BOPA Sint Servatiusstraat 11-13-15 - BIJLAGE 2 - Quickscan milieuaspecten
Tekst van het document
De Roever Omgevingsadvies
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 HeeswijkDinther 20240404.v01.1 22 april 2024
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
2
INHOUDSOPGAVE 1. 2. 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 3. 4. 4.1. 4.2. 4.3. 5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 6. 6.1. 6.2. 6.3. 7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 8. 8.1. 8.2. 8.3. 9.
INLEIDING................................................................................................................... 5 ACTIVITEITEN EN MILIEUZONERING ...................................................................... 6 Milieuzonering.............................................................................................................................. 6 Onderzoeksvragen ...................................................................................................................... 6 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ....................................................................................... 6 Omgevingstypen .......................................................................................................................... 7 Richtafstanden ............................................................................................................................. 7 Beoordeling.................................................................................................................................. 8 GEUR ........................................................................................................................ 10 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................
14 Grenswaarden Wet milieubeheer .............................................................................................. 14 Besluit niet in betekenende mate bijdragen .............................................................................. 14 Beoordeling................................................................................................................................ 14 GELUID ..................................................................................................................... 16 Soorten geluid............................................................................................................................ 16 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................... 16 Industrielawaai ........................................................................................................................... 16 Railverkeerslawaai .................................................................................................................... 16 Vliegverkeerslawaai ................................................................................................................... 16 OMGEVINGSVEILIGHEID ........................................................................................
17 Wettelijk kader ........................................................................................................................... 17 Kernbegrippen ........................................................................................................................... 17 Beoordeling................................................................................................................................ 18 GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................... 19 Natura 2000-gebieden ............................................................................................................... 19 Natura 2000-activiteit................................................................................................................. 19 AERIUS Calculator .................................................................................................................... 19 Beoordeling................................................................................................................................ 19 SOORTENBESCHERMING ...................................................................................... 20 Natura 2000-gebieden ...............................................................................................................
20 Flora- en fauna-activiteit ............................................................................................................ 20 Beoordeling................................................................................................................................ 20 VOLKSGEZONDHEID .............................................................................................. 21
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
3
9.1. 9.2. 9.3.
Veehouderijen............................................................................................................................ 21 Spuitzones ................................................................................................................................. 24 Hoogspanningsleidingen ........................................................................................................... 24
10.
BODEM ..................................................................................................................... 25
10.1. 10.2.
Wettelijk kader ....................................................................................................................... 25 Beoordeling............................................................................................................................ 25
11. 11.1. 11.2.
WATER ...................................................................................................................... 26 Wettelijk kader ....................................................................................................................... 26 Beoordeling............................................................................................................................ 26
12. BIJLAGE
CONCLUSIE.............................................................................................................. 27 I.
RICHTAFSTANDEN.................................................................................................. 28
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
4
1.
INLEIDING
De initiatiefnemer heeft het voornemen om op het perceel bij Sint Servatiusstraat 11-15 in Heeswijk-Dinther 18 rij- en hoekwoningen te realiseren. De beoogde situatie is aangegeven op afbeelding 1.
Afbeelding 1. Beoogde situatie
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
5
Deze rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van dit plan, in de vorm van een quickscan.
2.
ACTIVITEITEN EN MILIEUZONERING
Onder het voormalige stelsel voor de ruimtelijke ordening zoals dat in gebruik was voor de invoering van de Omgevingswet kon gebruik gemaakt worden van de handreiking Bedrijven en milieuzonering[1]. Met de omgevingswet heeft de VNG aangegeven een nieuwe versie te publiceren die aansluit op de Omgevingswet. Ten tijde van het schrijven van dit onderzoek was deze echter nog niet beschikbaar. Wel is er een servicedocument gepubliceerd[2]. In dit specifieke geval betreft het plan de realisatie van milieugevoelige bestemmingen. In dat geval moet er getoetst worden aan de omliggende milieubelastende bestemmingen. Hiervoor geldt nu nog het bestemmingsplan uit het oude ruimtelijk stelsel. Om deze reden wordt het voor dit plan toereikend geacht om aan de oude handreiking uit 2009 te toetsen met eventueel een doorkijk naar de toekomstige wijzigingen.
2.1. Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd.
2.2. Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.
2.3. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.
