CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Sint Servatiusstraat - Balledonk Heeswijk-Dinther - Motivering

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 9 september 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend advies BOPA Sint Servatiusstraat - Balledonk Heeswijk-Dinther32.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bijzonder aandacht geven we aan de toename aan ouderenwoningen, gezien de vergrijzing de komende 20 jaar. Omdat we tempo willen maken, zullen we ook in de kernranden gaan bouwen. Gezondheid, groen, klimaat, landschap en water zullen sturend zijn bij het bepalen van de locatie en de inrichting. Het planvoornemen is gelegen op en inbreidingslocatie in de kern van Heeswijk-Dinther en bevat een appartementencomplex voor 27 sociale huurwoningen voor de doelgroep senioren. Betaalbare woningen die hard nodig zijn om te kunnen voorzien in de woonbehoefte van senioren. Doordat het planvoornemen is gelegen op een inbreidingslocatie draagt het initiatief ook bij aan een compact woningaanbod. - Groen, klimaatadaptief en circulair Om de kernen goed op de toekomst voor te bereiden, werken we aan groene, klimaatadaptieve en natuurinclusieve kernen. Groen, omdat we inmiddels weten dat dat bijdraagt aan een positieve gezondheid. We gaan werken met een groennorm, om zeker te stellen dat ook onze kwetsbare medemens voldoende ruimte heeft om te spelen, te

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

29

bewegen en te ontmoeten. De weersextremen van droogte en hitte tot wateroverlast komen steeds vaker voor en dat betekent dat we onze kernen klimaatadaptief maken. Vasthouden van water, afkoppelen van regenwater van rioolwater en minder tegels en andere verharding dragen bij aan infiltratie van regenwater in de bodem. Bij grote wateroverlast zullen we echter nabij de kernen op zoek gaan naar tijdelijke waterbergingsgebieden. Met natuurinclusieve kernen zorgen we dat de flora en fauna mee kan profiteren van onze gebouwde omgeving. Zowel in het groen als in en op de gebouwen. In de Peelhorst en het beekdallandschap zijn we terughoudend met bouwen en de aanleg van zonneparken. Het planvoornemen ligt in de dorpskern Heeswijk-Dinther dat in het Beekdallandschap is gelegen. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van twee kleinschalige appartementencomplexen die met groen zijn omringd. Het planvoornemen zelf bevat geen groen. Wel wordt rekening gehouden met hemelwaterbergingsvoorzieningen op eigen terrein en natuurinclusiviteit van de bebouwing. - Vitale dorpscentra Met behoud van het dorpse karakter kiezen we voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra. Doordat het planvoornemen in de dorpskern van Heeswijk-Dinther is gelegen, sluit het planvoornemen naadloos aan op de keus voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra.

- Meer prioriteit aan langzaam verkeer en ontmoedigen doorgaand verkeer Om de aantrekkelijkheid van onze hele gemeente te vergroten geven we meer prioriteit aan voetgangers en fietsers. We kiezen voor autoverkeersluwe en verkeersveilige kernen en een buitengebied met veilige en aantrekkelijke routes voor wandelen en fietsen. Hoe we dat precies doen, werken we later uit in een programma, in deze visie stellen we een aantal ambities op hoofdlijnen voor. Bovenlokaal verkeer leiden we snel af naar de snelwegen A50 en A59 en de provinciale weg N279 en zo voorkomen we onnodig verkeer over ons smalle wegennet. We willen op het huidige niveau het openbaar vervoer handhaven en slimmer maken. Zo willen we ervoor zorgen dat er geen vervoersarmoede ontstaat. De ligging van het planvoornemen (in de dorpskern) en de aansluiting op de bestaande netwerken (fiets- en voetpaden en OV dichtbij) is positief voor de gestelde prioriteit. - Aantrekkelijk wonen en leven Bernheze is een gemeente waar men naar elkaar omziet. Dat willen we zo houden. Dat stelt eisen aan wat we bouwen, hoe we wijken inrichten en voor wie we bouwen. Een gezonde leeftijdsmix en ruimte voor diverse combinaties van wonen en zorg en andere voorzieningen stellen we centraal. Sommige naoorlogse wijken willen we revitaliseren.

Het planvoornemen bestaat uit 100% sociale huurwoningen, hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de 30% sociale huurwoningen gemeentebreed zoals in de woondeal is afgesproken. Daarnaast wordt door de opzet van het planvoornemen gezorgd voor het behoud van de groene dorpsentree. - Duurzame kernen We maken onze kernen duurzaam. Dat betekent dat we in rap tempo meer circulair, CO2 neutraal, gasloos en natuurinclusief worden. De nieuwbouw is gasloos en natuurinclusief. - Veilige leefomgeving Onze kernen maken onderdeel uit van een veilige leefomgeving. Naast de meetbare veiligheid (rationeel) hebben we ook aandacht voor de beleefde veiligheid. We hanteren het principe dat bij florerende en innoverende ondernemingen ondermijning geen kans maakt. In deze goflo zijn de omgevingsrisico’s in beeld gebracht. Het is niet nodig om maatregelen te treffen. - Ruimte aan inwonersinitiatieven

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

30

Inwoners en ondernemers nodigen we uit om bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie. We geven als gemeente daarom ruimte aan inwonersinitiatieven. Dit is voor het planvoornemen niet aan de orde. 3. Klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit Het doel is schoner water, herstel biodiversiteit, minder wateroverlast, droogte en hittestress. De richtinggevende ambities hiervoor zijn als volgt: - Water en bodem sturend De eerste fundamentele keuze die we maken is dat water en bodem leidend zijn bij de keuzes die we maken. Dit betekent veel voor de inrichting en op welke locaties welke activiteiten plaats kunnen vinden, zoals woningbouw, landbouw, recreatie en natuur. Het plangebied is gelegen in één van de dorpskernen van Bernheze. De ligging van dit gebied is hoger dan het meer zuidelijk gelegen beekdal, waarnaar het water natuurlijk afstroomt. - Vasthouden van elke druppel water Het watersysteem was tot nu toe ingericht om snel water af te voeren. De enorme gevolgen van hitte en droogte vraagt om een omslag in het huidige systeem: naar het vasthouden van water. Het waterschap neemt hierin het voortouw en laat beken meer meanderen, maakt watergangen ondieper en met stuwen voorkomen dat het water het gebied verlaat. Door klimaatverandering zullen deze vaker en langduriger voorkomen.

