CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Sint Servatiusstraat 11-13-15 - Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 11 februari 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend advies Sint Servatiusstraat 11-13-15 in Heeswijk-Dinther15.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ETFAL-BOPA Ruimtelijke motivering Sint Servatiusstraat 11-13-15 Heeswijk-Dinther Idn: NL.IMRO.1721.OVStServatius1115HD-ow01

1

Titel:

ETFAL-BOPA Ruimtelijke motivering Sint Servatiusstraat 11-13-15 Heeswijk Dinther

Projectnummer: Datum:

2024.112 02-12-2024

Adviesbureau:

Wintraecken Advies B.V.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies.

2

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 6 1.2 Ligging en begrenzing van de planlocatie ..................................................................................... 6 1.3 Vigerend omgevingsplan ............................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 9

2.

BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE .................................................................................... 10 2.1 Huidige situatie omgeving ............................................................................................................ 10 2.2 Planlocatie ................................................................................................................................... 10

3.

PLANBESCHRIJVING: RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN BEELKWALITEIT .............................. 12

4.

BELEIDSTOETS ........................................................................................................................... 17 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 17 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................... 17 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................... 21 4.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 29

5.

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU .................................................................. 38 5.1 M.e.r.-beoordeling ........................................................................................................................ 38 5.2 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................... 39 5.3 Soortenbescherming (ecologie) en gebiedsbescherming (stikstofdepositie) .............................. 41 5.4 Waterparagraaf ............................................................................................................................ 44 5.5 Bodem .......................................................................................................................................... 46 5.6 (Ondergrondse) infrastructuur / kabels en (buis)leidingen .......................................................... 48 5.7 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................................................... 49 5.7 Geurhinder ................................................................................................................................... 52 5.8 Geluid ...........................................................................................................................................

56 5.9 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 59 5.10 Omgevingsveiligheid .................................................................................................................. 61 5.11 Verkeer en parkeren .................................................................................................................. 63 5.12 Volksgezondheid ........................................................................................................................ 65

6.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .............................................................................. 68

3

6.1 Participatie omgeving................................................................................................................... 68 7.

JURIDISCHE PLANOPZET ........................................................................................................... 69

8.

FINANCIËLE HAALBAARHEID..................................................................................................... 70 8.1 Kostenverhaal .............................................................................................................................. 70

9.

CONCLUSIE .................................................................................................................................. 71

4

BIJLAGEN 1. Bouwstudio DEUX, Herontwikkeling aan de Sint-Servatiusstraat 13-15 te Heeswijk Dinther, 29 februari 2024 2. De Roever Omgevingsadvies, Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther, Referentie: 20240404.v01.1, 15 april 2024 3. Bureau voor Archeologie, Bureau voor Archeologie Rapport 1452. Sint Servatiusstraat 11- 15, Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze: bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, 14 oktober 2024 4. Blom Ecologie, Quickscan Natuur Sint Servatiusstraat 11-15 te Heeswijk-Dinther, Project: 2024-0264, 12 april 2024 Bijlage 4.1 – Blom Ecologie, Aanvullend onderzoek ecologie Sint Servatiusstraat 1115 Heeswijk-Dinther, project: 2024-0618, 30 oktober 2024 5. Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther, Referentie: 20240045.v02, 15 april 2024 6. De Roever Omgevingsadvies, Weging van het waterbelang, Sint Servatiusstraat 1115 te Heeswijk-Dinther, referentie: 20240405, 21 november 2024 Bijlage 6.1 - MILON, Oriënterend doorlatendheidsonderzoek, Sint Servatiusstraat 1115 te Heeswijk-Dinther Referentie: 20242033, 26 november 2024 7. Terra milieu, Verkennend bodemonderzoek, Projectnummer: 23-278 VBO (v1.0), 12 april 2024 8.

De Roever Omgevingsadvies, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther, Referentie: 20240406.v01, 12 april 2024; Bijlage 8.1 - De Roever Omgevingsadvies, onderzoek geluidwering gevels, Sint Servatiusstraat 11-15, Heeswijk-Dinther, Referentie: 2024xxxx.v01, 13 juni 2024 9. Verslag omgevingsdialoog en informatieve brief 10. Duifhuizen, Bomen effect analyse herontwikkeling Sint-Servatiusstraat 13-15 Heeswijk-Dinther, 2 bomen, Sint Servatiusstraat 13-15, Heeswijk-Dinther, Referentienummer : 242167, 1 juli 2024

5

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer heeft de gemeente Bernheze verzocht om medewerking te verlenen aan de oprichting van 6 sociale huur en 12 sociale koopwoningen aan de Sint Servatiusstraat 11-15 te Heeswijk-Dinther. Het verzoek is in strijd met het (tijdelijke) omgevingsplan ‘De kommen van Bernheze’. Ter plaatse van het perceel vigeert het van rechtswege verkregen “Omgevingsplan gemeente Bernheze”, in werking vanaf 1 januari 2024. Onderliggend kader betreft het voormalige bestemmingsplan “De Kommen van Bernheze”, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011. De gronden ter plaatse van het perceel hebben de bestemmingsvlakken ‘Wonen’, ‘Verkeer’ en ‘Waarde – Archeologie 3’, de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’, een maximum goothoogte van 3m en een maximum bouwhoogte van 7m. Er is gedeeltelijk een bouwvlak aanwezig. Tevens is de welstandsnota ‘Historisch dorpscentrum’ van toepassing. Het tenietdoen van de bestaande bebouwing en het oprichten van 18 woningen past niet binnen de bestaande planologische regelgeving, echter is de gemeente bereid om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de realisatie van het planvoornemen. Alvorens het plan kan worden gerealiseerd, dient ook aan een aantal deels juridische randvoorwaarden te worden voldaan. Het betreft daarbij de volgende drie voorwaarden: 1.

