CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Kamersche Hoef Heeswijk-Dinther - TOE Archeologisch proefsleuvenonderzoek

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kamersche Hoef, Heeswijk-Dinther19.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

16

Joosten 2004.

17 Hörter 1994.

14377.017 versie 2

4 / 14

Middeleeuwen (1100-1400 na Chr.). Vindplaats 3 bestaat uit een concentratie kuilen, paalkuilen en kleine greppels waarin aardewerk uit de Middeleeuwen is aangetroffen. Deze vindplaats wordt gedateerd tussen 1100 en 1350 na Chr. Tussen vindplaatsen 1 en 3, in het midden van het plangebied, bevindt zich Vindplaats 2. Deze vindplaats bestaat uit kleine concentraties (paal)kuilen. De vindplaats is op basis van de huidige resultaten niet nader te dateren. Vermoedelijk gaat het hier om nederzettingssporen uit de IJzertijd en de Middeleeuwen, die in verband staan met de nederzettingsresten van vindplaatsen 1 en 3. De laatste vindplaats, Vindplaats 4, bestaat uit meerdere greppels die verspreid over de proefsleuven in het zuidelijke deel van het plangebied zijn aangetroffen. Deze sporen zijn op basis van de ligging en de gegevens uit de historische kaarten ouder dan 1900, maar vermoedelijk jonger dan de aangetroffen nederzettingssporen uit de 12e tot 14e eeuw. Alle vindplaatsen zijn aangetroffen in het zuidelijke deel van het plangebied. In het noordelijke deel, ter hoogte van werkputten 6 en 7, zijn geen relevante archeologische sporen aangetroffen. De aangetroffen verstoringen in deze werkputten hangen vermoedelijk samen met het voormalige gebruik van het perceel als varkensboerderij en met de sloop van de voormalige varkensstallen.

14377.017 versie 2

5 / 14

6

WAARDERING, CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES

6.1 Waardering De resultaten van het veldwerk vormen de basis voor de waardering van de vindplaats. De waardering moet vervolgens leiden tot een aanbeveling ten aanzien van het vervolgtraject. De waardering wordt vastgesteld volgens de door de KNA voorgeschreven wijze aan de hand van de volgende aspecten: beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit. Beleving De ele i g a de i dplaats alt uitee i t ee riteria s hoo heid e ele i gs aarde . Bij eide gaat het vooral om zichtbare monumenten. Schoonheid is de esthetische-landschappelijke waarde van een archeologisch monument, die in de zichtbaarheid van het monument tot uiting komt. Deze waarde is gebaseerd op de zichtbaarheid vanaf het maaiveld als landschapselement, vorm en structuur en relatie met de omgeving. Herinneringswaarde is de herinnering die het archeologisch monument oproept over het verleden. Deze waarde is gebaseerd op verbondenheid met feitelijke historische gebeurtenissen en associatie met toegeschreven kwaliteit of betekenis. Fysieke kwaliteit De fysieke kwaliteit van de vindplaats is gebaseerd op de criteria gaafheid en conservering. De gaafheid is de mate van niet-verstoord zijn en stabiliteit van de fysieke omgeving. De conservering geeft de mate waarin archeologisch vondstmateriaal bewaard is gebleven aan. Bij vijf of meer punten is een vindplaats behoudenswaardig.

Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder) wordt er naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of de vindplaats toch behoudenswaardig is. Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit wordt uitgedrukt in waarden voor zeldzaamheid, informatie, ensemble en representativiteit. Zeldzaamheid is de mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied. Informatiewaarde is de betekenis van een monument als bron van kennis over het verleden. De ensemblewaarde (of contextwaarde) is de meerwaarde die aan een monument wordt toegekend, op grond van de mate waarin sprake is van een archeologische en landschappelijke context. De representativiteit is tenslotte de mate waarin een bepaald type monument karakteristiek is voor een periode dan wel een gebied voorkomt. Eerst wordt er een afweging gemaakt op basis van de drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van zeven of meer punten is de vindplaats behoudenswaardig. Bij een lagere score wordt nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. De beoordeling is: drie punten voor hoge, twee punten voor middelhoge en één punt voor lage kwaliteit. Voor het plangebied is de scoretabel (tabel 6.1) als volgt ingevuld:

14377.017 versie 2

6 / 14

Tabel 6.1. Scoretabel waardestelling van het plangebied Waarden

Beleving

Fysieke kwaliteit

Inhoudelijke kwaliteit

Criteria

Scores Vindplaats 1

Vindplaats 2

Vindplaats 3

Vindplaats 4

Schoonheid

-

-

-

-

Herinneringswaarde

-

-

-

-

Gaafheid

3

3

3

3

Conservering

3

3

3

3

Zeldzaamheid

3

3

3

1

Informatiewaarde

3

3

3

2

Ensemblewaarde

2

2

2

1

Representativiteit

Vindplaatsen 1, 2 en 3: Deze vindplaatsen betreffen sporen van bewoning, gedateerd in de IJzertijd en Late Middeleeuwen, aangetroffen in werkputten 22 en 24 (vindplaats 1), werkputten 10 en 15 t/m 18 (vindplaats 2) en werkputten 3, 4, 8 en 9 (vindplaats 3). De sporen waren goed zichtbaar in het dekzand en in de werkputten waarin de sporen zijn aangetroffen waren zeer weinig recente verstoringen aanwezig. De gaafheid krijgt een hoge score. De vondsten uit de (paal)kuilen waren gefragmenteerd, maar goed geconserveerd, waardoor de conservering ook hoog scoort. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen vindplaatsen bekend uit de IJzertijd of Late Middeleeuwen, waardoor de vindplaatsen hoog scoren voor zeldzaamheid en middelhoog voor ensemblewaarde. De informatie die gewonnen kan worden uit deze vindplaatsen is hoog. De fysieke kwaliteit van vindplaatsen 1, 2 en 3 bedraagt 6 punten. De inhoudelijke kwaliteit van de drie vindplaatsen bedraagt 8 punten. Op basis van deze scores wordt gesproken van een behoudenswaardige vindplaats. Vindplaats 4: Deze vindplaats betreft de greppels aangetroffen in het zuidelijke deel van het plangebied, voorlopig gedateerd in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De sporen waren goed zichtbaar in het vlak en scoren daarom hoog voor gaafheid.

De vindplaats scoort hoog voor conservering, aangezien de aangetroffen vondsten gefragmenteerd waren, maar wel goed geconserveerd. De zeldzaamheid krijgt een lage score. De vindplaats maakt onderdeel uit van het landgebruik en de ontwikkeling van Heeswijk-Dinther in de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd en scoort daarom middelhoog voor ensemblewaarde en laag voor informatiewaarde. De totale score voor fysieke kwaliteit is zes en voor inhoudelijke kwaliteit vier. Met dit aantal punten is de vindplaats niet behoudenswaardig.

