CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA De La Sallestraat 10 Heesch - Bijlage 6 Stikstofdepositieonderzoek

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 9 september 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend advies BOPA De La Sallestraat 10 in Heesch3.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

BVH Projectontwikkeling BVH004 20 november 2024

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

BVH Projectontwikkeling BVH004 20241120-BVH004-RAP-STD-3.0 Definitief 20 november 2024

Opsteller: SMA

-+C0SMA+-

Verificatie: CBR T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

© 2024 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+R0CBR+-

Validatie: -+V0

+-

INHO UDSO P GA V E 2.1 2.2

Algemeen ................................................................................................................................................................. 5 Situering Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................... 6

3.1 3.2 3.3 3.4

Landelijke wet- en regelgeving ...................................................................................................................................... 8 Voortoets.................................................................................................................................................................. 8 Passende beoordeling ................................................................................................................................................. 8 Toetsingskader buurlanden ........................................................................................................................................... 9

4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2

Algemeen ............................................................................................................................................................... 10 Referentiesituatie ..................................................................................................................................................... 10 Gebruiksfase ........................................................................................................................................................... 10 Stookinstallaties ...................................................................................................................................................... 10 Verkeer .................................................................................................................................................................. 11 Aanlegfase.............................................................................................................................................................. 12 Mobiele werktuigen .................................................................................................................................................. 12 Bouwverkeer ........................................................................................................................................................... 12

BIJLA GEN B1.1 B1.2

Gebruiksfase Aanlegfase

3

1

INLEIDING In opdracht van BVH Projectontwikkeling is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het plan aan de De La Sallestraat 10 te Heesch. Het plan behelst de beoogde herontwikkeling en uitbreiding tot 22 zorgwoningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Omgevingswet is de gewenste situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever. De stikstofdepositie is op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de rekenresultaten en de bevindingen.

4

2

UITGA NGSP UN TEN

2.1

Algemeen Het plangebied is gelegen aan de De La Sallestraat 10 te Heesch. Navolgende verbeelding geeft een geografisch overzicht van de ligging van het plan en de omgeving.

Afbeelding 1

Ligging plangebied (bron: PDOK)

Het plan voorziet in de ontwikkeling van een wooncomplex met 20 tot 22 zorgwoningen, evenals omliggende groen- en verkeersbestemmingen. Navolgende afbeelding geeft een weergave van de beoogde situatie voor het onderhavige woningbouwplan.

5

Afbeelding 2

2.2

Beoogde situatie (bron: ARE bouwtechniek d.d. 1 maart 2024)

Situering Natura 2000-gebieden Ten behoeve van de stikstofdepositieberekeningen dient rekening gehouden te worden met de Natura 2000gebieden waar een relevante bijdrage vanwege het plan verwacht kan worden. Navolgend zijn de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden opgesomd en weergegeven in de navolgende verbeelding. Aerius Calculator bepaalt automatisch de van toepassing zijnde Natura 2000-gebieden met een relevant effect. -

Rijntakken Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Kampina & Oisterwijkse Vennen

circa 12,5 km van plangebied circa 15,7 km van plangebied circa 23,0 km van plangebied circa 23,1 km van plangebied

Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand gelegen, de locatie van het plangebied is in de verbeelding weergegeven. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet gelijk aan de Natura 2000-gebieden met een relevante bijdrage maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

6

Afbeelding 3

Situering Natura 2000-gebieden (bron: Aerius calculator)

7

3

W ETTELIJK KA DER

3.1

Landelijke wet- en regelgeving In het kader van de toets aan de Omgevingswet wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significante gevolgen veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan of project mogelijk significante gevolgen kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden.

3.2

Voortoets Bij de voortoets in het kader van de Omgevingswet draait het om de vraag of sprake kan zijn van significante gevolgen. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan of project worden afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, die zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten. Bij deze toetsing wordt bekeken of de ontwikkeling afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan of project mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Van ontwikkelingen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt overschreden, zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dit geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.