Het motiveren van de afwijking van de geldende bestemming middels het opstellen van de goede ruimtelijke onderbouwing als basis voor het verlenen van de omgevingsvergunning; 2. Het met de ruimtelijke onderbouwing aantonen van de ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid; 3. Het in procedure brengen van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing na indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt derhalve een planologische en juridische basis gelegd om het plan te kunnen realiseren en is gemotiveerd dat de ruimtelijke ingreep mogelijk is vanuit een oogpunt van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en passend is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). 1.2 Ligging en begrenzing van de planlocatie Op navolgende luchtfoto is het bestaande woonblok aan de Sint Servatiusstraat, met ruime achtertuin zichtbaar. De planlocatie grenst verder aan het woonpercelen gelegen aan de Sint Servatiusstraat en de Aa-Kantstraat. Op deze laatste zal het nieuwe woningbouwplan

6

ontsluiten. De planlocatie zelf behelst het hoofdgebouw in de vorm van woningen met achtertuin en opslagruimte. Navolgende afbeelding geeft de planlocatie weer (bron: maps.google.nl).

1.3 Vigerend omgevingsplan Ter plaatse van het perceel vigeert het van rechtswege verkregen “Omgevingsplan gemeente Bernheze”, in werking vanaf 1 januari 2024. Onderliggend kader betreft het voormalige bestemmingsplan “De Kommen van Bernheze”, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011. De gronden ter plaatse van het perceel hebben de bestemmingsvlakken ‘Wonen’, ‘Verkeer’ en ‘Waarde – Archeologie 3’, de bouwaanduiding ‘aaneengebouwd’, een maximum goothoogte van 3m en een maximum bouwhoogte van 7m. Er is gedeeltelijk een bouwvlak aanwezig. De ligging en globale begrenzing van de voorliggende planlocatie is op navolgende uitsnede van de verbeelding van het vigerende omgevingsplan “Gemeente Bernheze”, met onderliggend voormalig bestemmingsplan “De Kommen van Bernheze” rood omlijnd aangegeven (bron: www.omgevingswet.overheid.nl)

7

De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen; 2. gestapeld: gestapelde woningen; 3. twee-aaneen: twee-aaneen gebouwde woningen; 4. vrijstaand: vrijstaande woningen; b. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; d. ter plaatse van de aanduiding ‘garage’: garageboxen; e. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': tevens het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de op het perceel voorkomende monumentale en/of cultuurhistorische waardevolle gebouwen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens is bij woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. vrijstaand: aan twee zijden minimaal 3 m; 2. twee-aaneen: aan één zijde minimaal 3 m;

8

3. aaneengebouwd: aan de niet-aangebouwde zijde van de eindwoningen minimaal 3 m; c. goot- en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte. De voor “Waarde - Archeologie 2” aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. De voor “Waarde - Archeologie 3” aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Afwijking vigerend omgevingsplan Het vigerende omgevingsplan is niet toereikend om onderhavig planvoornemen zonder meer doorgang te laten vinden. De afwijking zit in het feit dat er meer woningen worden opgericht dan toegestaan en dat de nieuwe woningen worden opgericht op een plek waar thans geen bouwvlak aanwezig is. Tevens zal de maatvoering van de nieuwe woningen op onderdelen afwijken van het toegestane. 1.4 Leeswijzer In de volgende hoofdstukken wordt aandacht besteed aan de verschillende aspecten van de ruimtelijke onderbouwing. Hoofdstuk 1 bevat de inleiding. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie. Hoofdstuk 3 geeft de visie op het plan in relatie tot de planlocatie en de directe omgeving.

Hoofdstuk 4 behandelt het beleidskader. Het hoofdstuk 5 gaat in op de aspecten van het fysieke milieu en de leefomgeving. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het planvoornemen krijgt aandacht in hoofdstuk 6. De juridische aspecten worden toegelicht in hoofdstuk 7, het onderdelen financiële haalbaarheid komt aan bod in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 tot slot bevat de conclusie.

9

2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE 2.1 Huidige situatie omgeving De planlocatie ligt in het zuiden van de kern Heeswijk-Dinther. De Sint Servatiusstraat vormt onderdeel van de hoofdsontsluitingsroute van deze dorpskern. Tevens vormt de planlocatie een afronding van de dorpskern. In de directe omgeving bevinden zich met name woningen, enkele bedrijven en hier en daar een agrarisch georiënteerde onderneming. Op navolgende afbeelding is de planlocatie in relatie tot haar omgeving weergegeven (bron: maps.google.nl).

2.2 Planlocatie Navolgende foto’s betreffen weergaven van het plangebied / de bestaande bebouwing, bezien vanaf de Sint Servatiusstraat en de achterzijde (bron: maps.google.nl – street view).

10

11

3. PLANBESCHRIJVING: RUIMTELIJKE STRUCTUUR EN BEELKWALITEIT Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op de planlocatie aan de Sint Servatiusstraat te Heeswijk-Dinther. Voor een afdoende afwikkeling van verkeersstromen zal er ook een ontsluiting komen op de aangrenzende Aa-Kantstraat. De bestaande bebouwing zal volledig teniet worden gedaan. De huidige bebouwing bestaat uit een langgerekt blok opgebouwd uit één bouwlaag met een kap, waarvan de nokrichting evenwijdig aan de weg is gesitueerd. De bouwmassa is opgedeeld in 3 woningen met een informeel karakter. Dat wil zeggen de voorgevelindeling bestaat uit afwisselende woningramen, een voordeur en gesloten deuren naar een berging-achtige ruimte. Met het planvoornemen is tegemoet gekomen aan de huidige opzet van de bebouwing. De nieuwbouw bestaat uit 3 woonblokken met elk 6 aaneengesloten woningen. Het voorste blok krijgt plek aan de bestaande voorgevelrooilijn van de te slopen bebouwing en de bestaande bebouwing in het straatbeeld. De woonblokken worden opgericht met één bouwlaag met een kap, waarvan de nokrichtingen allemaal dezelfde richting aanhouden. Tussen de woonblokken is met name groen en wateropvang ingericht. Parkeermogelijkheden – 27 in getal – zijn er met name aan de achterzijde van de planlocatie, bezien vanaf de Sint Servatiusstraat.