14377.017 versie 2

7 / 14

7

CONCLUSIE EN ADVIES

Tijdens het proefsleuvenonderzoek in het plangebied aan de Herpersteeg - Hopveld e.o. te Heeswijk-Dinther zijn 24 proefsleuven aangelegd met een gezamenlijk oppervlakte van circa 2.425 m 2. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn sporen aangetroffen die dateren uit de IJzertijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het betreft nederzettingsresten in de vorm van kuilen en paalkuilen uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen, circa 1100 tot 1400 na Chr. (vindplaatsen 1, 2 en 3) met daartussen greppels uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd (vindplaats 4). In het noorden van het plangebied zijn enkel recente verstoringen aangetroffen. Uit de waardering op de door de KNA voorgeschreven wijze blijkt dat vindplaatsen 1, 2 en 3 behoudenswaardig zijn. Vindplaats 4 is als niet behoudenswaardig gewaardeerd. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in het zuiden van het plangebied behoudenswaardige sporen uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen aangetroffen. Econsultancy adviseert daarom om binnen het plangebied een opgraving uit te voeren. Dit beperkt zich tot het zuidelijke deel van het plangebied, ter hoogte van vindplaatsen 1, 2 en 3 (Figuur 7.1). De begrenzing van de vindplaatsen zal worden vastgesteld tijdens het vervolgonderzoek op basis van strategisch geprojecteerde werkputten.

In figuur 7.2 zijn de resultaten van het proefsleuvenonderzoek, en het advies voor het vervolgonderzoek, ten opzichte van het huidige planontwerp weergegeven. In het noordelijke deel van het plangebied (werkputten 6 en 7) en ter hoogte van werkput 1 in het oosten van het zuidelijke deel bleek het vlak recent verstoord en zijn dan ook geen archeologisch relevante sporen aangetroffen. Econsultancy adviseert om dit deel van het plangebied vrij te geven voor de toekomstige werkzaamheden. Als het plangebied of delen daarvan nu of in de toekomst door de gemeente Bernheze wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Bernheze op de hoogte te stellen.

14377.017 versie 2

8 / 14

Figuur 7.1. Selectieadvies

14377.017 versie 2

9 / 14

Figuur 7.2. Resultaten proefsleuvenonderzoek geprojecteerd op het planontwerp

14377.017 versie 2

10 / 14

8

BEANTWOORDING VAN DE ONDERZOEKSVRAGEN

In paragraaf 3.3 zijn de onderzoeksvragen gesteld waarop het proefsleuvenonderzoek antwoord zou moeten geven. In dit hoofdstuk zal getracht worden dat te realiseren. Algemeen 1. Zijn er archeologische resten in de bodem aanwezig? 2. Zo ja, wat is de aard, omvang, ouderdom, herkomst, kwaliteit en locatie van de archeologische resten (horizontaal en verticaal)? Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn 24 proefsleuven aangelegd met een gezamenlijk oppervlakte van circa 2.425 m2. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn sporen aangetroffen die dateren uit de IJzertijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het betreft nederzettingsresten in de vorm van kuilen en paalkuilen uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen (vindplaatsen 1, 2 en 3), met daartussen greppels uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd (vindplaats 4). In het noorden van het plangebied zijn enkel recente verstoringen aangetroffen. 3.

Hebben de archeologische waarden een relatie met uit de omgeving bekende archeologische of historische locaties en welke is dat? In de directe omgeving van het plangebied zijn geen archeologische vindplaatsen bekend uit de IJzertijd of Late Middeleeuwen. Een deel van de greppels uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd lijkt wel overeen te komen met de percelering op de kadastrale minuut uit 1811-1832. Deze perceelsgreppels zijn op de historische kaarten na 1899 niet meer te zien, waardoor wordt vermoedt dat de greppels in de loop van de 19e eeuw zijn gedempt.

4.

Welke gegevens over de aangetroffen vindplaatsen kunnen de archeologische kennis van de regio en Bernheze aanscherpen? Omdat er in de directe omgeving van het plangebied geen vindplaatsen uit de IJzertijd of Late Middeleeuwen bekend zijn, kunnen de aangetroffen vindplaatsen de archeologische kennis van de regio en van Bernheze in deze periodes aanscherpen. De vindplaatsen kunnen inzicht geven in de bewoning van de regio in deze periode, zoals het type nederzettingen, de soort woningen, de materiële cultuur en mogelijk over de watervoorziening.

5.

Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten? De aangetroffen sporen waren goed zichtbaar in het dekzand en in de werkputten waarin de sporen zijn aangetroffen waren zeer weinig recente verstoringen aanwezig. De vondsten uit de sporen waren gefragmenteerd, maar goed geconserveerd. Zowel de gaafheid als de conservering van de sporen en van de vindplaatsen is goed.

6.

In welke mate zijn de onderzoeksgebieden verstoord? In het noordelijke deel van het plangebied (werkputten 6 en 7) en ter hoogte van werkput 1 in het oosten van het zuidelijke deel was het vlak recent verstoord en zijn geen archeologisch relevante sporen aangetroffen. De aangetroffen verstoringen in het noordelijke deel hangen vermoedelijk samen met het voormalige gebruik van het perceel als varkensboerderij en met de sloop van de voormalige varkensstallen. De verstoringen in het zuiden van het plangebied hangen samen met grondverbetering en recente graafwerkzaamheden. In de werkputten waarin de nederzettingssporen uit de IJzertijd

14377.017 versie 2

11 / 14

en Late Middeleeuwen zijn aangetroffen (vindplaatsen 1, 2 en 3) waren zeer weinig recente verstoringen aanwezig en is het vlak vrijwel onverstoord. 7.

Is sprake van (een) behoudenswaardige vindplaats(en) (licht dit toe)? Uit de waardering op de door de KNA voorgeschreven wijze (zie ook §6) blijkt dat vindplaatsen 1, 2 en 3 behoudenswaardig zijn. Vindplaats 4 is als niet behoudenswaardig gewaardeerd.

8.

Wat is het belang van de vindplaats voor de lokale, regionale en nationale geschiedschrijving? Vindplaatsen 1, 2 en 3 kunnen bijdragen aan de kennis over de lokale en mogelijk ook regionale of nationale bewoning in de IJzertijd en de Late Middeleeuwen, en mogelijk meer inzicht geven in de wijze waarop de mensen toentertijd leefden. Van vindplaats 4 wordt verwacht dat deze weinig belang heeft voor de lokale, regionale en nationale geschiedschrijving.

9.

Wat kunnen de uitkomsten van het onderzoek zeggen over vergelijkbare terreinen in de omgeving? De uitkomsten van het onderzoek geven aan dat er op vergelijkbare terreinen in de omgeving mogelijk ook nederzettingssporen uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen verwacht kunnen worden. Dit wil echter niet uitsluiten dat er op vergelijkbare terreinen ook sporen uit eerdere of latere periodes verwacht kunnen worden of dat, afhankelijk van het recente landgebruik, op vergelijkbare terreinen mogelijk geen archeologische waarden meer in situ aanwezig zijn.

10. Is vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn in het zuiden van het plangebied behoudenswaardige sporen uit de IJzertijd en Late Middeleeuwen aangetroffen. Econsultancy adviseert daarom om binnen het plangebied een opgraving uit te voeren. Dit beperkt zich tot het zuidelijke deel van het plangebied, ter hoogte van vindplaatsen 1, 2 en 3 (Figuur 7.1). 11. Op welke manier dient bij eventuele graafwerkzaamheden met archeologische resten te worden omgegaan? Voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden adviseert Econsultancy om in het zuiden van het plangebied eerst een opgraving uit te voeren. In het noordelijke deel van het plangebied en ter hoogte van werkput 1 in het oosten van het zuidelijke deel adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven voor de toekomstige werkzaamheden, aangezien het vlak hier recent is verstoord. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Bernheze op de hoogte te stellen. 12.