Tegelijkertijd zullen we bij hevige piekbuien voorzieningen moeten treffen om water tijdelijk op te slaan. In het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om het hemelwater dat in het plangebied valt vast te houden en langzaam te laten infiltreren in de bodem. Verwezen wordt naar paragraaf 6.1.2 van deze goflo waarin dit is onderbouwd. - Aangename plekken Rekening houdend met extremere weersomstandigheden realiseren we aangename plekken waar iedereen toegang toe heeft in de openbare ruimte. Loofbomen met een groot kroonoppervlakte en op de lange termijn geschikt zwemwater kunnen voor verkoeling zorgen. Om het gevaar voor natuurbranden te verminderen gaan we naaldbossen omvormen naar loof- of gemengd bos. Openbare ruimte is geen onderdeel van het plangebied, in de nabijheid van het plangebied is wel sprake van dergelijke ruimten/ aangename plekken. - Herstel biodiversiteit De opgave voor het herstellen van de biodiversiteit is fors en daarom nemen we ook in Bernheze een flink aantal stappen. We beschermen vanzelfsprekend wat we al hebben en herstellen de biodiversiteit waar kansen zich voordoen. Naast de grotere natuurgebieden als de Peelhorst en het beekdallandschap, vragen bijvoorbeeld de Ecologische VerbindingsZones (EVZ), weidevogelgebieden, zandwegen, houtwallen, (natuurvriendelijke) oevers en lanen onze aandacht.

De biodiversiteit in het plangebied is blijkens de uitgevoerde quickscan flora en fauna op dit moment niet als bijzonder waardevol te beschouwen. Wel zijn enkele monumentale bomen aanwezig, welke zullen blijven bestaan. - Energie inpassen in het landschap Energieneutraal worden, met oog voor het landschap vinden we passen bij het zorg dragen voor onze leefomgeving. Initiatiefnemers van zonneparken en windmolens houden rekening met de fauna en belangrijke landschappelijke waarden. Het planvoornemen bestaat niet uit een zonnepark of windmolens. Onderdeel van het planvoornemen is wel de opwekking van duurzame energie voor eigen gebruik (zonnepanelen op het dak). - Bewustwording en gedrag Om maximaal de 30.000 inwoners en ondernemers te vragen zich in te zetten voor klimaat en natuur zetten we ook in op bewustwording en gedrag.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

31

Het planvoornemen is geen bewustwordingsproject. De ligging in de dorpskern en de fiets- en voetgangersverbindingen nabij maken het gemakkelijk om op de fiets of te voet te verplaatsen en nodigt op die manier uit tot bewegen. 4. Een vitale en duurzame landbouw en economie Om een vitale en duurzame landbouw en economie te realiseren zijn de randvoorwaarden: gezondheid, meer kringloop-landbouw, schone energie en circulaire economie. De volgende ambities staan daarbij centraal: - Innovaties in voedsel- en grondstof-productie Bernheze blijft een innovatieve toplocatie voor (grootschalige) voedsel- en grondstofproductie. We zetten onze kennis en mensen in om koploper te blijven en te laten zien hoe we met technische innovaties en slimme bedrijfsvoering ook in de nieuwe opgaven kunnen voorzien. We zorgen dat het vestigingsklimaat uitstekend blijft. Onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is goede huisvesting, het planvoornemen voorziet daarin doordat het doorstroming van ouderen bevordert en daarmee ruimte maakt voor de beroepsbevolking. - Extensivering We geven graag ruimte aan innovatieve andere (meer extensieve) vormen van landbouw. Deze willen we graag concentreren in het Peelhorstgebied en het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw.

- Combineren van sterke landbouw met groen-blauwe functies Waar nog gezonde jonge bedrijven aanwezig zijn en ook groen-blauwe opgaven liggen, zoeken we naar maatwerk. De bedrijven blijven in hun huidige omvang ondernemen. Waar mogelijk ontwikkelen we nieuwe bossen of natuurlijke gebieden, bij voorkeur samen met de daar aanwezige boeren. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - We beperken overlast en zoneren zorgvuldig De landbouw gaat meer rekening houden met andere functies en wil de overlast en risico’s op gezondheidsschade beperken. Nabij de kernen gaan we ondernemers die willen groeien vragen of ze op een andere plek in het dekzandgebied verder willen boeren. Groei nabij de kernen van overlast gevende bedrijven vinden we niet meer passend. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. Uit deze goflo blijkt dat de huidige landbouwbedrijven in en om de gemeente geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Andersom vormt het planvoornemen geen belemmering vormt voor de huidige landbouwbedrijven. - Nieuwe verdienmodellen We zetten in op nieuwe verdienmodellen voor een vitale landbouwsector op het gebied van biobased grondstoffenteelt, natuur- en landschapsbeheer, energie, recreatie en toerisme etc. Daar moet dan wel een marktconforme vergoeding tegenover staan.

Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw en kan zolang er geen biobased grondstoffenteelt in de gemeente is afnemer zijn en een marktconforme vergoeding bieden. - Aandacht voor de menskant De transitie van de landbouw heeft ook een emotionele kant. We waarderen het initiatief van de landbouworganisaties om aandacht te geven aan de menskant van de ondernemer. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Duurzame en toekomstbestendige economie De opgave om de stikstofuitstoot te verminderen, circulair, klimaatbestendig, natuurinclusief, energieneutraal te worden en social return uit te werken raakt ook het bedrijfsleven. Onze ondernemers vragen we hierin het voortouw te nemen.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

32

Het planvoornemen draagt bij aan diverse van deze doelen, denk aan klimaatbestendig en natuurinclusief. Hiervoor is dit reeds gemotiveerd, het komt ook tot uiting op andere plekken in deze goflo. - Koesteren en stimuleren van lokale bedrijvigheid De lokale bedrijvigheid in Bernheze is sterk ontwikkeld en zorgt voor werkgelegenheid en levendige dorpskernen. Deze stimuleren we waar mogelijk. Regionale bedrijfsterreinen zijn na Heesch West niet meer wenselijk. Het planvoornemen bestaat niet uit de vestiging, uitbreiding of iets dergelijks van een onderneming. - Hernieuwbare energie en sterke elektriciteitsinfrastructuur Om aan de opgaven in de RES te voldoen zal Bernheze indien zonnedaken en -parken onvoldoende opleveren ook inzetten op windmolens aan de westgrens van de gemeente. Om de elektriciteitsvraag met hernieuwbare energie te kunnen bijbenen zijn forse investeringen nodig in de elektriciteitsinfrastructuur. Daarnaast juichen we experimenten toe om energie op te slaan. Voor energiecoöperaties of agrariërs liggen daar kansen. Het planvoornemen bevat zonnepanelen voor eigen gebruik. Zoveel mogelijk zal ervoor gezorgd worden om in de eigen energiebehoefte te voorzien. 5. Het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed Van belang is het versterken van de cultuurhistorie, beschermen en behouden van landschappelijke waarden, kwaliteit openbare ruimte.