Eén boom binnen de planlocatie en de bomen langs de Aa-kantstraat hebben de status ‘monumentaal’. Deze bomen zijn beschermd door middel van een kapverbod. De boom gelegen binnen de planlocatie zal dan ook behouden blijven. Voor de uitgevoerde BomenEffectAnalyse wordt verwezen naar bijlage 10. De beoogde ruimtelijke ingreep heeft een positieve invloed op de ruimtelijke structuur en beeldkwaliteit ter plaatse van de planlocatie. Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling een ruimtelijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende woonbebouwing en daarmee een positieve functionele invulling vormt. De voorgestane ontwikkeling steunt de waarborging van de stedenbouwkundige en architectonische uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. Met onderliggend initiatief ontstaat een representatieve locatie die de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied in stand houdt en, door de voorgestelde aanpassingen, verbetert. Op deze wijze heeft het initiatief een toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en levert het daarmee tevens een positieve invulling aan de waarborging van de stedenbouwkundige karakteristiek en identiteit ter plaatse.

12

In de afbeeldingen hierna zijn respectievelijk de nieuwe plattegrond van de planlocatie, de planlocatie in vogelperspectief en vanuit de nieuwe situatie bezien, weergegeven. Een volledig overzicht van tekeningen is als bijlage 1 aan deze onderbouwing toegevoegd (bron: Bouwstudio DEUX).

13

14

Energietransitie De toepassing van energietransitie in een nieuwbouwplan is van cruciaal belang voor het realiseren van duurzame, energie-efficiënte en milieuvriendelijke gebouwen. De energietransitie heeft als doel om over te stappen van traditionele, op fossiele brandstoffen gebaseerde energiebronnen, naar hernieuwbare en schone energiebronnen. Bij het ontwerpen en bouwen van een nieuwbouwproject is het daarom essentieel om vanaf het begin rekening te houden met innovatieve en duurzame energieoplossingen. Een belangrijk aspect van de energietransitie in nieuwbouwplannen is de integratie van hernieuwbare energiebronnen. Voor onderhavig planvoornemen kan dit bestaan uit toepassing van zonnepanelen, gebruik maken van geothermische energie of beter omgaan met huishoudelijk water en hemelwater. Het implementeren van zonnepanelen op daken, het gebruik van geothermische warmtepompen en het beter omgaan met water kunnen bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en het minimaliseren van de ecologische voetafdruk van het gebouw. Energie-efficiëntie speelt ook een sleutelrol in de energietransitie van nieuwbouwplannen. De woningbouw zou gecombineerd kunnen worden met toepassing van hoogwaardige isolatie,

15

efficiënte ventilatiesystemen en geavanceerde verlichtingstechnologieën. Het verbruik van energie zal hierdoor aanzienlijk verminderen. Klimaatadaptatie Het integreren van klimaatadaptatie in een nieuwbouwplan is een tweede, essentieel belang om te anticiperen op de steeds veranderende klimaatomstandigheden en de impact ervan op de gebouwde omgeving. Klimaatadaptatie omvat maatregelen die ervoor zorgen dat gebouwen en hun omgeving veerkrachtiger zijn tegen extreme weersomstandigheden, zoals overmatige regenval, hittegolven en overstromingen. Een belangrijke focus bij het ontwerpen van nieuwbouwprojecten met klimaatadaptatie in het achterhoofd is watermanagement. Voorbeeld van maatregelen zijn de toepassing van groene daken, regenwaterinfiltratiesystemen en strategisch geplaatste waterretentiegebieden. Door deze maatregelen te integreren, kan overtollig regenwater effectief worden afgevoerd, overstromingsrisico's worden verminderd en de belasting van het rioleringssysteem worden verlicht. Met onderhavig planvoornemen is rekening gehouden met verandering die plaatsvinden binnen het klimaat. Derhalve is voldoende ruimte gereserveerd voor groen in combinatie met waterberging. Er ontstaat hiermee een bovengemiddelde infiltratiecapaciteit voor hemelwater, in combinatie met groenvoorziening, hetgeen een positieve bijdrage levert aan het voorkomen van hittestress.

16

4. BELEIDSTOETS 4.1 Inleiding In het kader van de ruimtelijke onderbouwing is onderzocht of het hiervoor beschreven planinitiatief past binnen het geldende beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. In dit hoofdstuk komen de bevindingen met betrekking tot het relevante ruimtelijke beleid aan de orde 4.2 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte, afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen. Of de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen om het woningtekort op te lossen, de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra. Denk ook aan het versterken van onze natuur en biodiversiteit, het behoud van ons landschap en de vitaliteit van onze landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland.

De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Hoe werkt de NOVI? Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: • Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies,

17

• •

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen.

Belangrijkste keuzes in de NOVI • een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; • de verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; • de overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; • de ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; • het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; • het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Uitvoering van de NOVI Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe het Rijk samen met medeoverheden en de samenleving uitvoering geeft aan de NOVI. In de Uitvoeringsagenda staat een overzicht van instrumenten voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI. Het Rijk werkt de NOVI uit in algemene rijksregels, bestuurlijke afspraken, beleidsprogramma’s, inzet van financiële middelen en kennisontwikkeling en werkt gebiedsgericht met Omgevingsagenda’s en NOVI-gebieden. Doorwerking plan(locatie) De voorliggende planlocatie is niet gelegen in een gebied waarvoor van rijkswege een (relevante) ruimtereservering geldt.

Uitsluitend het nationale belang van een ‘zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten’, als

18

vervat in de ladder voor duurzame verstedelijking, is van toepassing op de onderhavige ruimtelijke onderbouwing. Aan dit belang wordt navolgend getoetst. Conclusie Aspecten als water, veiligheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit vormen onderdeel van de planologische toets. Daarmee is het plan niet in strijd met het rijksbeleid. Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving) Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking heeft zorgvuldig ruimtegebruik als doel. De Ladder geeft invulling aan het zorgvuldig en transparant afwegen van besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen. De behoefte wordt aan de toelichting van een omgevingsplan toegevoegd. Dit op basis van artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het procesvereiste van het doorlopen van de Ladder is gebaseerd op één van de nationale belangen als opgenomen in de SVIR, opgesteld door het Rijk. Dit nationale belang houdt in dat, ten behoeve van een goed systeem van ruimtelijke ordening, een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten plaats dient te vinden. Deze zorgvuldige afweging heeft tot doel om, vanuit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, planologisch ongewenste versnippering en een onaanvaardbare leegstand te voorkomen.

