BOPA De La Sallestraat 10 Heesch - Ruimtelijke Motivering
Tekst van het document
OMGEVINGSVERGUNNING DE LA SALLESTRAAT 10 HEESCH RUIMTELIJKE MOTIVERING
Projectnr: Datum:
BVH004 18 april 2025
krruit.en
OMGEVINGSVERGUNNING DE LA SALLESTRAAT 10 HEESCH RUIMTELIJKE MOTIVERING
Projectnr:
BVH004
Rapportnr:
ONO l 250318 BOPA Ruimte lijke motivering
Status
ontwerp
Datum:
18 april 2025
T 088-3366 333 F088-3366 099 E info@kragten. n I
2
Inhoudsopgave Ruimtelijke motivering
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Omgevingsplan 1.4 Medewerking opheffen strijdigheid
7 7 7 8 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan) 2.2 Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling
11 11 15
Hoofdstuk 3 Voorbereiding 3.1 Vooroverleg en participatie omgeving 3.2 Participatie omgeving
17 17 17
Hoofdstuk 4 Toetsing aan het omgevingsplan
19
Hoofdstuk 5 Visie en beleid 5.1 Rijksbeleid 5.2 Provinciaal beleid 5.3 Regionaal beleid 5.4 Waterschapsbeleid 5.5 Gemeentelijk beleid
21 21 22 26 26 27
Hoofdstuk 6 Aspecten fysieke leefomgeving 6.1 Kwaliteit leefomgeving 6.2 Besluit milieueffectrapportage 6.3 Groen en natuur 6.4 Wegen, verkeer en parkeren 6.5 Bedrijven en milieuzonering
31 31 45 46 49 49
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economisch 7.2 Maatschappelijk
51 51 51
Hoofdstuk 8 Belangenafweging en conclusie 8.1 Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3) 8.2 Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 8.3 Verwerken Omgevingsvergunning
53 53 53 54
3
4
Bijlagen
55
Bijlage 1
Verslag Omgevingsdialoog
55
Bijlage 2
Bodemonderzoek
55
Bijlage 3
M.e.r. beoordeling
55
Bijlage 4
Ecologische Quickscan Omgevingswet
55
Bijlage 5
Broedvogel- en vleermuisonderzoek
55
Bijlage 6
Stikstofdepositieonderzoek
55
Bijlage 7
Notitie Weging van het waterbelang
55
Bijlage 8
Bomen Effect Analyse
55
Bijlage 9
Parkeeronderzoek
55
Bijlage 10
Nadeelcompensatie
55
Ruimtelijke motivering
5
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Op de locatie aan de De La Sallestraat 10 – percelen A6602 en A6603 – is thans het voormalig klooster Huize Sint Petrus van de gebroeders De La Salle, gebouwd in 1953, aanwezig. Na het opheffen van het klooster heeft de gemeente Bernheze het pand van 1972 tot en met 1991 gebruikt als gemeentehuis. Het pand heeft meerdere huisnummers. Het voorliggende plan betreft enkel huisnummer 10. Op dit moment wordt het pand tijdelijk gebruikt door Partners in Zorg. Op het perceel is ruimte aanwezig voor parkeren. Het pandgedeelte met huisnummer 8 is op dit moment in gebruik als kantoor en wordt niet betrokken bij de planvorming. De initiatiefnemer is voornemens 16 (zorg)appartementen voor beschermd wonen te realiseren. Deze realisatie vindt plaats in de bestaande bebouwing en in een nieuw te realiseren aanbouw. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van het van rechtswege verkregen omgevingsplan ''Omgevingsplan gemeente Bernheze'' (voorheen ''De kommen van Bernheze, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011''), omdat het bouwplan gedeeltelijk buiten het bouwvlak gesitueerd is en meer dan het bestaand aantal woningen wordt gerealiseerd. De gemeente Bernheze heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit [BOPA].
Voorliggende ruimtelijke motivering bevat de toelichting voor het mogelijk maken van de realisatie van de appartementen voor beschermd wonen. De betrokken gronden behouden de functionele gebiedsaanwijzingen 'Tuin' en 'Wonen', beargumenteerd wordt dat het overschrijden van het bouwvlak en toevoeging van appartementen voor beschermd wonen aanvaardbaar is.
1.2 Plangebied De locatie ligt aan de De La Sallestraat 10, Heesch. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Bernheze, sectie A nr. 6602 en heeft een omvang van ongeveer 1.970 m2.
Afbeelding 1: Uitsnede kadastrale kaart
7
1.3 Omgevingsplan De locatie valt binnen het van rechtswege verkregen omgevingsplan ''Omgevingsplan gemeente Bernheze'' (voorheen ''De kommen van Bernheze, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011''), NL.IMRO.1721.BPKommenBernheze-VG01. Het plan is geheel onherroepelijk in werking. Ingevolge artikel 18.1.1 zijn de voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen; 2. gestapeld: gestapelde woningen 3. twee-aaneen: twee-aaneen gebouwde woningen; 4. vrijstaand: vrijstaande woningen; b. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; d. ter plaatse van de aanduiding ‘garage’: garageboxen; e. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': tevens het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de op het perceel voorkomende monumentale en/of cultuurhistorische waardevolle gebouwen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.
Afbeelding 2: Uitsnede plankaart Daarnaast is realisatie van nieuwe gevoelige functies niet toegestaan binnen de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - LPG '. Gebleken is echter dat op 7-10-2021 bestemmingsplan “Herontwikkeling 't Dorp 116, 118 en 122 te Heesch” onherroepelijk is vastgesteld, en de locatie reeds herontwikkeld is, waardoor de exploitatie van het LPG-tankstation beëindigd is. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het LPGtankstation geen invloed heeft op de ontwikkeling binnen het plangebied. Conclusie Het voorgenomen plan is in strijd met artikel 18 van het Omgevingsplan gemeente Bernheze omdat het bouwplan gedeeltelijk buiten het bouwvlak gesitueerd en er nieuwe appartementen voor beschermd wonen worden gerealiseerd zonder dat er de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ is opgenomen. Onderhavige motivering vormt een passend juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling.
8
1.4 Medewerking opheffen strijdigheid De gemeente Bernheze heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het plan vanwege de behoefte aan appartementen voor beschermd wonen, het een herontwikkelingslocatie betreft, het markante pand kan worden behouden en de ontwikkeling past binnen de woonvisie. De ontwikkeling (vergroting van het bouwvlak voor de realisatie van de 16 appartementen voor beschermd wonen) past qua functie binnen de vigerende bestemming en is na de omgevingsdialoog beperkt van omvang en heeft beperkt impact op de omgeving. Er is daarnaast geen risico dat bij voortdurend gebruik conform de vigerende bestemming overlast en verstoring van de omgeving plaatsvindt.
