CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA Sint Servatiusstraat 11-13-15 - BIJLAGE 5 - Stikstofdepositieonderzoek

Raadsvergadering 20 februari 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend advies Sint Servatiusstraat 11-13-15 in Heeswijk-Dinther *3.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Algemeen ..................................................................................................................................... 4 Ligging van het plangebied .......................................................................................................... 6

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 7

2.1. Omgevingswet ............................................................................................................................. 7 2.1.1. Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) ..................................................................................... 7 2.1.2. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) ................................................................................. 7 2.2. 2.3.

Beleidsregels intern en extern salderen ...................................................................................... 7 Referentiesituatie ......................................................................................................................... 8

3.

REKENONDERZOEK ..................................................................................................................... 9

3.1. Uitgangspunten aanlegfase ......................................................................................................... 9 3.1.1. Mobiele werktuigen .............................................................................................................. 9 3.1.2. Bouwverkeer ...................................................................................................................... 10 3.2. Uitgangspunten gebruiksfase .................................................................................................... 12 3.2.1. Verkeer .............................................................................................................................. 12 3.2.2. Stookinstallaties ................................................................................................................. 12 3.3.

Berekeningswijze ....................................................................................................................... 13

4. CONCLUSIES ............................................................................................................................... 14 BIJLAGE I. METHODIEK KENGETALLEN AANLEGFASE WONINGBOUW .......................... 15 BIJLAGE II. AERIUS BEREKENING AANLEG ........................................................................... 16 BIJLAGE III. AERIUS BEREKENING GEBRUIK ......................................................................... 17

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

3

1.

INLEIDING

1.1.

Algemeen

De initiatiefnemer is voornemens om aan de Sint Servatiusstraat 11 in Heeswijk-Dinther 18 nieuwbouw woningen te realiseren. In het kader van deze ontwikkeling moet een stikstofdepositieonderzoek voor de aanlegfase en gebruiksfase worden uitgevoerd. Het plangebied is kadastraal bekend als percelen 2827 en 2828 van Sectie E en percelen 3632, 3633 en 3676 van Sectie C te HWK02(Heeswijk-Dinther). Op afbeelding 1 is de locatie van het plangebied (rode contour) weergegeven. Een situatietekening met de beoogde indeling van het plangebied is weergegeven op afbeelding 2.

Afbeelding 1. Plangebied (rode contour) Bron: kadastralekaart.com

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

4

Afbeelding 2. Tekening beoogde situatie

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende gegevens: - informatie versterkt door de initiatiefnemer; - via internet toegankelijke informatie en digitale ondergronden (PDOK); - gegevens en bureauexpertise de Roever Omgevingsadvies. N.B. De gehanteerde uitgangspunten zijn realistisch doch worst-case.

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

5

1.2.

Ligging van het plangebied

De ligging van het plangebied en de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met stikstof gevoelige habitattypen zijn weergegeven op afbeelding 3. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied met stikstofgevoelige habitats betreft ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en is gelegen op een afstand van circa 12,1 kilometer vanaf het plangebied.

Afbeelding 3. Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden Bron: AERIUS Calculator

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

6

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Omgevingswet

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In artikel 5.1 lid 1 van deze wet is opgenomen dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning Natura 2000-activiteiten te verrichten. Dit zijn projecten die niet direct verband houden of nodig zijn voor het beheer van Natura 2000-gebieden, maar welke significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen als Natura 2000-activiteiten. Verder is in artikel 4.3 lid 1 van deze wet is opgenomen dat voor Natura 2000-activiteiten bij algemene maatregel van bestuur regels moeten worden gesteld. De bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels ten aanzien van Natura 2000-activiteiten zijn opgenomen in diverse besluiten:

2.1.1.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)

Indien een project zou kunnen voorzien in significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, dan dient een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit aangevraagd te worden. In artikel 8.74b van het Bkl zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan de aanvraag moet voldoen. De aanvraag moet vergezeld worden van een passende beoordeling waaruit met zekerheid blijkt dat het project de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet kan worden verkregen, dan kan de omgevingsvergunning alsnog worden verleend indien er geen alternatieve oplossingen zijn, het project nodig is om dwingende regenen van groot openbaar belang en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft.

2.1.2.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

In het Bal zijn een scala aan activiteiten opgenomen die gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving. Aan deze activiteiten zijn regels gesteld, waarbij in het Bal is aangeven uit welk oogmerk deze regels zijn gesteld. Tevens is in het Bal opgenomen wie het bevoegd gezag is bij de desbetreffende activiteit, of er een specifieke zorgplicht geldt, of aan de activiteit maatwerkvoorschriften gesteld kunnen worden en welke gegevens moeten worden verstrekt bij een melding, een verzoek, een aanvraag en dergelijke. In afdeling 11.1 van het Bal zijn regels opgenomen voor activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden

2.2.

