BP Heideweg 4 Loosbroek - Haalbaarheidstoets
Tekst van het document
adres: Hobostraat 1E 5402 CB Uden T. 0413-269091 F. 0413-252513 E. info@amitec.nl I. www.amitec.nl
IBAN NL90ABNA0408488735 K.v.K. nr. 16058413 Amitec bv is gecertificeerd Volgens ISO 9001:2015 datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: i
HAALBAARHEIDSTOETS (Milieu-onderbouwing)
RW Groep BV Project: Heideweg 4, Loosbroek - 2023
© Amitec BV, Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd bestand en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de uitgever.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 1
ONDERZOEK voor
Opdrachtgever
: : :
RW Groep BV Heideweg 4 5472 LC Loosbroek
Auteur
:
ing. J.M.A. Clemens
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 2
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1 1.2 1.3
2
ALGEMEEN ................................................................................................................................................ 3 AANLEIDING .............................................................................................................................................. 3 OMGEVING ............................................................................................................................................... 4
MILIEU-ASPECTEN ......................................................................................................................... 5 2.1 BODEM .................................................................................................................................................... 5 2.2 WET GELUIDHINDER .................................................................................................................................... 6 2.3 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................... 6 2.4 WET LUCHTKWALITEIT ................................................................................................................................. 7 2.5 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................................... 8 2.6 ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 9 2.6.1 Archeologie ....................................................................................................................................... 9 2.6.2 Cultuurhistorie .................................................................................................................................
10 2.7 WATERTOETS........................................................................................................................................... 10 2.8 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 12 2.9 GEURHINDER VEEHOUDERIJEN..................................................................................................................... 15 2.10 VOLKSGEZONDHEID................................................................................................................................... 15 2.11 OVERIGE ASPECTEN ................................................................................................................................... 17 2.12 MER-BEOORDELING .................................................................................................................................. 18
3
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................. 19 1 2
Aeriusberekening Advies Veiligheidsregio
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 3
1 INLEIDING 1.1 Algemeen Voorliggend rapport betreft het toetsen van de milieuaspecten voor een bestemmingswijziging van een agrarische bedrijfsfunctie naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie op het perceel aan de Heideweg 4 in Loosbroek. De gemeente Bernheze is in principe bereid aan dit project medewerking te verlenen, mits het niet op milieurelevante bezwaren stuit. De kadastrale situatie en ligging locatie is weergegeven op de onderstaande afbeelding.
locatie
(bron: kadaster)
1.2 Aanleiding De ontwikkeling van de locatie bestaat uit het omschakelen van een agrarische bedrijfsfunctie naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie (verder: project).
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 4
De topografische ligging van de locatie is in de onderstaande afbeelding weergegeven.
locatie
(bron: opentopo)
1.3 Omgeving In de directe omgeving zijn voornamelijk (recreatie)woningen en een agrarisch bedrijf aanwezig. De Heideweg ligt ten zuiden van de locatie, in het verlengde van de inrit.
Afbeelding 1: Foto vanaf openbare weg.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 5
2 MILIEU-ASPECTEN In dit hoofdstuk worden de milieuaspecten beschreven, die als haalbaarheidstoetsing fungeren. In de navolgende paragraven worden de relevante aspecten benoemd en omschreven, waaruit een conclusie zal worden samengesteld.
2.1 Bodem Aangezien voorgenomen ontwikkeling geen bodemroerende activiteit omvat, wordt een bodemonderzoek niet nodig geacht. In onderstaande afbeelding is het onderzochte gebied en de locatie aangegeven.
locatie
(bron: Bodemloket)
Voor de locatie is een historisch bodemonderzoek conform NEN 5725 ( kenm. 20.717-NEN.01) uitgevoerd, dat separaat is bijgevoegd. Uit dit vooronderzoek blijkt dat het bedrijfsgebouw en erf hier direct rond omheen als verdacht aan te merken is, als gevolg van de voormalige bedrijfsactiviteiten. De woning, tuin en achterliggend erf/weiland is onverdacht. Conclusie De bodemkundige situatie vormt geen planologische belemmering voor het project.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 6
2.2 Wet geluidhinder In het kader van de goede ruimtelijke ordening moet bij ontwikkelingen in de omgeving van wegen een zorgvuldige afweging met betrekking tot geluid plaatsvinden. Wegverkeer De wegen in de directe omgeving van het project betreffen allen wegen met een maximum rijsnelheid van 60 km/u. Het plan omvat geen nieuwe geluidgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect wegverkeer is niet aan de orde. Industrielawaai Ten zuidwesten van het project is een agrarische bedrijfslocatie, op 125 m afstand aanwezig. Dit bedrjif wordt gezien als het maatgevende bedrijf voor het project. Het project omvat geen nieuwe geluidgevoelige objecten. Een nadere toetsing aan het aspect industrielawaai is niet aan de orde. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het project.