9
10
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan) 2.1.1 Bestaande situatie Karakteristiek gebied Het initiatief ligt in of direct nabij de kern Heesch. Heesch is de grootste kern en de hoofdkern van de gemeente Bernheze. In de stedenbouwkundige structuur en de groenstructuur zijn de geschiedenis en ontwikkeling van het dorp afleesbaar. Heesch ligt op de overgang van de Peelhorst in het oosten, de jonge ontginningen in het zuiden en het dekzandlandschap in het noorden. De oudste bebouwing staat aan de noordrand van het dorp, met de slingerende Mgr. van den Hurklaan als centrale ontsluiting. Na de aanleg van de doorgaande wegen Bosschebaan, 't Dorp - Graafsebaan en de Nistelrodeseweg - Osseweg is Heesch sterk uitgebreid met woonwijken uit verschillende perioden. Ten westen van het dorp zijn bedrijventerreinen gerealiseerd. Het huidige dorpscentrum bevindt zich aan De Misse, het centrale plein in Heesch. De kern Heesch heeft uitgebreide winkel- en sportvoorzieningen. Het groen in de kern bestaat voornamelijk uit laanbeplanting langs de linten.
Afbeelding 3: historische situatie Locatie Het plangebied is gelegen ten westen van het centrum van Heesch, ten noorden van de toegangsweg vanuit het westen richting het centrum. De locatie wordt omringd door vrijstaande woningen en tweekappers. De wegprofielen zijn groen ingericht met laanbomen en bermbeplanting. Het bestaande gebouw staat ruim op het perceel met een grote groen ingerichte voorruimte en achtertuin. Op dit moment wordt het pand gedeeltelijk gebruikt voor dagbesteding en slaapplaats.
Afbeelding 4: bestaande situatie
11
Ontsluiting Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten middels een ontsluiting op De la Sallestraat. Deze ontsluiting is aan de westzijde van het perceel gesitueerd. Er is geen ontsluiting aanwezig op De Hoge Wal. Groen en water Het groen op het perceel bestaat uit de voor- en achtertuin, voorzien van enkele solitaire bomen en opgaand groen en een groene erfafscheiding aan de noordkant van het perceel (aan De Hoge Wal). Het plangebied kent geen oppervlaktewater.
Afbeelding 5: Luchtfoto locatie De la Sallestraat 10 Welstandsnota Bernheze De locatie ligt binnen het gebied: "Woningbouw wederopbouwperiode - Kerkstraat - Molenstraat Wilhelminalaan- De La Sallestraat". Tijdens de wederopbouwperiode na de tweede helft van de 20ste eeuw, zijn in Bernheze de eerste planmatige uitbreidingen gerealiseerd. De woningbouwplannen liggen dan niet meer aan het dorpslint. De woningbouw heeft een planmatige opzet en er wordt voor het eerst seriematig gebouwd. De ontwikkelingen zijn nog steeds kleinschalig. De woningen hebben een traditionalistische architectuur, naar voorbeeld van de dan populaire Delftse school. Bij sommige gebouwen zijn invloeden van de Bossche school te zien. Artikel 3.3 beschrijft de criteria waaraan nieuwe bebouwing dient te voldoen. Het te realiseren bouwplan past binnen deze criteria.
Afbeelding 6: uitsnede welstandskaart
12
2.1.2 Plan (ontwerp en eindsituatie) BVH projectontwikkeling realiseert een wooncomplex met 16 appartementen voor beschermd wonen op de locatie De La Sallestraat 10. Op dit moment wordt het bestaande pand gedeeltelijk gebruikt voor dagbesteding en slaapplaats. Deze zullen functies zullen na de verbouwing van het pand komen te vervallen. Dan zal het hele pand inclusief nieuwbouw worden toegewijd aan 16 appartementen voor beschermd wonen met daarnaast algemene voorzieningen ten behoeve van de bewoners. Dit betekent dat er geen sprake zal zijn van reguliere bewoning, maar van wonen voor mensen met een lichte zorgindicatie. De gemeente zal bij het verlenen van de vergunning een voorwaarde opnemen dat de 16 nieuwbouwappartementen uitsluitend bewoond mogen worden door mensen met een lichte zorgindicatie. Het voorliggende plan draagt daarmee bij aan de huisvesting van een bijzondere doelgroep: woonzorg voor beschermd wonen. Zie ook paragraaf 5.5.2. Het betreft appartementen voor beschermd wonen. De woonvorm bestaat uit kleine appartementen welke zijn voorzien van een volledig woonprogramma, daarnaast zijn er gemeenschappelijke voorzieningen zoals een gezamenlijke keuken, woonkamer en tuin. De aanbieder van de zorg is Partners in Zorg. De doelgroep van de bewoners betreft jongvolwassenen met een laag tot middeninkomen.
In het kader van de toekomstbestendigheid van het pand zijn de appartementen ontworpen voor een bredere doelgroep (bijvoorbeeld breedte deur, geen drempels, automatische deuropener, toegankelijkheid huis en tuin), Partners in Zorg geeft aan dat de indicaties die de bewoners hebben van elkaar kunnen verschillen: afhankelijk van de zorgbehoefte en intensiviteit van de nodige zorg. Bij deze doelgroep zijn dat geen zware indicaties: zij hebben vooral de behoefte aan een rustige, veilige en voorspelbare omgeving, maar zijn praktisch behoorlijk zelfstandig. Voor deze bewoners is het belangrijk dat de belangrijke voorzieningen binnen loopafstand liggen. Op 600 meter is het dorpscentrum van Heesch gevestigd, hier heb je alles voor het dagelijks leven binnen handbereik en op 900 meter is gezondheidscentrum Ceres gevestigd, deze biedt een compleet zorgaanbod waaronder huisarts, apotheek en fysiotherapie. De ontwikkeling van de appartementen voor beschermd wonen vindt deels plaats in de bestaande bebouwing en gedeeltelijk in de nieuwbouw. Het oorspronkelijke ontwerp is in samenspraak met omwonenden teruggebracht van 20-22 appartementen naar 16 appartementen. Hierdoor is meer ruimte voor het handhaven van bestaand en nieuw groen en is er ruimte voor parkeren.
