BOPA Sint Servatiusstraat - Balledonk Heeswijk-Dinther - Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
7-6-2024
QuickScan flora en fauna Balledonk ong. Heeswijk-Dinther
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna
Colofon: Opgesteld door:
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Projectlocatie:
Balledonk ong. 5473 BE Heeswijk-Dinther 24146.QFF Definitief 7-6-2024 Ing. R.J.L. Bijvelds & R.F. Versteegden R.F. Versteegden D.M. Linskens, Msc
Projectcode: Status: Datum: Auteur: Veldwerk: Collegiale toets:
Pagina
2
© copyright BNL advies 2024 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Inhoud Colofon: ...................................................................................................2 1.
Inleiding .............................................................................................5
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................6 2.1
2.1.1
Gebiedsbescherming ....................................................................6
2.1.2
Soortenbescherming.....................................................................6
2.1.3
Bescherming van houtopstanden ......................................................6
Omschrijving plangebied ..........................................................................8 3.1
Algemeen.......................................................................................8
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................9
3.2.1
Te ontwikkelen kavels ..................................................................9
3.2.2
Beplantingen in directe omgeving .................................................. 10
3.3
Vooronderzoek .............................................................................. 11
3.4
Analyse gebiedsbescherming .............................................................. 12
3.4.1 3.5
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 14 4.1
Algemeen..................................................................................... 14
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 14
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 14
4.2.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 15
4.2.3
Algemene broedvogels ................................................................ 16
4.2.4
Activiteiten binnen het broedseizoen .............................................. 16
4.3
Soorten Habitatrichtlijn.................................................................... 16
4.3.1
Vleermuizen ............................................................................ 16
4.3.2
Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 16
4.4
5.
Bescherming van houtopstanden ......................................................... 13
Nationaal beschermde soorten............................................................ 17
4.4.1
Grondgebonden Zoogdieren .......................................................... 17
4.4.2
Amfibieën en reptielen ............................................................... 17
4.4.3
Vissen.................................................................................... 17
4.4.4
Libellen ................................................................................. 17
4.4.5
Dagvlinders ............................................................................. 18
4.4.6
Vaatplanten ............................................................................ 18
4.4.7
Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 18
Conclusie .......................................................................................... 19 5.1
Aanbeveling Quickscan ..................................................................... 19 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3
4.
Natuurnetwerk Brabant (onderdeel van NNN) ..................................... 13
Pagina
3.
Omgevingswet .................................................................................6
5.2 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 19 Bijlage 1. BeSi-rapportage Balledonk ong. Heeswijk-Dinther. .................................. 20
Pagina
4
Bijlage 2. Vrijgestelde soorten per provincie...................................................... 21
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van de initiatiefnemer, is op donderdag 16 mei 2024, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet(aanvullingswet natuur). De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling op de locatie: Balledonk ong. te Heeswijk-Dinther. De intentie van de aanvrager is dat op het lege perceel een nieuwe woningen ontwikkelt gaan worden. Op de kavels zelf en in de aangrenzende beplantingen en direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande activiteiten. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
5
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Omgevingswet Sinds 1 januari 2024 is in de Omgevingswet de bescherming van dier- en plantensoorten en van habitattypen in Nederland geregeld. Voorheen was dit geregeld in de Wet natuurbescherming. Hierbij moet een splitsing gemaakt worden tussen flora- faunaactiviteiten (soortenbescherming) en Natura 2000-activiteiten (gebiedsbescherming). Daarnaast kent de Omgevingswet regels voor het vellen van houtopstanden.
2.1.1 Gebiedsbescherming De Ow richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Binnen de Ow is het Natuurnetwerk Nederland is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant (NNB)’ genaamd. Hiernaast kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”.