2.3 Bedrijven en milieuzonering In de handreiking Bedrijven en Milieuzonering (VNG, editie 2009, Sdu Uitgevers BV, Den Haag) zijn richtafstanden opgenomen voor diverse bedrijfstypering. Deze richtafstand hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’, gebaseerd op gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten. Op basis van het Bestemmingsplan De kommen van Bernheze (1-6-2011) is geïnventariseerd wat er in de omgeving aan bedrijvigheid mogelijk is. In de omgeving bevinden zich de volgende bedrijven: 0. Aannemersbedrijf (Heideweg 4) 1. Intensieve veehouderij (Berkenvenseweg 1b, Heeswijk-Dinther) 2. Houtbedrijf (Heideweg 3, Loosbroek) 3. Intensieve veehouderij (Nistelrodensedijk 14, Loosbroek) In tabel 1 zijn de richtafstanden aangegeven en de werkelijke afstand tussen de bestemmingsgrenzen waarbinnen de milieubelastende activiteit is toegelaten en de uiterste situering van de gevel van het gevoelige object. Tabel 1: richtafstanden bij rustige buitengebied (in m)
nr
bestemming
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
0 1 2
Aannemersbedrijf (SBI 41,42,43-3) Vleesstieren (SBI 0141, 0142) Houtbedrijf (SBI 16) Koeien (SBI 0141, 0142) en vleesvarkens (SBI 0146)
0 100 0 100 200
10 30 50 30 30
30 30 100 30 50
10 0 50 0 0
3
* afstand tot aan eerste woning (rand bouwvlak) van derden.
grootste afstand 30 100 100
werkelijke afstand 54* 125 370
200
410
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 7
Uit tabel 1 blijkt dat voor alle aspecten wordt voldaan aan Stap 1 volgens de VNG handreiking, waarbij wordt voldaan aan de richtafstanden. Het project vormt hierdoor geen belemmering voor de aanwezige bedrijven en maakt geen inbreuk op het woon- en leefklimaat van omliggende woningen.
2.4 Wet Luchtkwaliteit Van toepassing is de Wet luchtkwaliteit. Getoetst is of het project zelf, al niet in betekenende mate, bijdraagt aan de luchtkwaliteit, zoals gesteld in het Besluit ‘niet in betekende mate’ (NIBM). Sinds 1 augustus 2009 is de Nationaal Samenwerking Luchtkwaliteit (NSL) van kracht. Hierin is opgenomen dat een project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging als 3% van de jaargemiddeldegrenswaarde niet wordt overschreden. Voor de luchtkwaliteit maatgevende stoffen “fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2)”, komt dit overeen met een bijdrage aan de jaargemiddeldeconcentratie van 1,2 ug/m³. Voor ontwikkelingen die een NIBM-bijdrage leveren aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen vormt de Wet luchtkwaliteit geen belemmering Het project omvat een functiewijziging en ligt niet in de nabijheid (invloedsfeer) van autosnelwegen. De invloed van het nieuwe bedrijf is middels de NIBM-tool (versie 27-03-2020) getoetst, zoals in de onderstaande afbeelding is weergegeven.
Uit de toetsing blijkt dat de nieuwe activiteiten niet in betekende mate bijdragen. In het kader van het NSL is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool1 ingevoerd. Vanaf 1 januari 2023 is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) het nieuwe instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit nu in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en later onder de Omgevingswet (Ow).
