BOPA Sint Servatiusstraat - Balledonk Heeswijk-Dinther - M.e.r.-aanmeldnotitie
Tekst van het document
Mededeling M.E.R.-beoordeling 27 zorgappartementen Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther
23 december 2024
1
INHOUD
PAGINA
1
INLEIDING 1.2 Aanleiding 1.3 Situering van de inrichting 1.4 Besluit milieueffectrapportage 1.5 Doel m.e.r. beoordeling 1.6 Eisen aan de aanmeldnotitie 1.7 Procedure 1.8 Leeswijzer
3 3 3 4 4 4 5 6
2
KENMERKEN VAN HET PROJECT 2.1 Omvang en het ontwerp van het project 2.2 Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten 2.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen 2.4 Productie van afvalstoffen 2.5 Verontreiniging en hinder 2.6 Risico van zware ongevallen en/of rampen 2.7 Risico’s voor de menselijke gezondheid 2.8 Conclusie kenmerken van het project
6 6 6 6 7 7 8 8 8
3
LOCATIE VAN HET PROJECT 3.1 Bestaand en goedgekeurd landgebruik 3.2 Relatieve rijkdom natuurlijke hulpbronnen 3.3 Opnamevermogen van het natuurlijke milieu 3.5 Gebieden waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen 3.6 Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid 3.7 Cultuurhistorie en archeologie 3.8 Landschappelijke waarden 3.9 Conclusies locatie van het project
8 8 8 8 9 9 9 10 10
4
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT 4.1 De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten 4.2 De aard van het effect 4.3 Grensoverschrijdende karakter van het effect 4.4 Intensiteit en complexiteit van het effect 4.5 Waarschijnlijkheid van het effect 4.6 Aanvang, duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect 4.7 Cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten 11 4.8 Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen
10 10 10 10 10 10 11 11
2
1
INLEIDING
1.2
Aanleiding In opdracht van Combinatie Muller-Wagemakers is een mededeling m.e.r.-beoordeling opgesteld ten behoeve van de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor planologisch strijdig gebruik voor de realisatie van 27 zorgappartementen (sociale huur) aan de Sint Servatiusstraat in Heeswijk-Dinther. De voorgenomen activiteit valt onder de volgende categorie van het Omgevingsbesluit: Tabel 1: Categorie Omgevingsbesluit Categorie
Activiteiten
J11, uit Bijlage V bij de Aanleg, wijziging of uitbreiding artikelen 11.6, 11.7 en 11.8: Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen.
1.3
Kolom
3: Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)
Situering van de inrichting De ligging van het plan ten opzichte van de omgeving is weergegeven in afbeelding 1. Afbeelding 1: Plangebied blauw omlijnd (bron: www.kadastralekaart.com)
3
1.4
Doel mededeling m.e.r.-beoordeling Voor activiteiten, waarvoor de m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, moet het bevoegd gezag beoordelen of er een milieueffectrapport (m.e.r.) moet worden opgesteld. Hiervoor moet door de initiatiefnemer bij het bevoegd gezag een mededeling m.e.r.-beoordeling aangeleverd worden (artikel 16.45 van de Ow).
1.5
Eisen aan de mededeling m.e.r.-beoordeling In deze mededeling m.e.r.-beoordeling wordt informatie verstrekt op basis waarvan het bevoegd gezag kan beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen die het noodzakelijk maken om een milieueffectrapport op te stellen. Om volledige toetsing mogelijk te maken, zijn hierin alle ten opzichte van de huidige situatie te wijzigen activiteiten betrokken. De mededeling m.e.r.-beoordeling geeft de milieugevolgen aan die kunnen ontstaan als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Hierbij moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Europese richtlijn 2011/92/EU (Bijlage III). Deze criteria zijn in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze mededeling m.e.r.-beoordeling per paragraaf uitgewerkt, waardoor het rapport voldoet aan de vereiste vorm van informatieverstrekking, zoals opgenomen in de richtlijn (Bijlage IIA). Het betreft de volgende criteria.