De volgende ambities zijn hiervoor richtinggevend: - Beschermen en herstellen van cultuurhistorische elementen en structuren Bernheze kent een rijke geschiedenis, waarbij in het landschap en in onze kernen cultuurhistorische elementen nog steeds zichtbaar zijn. Deze willen we behouden. Het planvoornemen staat dit niet in de weg, zie paragraaf 6.1.4.2. - Toekomstige ontwikkelingen benutten de kenmerken van het landschap en het erfgoed Ons erfgoed en landschap zijn een inspiratiebron voor toekomstige ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze manier blijft de geschiedenis leesbaar. Doordat voorafgaand aan de planvorming een analyse is gedaan van het plangebied, haar directe en wijdere omgeving is op basis van deze randvoorwaarde ontwikkeld. - Toegankelijk en beleefbaar erfgoed en landschap De kwaliteit van ons landschap en erfgoed zijn de herkomstwaarde van Bernheze. Deze willen we omarmen en onderdeel maken van ons onderscheidend vermogen. Daarom kiezen we ervoor om de toegankelijkheid en beleefbaarheid van erfgoed en het landschap te vergroten. Er is ter plaatse geen directe aanleidig voor het toegankelijk en beleefbaar maken van erfgoed en landschap. - Concrete projecten ondersteunen We geven het erfgoed een nieuwe toekomst door de totstandkoming van nieuwe projecten te ondersteunen. Je kunt dan denken aan de Bronsschat, het Geopark en monumentale gebouwen.

Het planvoornemen is niet gelegen op een plek zoals in de omgevingsvisie benoemd en bevat geen monumentale gebouwen, wel enkele monumentale bomen welke behouden zullen blijven. Uit voorgaande blijkt dat het planvoornemen bijdraagt aan de doelstellingen zoals in de Omgevingsvisie Bernheze 2040 voor de gemeente zijn geformuleerd. 5.4.2

Woonvisie 2022- 2026

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

33

In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen. In 2021 zijn de woonwensen en -behoeften van de inwoners gepeild middels presentaties en bijeenkomsten. De uitkomsten van dit specifieke onderzoek, alsmede het gebruik van diverse algemene onderzoeken (Woonwensenonderzoek 2019 Bernheze, Woonwensen onderzoek 2019 van de regio Noordoost Brabant en de regionale woningmarktmonitor 2020), zijn gebruikt voor het opstellen van de nieuwe woonvisie. Deze spitst zich toe op vijf thema’s: 1. Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend o In de periode tot en met 2026 worden er 1.160 woningen toegevoegd. o Er wordt in ieder kern gebouwd. o Er wordt ingezet op woningbouw op inbreidings- en op uitbreidingslocaties. o Meer regie op de woningbouwproductie. o De keten van idee naar uitvoering waar mogelijk versnellen. o Voorrang aan grotere woningbouwplannen. 2. De juiste woningen op de juiste plek o Focus op betaalbaarheid. o Meer woningen voor jongeren en senioren. o Meer variatie in het woningaanbod. o Maatwerk per kern.

o Openstaan voor experimenten in woonvormen en gronduitgiften. o Meerdere, uiteenlopende doelgroepen in één woningbouwontwikkeling. o Een bij de behoefte passend woningbouwprogramma. o Steviger regie voeren op de programmering en realisatie (in aantal en kwalitatief). o ‘’Out of the box” denken voor aanvullend instrumentarium. o Committeren aan de taakstelling voor vergunninghouders. o RvR-woningen anders insteken: clusteren in kernrandzone, een gevarieerder programma dat voldoet aan de woonvisie, dus: meer betaalbaar, woonzorg en alternatieve woonvormen. 3. Toekomstbestendig en duurzaam Duurzame bestaande voorraad en nieuwbouw: o Energieneutraal in 2050. o Nieuwbouw BENG en gasloos. o De hele woningvoorraad van het gas af in uiterlijk 2050. o Op kortere termijn focus op no regret maatregelen. o In 2030 heeft het woningbestand van iedere corporatie gemiddeld energielabel A en zijn alle sociale huurwoningen waar mogelijk voorzien van zonnepanelen. 4. Wonen en zorg: o Alle inwoners leven in een veilige thuissituatie.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

34

o o

Voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen. Samenwerking met betrokken partijen intensiveren.

5. Maatwerk voor onze kernen o Voldoende en de juiste woningen bouwen in iedere kern. o Werken aan een toekomstbestendige woonomgeving, fysiek en sociaal. o Ontmoeten stimuleren. o Samenwerken met Dorpsraden voortzetten. 6. Samenwerken aan uitvoering In deze woonvisie zijn per dorp ook accenten gelegd. Voor Heeswijk-Dinther zijn dit, per thema, de volgende accenten. - Uitgangspunt op basis van notitie ‘Bouwen voor de Toekomst’: vergroten voorraad woningen met 232 woningen - Circa 70 sociale huurwoningen toevoegen - Er staan voldoende woningen gepland voor de kern - Voorkeur voor bouwen voor jongeren/starters en senioren - Kleinschalige collectieve woonvormen en woongroepen (hofjeswoningen en kleinschalige woonzorgvormen). De verwachting is dat dit voor deze kern populaire woonvormen zijn die de doorstroming op gang zullen brengen) - In totaal 25% van de nieuwe woningen levensloopbestendig en nieuwe woonzorgconcepten Het planvoornemen is passend in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Dat betekent dat er in kwantitatieve zin ruimte is voor de te realiseren appartementen. De appartementen die zijn beoogd betreffen 27 sociale huurappartementen met een oppervlakte van ca. 60 m2 BVO. Al deze appartementen zijn gelijkvloers en ieder complex is voorzien van lift, waardoor deze geschikt zijn voor de doelgroep: senioren, al dan niet met een zorgbehoefte.

Onderhavig planvoornemen vindt aansluiting bij de woonvisie 2022 – 2026. 5.4.3

Woondeal

Op 9 maart 2023 is de regionale Woondeal ondertekend. De inzet van de woondeal is er vooral op gericht om bestaande plannen daadwerkelijk en sneller te realiseren. Naast het versneld realiseren van woningen wordt het aandeel betaalbare woningen in nieuwbouwprojecten vergroot (tot 67%) voor zover mogelijk en wenselijk. De nadruk ligt daarbij op de realisatie van sociale huurwoningen (30%). Daarmee is de Regionale Woondeal een inspanningsverplichting. In deze paragraaf wordt het voorliggende planvoornemen getoetst aan de Woondeal. Het planvoornemen bestaat voor 100% uit betaalbare woningen. Het gaat hier om 100% sociale huurwoningen. Dit programma sluit niet aan bij de verdeling waarvan de woondeal uitgaat, maar wel bij de grote behoefte/ lage aanbod aan de sociale huurwoningen in de kern Heeswijk-Dinther. Voor plannen tot 4 woningen (vaak in het duurdere segment) wordt de woondeal niet toegepast. In Heeswijk-Dinther zijn daarnaast weinig sociale huurwoningen

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

35

aanwezig. Dit maakt dat het realiseren van het planvoornemen bestaande uit 100% sociale huurwoningen over het totaal genomen passend is om te ontwikkelen. 5.4.4

Welstandsbeleid

Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. Dit doet de gemeente op basis van de aanvraag voor een omgevingsvergunning op basis van de welstandsnota. De welstandsnota volgt uit artikel 12a, lid 1 van de Woningwet. Hierin staat dat bestaande en nieuwe bouwwerken niet in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand. Nu de Omgevingswet in werking is getreden, zijn de artikelen over welstand in de Woningwet vervallen. Voor de welstandsnota geldt overgangsrecht. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daarnaast geldt specifiek voor de welstandsnota overgangsrecht. Dit staat in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt. Dit betekent niet dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de beleidsregels over de plaatsing van het bouwwerk in de welstandsnota vervallen. Ook deze onderdelen van de welstandsnota worden meegenomen bij de behandeling van de bouwaanvraag (artikel 22.29 van de bruidsschat).