1https://www.cimlk.nl/kaart
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 8
De volgende afbeeldingen geven de resultaten van de monitoringstool voor de stoffen PM10 en NO2 voor het jaar 2030 weer.
locatie
locatie
Afbeelding 2/3: concentraties NO2 (links) en PM10 (rechts) voor het jaar 2030
Conclusie Ter plaatse van de locatie is sprake van een goed woon- en leefklimaat en vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het project. Het project zelf valt onder de NIBM definitie.
2.5 Wet natuurbescherming gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen een beschermd gebied, zoals opgenomen in Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant. Normaliter moet ook bij ontwikkelingen buiten natuurgebieden het effect worden beoordeeld, de zogenaamde 'externe werking'. Het gaat dan met name om de stikstofdepositie. Conform de Wet natuurbescherming mag de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet toenemen. Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Onderhavig planvoornemen ligt op circa 14,5 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmense Ven, Moerputten & Bossche Broek’. In bijlage 1 is een AERIUS berekening van de nieuwe representatieve bedrijfssituatie gevoegd, waarbij het verkeer op en naar de locatie is verdubbeld en hobbymatig vee (paarden) zijn toegevoegd. Uit de berekening blijkt dat deze geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Gezien het hier een functiewijziging t.b.v. het gebruik omvat, is een aanlegfase niet aanwezig. De aanpassing van het bouwwerk zijn voornamelijk timmerwerkzaamheden en lichte installatie (elektra) werkzaamheden. De aanlegactiviteiten zijn vergelijkbaar met de representatieve situatie, zoals opgenomen in bijlage 1.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 9
soortenbescherming Bij ontwikkeling van het initiatief kunnen natuurwaarden in het gebied verstoord worden. Het plangebied is deels bebouwd/verhard en wordt gebruikt als bedrijf. Een geschikte biotoop ontbreekt voor beschermde planten of dieren. Er worden geen nieuwe opstallen of verhardingen binnen het plangebied voorzien, waarbij geen beschermde planten of dieren worden aangetast. De functiewijziging ziet toe op een ander gebruik en omvat geen grootschalige aanpassingen, die mogelijk invloed hebben op eventuele gebouw bewonende soorten. Conform de Wet natuurbescherming (art. 1.11) is te allen tijde sprake van zorgplicht. Conclusie Het aspect natuur vormt geen planologische belemmering voor het project.
2.6 Archeologie en cultuurhistorie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de specifieke waarden van het plangebied.
2.6.1 Archeologie Met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro 2008) hebben gemeenten de rol gekregen van bevoegd gezag. Hiermee is de zorg voor archeologische belangen een verantwoordelijkheid van de gemeente geworden. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen, in het kader van voornoemde wetgeving een eigen archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze’ en de ‘Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze’. Volgens de Archeologische Beleidsadvieskaart (zie afbeelding) ligt het plangebied in het buitengebied en is een hoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig. Voor dit gebied geldt een onderzoeksplicht bij een verstoringsdiepte van meer dan 40 cm en een verstoringsoppervlakte van meer dan 250 m².
locatie
Afbeelding 6: fragment beleidskaart
(bron: gemeentelijke archeologische beleidskaart)
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 10
Het project omvat alleen en functiewijziging en geen grondroerende activiteiten, waardoor een archeologisch onderzoek niet nodig is. Voor alle situaties geldt dat in het geval archeologische sporen, die tijdens de uitvoeringsfase van de sloop-, bouw-, sanerings- of graafwerkzaamheden aan het licht komen, binnen de wettelijke meldplicht vallen.
2.6.2 Cultuurhistorie Volgens de Cultuurhistoriekaart van de gemeente Bernheze ligt de locatie niet in een gebied met de cultuurhistorische aanduiding (zie onderstaande afbeelding). De Heideweg is aangemerkt als een oud wegtracé, met een hoge waarde, welke bij de inrit van het project eindigt.
locatie
Afbeelding 7: fragment beleidskaart
(bron: Cultuurhistoriekaart 2014, Bernheze)
Conclusie: Het project beïnvloedt geen archeologische of cultuurhistorische waarden.
2.7 Watertoets Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 11
3.
Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied.
Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Gemeente Bernheze Het beleid van de gemeente Bernheze sluit aan op het landelijke en provinciale beleid. De gemeente zelf heeft een Gemeentelijk Rioleringsplan en het Gemeentelijk Waterplan opgesteld. In het Gemeentelijk Rioleringsplan zijn doelstellingen en maatregelen in de waterketen opgenomen, waartoe de gemeente wettelijk verplicht is. In het waterplan worden extra, niet wettelijk verplichte maatregelen opgenomen, die nodig zijn om de gewenste inrichting en functioneren van water te kunnen bereiken. De hoofddoelstelling van het waterplan is “Het ontwikkelen van een integrale visie in de omgang met water in de breedste zin van het woord’. Het integrale aspect betekent dat het gehele systeem van grond- en oppervlaktewater centraal staat, inclusief aan- en afvoer van water. De keten van drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering wordt in de visie betrokken daar waar deze het watersysteem beïnvloedt. Het project omvat geen verdere verharding van het plangebied en het huidige regenwater leidt niet tot enige overlast. Het bedrijfsgebouw voert het water af naar de aanwezige groenborders en grove keienverharding. Vanuit de woning wordt het regenwater naar de aanwezige vijver gevoerd.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 12
Afvalwater In de openbare weg ten oosten van het plangebied ligt een (druk)rioolstelsel. Het afvalwater wordt afgevoerd naar het riool van de Loosbroekseweg. De gemeentelijke riolering voert het water af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Dit betreft een bestaande situatie Hemelwater Hemelwater wordt niet op het riool geloosd, maar naar een bestaande voorziening gebracht. Gezien het een bestaande situatie is, kan gesteld worden dat het terrein voldoende mogelijkheden biedt voor de verwerking van hemelwater op het eigen terrein. Het hemelwater wordt momenteel in putten opgevangen en naar kavelsloten geleidt, waar het kan infiltreren in de bodem. Conclusie De waterhuishouding van het project verandert niet en vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke wijziging.
2.8 Externe veiligheid Wet- en regelgeving Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen van personen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere LPG-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (via wegen, spoorwegen, vaarwegen) en buisleidingen (onder andere aardgas en brandbare vloeistoffen). De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), de Structuurvisie buisleidingen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling basisnet. Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).
Het PR is de kans dat een persoon die (onafgebroken en onbeschermd) op een bepaalde plaats aanwezig is, overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit. Het GR bestaat uit de cumulatieve kans per jaar dat een groep van een bepaalde omvang overlijdt als gevolg van een calamiteit met een inrichting of een transportmodaliteit Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 13
Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. Onderhavig initiatief past in de kaders die hierin zijn gesteld.
Beschouwing risicobronnen In de directe omgeving van het plan, in een straal van 150 meter, zijn geen inrichtingen aanwezig, waarop het besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is. In de volgende afbeelding treft u een fragment van de risicokaart aan.
locatie
Afbeelding 8: fragment risicokaart
(bron: risicokaart Nederland)
Rijksweg A50 Ten zuiden van het plangebied bevindt zich, op een afstand van 3,9 km de rijksweg A50. Het wegvak van de A50 ter hoogte van Veghel heeft geen plaatsgebonden risico en/of plasbrandaandachtsgebied, maar wel een toxisch invloedsgebied (> 4000 m), die relevant is voor het plan. Gelet op de afstand tussen het plangebied en de rijksweg (ca. 3,9 km) A50 kan worden volstaan met het opstellen van een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform de vereisten in art. 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Vanwege de grote afstand van de bron tot het plangebied (> 200 meter) en het toxische scenario geeft de Veiligheidsregio hiervoor een standaard advies. Dit advies is bijlage 2 opgenomen.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 14
Verantwoording groepsrisico Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de Rijksweg A50 dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij moet worden ingegaan op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld: 1. Is het rampscenario te bestrijden? Gezien de afstand van het plangebied tot de Rijksweg A50 is het vrijkomen van een toxische wolk het maatgevende scenario. Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Voor de Veiligheidsregio heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten.
Extra maatregelen zijn daarom niet nodig. 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? Rond het plangebied zijn voldoende aan- en afvoerroutes beschikbaar voor de inzet van hulpdiensten. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario. 1. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn goed. Het project ziet op een functiewijziging. Er zijn geen aanwijzingen dat hier niet – of verminderd – zelfredzame personen aanwezig zullen zijn. 2. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren Behalve de vraag of zelfredzaamheid mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredzaamheid optimaal kan plaatsvinden. Alarmering In geval van een calamiteit kan NL-alert worden ingezet. NL-alert is een alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Hiermee kunnen mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht worden geïnformeerd.