Kenmerken van het project (Hoofdstuk 2) Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • de omvang en ontwerp van het gehele project; • de cumulatie met andere projecten; • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; • de productie van afvalstoffen; • verontreiniging en hinder; • risico van zware ongevallen en/of rampen; • risico voor de menselijke gezondheid Plaats van het project (Hoofdstuk 3) Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn, moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • het bestaand en goedgekeurd landgebruik; • de relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen; • opnamevermogen van het natuurlijk milieu met betrekking tot de volgende typen gebieden: a. wetlands; b. kustgebieden; c. berg- en bosgebieden; d. reservaten en natuurparken; e. (beschermde) gebieden aangewezen in nationale wetgeving (Natura 2000); f. gebieden waar vastgestelde milieukwaliteitsnormen reeds worden overschreden; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
Kenmerken van het potentiële effect (Hoofdstuk 4) Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten - in samenhang met de criteria met betrekking tot de kenmerken en plaats van het project - in het bijzonder in overweging worden genomen: • ordegrootte en bereik van het effect; • aard van het effect; • grensoverschrijdende karakter van het effect; • intensiteit en complexiteit van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;
4
• cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten; • mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. 1.6
Procedure De gemeente Bernheze is het bevoegd gezag. De beoordeling, of een m.e.r. moet worden gemaakt, vindt plaats nadat de aanmeldnotitie als mededeling aan het bevoegd gezag kenbaar is gemaakt. Het bevoegd gezag moet binnen zes weken na ontvangst van de aanmeldnotitie beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en een m.e.r. nodig is. Is geen m.e.r. nodig, dan kan – wanneer de mededeling m.e.r.-beoordeling tegelijk met een aanvraag is ingediend – de aanvraag worden behandeld. Als wel een m.e.r. nodig is en de m.e.r.-beoordeling tegelijk met een aanvraag is ingediend, dan wordt de aanvraag afgewezen (artikel 16.49 lid 4 van de Ow). In dat geval moet opnieuw een aanvraag met mer worden ingediend om een omgevingsvergunning te kunnen krijgen. Er komt geen apart besluit (met publicatie) met het resultaat van de beoordeling. Het resultaat van de beoordeling wordt opgenomen in het ontwerp van het besluit (bij toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) of het besluit (artikel 11.11 lid 2 van het Ob).
1.7
Leeswijzer In deze mededeling m.e.r.-beoordeling worden de kenmerken van de nieuwe activiteiten in hoofdstuk 2 beschreven. Hier worden tevens de effecten/kenmerken van het potentiële effect op het milieu beschreven. Hoofdstuk 2 wordt afgesloten met een conclusie en onderbouwing waarom het opstellen van een milieueffectrapportage niet/wel nodig is. In hoofdstuk 3 wordt de locatie van het project beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de kenmerken van de potentiële effecten op het milieu, zoals deze in hoofdstuk 2 reeds aan bod zijn gekomen.
5
2
KENMERKEN VAN HET PROJECT
2.1
Omvang en het ontwerp van het project Referentie situatie In de aanmeldnotitie wordt het voornemen beoordeeld op doelbereik en milieueffecten. Daartoe worden de (milieu)effecten van de voorgenomen activiteit vergeleken met de situatie waarin dat niet gebeurt. De situatie zonder het voornemen is de referentiesituatie. Deze bestaat uit de huidige situatie plus de autonome ontwikkeling. Onder autonome ontwikkeling wordt de situatie verstaan, die in de toekomst zou ontstaan als een voornemen niet gerealiseerd wordt. In dit geval is de autonome ontwikkeling de situatie zonder de beoogde woningbouwontwikkeling. Tot de autonome ontwikkeling behoren, behalve de huidige situatie, alle toekomstige ontwikkelingen die binnen de vigerende omgevingsvergunning en het nu geldende bestemmingsplan kunnen plaatsvinden.
2.2
Cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten Cumulatie met andere projecten in de nabijheid van de beoogde ontwikkeling is niet aan de orde. Er zijn geen andere ontwikkelingen of activiteiten in de nabije omgeving van het plangebied. Van de bedoelde cumulatie is derhalve geen sprake.