Indien er geen archeologische resten worden aangetroffen, wat is de reden voor de afwezigheid van archeologisch resten? In het noordelijke deel van het plangebied en ter hoogte van werkput 1 in het oosten van het zuidelijke deel zijn geen archeologisch relevante sporen aangetroffen. Op deze locatie was het vlak recent verstoord, waardoor mogelijke aanwezige archeologische resten zullen zijn vergraven. Periode en sites Dit aspect van het onderzoek richt zich op de aard, ouderdom, omvang en andere archeologische kenmerken van de vindplaatsen. Hieruit zijn de volgende vragen afgeleid:

14377.017 versie 2

12 / 14

13. Welke en hoeveel vindplaatsen zijn in het onderzoeksgebied te herkennen? 14. Wat is per archeologische site in het onderzoeksgebied: •

de ligging (inclusief diepteligging)

•

de geologische en/of bodemkundige eenheid

•

de omvang (inclusief verticale dimensies)

•

het type en de functie van de sites of off-site-patronen

•

de samenstelling van de archeologische resten (grondsporen en mobilia)

•

Wat is, indien aanwezig, de ouderdom van de cultuurlaag?

•

de vondst- en spoordichtheid

•

de stratigrafie voor zover aanwezig

•

de ouderdom, periodisering, typechronologische classificatie

•

wanneer zijn vindplaatsen in onbruik geraakt?

Vindplaats 1 bevindt zich in het westen van het zuidelijke deel en bestaat uit kuilen en paalkuilen die op basis van het aanwezige aardewerk gedateerd kunnen worden in IJzertijd (800-250 v. Chr.) en de Late Middeleeuwen (1100-1400 na Chr.). Vindplaats 3 bestaat uit een concentratie kuilen, paalkuilen en kleine greppels waarin aardewerk uit de Middeleeuwen is aangetroffen. Deze vindplaats wordt gedateerd tussen 1100 en 1350 na Chr. Tussen vindplaatsen 1 en 3, in het midden van het plangebied, bevindt zich Vindplaats 2. Deze vindplaats bestaat uit kleine concentraties (paal)kuilen. De vindplaats is op basis van de huidige resultaten niet nader te dateren. Vermoedelijk gaat het hier om nederzettingssporen uit de IJzertijd en de Middeleeuwen, die in verband staan met de nederzettingsresten van vindplaatsen 1 en 3. De laatste vindplaats, Vindplaats 4, bestaat uit meerdere greppels die verspreid over de proefsleuven in het zuidelijke deel van het plangebied zijn aangetroffen. Deze sporen zijn op basis van de ligging en de gegevens uit de historische kaarten ouder dan 1900, maar vermoedelijk jonger dan de aangetroffen nederzettingssporen uit de 12e tot 14e eeuw.

Landschap en bodem Dit aspect van het onderzoek omvat de bestudering van de landschappelijke context van de vindplaatsen in historisch perspectief. Dit leidt tot de volgende vragen: 15. Wat is de bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied? De natuurlijke bodemopbouw is grotendeels vergelijkbaar met de verwachting op basis van het vooronderzoek. Er zijn vijf soorten profielen te onderscheiden. In het noorden (werkputten 6 en 7) en in werkputten 1 en 13 in het zuidelijke deel is de bodemopbouw verstoord. In de overige profielen is in grote lijnen een AC-profiel aangetroffen, bestaande uit een zwak humeus dek (bouwvoor, Aphorizont, eerddek) op dekzandafzettingen. In twee profielen in werkput 2 is een restant van een podzolbodem aangetroffen. De mogelijk aanwezige oude akkerlaag, zoals geïdentificeerd in de verkennende booronderzoeken, is in de profielen niet aangetroffen. 16. Waar bevindt zich binnen het onderzoeksgebied het eerddek? Als een eerddek afwezig is, komt dat doordat het er waarschijnlijk niet ontwikkeld is of omdat het in een later stadium weer verwijderd is? 17. Indien er een eerddek wordt aangetroffen. Wat is de dikte en wanneer is dit eerddek aangelegd? In acht van de 50 profielen is nog een restant van een eerddek aangetroffen. Deze profielen bevinden zich in het noordwesten en het zuidoosten van het zuidelijke deel van het plangebied. In het noorden

14377.017 versie 2

13 / 14

van het plangebied is, met name door de recente verstoringen, geen eerddek meer aanwezig. Waar het eerddek ontbreekt in het zuiden van het plangebied is het vermoedelijk opgenomen in de bouwvoor of de Ap-horizont. Het eerddek bestaat uit matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, zwart zand en is 10 tot 35 centimeter dik. 18. Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de vindplaatsen (geologie, bodemkunde en geomorfologie)? Zijn er aanwijzingen voor stratigrafische hiaten, d.w.z. erosie of non-depositie, in de geologische profielopbouw ter plekke van de vindplaatsen? Alle vier de vindplaatsen zijn aangetroffen in het zuidelijke deel van het plangebied, in de top van de dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel. De vindplaatsen zijn gelegen op een dekzandwelvingencomplex dat, samen met de dekzandrug ten zuiden hiervan, een west-oost georiënteerde rug vormt tussen de beekdalen van de Leygraaf in het noorden en de Aa in het zuiden. In het zuidelijke deel van het plangebied waren enkeerdgronden aanwezig. In enkele profielen is hier nog een restant van aangetroffen, in het grootste deel van het plangebied is de oorspronkelijke enkeerdgrond echter opgenomen in de bouwvoor of de Ap-horizont. 19.

Wat is de paleo-ecologische context van het onderzoeksgebied? Liggen in het onderzoeksgebied locaties die voor pollenanalyse bemonsterd kunnen worden (licht dit toe)? Het onderzoeksgebied is gelegen in een gebied met dekzandafzettingen. Door de relatief droge en zure bodemomstandigheden wordt verwacht dat organische resten zeer slecht geconserveerd zullen zijn. Indien er bij het vervolgonderzoek waterputten aangetroffen worden, dan kunnen deze mogelijk geschikt zijn voor de bemonstering voor pollenanalyse. In de waterputten zal de conservering van organische resten door nattere omstandigheden vermoedelijk beter zijn. 20. In hoeverre zijn de aangetroffen bodemlagen geschikt voor een palynologische reconstructie van de vegetatie- en gebruiksgeschiedenis van het terrein? Door de relatief droge en zure bodemomstandigheden zijn de aangetroffen bodemlagen niet zeer geschikt voor een palynologische reconstructie van de vegetatie- en gebruiksgeschiedenis van het terrein.