De welstandsregels gelden uiteraard niet voor een (in het tijdelijk deel van het omgevingsplan aangewezen) gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn. Op basis van voorgaande is de welstandsnota Bernheze nog steeds van kracht, hieraan moet dan ook getoetst worden. In de gemeente Berheze zijn veel gebieden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Er zijn in deze nota 15 gebieden aangewezen waar welstandseisen gelden. De welstandseisen zijn samengebracht in drie gebiedstypen: • het agrarisch cluster; • het historisch dorpscentrum; • de woningbouw uit de wederopbouwperiode. Onderhavige ontwikkeling ligt in één van deze welstandsgebieden, namelijk ‘het historisch dorpscentrum’.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

36

Dit betekent dat de welstandscommissie de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen op basis van de welstandsnota zal toetsen. Dit is gebeurd en de welstandscommissie heeft het plan akkoord bevonden. 5.4.5

Doelgroepenverordening

Op 14 december 2023 heeft de gemeenteraad de ‘Doelgroepenverordening gemeente Bernheze 2023’ vastgesteld. De doelgroepenverordening regelt niet alleen voor welke doelgroepen de nieuwbouw van sociale en middeldure huurwoningen bedoeld zijn en de instandhoudingstermijnen maar regelt ook de aanvangshuren, de differentiatie, een eventuele afdracht aan het fonds sociale woningbouw en de prijs/kwaliteitverhoudingen van nieuwbouwwoningen. Deze biedt daarmee de mogelijkheid om de voornemens zoals vastgelegd in de Woonvisie 2022-2026 om te zetten in bindende regels. In het besluit behorende bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit waar deze goflo onderdeel van uitmaakt zijn in overeenstemming met de Doelgroepenverordening voorwaarden opgenomen. Deze bestaan uit dat op de locatie alleen sociale huurwoningen kunnen worden gerealiseerd. Tevens is vastgelegd welke maximale/minimale prijzen voor deze woningen mogen worden gehanteerd en gedurende welke periode deze woningen als zodanig in stand gehouden moeten worden (25 jaar vanaf eerste inschrijving). De doelgroepenverordening is in het besluit behorende bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteit waar deze goflo onderdeel van uitmaakt doorvertaald. 5.4.6

Mobiliteitsvisie en parkeerbeleid gemeente Bernheze

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijkinstructieregels voor de instandhouding van de Rijksinfrastructuur. Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet in acht genomen worden dat er geen belemmeringen zullen ontstaan voor de omliggende wegen. Daarnaast moeten er ook voldoende parkeerplaatsen voor (deel)auto’s en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is, is afhankelijk van de locatie en gemeentelijk beleid.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

37

Vanuit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn er twee nationale belangen gericht op mobiliteit: - Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; - In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te bezien welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. 5.4.6.1 Mobiliteitsvisie De mobiliteitsvisie (18 april 2024) schetst een wensbeeld waarmee de gemeente aan de slag wil gaan op het gebied van verkeer. Deze mobiliteitsvisie vormt de eerste stap om te komen tot een nieuw mobiliteitsplan Berheze. In de Mobiliteitsvisie wordt een aantal ambities en speerpunten geformuleerd. De ambities met de speerpunten zijn: Ambitie 1: Iedereen kan meedoen

Speerpunt 1a 1b

Ambitie 2: Leefbare kernen

1c Speerpunt 2a 2b

Ambitie 3: Veilig en bereikbaar buitengebied

2c 2d Speerpunt 3a 3b 3c 3d

Behoud en versterking openbaar vervoer Ruimte voor deelvervoer en initiatieven maatwerkvervoer Eenduidige en toegankelijke wegen en paden

Verlagen van verkeersdruk in kernen Benutten potentie lopen en fietsen als volwaardige vervoerswijze Goede ontsluiting ruimtelijke ontwikkelingen Toekomstbestendig parkeren en duurzame mobiliteit

Veilige fiets- en loopverbindingen tussen de kernen Faciliteren transitie landbouw Verminderd sluipverkeer onderliggend wegennet Beheer en onderhoud

In verband met het planvoornemen zijn speerpunten 2c en 2d relevant. Hierop wordt hieronder en in paragraaf 5.4.6.2 Parkeerbeleid gemeente Bernheze ingegaan. Verkeersbewegingen In de huidige situatie is er op de locatie geen bebouwing aanwezig. De locatie is een onbebouwd gebied voorzien van groen in de vorm van bomen, struiken en gras. Ook zijn zes openbare parkeerplaatsen aanwezig. Het planvoornemen veroorzaakt (doordat er geen andere functie verdwijnt) een toename van het aantal verkeersbewegingen. Onderstaand is deze toename weergegeven. Deze cijfers zijn verkregen via de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van CROW. De locatie is gelegen in ‘centrum’, het is er ‘weinig stedelijk’.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

38

Functie

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal per stuk

Aantal

Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totaal

Serviceflat

2,4 (norm: 2-2,7)

27

64,8 verkeersbewegingen

De reeds aanwezige infrastructuur kan de verkeerstoename ten gevolge van het planvoornemen prima afwikkelen. Het wegprofiel van de omliggende wegen is afdoende, geen sprake is van een overbelaste situatie/ er zijn geen knelpunten bekend. Ontsluiting Voor het planvoornemen is het niet nodig om nieuwe openbare wegen aan te leggen, want de locatie is gelegen op de hoek van de Sint Servatiusstraat/ Droevendaal/ Balledonk. De locatie is daardoor vanaf meerdere zijden bereikbaar. De bereikbaarheid van de locatie is dan ook goed te noemen, wat als voordelig wordt beschouwd in geval van calamiteiten. Om de locatie in de toekomstige situatie goed te kunnen bereiken moet een inrit aangelegd worden. De locatie heeft in de huidige situatie geen inrit omdat het een onbebouwd met groen ingericht gebied is. Het is de bedoeling om de locatie in de toekomstige situatie op de Balledonk te ontsluiten, op die weg wordt daarom een inrit voor gemotoriseerd verkeer aangelegd. 5.4.6.2 Parkeerbeleid gemeente Bernheze Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (18 april 2024) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor het planvoornemen een parkeerbehoefte van 29,7 parkeerplaatsen, afgerond 30. Voor het type ‘huur, appartement, sociale huur’ en ‘aanleunwoning, serviceflat (zelfstandige woning met beperkte zorgvoorzieningen) geldt de norm van 1,1 parkeerplaatsen voor auto’s per woning.