Als uit de toets blijkt dat de realisatie van de in het plan opgenomen ontwikkelingsmogelijkheden wel leidt tot een toename van stikstofdepositie op één of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige habitats waarvan de KDW al wordt overschreden of dreigt te worden overschreden door de toename van de stikstofdepositie. Waarbij tevens uit een ecologische toets blijkt dat significant negatieve gevolgen hierdoor niet kunnen worden uitgesloten, dan moet wel een passende beoordeling worden opgesteld. Ingeval een ontwikkeling een herhaling of voortzetting is van een plan of project waarvoor reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt, kan ingevolge artikel 16.53c lid 2 van de Omgevingswet een nieuwe passende beoordeling achterwege blijven, voor zover deze redelijkerwijs geen nieuwe gegevens of inzichten kan opleveren omtrent de significante gevolgen ervan. De plan-m.e.r. die voor planologische procedures is gekoppeld aan het opstellen van een passende beoordeling is in een dergelijke situatie niet nodig. Feitelijk is er dan al een (nog steeds actuele) passende beoordeling aanwezig, die aantoont dat schadelijke gevolgen als gevolg van het plan zijn uitgesloten.

3.3

Passende beoordeling Wanneer een plan of project significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de vergunningplicht Natura 2000-activiteit een passende beoordeling opstellen vóórdat een plan kan worden vastgesteld. In geval van een project kan middels een vergunning voor een Natura 2000-activiteit de ontwikkeling worden vergund. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast.

8

Een plan of project dient rekening te houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. De aanwijzingsbesluiten worden vastgesteld door de Minister van Economische Zaken. De beheerplannen worden over het algemeen vastgesteld door Gedeputeerde Staten van de provincie waarin het gebied geheel of grotendeels is gelegen, behalve voor zover de verantwoordelijkheid voor het beheer bij het Rijk ligt. Als het bevoegd gezag op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan of project de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld of kan het project niet vergund worden. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen. In dat geval kan een plan toch worden vastgesteld c.q. een project worden vergund.

3.4

Toetsingskader buurlanden Nederland heeft met Duitsland en met België overlegd over de wijze waarop de bevoegde gezagen bij de beoordeling van aanvragen van toestemmingsbesluiten de gevolgen toetsen van activiteiten die stikstofdepositie veroorzaken op buitenlandse Natura 2000-gebieden. Nederland zal voor de toetsing van activiteiten die in Nederland plaatsvinden met gevolgen voor Natura 2000-gebieden in Duitsland of België dezelfde toetsingskaders hanteren als Duitsland en België zelf. Voor de toetsing op Belgische Natura 2000-gebieden wordt aangesloten bij het Nederlands toetsingskader. Voor de toetsing op Duitse Natura 2000-gebieden geldt het volgende toetsingskader: 1. Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op geen enkel Natura 2000gebied in Duitsland een toename van stikstofdepositie van meer dan 7,14 mol per hectare per jaar veroorzaakt, is er geen bezwaar tegen het verlenen van toestemming voor deze activiteit. Dit stikstofaspect staat een vergunningverlening door het Nederlandse bevoegde gezag dan niet in de weg. 2.

Wanneer een project of een handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied meer dan 7,14 mol per hectare per jaar aan stikstofdepositie veroorzaakt, maar minder dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waar de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositiewaarde, verzoekt het Nederlandse bevoegd gezag aan het desbetreffende Duitse bevoegd gezag om vast te stellen of in cumulatie sprake kan zijn van significante gevolgen. Als het Duitse bevoegd gezag vaststelt dat daarvan geen sprake is, staat dit stikstofaspect vergunningverlening door het Nederlandse bevoegd gezag niet in de weg. 3. Wanneer een project of handeling op Nederlands grondgebied op een Duits Natura 2000-gebied aan stikstofdepositie meer veroorzaakt dan 3% van de kritische depositiewaarde van een voor stikstof gevoelig habitattype of leefgebied waarvan de totale deposities hoger zijn dan de kritische depositie waarde, heeft het desbetreffende Nederlandse bevoegd gezag overleg met het desbetreffende Duitse bevoegd gezag. Zij zullen gezamenlijk bezien of en zo ja onder welke voorwaarden toestemming mag worden verleend.