[1]
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2009
[2]
https://vng.nl/nieuws/servicedocument-activiteiten-en-milieuzonering-omgevingswet
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
6
Afbeelding 2. Richtafstanden milieubelastende functies
Ten aanzien van alle instanties met uitzondering van de nutsvoorziening wordt aan de richtafstanden voldaan. Het geluid komt enkel voort uit Aa-Kantstraat 6, die op een afstand ligt van 21 meter tot de dichtstbijzijnde nieuw te realiseren woning. Dit vormt daardoor geen probleem voor het uitvoeren van het plan. Het plangebied ligt binnen de richtafstand voor het aspect geur vanwege het rioolgemaal aan Aa-Kantstraat 8. Het rioolgemaal betreft een gesloten systeem waar bij regulier gebruik geen geuremissie optreedt. Het enige moment dat er sprake kan zijn van geuremissie is wanneer het gemaal incidenteel wordt gespoeld; dan is gedurende korte tijd een zoete geur waarneembaar. Incidenteel kan er geuremissie optreden bij vervangingswerkzaamheden. Beide incidentele situaties zullen maatschappelijk aanvaardbaar zijn en niet leiden tot onevenredige geurhinder in de omgeving. De gemeente zou ten slotte na kunnen gaan of sprake is van geurklachten rondom dit rioolgemaal.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
9
Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies
Afstanden De afstand tussen het plangebied en het dichtstbij gelegen bouwvlak van een veehouderij bedraagt 313 meter (Droevendaal 2). Er wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter. Voorgrondbelasting De maatgevende veehouderij is die aan de Aa-Brugstraat 4. Deze ligt op een afstand van 605 meter. Aangezien de achtergrondbelasting op minder dan drie ouE/m3 ligt, zal de voorgrondbelasting van een individuele veehouderij ook niet meer zijn dan drie ouE/m3. Achtergrondbelasting Voor de beoordeling van de achtergrondbelasting is gebruik gemaakt van de geurkaart van de ODZOB d.d. maart 2023, zie afbeelding 4.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
11
4.
LUCHTKWALITEIT
4.1. Grenswaarden In paragraaf 2.2.1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn omgevingswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de omgevingswaarden. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie.
4.2. Bijdragen niet in betekenende mate Op basis van artikel 5.53 van het Bkl kan worden beoordeeld of een project niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze projecten hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Projecten met een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde worden als NIBM beschouwd. Voor de stoffen NO 2 en PM10 is dit het geval bij een toename van maximaal 1,2 µg/m3. Met berekeningen moet worden aangetoond dat deze maximale toename niet wordt bereikt. Daarnaast zijn in artikel 5.54 van het Bkl projecten (met een maximale omvang) opgenomen die zonder meer als NIBM kunnen worden beschouwd. Projecten die de vastgestelde maximale omvang niet overschrijden dragen per definitie niet in betekenende mate bij. Dit hoeft niet te worden aangetoond met berekeningen en er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
4.3. Beoordeling Uit de uitsnede van de Atlas Leefomgeving op afbeelding 5 blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is, aangezien ruimschoots wordt voldaan aan de omgevingswaarden. Het project valt onder de kwantitatieve grenzen van artikel 5.54 van het Bkl. Het bestemmen van minder dan 1.500 woningen per ontsluitingsweg is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
14
Afbeelding 5. Uitsnede van de Atlas Leefomgeving
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
15
5.
GELUID
5.1. Soorten geluid De voornaamste bronnen voor geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, industrielawaai, railverkeerslawaai en vliegverkeerslawaai.
5.2. Wegverkeerslawaai Op basis van geluidaandachtsgebieden wordt bepaald welke wegen moeten worden betrokken bij het bepalen van de geluidbelasting op de gewenste woningen. Deze gezoneerde bronnen beschikken over een geluidaandachtsgebied op basis van artikel 3.20 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Als een projectlocatie is gelegen binnen een geluidaandachtsgebied dan dient er bij het plan nader onderzoek gedaan te worden naar de geluidbelasting van de bijbehorende bron. De omvang van het geluidaandachtsgebied van een weg staat beschreven in artikel 3.5 van de Omgevingsregeling. De geluidaandachtsgebieden zijn weergegeven op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG), zie https://www.geluidgegevens.nl/geluidregister/kaart. Op dit moment bevat deze kaart nog niet voldoende gegevens. Een weg heeft geen geluidaandachtsgebied wanneer de verkeersintensiteit lager is dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Uit gegevens van de Brabant Brede Model Aanpak (BBMA) blijkt een intensiteit van de omliggende wegen op maximaal 3.400 motorvoertuigen (mvt) per etmaal aan de Sint Servatiusstraat. Daarom adviseren we een onderzoek wegverkeerslawaai uit te laten voeren.
