CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kamersche Hoef Heeswijk-Dinther - TOE Watertoets

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kamersche Hoef, Heeswijk-Dinther23.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bestrijding hondenpoep...................................................................................... 12 4.7. Beperkte toepassing strooizout............................................................................ 13 5. Financiën ................................................................................................................... 14 6. Bijlage I Afkoppelgeschikheidskaart ............................................................................ 15 7. Bijlage II – “Hemelwaterverordening”........................................................................ 19 8. Bijlage III – Beleidskader Waterschap “Aa en Maas” ..................................................... 2

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-2-

Bernheze Inleiding Onlangs is de nieuwe waterwet van kracht geworden. Met ingang van deze wet is de omgang met hemelwater en grondwater verandert. Het nieuwe Rijksbeleid is in ons Gemeentelijk Rioleringsplan 2010-2014 op hoofdlijnen verankerd. In principe is de burger verantwoordelijk voor de ontwatering van zijn eigen perceel. Dit geldt zowel voor hemelwater als grondwater. Afvoer gaat veelal via het gemengde rioolstelsel, maar zal steeds meer via een gescheiden stelsel gaan verlopen omdat er wordt afgekoppeld. Afkoppelen houdt in dat het regenwater niet meer naar het riool voor huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd. Dit kan door de regenpijp te ontkoppelen van het riool en het hemelwater in een apart regenwaterriool of in de bodem te laten lopen. In bestaande situaties verandert weinig voor de burger. Bij herinrichting, weg- en rioolonderhoud etc. wordt zoveel mogelijk afgekoppeld als dat tegen redelijke kosten kan gebeuren. Bij nieuwbouw of verbouwingen geldt wel de plicht tot afkoppelen. Door de gemeenteraad is in haar vergadering van 9 juli 2009 besloten dat, als stok achter de deur, een verordening dient te worden opgesteld om bewoners te verplichten om regenwater af te koppelen. Tijdens de behandeling van het GRP is door het college toegezegd om hemelwaterbeleid nader uit te werken.

Dit beleid omvat onder andere: • Wet- en regelgeving; • Beleidsdoelstellingen; • Subsidieregeling voor afkoppelen van regenwater; • Een “Afkoppelverordening”.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-3-

Bernheze 2. Landelijke wet- en regelgeving 2.1. De Waterwet In de systematiek van vòòr 1 januari 2008 was de hemelwaterzorgplicht een onderdeel van de algemene zorgplicht volgens artikel 10.33 Wm. In de nieuwe systematiek, zoals die per 1 januari 2008 van kracht is met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke watertaken, is de algemene zorgplicht gesplitst in een zorgplicht stedelijk afvalwater, een zorgplicht hemelwater en een zorgplicht grondwater. De hemelwaterzorgplicht is verankerd in artikel 3.5 van de Waterwet. Tot de komst van de Waterwet was deze zorgplicht opgenomen in artikel 9a van de Wet op de waterhuishouding. Volgens de nieuwe systematiek zijn gemeenten verplicht de zorg van het hemelwater als onderdeel op te nemen in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Nadat hemelwater door de gemeente is ontvangen, is het vervolgens aan de gemeente de afweging te maken op welke wijze het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Samenspraak met het betrokken waterschap is hierbij natuurlijk onontbeerlijk. De uiteindelijke keuze voor de wijze van omgaan met afvloeiend hemelwater wordt op lokaal niveau bepaald op basis van een integrale afweging. Gemeenten hebben bij uitvoering van de zorgplicht dus de nodige beleidsvrijheid en kunnen voor een aanpak kiezen die gelet op de lokale omstandigheden het meest doelmatig is. 2.2.

Beleidskader Waterplan 2006-2012 In het waterplan is aangegeven dat het afkoppelen van op de riolering aangesloten verhard oppervlak een goede manier is om binnen de bebouwde kom duurzaam met water om te gaan. Dit afkoppelen dient echter wel met verstand te gebeuren en, uit efficiency overwegingen gecombineerd te worden uitgevoerd met herinrichting en reconstructie van het bebouwde gebied. Als voorkeursvolgorde zijn onder de thema’s “Schoon water” en“water in bebouwde omgeving” de schema’s “voorkomen – scheiden – zuiveren” en “vasthouden – bergen – afvoeren” vastgesteld. Tevens is als belangrijke randvoorwaarde aangegeven dat er een natuurlijk evenwicht moet bestaan tussen water en gebruiksfunctie bebouwing Concreet is de doelstelling geformuleerd om in 2016 40 ha (15% van het verhard oppervlak in 2005) afgekoppeld te hebben 2.3. Beleidskader GRP 2010-2011 In het GRP is aangegeven dat de riolering mede tot doel heeft de leefomgeving op peil houden. De riolering dient er mede voor te zorgen dat de ontwatering van de bebouwde omgeving op niveau blijft door naast het afvalwater ook het overtollige regenwater van daken, pleinen, wegen e.d. in te zamelen en af te voeren.

De zorgplicht voor hemelwater is in het GRP omschreven als een inspanningsverplichting en houdt in dat de gemeente zorg dient te dragen voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiende hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen. De particulier heeft dus een eigen verantwoordelijkheid. Naast de zorg voor het afvloeiende hemelwater van particuliere terreinen heeft dit natuurlijk ook betrekking op het hemelwater dat van openbaar terrein afstroomt. Ten aanzien van de verwerking van het ingezamelde hemelwater is de keuze aan de gemeente. Op grond van gerechtelijke uitspraken mag worden geconcludeerd dat de zorgplicht van de gemeente er toe moet leiden dat schade zoveel mogelijk wordt voorkomen.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-4-

Bernheze In het GRP is een voorkeursvolgorde opgenomen. In deze voorkeursvolgorde gaat men ervan uit dat: • het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen (door onder meer menging van schoon regenwater met huishoudelijk afvalwater); • als dat niet kan het schone hemelwater en het vuile afvalwater gescheiden ingezameld worden; • en als laatste mogelijkheid het vuile afvalwater en het schone hemelwater gemengd naar de zuivering afgevoerd worden. Er is een subsidieregeling van de gemeente bij projecten: bewoners krijgen 100 euro als ze de werkzaamheden zelf doen, of de gemeente koppelt tijdens het project de voorkant af. Deze kosten worden per project meegenomen. Door de gemeenteraad is aangegeven dat deze regeling dient te worden uitgebreid. Ook is aangegeven dat er een “Hemelwaterverordening” moet komen, waarin regels komen voor het lozen van hemelwater en/of termijnen worden gesteld waarbinnen moet worden afgekoppeld. Deze verordening zal alleen als “stok achter de deur” worden gebruikt. 2.4. Beleid waterschap “Aa en Maas” Medio 2010 heeft waterschap “Aa en Maas” haar hemelwaterbeleid vastgesteld. Het waterschap heeft in haar beleid duidelijk vastgesteld dat de gemeente de regie voert op het lokale hemelwaterbeleid. Met name de gemeentelijke planning binnen de openbare ruimte ziet het waterschap, volkomen terecht, als leidend bij de uitvoering van maatregelen.

Voor het afkoppelen binnen bestaande gebieden ziet het waterschap graag dat: 1. Dezelfde bergingsnormen worden nagestreefd als bij nieuwbouw situaties; 2. Wordt vastgehouden aan vastgestelde normen voor wateroverlast en afwenteling; 3. Een gebiedsgerichte benadering van de (hemel)wateropgaven.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-5-

Bernheze 3. Uitwerking beleidskader uit het GRP “de Doelstellingen” 3.1.1.