2.1.2 Soortenbescherming De Ow onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden
Pagina
6
In de Omgevingswet, artikel 4.35 (rijksregels houtopstanden) is de instandhouding van het bosareaal geregeld. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Beschermingsregime soorten Artikel 11.34 Bal Vogelrichtlijn
Beschermingsregime soorten Artikel 11.46 Bal Habitatrichtlijn
Beschermingsregime soorten Artikel 11.34 Bal Andere soorten
Lid 1a: Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen
Lid 1a: Het is verboden in Lid 1: Onverminderd artikel 5.1 Ow, het wild levende dieren tweede lid, aanhef en onder g, is het van soorten, genoemd in verboden: in het wild levende bijlage IV, onderdeel a, bij zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, de Habitatrichtlijn, bijlage dagvlinders, libellen en kevers van de II bij het Verdrag van Bern soorten, genoemd in de bijlage, of bijlage I bij het Verdrag onderdeel A, bij deze wet: van Bonn, in hun natuurlijk a: opzettelijk te doden of te vangen; verspreidingsgebied b: de vaste voortplantingsplaatsen of opzettelijk te doden of te rustplaatsen van dieren als bedoeld in vangen. onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, Lid 1b: Het is verboden Lid 1b: Het is verboden c: vaatplanten van de soorten, genoemd opzettelijk nesten, dieren als bedoeld in het in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, rustplaatsen en eieren van eerste lid opzettelijk te in hun natuurlijke verspreidingsgebied vogels als bedoeld in het verstoren. opzettelijk te plukken en te verzamelen, eerste lid te vernielen of te af te snijden, te ontwortelen of te beschadigen, of nesten van vernielen. vogels weg te nemen.
Lid 1c: Het is verboden Lid 1c: Het is verboden Lid 2: De verboden, bedoeld in het eieren van vogels als eieren van dieren als eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet bedoeld in het eerste lid te bedoeld in het eerste lid in van toepassing op de bosmuis, de rapen en deze onder zich te de natuur opzettelijk te huisspitsmuis en de veldmuis voor zover hebben. vernielen of te rapen. deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende Lid 1d: Het is verboden Lid 1d: Het is verboden de zaken bevinden. vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
Pagina
Figuur 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
7
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Lid 3: Het verbod, bedoeld Lid 3: Het is verboden in het vierde lid, is niet van planten van soorten, toepassing indien de storing genoemd in bijlage IV, niet van wezenlijke invloed onderdeel b, bij de is op de staat van Habitatrichtlijn of bijlage I instandhouding van de bij het Verdrag van Bern, in desbetreffende vogelsoort hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is zuidelijk gelegen in het dorp Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze (zie afbeelding 1). Het plangebied bestaat uit enkele kavels zonder bebouwing.
Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied, aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl.
Pagina
8
Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. In de directe omgeving/ aangrenzende kavels is volwassen beplanting van diverse soorten landschapsbomen, hagen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig. Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 2: De kavels welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, binnen het paars kader. Bron: Kadviewer.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De intentie van de aanvrager is dat op het perceel een nieuwe woningen ontwikkelt gaanworden. In de aangrenzende bebouwingen en in de aangrenzende beplantingen en direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande activiteiten.
3.2.1 Te ontwikkelen kavels
Pagina
9
De percelen zijn afgebeeld in afbeelding 3 t/m 8. Op de te ontwikkelen kavels en in de aangrenzende bebouwingen kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals de steenmarter, uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogel- en diersoorten kunnen de bebouwing gebruiken om zich voort te planten of als schuilplaats.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 3 t/m 8: Plangebied en omgeving. Bron: BNL advies.
3.2.2 Beplantingen in directe omgeving
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Tijdens de rondgang dient het plangebied goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Er wordt gekeken of burchten (dassen en bevers) en andere mogelijke verblijfslocaties van marters aanwezig zijn onder de begroeiing.
10
Aangrenzend aan het projectgebied en verspreid op de kavels en kavelgrenzen zijn beplantingen aanwezig in de vorm van: landschapsbomen, hagen, heesterbeplanting en diverse kruidachtige begroeiing.
Ook wordt beoordeeld of beschermde soorten vaatplanten aanwezig zijn, of dat het gebied potentieel geschikt is voor beschermde soorten vaatplanten. Beoordeeld moet worden of de geplande evenementen een mogelijk negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die er (mogelijk) voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is een bureauonderzoek gedaan om te zien welke soorten te verwachten zijn binnen en nabij het plangebied. Hiervoor is beroep gedaan op de Beschermde Soorten Indicator (BeSI) van BIJ12. Het BeSI rapport is toegevoegd als bijlage 1. Tevens is de verspreidingsatlas van het NDFF geraadpleegd, waarin het projectgebied valt binnen kilometerhok 160-406 (soortgroep zoogdieren).