Afbeelding 6: Nieuwe situatie Ontwerp wooncomplex De la Sallestraat 10
13
Afbeelding 7: Nieuwe situatie inrichting perceel
Afbeelding 8: Doorsnede en aanzichten
14
Het aangepaste ontwerp past, aldus de gemeente, goed in de omgeving. Het bestaande gebouwdeel en bijgebouw blijven bestaan. Achter het hoofdgebouw wordt een extra gebouwvleugel toegevoegd, bestaande uit één bouwlaag met een kap en een kelder. Dankzij deze opzet van de nieuwbouw wordt de inkijk naar omliggende woningen beperkt en blijft het verlies van uitzicht minimaal. Groen en water Het groen in de tuin wordt zo veel mogelijk behouden. De monumentale boom is leidend geweest bij het plaatsen van de nieuwe bebouwing. Ontsluiting en parkeren De entree van het perceel ligt op de oorspronkelijke plek aan De La Sallestraat. De bestaande inrit wordt niet gewijzigd. Door het aanleggen van 10 parkeerplaatsen op het eigen perceel, zie ook paragraaf 6.4, wordt de parkeerbehoefte op eigen terrein opgelost, waarmee de parkeerdruk in de wijk niet toeneemt. De toename van de verkeersgeneratie (zie ook paragraaf 6.4) is beperkt en veroorzaakt geen extra hinder.
2.2 Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling 2.2.1 Kaders omgevingskwaliteit (stedenbouwkundige kwaliteit, cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken en kwaliteit van natuur en landschap) Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden. Er gelden beperkt instructieregels van het Rijk. Een goede omgevingskwaliteit is opgenomen in de centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving. Maar ook om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan – daaronder valt ook het stellen van regels over activiteiten (denk aan bouwhoogten en bebouwingspercentages bij een ruimtelijke bouwactiviteit).
Het initiatief dient bij de verdere uitwerking in ieder geval aan de volgende beleidsdocumenten te voldoen voor wat betreft omgevingskwaliteit: Welstandnota Bernheze Beeldkwaliteitsplan nieuwe woningen buitengebied Bernheze Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze 2021 Vanuit het oogpunt van Omgevingskwaliteit stelt de gemeente Bernheze de volgende concrete randvoorwaarden aan het initiatief:
Algemene stedenbouwkundige kaders
Plaatsing Massa en vorm Uitstraling Welstand / Uiterlijk van bouwwerken Overig Landschap Groen
RANDVOORWAARDEN Het betreft een voormalig kloostercomplex met een ruime tuin dat al lange tijd als kantoorruimte in gebruik is. Door bebouwing van de tuin wordt het ruimtegebruik meer intensief, stedenbouwkundig past dit binnen de kern Heesch. Plan wordt gerealiseerd deels binnen bestaand gebouw, deels in nieuwbouw. Passend binnen het gebied met respect voor de omgeving door de beperkte hoogte van 1 laag met een kap. Het gebied valt binnen het welstandsregime woningbouw uit de wederopbouwperiode. n.v.t. In overleg met de omwonenden wordt gezorgd voor een groene afscheiding.
15
2.2.2 Volkshuisvesting Vanuit het oogpunt van volkshuisvesting stelt de gemeente Bernheze de volgende concrete randvoorwaarden aan het initiatief: Differentiatie
Levensloopbestendigheid
Het complex betreft appartementen voor beschermd wonen. De gemeente heeft nog geen woonzorgvisie, Heesch is wel aangewezen als een gebied waar het is gewenst kleinschalige collectieve woonzorgvormen te realiseren. Het is een wooncomplex voor diverse doelgroepen met zorgindicatie waarbij rekening wordt gehouden met verschillende lichamelijke beperkingen.
2.2.3 Duurzaamheid en klimaat Duurzaamheid gaat over de huidige en toekomstige generatie. De energietransitie, het hergebruik van grondstoffen en asbestsanering zijn belangrijke elementen. Evenals onderwerpen als duurzaam wonen, klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Energie- en warmtetransitie
Openbare ruimte Circulaire economie
RANDVOORWAARDEN Het nieuwbouw gedeelte wordt gebouwd conform de BENG-eisen/A+++ Energielabel. De appartementen in de bestaande bebouwing zal voldoen aan de renovatie-eisen. Bestaand groen wordt, daar waar mogelijk gehandhaafd, zoals ook de monumentale boom. Dit draagt bij aan het voorkomen van hittestress. Er wordt zoveel mogelijk circulair gebouwd.
2.2.4 Overige kaders voor de inrichting van de openbare ruimte Vanuit het oogpunt van een goede openbare ruimte stelt de gemeente Bernheze nog een aantal concrete randvoorwaarden aan het initiatief voor wat betreft de inrichting van de openbare ruimte. Aansluitend aan het plangebied zijn vier parkeerplaatsen aanwezig. Deze blijven behouden en kunnen door alle omwonenden gebruikt blijven worden.
16
Hoofdstuk 3 Voorbereiding 3.1 Vooroverleg en participatie omgeving BVH projectontwikkeling heeft in december 2020 de locatie De La Sallestraat 10 aangekocht met het voornemen hier een wooncomplex te realiseren. In juni 2021 zijn zij hiertoe een samenwerkingsverband aangegaan met Partners in Zorg. Vanaf dat moment heeft er vooroverleg met de gemeente plaatsgevonden. De volgende stappen in het vooroverleg kunnen worden genoemd: November 2021: Bekendmaking en individuele gesprekken met twee direct omwonenden December 2021: Principeverzoek ingediend bij de gemeente Bernheze Februari 2022: Bezwaren omwonenden, verklaring monumentale boom Februari 2022: Aanpassen ontwerp n.a.v. opmerkingen van de gemeente en omwonenden November 2022: Omgevingstafel gemeente Bernheze Februari 2023: Aanpassing ontwerp In bijlage 1 is per stap aangegeven op welke wijze de reactie van de gemeente is verwerkt en tot welke aanpassingen aan het ontwerp dit heeft geleid.