Inleiding

In onze regio is veel gebied bebouwd. De neerslag die op dat bebouwd gebied valt vormt een grote belasting voor het watersysteem, zowel kwantitatief, als kwalitatief. Kwantitatief is de belasting groot omdat neerslag meestal snel tot afstroming komt en dan leidt tot relatief snelle en relatief grote pieken in de afvoer van het water, ongeacht of het afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater, of naar een afvalwaterzuivering. Kwalitatief is de belasting groot omdat met het afvloeiende hemelwater allerlei (verontreinigende) stoffen meegevoerd worden naar het watersysteem. Het is belangrijk hemelwaterbeleid te hebben waarbij alle relevante aspecten (kwantiteit, kwaliteit maar ook kosten, veiligheid etc.) integraal worden afgewogen. 3.1.2.

De plaats van hemelwater in het stedelijk watersysteem

Hemelwater dat valt op verharde oppervlakken kan op verschillende manieren worden verwerkt. Gebaseerd op de “voorkeursvolgorde” zijn er vier ‘bestemmingen’ voor het hemelwater te onderscheiden: 1. Benutting ter plaatse (bijvoorbeeld door opvang in een regenton); 2. Afvoer naar het grondwater (door infiltratie in de bodem); 3. Afvoer naar het lokale oppervlaktewater; 4. Afvoer naar de rioolwaterzuivering (rwzi). In de praktijk is meestal sprake van een combinatie van bestemmingen, afhankelijk van het gekozen hemelwatersysteem. Benutting ter plaatse is meestal een tussenstation op de weg naar het grondwater, het oppervlaktewater of de rioolwaterzuivering (rwzi). Overigens loost de rwzi het water uiteindelijk ook weer op het oppervlaktewater.

Voor de rwzi Dinther (kernen Vorstenbosch en Heeswijk-Dinther) op de Leijgraaf en voor rwzi Vinkel (Loosbroek, Nistelrode en Heesch) op de Grote Wetering Het hemelwater heeft zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin invloed op de diverse onderdelen van het stedelijke watersysteem: • bij de berging in, of afvoer uit, het stedelijke gebied kan wateroverlast optreden bij langdurige en hevige neerslag; • het in de bodem geloosde hemelwater beïnvloedt het grondwater in kwantitatieve en kwalitatieve zin; • het op oppervlaktewater geloosde hemelwater beïnvloedt het oppervlaktewater in kwantitatieve en kwalitatieve zin; • het naar de rwzi afgevoerde hemelwater heeft invloed op de dimensionering van het transportsysteem De manier waarop omgegaan wordt met afvloeiend hemelwater in bebouwd gebied houdt dus verband met vrijwel de hele waterhuishouding. Hierbij spelen afwegingen tussen oppervlaktewaterkwaliteit, riolerings- en zuiveringscapaciteit, bodem- en grondwaterkwaliteit en inrichting en gebruik van het bebouwde gebied. Dit raakt niet alleen aan de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente Bernheze maar ook die van waterschap “Aa en Maas”. Om hierin een goede balans te vinden dient goede samenwerking tussen Waterschap en gemeente gepaard te gaan met zorgvuldige belangenafwegingen en een heldere communicatie.

Het kan voorkomen dat in een integrale afweging tussen de openbare ruimte/planexploitatie met de omgang met hemelwater dat de gemeente moet kiezen voor een aanpak die strijdig is met de beleiduitgangspunten van het waterschap. Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-6-

Bernheze 3.1.3.

Uitgangspunten van het hemelwater beleid

Met als kader “Waterplan 2006” en “GRP 2010-2014” is het hemelwaterbeleid van de gemeente Bernheze is gebaseerd op de volgende uitgangspunten. 3.1.3.1.

Voorkomen is beter dan genezen

Schoon hemelwater schoon houden (en toevoegen aan het watersysteem) is beter dan hemelwater laten vervuilen (en te transporteren) om het vervolgens in enigerlei mate te moeten reinigen voordat het alsnog aan het watersysteem kan worden toegevoegd. Veelal wordt hierbij alleen gedacht aan het mengen van regenwater met vuil afvalwater, maar ook het vervuilen van hemelwater valt hieronder. Dit gebeurt vaak op verhard oppervlak door de toegepaste materialen of door het gebruik van het oppervlak. 3.1.3.2.

Afkoppelen is een wens, maar geen doel op zich

Het “ontvlechten” van afvloeiend hemelwater en huishoudelijk afvalwater is een middel dat ingezet kan worden om te komen tot een duurzame ontwikkeling. Het is op zichzelf geen verplichting, maar een middel dat op basis van een integrale afweging (milieu, water, volksgezondheid, ruimtelijke structuur, kosten) moet bijdragen aan de gewenste duurzaamheid. Effecten horen daarbij over een voldoende lange termijn beschouwd te worden. Dit vergt duidelijk beleid en goede kennis van zaken. 3.1.3.3.

Problemen niet verschuiven of afwentelen

Het omgaan met afvloeiend hemelwater kan op velerlei onderdelen problemen opleveren. Het is niet zinvol om met het oplossen van het ene probleem een ander even groot probleem te creëren. Net zo min is het zinvol om met het oplossen van een probleem op de ene plek op een andere plek een nieuw probleem te veroorzaken. Onzorgvuldig omgaan met hemelwater kan leiden tot het verschuiven of afwentelen van problemen, bijvoorbeeld als een afgekoppelde waterstroom leidt tot vervuiling van een kwetsbaar watersysteem of tot wateroverlast in een ander stroomgebied. Op basis van kosteneffectiviteit of op basis van een risicoanalyse is het echter mogelijk om bewust te kiezen voor afwentelen van wateropgaven. 3.1.3.4.

Maatschappelijke doelmatigheid staat centraal

De zorg voor afvloeiend hemelwater houdt nauw verband met de zorg voor oppervlaktewater, afvalwaterzuivering, bodem en grondwater. Dit betreft niet alleen taken en verantwoordelijkheden van de gemeente, maar ook van Waterschap “Aa en Maas”. Ingrepen in het samenhangende radarwerk van de waterhuishouding in bebouwd gebied moeten gebaseerd zijn op maatschappelijke doelmatigheid. De verschillende partijen moeten elkaar daarin vinden door middel van integrale beschouwingen en doelgerichte samenwerking. 3.1.3.5.

De uitzondering bevestigt de regel

Er moet in het hemelwaterbeleid een balans zijn tussen vaste regels voor “gewone” situaties enerzijds en maatwerk voor “buitengewone” situaties anderzijds. Het is contraproductief om in alle gevallen te willen vasthouden aan vaste regels, maar het is ook contraproductief om van alle gevallen uitzonderingen te willen maken. Met name de kwantitatieve aspecten van het hemelwaterbeleid kunnen vrij goed in vaste regels worden gevat, zeker voor nieuw te ontwikkelen gebieden. Voor de kwaliteitsaspecten is dat wat moeilijker, met name in bestaand gebied.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-7-

Bernheze 3.2. Vertaling voor nieuwe en bestaande gebieden 3.2.1.

Nieuwe gebieden

De komende jaren is er nieuwbouw gepland op verschillende locaties. Uitgangspunt op deze nieuwbouwlocaties is een hydrologisch neutrale invulling. Hierbij zal riolering worden aangelegd volgens de laatste stand der techniek en op de meest duurzame wijze. Er wordt van uitgegaan dat schoon hemelwater niet naar de zuivering wordt afgevoerd, maar rechtstreeks naar oppervlaktewater. Slechts in uitzonderingssituaties zal een verbeterd gescheiden of gemengd stelsel worden aangelegd. Er zal bij het ontwerp rekening worden gehouden met de stedelijke wateropgave en de effecten van klimaatverandering. Voor de invulling van de “Hydrologisch neutrale invulling” wordt aansluiting gezocht met de uitwerking hiervan door waterschap “Aa en Maas”. In voorkomende gevallen kan het wenselijk zijn (zoals bij bestaande wateroverlast) om bij de bergingsberekening ook het bestaande verharde oppervlak te betrekken. De uiteindelijke keuze wordt echter gemaakt op basis van doelmatigheid en kosteneffectiviteit. 3.2.2.