5.3. Industrielawaai In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat het plangebied binnen de richtafstand ligt voor het aspect geluid vanwege de nutsvoorziening. Deze middenspanningsstation is gelegen aan de Aakantstraat 6. De trafo is gelegen op een afstand van 21 meter tot de dichtstbijzijnde woning. Hierdoor vormt het aspect industrielawaai geen belemmering voor het plan.
5.4. Railverkeerslawaai Op basis van geluidaandachtsgebieden wordt bepaald welke spoorwegen moeten worden betrokken bij het bepalen van de geluidbelasting op de gewenste woningen. Echter, er liggen geen (actieve) spoorwegen in de directe omgeving van het plangebied. Op voorhand kan worden gesteld dat railverkeerslawaai geen belemmering voor het plan vormt.
5.5. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een Ke-contour van een vliegveld. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect vliegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
16
6.
OMGEVINGSVEILIGHEID
6.1. Wettelijk kader Omgevingsveiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Omgevingsveiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving vormt het wettelijk kader.
6.2. Kernbegrippen Bij omgevingsveiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats nabij een risicobron verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Het plaatsgebonden risico wordt door middel van risicocontouren op een kaart weergegeven. Binnen deze risicocontour is het niet mogelijk om permanent kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen toe te laten. Groepsrisico en aandachtsgebied (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een risicobron in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het bevoegd gezag houdt rekening met het groepsrisico door middel van aandachtsgebieden. Op basis van landelijke regels heeft elke gevaarbron een aandachtsgebied.
Het bevoegd gezag dient te waarborgen dat voor nieuwe beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties er: - maatregelen worden getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of - dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
17
6.3. Beoordeling Op basis van gegevens van de Signaleringskaart EV zijn de risicobronnen geïnventariseerd. De risicobronnen zijn weergegeven op afbeelding 6.
Afbeelding 6. Risicobronnen
Inrichtingen In de omgeving van het plangebied ligt een inrichting die relevant is voor de Externe Veiligheid. Het plangebied ligt in het explosieaandachtsgebied van de inrichting, een LPG tankstation. Transportroutes In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen, spoorwegen of waterwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen geen buisleidingen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
18
7.
GEBIEDSBESCHERMING
7.1. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De Natura 2000gebieden worden (in Nederland) aangewezen door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De instandhoudingsdoelstellingen worden vastgelegd middels artikel 2.44 van de Omgevingswet.
7.2. Natura 2000-activiteit De definitie van een Natura 2000-activiteit volgt uit bijlage A van de Omgevingswet: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
7.3. AERIUS Calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is het rekenprogramma AERIUS Calculator voorgeschreven.
7.4. Beoordeling Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ ligt op een afstand van ongeveer 12 kilometer van het plangebied. Gezien deze afstand in relatie tot de omvang van het project kan op voorhand niet worden gesteld dat stikstof geen belemmering voor het plan zal vormen. Bij verdere uitwerking van het plan is dus een stikstofonderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat er geen belemmering is voor het Natura 2000-gebied.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
19
8.
SOORTENBESCHERMING
8.1. Natura 2000-gebieden De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De Natura 2000gebieden worden (in Nederland) aangewezen door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). De instandhoudingsdoelstellingen worden vastgelegd middels artikel 2.44 van de Omgevingswet.
8.2. Flora- en fauna-activiteit De definitie van een Flora- en fauna-activiteit volgt uit bijlage A van de Omgevingswet: 'Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Onder ‘dieren’ verstaat de Omgevingswet: ‘in ieder geval dieren in al hun ontwikkelingsstadia, levend of dood, delen van dieren, uit deze dieren verkregen producten, of andere zaken voor zover uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket, of uit andere omstandigheden blijkt dat het gaat om delen van dieren of daaruit verkregen producten, met uitzondering van eieren.' Onder ‘planten’ verstaat de Omgevingswet: ‘in ieder geval planten in al hun ontwikkelingsstadia, levend of dood, delen van planten, uit planten verkregen producten, geënte planten, of andere zaken voor zover uit een begeleidend document, de verpakking, een merk of etiket, of uit andere omstandigheden blijkt dat het gaat om delen van planten of daaruit verkregen producten.’ Onder ontwikkelingsstadia vallen bijvoorbeeld larven of poppen van dieren en zaden of kiemen van planten. Paddenstoelen en (korst)mossen vallen ook onder planten.