Ingeval het gaat om een project met mogelijk significante gevolgen als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn, stelt degene die voornemens is het project te realiseren, daartoe een passende beoordeling op.

9

4

BER EKENINGSSY STEM A TIEK

4.1

Algemeen Ten behoeve van de berekening van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden is een rekenmodel opgesteld met behulp van AERIUS Calculator, versie 2024.0.11. AERIUS Calculator rekent op basis van het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM en standaard rekenmethode 2 (SRM2) uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. In het kader van een voortoets dient beschouwd te worden of het plan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen significante gevolgen ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden heeft.

Referentiesituatie Bij een voortoets moeten de gevolgen van het plan worden bezien in relatie tot de referentiesituatie. Ingevolge de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt als referentiesituatie bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ter vervanging van het geldende bestemmingsplan: de huidige legale feitelijke situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan.

Beoogde situatie (gebruiksfase & aanlegfase) Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet zowel bij de voortoets als in de passende beoordeling van een bestemmingsplan worden uitgegaan van de representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden die een plan biedt, en niet van een inschatting van wat er in werkelijkheid zal gaan gebeuren of wat er wordt beoogd. De achterliggende gedachte is dat alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt in de praktijk kunnen worden benut en dat de plantoets dus moet uitwijzen of ook in dat geval negatieve gevolgen voor een Natura 2000-gebied zijn uit te sluiten.

4.2

Referentiesituatie Ter plaatse van het plangebied is sprake van aanwezige bebouwing. Ten behoeve het onderhavig onderzoek is er worst-case vanuit gegaan dat er geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvinden ter plaatse van het plangebied.

4.3

Gebruiksfase De voor stikstofdepositie relevante bronnen betreffen de verkeersbewegingen ten gevolge van het plan en de stikstofemissies ten gevolge van stookinstallaties van de te realiseren woonfuncties. Voor de berekening is uitgegaan van het rekenjaar 2025. De uitgangspunten zijn in navolgende paragrafen beschreven. Bijlage B1.1 geeft een weergave van de invoergegevens.

4.3.1

Stookinstallaties Middels de inwerkingtreding van de Wet voortgang energietransitie op 1 juli 2018 is voor netbeheerders de aansluitplicht op het landelijk gastransportnet voor nieuwbouwwoningen vervallen. Op deze vervallen aansluitplicht is echter bij de realisatie van wooneenheden de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing conform de Regeling gebiedsaanwijzing gasaansluitplicht. Met de inwerkingtreding van deze Regeling heeft het college van Burgemeester en Wethouders de mogelijkheid om voor een gebied een ontheffing te verlenen voor het realiseren van een gasaansluiting. De mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing overeenkomstig de Regeling wordt in het onderhavige plan uitgesloten.

1 https://calculator.aerius.nl/own2000/

10

4.3.2

Verkeer Ten gevolge van het woningbouwplan vindt een verkeer aantrekkende werking plaats. In de bepaling van de stikstofdepositie is rekening gehouden met het arriverend en vertrekkend verkeer binnen het plan. - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW. Ten aanzien van het onderzoeksgebied en de stedelijkheidsgraad Weinig op basis van CBS statline2. Tabel 1

Verkeersgeneratie

Type Aanleunwoning/serviceflat

Aantal

Kengetal verkeersgeneratie [bewegingen]

Verkeersgeneratie [bewegingen/etmaal]

20

3,0 per woning

66,0 mvt/etmaal

Totaal

66,0 mvt/etmaal

Het verkeer is gemodelleerd binnen het plangebied en meegenomen tot aan t Dorp. Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersend verkeersbeeld (maximaal 3% van verkeersintensiteit). De verkeersgeneratie maakt voor de verspreiding van emissies vanwege wegverkeer gebruik van de Standaardrekenmethode 2 (SRM2) uit artikel 8.10 van de Omgevingsregeling. Uit onderzoek van TNO3 is gebleken dat de emissie van wegverkeer kort na het starten met een koude motor, Het aantal koude starten is

Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de gebruiksfase.