14377.017 versie 2

14 / 14

LITERATUUR Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland De hogere niveaus. Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport, NITG 05-043-A). Brussé, S.M. & R.L. Roelofsen-Menting, 2023: Evaluatierapport opgraving - variant archeologische begeleiding Kamersche Hoef (Herpersteeg - Hopveld e.o.) te Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze. Econsultancy rapportnr. 14377.015, Rotterdam. Hensen, G., 2012: Lariestraat te Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en verkennend booronderzoek. RAAP-notitie 4062, Weesp. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 2020: NEN-EN-ISO 14688-1:2019+NEN 8990:2020 nl: Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving. Delft. Schutte, A.H., 2023: Programma van Eisen Kamersche Hoef te Heeswijk-Dinter, gemeente Bernheze. Econsultancy PvE 14377.016, Swalmen. Stiekema, 2021, M.: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Herpersteeg - Hopveld e.o. te Heeswijk-Dinther Kamersche Hoef te Heeswijk-Dinther in de gemeente Bernheze. Econsultancy rapportnr. 14377.001, Swalmen.

KAARTEN

Kaart 1.

Allesporenkaart

Kaart 2.

O erzi ht proefsleu e orthofoto s

BIJLAGEN

17001900 n.Chr.

h1\2

z3s1

6,67

NTL

dgr

h

z3s1

6,64

greppel

gr

h

z3s1

6,76

1

kuil

gr

h

z3s1

6,67

3

1

paalkuil

dbrgr

h1\2

z3s1

6,90

8

3

1

greppel

dgr

z3s1

6,94

9

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,93

11201220 n.Chr.

8

10

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,89

11001200 n.Chr.

9

11

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,90

12

3

1

kuil

dgr\ge gevlekt

z3s1

6,85

13

3

1

kuil

dgr

z3s1

6,86

11201220 n.Chr.

6

14

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,91

11001200 n.Chr.

7

15

3

1

greppel

dgr

z3s1

6,84

16

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,82

11801220 n.Chr.

17

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,89

11001200 n.Chr.

5

18

3

1

kuil

dgr\ge gevlekt

z3s1

6,84

19

3

1

kuil

dgr\ge gevlekt

z3s1

6,79

20

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

7,01

11001200 n.Chr.

11

21

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,99

11001200 n.Chr.

22

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

6,98

23

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

7,02

dgr

2

1

1

kuil

dgr

3

1

1

indruk/recente verstoring

dgr\deels gevlekt

4

1

1

kuil

5

2

1

6

2

7

h2

h hk

h hk bs-spikkel

h2

800-1200 n.Chr.

VNR.

Kleur

Vlak

Aard

WP

greppel

Opmerking

6,60

1

Diepte (cm)

z3s1

1

Vorm coupe

15501700 n.Chr.

1

Datering

6,58

Insluitsels

z3s1

spoor

Nap-hoogte

Sporenlijst

Materiaal

Bijlage 1.

2

kom

12

1

indrukken van band graafmachine

onr

kom

kom

88

7

47

3

4,32

10

6,97

25

3

1

kuil

dbrgr

z3s1

6,96

26

3

1

kuil

dbrgr

z3s1

6,99

27

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

7,01

28

3

1

kuil

dgr\ge gevlekt

z3s1

6,99

29

3

1

paalkuil

dbrgr

z3s1

7,03

30

3

1

greppel

dgr

z3s1

7,04

31

3

1

kuil

dbrgr

z3s1

7,07

32

4

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,94

33

4

1

kuil

gr\dgr\brgr gevle kt

z3s1

6,91

34

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,94

35

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,95

36

4

1

greppel

dgr\gr

z3s1

6,96

37

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,81

38

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,83

39

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,84

40

4

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,83

41

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,82

42

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,81

43

4

1

greppel

dgr\dbrgr

z3s1

6,75

44

4

1

kuil

gr

z3s1

6,78

45

4

1

greppel

dgr\dbrgr

z3s1

6,79

46

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,79

47

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,75

48

4

1

greppel

dgr\dbrgr

z3s1

6,71

49

4

1

paalkuil

dgr\dbrgr

h

z3s1

6,80

50

5

1

greppel

dgr

h

z3s1

6,80

51

7

1

kuil/recente verstoring

dgr

H, glas, plastic, modern ker

z3s1

6,50

NTL

52

6

1

kuil/recente verstoring

gr\dgr geroerd

hk

z3s1

6,67

NTL

53

7

1

kuil/recente verstoring

dgr\dbrgr

h, bk-brokken

z3s1

6,69

54

6

1

leidingsleuf/recente

lgr\dgr geroerd

z3s1

6,59

Aard

Kleur

leembrokken

h

Opmerking

z3s1

VNR.

Nap-hoogte

dbrgr

Diepte (cm)

Materiaal

paalkuil

Vorm coupe

Vlak 1

Datering

WP 3

Insluitsels

spoor 24

13

11501350 n.Chr.

15

ron d

29

11501350 n.Chr.

14

overgang na s36 onduidelijk

NTL

17

ron

25

Opmerking

VNR.

Diepte (cm)

Vorm coupe

Datering

Nap-hoogte

Materiaal

Insluitsels

Kleur

Aard

Vlak

WP

spoor

verstoring

d

55

7

1

kuil

dgr

z3s1

6,60

56

6

1

kuil

dgr

z3s1

6,67

57

7

1

kuil/recente verstoring

lgr\dgr geroerd

z3s1

6,64

NTL

58

7

1

kuil/recente verstoring

lgr\dgr geroerd

z3s1

6,61

NTL

59

6

1

kuil

dbrgr

h2

z3s1

6,61

60

6

1

kuil/recente verstoring

lgr\dgr geroerd

puin metaal plastic bouwzand

z3s1

6,69

61

7

1

kuil/recente verstoring

dbr\dbrgr\gr ger oerd

h hk

z3s1

6,90

62

7

1

paalkuil

dgr

h

z3s1

6,86

kom

21

recent?

63

7

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,82

onr

28

recent?

64

7

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,86

65

7

1

paalkuil/recente verstoring

br\lgrbe\lbr gevle kt

z3s1

6,81

66

7

1

paalkuil

br\lgrbe\lbr gevle kt

z3s1

6,82

67

7

1

paalkuil

br\lgrbe\lbr gevle kt

z3s1

6,75

68

7

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,82

69

7

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,85

70

7

1

paalkuil

br\lgrbe\lbr gevle kt

z3s1

6,81

71

7

1

paalkuil

dgr

z3s1

7,00

72

7

1

kuil/recente verstoring

dgr

z3s1

6,96

73

7

1

kuil

dgr\gebrgr gevlek t

z3s1

6,95

kom

38

74

7

1

paalkuil

dgr\gebrgr gevlek t

z3s1

6,95

75

7

1

kuil/recente verstoring

dgr

z3s1

6,95

76

7

1

kuil/recente verstoring

dgr

h

z3s1

7,01

NTL

77

8

1

greppel

dgr\dbrgr

h1-2 hk

z3s1

6,77

11501350 n.Chr.