8.3. Beoordeling Dit aspect vormt op voorhand geen belemmering voor het plan, aangezien bij het aantreffen van een beschermende soort compenserende maatregelen mogelijk zijn.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
20
9.
VOLKSGEZONDHEID
9.1. Veehouderijen Er bestaat geen landelijk geldend toetsingskader voor het beoordelen van het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. In de meeste gevallen wordt gebruik gemaakt van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht d.d. 30 april 2018. Die handreiking bevat een stappenplan waarmee beoordeeld kan worden of volksgezondheid in relatie tot veehouderijen een dusdanig knelpunt vormt, waardoor advies bij de GGD moet worden opgevraagd. Stap 1. Endotoxine Op basis van het endotoxine toetsingskader 1.0 kunnen voor de diercategorieën vleeskuikens, leghennen en varkens de aan te houden afstanden worden bepaald op basis van de totale jaarlijkse fijnstofemissie. Door deze afstanden aan te houden wordt een te hoge blootstelling aan endotoxine voorkomen. De afstanden worden als volgt berekend:
Er ligt een veehouderij met varkens en vleeskuikens binnen een straal van 600 meter; aan de Aa-brugstraat 4. Deze veehouderij ligt op een afstand van 593 meter en heeft een jaarlijkse emissie van 149,8 kilogram. Met bovenstaande formule moet de afstand tot de veehouderij minstens 76 meter zijn. Stap 1 vormt daarom geen knelpunt. Stap 2. Emissies Onderzocht moet worden of de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. Het plan leidt niet tot een relevante toename van geur-, ammoniak- en fijnstofemissies. Plangebieden met woningbouw tot 1.500 woningen per ontsluitingsweg zijn conform de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) niet van invloed op de luchtkwaliteit (fijn stof in dit geval). Daarnaast blijkt uit hoofdstuk 4 van deze quickscan dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Stap 2 vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
21
Stap 3a. Geur, milieukundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende milieukundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 50 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en 25 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Het plangebied valt binnen de bebouwde kom, waardoor een afstandseis van 50 meter van toepassing is. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat aan de milieukundige advieswaarden wordt voldaan. Stap 3a vormt geen knelpunt. Stap 3b. Geur, gezondheidskundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende gezondheidskundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 50 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat aan de gezonheidskundige advieswaarden wordt voldaan. Stap 3b vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
22
Stap 4. Meerdere diersoorten Onderzocht moet worden of er veehouderijen van invloed zijn waar meerdere diersoorten worden gehouden, namelijk a. varkens en pluimvee; of b. rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c. kleine herkauwers onderling Ook moet onderzocht worden of er varkenshouderijen en pluimveehouderijen op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar liggen en van invloed zijn op het plangebied. Op korte afstand van het plangebied liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten. Stap 4 vormt geen knelpunt. Stap 5. Afstanden Onderzocht moet worden of: a. geitenhouderijen binnen 2 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; b. pluimveebedrijven binnen 1 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; c. overige veehouderijen binnen 250 m van geurgevoelige objecten in een bebouwde kom zijn gelegen. Er zit een geitenhouderij binnen twee kilometer van het plangebied. Deze geitenhouderij is gelegen aan de Meerstraat 29 en zit op een afstand van 1.3 kilometer. Het bevoegd gezag beoordeelt of sprake is van een aanvaardbare gezondheidssituatie. Tevens ligt er een pluimveebedrijf binnen de richtafstand van 1 kilometer. Dit pluimveebedrijf is gelegen aan de Aa-brugstraat 4 en ligt op een afstand van 605 meter.
Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), onderzoeksprogramma VGO-III (looptijd 2017-2024) bleek dat in de jaren 2009-2013 sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Elke drie jaar worden in het kader van het onderzoeksprogramma VGO-III de onderzoeksresultaten geactualiseerd. Voor de periode 2017 – 2019 geldt dat bovenstaand verband opnieuw werd gevonden voor een afstand van 500 meter. Tot het moment dat de herziene versie van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid wordt uitgegeven op basis van de meest recente onderzoeksresultaten, heeft de ODBN in overleg met de GGD besloten om een advies van de GGD te blijven vragen binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij. Binnen 500 meter van het plangebied ligt geen pluimveehouderij. Er is geen veehouderij gelegen binnen de richtafstand van 250 meter. Stap 6. Mestbe- of verwerking Onderzocht moet worden of in de directe omgeving sprake is van mestbe- of verwerking als zelfstandige activiteit of als nevenactiviteit. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij sprake is van mestbe- of verwerking. Stap 6 vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
23
Stap 7. Ongerustheid omwonenden In stap 7 van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 wordt ingegaan op ongerustheid bij omwonenden. Mocht sprake zijn van ongerustheid bij omwonenden (of toekomstige bewoners) dan kan dat een aanleiding zijn om advies in te winnen bij de GGD. Of sprake is van ongerustheid is door het bevoegd gezag te beoordelen op basis van meldingen of klachten uit die omgeving.