Afbeelding 4

Grafische weergave gehanteerde bronnen gebruiksfase

2 https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/84799NED/table?searchKeywords=stedelijkheid 3 Emissiefactoren wegverkeer 2024, TNO 2024 R11049, d.d. 4 juni 2024

11

4.4

Aanlegfase Aanvullend is een berekening uit gevoerd naar de aanlegfase. Navolgend worden de uitgangspunten voor de berekening naar de aanlegfase beschreven. Bijlage B1.2 geeft een weergave van de invoergegevens.

4.4.1

Mobiele werktuigen Ten behoeve van de aanlegfase van het plan zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. Om de NOxen NH3-emissie van de mobiele werktuigen te bepalen wordt gebruik gemaakt van de draaiuren van de mobiele werktuigen. De emissie is berekend overeenkomstig de AERIUS methodiek zoals geactualiseerd door TNO in 20214. Deze TNO methodiek maakt gebruik van de invoer van het vermogen (kW), de belasting (%) en de motortechnologie (STAGE-klasse) om het brandstofverbruik te bepalen. Vervolgens worden aan de hand van de NOx- en NH3-emissiefactoren voor brandstofverbruik de NOx- en NH3-emissie per werktuig berekend. De exacte uitvoeringswijze is ten tijde van uitvoeren van dit onderzoek nog niet bekend. De gehanteerde uitgangspunten zijn op basis van expert judgement bepaald. Bijlage B2 geeft een volledige weergave van de gehanteerde uitgangspunten en de berekende emissie.

4.4.2

Bouwverkeer In de navolgende berekening is ervan uitgegaan dat ten behoeve van iedere woning 10 voertuigen zwaar vrachtverkeer (20 bewegingen) en 5 voertuigen middelzwaar vrachtverkeer (10 bewegingen) nodig zijn ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmateriaal. Ten behoeve van het gehele plan komt dit neer op circa 440 bewegingen zwaar vrachtverkeer en 220 bewegingen middelzwaar vrachtverkeer. Voor het vrachtverkeer is tevens 50% congestie opgenomen voor manoeuvreren. Daarnaast wordt rekening gehouden met 20 voertuigen lichtverkeer per etmaal (40 bewegingen) voor het arriveren en vertrekken van uitvoerders en ondersteunend personeel. Verder zijn de emissies van het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen meegenomen 5 minuten stationair draaien per vrachtwagen. Voor het gehele project betreft dit derhalve 82 uur en 30 minuten stationair draaien. In navolgende tabel een overzicht van de emissie kentallen voor stationair draaiend verkeer.

Tabel 2

Emissies stationair draaiend verkeer (bron: TNO)

Op basis van de emissie kentallen uit bovenstaande tabel bedragen de emissies ten gevolge van stationair draaiend vrachtverkeer 6.87 kg NOX en 0,07 kg NH3. Navolgende verbeelding geeft een weergave van de gehanteerde bronnen in de aanlegfase.

4 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot

van mobiele werktuigen, 13 december 2021

12

Afbeelding 5

Grafische weergave gehanteerde bronnen aanlegfase

13

5

R EKENR ESULTA TEN EN BEO O R DELING Met behulp van het rekenprogramma Aerius Calculator is de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiks- en aanlegfase berekend ter plaatse van nabijgelegen gevoelige habitattypen in de voor het plan relevante Natura 2000-gebieden. In bijlage B1.1 en B1.2 zijn voor zowel de uitgevoerde berekening naar gebruiksfase als de aanlegfase weergegeven middels de Aerius PDF-export. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situaties niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000-activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het project.