Dit betekent een parkeerbehoefte van 27 x 1,1 = 29,7 parkeerplaatsen. Op de locatie is naast voor de zes bestaande openbare parkeerplaatsen ruimte voor de realisatie van 10 nieuwe parkeerplaatsen. De gemeente Bernheze biedt de mogelijkheid om (een deel van) de parkeervraag van een bouwplan dat niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden, elders in de openbare ruimte op te vangen. Hiervoor moet aangetoond worden dat binnen een acceptabele loopafstand van circa 100 meter op het maatgevende drukste moment nog voldoende vrije parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Door Iv-infra B.V. is met die reden een parkeeronderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is bijgevoegd bij deze goflo (bijlage 3) en hieruit blijkt dat op 100 meter loopafstand van de nieuw te bouwen appartementen de bezettingsgraad op het drukste moment 30% bedraagt. Wanneer hier 20 voertuigen aan worden Toegevoegd (30 – 10 nieuwe op eigen terrein = 20 in de openbare ruimte), resulteert dit in de volgende situatie: • • •

Capaciteit Bezetting nieuwe situatie Bezettingsgraad nieuwe situatie

= 60 = 38 = (38 / 60) * 100 = 63,3%.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

39

In de ‘Nota parkeerbeleid gemeente Bernheze' is opgenomen dat het mogelijk is een beroep te doen op de openbare ruimte als de parkeerdruk op de drukste momenten in de week beneden de 85% blijft. Deze ontwikkeling voldoet aan deze voorwaarde. De parkeerplaatsen krijgen een afmeting van minimaal 2,5 x 5 meter (conform gemeentelijk parkeerbeleid) en voldoende in- en uitrijruimte. Daarnaast zal voldaan worden aan de verpichting om loze leidingen aan te leggen voor eventuele later te realiseren laadinfrastructuur. Voor fietsparkeren bij woningen tussen de 50 en 75 m2 gbo geldt een specifieke norm van 2,25 fietsparkeerplaatsen per woning. In het appartementencomplex worden bergingen gerealiseerd waarin toekomstige bewoners hun fiets kunnen parkeren. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Voldaan wordt aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Duurzaamheid Per 10 maart 2020 is het verplicht om bij woongebouwen waar meer dan 10 parkeervakken aanwezig zijn op hetzelfde terrein voor elk parkeervak leidinginfrastructuur (loze leidingen) aan te brengen voor de aanleg van laadpunten. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen en voor bestaande woongebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd. In onderhavige situatie geldt deze eis ook (want er zijn 16 parkeerplaatsen op een aaneengesloten terrein aanwezig, 10 nieuwe en 6 bestaande) en wordt dit als zodanig uitgevoerd. 5.4.7

Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze

De gemeente Bernheze heeft de ambitie om in 2050 over te stappen naar een duurzame energievoorziening, waarbij de gebruikte energie in Bernheze bestaat uit energie die in Bernheze wordt opgewekt. Om deze ambitie na te streven, heeft de gemeente Bernheze de ‘Duurzame energie-agenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze’ opgesteld. Deze energie-agenda heeft als horizon het jaar 2025. Dat is een tussendoel op weg naar 2050. Voor 2025 heeft de gemeente twee doelstellingen uit de Klimaatwet: - 15% van de energie is opgewekt uit duurzame bronnen (2018: 9,4%); - 20% reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990 (2018: 13,8%). Er wordt eerst ingezet op energiebesparing en het opwekken van meer duurzame energie. Voor het deel waarin de gemeente nog fossiele brandstof nodig heeft, wordt gekozen voor de minst milieubelastende vormen. In de energie-agenda staan de verschillende projecten waarmee de komende jaren invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke doelstellingen en ambitie op het gebied van duurzaamheid. Deze projecten zijn onderverdeeld in de volgende vier overkoepelende strategische doelen voor de energietransitie: - Energieneutrale gemeente; - Energieneutrale woningen; - Energieneutrale sportverenigingen en bedrijven; - Schoon vervoer.

Door samen te werken met inwoners, ondernemers, corporaties en andere partners wordt bijgedragen aan een energieneutraal Bernheze.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

40

Het planvoornemen voldoet aan alle wettelijke vereisten rondom energieprestatie en hemelwaterberging. Dat deze ambities worden gehaald is gezien het programma een nette prestatie. Het planvoornemen draagt bij aan de energietransitie en is klimaatbestendig. Er wordt een duurzame en gezonde leefomgeving nageleefd. 5.4.8

Omgevingswaarden

De gemeente heeft vooralsnog geen gebruik gemaakt van de in het Bkl verankerde bevoegdheid tot het vastleggen van facultatieve omgevingswaarden. Toetsing hieraan is daarom op dit moment niet aan de orde. 5.4.9

Conclusie

Het planvoornemen is niet in strijd met gemeentelijk beleid.

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

41

6 Aspecten fysieke leefomgeving 6.1

Kwaliteit leefomgeving

6.1.1 Veiligheid Art. 2.25 en 2.26 van de Omgevingswet bepalen dat een omgevingsplan moet voldoen aan Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl), dit geldt ook voor besluiten over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 6.1.1.1 Externe veiligheid In paragraaf 5.1.2. van het Bkl gaat het om instructieregels over externe veiligheid. In een omgevingsplan wordt voor risico's van branden, rampen en crises als bedoeld in artikel 10, onder a en b, van de Wet veiligheidsregio's, rekening gehouden met het belang van: • het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; • de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en • de geneeskundige hulpverlening, bedoeld in artikel 1 van die wet. • Het gaat o.a. om instructieregels over: • de beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en de beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties waarvoor de regels gelden • de risicovolle activiteiten waarvoor de regels gelden • het plaatsgebonden risico (tot waar gelden de afstanden; rekenregels) • het groepsrisico (begrenzing van de aandachtsgebieden). Verantwoording planvoornemen Op de locatie worden twee nieuwe kwetsbare gebouwen voor 27 woningen gerealiseerd. Om de omgevingsveiligheidsrisico’s te inventariseren is de risicokaart geraadpleegd.

Uit de risicokaart blijkt dat de locatie niet is gelegen binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR10-6/jaar). Ook is de locatie niet gelegen binnen een aandachtsgebied ten gevolge van inrichtingen en buisleidingen. De locatie is wel gelegen in het aandachtsgebied van een transportroute (weg) de nabijheid van een LPG-tankstation. Zie onderstaand de uitsnede van de risicokaart waarop de locatie met een blauwe pin is aangegeven.