Bestaande gebieden

Het regenwater stroomt veel sneller af van verharde oppervlakken, dan wanneer het via de grond tot afstroming zou komen. Dit veroorzaakt piekafvoeren in sloten en beken, met overstromingen tot gevolg. Door (gebiedseigen) regenwater zoveel mogelijk vast te houden (onder andere door hydrologisch neutraal bouwen), worden de problemen in het bebouwd gebied niet afgewenteld naar de omgeving. Door het “bewaren” van water worden piekafvoeren gereduceerd en daarmee lager gelegen gebieden zoveel mogelijk van wateroverlast gevrijwaard. Dit “bewaren” van water kan in daarvoor geschikte gebieden door herstel van de infiltratie van hemelwater. Wanneer dit niet mogelijk is kan het water tijdelijk worden gebufferd en vertraagd worden afgevoerd. Het afkoppelen van aangesloten verhard oppervlak van de riolering biedt goede mogelijkheden om duurzaam met water om te gaan in de bebouwde omgeving, mits dit met verstand gebeurt. Afkoppelen is hierbij een middel. Het vormt eigenlijk geen doel op zich. Afkoppelen moet altijd met verstand (geen vernatting van de directe leefomgeving en kosten) en gecombineerd worden met de herinrichting en reconstructie van stedelijk gebied. Alleen dan is het financieel haalbaar. Bij het afkoppelen wordt, indien mogelijk, zoveel mogelijk aangesloten op landelijke richtlijnen voor wat betreft de mogelijkheden om typen verhard oppervlak af te koppelen.

Bij de aanleg van een nieuw rioolstelsel en bij renovatie van een bestaand stelsel wordt in alle gevallen nagegaan of het gescheiden aanleggen of respectievelijk afkoppelen van regenwater een mogelijke optie is. De uiteindelijke keuze voor afkoppelen wordt echter gemaakt op basis van doelmatigheid en kosteneffectiviteit.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-8-

Bernheze

4. Flankerend beleid 4.1. Subsidieregeling voor bewoners 4.1.1.

Inleiding

De afgelopen jaren heeft de gemeente grote inspanningen verricht om binnen de bestaande bebouwde omgeving duurzame rioleringssystemen aan te leggen. Naast de nieuwbouwwijken zoals onder meer: 1. De Hoef II in Heesch; 2. Heilaren Noord in Heeswijk-Dinther; 3. Zwarte Molen in Nistelrode; 4. Bergakkers in Vorstenbosch; 5. Molenhoeve in Loosbroek; Zijn ook de: 1. Industrieterrein Retsel (Heeswijk-Dinther); 2. Industrieterrein Kleinwijk (Nistelrode); 3. Industrieterrein Voorste en achterste Groes (Heesch); 4. Abdijstraat, Zijlstraat en Mgr. Van Oorschotstraat (Heeswijk-Dinther); 5. Nistelrodeseweg en omgeving (Heesch). voorzien van een duurzaam rioleringssysteem. De komende jaren gaat de gemeente op projectbasis verder aan de slag met het aanleggen van deze voorzieningen. Denk hierbij onder meer aan: 1. Componistenwijk in Heesch; 2. Wijen –west in Nistelrode. Momenteel is er een subsidieregeling voor afkoppelen van regenwater bij integrale projecten. Met deze regeling krijgen bewoners 100 euro als ze de voorzijde van de woning afkoppelen. Uitkering vind plaats na controle door de opzichter. Het is ook mogelijk dat de bewoners de werkzaamheden door de gemeente laten uitvoeren. Tijdens de behandeling van het GRP is aangegeven dat deze regeling verder wordt uitgewerkt. 4.1.2.

Wijze van afkoppelen

Verantwoord afkoppelen kan op twee manieren worden uitgevoerd. Bij de ene manier wordt het hemelwater vastgehouden op het eigen terrein. Voor de andere manier is het wordt aangesloten op gemeentelijke voorzieningen. 4.1.2.1.

Afkoppelen op particulier terrein:

1. Opvangen in regenton/regenzuil. De regenpijp aansluiten op een regenton. Regenwater kan worden gebruikt voor allerlei nuttige zaken zoals water voor de tuin of voor het wassen van de auto. 2. Infiltreren in de tuin Het is lokaal ook mogelijk om het water niet op te vangen, maar in de bodem te laten infiltreren. Dit kan op verschillende manieren: • Door middel van een grindbed Het regenwater kan ook infiltreren in de bodem via een grindbed in de tuin. Het regenwater kan boven- of ondergronds naar het grindbed toe stromen. • Door middel van infiltratiekratten Speciale “infiltratiekratten” worden ingegraven. Het regenwater wordt Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

-9-

Bernheze naar deze “infiltratiekrat toe geleidt. Het water zakt vervolgens langzaam weg in de bodem. • Door middel van een infiltratievijver Het water stroomt naar een infiltratievijver. Dit is gewoon een ‘gat’ zonder folie met eventueel wat grind op de bodem. Hierin kan het water langzaam in de grond wegzakken. 4.1.2.2.

Afvoeren naar gemeentelijke voorzieningen:

Er kan, als daar de mogelijkheden voor zijn, ook worden afgekoppeld naar gemeenteterrein (trottoir, wegdek). Er dienen dan wel mogelijkheden aanwezig te zijn . Zijn deze aanwezig, dan kan dit op verschillende manieren: 1. Bovengronds afvoeren over inrit naar trottoir/wegdek • •

Regenpijp aan de voorkant van het huis wordt doorgezaagd en door middel van een bochtje komt het water op de inrit terecht. Van daaruit stroomt het regenwater het trottoir op. Via een gootje wordt het water afgevoerd naar het trottoir

2. Ondergronds afvoeren naar trottoir. •

Via een regenwaterleiding wordt het regenwater naar een regenwaterriool of watergang afgevoerd

4.1.3.

Tegemoetkoming/subsidiering

Binnen de gemeente Bernheze zijn er lokaal mogelijkheden om hemelwater in de bodem te brengen (oftewel infiltratie). Deze mogelijkheden zijn echter niet overal aanwezig. Op sommige plaatsen is het is dit vanwege de grondslag en grondwaterstand niet mogelijk wat echter niet wil zeggen dat er niet afgekoppeld kan worden. Vaak zijn er mogelijkheden om hemelwater via watergangen, groenvoorziening of een regenwatersysteem af te voeren. Een globale afkoppelgeschiktheidskaart (bijlage I) is opgesteld als leidraad. Op deze kaart is per gebied de fysieke geschiktheid voor afkoppeling aangegeven. Deze kaart zal in het kader van het nog op te stellen “Afvalwaterakkoord RWZI Dinther” nader worden gedetailleerd. 4.1.3.1.

Advisering

Zoals aangegeven zijn er verschillende mogelijkheden waarop afkoppeling plaats kan vinden. De mogelijkheden worden echter sterk bepaald door omgevingsfactoren zoals: 1. De infiltratie mogelijkheden; 2. Aanwezigheid van oppervlaktewater; 3. Mogelijkheden binnen de openbare ruimte; 4. Hemelwatervoorzieningen Om bewoners zoveel mogelijk te “ontzorgen” en daarmee overlast (door verkeerde keuzes) te beperken wordt via een contactformulier op de website de mogelijkheid geboden tot het verkrijgen van een gratis advies. Dit contactformulier zal worden geplaatst op de themapagina “alles over (afval)water\afkoppelen waar ook op een publieksvriendelijke manier nadere informatie wordt verstrekt. 4.1.3.2.