14

6

CO NCLUSIE In opdracht van BVH Projectontwikkeling is door Kragten een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd in verband met het plan aan de De La Sallestraat 10 te Heesch. Het plan behelst de beoogde herontwikkeling en uitbreiding tot 22 zorgwoningen. Ten behoeve van de juridisch-planologische verankering van het initiatief dient een procedure voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te worden doorlopen. Als onderdeel hiervan dient te worden bepaald of als gevolg van dit initiatief significant negatieve gevolgen op nabijgelegen Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten. Een van deze mogelijke beïnvloedingsfactoren is stikstofdepositie, waarvoor voorliggend onderzoek is uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen naar de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situaties niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling evenals een vergunningplicht Natura 2000-activiteit niet aan de orde is. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering vormt voor de realisatie van het project.

15

BIJLA GEN

B1 A ER IUS B1.1 Gebruiksfase

B1-1

B1.2 Aanlegfase

B1-2

B2 EM ISSIEBEP A LING

B2-1

Emissiebepaling aanleg Rekenjaar Projectnummer

2024 BVH004

Mobiele Werktuigen

Naam Betonstorter Graafmachine Hijskraan Laadschop Trilplaat Verreiker

Werktuig

STAGE Klasse

betonstorters 200 kW graafmachines 100 kW hijskranen 200 kW laadschoppen op banden 100 kW trilplaten 10 kW verreikers 70 kW

STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE IV STAGE II STAGE IV

Bouwjaar

Vermogen [kW]

Classificatie tabel TNO

2018 2018 2018 2018 2005 2018

200 100 200 100 10 70

D D D D X D

Motor-efficientie

Belasting [%]

Dieselkental [L/uur]

Bedrijfsduur [uren]

Diesel-verbruik [L]

AdBlue verbruik [L]

0,922744694 0,922744694 0,922744694 0,922744694 1,05101005 0,922744694

38,0000% 36,7000% 38,0000% 36,7000% 38,0000% 36,7000%

20,59 10,23 20,59 10,23 1,86 7,32

101,2 260 264 220 88 100

2083,4 2659,1 5434,9 2250,0 163,4 731,9

125,0 159,5 326,1 135,0 0 43,9

Voertuigen per dag

Bewegingen per dag

Voertuigen totaal

Bewegingen totaal

20

40 0 0

110,0 220,0

0,0 220,0 440,0

NOx-emissie [kg]

NH3emissie [kg]

11,76 15,66 30,67 13,25 5,34 4,45 81,13

0,50 0,64 1,30 0,54 0,00 0,18 3,16

Bouwverkeer Categorie Lichtverkeer Middel zwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Totaal

Per jaar

Mobiele werktuigen:

Bouwverkeer: Koude start:

Stationaire emissies vrachtverkeer

81,1 kg NOx 3,2 kg NH3

81,1 kg NOx 3,2 kg NH3

14.600,0 bewegingen licht verkeer 7300,0 Koude starts licht verkeer 220,0 bewegingen middelzwaar 440,0 bewegingen zwaar

verkeerscategorie Middelzwaar wegverkeer Zwaar wegverkeer Totalen

draaitijd stationair per vrachtwagen in minuten 15 15

14.600,0 bewegingen licht verkeer 7300 Koude starts licht verkeer 220,0 bewegingen middelzwaar 440,0 bewegingen zwaar draaitijd waarde stationair stationair aantal voertuigen categorie totaal in NH3 in g/uur uren 110 220

27,5 55 82,5

0,7012 0,9664

waarde stationair NOX in g/uur 68,1148 90,8384

NH3 NOX emissie in emissie in kg kg 0,019 0,053 0,072

1,873 4,996 6,87

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=a883ed45-8fef-44d3-91f7-58e16322673c