3.2 Participatie omgeving In de aanwijzingslijst Adviesrecht en participatie bij buitenplanse omgevingsactiviteiten staat voor welke omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is. Voor omgevingsplanwijzigingen voor initiatieven verlangt de gemeente Bernheze dat de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitvoert op gelijke wijze als bij aanvragen omgevingsvergunningen. De Handreiking participatie kan gebruikt worden. Het kan nodig zijn dat de gemeente (aanvullend) de participatie uitvoert, afhankelijk van het gemeentelijk participatiebeleid (in wording). In het Omgevingsbesluit artikel 10.2 lid 1 staat de motiveringsplicht over participatie bij omgevingsplan(wijzigingen). Na akkoord van de Omgevingstafel heeft er een intensieve omgevingsdialoog plaatsgevonden, welke uiteindelijk heeft geleid tot aanpassing van het plan van 22 naar 16 appartementen voor beschermd wonen en beperking van de bouwhoogte van de nieuwe bebouwing. Dankzij de inbreng van de buurtbewoners is er een gedragen plan ontstaan met een kleiner gebouw, meer groen en parkeermogelijkheden. De actieve betrokkenheid en open dialoog hebben geleid tot een beter plan, aldus BVH.
Ook in de uitvoering en de aanvraag voor de omgevingsvergunning zal BVH zich inzetten voor transparante communicatie en samenwerking om het project succesvol te kunnen realiseren en een woonomgeving te creëren waarin iedereen zich thuis voelt. De volgende mijlpalen in de omgevingsdialoog kunnen worden genoemd (zie ook bijlage 1). Maart 2024: Inloopbijeenkomst 20 maart 2024 Maart 2024: Start procedure tot wijziging van het omgevingsplan April 2024: Eerste groepsgesprek omwonenden Mei 2024: Tweede groepsgesprek omwonenden Juni 2024: Derde groepsgesprek omwonenden Juli 2024: Acceptabel ontwerp voor de omgeving Augustus 2024: Keukentafelgesprekken met individuele omwonenden September 2024: Overeenstemming BVH en omgeving wat betreft het ontwerp.
17
18
Hoofdstuk 4 Toetsing aan het omgevingsplan In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan het Omgevingsplan gemeente Bernheze. In de conclusies worden de strijdigheden vermeld. Bruidsschat In deze fase van het project is getoetst aan de instructieregels van het Bkl. Bij de aanvraag voor de volgende fase zal nader getoetst worden aan de Bruidsschat en het Bal. Verordening Fysieke Leefomgeving (archeologie, geur, hemelwaterafvoer) De ontwikkeling betreft de toevoeging van nieuwe geurgevoelige objecten. In paragraaf 6.1.3.7 is dit aspect nader beoordeeld. Volgens de archeologische beleidskaart is het plangebied gelegen in gebieden met een middelhoge archeologische verwachting. Er geldt een vrijstelling voor onderzoek bij bodemingrepen tot 40 cm onder maaiveld over een oppervlakte van minder dan 2.500 m². De oppervlakte van het plangebied is kleiner dan 2.500 m2. Het uitvoeren van een onderzoek is niet noodzakelijk. Bij toevoeging van bebouwing dient de nieuwe waterhuishoudkundige situatie te worden beoordeeld. In paragraaf 6.1.2 is een beschrijving opgenomen van dit aspect. Bodemkwaliteitskaart en veiligheidscontouren In het kader van de omgevingsvergunning dient een bodemonderzoek te worden aangeleverd om aan te tonen dat de gronden voldoen aan de eisen voor Wonen. In paragraaf 6.1.3.6 is dit aspect beoordeeld.
In paragraaf 6.1.1.1 is het aspect Externe veiligheid beoordeeld met betrekking tot de aandachtzones van transportroutes, buisleidingen en inrichtingen. Ruimtelijke plannen De locatie valt binnen het van rechtswege verkregen omgevingsplan ''Omgevingsplan gemeente Bernheze'' (voorheen ''De kommen van Bernheze, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011''), NL.IMRO.1721.BPKommenBernheze-VG01. Het plan is geheel onherroepelijk in werking. Ingevolge artikel 18.1.1 zijn de voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen; 2. gestapeld: gestapelde woningen 3. twee-aaneen: twee-aaneen gebouwde woningen; 4. vrijstaand: vrijstaande woningen; b. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; d. ter plaatse van de aanduiding ‘garage’: garageboxen; e.
ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': tevens het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de op het perceel voorkomende monumentale en/of cultuurhistorische waardevolle gebouwen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.
19
Afbeelding 7: Uitsnede vigerend omgevingsplan
20
Hoofdstuk 5 Visie en beleid In dit hoofdstuk wordt het beleid dat relevant is voor de activiteit toegelicht getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid van Rijk, provincie en gemeente. De beoogde ontwikkeling is in strijd met artikel 18 van het Omgevingsplan gemeente Bernheze omdat het bouwplan gedeeltelijk buiten het bouwvlak gesitueerd. Daarnaast is realisatie van nieuw gevoelige bestemmingen niet toegestaan binnen de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - LPG '. Gebleken is echter dat op 7-10-2021 bestemmingsplan “Herontwikkeling 't Dorp 116, 118 en 122 te Heesch” onherroepelijk is vastgesteld, en de locatie reeds herontwikkeld is, waardoor de exploitatie van het LPG-tankstation beëindigd is. Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het LPG-tankstation geen invloed heeft op de ontwikkeling binnen het plangebied. Voor het overschrijden van het bouwblok is een buitenplanse omgevingsvergunning (BOPA) noodzakelijk.
5.1 Rijksbeleid 5.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Planspecifiek Het initiatief heeft geen betrekking op één van de nationale belangen die zijn opgenomen in de nationale Omgevingsvisie, er is slechts sprake is van een lokale ontwikkeling. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de nationale omgevingsvisie, de voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van een wooncomplex binnen de dorpskern met een beperkte omvang. Er zijn geen nationale belangen als genoemd in het NOVI in het geding.
5.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl);
21
Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Analyse plangebied Ten aanzien van dit project wordt in hoofdstuk 6 getoetst aan de volgende instructieregels uit het Bkl: Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.1; Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.2; Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.3. Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.4. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. Conclusie Het plan geeft invulling aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. In het voorliggende geval is slechts sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij geen sprake is van strijdigheid met de algemene rijksinstructieregels.
Voor het overige wordt verwezen naar hoofdstuk 6, waarin nader wordt ingegaan op aspecten als veiligheid, waterbelangen, trillingen, geluid, geur, bodemkwaliteit en bijvoorbeeld cultureel erfgoed en waarbij nader wordt onderbouwd waarom sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.2 Provinciaal beleid 5.2.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Planspecifiek Het initiatief heeft geen betrekking op één van de provinciale hoofdopgaven die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, omdat het hier een lokale invulling betreft van een locatie binnen de kern Heesch. Er wordt een beperkt aantal appartementen voor beschermd wonen gerealiseerd. Wel wordt bijgedragen aan de uitwerking van punt 3: Een duurzame verstedelijking door hergebruik van een bestaande locatie en verdichting binnen de dorpskern.
Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de provinciale omgevingsvisie, omdat het bijdraagt aan de basisopgave gezondheid en omgevingskwaliteit. Er wordt voor een specifieke doelgroep appartementen gerealiseerd waaraan behoefte is.
22
5.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels in een omgevingsverordening nodig om de ambities te realiseren. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 1 januari 2024 tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingsverordening staan regels voor: 1. Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven: dit zijn zogenaamde algemene (rechtstreeks werkende) regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. 2. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.
5.2.2.1
Rechtstreeks werkende regels voor initiatiefnemers, inwoners en bedrijven
In hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwater (-bescherming en -onttrekking), stortplaatsen, ontgrondingen, ontgrondingen, stiltegebied, natuur, varend ontgassen en provinciale wegen. De meeste van deze regels waren voorheen opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Deze regels zijn rechtstreeks van toepassing op de activiteiten die met dit omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. In hoofdstuk 6 wordt op een aantal aspecten (zoals water en natuur) ingegaan. Daarnaast zijn voor enkele werkingsgebieden op de kaart van de Omgevingsverordening rechtstreekse regels opgenomen. Voor dit plangebied betreft dit het volgende werkingsgebied: geen attentiezone waterhuishouding.
Geen attentiezone waterhuishouding Omdat het plangebied is gelegen buiten de Attentie waterhuishouding is een omgevingsvergunning voor een open bodemenergiesysteem, als bedoeld in artikel 3.19 van het Besluit activiteiten leefomgeving, niet vereist.
5.2.2.2
Instructieregels
De instructieregels betreffen de regels in de Omgevingsverordening waarmee in het omgevingsplan en de besluitvorming door de gemeente rekening gehouden moet worden. Een omgevingsplan mag niet in strijd met de instructieregels worden vastgesteld. Alle regels in de Omgevingsverordening hebben een gebied waar ze van toepassing zijn. Soms gelden de regels voor de gehele provincie, soms specifiek voor bepaalde gebieden. Onderstaand wordt ingegaan op de instructieregels uit hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening die voor deze ontwikkeling en voor dit plangebied aan de orde zijn. Voor de duidelijkheid wordt hierbij de volgende volgorde aangehouden van de betreffende paragrafen in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Een omgevingsplan geeft bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit (artikel 5.7). Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied.
Deze zorgplicht omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie, zijnde: zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9) meerwaardecreatie (artikel 5.10).
23
Zorgvuldig ruimtegebruik (art 5.8) Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; b. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling; c. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel, en; e. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. Lid 2 Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder hoofdstuk 5 van de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden. Planspecifiek Voorliggend initiatief betreft de realisatie van 16 appartementen voor beschermd wonen in het centrum van de kern Heesch. Het betreft het hergebruik van een bestaand pand en gedeeltelijk nieuwbouw binnen de ruime tuin. Hiermee wordt het gebruik van het perceel geïntensiveerd hetgeen passend is binnen artikel 5.8: zuinig ruimtegebruik. Het realiseren van appartementen voor beschermd wonen past tevens binnen de kaders van duurzame verstedelijking.
Conclusie Met voorliggend initiatief krijgt een bestaand pand een nieuwe invulling met woningbouw. Het gebruik van de ruime tuin wordt met de nieuwbouw intensiever. De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in lijn met hetgeen staat in artikel 5.8 OV over zorgvuldig ruimtegebruik. Het initiatief voldoet tevens aan het Besluit kwaliteit leefomgeving voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Toepassing van de lagenbenadering (art 5.9) Lid 1 Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a. welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd, en; b. hoe negatieve effecten worden voorkomen. Lid 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: a. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, en; c. de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving.
Lid 3 Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Planspecifiek Met het beoogde plan worden in totaal 16 appartementen voor beschermd wonen gerealiseerd binnen een wooncomplex op een binnenstedelijk locatie welke reeds in gebruik is voor stedelijke functies. Op deze locatie is deels leegstaande bestaande bebouwing aanwezig. De nieuwe ontwikkeling leidt niet tot (nieuwe) aantasting van de ondergrond en netwerk laag. De bovenste laag wordt wel gewijzigd. Met de ontwikkeling wordt een zeer gewenste functie toegevoegd die geen negatieve effecten heeft op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving.
24
In het stedenbouwkundig plan voor deze ontwikkeling is vervolgens zorgvuldig rekening gehouden met de aanwezige waarden en functies (inclusief de wederzijdse effecten) binnen en rondom het plangebied. Het stedenbouwkundig plan is middels zorgvuldige afweging tot stand gekomen. Met het plan is aangesloten op de waarden en bestaande structuren uit de directe omgeving.
Conclusie De lagenbenadering is uitgevoerd en heeft ten grondslag gelegen aan het stedenbouwkundig plan. In hoofdstuk 6 van deze ruimtelijke onderbouwing worden de effecten van het plan op onder andere de bodem, het grondwater, archeologische waarden, infrastructuur, natuurnetwerk, water, cultuurhistorische waarden en landschappelijke waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de beoogde ontwikkeling niet leidt tot nadelige effecten. Meerwaardecreatie (art 5.10) Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, en; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Planspecifiek De meerwaarde wordt met dit plan gecreëerd door: het realiseren van nieuwe appartementen voor beschermd wonen die tegemoet komen aan de behoefte uit de regio; het realiseren van een nieuw gebouwdeel passend op het perceel; het voorkomen van leegstand van een markant gebouw. Conclusie Middels dit plan wordt een meerwaarde gecreëerd.
De voorgenomen ontwikkeling is hiermee in overeenstemming met artikel 5.10. Versterken van de omgevingskwaliteit (paragraaf 5.1.3) Deze paragraaf van de Omgevingsverordening bevat diverse maatwerkmogelijkheden waarmee de mogelijkheid wordt geboden om vanwege specifieke omstandigheden een uitzondering te maken op het bestaande beleid. Conclusie: Het voorliggend plan betreft de herontwikkeling van een bestaande locatie binnen de kern Heesch. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt opgesteld vanwege het overschrijden van het bouwblok en de toevoeging van meer appartementen, er is geen sprake van afwijken van het bestaande beleid ingevolge artikel 5.11 t/m 5.15. Basis op orde (afdeling 5.2) Voor het onderhavige plangebied betreffen de instructieregels daarnaast een aantal specifieke thema's. Ter plaatse van het plangebied zijn de thema's van afdeling 5.2 (zijnde waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone, provinciale weg, stiltegebied, natuurnetwerk, natuurnetwerk ecologische verbindingszone, attentiezone waterhuishouding, behoud en herstel watersystemen, aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden) niet aan de orde. Klimaat (afdeling 5.3) Voor het onderhavige plangebied betreffen de instructieregels daarnaast een aantal specifieke thema's.