Pagina
11
Figuur 2: Verpreidingsatlas. Bron: NDFF
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Figuur 3: Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. Bron BeSI
3.4 Analyse gebiedsbescherming Door de aard van de grondgebonden activiteiten (diverse activiteiten op de bestaande kavels en de afstand en inrichting van het tussenliggende gebied, is het optreden van externe storingsfactoren door de grondgebonden activiteiten, op het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied in de gebruiksfase uit te sluiten.
Pagina
12
Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied genaamd ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ ligt op een afstand van +- 11.300 m1 westelijk van het plangebied (zie afbeelding 11). Eventuele nadelige effecten op een Natura 2000 gebied in de aanlegfase zijn door middel van het uitvoeren van een Aerius-berekening uit te sluiten.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 9: het plangebied op +- 11.300 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, genaamd ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’. Bron: Kaartbank Brabant.
3.4.1 Natuurnetwerk Brabant (onderdeel van NNN) Het plangebied ligt buiten het Provinciaal deel van het Natuurnetwerk Brabant (zie afbeelding 10). Ongeveer 90% van het Natuurnetwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden zoals bijvoorbeeld de Biesbosch en de Maashorst. Maar het netwerk is nog niet compleet. Er ontbreken gebieden en verbindingen die belangrijk zijn voor dieren en planten. Vanwege klimaatverandering veranderen hun leefomstandigheden en wordt dat nog urgenter. Soorten moeten zich kunnen verplaatsen om genoeg voedsel te vinden en zich voort te planten en zich te verspreiden. Het plangebied is gelegen buiten het Provinciaal deel van de NNB, hierdoor worden nadelige effecten op het Provinciaal deel van de NNB niet verwacht. =
Aangezien binnen de projectgrenzen geen houtopstanden worden gekapt groter dan 10 are of 20 rijen bomen is geen meldplicht, herplantplicht op mogelijke oplegging van een kapverbod aan de orde. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
3.5 Bescherming van houtopstanden
13
Afbeelding 10: het plangebied buiten het Provinciaal deel van de NNB. Bron: Kaartbank Brabant.
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavels en omliggende gronden zijn visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten / verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet / naar gezocht is zijn de volgende soorten: - Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied - Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden - Holtes en spleten/ scheuren in de aangrenzende bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden - Beschermde plantsoorten op de kavels - Mogelijke verblijfplaatsen en holen van zoogdieren - Overige beschermde soorten flora en fauna op de kavels
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Volgens het vooronderzoek is het plangebied mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in aangrenzende gebouwen en het bijbehorend essentieel leefgebied binnen het plangebied. Huismus. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen op en nabij de te ontwikkelen kavels. De kavels zijn, vanwege het ontbreken van bebouwing, niet geschikt als vaste nest- of verblijfplaats voor huismussen, zie afb. 11 en 12.
Afbeelding 11 en 12: Geen mogelijke nest-, rust- of verblijfplaatsen van huismussen aangetroffen op en nabij de onderzochte kavels. Bron: BNL advies.
Pagina
Uilen. Wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen in bebouwingen nabij de kavels, wordt nader onderzoek naar uilen niet nodig geacht. Ook ontbreken er voor de steenuil geschikte broedholen in oude bomen in de directe omgeving.
14
Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet direct geschikt. Gierzwaluwen hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden. Mogelijke nestlocaties en invliegopeningen naar nestlocaties van de gierzwaluw zijn nabij het kavel niet aangetroffen, nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
De locatie is verder niet geschikt als voortplantings- en verblijfplaats, er zijn ook geen braakballen of prooiresten aangetroffen welke er op kunnen wijzen dat er uilen actief zijn binnen het gebied. Overige soorten. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boom bewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd, havik, sperwer en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid, nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen. Binnen het broedseizoen kan de situatie te allen tijde veranderen, wanneer dit zo is, of er bestaan twijfels, dan dient een ecoloog ingeschakeld te worden. Het plangebied is niet geschikt bevonden/ er zijn geen nesten aangetroffen van vaste rusten verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus, kerk- en steenuil en gierzwaluw. Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn binnen- en nabij het plangebied niet aangetroffen.