78

8

1

greppel

dgr\dbrgr

z3s1

6,67

79

8

1

paalkuil

dgr\dbrgr

h

z3s1

6,82

80

8

1

paalkuil

dgr\dbrgr

h, leembrokjes

z3s1

6,86

h hk

ron d

50

NTL

puin van de efteling (volgens oude eigenaar)

19

vkt

28

6,84

82

8

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,88

83

8

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,89

84

8

1

paalkuil

dgr\dbrgr

z3s1

6,91

85

8

1

paalkuil

gr\lgr

z3s1

6,87

86

9

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,99

87

9

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,98

88

9

1

paalkuil

brgr

z3s1

7,04

89

9

1

kuil

gr

z3s1

6,96

90

9

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,97

91

9

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,98

92

9

1

kuil

dgr

z3s1

6,96

93

9

1

greppel

brgr

z3s1

6,86

kom

10

94

9

1

greppel

brgr

z3s1

6,87

kom

32

95

9

1

kuil

dgr

z3s1

6,98

kom

20

96

9

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,97

97

9

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,95

98

9

1

paalkuil

dgr

h

z3s1

6,94

99

9

1

kuil

dgr

h1-2

z3s1

6,90

100

10

1

greppel

dgr

z3s1

6,94

101

10

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,98

102

10

1

kuil

dgr

z3s1

6,84

12001350 n.Chr.

103

10

1

greppel

lge\dgr

h

z3s1

6,85

11801350 n.Chr.

104

10

1

greppel

dgr

h

z3s1

6,71

105

10

1

paalkuil

dgr

h

z3s1

6,73

106

11

1

greppel

dbrgr

h

z3s1

6,83

107

11

1

natuurlijke verstoring

dbrgr

h2-3

z3s1

6,96

108

11

1

greppel

gr\brgr

z3s1

6,98

109

11

1

greppel

gr\brgr

z3s1

6,95

Kleur

Aard

onr

18

kom

11

kern met rood en grijs leembrokjes

11801220 n.Chr.

24

11201220 n.Chr.

22

12251350 n.Chr.

25

onr

11501350 n.Chr.

11 26

kom

33

onr

24

Opmerking

z3s1

VNR.

Nap-hoogte

dgr\dbrgr

Diepte (cm)

Materiaal

paalkuil

Vorm coupe

Vlak 1

Datering

WP 8

Insluitsels

spoor 81

28,1 03

27

Diepte (cm) 15

gr\dgr

z3s1

6,85

paalkuil

dgr\lbrgr gevlekt

z3s1

6,81

1

greppel

brgr \rand lbrgr

z3s1

6,64

ME

12

1

greppel/recente verstoring

dgr\ deels geroer d

z3s1

6,78

NTL

116

13

1

greppel

drgrbr

z3s1

6,60

12001400 n.Chr.

117

13

1

greppel

brgr\dbrgr gevlek t

z3s1

6,50

11201220 n.Chr.

118

13

1

greppel

dgrbr

z3s1

6,52

119

13

1

greppel

dgrbr

z3s1

120

13

1

greppel

lbrgr

z3s1

6,63

121

13

1

greppel

lbrgr

z3s1

6,67

122

13

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,68

123

14

1

Grondverbeteringskuil

dgr

z3s1

6,77

124

14

1

greppel

dgr\dbrgr

h1-2

z3s1

6,76

125

16

1

greppel

dgr

ker

z3s1

6,62

126

15

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,81

127

15

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,81

128

15

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,83

129

15

1

greppel

brgr

z3s1

6,91

130

15

1

greppel

dbrgr

z3s1

6,88

131

16

1

greppel

dgr

z3s1

6,65

132

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,62

133

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,63

134

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,65

135

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,67

136

16

1

greppel

dgr

z3s1

6,69

137

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,64

138

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,64

111

12

1

kuil

dgr\zw

112

12

1

spitspoor

113

12

1

114

12

115

Aard

Kleur dgr

h

ker

h

h

bs ker

31

kom

42

11501350 n.Chr.

3335

36

kom

10

15501700 n.Chr.

37,3 8

16001900 n.Chr.

46

17001900 n.Chr.

Opmerking

Vorm coupe kom

paalkuil

VNR.

Nap-hoogte 6,75

1

Datering

Materiaal z3s1

12

Insluitsels

27

Vlak

ron d

WP

6,80

spoor

z3s1

110

onr

36

kom

6 3943,4 5,47

bodemverbetering

Materiaal

Nap-hoogte

paalkuil

gr

z3s1

6,66

140

16

1

paalkuil

lgebr\gr gevlekt

z3s1

6,66

141

16

1

paalkuil

gr

z3s1

6,63

142

16

1

greppel

lgr\brgr\gegr gevl ekt

z3s1

6,64

143

17

1

greppel

gr

z3s1

6,77

144

17

1

greppel

gr

z3s1

6,80

145

17

1

paalkuil

dgr

z3s1

146

17

1

greppel

gr

147

17

1

natuurlijke verstoring

dbrgr

148

18

1

greppel

dgr\dbrgr

149

18

1

kuil

150

18

1

151

18

152

Diepte (cm)

kom

11

6,84

kom

8

z3s1

6,86

kom

13

h3

veen achtig

6,87

ker

z3s1

6,81

17001900 n.Chr.

50,5 3-59

dgr

z3s1

6,80

11501350 n.Chr.

51

kuil

dgr

z3s1

6,80

1

kuil

ge\dgr gevlekt

z3s1

6,86

kom

20

18

1

paalkuil

brgr

z3s1

6,81

ron d

44

153

18

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,81

onr

9

154

18

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,82

155

18

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,80

156

18

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,80

157

19

1

greppel

dgr\dbrgr

z3s1

6,57

17001900 n.Chr.13 00-1900 n.Chr.

6163

158

20

1

greppel

begr

z3s1

6,76

11501350 n.Chr.

6466

159

20

1

greppel

begr

z3s1

6,77

18001900 n.Chr.

67

160

21

1

greppel

dbrgr

z3s1

6,65

11501350 n.Chr.

68

161

21

1

greppel

dbrgr

z3s1

6,70

162

21

1

greppel

dbrgr

z3s1

6,67

163

21

1

kuil/recente verstoring

lge\dgr gevlekt

z3s1

6,66

164

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,84

ker

h

NTL

kom

46

kom

30

Aard

VNR.

Vorm coupe

33

Kleur

pun t

60

69

Opmerking

Vlak 1

Datering

WP 16

Insluitsels

spoor 139

166

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,91

167

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,87

168

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,89

169

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,93

170

22

1

spitspoor

dgr

z3s1

6,88

171

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,92

172

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,91

173

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,90

174

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,87

175

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,87

176

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,90

177

22

1

paalkuil

drgrbr

z3s1

6,92

178

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,85

179

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,93

180

22

1

spitspoor

dgr

z3s1

6,84

181

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,99

182

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,90

183

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,93

184

22

1

paalkuil

lge\dgr gevlekt

z3s1

185

22

1

paalkuil

dgr

186

22

1

paalkuil

187

22

1

188

22

189

Aard

kom

8

70

15501900 n.Chr.

71

6,93

800-250 v.Chr.