Financiële tegemoetkoming

Momenteel is er een subsidieregeling voor afkoppelen van regenwater bij integrale projecten. Met deze regeling krijgen bewoners 100 euro als ze de voorzijde van de woning afkoppelen. Uitkering vind plaats na controle door de opzichter. Het is ook mogelijk dat de bewoners kunnen de werkzaamheden door de gemeente laten uitvoeren. Tijdens de uitvoering van de afkoppelprojecten in Heeswijk-Dinther is door vrijwel iedereen gekozen dat de gemeente zorg droeg voor de uitvoering van het afkoppelen (voornamelijk Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014 - 10 -

Bernheze ondergronds afkoppelen). De gemiddelde kosten bedroegen hierbij om en nabij de € 250,-(graafwerkzaamheden en kosten voor het leidingwerk). Er wordt voorgesteld om voor de periode 2011-2012 de volgende, per onderdeel niet stapelbare, regeling te hanteren: • •

•

Bij het afkoppelen en afvoeren van hemelwater naar een regenton/regenzuil (hfd 5.1.2.1 lid 1) een bijdrage ter grootte van de kosten voor een kunststof regenton, zijnde € 50,--, te vergoeden; Voor het afkoppelen en afvoeren van hemelwater gemeentelijke voorzieningen (hfd 5.1.2.2.)) is een bijdrage van € 100,-- onvoldoende gebleken. Bij de uitgevoerde projecten maakte immers vrijwel iedereen gebruik van de mogelijkheid om het afkoppelen door de gemeente te laten uitvoeren. Om bewoners toch te stimuleren regenwater af te koppelen is een grotere financiële stimulans dan voorheen noodzakelijk. Een vergoeding van € 250,-- voor het afkoppelen van de voorzijde van de woning lijkt redelijk en billijk. Als de omstandigheden het mogelijk maken (hoogste grondwaterstand lager als 1 meter minus maaiveld en een doorlatendheid van 2 meter per dag) dan is het infiltreren van hemelwater via een zogenaamd “infiltratiekratje”, grindbed of vijver een optimale oplossing (hfd 5.1.2.1). Voor het infiltreren via een dergelijke voorziening is een vergoeding van € 250,-echter te laag, er moeten immers materialen en extra graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Voor deze wijze van afkoppeling lijkt een vergoeding van € 350,-euro redelijk en billijk. Deze hogere stimulans is dit omwille van het voorkomen van afwenteling (hfd 4.1.3.3) en de extra inspanningen van de bewoner te motiveren.

Uiteraard zal uitkering van de subsidie pas geschieden na controle door de opzichter/rioolbeheerder en indiening van een ingevuld aanvraagformulier en originele facturen. De subsidieregeling is alleen van toepassing op bestaande wijken (aangelegd voor 2002). Bij wijken die na deze periode zijn aangelegd geldt immers reeds in het bestemmingsplan en bouwverordening verankerde verplichting tot afkoppelen. Begin 2013, of eerder indien noodzakelijk, zal deze regeling worden geëvalueerd. 4.2. Afkoppelverordening De Bernhezer bouwverordening bevat regels om bij bouwplannen een duurzame omgang met regenwater te verplichten. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor herbouw. De wetgever heeft met de nieuwe wet specifiek aangegeven dat de perceelseigenaar een eigen verantwoording heeft voor de verwerking van regenwater op zijn eigen terrein, mits doelmatig. Hiertoe heeft zij het mogelijk gemaakt om per verordening bewoners te verplichten om regenwater af te koppelen Door de gemeenteraad is in haar vergadering van 9 juli 2009 besloten dat een toename van verhard oppervlak aangesloten op de riolering moet worden voorkomen (standstill). Reden hiervoor was dat anders zouden de (financiële) inspanningen van gemeente en burgers om juist verhard oppervlak af te koppelen teniet worden gedaan. Om reden hiervoor heeft de gemeenteraad besloten om gebruik te maken van dit instrumentarium.

In bijlage II is een concept - verordening opgenomen. Deze modelverordening is door de VNG opgesteld en geeft het College de mogelijkheid om gebieden aan te wijzen waar verplicht hemelwater dient te worden afgekoppeld. Voorgesteld wordt om alle bedrijventerreinen en wijken met duurzaam ingerichte rioolstelsels in deze lijst op te nemen Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 11 -

Bernheze (zie hfd 4.1.1.). Het instrumentarium zal echter enkel en alleen als stok achter de deur worden gebruikt. 4.3. Onkruidbestrijding Het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen is de laatste jaren sterk afgenomen. Hoewel in het waterplan (2006) de doelstelling om in 2016 chemievrij in de openbare ruimte te beheren is opgenomen is de verwachting dat de komende jaren een verdere daling waarschijnlijk niet zal plaatsvinden. De kosten van mechanische onkruidbestrijding zijn nl. hoger als chemische bestrijden. Uit onderzoek dat in het kader van het project “Duurzame Onkruidbestrijding” (DOB) is uitgevoerd blijkt dat bij een beperkte toepassing van chemische middelen de concentraties in het afstromende regenwater in de meeste gevallen onder de gangbare normen te liggen. Binnen de gemeente Bernheze wordt op alle plaatsen met een duurzaam watersysteem via een duurzame wijze onkruid bestreden (via de zogenaamde Wave methode). In het kader van bezuinigingen kan dit beleid overigens ter discussie komen te staan. Veel bewoners blijven bestrijdingsmiddelen gebruiken, zodat deze mogelijk een belangrijke bron (gaan) vormen. Vermindering van het gebruik door bewoners is in de praktijk moeilijk afdwingbaar.

Doordat ook de rwzi bestrijdingsmiddelen maar zeer beperkt uit het water verwijdert, is er op dit punt geen verschil tussen verbeterd gescheiden stelsels en de overige systemen (bezien vanuit de totale lozing). 4.4. Calamiteitenplan Hulpdiensten moeten op de hoogte zijn van het type rioolstelsel dat aanwezig is en de consequenties die hieraan verbonden zijn. Het kan noodzakelijk zijn om een draaiboek op te stellen voor bepaalde calamiteiten, zoals brand en lekkages. Duidelijk moet zijn waar het water naar toe stroomt. De risico’s moeten in beeld worden gebracht. Bij voorkeur moet het draaiboek worden ingebed in de calamiteiten organisatie van de gemeente. Binnen het GRP zijn middelen gereserveerd om een dergelijk calamiteitenplan op te stellen. 4.5. Verbieden autowassen op straat Autowassen is een potentieel vervuilende activiteit door de gebruikte wasmiddelen en het vuil dat van de auto’s komt (remvoering, banden, olie, enz.). Op beperkte schaal zijn gegevens bekend van het water van wasstraten. Onderzoek toont aan dat dit waswater aanzienlijk vervuild is met onder andere zware metalen. Omdat het autowassen voornamelijk tijdens droog weer plaatsvindt, zal een deel van het waswater tussen de bestrating infiltreren. Welk percentage van de verontreinigingen hiermee niet tot afstroming komt, is niet bekend.