4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in bebouwingen en nestkasten aan bebouwingen, waaronder de spreeuw, koolmees en pimpelmees. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden.
Pagina
15
Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene broedvogels. De beplantingen binnen het plangebied en de aangrenzende beplantingen in (buur) tuinen zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. De geplande ontwikkelingen vormen geen bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt. Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden de zorgplicht.
4.2.4 Activiteiten binnen het broedseizoen Activiteiten binnen het broedseizoen zijn enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen.
4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de gewone- en ruige dwergvleermuis. Uit het BeSIrapport komt naar voren dat boombewonende vleermuizen potentieel aanwezig zijn binnen- en in de directe omgeving van het plangebied. Beplantingen In de op de kavels aanwezige beplantingen en aangrenzende bomen en bomenlanen zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen, wat de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Activiteiten mogen geen negatief effect hebben op vleermuizen. Belangrijk is om tijdens de activiteiten de eventuele (werk)verlichting af te wenden van bestaande structuren, zoals watergangen, bebouwingen en groenstructuren (beplantingen en boomlanen). Dit om negatieve effecten op vleermuizen en hun vliegroutes, foerageer- en verblijfplaatsen te voorkomen. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen van de Omgevingswet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt dan ook nodig geacht voorafgaand aan de geplande ontwikkelingen.
4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten
Pagina
Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
16
Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water / geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten nodig.
.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.4 Nationaal beschermde soorten 4.4.1 Grondgebonden Zoogdieren Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen vrijstelling geldt zoals de das, steenmarter, wezel, hermelijn, bunzing en eekhoorn (zie bijlage 2). Das: Binnen het projectgebied zijn geen burchten, latrines of andere sporen van dassen aangetroffen wat maakt dat nader onderzoek naar dassen niet nodig geacht wordt. Steenmarter: Sporen van de steenmarter in de vorm van uitwerpselen en prooidieren zijn op de kavels niet aangetroffen. Ook zijn er geen bebouwingen aanwezig waarin de steenmarter een vaste verblijfplaats kan hebben. Nader onderzoek naar de steenmarter wordt dan ook niet nodig geacht. Wezel, hermelijn en bunzing: Er zijn op- en rondom de kavels geen mogelijk geschikte vaste rust- en verblijfplaatsen kleine marters aangetroffen. Gezien de geïsoleerde ligging (geen aansluiting op aanliggende mogelijk geschikte landschapselementen, worden mogelijke verblijfplaatsen ook niet verwacht. Ook is er geen water in de buurt aanwezig. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van wezel, hermelijn en bunzing wordt dan ook niet nodig geacht. Eekhoorn: Er zijn in het geboomte binnen het plangebied geen sporen van vaste rust-, verblijf- of nestplaatsen van eekhoorns aangetroffen.
Nader onderzoek wordt niet nodig geacht. Overige soorten: Het plangebied en aangrenzende omgeving is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor een provinciale vrijstelling geldt.
4.4.2 Amfibieën en reptielen Het plangebied (de te ontwikkelen kavels) is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. Het plangebied is ongeschikt voor reptielen waarvoor in de provincie geen vrijstelling geldt door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.3 Vissen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor vissen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Pagina
17
4.4.4 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4.4.5 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor nationaal beschermde soorten dagvlinders door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.
4.4.6 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig.
4.4.7 Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie een vrijstelling geldt zoals egel, konijn en verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.
Pagina
18
Te allen tijde geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
5. Conclusie 5.1 Aanbeveling Quickscan Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren, voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden.