2.3
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Het project heeft effect op het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Er is sprake van nieuwe ontwikkelingen, waarbij natuurlijke hulpbronnen zoals energie en water, bodem, land en biodiversiteit relevant zijn. Op de planlocatie ter plekke en in de omgeving daarvan is geen sprake van rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen (water, land, bodem). Wat betreft dit onderwerp is er geen aanleiding tot het verlangen van een milieueffectrapport. Natuurlijke hulpbronnen worden gebruikt tijdens de bouw en het gebruik van de beoogde woningbouwontwikkeling. Het betreft hier natuurlijke hulpbronnen als energie, water en grondstoffen. Dit zou echter op elke willekeurige locatie het geval zijn. De gevolgen hiervan zijn dusdanig beperkt van omvang, dat hierdoor geen beslag wordt gelegd op natuurlijke hulpbronnen. Door het gebruik van duurzame energie wordt tijdens de gebruiksfase het gebruik van natuurlijke hulpbronnen beperkt. Wat betreft dit onderwerp is er geen aanleiding tot het verlangen van een milieueffectrapport.
2.4
Productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen hangt samen met de aanleg en het gebruik van de beoogde woningbouwontwikkeling. Door gescheiden opslag en afvoer tijdens de aanleg kunnen de afvalstoffen extern worden hergebruikt en is het milieueffect beperkt. Afvoer geschiedt door de initiatiefnemer of door een erkende inzamelaar ingeschakeld door de initiatiefnemer. De afvalstoffen tijdens het gebruik worden zo veel mogelijk gescheiden ingezameld en afgevoerd. Afvoer geschiedt door een erkende inzamelaar die door de gemeente Bernheze is ingeschakeld.
2.5
Verontreiniging en hinder Bodem(kwaliteit) Ten behoeve van het plan is een bodemonderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt, dat het plangebied voldoende is onderzocht en dat de locatie geschikt is voor het planvoornemen. Er zijn in het kader van de Wet bodembescherming geen aanvullende procedures noodzakelijk. Eventueel grondverzet dient plaats te vinden conform het Besluit Bodemkwaliteit/ Aanvullingsbesluit Bodem, de Nota Bodembeheer (via overgangsrecht) en de bodemkwaliteitskaart van de gemeente.
6
Asbestonderzoek conform de NEN 5707 wordt niet noodzakelijk geacht. Water Ten behoeve van het plan is een watertoets uitgevoerd. Hierin is weergegeven op welke wijze de aan te leggen bebouwing en verharding wordt gecompenseerd. Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmeringen verwacht ten aanzien van de uitvoering van het planvoornemen. Lucht Ten behoeve van het plan is een NIBM-toets uitgevoerd naar de emissies van fijnstof en stikstofoxiden. Hieruit is gebleken dat het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Geluid Om te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat in verband met wegverkeerslawaai op sommige plekken extra geluidwering van de gevel nodig is dan regulier door een gevel geweerd wordt. Het is technisch mogelijk om de benodigde waarde te behalen. Een aanvaardbaar binnengeluidsniveau van maximaal 33 dB kan worden gecreëerd. Het plan wordt niet belemmerd door industrie-, luchtvaart of railverkeerslawaai. Het plan is ook niet belemmerend voor omliggende bedrijfsfuncties. Verkeer en vervoer Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. In de huidige situatie is er op de locatie geen bebouwing aanwezig.