Aangezien er weinig inzicht is in de vuilemissie ten gevolge van autowassen, kan het effect van het verbieden van autowassen dan ook moeilijk worden bepaald. Met het ontwerp van duurzame hemelwatersystemen worden binnen de gemeente Bernheze zoveel mogelijk bodempassages (afstroming via grasbermen) of vergelijkbare technieken (zoals lamellen separatoren) toegepast die eventuele vervuilingen afbreken. 4.6. Bestrijding hondenpoep Hondenpoep kan een belangrijke vervuilingsbron zijn, die kan leiden tot hoge gehalten organische stoffen, microbiologische parameters en zware metalen, in het afstromende regenwater. De belasting kan niet gekwantificeerd worden. Omdat overlast door hondenpoep ook een groot maatschappelijk probleem is, is het gewenst dat er voorzieningen zijn waarin honden hun behoefte kunnen doen. Dit kunnen perken zijn, of speciale hondenuitlaat plaatsen. Hierbij moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat de verontreinigingen kunnen afspoelen naar oppervlaktewater. Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 12 -

Bernheze 4.7. Beperkte toepassing strooizout Strooizout voor de gladheidbestrijding kan een belasting vormen voor het stedelijke watersysteem. Dit is met name het geval bij de toepassing van infiltratievoorzieningen of een gescheiden rioolstelsel. Bij een verbeterd gescheiden stelsel zal het meeste regenwater en het strooizout worden afgevoerd naar de rwzi. In dat geval wordt het strooizout meestal buiten het stedelijk gebied, op groter oppervlaktewater geloosd. De ervaring is dat het strooizout niet leidt tot onacceptabele chlorideconcentraties in het oppervlaktewater. Het gedifferentieerd strooibeleid van de gemeente Bernheze (ook in afgekoppelde gebieden) is om deze reden acceptabel

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 13 -

Bernheze 5. Financiën In GRP 2010-2014 is een bedrag van € 25.000,-- gereserveerd voor het opstellen van afkoppelplannen per kern. In het concept “Afvalwaterakkoord RWZI Dinther” is als project het opstellen van een gedetailleerde afkoppelkansen kaart opgenomen. De kosten voor het opstellen van deze kaart bedragen voor de gemeente Bernheze € 5.000,--. Deze kaart vormt te samen met de vervangingsplanning van het GRP het afkoppelplan. Voorgesteld wordt om het resterend budget, zijnde € 20.000,-- voor het opstellen van de afkoppelplannen aan te wenden voor de subsidieregeling.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 14 -

Bernheze 6. Bijlage I Afkoppelgeschikheidskaart

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 15 -

Bernheze De kaart afkoppelgeschiktheid geeft een globaal beeld van de mogelijkheden om hemelwater af te koppelen van de riolering en vervolgens te infiltreren of vertraagd af te voeren. De kaart kan dus gebruikt worden als een eerste indicatie bij inventarisatie van afkoppelmogelijkheden ter laatse van bestaande bebouwing. Daarnaast kan op basis van deze kaart ook een eerst indicatie verkregen worden van de geschiktheid van uitbreidingslocaties voor het niet aankoppelen van hemelwater. Voor een definitieve beoordeling van een locatie op de geschiktheid voor afkoppelen (of niet aankoppelen) en de dimensionering van hemelwatervoorzieningen dient per uitvoeringsproject nader onderzoek uitgevoerd te worden. De infiltratiemogelijkheden zijn beoordeeld aan de hand van de volgende (regionale) gegevens: • Grondwaterstanden (kaart 4, waterplan); • Aanwezigheid van kwel (kaart 3, waterplan); • het bodemtype (op basis van de bodemkaart van Nederland blad 45O (Stiboka, 1976) en blad 45W herziene uitgave (Stiboka, 1984); • de situering van waterlopen (kaart 7, waterplan). De beoordeling van infiltratiemogelijkheden is weergegeven in tabel 1. Dit resulteert in een ruimtelijke infiltratiegeschiktheid zoals weergegeven in figuur.1. Tabel 1

Tot deze klasse wordt ook gerekend leemarm en zwak lemig fijn zand met grof zand en/of grind beginnend tussen 40 en 120 cm.

Daarnaast is gekeken naar de mogelijkheden van vertraagde afvoer. Hierbij is alleen gekeken naar de afstand (hemelsbreed) tot leggerwatergangen en schouwsloten. Hierbij is aangenomen dat bij een grotere afstand tot de watergang de geschiktheid voor afkoppelen afneemt (zie tabel 2 en figuur 2). Tabel 2 Beoordeling geschiktheid voor berging met vertraagde afvoer

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 16 -

Bernheze

Figuur 1 Infiltratie geschiktheid

Figuur 2 Geschiktheid voor berging met vertraagde afvoer De afkoppelgeschiktheid is vastgesteld door de geschiktheid voor infiltratie en vertraagde afvoer te combineren, waarbij de hoogste waardering bepalend is (zie tabel 3). Indien de geschiktheid voor vertraagde afvoer hoger is dan de geschiktheid voor infiltratie is dit op de kaart aangegeven als ‘afkoppelgeschiktheid op basis van vertraagde afvoer’. Is de geschiktheid voor infiltratie gelijk aan of hoger dan de geschiktheid voor vertraagde afvoer dan is dit aangegeven als ‘afkoppelgeschiktheid op basis van infiltratie’.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 17 -

Bernheze Tabel 3 Bepaling afkoppelgeschiktheid

Grijs gekleurde cel: Afkoppelgeschiktheid op basis van vertraagde afvoer is hoger dan de afkoppelgeschiktheid op basis van infiltratie. Op de kaart is dit weergegeven met de pasteltinten.

De bodemkaart en GHG-kaart bevatten in de (oude) kernen geen gegevens. Om voor de bebouwde kom toch een afweging voor infitratiegeschiktheid af te kunnen leiden is door het toepassen van een globale interpolatie van de bodemkaart en de grondwaterstanden ook voor de kernen de geschiktheid geschat. De bodemkaart en de GHG-kaart zijn geïnterpoleerd op basis van expert-judgement, ondersteund door de maaiveldhoogtekaart en grondwaterstanden gemeten in lokale peilbuizen. Daarnaast is gekeken naar de gebieden binnen de bebouwde kom, waar drainage ligt of grondwateroverlast wordt ondervonden. Deze gebieden worden beschouwd als slecht geschikt voor infiltratie.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 18 -

Bernheze 7. Bijlage II – “Hemelwaterverordening”

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 19 -

Bernheze VNG Modelverordening afvoer hemelwater en grondwater De raad der gemeente Bernheze Gezien het voorstel van het college; gezien het advies van .....; gelet op artikel 10.32a van de Wet milieubeheer; overwegende dat de Wet milieubeheer de bevoegdheid biedt bij verordening regels te stellen over het brengen van afvloeiend hemelwater of grondwater op of in de bodem of in een rioolvoorziening en over het beëindigen van het lozen van afvloeiend hemelwater en grondwater in een rioolvoorziening voor afvalwater; overwegende dat het gewenst is gebruik te maken van de mogelijkheid het afvloeiend hemelwater en het grondwater in een bepaald gebied vanaf een vooraf te bepalen datum niet meer te doen afvloeien in een openbaar vuilwaterriool. besluit vast te stellen Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a.

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. b. beheerder van het openbaar riool: het college. Artikel 2 Plicht tot afkoppelen 1. De beheerder van het openbaar riool kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verboden is een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op het openbaar vuilwaterriool. Eenzelfde gebiedsaanwijzing kan door genoemde beheerder worden gedaan ten aanzien van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen. 2. De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt. 3. De gebiedsaanwijzing heeft geen betrekking op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer en op de openbare weg. 4. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. 5. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de........week na de dag waarop zij bekend is gemaakt. 6.