72

z3s1

6,93

1100-250 v.Chr.

dgr

z3s1

6,94

paalkuil

dgr

z3s1

6,98

1

paalkuil

dgr

z3s1

7,00

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

7,03

190

22

1

paalkuil

ge\dgr gevlekt

z3s1

6,92

191

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,95

192

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

7,00

193

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,96

194

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

7,01

195

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,95

196

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,92

197

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,84

198

22

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,93

kom

31

73

Opmerking

6,84

VNR.

z3s1

Diepte (cm)

Nap-hoogte

dgr

Vorm coupe

Materiaal

paalkuil

Datering

Vlak 1

Insluitsels

WP 22

Kleur

spoor 165

6,93

200

23

1

kuil

dgr

z3s1

6,67

201

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,57

202

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,60

203

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,54

204

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,55

205

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,54

206

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,46

207

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,47

208

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,52

209

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,56

210

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,57

211

23

1

greppel

dgr

z3s1

6,65

212

22

1

paalkuil

gr\dgr

z3s1

6,91

213

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,60

214

24

1

kuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,60

215

24

1

kuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,63

216

24

1

kuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,60

217

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,60

218

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,61

219

24

1

kuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,67

220

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,81

221

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,78

222

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,87

223

24

1

kuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,81

224

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,80

225

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,78

226

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,86

227

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,82

Aard

Kleur

h

kom

17

12001350 n.Chr.

78,7 9

13001550 n.Chr.

77

11001200 n.Chr.

76

11001200 n.Chr.

rnd

41

75

Opmerking

z3s1

VNR.

Nap-hoogte

lge

Diepte (cm)

Materiaal

paalkuil

Vorm coupe

Vlak 1

Datering

WP 22

Insluitsels

spoor 199

229

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,86

230

24

1

kuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,83

231

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,69

232

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,67

233

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,72

234

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,63

235

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,61

236

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,65

237

24

1

paalkuil

gebr\gr\dgr gevle kt

z3s1

6,58

238

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,64

239

24

1

kuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,64

240

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,67

241

24

1

paalkuil

gr\dgr\dbrgr

z3s1

6,42

242

18

1

greppel

dgr

z3s1

6,80

243

19

1

tandenbak

dgr

z3s1

6,61

244

19

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,63

245

19

1

paalkuil

dgr

z3s1

6,65

246

17

1

greppel

gr

z3s1

6,91

247

15

1

greppel

dgr

z3s1

6,82

13001400 n.Chr.

81

12001280 n.Chr.

82

onr

11501350 n.Chr.

30

83

Aard

Opmerking

6,85

VNR.

z3s1

Diepte (cm)

Nap-hoogte

gr\dgr\dbrgr

Vorm coupe

Materiaal

paalkuil

Datering

Vlak 1

Insluitsels

WP 24

Kleur

spoor 228

Bijlage 2.

Vondstenlijst

aanleg KBW 1

bouwkeramiek tegel Nederland

tinglazuur

wandtegel

TEGEL

1700 n. chr. 1900 n. Chr.

1.1.1

1

1

2

0

aanleg KER

2

handgevormd indet lokaal

gepolijst fijn potgruis en kwartsgruis, 2-4 mm

hard reducerend gebakken matig

AWH

600 v. Chr. 350 v. Chr.

2.1.1

1

1

1

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet Nederland

loodglazuur met koperoxide en sliblaag

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

3.1.1

2

1

5

0

aanleg KER

1

Kogelpotaardewerk indet lokaal

grof zand

zacht baksel

KGP

800 n. Chr. 1200 n. Chr.

4.1.1

3

1

16

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio BrunssumSchinveld

hard baksel, nog geen protosteengoed

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

5.1.1

3

1

17

0

aanleg STE

11

vesiculaire lava maalsteen Eifel

gruis

MAALSTN

5.2.1

3

1

17

0

aanleg KER

1

Paffrath indet Rijnland

6.1.1

3

1

13

0

aanleg KER

2

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

6.1.2

3

1

13

0

aanleg KER

3

6.1.3

3

1

13

0

aanleg KER

13

6.2.1

3

1

13

0

aanleg MFE 1

ijzeren fragment

6.3.1

3

1

13

0

aanleg STE

5

vesiculaire lava maalsteen Eifel

7.1.1

3

1

14

0

aanleg KER

1

Kogelpotaardewerk indet lokaal

8.1.1

3

1

9

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

Datering

0

Aantal

2

Materiaal

1

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

hard en zacht baksel

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

Pingsdorf indet Rijnland

hard baksel

PINGSDRF 1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

Paffrath kogelpot Rijnland

bg-kog-2

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

XXX

grof afgerond zand 1-2 mm

gruis

MAALSTN

wanddikte 5 mm, hard baksel

KGP

1100 n. Chr. 1250 n. Chr.

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

Opmerking

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

verzamelwijze

Vlak

Laag/Vulling

Werkput 1

Spoor

VONDSTNR 1.1.1

0

aanleg KER

1

Paffrath indet Rijnland

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

10.1.1 3

1

21

0

aanleg KER

1

Paffrath indet Rijnland

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

11.1.1 3

1

20

0

aanleg KER

1

Paffrath indet Rijnland

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

11.2.1 3

1

20

0

aanleg SZA

1

natuursteen regionaal

kwartsitische zandsteen grijs gebroken XXX

12.1.1 3

1

MFE 6

dolk met kokerhandvat

DOLK

13.1.1 3

1

26

0

aanleg STE

3

vesiculaire lava maalsteen Eifel

MAALSTN

14.1.1 4

1

36

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

15.1.1 4

1

33

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

15.2.1 4

1

33

0

aanleg MFE 2

spijker

SPIJKER

16.1.3 5

1

5020 5001 aanleg KER

3

roodbakkend indet regionaal

16.1.2 5

1

5020 5001 aanleg KER

1

Paffrath kogelpot Rijnland

16.1.1 5

1

5020 5001 aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

16.1.1 5

1

5020 5001 aanleg KER

2

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

17.1.1 6

1

51

1

industrieel wit bord Engeland

punt

0

aanleg KER

loodglazuur

Wordt op moment van schrijven rapport geconserveerd

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

hard baksel, nog geen protosteengoed

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

iw-bor-37

INDUSWIT 1850 n. Chr. 1900 n. Chr.

bg-kog-2

loodglazuur accoladerand

Datering

10

Opmerking

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

1

Aantal

Spoor

3

Materiaal

Vlak

verzamelwijze

Werkput

Laag/Vulling

VONDSTNR 9.1.1

1

77

0

aanleg KER

1

Pingsdorf indet Rijnland

19.1.1 8

1

77

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

20.1.1 9

1

5020 5020 aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

20.1.2 9

1

5020 5020 aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Raeren, Frechen

STGL

1300 n. Chr. 1550 n. Chr.

21.1.1 9

1

5020 0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

21.1.1 9

1

5020 0

aanleg KER

2

roodbakkend indet regionaal

ROOD

1250 n. Chr. 1400 n. Chr.

21.1.1 9

1

5020 0

aanleg KKP

1

kleipijp ketel Nederland

PIJP

1700 n. Chr. 1900 n. Chr.

22.1.1 9

1

92

0

aanleg KER

1

Paffrath indet Rijnland

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

22.1.1 9

1

92

0

aanleg KER

2

Zuid-Limburgs indet regio BrunssumSchinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

23.1.2 9

1

5020 0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

23.1.1 9

1

5020 0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio BrunssumSchinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

23.1.3 9

1

5020 0

aanleg KER

2

roodbakkend bord Nederland

ROOD

1500 n. Chr. 1550 n. Chr.