De locatie is een onbebouwd gebied voorzien van groen in de vorm van bomen, struiken en gras. Ook zijn zes openbare parkeerplaatsen aanwezig. Het planvoornemen veroorzaakt (doordat er geen andere functie verdwijnt) een toename van het aantal verkeersbewegingen. Onderstaand is deze toename weergegeven. De locatie is gelegen in ‘centrum’, het is er ‘weinig stedelijk’. Functie
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal per stuk
Aantal
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totaal
Serviceflat
2,4 (norm: 2-2,7)
27
64,8 verkeersbewegingen
De reeds aanwezige infrastructuur kan de verkeerstoename ten gevolge van het planvoornemen prima afwikkelen. Het wegprofiel van de omliggende wegen is afdoende, geen sprake is van een overbelaste situatie/ er zijn geen knelpunten bekend. Geur Het plan bevat geen nieuwe geurbronnen, wel nieuwe geurgevoelige gebouwen. Voor de nieuwe geurgevoelige gebouwen in het plangebied kan voldaan worden aan de geurnormen en vaste afstanden die de gemeente Bernheze v.w.b. veehouderijen heeft vastgesteld. Ook is geen sprake van hinder van geur door andere functies en worden dergelijke functies door het plan niet belemmerd. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en veehouderijen worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Trillingen Als gevolg van het plan zijn er geen trillingen te verwachten, het plan wordt ook niet belemmerd door eventuele trillingen ter plaatse. 2.6
Risico van zware ongevallen en/of rampen Ten behoeve van het plan is het aspect externe veiligheid beoordeeld. Hieruit blijkt dat het aspect externe veiligheid alleen relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A50. Over deze weg worden stoffen in de categorie GT4 vervoerd waarvoor een maximale effectafstand van > 4000 meter geldt. De locatie ligt op 3,3 kilometer. Het risico dat hiermee samenhangt is verantwoord. Nabijgelegen is ook de een LPG-tankstation. De locatie is buiten de plaatsgebonden risicocontouren
7
en buiten het aandachtsgebied van dit tankstation gelegen. Vanuit externe veiligheidswetgeving e.d. kan geconcludeerd worden dat er geen wettelijke beperkingen zijn voor het plan. 2.7
Risico’s voor de menselijke gezondheid De gezondheid van mensen kan beïnvloed worden door verschillende milieuaspecten. Van deze aspecten, zoals (externe) veiligheid, luchtkwaliteit, bodemverontreiniging, geluid en geur is in eerdere paragrafen van deze notitie reeds gemotiveerd wat de milieugevolgen zijn en hoe die zo mogelijk worden beperkt. De daarbij gehanteerde wettelijke regels zijn ook allen gebaseerd op het voorkomen van risico’s voor de menselijke gezondheid.
2.8
Conclusie kenmerken van het project Gelet op alle kenmerken van het project ten opzichte van de referentiesituatie en de uitkomsten van de daarbij verrichte onderzoeken, kan worden uitgesloten dat het verschil tussen de milieueffecten van het nieuwe plan en de milieueffecten van de referentiesituatie belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
8
3
LOCATIE VAN HET PROJECT
3.1
Bestaand en goedgekeurd landgebruik De planlocatie is gelegen in het centrum van Heeswijk-Dinther. Ter plaatse van de locatie vigeert het omgevingsplan van de gemeente Bernheze. De locatie is via de daarin opgegane beheersverordening ‘Centrum Heeswijk-Dinther’ bestemd als ‘Onbebouwd gebied’. Verder geldt ter plaatse van het de locatie de aanduiding ‘Wijzigingsbevoegdheid II’. Via deze wijzigingsbevoegdheid kan de bestemming ‘Onbebouwd gebied’ gewijzigd worden naar ‘Gemengd gebied’. Aanvullend is nog de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie 2’ in het kader van de bescherming van archeologische waarden van toepassing. Dit betekent dat zonder nader archeologisch onderzoek niet meer dan 250 m2 dieper dan 40 cm geroerd mag worden. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding behorende bij de beheersverordening opgenomen. Afbeelding 2: verbeelding behorende bij de beheersverordening ‘Centrum Heeswijk-Dinther’
Het planvoornemen past niet binnen het omgevingsplan van de gemeente Bernheze omdat het ‘Wonen’ (bouwactiviteit en gebruiksregels) ter plaatse van de locatie niet toestaat. De wijzigingsbevoegdheid die ter plaatse geldt is niet toereikend om het plan mogelijk te maken. Bovendien kan door de inwerkingtreding van de Omgevingswet geen gebruik meer van de wijzigingsbevoegdheid worden gemaakt. 3.2
Relatieve rijkdom natuurlijke hulpbronnen Er is op de planlocatie geen sprake van rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen. Dit aspect is in dezen daarom ook niet relevant.
9
3.3
Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek) is gelegen ligt op circa 11,3 kilometer van de locatie en is weergegeven in afbeelding 4. Afbeelding 4: Ligging van het plangebied (midden van blauwe cirkel) ten opzichte van omliggende Natura 2000 gebieden.