De beheerder kan ontheffing verlenen van de verplichting tot afkoppelen die voortvloeit uit de gebiedsaanwijzing, indien van de eigenaar van het bouwwerk, open erf of terrein redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van het hemelwater kan worden gevergd. 7. Op de voorbereiding van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 3 Strafbepaling Overtreding van het krachtens artikel 2 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 20 -

Bernheze

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 21 -

Bernheze Artikel 4 Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen of groep van personen. Artikel 5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op .... Artikel 6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van.............. (datum). De voorzitter,

De griffier,

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 22 -

Bernheze Toelichting Algemeen Met de inwerkingtreding van de Wet Gemeentelijke Watertaken per 1 januari 2008 is o.a. de Wet milieubeheer gewijzigd. In artikel 10.32a van de Wet milieubeheer is opgenomen dat gemeenteraden een nieuwe bevoegdheid hebben en in het belang van de bescherming van het milieu bij verordening regels kunnen stellen aan het lozen van afvalwater op de riolering. Hiermee hebben gemeenten een nieuw instrument gekregen om de gemeentelijke watertaken (zorgplichten) vorm te geven. De wet geeft een bevoegdheid. Dit betekent dat gemeenten niet verplicht zijn een verordening voor het lozen van afvalwater op de riolering te hebben. Het rioleringsbeleid is neergelegd in het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Over de riolering en de aansluiting van bouwwerken op de openbare riolering staan voorschriften in het Bouwbesluit 2003 (BB) en de (Model-)bouwverordening (MBV). De onderhavige verordening is aanvullend en komt niet in strijd met plichten die elders zijn vastgelegd. Bij strijd zou de hogere regeling - het Bouwbesluit - voorgaan. Situatie I: Nieuwbouw in een bestaand bebouwd gebied waar een gebiedsaanwijzing geldt (art. 2 van deze verordening). Voor nieuwbouw bestaat niet de plicht - wel een kunnen - om de afvoer van hemelwater aan te sluiten op de openbare riolering (art. 3.43, lid 2 BB).

Zodra een aanwijzingsbesluit geldt met de bepaling dat het riool uitsluitend is bestemd voor afvalwater en fecaliën waarop geen hemelwater mag worden geloosd, is het 'kunnen' feitelijk niet meer aanwezig. De wijze waarop het hemelwater wordt afgevoerd dient te voldoen aan het doelvoorschrift van art. 3.41, lid 1 BB: een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen. In art. 2.7.4 MBV is dit verwerkt met alternatieven voor gemengd en gescheiden rioolstelsel. Situatie II: Bestaande bouw is aangesloten op het openbaar gemengd rioolstelsel in een gebied waar een gebiedsaanwijzing geldt (art.2 van deze verordening). Voor de bestaande bouw geldt enkel een plicht de aansluiting aan het riool aanwezig te hebben en te houden voor de afvoer van afvalwater en fecaliën (art. 3.36 BB). Een plicht tot het afkoppelen van het hemelwater als bedoeld in deze verordening komt hiermee niet in strijd. De wijze waarop het hemelwater wordt afgevoerd nadat dit is afgekoppeld, dient te voldoen aan het doelvoorschrift van art. 3.36, lid 1 BB: een voor de gezondheid nadelige situatie wordt voorkomen. Art. 5.3.4 MBV verwijst naar art. 3.36 BB en is enkel van toepassing op de daarin verplicht gestelde voorzieningen.

Artikel 1 Begripsbepalingen Bouwwerk Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer niet, de VNG houdt in de model bouwverordening (MBV) een in de jurisprudentie aanvaarde definitie aan: bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 23 -

Bernheze Deze omschrijving is in deze verordening overgenomen. De plicht een bouwwerk aan te sluiten aan het openbaar riool staat in de MBV (art. 2.7.4 en 5.3.4). Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk: 1) constructie, 2) van enige omvang, 3) met de grond verbonden, 4) bedoeld om ter plaatse te functioneren, wordt bepaald op een object een bouwwerk is of niet. Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide jurisprudentie, het is niet zonder meer duidelijk wanneer aan de vier voorwaarden wordt voldaan om tot de conclusie te komen dat een object een bouwwerk is. Een uitgebreide opsomming van jurisprudentie kunt u vinden in de toelichting op de Model-bouwverordening van de 'Standaardregelingen in de bouw' (Sdu uitgevers bv, Den Haag). - beheerder openbaar riool De in artikel 2 genoemde beheerder van het openbaar riool is het college van burgemeester en wethouders. Een begripsbepaling voor open erf en terrein is niet opgenomen. Met het besluit tot gebiedsaanwijzing en de bijbehorende kaart heeft het college voldoende mogelijkheden om open erven en terreinen al dan niet onder de werking van het besluit en daarmee de plicht tot afkoppelen te brengen.

Artikel 2 Plicht tot afkoppelen Inleiding Dit artikel biedt de mogelijkheid om een eigenaar van een bouwwerk, die niet uit vrije wil meewerkt aan de uitvoering van een rioleringsplan, te dwingen de hemelwaterafvoer los te koppelen van het vuilwaterriool. Een dergelijke verplichting voor bestaande bouwwerken is enkel mogelijk indien een andere wijze van afvoeren of verwerken van hemelwater redelijk is. Een afweging tussen de kosten van het afkoppelen en het treffen van voorzieningen die daarmee verband houden in relatie tot de voordelen *die hiervan worden verwacht (o.a. het milieurendement en mogelijke reductie van wateroverlast) en de relatie met de ouderdom van het bouwwerk waarin of waaraan de voorzieningen worden getroffen, dient plaats te vinden en inzichtelijk te worden gemaakt bij het effectief maken van de bedoelde verplichting. Voor grondwater dat vrijkomt bij drainage, oppompen of andere vormen van onttrekkingen of ontwateren geldt een gelijke situatie. Ook hier kan het wenselijk zijn dat het water op een andere wijze wordt afgevoerd dan via het vuilwaterriool. Het artikel werkt pas nadat met betrekking tot de riolering in een bepaalde kern, buurt, wijk of straat een situatie is ingetreden, waardoor het naar het oordeel van de beheerder van het rioleringsstelsel nodig wordt het loskoppelen en het op andere wijze afvoeren van het hemelwater te verlangen.

Meestal zal dit zijn na een renovatie, groot onderhoud, geheel vernieuwen van het rioolstelsel, waarbij hetzij een gemengd stelsel wordt vervangen door een gescheiden rioolstelsel, hetzij een mogelijkheid bestaat af te voeren op andere wijze. Het is echter ook mogelijk het afkoppelen op te leggen zonder renovatie of aanleg van een gescheiden openbaar rioolstelsel, bijvoorbeeld in geval van wateroverlast als gevolg van een beperkte capaciteit van de riolering. Het kunnen beschikken over dit nieuwe artikel is van belang voor het handhaven van de plicht tot

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 24 -

Bernheze afkoppelen bij huishoudens. De gemeenteraad is verplicht een gemeentelijk rioleringsplan (GRP) vast te stellen ingevolge artikel 4.22 Wet milieubeheer. Dit plan bevat beleid en normering voor het rioleringsstelsel in de gemeente en geeft aan wanneer vernieuwing en onderhoud plaatsvindt. Daarnaast zal de gemeente uiterlijk voor eind 2012 de zorgplichten voor het afvalwater, hemelwater en grondwater in het (verbreed) GRP moeten hebben geformuleerd. De basis voor de verplichting tot afkoppeling - inclusief de afweging van de redelijkheid en de kosten - ligt in het GRP. Indien het GRP geen beleidsvoornemen bevat over het afkoppelen, kan dit artikel niet worden toegepast. Redelijkheid Art. 10.32a, tweede lid Wet milieubeheer luidt: Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruikgemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd. Dit legt een beperking op aan de toepassing van de bevoegdheid uit art. 5.3.4A, en geeft een plicht tot een motivering over de redelijkheid van het opleggen of althans het effectueren van de verplichting. De redelijkheid tot het invoeren van een plicht tot afkoppelen in een bepaald gebied wordt overwogen en gemotiveerd bij het opstellen van het GRP.