Beleidsregels intern en extern salderen

Vanwege de vernietiging van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) is het voor het bevoegd gezag niet mogelijk om toestemmingen te verlenen voor projecten waarvoor ontwikkelingsruimte nodig is. Om aan te tonen dat een project geen significant effect heeft op de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden bestaan de volgende mogelijkheden: - aantonen dat in de beoogde situatie geen effect (stikstofdepositie < 0,00 mol/ha/jaar) op de omliggende stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden optreedt. - middels intern of extern salderen aantonen dat in de beoogde situatie geen sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. - middels een ecologische voortoets onderzoeken of significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen kunnen worden uitgesloten. Een ecologische voortoets is een mogelijkheid voor activiteiten die enkel zorgen voor een stikstofdepositie op hectares waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) niet wordt overschreden.

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

7

Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hiervoor kan met het rekenprogramma AERIUS Calculator berekend worden wat de depositie op de stikstofgevoelige natuurgebieden is. Hoe de resultaten worden beoordeeld, is aan het bevoegd gezag. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. Als de stikstofdepositie in de beoogde situatie wel hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan is een verdere inhoudelijke beoordeling van de te verwachten stikstofdepositie noodzakelijk. Het is dan mogelijk om toestemming te krijgen op basis van intern of extern salderen. Voor extern salderen geldt een vergunningplicht omdat van de beoogde activiteit op zichzelf negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Met salderen wordt inzichtelijk gemaakt of in de beoogde situatie sprake is van een stikstoftoename met significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie.

Of sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie hangt af van de toegestane depositie in de referentiesituatie.

2.3.

Referentiesituatie

Wanneer sprake is van de wijziging of uitbreiding van een bestaande activiteit, gelden voor projecten de volgende referentiesituaties[1], een: - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Wet natuurbescherming; - vigerende vergunning die verleend is op basis van de Natuurbeschermingswet 1998; - vigerende omgevingsvergunning die verleend is op basis van de Wabo met een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) op grond van één van de twee hierboven genoemde wetten; - tracébesluit, wegaanpassingsbesluit of kavelbesluit waaraan een passende beoordeling is gekoppeld; - (milieu-)toestemming op de Europese referentiedatum, zie afbeelding 4.

Afbeelding 4. Stappenplan voor het bepalen van de referentiesituatie[1]

Van een (planologisch) plan, zoals een bestemmingsplan of omgevingsplan, is de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie de referentiesituatie. 1

Handreiking intern en extern salderen; https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Handreiking-intern-extern-salderen-en-verleasen22092020.pdf

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

8

3.

REKENONDERZOEK

De voor stikstof relevante bronnen voor de aanlegfase en gebruiksfase van de beoogde ontwikkeling worden hieronder toegelicht.

3.1.

Uitgangspunten aanlegfase

De aanlegfase bestaat uit de realisatie van in totaal 18 nieuwbouwwoningen. Er is aangenomen dat de aanlegfase niet langer dan 1 jaar zal duren. De NOx- en NH3-emissies zijn dan met name afkomstig van (bouw-)verkeer en mobiele machines voor het bouwen van de woningen en verzetten van grond.

3.1.1.

Mobiele werktuigen

Bij aanvang van voorliggend stikstofdepositieonderzoek was bij de opdrachtgever niet bekend welke diesel-, benzine of lpg aangedreven (mobiele) werktuigen in de aanlegfase ingezet zullen worden bij de bouw van de woningen. Daarmee is ook over dieselverbruik, bedrijfstijden, bouwjaar en vermogen van de werktuigen geen specifieke informatie beschikbaar. De hoeveelheid NOx- en NH3-emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden zijn bepaald gebruik makend van kengetallen opgesteld door adviesbureaus TAUW en De Roever. De kengetallen zijn gebaseerd op de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij een groot aantal woningbouwprojecten. Voor de omrekening van inzet van mobiele werktuigen naar emissies is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. Bijlage I geeft meer informatie over de gehanteerde kengetallen en methodiek. Voor de bouw van grondgebonden woningen zijn de volgende kengetallen beschikbaar: 3,4 kg NOx en 0,13 kg NH3 per woning. Dit is inclusief de emissies die vrijkomen bij de sloop van panden op de locatie waar de nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd.

Dit geeft een totale hoeveelheid emissie die vrijkomt bij de realisatie van 18 nieuwbouwwoningen van 3,4 kg * 18 = 61,2 kg NOx en 0,13 kg * 18 = 2,34 kg NH3 voor de gehele aanlegfase. De mobiele werktuigen zullen actief zijn op de bouwlocatie en daar rondrijden. Daarom zijn de emissies gemodelleerd als vlakbron gelijk aan de projectlocatie. De vlakbron is in AERIUS gemodelleerd als bron van de sectorgroep ‘Anders’. Voor de uittreedhoogte en de spreiding zijn respectievelijk 2,5 en 1,3 meter ingevuld en voor de warmte-inhoud 0,035 MW. De temporele variatie is ‘standaard profiel industrie’. Dit zijn de waarden voor mobiele werktuigen voor de bouw en industrie[2].