Ter plaatse van natuurgebieden in de omgeving is de stikstofdepositie als gevolg van het plan berekend. Op basis van de berekende stikstofemissies gedurende de gebruiks- en realisatiefase blijkt, dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Bovendien kan gezien de afstand van de planlocatie tot de Natura 2000 natuurgebieden worden gesteld, dat van de woningbouwontwikkeling verder geen andere (negatieve) effecten zijn te verwachten, zoals verstoring door trillingen, geluid, licht, bodem of grondwater. 3.5
Gebieden waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen In de omgeving van het plan zijn geen gebieden gelegen waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen (hierbij valt te denken aan doelstellingen voor oppervlaktewater of luchtkwaliteit). Er is dan ook geen sprake van een beduidend effect als gevolg van het project op gebieden waar milieukwaliteitsnormen niet worden nagekomen.
3.6
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid Het betreft geen gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
3.7
Cultuurhistorie en archeologie Archeologie Ten behoeve van het plan is archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het gaat om Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek. Hieruit bleek dat eventuele archeologische
10
vindplaatsen uitgesloten kunnen worden. Er is geen reden voor aanvullend onderzoek. Hiermee vormt het aspect archeologie geen belemmering voor het plan. Cultuurhistorie Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is langs de locatie een oud wegtracé/ een oude hoofdverbinding gelegen. Op afbeelding 5 hieronder, een uitsnede uit de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente, is dit zichtbaar. Afbeelding 5: Uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart 2014, locatie met rode omlijning weergegeven
Het planvoornemen tast dit tracé/ hoofdverbinding niet aan, het begeleidt het juist. Cultuurhistorische waarden vormen geen belemmering voor het planvoornemen, het planvoornemen vormt geen belemmering voor cultuurhistorische waarden. 3.8
Landschappelijke waarden Rondom de locatie van het planvoornemen zijn twee monumentale bomen gelegen. De afbeelding hieronder (arcgis monumentale bomen Bernheze) toont dit.
11
De bomen hebben een functie als laanboom en moeten behouden kunnen blijven. Tegen die achtergrond heeft de initiatiefnemer een boomeffectanalyse (BEA) laten uitvoeren. Hieruit blijkt dat bij uitvoering van het plan de bomen behouden kunnen blijven, wel moeten enkele maatregelen getroffen worden tijdens de aanlegfase. De initiatiefnemer neemt de maatregelen. 3.9
Conclusies locatie van het project De realisatie van het project heeft geen negatieve gevolgen voor flora en fauna, de natuurlijke kenmerken van het Natura-2000 gebied(en) en/of invloed op waardevolle structuren of elementen in het gebied. Door het treffen van diverse maatregelen is de invloed van het project op de omgeving gering.
12
4
SOORT EN KENMERKEN VAN HET POTENTIELE EFFECT
4.1
De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten De effecten van het beoogde plan zijn lokaal van aard. Hinder voor de omgeving is niet aan de orde.
4.2
De aard van het effect De aard van het effect wordt beschreven in de goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving en de bijbehorende (en bijgevoegde) technische rapporten.
4.3
Grensoverschrijdende karakter van het effect Gezien de ligging van het plan en de effectafstanden is geen sprake van een grensoverschrijdend karakter.
4.4
Intensiteit en complexiteit van het effect Voor zover beoordeeld kan worden, zijn er geen complexe, onoverzichtelijke effecten te verwachten. De intensiteit en complexiteit van de effecten zijn beperkt.
4.5
Waarschijnlijkheid van het effect Het optreden van effecten is waarschijnlijk, maar deze zijn niet marginaal en niet significant.
4.6
Aanvang, duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect Het voornemen is in 2025 te starten met de realisatie van de woningbouwontwikkeling om deze voor onbepaalde tijd te gebruiken. Het gebruik is beoogd per 2026. De effecten zijn marginaal. Er is geen noodzaak om effecten terug te draaien.
4.7
Cumulatie effect met effecten bestaande en/of goedgekeurde projecten Eventuele cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten wordt besproken in paragraaf 2.2
4.8
Mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen Geen sprake is van effecten die doeltreffend verminderd moeten worden.
13