Daarnaast is voor gevallen waarin de plicht onredelijk uitwerkt een mogelijkheid tot ontheffing opgenomen. Ontluchtinq De ontluchting van het rioleringsstelsel verdient bijzondere aandacht. Gebruikelijk is de ontluchting van de riolering te doen plaatsvinden via een bovendakse uitmonding. Er kunnen zich situaties voordoen dat het afkoppelen van de hemelwaterafvoer leidt tot het niet of minder effectief ontluchten. Indien valt te voorzien dat ontluchtingsproblemen ontstaan in het hoofdriool ten gevolge van het afkoppelen en er geen goede oplossing beschikbaar is dan wel deze onevenredig hoge kosten veroorzaakt, is de gebiedsaanwijzing niet mogelijk. In het GRP dient aandacht te worden besteed aan deze problematiek. Lid 1 Het eerste lid geeft de plicht tot afkoppelen van de hemelwaterafvoerleiding van het openbaar vuilwaterriool of voorzover nog geen aansluiting aan het openbaar vuilwaterriool bestaat, deze niet aan te brengen. Het gaat hier zowel om de afvoerleidingen die direct zijn aangesloten op het openbaar vuilwaterriool alsmede leidingen die op het perceel of binnen de woning/het gebouw zijn aangesloten op een gemengde leiding die op het openbaar vuilwaterriool is aangesloten.

De plicht tot afkoppelen geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze zijn gelegen binnen de gebiedsaanwijzing en het desbetreffende besluit geen uitzondering bevat. Eenzelfde situatie geldt voor het grondwater. Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Dit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbaar riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan. De beheerder van het openbaar vuilwaterriool is de gemeente, vertegenwoordigd door het college. De plicht tot afkoppelen is niet beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook open erf of terrein Bedoeld is zowel het afvloeiend hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en via een dakgoot, regenpijp, afvoerbuis enz. het openbaar vuilwaterriool bereikt als het afvloeiend

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 25 -

Bernheze hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via goten, putten, afvoerbuis enz. het openbaar vuilwaterriool bereikt te omvatten. Een open erf of terrein waarin goten en putten zijn aangebracht is onder meer een terras, een oprit, een parkeerterrein, een laad- en losperron. Het is mogelijk in de gebiedsaanwijzing een onderscheid te maken in het afkoppelen van de aansluiting die zich bevindt aan de voorkant (wegzijde) van het bouwwerk en de achterkant. Dit is een gevolg van het redelijkheidscriterium uit het tweede lid van art. 10.32a Wm. Dit zal meestal voor een hele straat of een rij woningen hetzelfde zijn. Lid 2 Evenals bij de eerste aansluiting aan het riool (art. 2.7.4 Model Bouwverordening) is ook in dit artikel opgenomen dat door of vanwege de beheerder de wijze van (technisch) aansluiten wordt aangegeven. Ten aanzien van het afkoppelen kan eveneens worden aangegeven op welke wijze dit (technisch) moet gebeuren. Indien na het afkoppelen de hemelwaterafvoerleiding moet worden aangesloten aan het openbaar schoonwaterriool, biedt de bouwverordening de mogelijkheid aan te geven op welke wijze deze aansluiting (technisch) moet plaatsvinden. Lid 3 Aan een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer kunnen via de milieuvergunning of de direct werkende (maatwerk)voorschriften eisen worden gesteld.

Deze kunnen betrekking hebben op het afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het vuilwaterriool. Daarom zijn deze inrichtingen uitgezonderd van de gebiedsaanwijzing over het afkoppelen. Bedrijven, werkplaatsen, scholen, winkels enz die niet vallen onder de Wm, vallen wel onder de verplichting van dit artikel. Dit betekent dat ook scholen, buurthuizen e.d.. onder de verordening vallen, waardoor eventuele kosten van het afkoppelen voor de gemeenten zelf zijn. Een redelijke uitvoering van dit artikel brengt met zich mee, dat in het geval woningen en bedrijven onder één dak zijn gelegen en een gezamenlijke hemelwaterafvoer bezitten, het besluit omtrent de gebiedsaanzijzing betrekking heeft op het hele bouwwerk en op alle (deel-/appartements-) eigenaren. De openbare weg waarin zich normaliter goten en putten voor de afvoer van hemelwater bevinden, is uitgesloten van de plicht tot afkoppelen. Dit komt pas aan de orde wanneer de riolering in de straat wordt gesplitst in een vuilwaterriool en een schoonwaterriool. Indien aan de voorzijde van een bouwwerk het hemelwater wordt afgekoppeld van het vuilwaterriool en niet afzonderlijk wordt opgevangen of afgevoerd, komt dit vanzelf op de straat en vandaar in het vuilwaterriool. Dan heeft afkoppelen geen zin.

Bij het vaststellen van de verordening kan een gemeenteraad besluiten de uitzondering in dit artikellid voor inrichtingen Wet milieubeheer weg te laten. Het gevolg hiervan is dat in een gebied waarvoor een gebiedsaanwijzing geldt als bedoeld in het eerste lid de plicht tot afkopppelen eveneens geldt voor bedrijven. Lid 4 In het vierde lid is een relatie gelegd met het gemeentelijk rioleringsplan. Dit plan bezit een wettelijke basis en is in elke gemeente aanwezig, omdat de Wet milieubeheer dit in artikel 4.22 verplicht stelt. Andere plannen, waarin mogelijk ook beleidsvoornemens staan over de riolering, hebben niet deze status, tenzij deze zijn vastgesteld door de gemeenteraad als onderdeel van het gemeentelijk rioleringsplan.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 26 -

Bernheze Lid 5 Artikel 10.32a Wm geeft aan dat de termijn waarbinnen de lozing van het hemelwater moet zijn beëindigd in de verordening wordt genoemd. Hieraan is in het derde lid voldaan. De nog in te vullen termijn dient voldoende ruimte te laten voor de eventuele bezwaarfase tegen de gebiedsaanwijzing en dient voldoende ruimte te laten voor de aannemer om planmatig in het bedoelde gebied - na verkregen opdracht van de individuele eigenaren - de werkzaamheden te kunnen verrichten. Lid 6 Er is behoefte aan een ontheffing die kan worden toegepast in uitzonderingssituaties waarin toepassing van gebiedsaanwijzing een bijzondere onbillijkheid met zich brengt die niet behoort tot de normaal beoogde gevolgen van het de gebiedsaanwijzing. Enig nadeel is aanvaardbaar. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer een uitstel van de plicht tot afkoppelen en op het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening. Lid 7 De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb, is van toepassing verklaard. De voorbereiding van een besluit duurt iets langer. Daar staat tegenover dat de bezwaarschriftenfase na het nemen van het besluit vervalt. Artikel 3 Strafbepaling De Wet milieubeheer kent geen strafbepaling voor overtreding van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a.