2

Zie Handboek ‘Werken met AERIUS Calculator 2023.2 – v1’ (bijlage 28: Bronkenmerken sectoren AERIUS Calculator).

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

9

3.1.2.

Bouwverkeer

Vervoer van personeel van en naar de locatie vindt plaats met bestelbusjes en/of personenauto’s. Materieel wordt aangevoerd middels vrachtwagens. Het aantal ritten van vrachtwagens en personenauto’s/bestelbusjes is een inschatting van adviesbureaus TAUW en De Roever op basis van informatie van vergelijkbare woningbouwprojecten. Tabel 1 geeft het aantal voertuigen en voertuigbewegingen voor de gehele aanlegfase. Tabel 1. Aantal voertuigbewegingen gedurende de aanlegfase

Type voertuig

Totaal aantal ritten

Per te realiseren woning Personenauto’s en 65 bestelbussen Vrachtwagens 25 Voor totale woningbouwplan Personenauto’s en 1170 bestelbussen Vrachtwagens 450

Totaal aantal vervoersbewegingen[3] 130 50 2340 900

De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbronnen met licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De vrachtwagenbewegingen zijn in AERIUS worst-case allemaal gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’. Er is uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom met 10% stagnatie. Het manoeuvreren van het vrachtverkeer is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein met 100% stagnatie. Het verkeer is gemodelleerd tot het punt waarop de voertuigen in het heersende verkeersbeeld van de openbare weg zijn opgenomen. Er zijn 2 rijlijnen ingetekend, omdat is aangenomen dat het verkeer in zowel oostelijke als westelijke richting ontsluit. Voor iedere rijlijn is als intensiteit worst-case de totale verkeersgeneratie aangehouden. Hierdoor zijn dus meer voertuigbewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de aantallen en de richting van de voertuigbewegingen wordt opgevangen. Op de Sint Servitiusstraat verhouden het verkeer zich tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer en is het dus opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is overeenkomstig de verkeersgegevens van Staat van Mobiliteit Brabant, zie afbeelding 5. Hier zal het verkeer verder afwikkelen richting het oosten of westen.

3

Het aantal voertuigbewegingen is het aantal ritten maal twee; een voertuig rijdt heen en terug naar de locatie.

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

10

Afbeelding 5. Verkeersgegevens Staat van Mobiliteit Brabant met de verkeersintensiteit van het met rood gemarkeerde wegvak (Sint Servatiusstraat) De ligging van het plangebied is met rood omcirkeld.

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

11

3.2.

Uitgangspunten gebruiksfase

In de beoogde situatie zijn de nieuwbouwwoningen in gebruik. De NOx- en NH3-emissies worden enkel veroorzaakt door verkeersbewegingen.

3.2.1.

Verkeer

Met betrekking tot het verkeer dat in de gebruiksfase kan worden toegerekend aan de nieuwbouwwoningen is uitgegaan van gegevens uit de ASVV 2021 van kennisplatform CROW[4]. Er is uitgegaan van de ligging ‘rest bebouwde kom’ in de gemeente Bernheze (‘Weinig stedelijk’). Hierbij is de functie: ‘Koop, huis, tussen/hoek’ aangehouden voor de nieuwbouwwoningen. Voor dit type woning wordt uitgegaan van de verkeersaantallen zoals genoemd in tabel 2. Tabel 2. Verkeersgeneratie (in vtb/etmaal) per Koop, huis, tussen/hoek, ASVV 2021 CROW

Koop, huis, tussen/hoek Weinig stedelijk

Rest bebouwde kom minimaal maximaal 7,0 7,8

Voor één tussen/hoek-woning is de maximale (worst-case) verkeersgeneratie 7,8 voertuigbewegingen (vtb) per etmaal. Er worden in totaal 18 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. De totale verkeersgeneratie komt daarmee uit op naar boven afgerond 7,8 vtb/etmaal * 18 = 141 voertuigbewegingen per etmaal. Daarnaast is nog eens rekening gehouden met 8 voertuigbewegingen zwaar vrachtverkeer per maand (wekelijks één vrachtwagen die het plangebied aandoet ter bevoorrading of voor het ophalen van afval). Ander verkeer zal niet gegenereerd worden door het onderliggende plan. De voertuigbewegingen zijn gemodelleerd met dezelfde lijnbronnen en verdeling als in de aanlegfase. Het gaat hierbij om licht en zwaar (vracht)verkeer met de actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Er is uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom met 10% stagnatie. Het manoeuvreren van het vrachtverkeer is ondervangen door een extra rijlijn op het terrein met 100% stagnatie.