De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het een functiewijziging betreft, moet worden

19

beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook et ruimtebeslag betrokken worden. In de nieuwe Ladder is het woord 'regionale' niet meer aanwezig. De Ladder bepaalt niet nader voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. Het is primair aan het bevoegd gezag om op basis van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling te bepalen tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De aard en omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De ruimtelijke onderbouwing van het planvoornemen moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Daarbij is het niet relevant of de planlocatie binnen of buiten bestaand stedelijk gebied ligt. In beide gevallen dient de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte te bevatten. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Uit de definitie volgt dat er sprake moet zijn van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing. In de Nota van Toelichting wordt opgemerkt dat de kwalificatie bestaand stedelijk gebied afhangt van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het omgevingsplan en de aard van de omgeving. Doorwerking plan(locatie) Marktsituatie De gemeente Bernheze streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Dit streven komt onder meer terug in haar beleid ten aanzien van wonen en woningbouw. Zowel het provinciale als gemeentelijke beleid is gericht op het behouden van de leefbaarheid in kleine kernen. Dat is ook waar dit plan aan bijdraagt. Door te zorgen voor nieuwbouw creëren we enerzijds de mogelijkheid om te blijven wonen in de eigen dorpsgemeenschap. Aan de andere kant bieden we een woonmilieu aan dat door prijszetting, landelijk dorps en groen karakter ook een aantrekkelijke optie kan zijn voor woningzoekenden binnen het stedelijk gebied als geheel.

20

Samengevat kunnen we stellen dat in dit plan de woonconsument centraal staat. Het aanbod is afgestemd op de vraag die er is vanuit de lokale bevolking. En daarbij is er ruimte voor opvang van de regionale behoefte om doorstromers binnen de regio te houden. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied. Is de behoefte op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied? Zoals hiervoor reeds opgemerkt, is het woningbouwplan in eerste instantie bedoeld voor sociale huurmarkt binnen Bernheze, als onderdeel van de totale regionale behoefte aan woningen. Aangezien de nieuwe woningen gesitueerd worden in de bestaande kern van HeeswijkDinther is hier sprake van een (her)ontwikkeling op een inbreidingslocatie. Het bestaand stedelijk gebied wordt niet in oppervlakte uitgebreid. Het betekent ook dat voldoende gemotiveerd is dat dit plan en de ontwikkeling zien op zorgvuldig ruimtegebruik en niet leiden tot over-programmering. Het plan doet geen afbreuk aan de doelstellingen en uitgangspunten, zoals verwoord in de beleidsstukken van de gemeente Bernheze. Het voorliggende woningbouwplan is derhalve in overeenstemming met de gemeentelijke prioriteiten, beleidsdoelstellingen en uitgangspunten. Verwezen wordt naar paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid).

Conclusie Onderhavige planontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten en doelstellingen van de ladder voor duurzame ontwikkeling: zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik middels transformatie van bestaand vastgoed. 4.3 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Brabant en TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader Het provinciale ruimtelijke beleid staat de realisering van de plannen niet in de weg. Hoofddoelstellingen van de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Omgevingsverordening Noord-Brabant (ontwerp) zijn ‘zuinig ruimtegebruik’ met daaraan gekoppeld de ‘concentratie van verstedelijking’. De accenten moeten hierbij liggen op ‘inbreiding’ en ‘herstructurering’.

21

Concentratie van verstedelijking De provincie stuurt op concentratie van verstedelijking: het is belangrijk dat er verschil bestaat en blijft bestaan tussen de steden en dorpen. De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant en is onderverdeeld in ‘concentratiegebieden’ en ‘overig stedelijk gebied’. In concentratiegebieden wordt de bovenlokale groei van verstedelijking opgevangen. Daarnaast moet hier een hoog voorzieningenniveau geboden worden, waardoor de (suburbane) kernen en dorpen buiten het concentratiegebied het huidige (landelijke) karakter behouden. In overig stedelijk gebied is grootschalige verstedelijking ongewenst. Wel kan hier voor de eigen behoefte gebouwd worden. Naast concentratie van verstedelijking wil de provincie binnen de stedelijke structuur het volgende bereiken: • zorgvuldig ruimtegebruik; • meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit; • betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur; • versterking van de economische kennisclusters. Voor onderhavig initiatief spelen de elementen ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ en ‘meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit’ een rol. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik.

Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. Het ‘aansnijden van nieuwe ruimte’ voor verstedelijking wordt in samenhang bezien met deze mogelijkheden. Door meer aandacht te schenken aan beheer en onderhoud van het bestaand stedelijke gebied worden in de toekomst ingrijpende herstructureringen voorkomen. Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit Karakteristieke verschillen tussen dorpen en steden vervagen. Uitbreidingswijken en werklocaties in steden en dorpen gaan steeds meer op elkaar lijken. De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap.

22

TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant is verwerkt in de regels die zijn opgenomen in de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie. De onderwerpen die in de verordening staan komen dus uit de provinciale omgevingsvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. In de verordening is een aantal aspecten opgenomen die van toepassing zijn op onderhavig plan. Deze zullen hierna worden besproken. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Noord-Brabant bevorderen. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen een bijdrage moeten leveren aan de kernkwaliteiten van NoordBrabant. De provincie biedt ontwikkelingsruimte in het buitengebied, mits een ontwikkeling bijdraagt aan een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan het behouden wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe ruimtelijke kwaliteiten. De provincie onderscheidt een achttal thema’s waarin beleidsuitgangspunten zijn opgenomen. Deze thema’s zijn tevens in kaart gebracht.