Ter plaatse van het plangebied zijn de thema's en aanduidingen van afdeling 5.3 (Aansluiting primaire waterkering, Rivierbed, Regionale waterberging of Reservering) niet van toepassing. Duurzame Energie (afdeling 5.4) Voor het onderhavige plangebied betreffen de instructieregels daarnaast een aantal specifieke thema's. Ter plaatse van het plangebied zijn de thema's en aanduidingen van afdeling 5.4 (plaatsing Windturbines en Zonneparken) niet aan de orde.
25
Ontwikkeling van stedelijke functies en mobiliteit (afdeling 5.5) Voor deze locatie zijn artikelen 5.55 Duurzame stedelijke ontwikkeling en artikel 5.57 Maatwerk in Bebouwd gebied van toepassing. Het initiatief voor een wooncomplex past binnen de regionale afspraken en voorziet in het versterken van de omgevingskwaliteit door het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden en kenmerken. Een karakteristiek pand blijft bewaard en krijgt een nieuwe bestemming. Vitaal platteland (afdeling 5.6) In deze afdeling zijn de ontwikkelingsmogelijkheid geschetst voor het Landelijk gebied. In de regels wordt onderscheid gemaakt in het bestaande bedrijf en de ontwikkeling van een bedrijf. Ontwikkeling omvat uitbreiding, omschakeling of de vestiging van een bedrijf. De gemeente dient rekening te houden met de omliggende waarden en functies in het gebied om af te wegen of de ontwikkeling aanvaardbaar is. Deze afdeling is op dit initiatief niet van toepassing.
5.3 Regionaal beleid Bij de motivering dient aandacht te worden gevestigd op het beleid van de regio op het gebied van gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema's gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past het initiatief en het plan binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Noord-Brabant.
5.4 Waterschapsbeleid De waterschapsverordening van het waterschap bevat samen met het omgevingsplan van de gemeente de regels voor de fysieke leefomgeving op lokaal niveau. De waterschapsverordening en het omgevingsplan moeten dus goed op elkaar aansluiten. De regels moeten elkaar aanvullen. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; de waterkwaliteit geen risico's geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het Waterbeheerplan naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap zoals de Waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.
Waterschapsverordening De Waterschapsverordening omvat samen met de Omgevingswet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Waterschapsverordening is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels.
Legger De Waterschapsverordening verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Waterschapsverordening vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Planspecifiek Het plan betreft het realiseren van appartementen in een bestaand gebouw en nieuwbouw in de ruime tuin. Dit kan worden aangesloten op de bestaande riolering. Er is geen Leggerwatergang in de nabijheid van het plangebied. Een nadere onderbouwing is opgenomen in paragraaf 6.1.2.
26
Conclusie Het initiatief past binnen de doelstellingen, beleid en regels van het Waterschap.
5.5 Gemeentelijk beleid Bij de motivering dient aandacht te worden gevestigd op het beleid van de gemeente op het gebied van gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema's gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet.
5.5.1 Omgevingsvisie Bernheze 2040 De omgevingsvisie Bernheze 2040, vastgesteld in maart 2024, beschrijft de belangrijkste punten van het gewenste beleid voor een langere periode. In de omgevingsvisie worden vijf thema's (ambities) centraal gesteld. Hierna wordt per ambitie ingegaan op hoe het plan daaraan voldoet. Het voorliggende project valt binnen de dorpskern Heesch, de grootste kern van de gemeente met 14.000 inwoners.
Afbeelding 8: Uitsnede omgevingsvisie Bernheze 2024 Het project aan de La Sallestraat 10 in Heesch sluit goed aan bij de Omgevingsvisie Bernheze 2040 en ondersteunt de langetermijndoelen van de gemeente. De herontwikkeling van het voormalige klooster 'Huize Sint Petrus', voldoet aan verschillende belangrijke ambities die in de visie zijn vastgelegd. Hieronder worden de belangrijkste aspecten toegelicht. Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. De hele visie draagt als het ware bij aan deze gezonde leefomgeving. Een gezonde leefomgeving bevordert de fysieke, sociale en mentale gezondheid van de inwoners en nodigt uit tot activiteit voor jong en oud. Dit project combineert op een praktische manier wonen met zorg en groen, waarbij de nabijgelegen dagbesteding aan de Monseigneur van Den Hurklaan een belangrijke rol speelt. De grote tuin biedt bewoners ruimte voor ontspanning en draagt bij aan een prettige leefomgeving. Dit sluit goed aan bij het doel van de gemeente om zorg en wonen op een efficiënte en samenhangende manier te organiseren. Door zorg en wonen te combineren in een groene omgeving wordt het welzijn van de bewoners bevorderd en ontstaat er een sterkere sociale verbinding binnen de gemeenschap.
27
Lokale behoefte en zorg voor elkaar De gemeente Bernheze benadrukt het belang van "goede zorg voor elkaar" in haar woonvisie. Dit project speelt hier direct op in door woon-zorg-concepten aan te bieden binnen de kern van Heesch, gericht op jongeren met een zorgbehoefte. Deze doelgroep krijgt de mogelijkheid om zelfstandig te wonen in een veilige, stabiele en sociale omgeving, wat bijdraagt aan hun persoonlijke ontwikkeling en welzijn. Dit bevordert tevens de sociale samenhang in de buurt en biedt kwetsbare jongeren de kans om actief deel te nemen aan de gemeenschap. Leefbare kernen /Behoud van het dorpse karakter De gemeente wil aantrekkelijke kernen creëren waar het fijn wonen is voor een goede mix aan leeftijdscategorieën van mensen, door innovatief, groen en compact te bouwen en te ondernemen. Met het voorliggende plan krijgt een bestaand gebouw een nieuwe bestemming. De aantrekkelijkheid van de kern blijft hierdoor in stand. Het behoud van het dorpse en historische karakter is een belangrijke pijler in de Omgevingsvisie Bernheze. Dit project draagt daar sterk aan bij, doordat het voormalige klooster behouden blijft en het aanzicht vanaf de La Sallestraat en de Hoge Wal grotendeels ongewijzigd blijft. De nieuwbouw wordt zorgvuldig in de tuin van het klooster geïntegreerd, waardoor de historische en authentieke uitstraling van de omgeving intact blijft.