In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen (vluchten of schuilen).
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 15
Schuilen Bij een toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Een woning en appartement is als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit goed geïsoleerd en beschikt doorgaans over uitschakelbare mechanische ventilatie. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en aan de kaders die zijn vastgelegd in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Bernheze. Het project ligt binnen het invloedsgebied van de A50. Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: - de rekenkundige hoogte van het groepsrisico neemt niet toe; - er zijn geen negatieve gevolgen voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het advies van de veiligheidsrisico is in bijlage 2 bijgevoegd.
2.9 Geurhinder veehouderijen De Wet geurhinder en veehouderij schrijft voor dat geurgevoelige objecten niet binnen de geurcontouren van bestaande veehouderijen gebouwd mogen worden. In de omgeving bevinden zich meerdere veehouderijen. Voor deze bedrijven is een geurnotitie (kenm. 20.408-GEUR.01) opgesteld, waarin de geurbelasting op het plangebied inzichtelijk is gemaakt. Gezien het feit dat het project een functiewijziging betreft, zal onderhavige locatie geen belemmering vormen voor de veehouderijen. Uit het geuronderzoek blijkt dat ter plaatse een voldoende woon- en leefklimaat aanwezig is, zoals beschreven in de beleidsregels van de gemeente Bernheze. Conclusie Het project vormt geen belemmering voor agrarische veehouderijen.
2.10 Volksgezondheid De handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie november 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Stap 1 Endotoxine Uit VGO onderzoek is gebleken dat zich rond veehouderijen verhoogde gezondheidsrisico’s voordoen. De Gezondheidsraad adviseert een norm van 30 EU/m³ voor endotoxine om omwonenden tegen te hoge concentraties te beschermen. Bij pluimveebedrijven en varkenshouderijen kan relevante emissie plaatsvinden. Op basis van de uitstoot van fijn stof kan worden geschat op welke afstand van een bedrijf deze norm wordt overschreden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich bedrijven die mogelijk relevant zijn. In onderstaande tabel is een toetsing voor deze bedrijven uitgevoerd. Adres Nistelrodensedijk 14 Berkenvenseweg 1 Dintherseweg 71
Bedrijfstype
Vergunning
rund, varkens schapen, pluimvee varkens
29-062017 12-12-2016 18-11-2008
Emissie fijnstof 553 kg/jr 4556 kg/jr 638 kg/jr
Afstand advieswaarde 140m 405m 160m
Feitelijk afstand 410m 450m 530m
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 16
Uit vergelijking van de werkelijke afstanden met de afstanden advieswaarde volgt dat er geen overschrijding van de individuele adviesnorm van 30 EU/m³ optreedt ter plaatse van het plangebied. Mogelijk wordt niet aan de cumulatieve endotoxinecontouren voldaan, omdat de veehouderijen zich in elkaars nabijheid bevinden. Stap 2 Emissies De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Stap 3a Geur (wettelijk kader) Rondom het plangebied liggen verschillende veehouderijen die van invloed zijn op de ontwikkeling. Voor deze bedrijven is een geurnotitie (kenm. 20.408-GEUR.01) opgesteld, waarin de geurbelasting op het plangebied inzichtelijk is gemaakt. Hieruit kan geconcludeerd dat de omliggende veehouderijen niet onevenredig worden gehinderd door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Stap 3b Geur (gezondheidskundig) de voor- en/of achtergrondgeurbelasting is lager dan de odour-unit waarden uit het onderzoek van Geelen et al. (2015), zoals in de onderstaande tabel is weergegeven.