5.2 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor en na ontwikkeling van de nieuwe woningen. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe) soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kan overwegen worden het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen, of ingebouwd worden in de gevel van de woningen of tegen de bomen in de aangrenzende tuin. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivarapro.nl / www.waveka.nl welke onderdak kunnen bieden aan de diverse soorten vleermuizen. De kasten welke mogelijk geplaatst kunnen worden: -
Vleermuiskast inbouw type: IB VL 06 (Vivarapro) Vleermuiskast opbouw type: 1FTH-zwart (Waveka) Huismus inbouw type: NK MU 07 (Vivarapro) Huismus opbouw type: NK MU 08 (Vivarapro) Gierzwaluw inbouw type: GZP2 (Unitura) Gierzwaluw opbouw type: GZTH1 (Unitura)
Hierbij hopen wij u voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies
Pagina
19
7-6-2024
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Bijlage 1. BeSi-rapportage Balledonk ong. Heeswijk-Dinther.
Pagina
20
Zie bijlage mail.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
x
x
Haas
x
x
x
x
Steenmarter
Tweekleurige bosspitsmuis
Veldmuis
Vos
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68 (x3) x
Eekhoorn
Molmuis
Pagina
21
* = vanaf 1 september 2024 niet meer vrijgesteld. Werkzaamheden met een effect op deze soorten zijn vanaf deze datum vergunningplichtig,
(x1) = vrijgesteld in juli t/m september, (x2) = 15 aug t/m 15 okt, (x3) = maart–april en juli t/m november, (x4) = 15 aug t/m feb
(x1) = vrijgesteld in juli t/m september, (x2) = 15 aug t/m 15 okt, (x3) = maart–april en juli t/m november, (x4) = 15 aug t/m feb
x = vrijgestelde soort
x = vrijgestelde soort
(x2)
Levendbarende hagedis
x
x
x
x
x
(x4)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Limburg
(x1)
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
23-12-2023
Noord-Brabant
Hazelworm
x
x*
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Zeeland
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x*
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Flevoland
Woelrat
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Zuid-Holland
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
9-1-2024
Noord-Holland
Wild zwijn
x
x
Wezel
x
Rosse woelmuis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Meerkikker Ondergrondse woelmuis Ree
x
Konijn
x
x
x
Kleine watersalamand er
x
x
x
x x*
x
x
x
x
Huisspitsmuis
x
x
x
x*
x
x
x
Hermelijn
x
x
x
x
x
Gewone pad
x
x
x
x
x
x
Gewone bosspitsmuis
x
x
x
x
x
x
x
Egel
x
x
x
Dwergspitsmuis
x
x
x
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Utrecht
x
x
x
x
x
x
10-1-2024
2-1-2024
Gelderland
x
x
x
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Overijssel
Dwergmuis
x
Bruine kikker
x
x
x
10-1-2024
2-1-2024
Drenthe
x*
x
Bosmuis
x
x
10-1-2024
1-1-2024
Groningen
Bunzing
x
Bastaardkikker
10-1-2024
Bijgewerkt op
x
3-1-2024
Laatste besluit
Aardmuis
Friesland
Soort↓ Provincie→
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Ministerie EZ
Bijlage 2. Vrijgestelde soorten per provincie
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 23-05-2024 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie.
Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Nieuw gebouw bouwen
Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven:
Locatie : 160,989.34 /406,692.56
Oppervlakte : 1059
m2
De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels
Ja
Zoogdieren
Ja
Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren
Ja
Planten
Nee
Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden.
Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?
Ja
Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?
Nee
Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.
Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen
Ja
Eekhoorns
Nee
Steenmarters
Nee
Andere marterachtige dan steenmarters
Ja
Andere zoogdieren
Ja
2
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten en adviezen Vogels Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus komt meestal voor in de buurt van mensen en leeft dan vooral in struiken, het liefst met stekels die het hele jaar groen blijven, loofbomen en klimplanten. De huismus broedt in gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen, en soms in klimop. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de huismus is dat van maart tot half augustus (soms tot eind september). De huismus is zeer honkvast en is het hele jaar rondom het nest aanwezig. Daarom zijn de nesten jaarrond beschermd. Haal nesten nooit weg. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de huismus. Bijvoorbeeld door struiken of klimplanten rondom de nesten te laten staan. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.
Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Bunzing Beschrijving leefgebied: De bunzing leeft vooral in natte gebieden en boomgroepen. Ze houden minder van dichte bebossing en naaldbomen. Ook in dorpen en buitenwijken van steden komt de bunzing voor. Bunzingen zijn vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de bunzing is dit de voortplantingsperiode die loopt van begin maart tot eind september. Zorg voor voldoende voedsel en plekken om zich te kunnen verstoppen, bijvoorbeeld door muizen niet te bestrijden en hopen snoeimateriaal achter te laten. Voer werkzaamheden stap voor stap uit zodat altijd in een deel van het leefgebied rust is.
In Utrecht (vervalt 1/9/24), Limburg en Zuid-Holland geldt voor de bunzing een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. 3
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: De spleten en andere openingen in gebouwen waar gebouwbewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Voorkom daarom het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Laat bomenrijen en bosjes staan en behoud water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom het verlichten van gevels waarin de invliegopeningen zitten. Raadpleeg voor meer informatie over de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Kijk voor meer informatie over natuurvriendelijk isoleren op natuurvriendelijkisoleren.nl. Konijn Beschrijving leefgebied: Het konijn leeft in halfopen (droge) landschappen zoals tuinen, perken, parken, graslanden en bosranden. Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems omdat ze daarin makkelijk kunnen graven. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor het konijn het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland. In Utrecht vervalt deze vrijstelling op 1/9/24. Niettemin geldt de zorgplicht.
Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van het konijn, bijvoorbeeld door verspreid stukken gras redelijk kort te maaien en te zorgen voor open plekken met zand.
Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Alpenwatersalamander Beschrijving leefgebied: De alpenwatersalamander is een amfibie en leeft onder andere in bospoelen, vennen, sloten en tuinvijvers. De winterslaap begint ongeveer half oktober en eindigt rond eind februari. De meeste alpenwatersalamander overwinteren op het land. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de voortplantingsperiode (water) en tijdens de winterrust (land). Voor alpenwatersalamanders betekent dit dat werkzaamheden in en nabij het water het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode van 1 augustus tot en met 15 oktober. Werkzaamheden op het land worden bij voorkeur niet tussen half oktober en eind februari uitgevoerd. Houd bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de alpenwatersalamander. Bijvoorbeeld door te zorgen voor houtstronken of houtstapels om onder te overwinteren.
4
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten.
Kamsalamander Beschrijving leefgebied: De kamsalamander is een amfibie en leeft in en rond poelen met een goede waterkwaliteit. Vaak zijn er veel oever- en waterplanten aanwezig. Overdag zie je de kamsalamander zelden, dan schuilen ze tussen de planten op de oever of in het water. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het water in de voortplantingsperiode en werkzaamheden op het land buiten deze periode. Voor de kamsalamander betekent dit dat werkzaamheden in het water waarschijnlijk het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode tussen oktober en januari en werkzaamheden op het land het beste tussen april en juli. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.
5
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Kleine watersalamander Beschrijving leefgebied: De kleine watersalamander is een amfibie en leeft in poelen, vennen, sloten, en tuin- en stadsvijvers. De kleine watersalamander overwintert in vorstvrije en ruimten zoals muizenholen, tussen boomwortels en in spleten in muren of hout. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg voor water en oevers met veel planten om te kunnen schuilen en stenen en houtstronken om onder te overwinteren. Kleine watersalamanders verblijven vanaf maart tot in de zomermaanden in het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren de verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de kleine salamanders eruit kunnen kruipen.
6
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten.
Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn-, Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt, is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, kijk dan op https://iplo.nl/thema/natuur/ Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket.
Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert.
7
Aanvraagdatum : 23-05-2024 Rapportnummer : 85338 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)
Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Huismus - Passer domesticus - Kansenkaart versienummer 1
29-11-2022
Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart versienummer 1 24-03-2023 Kamsalamander - Triturus cristatus - Kansenkaart versienummer 1 01-12-2022 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Alpenwatersalamander - Ichthyosaura alpestris - Kansenkaart versienummer 1 02-12-2022 Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Bunzing - Mustela putorius - Kansenkaart versienummer 1 29-11-2022 Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Kleine watersalamander - Lissotriton vulgaris - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022 Konijn - Oryctolagus cuniculus - Kansenkaart versienummer 1 28-11-2022
8