Dit project laat zien hoe nieuwe ontwikkelingen kunnen samengaan met het behoud van het dorpse karakter van Heesch. Klimaatbestendig en biodiversiteit Het klimaat verandert waardoor de weersomstandigheden extremer worden. We krijgen vaker te maken met droogte, hitte en langdurige periodes van regen en extremere piekbuien. Dat vraagt om aanpassingen in de openbare ruimte. Tegelijkertijd zien we de biodiversiteit afgelopen decennia afnemen. Dit heeft drastische gevolgen, want biodiversiteit is cruciaal voor al het leven op aard, inclusief voor ons mensen. Zoals in het bovenstaande is aangegeven behelst het plan het hergebruik van een bestaand gebouw en een nieuwbouw in de tuin. In overleg met omwonenden wordt groen aangebracht en blijft de bestaande karakteristieke boom gehandhaafd. Een ander belangrijk aspect van dit project is het behoud van groen en de focus op duurzaam waterbeheer. De monumentale beuk en het grootste deel van de tuin blijven behouden, wat bijdraagt aan de groenvoorziening en de leefbaarheid van de omgeving. Het water van de nieuw aangelegde daken wordt opgevangen in infiltratiekratten, zodat het water op eigen terrein blijft en bijdraagt aan de opvang tijdens droogteperiodes.
Concentratie van woningbouw in de kern met innovatieve en compacte bouwmethodes De gemeente Bernheze streeft naar het concentreren van woningbouw binnen de dorpskernen en bevordert het gebruik van innovatieve en compacte bouwmethodes om dit te realiseren. Het project aan de La Sallestraat is een goed voorbeeld van deze aanpak. Het betreft een inbreidingsproject op de locatie van het voormalige klooster, waarbij één ruime gezinswoning wordt getransformeerd naar 16 appartementen voor beschermd wonen. Dit zorgt voor een efficiënte benutting van de beschikbare ruimte binnen de kern van Heesch, terwijl het dorpskarakter behouden blijft. De compacte bouwmethodes passen goed in de strategie van de gemeente om binnen de bestaande kernen te blijven bouwen. Voldoen aan de lokale woonbehoefte en bevorderen van doorstroming door diversificatie van het woningaanbod Dit project speelt op een effectieve manier in op de lokale woonbehoefte, vooral voor jongeren met een zorgbehoefte, een doelgroep waarvoor een tekort aan geschikte woningen bestaat in Bernheze. Door de transformatie van één woning naar 16 kleinschalige appartementen voor beschermd wonen wordt de diversiteit in het woningaanbod vergroot. Hoewel de focus ligt op jongeren, zijn de appartementen ook geschikt voor senioren.
Deze flexibiliteit maakt het mogelijk om in te spelen op toekomstige veranderingen in de woonbehoeften van de gemeenschap, wat een duurzaam karakter geeft aan deze ontwikkeling. Betaalbaarheid van woningen De gemeente Bernheze hecht veel waarde aan de beschikbaarheid van betaalbare woningen, vooral voor één- en tweepersoonshuishoudens. In dit project worden alle 16 appartementen voor beschermd wonen onder de sociale huurgrens aangeboden, wat aansluit bij de ambitie van de gemeente om het aanbod van betaalbare woningen te vergroten. Doordat er 16 woningen worden geconcentreerd aan de La Sallestraat zullen er andere huurwoningen worden vrijgespeeld. Dit draagt direct bij aan de doelstellingen uit de Woonvisie Bernheze, waarin betaalbaarheid een belangrijk aandachtspunt is.
28
Bijdrage aan de sociale huurvoorraad Een van de belangrijke doelstellingen van de gemeente Bernheze is om het percentage sociale huurwoningen te verhogen naar minimaal 30%, zoals afgesproken in de woondeal met het Rijk. In 2021 bestond slechts 18% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen. Dit project levert een directe bijdrage aan deze doelstelling, omdat alle 16 appartementen onder de sociale huurgrens worden aangeboden, wat bijdraagt aan de ambitie om de voorraad sociale huurwoningen te verhogen naar 30%. Kwaliteit landschap en erfgoed Bernheze heeft een gevarieerd landschap en inspirerend erfgoed. Er zijn in hoofdlijnen drie landschappen, zie Omgevingsvisie in drie landschappen - Gemeente Bernheze. Elk landschapstype kent zijn eigen karakter en bijzondere kwaliteiten. De projectlocatie is gelegen in binnen de kern van Heesch, in een bijzonder pand. Dit krijgt door het voorliggende plan een nieuwe invulling waarmee, met behoud van het pand, voorzien in de wongbehoefte. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de ambities uit de omgevingsvisie en daarom kan geconcludeerd worden dat de (her)ontwikkeling van De La Sallestraat 10 passend is binnen het beleid van de gemeente en daarmee een wenselijk initiatief is.
5.5.2 Woonvisie Woningbouwinitiatieven worden beoordeeld aan de hand van de uitgangspunten en keuzes in de Woonvisie. Hierbij worden de volgende criteria toegepast: Past het plan binnen de kwantitatieve opgave voor de komende jaren? Past het plan binnen het kwalitatieve woningbouwprogramma en de accenten voor de kernen? Geeft het plan invulling aan de wens bijzondere woonvormen te realiseren? Draagt het plan bij aan langer zelfstandig wonen en wonen met zorg? Factoren: afstand tot maatschappelijke voorzieningen, mate van zelfstandigheid bewoners, mate van individuele begeleiding bij bezoeken maatschappelijke voorzieningen, mogelijkheden (zelfstandig) vervoer, uitgangspunten (brand)veiligheid; Wordt met het plan ingespeeld op duurzaamheid en klimaatadaptatie? Draagt het plan bij aan een gezonde woon-, werk- en leefomgeving? Aandacht voor fysieke aspecten als milieu, duurzame mobiliteit, openbare ruimte en dergelijk. Maar ook voor maatschappelijk aspecten als ontmoeting, bewegen, nabijheid van voorzieningen; Wordt met het plan een ruimtelijk knelpunt opgelost?