Ten oosten van de locatie is een LPG-tankstation gelegen. Op deze locatie zijn een vulpunt, reservoir en afleverinstallatie aanwezig. Voor het vulpunt en de reservoir bedraagt het

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

42

plaatsgebonden risicocontour 25 meter. Voor de afleverinstallatie bedraagt het plaatsgebonden risicocontour 15 meter. Voor het vulpunt en de reservoir is tevens een aandachtsgebied van 150 meter vastgesteld. De locatie is buiten de plaatsgebonden risicocontouren en buiten het aandachtsgebied van dit tankstation gelegen. Nabij de locatie is geen sprake van de ligging van buisleidingen of waterwegen, waardoor of waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd en die een risico kunnen vormen voor de nieuwe functies op de locatie. Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vormt wel een risicobron voor de locatie. De locatie ligt namelijk in het aandachtsgebied van de A50 (op een afstand van ca. 3,3 kilometer). De locatie ligt niet binnen de meest relevante zone voor het groepsrisico (de 200 meter zone) van deze weg. Hieronder wordt ingegaan op het aandachtsgebied van de A50. Invloedsgebied A50 Risico’s Een analyse van het groepsrisico horende bij rijkswegen kan worden uitgevoerd aan de hand van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over rijkswegen zijn in de handleiding vuistregels opgenomen.

Voor de stof GF3 wordt een maximale effectafstand van 355 meter gehanteerd, de stof LT1 heeft een maximale effectafstand van 730 meter, de stof LT2 een maximale effectafstand van 880 meter en de stoffen D4 en GT4 een maximale effectafstand van > 4000 meter. Over de A50 worden gevaarlijke stoffen uit de GT4 categorie vervoerd. De locatie ligt binnen de effectafstand die hiermee gepaard gaat. Het gaat hier om toxische (vloei)stoffen. Toxisch scenario Bij ongelukken met toxische vloeistoffen is het maatgevende scenario een plas waar toxische dampen vrijkomen. Deze plas ontstaat doordat de toxische vloeistof uit een lekkende tankauto loopt waarna de vloeistofplas uitdampt. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door het lek te dichten en de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Hoe sneller de brandweer ter plaatse van het ongeluk kan zijn hoe kleiner de vloeistofplas en daarmee de effecten. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm. Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is.

Bij een toxisch incident is het belangrijk dat de bestrijding plaatsvindt vanaf bovenwinds gebied (daar waar de wind vandaan komt). Het is daarom belangrijk dat de bron tweezijdig bereikbaar is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van de tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. De effecten van een dergelijk scenario hebben een groot aandachtsgebied. Het aandachtsgebied voor de stofcategorie GT4 bedraagt deze meer dan 4000 meter. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid, en de vullingsgraad van de tank op dat moment. Bescherming tegen de effecten van een dergelijk ongeluk kan het beste door te schuilen in gebouwen en daarbij deuren en ramen te sluiten en de ventilatie van het gebouw met buitenlucht te staken. Belangrijke maatregelen hierbij zijn een goede alarmering (d.m.v. het Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

43

landelijk waarschuwingsstelsel (WAS) en NL-alert) en het voldoen aan het bouwbesluit 2012 waarin wordt gesteld dat de mechanische ventilatie handmatig kan worden uitgeschakeld. Uitwerking verantwoordingsplicht Aangezien de nieuwe kwetsbare objecten op de locatie binnen het aandachtsgebied van de A50 is gelegen, dient het groepsrisico te worden verantwoord. Bestrijdbaarheid Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. Zelfredzaamheid Uitgangspunt is dat de aanwezige personen zelfredzaam zijn, het gaat hier om een seniore doelgroep die zelfstandig woont. De aanwezige personen in de toekomstige situatie hebben mogelijk een zorgbehoefte, maar zijn wel zelfredzaam. De aanwezige personen kunnen worden gealarmeerd door het luchtalarm en NL-alert en hierop zelfstandig reageren. Ten aanzien van het toxisch scenario als gevolg van vervoer van gevaarlijke stoffen over de A50, is schuilen de beste vorm van zelfredzaamheid. Het is van belang dat de woningen lucht- en lekdicht kunnen worden afgesloten. Hiervoor dient de mechanische ventilatie handmatig te kunnen worden uitgezet. Advies veiligheidsregio De Veiligheidsregio adviseerde tot voor kort altijd op maat bij ruimtelijke plannen.

Ook wanneer externe veiligheid niet direct aan de orde was, werd in het kader van vooroverleg advies gevraagd aan de Veiligheidsregio. Om het de gemeente en de veiligheidsregio gemakkelijker te maken, kan gebruik gemaakt worden van een standaardadvies bij bepaalde ontwikkelingen waar niet of nauwelijks sprake is van belemmeringen in het kader van externe veiligheid. Onderhavige situatie valt binnen de categorie waarvoor het standaardadvies van toepassing is: • Communiceer actief met de bewoners van de locatie over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. • Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.brandweer.nl/brabantzuidoost/regionaal-beleid. • Breng afsluitbare mechanische ventilatie aan in de woningen. Dit is conform reeds verplicht bij nieuwe woningen. Dit hoeft dus niet als voorwaarde in het besluit voor de activiteit bouwen te worden opgenomen.

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

6.1.1.2

Niet-gesprongen conventionele explosieven

Ontplofbare oorlogsresten zijn niet-gesprongen explosieven en andere munitie, bijvoorbeeld uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog. Ze leveren een gevaar op als ze verplaatst of aangeraakt worden bij graaf- of baggerwerkzaamheden. Voor ontplofbare oorlogsresten zijn Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

44

geen Rijksregels opgenomen in de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht gemeenten ook niet tot het opstellen van regels voor ontplofbare oorlogsresten. De Omgevingswet biedt decentrale overheden wel de mogelijkheid zelf decentrale regels op te stellen voor de fysieke leefomgeving, zoals voor ontplofbare oorlogsresten. De gemeente Bernheze heeft geen eigen beleid voor ontplofbare oorlogsresten, maar stimuleert initiatiefnemers actief om hiernaar indien nodig onderzoek uit te voeren en eventuele in de bodem aanwezige nietgesprongen explosieven op te ruimen. Verantwoording planvoornemen Voor het planvoornemen is geen onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd. Het is mogelijk dat op de locatie toevalsvondsten worden gedaan. Bij het vinden van een artikel wat er uit ziet als een explosief of munitie is het protocol om werkzaamheden te stoppen en iedereen lopend het werkterrein te laten verlaten (i.v.m. trillingen door voertuigen en machines) en de politie te bellen op 0900-8844. De Explosieven Verkenner (EV) of Team Explosieven Veiligheid (TEV) van de politie komt op de locatie beoordelen of het om munitie gaat die moet worden geruimd. Zo ja, schakelt deze de Explosieven Opruimingsdienst van Defensie (EODD) in. Zo nee, dan kunnen werkzaamheden worden hervat.