23.2.1 9

1

5020 0

aanleg MFE 4

spijker

23.3.1 9

1

5020 0

aanleg SMO 1

mortel

hard baksel

zoutglazuur met ijzeroxide

spatglazuur

indet

loodglazuur met sliblaag sgrafitto r-bor-6

PINGSDRF 1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

SPIJKER Portlandcement

MORTEL

1880 n. Chr. -

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Spoor

Laag/Vulling

Vlak

Werkput

VONDSTNR

19.1.2 8

23.4.1 9

1

5020 0

aanleg KBW 1

bouwkeramiek dakpan Nederland

23.4.1 9

1

5020 0

aanleg KBW 3

huttenleem lokaal

24.1.1 9

1

87

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

24.1.1 9

1

87

0

aanleg KER

1

Paffrath indet Rijnland

25.1.1 10

1

100

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

25.1.1 10

1

100

0

aanleg KER

5

25.1.1 10

1

100

0

aanleg KER

26.1.1 10

1

102

0

27.1.1 11

1

109

28.1.1 10

1

28.1.1 10

indet grijs

DAKPAN

1700 n. Chr. 1900 n. Chr.

HUTTELM hard baksel, nog geen protosteengoed

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

hard baksel

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

o.a. deel van lintoor

BGRS

1200 n. Chr. 1350 n. Chr.

1

proto-steengoed kan Rijnland

s5-kan-3 slanke vorm met kraagrand

PSTG

1225 n. Chr. 1280 n. Chr.

aanleg KER

2

blauwgrijs kan regio Elmpt-Brüggen

bg-kan-2 deel van lintoor en rand

BGRS

1200 n. Chr. 1350 n. Chr.

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

103

0

coupe KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

1

103

0

coupe KER

5

Zuid-Limburgs kan regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

29.1.1 12

1

5020 0

aanleg KER

3

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

30.1.2 12

1

5020 0

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Raeren, Frechen

STGL

1300 n. Chr. 1550 n. Chr.

pi-kan-2 passende fragmenten

zoutglazuur met ijzeroxide

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Laag/Vulling

Spoor

Vlak

Werkput

VONDSTNR

1950 n. Chr.

1

5020 0

aanleg KER

1

grijsbakkend indet regionaal

GRS

1300 n. Chr. 1525 n. Chr.

31.1.3 12

1

114

2

coupe KER

1

steengoed indet Siegburg

STG

1300 n. Chr. 1500 n. Chr.

31.1.2 12

1

114

2

coupe KER

1

roodbakkend indet Nederland

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

31.1.1 12

1

114

2

coupe KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

32.1.2 13

1

116

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

ROOD

1200 n. Chr. 1400 n. Chr.

32.1.1 13

1

116

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

33.1.1 13

1

117

aanleg MFE 1

metaalslak

SLAK

34.1.1 13

1

117

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

35.1.1 13

1

117

0

aanleg KER

2

Zuid-Limburgs pot regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1180 n. Chr.

36.1.1 13

1

121

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

37.1.1 14

1

123

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

loodglazuur

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

38.1.1 14

1

123

0

aanleg KER

2

roodbakkend indet regionaal

loodglazuur

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

39.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

spatglazuur

ROOD

1250 n. Chr. 1400 n. Chr.

39.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet

BGRS

1150 n. Chr. -

loodglazuur

pi-pot-12 deel van rand met aanzet lintoor

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Spoor

Laag/Vulling

Vlak

Werkput

VONDSTNR

30.1.1 12

40.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Keulen, Raeren, Frechen

41.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

41.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

2

steengoed geglazuurd indet Keulen, Raeren, Frechen

42.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

42.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

2

43.1.1 15

1

129

0

aanleg KER

1

44.1.1 2

1

0

44.1.1 2

1

45.1.1 16

1

45.1.2 16

1350 n. Chr. STGL

1400 n. Chr. 1550 n. Chr.

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

Zoutglazuur met ijzeroxide

STGL

1400 n. Chr. 1550 n. Chr.

loodglazuur

ROOD

1350 n. Chr. 1700 n. Chr.

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

aanleg KBW 1

huttenleem lokaal

HUTTELM

0

aanleg KER

3

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

129

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs pot regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

1

129

0

aanleg KER

2

roodbakkend indet regionaal

loodglazuur

ROOD

1350 n. Chr. 1700 n. Chr.

45.1.3 16

1

129

0

aanleg KER

2

steengoed geglazuurd indet Raeren, Frechen

zoutglazuur, ijzerengobe

STGL

1700 n. Chr. 1900 n. Chr.

45.2.1 16

1

129

0

aanleg KBW 3

bouwkeramiek baksteen Nederland

46.1.1 16

1

125

0

aanleg KER

steengoed indet Siegburg

1

zoutglazuur met ijzeroxide

pi-pot-19

handgevormd o.a. IJsselsteen ?x?x3,5 cm, rood ?x?5 cm

BAKSTEEN 1600 n. Chr. 1900 n. Chr. STG

1300 n. Chr. 1500 n. Chr.

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Laag/Vulling

Spoor

Vlak

Werkput

VONDSTNR

regio Elmpt-Brüggen

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd kan Raeren

46.2.2 16

1

125

0

aanleg KBW 2

46.2.1 16

1

125

0

47.1.1 16

1

129

47.1.2 16

1

47.2.1 16

zoutglazuur fries op de hals

s2-kan-62

STGL

1575 n. Chr. 1625 n. Chr.

bouwkeramiek dakpan Nederland

golfpan

DAKPAN

1550 n. Chr. 1900 n. Chr.

aanleg KBW 1

bouwkeramiek baksteen Nederland

handgevormd misbaksel, deels vervormd, ?x?x5 cm

BAKSTEEN 1600 n. Chr. 1900 n. Chr.

0

aanleg KER

2

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

129

0

aanleg KER

2

steengoed geglazuurd indet Raeren

1

129

0

aanleg MFE 1

spijker

47.3.1 16

1

129

0

aanleg KBW 1

bouwkeramiek dakpan Nederland

indet grijs

DAKPAN

1700 n. Chr. 1900 n. Chr.

48.1.1 17

1

5020 0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs pot regio Brunssum-Schinveld

pi-pot-19

BRUNGW

1180 n. Chr. 1220 n. Chr.

48.1.2 17

1

5020 0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

49.1.1 17

1

5020 0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

50.1.1 18

1

148

0

aanleg STE

6

vesiculaire lava maalsteen Eifel

50.2.1 18

1

148

0

aanleg KER

2

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

51.1.1 18

1

149

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

52.1.1 18

1

5020 0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

zoutglazuur met ijzerengobe

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

STGL

1300 n. Chr. 1550 n. Chr.

Opmerking

0

Datering

125

Artefacttype

1

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Spoor

Laag/Vulling

Vlak

Werkput

VONDSTNR

46.1.2 16

SPIJKER

loodglazuur

gruis

gebroken

MAALSTN BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

ROOD

1300 n. Chr. 1500 n. Chr.

niet zelfde als vondstnr. 45

1

5020 0

aanleg KER

1

proto-steengoed indet Langerwehe, Rijnland

PSTG

1200 n. Chr. 1280 n. Chr.