Onderstaande tabel illustreert welke thematische kaarten in principe van toepassing zijn op de planlocatie en welke niet. Thema / kaartnaam Milieubeschermingsgebied, natuur, water en wegen Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden Natuur en stiltegebieden Grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant. Specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied Watersystemen, -veiligheid en -berging Instructieregels gemeenten, waterschappen en Gedeputeerde Staten: infrastructuur

Van toepassing Ja Nee Nee Nee Ja Ja Ja Nee

Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen Binnen het kaartbeeld ‘Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen’ is de planlocatie aangeduid als ‘Diep grondwaterlichaam’ en ‘Geen attentiezone waterhuishouding’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

23

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op grond van Artikel 4.21 in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de verplichting om vanuit de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn om het grondwater dat nu en voor de toekomst geschikt is voor de winning van drinkwaterwater bestemd voor menselijke consumptie te beschermen. De onconventionele winning van koolwaterstoffen brengt risico's met zich mee, die de kwaliteit van het grondwater voor drinkwaterwinning dat bestemd is voor menselijke consumptie bedreigen. Omdat de risico's van deze onconventionele boringen naar koolwaterstoffenonbekend en wellicht onbeheersbaar zijn, is het nodig de grondwaterlichamen die geschikt zijn voor het onttrekken van water bestemd drinkwaterwinning voormenselijke consumptie te beschermen met een verbod. Een omgevingsplan ter plaatse van Attentiezone waterhuishouding strekt tot bescherming van de waterhuishouding en sluit functies en activiteiten uit die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. Aangezien in onderhavig geval geldt dat er geen sprake is van een attentiezone waterhuishouding, is er ook geen sprake van feitelijke bescherming. Doorwerking plan(locatie) De aanduidingen ‘Diep grondwaterlichaam’ en ‘Geen attentiezone waterhuishouding’ hebben geen invloed op onderhavig planvoornemen.

Andersom zullen de voorgenomen activiteiten in de vorm van de oprichting van woningen geen invloed hebben op de beide aanduidingen.

24

Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant Binnen het kaartbeeld ‘Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant’ is de planlocatie aangeduid als ‘Stedelijke gebied’ en ‘Beperking grootschalige logistiek’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties en het opstellen van gemeentelijke ruimtelijke plannen daarvoor rekening houden met de afspraken in het regionaal ruimtelijk overleg. Dit artikel bevat regels over de verantwoording bij omgevingsplannen en andere planologische besluiten. Hierbij is het nodig ook een relatie te leggen naar de bestaande harde plancapaciteit. Tevens moet uitdrukkelijk een relatie gelegd worden met regionale afspraken over de nieuwbouw van woningen De provincie vraagt gemeenten om het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toe te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel hierbij is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Pas als dat niet kan, wordt gezocht naar de beste plek in het buitengebied om nieuwe ruimte te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verouderde locaties in stedelijk gebied opnieuw invullen en ongewenste functies in het buitengebied saneren. Voorbeelden van dergelijke ongewenste functies zijn glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden of veehouderijen rondom de natuur en stedelijke gebieden.

25

In de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant is verder bepaald dat ruimtelijke plannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling, in principe alleen in bestaand stedelijk gebied mogen vallen. Onder voorwaarden zijn ontwikkelingen in hiermee samenhangende zoekgebieden mogelijk. Uit onderhavige toelichting blijkt dat aan deze voorwaarden wordt voldaan. Een omgevingsplan ter plaatse van de aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’ betekent dat nieuwvestiging, vestiging en uitbreiding van grootschalige logistiek is verboden. Doorwerking plan(locatie) Onderhavig planvoornemen betreft een transformatie van een bestaande locatie, waarbij een stedelijke functie in de vorm van woningen wordt ingepast in een bestaande woonomgeving, op een voor wonen bestemde locatie. Hiermee wordt dus aangesloten bij het uitgangspunt van de provincie om zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte binnen een landelijke kern, stedelijk gebied. De aanduiding ‘Beperking grootschalige logistiek’ is niet van toepassing. Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied’ is de planlocatie aangeduid als ‘stalderingsgebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

26

De aanduiding ‘stalderingsgebied’ heeft enkel invloed op bestaande agrarische bedrijven. Onderhavig plan betreft de oprichting van woningen in bestaande stedelijk gebied van Heeswijk-Dinther. De uitgangspunten en regeling ten aanzien van staldering hebben hier geen invloed op, en andersom doet onderhavig planvoornemen geen afbreuk aan deze beleidsregels. Doorwerking plan(locatie) De aanduidingen binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied’ zijn niet van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging Binnen het kaartbeeld ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en berging’ is de planlocatie aangeduid als ‘norm wateroverlast Stedelijk gebied’. Dit is geïllustreerd in navolgend kaartbeeld.

Elke plek heeft een aanduiding welke iets regelt ten aanzien van omgang met water. Onderhavige planlocatie is gelegen in het stedelijke gebied van Heeswijk-Dinther. De norm ten aanzien van wateroverlast binnen het stedelijk gebied is hier dan ook op van toepassing.

27

Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, geldt binnen Stedelijk gebied, als norm een overstromingskans van: a. 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen; b. 1/10 per jaar voor overige gebieden. De gestelde norm betreft een inspanningsverplichting. Doorwerking plan(locatie) De genoemde inspanningsverplichting is van toepassing op onderhavig planvoornemen. Er is sprake van transformatie binnen de planlocatie waarbij nieuwbouw plaatsvindt. In hoofdstuk 5 wordt aandacht besteed aan de omgang met hemelwater binnen de planlocatie. De watertoets als geheel is als bijlagen 6 en 6.1 aan deze onderbouwing toegevoegd. Conclusie De gemeente Bernheze streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering, herontwikkeling en transformatie vóór uitleg. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied, betreft intensiever ruimtegebruik met een stedelijke functie en is passend binnen de diverse beleidsuitgangspunten waaronder de doelstellingen wat betreft de kwantitatieve en kwalitatieve doeleinden met betrekking tot de woningbouw.