6.1.2

Beschermen van de waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl)

Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan (en besluit over een buitenplanse omgevingsplanactiviteit) rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels (al dan niet ter nastreving van omgevingswaarden*) uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Daarnaast bevatten de artikelen 5.38 t/m 5.49 Bkl rijksregels met betrekking tot: 1. het voorkomen van belemmeringen voor primaire waterkeringen; 2. het bouwen binnen kustfundamenten buiten stedelijk gebied; en 3. het ontplooien van activiteiten in en nabij grote rivieren en het IJsselmeergebied. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Ten slotte zijn de regels van art.

5.165 Bkl en paragraaf 22.3.8 uit de bruidsschat van belang met betrekking tot het lozen van (industrieel) afvalwater in het openbaar vuilwaterriool. Artikel 5.165 Bkl schrijft voor in welke gevallen het omgevingsplan lozingen van industrieel afvalwater mag toestaan. Gemeenten kunnen voor sommige lozingen specifieke regels stellen. In het algemeen is de specifieke zorgplicht voor milieubelastende activiteiten die in de bruidsschat zijn opgenomen voldoende. Met de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften kan de gemeente voor specifieke bedrijven zo nodige aanvullende eisen stellen die passen bij de bedrijfssituatie. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. De eigenaar van een perceel heeft de verplichting het hemelwater op eigen terrein te verwerken en heeft daarbij vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en). Een watertoets is vereist bij toepassing van een wadi, infilratiekratten of groen dak. Verantwoording planvoornemen Bij het wegen van het waterbelang wordt de waterbeheerder benaderd voor een proces van Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

45

vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten die worden meegewogen zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. Het wegen van het waterbelang heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. Toetsing van de waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterkwaliteit Voor de waterkwaliteit van krw-waterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties zijn door het Rijk omgevingswaarden vastgesteld in het Bkl (afd 2.2.2). Als het omgevingsplan invloed heeft op de waterkwaliteit van deze waterlichamen, moet hierop getoetst worden. Met het planvoornemen wordt nieuwe bebouwing toegevoegd. Ook is sprake van een nieuwe terreininrichting. Er zal in de toekomstige situatie van meer bebouwing en verharding sprake zijn dan in de huidige situatie. Omdat op de locatie geen gebruik wordt gemaakt van (bouw)materialen die een uitlogende werking hebben heeft dit omgevingsplan geen invloed op de waterkwaliteit. Geen sprake is van andere activiteiten die invloed hebben op de waterkwaliteit. Waterkwantiteit Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast.

De gemeente Bernheze heeft de taak om voor die riolering te zorgen. Dat houdt in zorgen voor: • Stedelijk afvalwater • Afvloeiend hemelwater • Grondwatermaatregelen Het Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) 2020 tot en met 2023, en vanaf 2024 het Programma Omgevingswet Water & Riolering (POW&R), geeft aan hoe Bernheze met deze drie zorgplichten omgaat. Bernheze neemt doelmatige maatregelen om de leefomgeving aan te passen aan het veranderend klimaat. Daarnaast staat in het programma dat klimaatacceptatie en een gedragsverandering noodzakelijk is waarbij geaccepteerd moet worden dat extreme weersomstandigheden toenemen. Er zullen situaties voorkomen die ondanks alle doelmatige (klimaat)maatregelen nog steeds voor overlast zullen zorgen (denk aan hitte, droogte, wateroverlast en de kans op overstromingen). In het Programma Omgevingswet Water & Riolering staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater.

De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt conform het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2024 t/m 2027’ dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 70 mm berging dient te voldoen. Naast het Programma Omgevingswet Water & Riolering heeft de gemeente op 1 november 2021 de ‘Verordening fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Hierin is met betrekking tot het onderwerp hemelwater opgenomen dat van de hemelwaterbergingsopgave (70 mm per m2 verharding) in ieder geval 20 mm berging op eigen terrein gerealiseerd worden. Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

46

Op de locatie wordt ca. 840 m2 nieuwe bebouwing en verharding toegevoegd, wat o.b.v. een compensatienorm van 70 mm per m2 verharding resulteert in een totale hemelwaterbergingsopgave van 58,8 m3. De hoogte van de huidige parkeerplaats bedraagt ca. 8,50 m+NAP1, wat ook het nieuwe peil zal zijn. De gemiddeld hoogste grondwaterstand bedraagt 6,50m +NAP2, zijnde 2,0. De Kwaarde is ter plaatse niet vastgesteld, zodat veiligheidshalve van een k-waarde van 1 m/dag wordt uitgegaan. Samen met een GHG van 2,00 m-mv biedt dit voldoende mogelijkheden voor een toekomstige infiltratieberging. Binnen het project wordt alle verharding afgekoppeld en aangesloten op één hemelwaterbergingsvoorziening. Als uitgangspunt wordt genomen dat onder de parkeerplaatsen een (Wavin Q-Bic Plus o.g.) krattensysteem wordt aangelegd. Een dergelijk systeem heeft een bruto capaciteit van 0,454 m³ per unit en een afmeting van 1,2x0,6x0,6m (lxbxh). Met een hemelwaterbergingsopgave van 58,8 m2 zijn 130 kratten nodig, waarvoor een oppervlakte van 93,6 m2 totaal geldt. Parkeerplaatsen P1 t/m P10 hebben een gezamenlijke oppervlakte van 125 m2, hieronder kunnen de kratten worden aangelegd. De noodoverstort wordt op het hemelwaterriool (gescheiden rioolstelsel) onder de Sint Servatiusstraat of het Balledonk aangesloten.

Er is ruimte voldoende aanwezig boven de GHG, inclusief de benodigde randvoorzieningen (zandvanger, noodoverstort e.d.). Uit voorgaande blijkt dat de hemelwaterbergingsopgave op eigen terrein kan worden opgelost. Extreem weer en klimaatverandering Onderdeel in de afweging van planvoornemens is of een locatie in het kader van droogte, hitte, overstromingsrisico en wateroverlast geschikt is of anders geschikt is te maken. Op as50.klimaatmonitor.net is inzichtelijk wat hoe de locatie er op deze gebieden voor staat. Droogte Droogte wordt uitgedrukt in de gemiddeld laagste grondwaterstand. Droogte is aan de orde als sprake is van daling van de gemiddelde laagste grondwaterstand. Daling heeft mogelijk negatieve gevolgen voor zowel landbouw als natuur. Denk hierbij aan effecten als: daling van de gewasopbrengst in de landbouw, minder vitaliteit van (watergebonden) natuur, verminderde waterkwaliteit in stadsvijvers, verminderde toevoer van brongevoede beken en een verhoogde kans op natuurbranden. Op de afbeelding hieronder is zichtbaar hoe het plangebied ervoor staat voor wat betreft het aspect verdroging. Er is sprake van 13 centimeter verlaging van de gemiddeld laagste grondwaterstand in 2025 t.o.v. de referentiesituatie in 2015.