3.2.2.

Stookinstallaties

De nieuwbouwwoningen worden gasloos uitgevoerd en worden opgeleverd zonder haard en rookgaskanaal. Er zal dus geen stikstofemissie uitgestoten worden als gevolg van het stoken van gasgestookte installaties.

4

Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom (ASVV), CROW, 2021

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

12

3.3.

Berekeningswijze

De stikstofdepositie door de gewenste activiteiten op de Natura 2000-gebieden is berekend met AERIUS Calculator (2023.01). Er zijn AERIUS berekeningen uitgevoerd met de emissies als gevolg van de aanlegfase en gebruiksfase. Voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase is als rekenjaar worst-case 2024 gekozen. De rekenresultaten en de ingevoerde gegevens van de berekeningen met Natura 2000gebieden en met eigen rekenpunten zijn te vinden in bijlage II en III.

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

13

4.

CONCLUSIES

In dit stikstofdepositieonderzoek is voor de aanlegfase en gebruiksfase van de ontwikkeling aan de Sint Servatiusstraat 11 in Heeswijk-Dinther de te verwachten stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000-gebieden berekend. Uit de berekeningen blijkt dat in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger is dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden dus geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Het project is daarmee in het kader van stikstofdepositie niet aan te merken als een Natura 2000-activiteit.

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

14

BIJLAGE I.

METHODIEK KENGETALLEN AANLEGFASE WONINGBOUW

De in dit onderzoek gehanteerde emissiekengetallen voor de bouwwerkzaamheden van grondgebonden woningen en appartementen zijn afgeleid van gedetailleerde gegevens van de werkelijke inzet van mobiele werktuigen en vrachtverkeer bij enkele tientallen woningbouwprojecten. Zowel de realisatie van grondgebonden woningen als van appartementen zijn ruim vertegenwoordigd in deze dataset. Bij sommige projecten werden ook panden gesloopt, daarvoor is een apart emissiekengetal beschikbaar. Inbegrepen bij de kengetallen is het bouwrijp maken van het terrein, de aanleg van kabels en leidingen, het bouwen van de woningen en de aanleg van het openbaar gebied (bestrating, groen, etc.). De beschouwde woningbouwprojecten zijn projecten die in het westen van Nederland zijn gerealiseerd. Daarom maken heiwerkzaamheden vaak onderdeel uit van de aanlegfase. Dit maakt de kengetallen ‘robuust realistisch’, aangezien heien op hogere (zand)gronden meestal niet nodig is. Uit het type werktuigen, het dieselverbruik en het aantal draaiuren volgen de NOx en NH3 emissies die vrijkomen bij de bouwwerkzaamheden. Hierbij is de AUB rekenmethode (AdBlue, Uren, Brandstof) van TNO aangehouden[5]. Dit is sinds AERIUS versie 2021 de voorgeschreven rekenmethode voor de berekening van emissies van mobiele werktuigen. De in tabel B1 gegeven kengetallen gelden voor woningbouwprojecten van 10 tot 100 woningen.

Voor grotere projecten zal de emissie per woning lager liggen, maar kunnen deze kengetallen worst-case wel worden aangehouden. Voor kleine projecten kunnen de kengetallen een onderschatting zijn. Veiligheidshalve kan dan een opslagfactor van een factor 2 worden aangehouden. Tabel B1. Kengetallen aanlegfase voor woningen en appartementen

Bouwwerkzaamheden woning Bouwwerkzaamheden appartement Sloopwerkzaamheden nodig voor realisatie van een nieuwbouwwoning/-appartement

Kg NOx per woning/appartement 2,6 1,7 0,8

Kg NH3 per woning/appartement 0,11 0,07 0,03

Voor het bepalen van de emissiekengetallen is uitgegaan van de inzet van diesel aangedreven STAGE IV klasse werktuigen met als bouwjaar 2014. Ook dit is een robuust realistische aanname. In de huidige praktijk zijn de in te zetten werktuigen vaak al nieuwer en dus schoner. Ook worden soms al elektrische werktuigen ingezet welke emissieloos zijn. Conform de AUB rekenmethode is 6% AdBlue van het dieselverbruik aangehouden, wat standaard is voor STAGE IV en V-klasse werktuigen met een vermogen tussen 56 en 560 kW.

5

TNO-rapport TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, 10 december 2021

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

15

BIJLAGE II.

AERIUS BEREKENING AANLEG

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

16

BIJLAGE II.

AERIUS BEREKENING AANLEG

Stikstofdepositieonderzoek Sint Servatiusstraat 11 te Heeswijk-Dinther Datum: 15 april 2024 ; Referentie: 20240045.v02

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=ef7f09e1-c650-46fc-9313-8ef40f199f3e