Deze wet bevat een uitgebreid systeem van bestuurlijke boete, maar dit is niet gekoppeld aan art.10.32a. Daarom is in deze verordening een zelfstandige strafbepaling opgenomen, gekoppeld aan de geldboetecategorieën van art. 23 Wetboek van Strafrecht. Gekozen is voor de geldboete van de tweede categorie als bedoeld in art. 23 Wetboek van Strafrecht. Momenteel bedraagt de geldboete van de tweede categorie max € 2250,- (voor een rechtspersoon 4500,-) Voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen geldt altijd de mogelijkheid van dwangsom en bestuursdwang. De dwangsom komt voor dit type overtreding het eerst in aanmerking. Artikel 4 Toezicht op de naleving In artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aangegeven dat onder toezichthouder wordt verstaan: een natuurlijk persoon, die bij of krachtens een wettelijk voorschrift is belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift. Een persoon die aangewezen is als toezichthouder beschikt in beginsel over alle in afdeling 5.2 van de Awb opgenomen bevoegdheden. Op grond van artikel 5:14 van de Awb kunnen deze bevoegdheden bij verordening of bij besluit van het college worden beperkt. In dit verband is tevens artikel 5:16a van de Awb van belang.

Hierin staat beschreven dat een toezichthouder bevoegd is van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Het college wijst in de regel een gemeentelijke afdeling of dienst aan waarvan de ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van de verordening. Voorts kan het college (in termen van de komende Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: bevoegd gezag) ambtenaren aanwijzen van andere afdelingen of diensten.

Gebaseerd op Waterplan en GRP 2010-2014

- 27 -

Gemeente Bernheze

Aanwijzing betekent niet dat zij tevens opsporingbevoegd zijn. Een bepaling over buitengewone opsporingsambtenaren is overbodig en in strijd met Aanwijzing 92 van de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Immers, in artikel 142, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, is onder meer bepaald dat met de opsporing van strafbare feiten als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn belast de personen die bij verordeningen zijn belast met het toezicht op de naleving daarvan, een en ander voor zover het die feiten betreft en de personen zijn beëdigd. Aangezien buitengewone opsporingsambtenaren hun aanwijzing aan het Wetboek van Strafvordering ontlenen, is een nadere regeling niet nodig. De aanwijzing als toezichthouder is de grondslag voor de aanwijzing als buitengewoon opsporingsambtenaar. De opsporingsbevoegdheid van de buitengewone opsporingsambtenaren beperkt zich tot die zaken waarvoor zij toezichthouder zijn. Zij dienen op grond van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar aan eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid te voldoen en te zijn beëdigd door de procureur-generaal. Artikel 5 Inwerkingtreding De inwerkingtreding van de verordening is in beginsel acht dagen na de bekendmaking; zie artikel 142 van de Gemeentewet.

De gemeenteraad kan een ander tijdstip van inwerkingtreding in de verordening vaststellen of burgemeester en wethouders in de verordening de bevoegdheid geven om de inwerkingtreding van de verordening op een nader tijdstip te bepalen. Artikel 6 Citeertitel De tekst van artikel 10.32a Wet milieubeheer geeft de verordening geen naam. De naamgeving staat dus vrij. De naam waterverordening lijkt minder geschikt, omdat in sommige provincies een waterverordening - met geheel andere inhoud - bestaat. De naam Verordening op de afvoer van hemelwater en grondwater geeft het beste aan waarover de verordening gaat. Overgangsrecht Overgangsrecht is niet nodig, omdat niet eerder en dergelijke verplichting tot het afkoppelen bestond. In gemeenten waar dit wel het geval is, kan bij het nemen van een gebiedsaanwijzing ingevolge art. 2 van deze verordening (= een besluit van algemene strekking) hiermee rekening worden gehouden. De gebiedsaanwijzing betreft dan niet die gebieden, bouwwerken, erven en terreinen waarvoor eerder een soortgelijke verplichting is gegeven.

Gebaseerd op Gemeentelijk Rioleringsplan 2010-2014

1

____________________________________________________________________________ Hemelwaterbeleid gemeente Bernheze

2

8. Bijlage III – Beleidskader Waterschap “Aa en Maas”

____________________________________________________________________________ Hemelwaterbeleid gemeente Bernheze

Bijlage 3

Gegevens verkennend waterbodem-, bodem- en asbestonderzoek (21KL062)

ld

49

47

51

30

35

32

37

14

28

33

41

Hopveld

La

rie s

43

45

tra a

t

53

19

10

31

Hopve

F19

21

34

39

13 15

1 302 F11 F3 F1 F2

17

F25

F22 404 406 405 F21 F23 F12

304

paardenstal vml. asbestdak F14 204

werkplaats

105

201 203 202

2

S002 106

paarden

19

F1

stal

dakgoot

F15 F17 F16

S004

107

11

sloot

102

dakgoot

108

peilbuis

S005 S006

F18

21

101 vml. manege

ondiepe boring

S007

111

112

Legenda

20

S003

F3

diepe boring

S008

boring waterbodem

S009

110

S010

22

109

inspectiegat

23

104

x

113 10

114

103

deellocatie

4

115

25

contouren geplande bebouwing

24 F6

6

5

F7

26

asbest maaiveld onderzoekslocatie

12

Veldstraat

S001

dakgoot

303

18

F24 x x 403

301

3

Veldstraat

F8

9

34a

ijzeren schuur 401 402

afdak

F9

F10

F26

36

kapschuur

dakgoot F20

36a

16

F1

foto met nummer

27 F5 F4

28 29 8

30 6

0m

31

5m

7

25 m

formaat:

schaal:

1 : 1.000

32

datum:

RJW

17-03-2021

33 Herpsters teeg

A3 getekend:

Bodemonderzoek

bijlage:

8 project:

projectnummer:

Kamersche Hoef te Heeswijk Dinther Overzicht posities monsternamepunten

21KL062

001

01

gras, m aaiveld

0 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

03

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, edelm an

04

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, crem e, ow: geen, edelm an

50

150

0 1

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50 2

-100

150

gras, m aaiveld

0

-50

100

003

01 0

100

-100 3

-150

150

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

150 4

200

200

-200

klei, m at ig zandig, neut raal grijs, ow: geen, edelm an 250

250

-250

250

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 5 -0 2 -2 0 2 1 boorm eest er J. A. Post

002

01

250

t ype dat um boorm eest er x y

gras, m aaiveld

0

004

0 1

01

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

2

3 -150

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, ow: geen, zuigerboor handm at ig

150

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

03

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, edelm an

04

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, crem e, ow: geen, edelm an

-50

250

-100

150

-200

klei, zwak zandig, neut raal grijs, ow: geen, zuigerboor handm at ig

t ype dat um boorm eest er x y

01

100

150

200

250

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

50

100

4

gras, m aaiveld

0

50

150

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 2 -2 0 2 1 A. Re it 1 6 0 3 4 8 .1 9 4 0 7 3 5 4 .3 8

-150

200 -250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 2 -2 0 2 1 A. Re it 1 6 0 3 3 4 .2 0 4 0 7 3 9 9 .6 6

250

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Ka m e r sch e H oe f t e H e e sw ijk D in t h e r 2 1 KL0 6 2 N EN 5 1 0 4

250

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 5 -0 2 -2 0 2 1 boorm eest er J. A. Post

-250

005

01

gras, m aaiveld

0 01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

03

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, edelm an

04

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, crem e, ow: geen, edelm an

50

150

-150

150

02

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, ow: geen, edelm an

03

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, geel, ow: geen, edelm an

04

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, crem e, ow: geen, edelm an

-50

-100

150

-150

200

250

-250

250

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 5 -0 2 -2 0 2 1 boorm eest er J. A. Post

250

t ype dat um boorm eest er x y

006

01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

100

200

250

0 01

50

-100

150

gras, m aaiveld

0

-50

100

007

01 0

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 2 -2 0 2 1 J. A. Post 1 6 0 1 9 7 .9 4 4 0 7 4 3 0 .1 9

gras, m aaiveld

0

008

0 1

01

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal zwart , ow: geen, edelm an

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4e0f6864-7afd-4d65-997b-4511deaac3f2