De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie en de verordening. Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten, zoals verwoord in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische aanvaardbaarheid van onderhavige ontwikkeling wordt gemotiveerd in de hoofdstuk 5.

28

4.4 Gemeentelijk beleid De provinciale ruimtelijke beleidskaders zijn of moeten worden vertaald in het gemeentelijke ruimtelijke beleid. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de Omgevingsvisie Bernheze 2040 (ontwerp), Structuurvisie Bernheze, Woonvisie ‘perspectief op goed wonen in onze kernen’, Welstandsnota Bernheze en de gemeentelijke Parkeernormennota. Daarnaast is er al uitgebreid aandacht besteed aan de vigerende bestemming met daartoe behorende regels in paragraaf 1.3 van deze plantoelichting. Omgevingsvisie Bernheze 2040 (vastgesteld maart 2024) Toetsingskader De omgevingsvisie Bernheze 2040 is een richtinggevende visie voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven toetsen we op basis van deze omgevingsvisie. De Omgevingswet verplicht gemeenten een omgevingsvisie op te stellen. Het schets de ambities voor de komende 20 jaar. Ambities en doelen die samen met de partners zijn bepaald. We staan immers samen aan de lat voor het realiseren van deze ambities en doelen van deze visie. Met de omgevingsvisie wil de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving behouden en versterken. Daarvoor hanteert de gemeente de volgende aanknopingspunten om slim met de ruimte om te gaan: • Kenmerken en identiteit van het gebied centraal stellen; • Meervoudig ruimtegebruik, waar het kan; • Voorkomen van afwenteling.

Deze omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke structuurvisie en andere lange termijn visies op de fysieke leefomgeving van de gemeente, tenzij de omgevingsvisie niet of nauwelijks aandacht besteed aan een beleidsdomein. De omgevingsvisie is een dynamisch document en zal ook meebewegen met nieuwe en veranderende maatschappelijke opgaven. Dat kan ook aanleiding geven om met de partners tot een aangepaste omgevingsvisie te komen. De kern van de omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in vijf strategische thema’s. In deze uitwerking worden de opgaven naar ambities en doelen vertaald. De vijf thema’s zijn: 1. Gezonde leefomgeving 2. Leefbare kernen 3. Klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit 4. Vitale en duurzame landbouw en economie 5. Kwaliteit landschap en erfgoed

29

Doorwerking plan(gebied) De omgevingsvisie Bernheze 2040 beschrijft de belangrijkste punten van het gewenste beleid voor een langere periode. In de omgevingsvisie worden vijf thema's (ambities) centraal gesteld. Hierna wordt per – voor het (bouw)plan – ambitie ingegaan op hoe het plan daaraan voldoet. Gezonde leefomgeving Bereikbaar, veilig en toegankelijk per fiets en wandelen; Schoon, stil en natuurlijk; Natuurinclusief voedsel; Zorg in het groen. Het plangebied is met gemotoriseerd verkeer bereikbaar via de Aa-Kantstraat, welke weer is ontsloten op de ontsluitingsweg Sint Servatiusstraat. Voor langzaamverkeer met de fiets of te voet is er een rechtstreekse verbinding tussen het plangebied en de Sint Servatiusstraat voorzien. De Sint Servatiusstraat is opnieuw ingericht, waarbij gemotoriseerd verkeer de auto te gast is en er extra aandacht is geschonken aan de veiligheid voor fietsers en voetgangers. Het plan sluit hier op aan door een directe verbinding op de Sint Servatiusstraat met de fiets of te voet en indirect voor gemotoriseerd verkeer via de AaKantstraat.

Leefbare kernen Kenmerken van het beekdallandschap vertalen in de inrichting: Vasthouden van water; Beken grootste deel van het jaar voeden uit kwelwater; Circulair; Klimaat- en natuurinclusief bouwen; Revitaliseren van wijken; Prioriteit aan wandelen en fietsen in met name de GGS; Doorgaand verkeer ontmoedigen; Alleen vrachtverkeer op basis van elektriciteit of waterstof (H2). Het plan wordt hydrologisch neutraal gerealiseerd met daarbij het vasthouden van water middels onder andere een wadi. Circulariteit komt tot uitdrukking in het streven naar het daar waar mogelijk gebruik van circulaire bouwmaterialen. Het plan voldoet aan de groennorm van de gemeente, waardoor een goede verhouding tussen groen en verharding geborgd is, in de nieuwbouw van de woningen alsook bij de aanleg van de toekomstige openbare ruimte zal er gezocht worden naar het natuurinclusiviteit door bijvoorbeeld het opnemen van voorzieningen. Klimaatbestendig en biodiversiteit Grondwaterpeil 10 – 15 centimeter omhoog; Het vasthouden en infiltreren van water voor de natuur en om ‘s-Hertogenbosch te beschermen; Meer moerasbos en andere natuurlijke terreinen ontwikkelen; Natuurinclusieve landbouw; Herstellen van de historische lopen van beken; Meer meanderingen en overstromingsgebieden; Zonneparken of nieuwe gebouwen in het buitengebied gaan we terughoudend mee om; Aandacht voor waterkwaliteit.

30

Bij de uitwerking van de toekomstige openbare ruimte zal door een gunstige verhouding tussen groen en verharding de hittestress verminderd worden. Ook biedt het groen de kans om inheemse planten en dieren te huisvesten. Kwaliteit landschap en erfgoed Bernheze heeft een gevarieerd landschap en inspirerend erfgoed. Er zijn in hoofdlijnen drie landschappen. Elk landschapstype kent zijn eigen karakter en bijzondere kwaliteiten. De projectlocatie is gelegen in De planlocatie valt binnen het ‘beekdallandschap’. Kenmerken binnen dit landschap die op enigerlei wijze zijn doorvertaald in c.q. binding hebben met onderhavig (bouw)plan zijn: • vasthouden van water; • circulair; • klimaat- en natuurinclusief bouwen; • revitaliseren van wijken.