De ontwikkeling voldoet niet aan de waarden zoals bedoeld vanuit gezondheidskundig oogpunt. Ter plaatse is sprake van een voldoende woon- en leefklimaat, zoals beschreven in de beleidsregels van de gemeente Bernheze. Stap 4 Gecombineerde bedrijven In de nabijheid van het plangebied is ter plaatse van Berkenvenseweg 1b een gecombineerd bedrijf aanwezig, welke het dichtstbijzijnde gecombineerd bedrijf is. Hier worden rundvee en varkens gehouden. De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van dit bedrijf en het project bedraagt meer dan 100 m. Stap 5a Geitenhouderijen Uit het aanvullende VGO rapport blijkt dat gemiddeld over de onderzoeksjaren 2009 - 2013 een 29% verhoogde kans op longontsteking bestaat voor mensen die rondom een geitenhouderij wonen, tot een afstand van 1,5 – 2 km. Het provinciaal verbod op het uitbreiden van het bestaand oppervlakte dierenverblijf (staloppervlak) voor geiten dient te voorkomen dat (nieuwe of grotere) knelpunten ontstaan vanwege de volksgezondheid rond geitenhouderijen, die later met veel inspanning en kosten moeten worden weggenomen. Beoordeling geitenhouderijen Binnen 2 kilometer van het plangebied is een geitenhouderij gevestigd. In de volgende tabel is de vergunde situatie van deze geitenhouderij weergegeven.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 17
5b. Pluimveebedrijven Binnen een afstand van 1 kilometer liggen verschillende pluimveebedrijven (o.a. Berkvenseweg 1, Heideweg 1 en Houtstraat 3). De locatie is niet de maatgevende woning voor deze pluimveebedrijven en er is reeds sprake van een bestaande bedrijfswoning. Bovendien omvat de gebruikswijziging van de locatie geen toename van het aantal blootgestelden in het plangebied of ziet het anderzijds op een toename van emissies. 5c. Overige veehouderijen: De bebouwde kom ligt op ca. 1,25 km van de locatie. 6. Mestverwerking Er is geen sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit bij de omliggende (agrarische) bedrijven, die van invloed zijn op de ontwikkeling. 7. Lokale beleving Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Uit het stappenplan volgt dat (stap 1, 3b en 5a/5b) mogelijk een advies van de GGD gewenst is. De gemeente moet een zorgvuldige afweging maken of er sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico. Betrek bij deze afweging het al dan niet inwinnen van GGD-advies.
2.11 Overige aspecten Spuitzone Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld, zoals fruitbomen, en nabij gelegen woningen. Als richtwaarde wordt 50 meter aangehouden. Binnen 50 m zijn geen gronden aanwezig, waar spuitzones voor gewassen van toepassing zijn. Er is dus geen aanleiding om niet uit te gaan van een aanvaardbaar gezondheidsrisico. Hoogspanningslijnen In de omgeving van het plangebied bevinden zich hoogspanningslijnen. Gezien de afstand tot het plangebied (ca. 4,7 km) heeft dit geen invloed op de ontwikkeling en leidt niet tot een belemmering. Conclusie: Er is geen sprake van een belemmering voor de ontwikkeling c.q. schade voor de volksgezondheid van de toekomstige bewoners.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 18
2.12 Mer-beoordeling De ontwikkeling is getoetst aan het Besluit Mer. De ontwikkeling omvat het omschakelen van een agrarische bedrijfsfunctie naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie, welke niet als een activiteit is genoemd in de bijlage C en D van het Besluit Mer. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft niet plaats te vinden. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen bedrijven waarop een Mer-plicht / -melding van toepassing zijn.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 pagina: 19
3 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Uit de toetsing van de verschillende milieuaspecten, met betrekking tot het et omschakelen van een agrarische bedrijfsfunctie naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie op de locatie Heideweg 4 in Loosbroek, blijkt dat er vanuit milieutechnisch oogpunt geen onoverkomelijke belemmeringen te verwachten zijn.