Kwantitatieve en kwalitatieve behoefte in Heesch Voor de kern Heesch is een woningbouwopgave van 580 woningen opgenomen. Dit betreft 50% van de totale opgave binnen de gemeente Bernheze (van de 1.160 woningen tot 2026). Er is in Heesch behoefte aan het toevoegen van circa 175 sociale huurwoningen en heeft bouwen voor jongeren/starters en senioren de voorkeur. Daarnaast is er in Heesch behoefte aan in totaal 20 tot 25 procent van de nieuwe woningbouw te laten uitvoeren als levensloopbestendig en/of woonzorgconcepten. De verwachting is dat dit voor deze kern populaire woonvormen zijn die de doorstroming op gang zullen brengen. Planspecifiek Voorliggend initiatief voor een wooncomplex voor beschermd wonen ligt binnen de kern Heesch waar de grootste woningbouwopgave ligt. In de Woonvisie is opgenomen dat woon-zorgcomplexen gewenst zijn. Beschermd wonen en wonen met zorg blijft een belangrijk aandachtspunt. Concreet wil de gemeente 20 - 25 % levensloopbestendig creëren, waaronder ook woonzorgconcepten vallen. Heesch is een van de aangewezen gebieden in welke de wens voor kleinschalige woonzorgvormen zijn aangewezen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Woonvisie 2022-2026, 'Perspectief op goed wonen in onze kernen’.
5.5.3 Beleidsregel landschappelijke kwaliteitsverbetering De uitgangspunten vanuit de provinciale verordening ten aanzien van de kwaliteitsverbetering zijn onder andere door de gemeente Bernheze doorvertaald in een raadsbesluit Beleidsregel landschappelijke kwaliteitsverbetering (d.d. 14 maart 2013) en zijn van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking wordt verleend.
29
Niet alle ontwikkelingen hebben een even grote negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Bovendien is een onderscheid te maken tussen ontwikkelingen die echt thuishoren in het buitengebied en ontwikkelingen die dat minder doen, zoals wonen of niet-agrarische bedrijfsfuncties. De impact wordt onder meer bepaald door: de omvang van de ontwikkeling (of daarvoor een vergroting van het bestemmingsvlak of bouwvlak nodig is); in hoeverre er sprake van nieuw ruimtebeslag of het gebruik maken van bestaande bebouwing; de aard van de locatie en de omgeving; de aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving,(verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie); een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling; de 'gewenstheid' van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens. Er zijn drie verschillende categorieën die de basis vormen voor de nadere uitwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap (conform artikel 5.11 OV). Categorie 1: voor ontwikkelingen die geen of een verwaarloosbare impact hebben ten opzichte van het huidige gebruik geldt geen landschappelijke tegenprestatie. Categorie 2: voor ontwikkelingen die een beperkte impact hebben ten opzichte van het huidige gebruik op de omgeving is een landschappelijke inpassing vereist.
Categorie 3: grote impact, landschappelijke inpassing 'plus', passend bij een goede ruimtelijke ordening en in verhouding staand tot de waardeontwikkeling. Planspecifiek/Conclusie Voorliggend plan ligt binnen de dorpskern Heesch, de Beleidsregel landschappelijke kwaliteitsverbetering is niet van toepassing.
5.5.4 Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze De gemeente Bernheze heeft de ambitie om in 2050 over te stappen naar een duurzame energievoorziening, waarbij de gebruikte energie in Bernheze bestaat uit energie die in Bernheze wordt opgewekt. Om deze ambitie na te streven, heeft de gemeente Bernheze de 'Duurzame energie-agenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze' opgesteld. Deze energie-agenda heeft als horizon het jaar 2025. Dat is een tussendoel op weg naar 2050. Voor 2025 heeft de gemeente twee doelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen zijn gekoppeld aan de nationale doelstellingen uit de Klimaatwet: 15,0% van de energie is opgewerkt uit duurzame bronnen (2018: 9,4%) 20,0% reductie van de CO2-uitstoot ten opzichte van de uitstoot in 1990 (2018: 13,8%) Er wordt eerst ingezet op energiebesparing en het opwekken van meer duurzame energie. Voor het deel waarin de gemeente nog fossiele brandstof nodig heeft, wordt gekozen voor de minst milieubelastende vormen. In de energie-agenda staan de verschillende projecten waarmee de komende jaren invulling wordt gegeven aan de gemeentelijke doelstellingen en ambitie op het gebied van duurzaamheid.
Deze projecten zijn onderverdeeld in de volgende 4 overkoepelende strategische doelen voor de energietransitie: energieneutrale gemeente energieneutrale woningen energieneutrale sportverenigingen en bedrijven schoon vervoer Door samen te werken met inwoners, ondernemers, corporaties en andere partners wordt bijgedragen aan een energieneutraal Bernheze. Planspecifiek Het betreft het hergebruik van een bestaand pand en nieuwbouw in de ruime tuin waardoor een efficiënter ruimtegebruik ontstaat. De appartementen worden duurzaam gerealiseerd. Daarnaast wordt binnen de tuin het water in infiltratiekratten opgevangen en geborgen waarmee een duurzaam waterbeheer mogelijk is. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de 'Duurzame energieagenda 2021-2025: op weg naar energieneutraal Bernheze'.
30
Hoofdstuk 6 Aspecten fysieke leefomgeving Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan bijbehorende beoordelingsregels. In hoofdstuk 4 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant staan de beoordelingsregels voor de vergunningplichten uit deze omgevingsverordening of aanvullende beoordelingsregels op rijksregels. De beoordelingsregels richten zich tot het bevoegd gezag voor de vergunningverlening. Het is vanwege de systematiek van de Omgevingswet niet op voorhand vast te leggen wie het bevoegd gezag is. Dat is mede afhankelijk van initiatiefnemers. Daarom zijn deze regels in een apart hoofdstuk opgenomen zodat ze eenvoudig terug te vinden zijn. Wanneer de gemeente het bevoegd gezag is voor een vergunningplicht op grond van provinciale- of rijksregels worden deze beoordelingsregels betrokken bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. Blijkt uit de aanvraag dat sprake is van één van deze vergunningplichten dan dient daar in de motivering aanvullend aandacht aan te worden besteed.
6.1 Kwaliteit leefomgeving Art. 2.25 en 2.26 van de Omgevingswet bepalen dat een omgevingsplan moet voldoen aan Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).
6.1.1 Veiligheid 6.1.1.1