Rood omlijnd is globale ligging planlocatie

31

Het plan wordt hydrologisch neutraal gerealiseerd met daarbij het vasthouden van water middels onder andere een wadi. Circulariteit komt tot uitdrukking in het streven naar het daar waar mogelijk gebruik van circulaire bouwmaterialen. Het plan voldoet aan de groennorm van de gemeente, waardoor een goede verhouding tussen groen en verharding geborgd is. Verder zal in de nieuwbouw van de woningen alsook bij de aanleg van de toekomstige openbare ruimte gezocht worden naar het natuurinclusiviteit door bijvoorbeeld het opnemen van voorzieningen. De ontwikkeling betreft het herstructureren van een bestaande stedelijke zone. Vanuit de omgevingsvisie wordt hiermee een eerste handvat geboden die de beoogde ontwikkeling toe kan staan. Daarnaast moet hierbij worden aangesloten op de kwaliteiten en mogelijkheden van dat gebied. De duidelijke structuur en de variatie van de verschillende dorpen wordt behouden en waar mogelijk versterkt. Waar sprake is van inbreiding moet deze aansluiten bij het karakter van de kern en waar mogelijk niet te intensief en ‘dicht’ (ook in de kernen moeten de groene kwaliteiten benut worden en moet daarin variëteit worden geboden).

De nieuwe woningen worden in de bestaande stedelijke structuur ter plaatse opgenomen door met de rooilijn van de bestaande bebouwing rekening te houden, doorzichten naar het achterland en landschap worden behouden en er is een passend stedenbouwkundig ontwerp opgesteld. Om in het grote woningtekort te voorzien, heeft Bernheze in de woondeal een enorme bouwopgave afgesproken. Betaalbare en duurzame woningen zijn de uitdaging, zeker met het oog op dat meer huishoudens uit minder personen bestaan. Tegelijkertijd wil de gemeente anticiperen op demografische veranderingen. Denk daarbij aan de sterke vergrijzing in met name de plattelandsgebieden. Kernen en gebouwen maken we groen, klimaatadaptief en natuurinclusief. We houden het water zoveel mogelijk vast en koppelen de regenwatersystemen af van het riool. We gaan werken met een groennorm. Vitale kernen hebben een vitaal en compact centrum, met voldoende basisvoorzieningen en sterke ondernemers. Komende jaren hebben we een forse woningbouwopgave. Het is noodzakelijk deze opgave te combineren met het behouden en versterken van aantrekkelijke kernen waar het fijn wonen is. We staan voor de opdracht om vele woningen te bouwen en dit op een fatsoenlijke manier te realiseren zodat we direct een kwalitatieve slag maken. Dit doen we bijvoorbeeld door het woningaanbod diverser te maken.

Met een diverser woningaanbod behouden we verschillende doelgroepen in onze kernen of trekken we deze aan.

32

We bouwen met name voor de lokale woonbehoefte in de toekomst, zowel kwantitatief als kwalitatief. Een tekort hebben aan starterswoningen voor jongeren en jonge gezinnen. Met duurzaam bedoelen we met name circulair, natuurinclusief, energieneutraal en met een lage ecologische voetafdruk. De gemeente Bernheze streeft naar een evenwichtige woningmarkt met voldoende, goede, betaalbare, gevarieerde en passende woningen. Het plan komt tegemoet aan een actuele behoefte en wordt in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Dus herstructurering, herontwikkeling en transformatie vóór uitleg. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Omgevingsvisie Bernheze 2040 (ontwerp). Woonvisie ‘perspectief op goed wonen in onze kernen’ (vastgesteld november 2021) Toetsingskader Met name de realisatie van sociale huur, goedkope koop en middenhuur zijn van belang om lagere inkomens en middeninkomens aan een passende woning te helpen. En dit zijn woningsegmenten waar wij als overheid een belangrijke inspanningsverplichting hebben om te zorgen dat ze ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. Voor de kern Heeswijk-Dinther is concreet vastgesteld dat er tot 2030 circa 70 sociale huurwoningen aan het bestaande contingent worden toegevoegd.

Doorwerking plan(locatie) Het plan is opgenomen in de woningbouwplanning. Dat betekent impliciet dat het plan kwalitatief en kwantitatief aansluit op de woningbouwbehoefte van de gemeente. Prijzen Woonvisie 2022-2026: • Sociale huur < € 763,47 • Goedkope koop < € 260.000 De Woonvisie gaat uit van de volgende uitgangspunten: • minimaal 25% huur • 5-10 % middenhuur • 15-20% goedkope koop

33

Hierbij is differentiatie op projectbasis voorstelbaar. Wel dient betaalbaarheid uitgangspunt te blijven. De insteek van het planvoornemen is dat de 18 woningen als 6 sociale huur en 12 sociale koopwoningen op de markt worden aangeboden. Gezien de grote vraag naar sociale woningen heeft gemeente reeds te kennen gegeven dat dit een wenselijk plan is en het met 100% sociaal voldoet aan de woonvisie 2022-2026. In het kader van de Woonvisie 2022-2026 kan geconcludeerd dat het volledige programma betaalbaar is. Omdat het gaat om de bouw van woningen in/nabij het centrum zullen de woningen in dit plan (ook) aantrekkelijk zijn voor senioren. Ander pluspunt is de combinatie tussen woningen en centrumgebied. Derhalve wordt met het type woningen, de locatie en prijzen van de woningen – zowel kwantitatief als kwalitatief – aangesloten bij de vraag en behoefte welke momenteel binnen de gemeente Bernheze aanwezig is. Het is dan wel zaak de woningen betaalbaar te houden. De nieuwe woonvisie gaat ervan uit dat bewust wordt omgegaan met het instrumentarium dat hiervoor beschikbaar is. Hierbij moet gedacht worden aan de zelfbewoningsplicht, anti-speculatie, anterieure overeenkomst e.d. Aan de minimale vereisten uit de Woonvisie 2022-2026 wordt voldaan in termen van betaalbaarheid.