52.1.3 18

1

5020 0

aanleg KER

7

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

52.2.1 18

1

5020 0

aanleg STE

1

vesiculaire lava maalsteen Eifel

gebroken

MAALSTN

53.1.1 18

1

148

0

aanleg KER

1

grijsbakkend indet regionaal

worstoor gebroken

GRS

53.2.1 18

1

148

0

aanleg KBW 2

huttenleem lokaal

indrukken takken deels verbrand

HUTTELM

54.1.1 18

1

148

0

aanleg KER

1

witbakkend indet Maasland

55.1.3 18

1

148

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

55.1.4 18

1

148

0

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Westerwald

55.1.1 18

1

148

0

aanleg KER

3

55.1.2 18

1

148

0

aanleg KER

56.1.1 18

1

148

0

56.1.2 18

1

148

57.1.1 18

1

58.1.1 18

1

loodglazuur

1300 n. Chr. 1525 n.Chr.

WIT

1300 n. Chr. 1550 n. Chr.

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

STGL

1700 n. Chr. 1900 n. Chr.

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

1

grijsbakkend indet regionaal

GRS

1300 n. Chr. 1525 n. Chr.

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

0

aanleg KER

2

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

148

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

148

0

aanleg KER

1

Kogelpotaardewerk indet regionaal

KGP

1100 n. Chr. -

zoutglazuur

fijn steengruis, zand

gelaagd baksel

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Spoor

Laag/Vulling

Vlak

Werkput

VONDSTNR

52.1.2 18

58.1.2 18

1

148

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

59.1.1 18

1

148

0

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Langerwehe

60.1.1 18

1

152

0

aanleg KBW 3

huttenleem lokaal

61.1.1 18

1

157

0

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Westerwald

zoutglazuur

STGL

1700 n. Chr. 1900 n. Chr.

62.1.1 19

1

157

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

loodglazuur

ROOD

1550 n. Chr. 1700 n. Chr.

63.1.1 19

1

157

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs kan regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1175 n. Chr. 1225 n. Chr.

63.1.2 19

1

157

0

aanleg KER

1

roodbakkend indet regionaal

ROOD

1250 n. Chr. 1400 n. Chr.

64.1.1 20

1

158

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

standring

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

65.1.1 20

1

158

0

aanleg KER

2

roodbakkend bakpan regionaal

r-bak-1

ROOD

1300 n. Chr. 1400 n. Chr.

65.2.1 20

1

158

0

aanleg KBW 1

bouwkeramiek baksteen Nederland

handgevormd zacht gebroken

BAKSTEEN 1300 n. Chr. 1900 n. Chr.

66.1.1 20

1

158

0

aanleg SZA

1

natuursteen regionaal

kwartsiet grijs roetsporen, gebroken

XXX

67.1.1 20

1

159

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

68.1.1 21

1

160

0

aanleg STE

7

vesiculaire lava maalsteen Eifel

MAALSTN

ijzerengobe

indrukken takken deels verbrand

pi-kan-1

spatglazuur

spatglazuur

BGRS

1350 n. Chr. 1525 n. Chr.

STGL

1300 n. Chr. 1500 n. Chr.

HUTTELM

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Laag/Vulling

Spoor

Vlak

Werkput

VONDSTNR

1250 n. Chr.

aanleg KER

1

roodbakkend bloempot Nederland

69.1.1 21

1

161

0

aanleg KER

1

70.1.1 22

1

173

0

71.1.1 22

1

179

71.2.1 22

1

72.1.1 22

ROOD

1800 n. Chr. 1900 n. Chr.

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

aanleg KBW 2

huttenleem lokaal

HUTTELM

0

aanleg KER

roodbakkend indet regionaal

179

0

aanleg KBW 1

bouwkeramiek dakpan Nederland

1

184

0

aanleg KER

11

handgevormd indet lokaal

73.1.1 22

1

185

0

coupe KER

4

handgevormd indet lokaal

75.1.1 24

1

225

0

aanleg KER

1

76.1.1 24

1

223

0

aanleg KER

77.1.1 24

1

220

0

78.1.2 24

1

214

78.1.1 24

1

79.1.2 24

79.1.1 24

2

r-blo-8

spatglazuur

ROOD

1250 n. Chr. 1500 n. Chr.

golfpan gebroken

DAKPAN

1550 n. Chr. 1900 n. Chr.

gepolijst, besmeten fijn potgruis 1-2 mm

baksel matig hard oxiderend deels verbrand

AWH

800 v.Chr. 250 v. Chr.

geglad fijn tot middelgrof potgruis 1-3 mm, zeer fijn zand

baksel zacht oxiderend

AWH

1100 v.Chr. 250 v. Chr.

Paffrath indet Rijnland

hard afwijkend baksel

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

1

Paffrath indet Rijnland

hard afwijkend baksel

BGRS

1100 n. Chr. 1200 n. Chr.

aanleg KER

1

steengoed geglazuurd indet Langerwehe, Raeren, Frechen

STGL

1300 n. Chr. 1550 n. Chr.

0

aanleg KER

2

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

214

0

aanleg KER

2

proto-steengoed indet Mayen

PSTG

1200 n. Chr. 1280 n. Chr.

1

214

0

aanleg KER

1

Zuid-Limburgs indet regio Brunssum-Schinveld

BRUNGW

1120 n. Chr. 1220 n. Chr.

1

214

0

aanleg KER

2

blauwgrijs indet

BGRS

1150 n. Chr. -

zoutglazuur met ijzerengobe

passende fragmenten

Opmerking

0

Datering

160

Artefacttype

1

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Spoor

Laag/Vulling

Vlak

Werkput

VONDSTNR

68.2.1 21

80.1.1 24

1

5020 0

aanleg XXX

0

ASBEST

81.1.1 24

1

230

0

aanleg KER

1

steengoed indet Siegburg

82.1.1 24

1

232

0

aanleg KER

1

proto-steengoed indet Langerwehe, Rijnland

83.1.1 24

1

239

0

aanleg KER

1

blauwgrijs indet regio Elmpt-Brüggen

1350 n. Chr. XXX scherpe draairillen

ijzerengobe

STG

1300 n. Chr. 1400 n. Chr.

PSTG

1200 n. Chr. 1280 n. Chr.

BGRS

1150 n. Chr. 1350 n. Chr.

Opmerking

Datering

Artefacttype

Type/specifiek

Afwerking/magering

Vorm/herkomst

Aantal

Materiaal

verzamelwijze

Laag/Vulling

Spoor

Vlak

Werkput

VONDSTNR

regio Elmpt-Brüggen

Bijlage 3.

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzake▼ lijk wordt geacht. Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Inventariserend veldonderzoek* met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten ▼ ▼ worden over te gaan op het begeleiden van de graafVerkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek werkzaamheden door archeologen.*** Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie met bouwkundige voorwaarden).

Ook kan besloten ▼****** worden over te gaan op het begeleiden van de graafWaarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** werkzaamheden door archeologen.*** (variant begeleiding) ▼ Besluit ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo(door de bevoegde overheid op basis van resultaten) gie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen ▼ ▼ vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardeOpgraven*** Beschermen ring. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventuVerwijderen van de Bescherming van de eel met bouwkundige voorwaarden). archeologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding) * Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=1c0a87d2-bd11-44dc-b342-4c54ba0dd155