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 Bijlage - 1 -
BIJLAGE 1 AERIUS berekening
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
RW groep BV Heideweg 4, 5472 LC Loosbroek 20.408- Heideweg 4, Loosbroek RBS, nieuwe situatie + 5 Paarden + Verdubbeling verkeer + verdubbeling verkeer op terrein
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RzrjN5d6dqm7 17 oktober 2023, 17:21 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
2021 -
25,5 kg/j
129,6 kg/j
2/8
Projectberekening
Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2021 Emissiebronnen 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | laden/lossen container 3 Energie | Energie | CV 5 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Shovel 6 Landbouw | Stalemissies | Vee Hobyymatig 9 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | laden/lossen container (1) Verkeersnetwerk
RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
3,0 g/j 48,4 g/j 25,0 kg/j 3,0 g/j 0,4 kg/j
6,1 kg/j 3,0 kg/j 98,4 kg/j 6,1 kg/j 16,0 kg/j
3/8
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
4/8
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/8
Projectberekening
Situatie 1, Rekenjaar 2021 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2
Naam Locatie
Max. snelheid
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
laden/lossen container X:164381,62 Y:408841,65
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
Energie | Energie
Naam CV Uittreedhoogte Locatie X:164333,74 Warmteinhoud Y:408808,9 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Standaard Profiel Industrie
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
Brandstofverbruik
400 l/j
6,0 m 0,220 MW
bezoekers X:164392,37 Y:408684,67 545,35 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
6,1 kg/j 3,0 g/j
Draaiuren AdBlue verbruik
20 u/j
Stof Emissie
NOₓ
6,1 kg/j NH₃ 3,0 g/j
NOₓ
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
3,0 kg/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
6,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
7,7 kg/j 1,2 kg/j 0,2 kg/j
In file
5,0 /etmaal 10,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /maand 0,0 /maand 8,0 /maand 0,0 /maand NOₓ NH₃
Stageklasse
Vrachtwagen container
4
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
3
Verkeersbewegingen X:164116,9 Y:408912,45 746,99 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
0,3 kg/j 51,1 g/j 24,0 g/j
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
6/8
Projectberekening
5
Naam Locatie Lengte
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Stageklasse
Shovel X:164392,1 Y:408839,73 62,21 m
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
Shovel Stage-IIIA, 2006-2010, 75-560 kW, diesel, SCR: 6448 l/j nee 6
Landbouw | Stalemissies
Naam Vee Hobyymatig Uittreedhoogte Locatie X:164373,62 Warmteinhoud Y:408840,11 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Dierverblijven Diersoort RAV-code - Omschrijving
7
BWLcode
5,0 m 0,000 MW
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
Verkeersbewegingen (1) X:164116,9 Y:408912,45 746,99 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid
Draaiuren AdBlue verbruik
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Stof Emissie
330 u/j
NOₓ
98,4 kg/j NH₃ 48,4 g/j
NH₃
25,0 kg/j
Aantal Stof Emissiefactor dieren (kg/dier/j)
K1.100 - overige huisvestingssystemen Overig 5 (Paarden; volwassen paarden (3 jaar en ouder))
Wegverkeer | Weg
98,4 kg/j 48,4 g/j
NH₃ 5
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Reductie Emissie
-
25,0 kg/j
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
7,7 kg/j 1,2 kg/j 0,2 kg/j
-
-
Aantal voertuigbewegingen
5,0 /etmaal 10,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /maand 0,0 /maand 8,0 /maand 0,0 /maand
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/8
Projectberekening
8
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 9
Naam Locatie
bezoekers (1) X:164392,37 Y:408684,67 545,35 m Buitenweg Beide richtingen 1 Normaal 0m
Type scherm Hoogte Afstand tot de weg
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ - NO₂ - NH₃
-
-
Aantal voertuigbewegingen
In file
6,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam
Vrachtwagen container
laden/lossen container (1) X:164381,62 Y:408841,65
Stageklasse
Stage-IIIB, 2011-2013, 75-560 kW, diesel, SCR: nee
NOₓ NH₃
Brandstofverbruik
400 l/j
Draaiuren AdBlue verbruik
20 u/j
0,3 kg/j 51,1 g/j 24,0 g/j
6,1 kg/j 3,0 g/j Stof Emissie
NOₓ
6,1 kg/j NH₃ 3,0 g/j
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023_20231004_fd8d865135 Database versie 2023_fd8d865135_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RzrjN5d6dqm7 (17 oktober 2023)
8/8
datum: 18-10-2023 Kenmerk: 20.408-WRO.03 Bijlage - 2 -
BIJLAGE 2 Advies Veiligheidsregio
Bijlage 1 Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Vanwege de ligging van de planlocatie in het invloedsgebied van een risicobron waarvan een toxische wolk het maatgevende scenario is, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio om advies gevraagd. Het advies is verwerkt in de verantwoording. Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar.
Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te schuilen is; - goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.
ODBN, Kenmerk
21 augustus 2020 Z/125364
6
Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af. Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen reden voor nader advies. De veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen.
ODBN, Kenmerk
21 augustus 2020 Z/125364
7