Verordening doelgroepen woningbouw Toetsingskader Met een doelgroepenverordening borgt de gemeente dat de segmenten sociale huur, middenhuur, sociale koop en sociale middeldure koop voor de beoogde doelgroep ontwikkeld worden en behouden blijven. Met een koppeling aan het omgevingsplan kan bij nieuwbouw geborgd worden dat de nieuwe woningen voor de beoogde doelgroep worden gerealiseerd en in stand blijven. Doorwerking plan(locatie) De woningen worden ontwikkeld voor het sociale segment. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Verordening doelgroepen. Parkeernormennota Toetsingskader De Nota Parkeerbeleid van de gemeente heeft tot doel toepassing van de parkeernormen duidelijk te maken. De parkeernorm is van toepassing op nieuw- en verbouw, niet op

34

bestaande situaties en geeft bewoners, bedrijven en initiatiefnemers duidelijkheid over welke normen gebruikt worden bij een bouwaanvraag. In ieder nieuw omgevingsplan dient de systematiek van de gebruikte parkeernorm te worden vermeld. Het is ook toegestaan in het omgevingsplan te verwijzen naar de parkeernormennota van de gemeente. Doorwerking plan(locatie) In paragraaf 5.11 van deze onderbouwing wordt nader ingegaan op het parkeeraspect. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in de Parkeernormennota. Welstandsnota Bernheze Toetsingskader De gemeenteraad van Bernheze heeft op 5 oktober 2015 de Welstandsnota Bernheze vastgesteld. Doorwerking plan(locatie) Het plan ligt in het gebied dat in de Welstandsnota omschreven is als: ‘Het historische dorpscentrum – Dinther’, zoals hierna op kaartbeeld ook is weergegeven. Het plan is getoetst aan de criteria behorende bij dit welstandsgebied en het hiervoor vastgestelde welstandsniveau. In de nota zijn welstandscriteria opgenomen waaraan een omgevingsvergunning voor de te bouwen woningen getoetst zal gaan worden. De Welstandsnota Bernheze is geen onderdeel van de planologische onderbouwing en juridische verankering van de ontwikkeling.

35

De bestaande bebouwing vormt vanwege de verspringingen in de voorgevel en rooilijnen het tezamen met de rest van de woningen aan de Sint Servatiusstraat een lintbebouwing. Omdat woongebouwen in het historisch dorpscentrum vaak dicht aan de straat zijn gesitueerd wordt het woongebouw direct gelegen aan de Sint Servatiusstraat gesitueerd aan dezelfde voorgevel rooilijn als het te slopen woongebouw. Verder variëren ook de afstanden tot de zijdelingse perceelsgrenzen wat gebruikelijk is in de kommen. In het vervolgstadium worden de Welstandscriteria bij de aanvraag omgevingsvergunning zoveel mogelijk in acht genomen. Conclusie Onderhavig plan sluit aan bij c.q. doet geen afbreuk aan de ambities en de (beleids)doelstellingen en -uitgangspunten zoals verwoord in Welstandsnota Bernheze. Duurzaamheid Het plan zet in op duurzaamheid en energie-efficiëntie door de ontwikkeling van energiezuinige, gasloze woningen. Het project draagt bij aan een duurzame toekomst door slimme bouwtechnieken en milieuvriendelijke technologieën te combineren. Alle woningen binnen dit plan voldoen aan de hoogste duurzaamheidseisen, de sociale koopwoningen worden Nul Op de Meter (NOM) uitgevoerd en de sociale huurwoningen Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). Deze energiezuinige woningen verbruiken nauwelijks energie.

36

De woningen zijn volledig gasloos en maken gebruik van moderne warmtepompen voor verwarming, wat niet alleen het energieverbruik vermindert, maar ook een grote bijdrage levert aan het terugdringen van CO₂-uitstoot. Bovendien zijn de huizen uitgerust met zonnepanelen die de energie op een duurzame manier opwekken. In combinatie met vloerverwarming en hoogwaardige isolatie, waarbij de hoogste isolatienorm wordt toegepast, ontstaat een comfortabel binnenklimaat met minimaal energieverlies. Het duurzame karakter van het plan draagt ook bij aan de betere kwaliteit van woningen. Door het gebruik van hoogwaardige materialen en energie-efficiënte systemen, zijn de huizen niet alleen milieuvriendelijker, maar bieden ze ook meer wooncomfort en lagere energiekosten voor de bewoners. Dit maakt de woningen toekomstbestendig en comfortabel om in te leven. Daarnaast is er in het plan veel aandacht voor de natuurlijke omgeving. Het regenwater wordt op een slimme manier beheerd door infiltratie op eigen terrein, wat overbelasting van het riool voorkomt en het grondwaterpeil in balans houdt. De woningen maken bovendien deel uit van een groene leefomgeving, met veel aandacht voor natuur, groenvoorzieningen en biodiversiteit. Deze groene ruimte zorgt niet alleen voor een aangename woonomgeving, maar draagt ook bij aan een gezond ecosysteem en klimaatadaptatie.

Kortom, het plan combineert energiezuinig, gasloos wonen met hoogwaardige bouwkwaliteit en een groene leefomgeving, wat resulteert in duurzame, comfortabele woningen die klaar zijn voor de toekomst.

37

5. ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is door De Roever Omgevingsadvies een milieuscan uitgevoerd naar de milieu-hygiënische gevolgen van het plan op de omgeving en andersom. Daar waar expliciete verdieping in de materie heeft plaatsgevonden, middels het uitvoeren van een nader (deel)onderzoek, is dat als zodanig vermeld. In de milieuscan, welke als bijlage 2, aan deze onderbouwing is toegevoegd, wordt aandacht besteed aan de aspecten (ondergrondse) infrastructuur, kabels en (buis)leidingen, bedrijven en milieuzonering, geur, luchtkwaliteit, omgevingsveiligheid en volksgezondheid. 5.1 M.e.r.-beoordeling Toetsingskader In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn (SMB-richtlijn 2001/42/EG, in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de SMB-richtlijn. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4d2a98e4-0861-466e-9b70-d3a1ac17a052