9.2. Spuitzones Binnen 50 meter van de beoogde nieuwe woningen liggen geen gronden waar (mogelijk) gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan.
9.3. Hoogspanningsleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Het aspect hoogspanningsleidingen vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
24
10.
BODEM
10.1.Wettelijk kader Uit paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving blijkt dat moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Daarnaast mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Voor het bodemonderzoek bij een bestemmingsplan zijn de volgende stappen van belang: 1. Inventariseren bodemkwaliteit en verkennend bodemonderzoek 2. Aanvullend bodemonderzoek (alleen als dit nodig is) 3. Bepalen maatregelen en toets uitvoerbaarheid 4. Verwerken in bestemmingsplan In eerste instantie worden de beschikbare gegevens beoordeeld, zoals bodemkwaliteitskaarten en eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Als onvoldoende informatie beschikbaar is, of als sprake is van een ‘verdachte locatie’ is veldonderzoek (met boringen en analyses) nodig. Als uit de analyses blijkt dat er vervuiling aanwezig is, zal deze vaak verwijderd moeten worden (sanering) of moeten er eisen gesteld worden aan het gebruik van de grond. Deze maatregelen moeten goedgekeurd worden door de gemeente.
10.2.Beoordeling Dit aspect vormt op voorhand geen belemmering voor het plan, aangezien bij mogelijke verontreinigingen maatregelen mogelijk zijn.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
25
11.
WATER
11.1. Wettelijk kader Nederland is een waterrijk land. Bouwen in die gebieden kan niet zomaar. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Bij de weging van het waterbelang wordt beschreven welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. Op veel plekken in Nederland wordt door Waterschappen en beleidsmakers de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd bij de beoordeling van maatregelen ter voorkoming van wateroverlast, opgenomen in planontwikkelingen: 1. Hergebruiken 2. Vasthouden / in laten trekken in de grond 3. Water bergen 4. Afvoeren naar sloten of rivieren 5. Afvoeren naar een riool Op plekken waar eerder sprake is van een wateroverschot worden andere uitgangspunten gehanteerd. De rekenregels opgenomen voor het berekenen van de bergingsopgave bij een wijziging van het verhard oppervlak zijn opgenomen in de Keur of in de Algemene regels van het waterschap/hoogheemraadschap.
11.2. Beoordeling Dit aspect vormt op voorhand geen belemmering voor het plan, aangezien bij een toename van verhard oppervlak compenserende maatregelen mogelijk zijn.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
26
12.
CONCLUSIE
In dit rapport is de quickscan naar de relevante milieuaspecten voor het plan aan Sint Servatiusstraat 11-15 in Heeswijk-Dinther beschreven. Op voorhand zijn er geen onoverkomelijke milieubelemmeringen voor het plan. Zoals aangegeven in deze quickscan worden enkele aspecten bij verdere planvorming nader onderzocht. Wegverkeerslawaai Zoals geconcludeerd in hoofdstuk 5 paragraaf 2, is de Sint Servatiusstraat een aandachtspunt voor de realisatie van geluidgevoelige objecten in het plangebied. Daarom adviseren we een los onderzoek te laten uitvoeren naar het wegverkeerslawaai. Stikstof Op voorhand is niet uit te sluiten dat er sprake is van stikstofdepositie. Daarbij is zowel de aanlegfase (bouw) als de gebruiksfase (als gereed) van belang. Bij verdere planvorming is een stikstofdepositieonderzoek noodzakelijk om aan te tonen of geen sprake is van negatieve effecten op deze stikstofgevoelige habitattypen. Volksgezondheid Binnen een afstand van 2000 meter ligt een geitenhouderij. Deze geitenhouderij is gelegen aan de Meerstraat 29 en zit op een afstand van 1.3 kilometer. Daarom kan het bevoegd gezag als enige beslissen of er sprake is van een aanvaardbare gezondheidssituatie.
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
27
BIJLAGE
I. RICHTAFSTANDEN
Quickscan milieuaspecten Sint Servatiusstraat 11-15 Heeswijk-Dinther Datum: 22 april 2024 ; Referentie: 20240404.v01.1
28