https://www.ahn.nl/ahn-viewer https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/, peilbuizen B45G0994 (periode 1991-1999) en B45G0032 (periode 1959-2000). 1 2

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

47

Verdroging is niet goed, maar voor het planvoornemen dat bestaat uit de functie wonen vormt het niet direct een belemmering. Hitte Het aantal tropische zomers neemt naar verwachting tot 2050 verder toe. Het KNMI heeft in het "warmste" klimaatscenario berekend dat de zomertemperatuur zo'n 2,5 graad toeneemt vergeleken met het huidige klimaat. In 2085 zou het zelfs bijna 4 graden warmer worden in de zomer. Deze stijging wordt juist in het binnenland (oosten en zuiden) verwacht, dus ook in de regio Noordoost Brabant. Hitte heeft effect op de gezondheid van mens en dier. Door hitte lopen kwetsbare groepen zoals ouderen meer risico op uitdroging, en opwarmend oppervlaktewater is schadelijk voor flora en fauna. Hitte wordt uitgedrukt in de gevoelstemperatuur van een extreem warme dag, eentje die eens per 1000 zomerdagen voorkomt. De afbeelding hieronder geeft weer welke gevoelstemperatuur op zo’n dag op de locatie aan de hand is en wat de status van de leefbaarheid er is. Hierbij geldt dat rood overlast weergeeft en groen relatief koel is.

Op de locatie is zichtbaar dat er op warmere dagen relatief koelere plekken aanwezig zijn, dat komt omdat er veel groen en plekken waar schaduw aanwezig is. De afbeelding geeft voor de vigerende situatie goed weer hoe het met de hitte gesteld is, echter zal de toekomstige situatie door het planvoornemen er net wat anders uitzien. Door de toename van bebouwing en de afname van groen zal in de toekomstige situatie op de locatie zelf een minder grote groene kleur te zien zijn. Direct naast de locatie is echter nog steeds openbaar

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

48

groen aanwezig en ook diverse bestaande bomen blijven behouden. Bovendien wordt in de nieuwe situatie met gevelgroen gewerkt en wordt om de hittestress verder te beperken bestrating in een lichte tint toegepast. In de toekomstige situatie is daarmee sprake van een acceptabele situatie v.w.b. het aspect hittestress. Overstromingsrisico Diverse gebieden liggen lager dan de waterlopen. Dat maakt ze kwetsbaar voor overstromingen. Om overstromingen te voorkomen, hebben we in Nederland vele kilometers aan primaire en regionale waterkeringen om ons te beschermen. Als die dijken doorbreken kan er land overstromen. Op as50.klimaatmonitor.net is via een overstromingsbeeld in beeld gebracht waar het land overstroomt bij de meest extreme dijkdoorbraken van primaire en regionale keringen. Het gaat om een gecombineerd beeld van maximale waterdiepten door meerdere dijkdoorbraken. Afhankelijk van de hoogte en stabiliteit van de kering is de kans op doorbraak tussen eens in de 100 en eens in de 1000 jaar. Naast de risico's op dijkdoorbraken zijn ook de overstromingsdiepten van buitendijkse gebieden weergegeven. Het gaat dan om waterstanden die eens per 1000 jaar kunnen voorkomen, door afvoer vanuit hoger gelegen gebieden. Hieronder is een afbeelding weergegeven van het overstromingsbeeld ter hoogte van de locatie.

De afbeelding laat zien dat de locatie niet in een overstromingsgebied ligt in geval sprake is van de meest extreme dijkdoorbraken van primaire en regionale keringen. Het planvoornemen op deze locatie aanvaardbaar. Wateroverlast Korte, hevige buien zullen naar verwachting vaker voorkomen. Het watersysteem en de riolering zijn niet ontworpen op zulke extreme buien. Dit zou onevenredig veel geld kosten. Als zo'n bui valt blijft het water dus op straat of op het land staan, met risico's op schade en overlast. Op as50.klimaatmonitor.net is voor het in beeld brengen van de gevolgen van deze extreme buien de landelijke standaard (vanuit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie) gebruikt. Er is met het model 3Di een hevige bui doorgerekend die volgens het toekomstig klimaat in 2050 met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar voor kan komen. Er is dus rekening gehouden met een nóg extremer klimaat in de toekomst. Dit geeft voor de locatie het volgende beeld. Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

49

Uit de afbeelding blijkt dat het planvoornemen nauwelijks wordt geraakt door wateroverlast bij hevige regenval, de strook die donkerblauw is aangegeven aan de oostkant van het perceel wordt namelijk gelijkgetrokken met de rest van het perceel. De bouwpeilhoogtes worden minimaal 20 à 30 centimeter hoger dan het aanwezige straatpeil geprojecteerd. Zodat, o.a. het gebruik van de weg als tijdelijke waterberging (water op straat) bij hevige regenval geen waterproblematiek in de bebouwing in het plangebied teweegbrengt. Een ‘badkuip’ situatie ter hoogte van het plangebied is in de nieuwe situatie niet aan de orde. Afvalwater Aangaande de afvoer van afvalwater is de gemeente bevoegd gezag. In de openbare weg ten noorden, westen en zuiden van de locatie ligt een (gescheiden) rioolstelsel. De gemeentelijke riolering voert het water af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Bij de omgevingsvergunningaanvraag zullen de uitgewerkte rioleringstekeningen (type aansluiting conform overleg met rioolbeheerder) en de definitieve inrichting van het perceel worden gevoegd. Verder geldt dat ondergrondse infrastructuur moet worden uitgevoerd volgens het Handboek kabels & leidingen en AVOI van de gemeente Bernheze. De kosten voor de aansluiting van het planvoornemen op het vrij-verval riool inclusief bijkomende kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer.

Waterbestemmingen Op de locatie of in de nabijheid ervan is geen sprake van de bestemming ‘Water’. Op de locatie wordt ook geen open water ontwikkeld. Conclusie Het wateraspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen, het planvoornemen vormt geen belemmering voor de watersituatie ter plaatse. 6.1.3 Gezondheid en milieu Gezondheid gaat om twee aspecten: het beschermen van de gezondheid en het bevorderen van de gezondheid. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. 6.1.3.1

Luchtkwaliteit

Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025

50

Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals omgevingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Omgevingswet. De wet bevat grenswaarden voor de stoffen zoals zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM5). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. Rijksomgevingswaarden In artikel 5.51 van het Bkl is opgenomen dat met name in aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de Rijksomgevingswaarden ten aanzien van NO2 en PM10, behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Deze toetsing moet gedaan worden voor activiteiten die gevolgen hebben voor het gebruik van wegen, water en spoor (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels zijn opgenomen in het Bal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=35e38ba6-05b7-4a52-9768-5a41d61a5664