040 vastgesteld. De omgevingsvisie is een richtinggevende visie voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven worden getoetst op basis van deze omgevingsvisie. Het schetst de ambities voor de komende 20 jaar. Ambities en doelen die samen met de partners zijn bepaald. Met de omgevingsvisie wil de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving behouden en versterken. De gemeente hanteert daarvoor de volgende aanknopingspunten om slim met de ruimte om te gaan:  Kenmerken en identiteit van het gebied centraal stellen;  Meervoudig ruimtegebruik, waar het kan;  Voorkomen van afwenteling. De omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke structuurvisie en een groot deel van andere lange termijn visies op de fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie is een dynamisch document en zal ook meebewegen met nieuwe en veranderende maatschappelijk opgaven. De kern van de omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in vijf strategische thema's. In deze uitwerking vertaalt de gemeente de opgaven naar ambities en doelen. De vijf thema's zijn: 1. Gezonde leefomgeving 2. Leefbare kernen 3. Klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit 4. Vitale en duurzame landbouw en economie 5. Kwaliteit landschap en erfgoed Planspecifiek Met de beoogde herontwikkeling wordt ingespeeld om het thema 'leefbare kernen'.

De gemeente wil leefbare kernen creëren, waar het fijn wonen is voor een goede leeftijd mix aan mensen. Dit wil de gemeente doen door innovatief, groen en compact te bouwen en te ondernemen. De kernen staan voor een forse opgave. Om in het grote woningtekort te voorzien, heeft de gemeente in de woondeal een enorme bouwopgave afgesproken. Betaalbare en duurzame woningen zijn de uitdaging, zeker met het oog op dat meer huishoudens uit minder personen bestaan. Tegelijkertijd moet worden geanticipeerd op demografische veranderingen, zoals de sterke vergrijzing in de plattelandsgebieden. De gemeente wil daarnaast ook de identiteit en het groene karakter van de kernen versterken. Veranderingen moeten hieraan bijdragen. De gemeente wil voor woningbouwopgaven inbreiden, maar niet ten koste van de identiteit en het groen. Daar waar niet voldoende tempo gemaakt kan worden in het bouwen, wordt uitgeweken naar de kernranden. Gezondheid, groen, klimaat,

bestemmingsplan "Kamersche Hoef" (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Kamersche Hoef

landschap, bodem en water zij sturend voor het bepalen van de locatie en de inrichting. In de kern Heeswijk-Dinther zijn onvoldoende inbreidingslocaties beschikbaar. Daarom wordt aan de westelijke rand van de kern voorzien in een nieuwe woonbuurt. Doordat het voorliggende plangebied half ligt verscholen achter de bestaande bebouwingslinten van de Herpersteeg en de Lariestraat en slechts beperkt zichtbaar is vanuit het aangrenzende buitengebied, leidt de voorgenomen ontwikkeling niet tot een aantasting van het bestaande landschap. De westelijke overgang van het woongebied naar het buitengebied wordt bovendien zorgvuldig vormgegeven met een brede groenzone. Met het woningbouwprogramma in het plangebied wordt ingespeeld op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte. Daarmee wordt bijgedragen aan de ambities en doelen zoals gesteld in de gemeentelijke omgevingsvisie.

3.3.2

Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties

Op 19 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties vastgesteld. Met deze gebiedsvisie wordt beoogd een actueel en toepasbaar ruimtelijk afwegingskader te bieden voor initiatieven in en rond de afzonderlijke bebouwingsconcentraties in de gemeente Bernheze. Daarbij worden - in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant - de volgende drie typologieën bebouwingsconcentraties onderscheiden: a. kernrandzone; b. bebouwingslint; c. bebouwingscluster. Het werkingsgebied van de Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties is weergegeven op onderstaand kaartbeeld:

Heeswijk en Dinther zijn ontstaan op de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en Leijgraaf is gelegen. Op de brede dekzandrug zijn twee kernen ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden, waar een kleinschalig kampenlandschap is ontstaan. Door uitbreiding van de bebouwing op aangrenzende akkers zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=96ebccc3-b600-4307-8e67-dfadc49a0b12