BOPA De La Sallestraat 10 Heesch - Bijlage 5 Broedvogel- en vleermuisonderzoek
Tekst van het document
Inhoudsopgave
1
2
Aanleiding en plangebied ............................... 1
2.2
Resultaten..................................................... 5
1.1
Aanleiding en context ................................... 1
3
Conclusie........................................................7
1.2
Plangebied .................................................... 1
4
Bibliografie.....................................................8
1.3
Quickscan ...................................................... 1
Bijlage A.
Impressie plangebied ........................9
1.3.1
Beschermde gebieden ......................... 1
Bijlage B.
Foto’s verblijfplaatsen ..................... 10
1.3.2
Soortbescherming ................................ 1
Bijlage C.
Ecologisch deskundige..................... 11
Onderzoek en resultaten ................................ 4 2.1
Onderzoeksinspanning.................................. 4
1 Aanleiding en plangebied
1.1
Aanleiding en context
Kragten heeft opdracht gekregen voor het opstellen van het TAM-IMRO omgevingsplan voor de locatie De La Sallestraat 10 Heesch. Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing te verbouwen en nieuwe bebouwing in de directe nabijheid van de bestaande bebouwing te realiseren. Daarnaast wordt de tuin opnieuw ingericht. Het uitvoeren van dergelijke maatregelen kan negatieve effecten veroorzaken op onder de Omgevingswet beschermde soorten.
1.2
Plangebied
Het plangebied bestaat uit de tuin en de huidige bebouwing op het perceel aan de De La Sallestraat 10 te Heesch. ( Tabel 1.1). Deze gebouwen liggen allen in de kern van Heesch (Figuur 1.1). Foto’s van het plangebied worden weergegeven in Bijlage A.
1.3
Quickscan
Voorafgaand aan het aanvullend onderzoek is een Quickscan uitgevoerd om te bepalen welke soorten potentieel negatieve effecten kunnen ondervinden van de mogelijke werkzaamheden1. Daarnaast zijn verspreidingsgegevens uit het archief van Bureau Viridis, de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2024), verspreidingsatlassen en vrij beschikbare verspreidingsgegevens van soortenorganisaties gebruikt. De resultaten van de Quickscan wijzen uit welke beschermde soorten in de omgeving van het plangebied verwacht kunnen worden en of de soorten ook daadwerkelijk negatieve effecten kunnen ondervinden van de werkzaamheden aan de gebouwen. 1.3.1 Beschermde gebieden Door de aard van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op beschermde gebieden uitgesloten worden. Een uitgebreide onderbouwing voor het uitsluiten van ecologisch onderzoek in het kader van
gebiedsbescherming (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN)) wordt gegeven in het bijgevoegde ‘Informatiedocument Wettelijk kader Omgevingswet’. 1.3.2 Soortbescherming Door de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten op de soortgroepen vaatplanten, ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen bij voorbaat uitgesloten. De beschermde soorten die binnen deze soortgroepen vallen stellen zeer specifieke eisen aan hun habitat, over het algemeen zijn dergelijke habitats niet aanwezig binnen de bebouwde kom of vallen deze buiten de scope van de werkzaamheden. Grondgebonden zoogdieren Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen eekhoorn en steenmarter mogelijk voorkomen. De eekhoorn maakt voor zijn nestplaats vooral gebruik van bomen in een park- of bosachtige omgeving, waarbij het nest op minimaal 5 meter hoogte wordt gemaakt. Rondom gebouwen zal de soort voornamelijk afkomen op aangeboden voedsel. Gezien het habitat en het feit dat de aanwezige bomen niet binnen de scope van de werkzaamheden vallen kunnen negatieve effecten op eekhoorn uitgesloten worden. De steenmarter kan zijn rust- of verblijfplaats wel in de betreffende gebouwen hebben, bijvoorbeeld in een spouwmuur of op een zolder, een gat van 5 cm kan hierbij al voldoende zijn om toegang te bieden aan een steenmarter. Steenmarter is in de afgelopen 10 jaar voor zover bekend één keer waargenomen in Heesch.
Hoewel binnen het plangebied enkele bomen en struiken staan, is binnen de ondergroei onvoldoende dekking aanwezig voor de steenmarter. Wegens het ontbreken van boomholten, dekking en rommelhoekjes kunnen verblijfplaatsen van de steenmarter worden uitgesloten. Het plangebied vormt daarom geen essentieel leefgebied, de soort zal zich alleen incidenteel via het plangebied verplaatsen.
1
Merjenburgh, 2024. Ecologische Quickscan Omgevingswet. De La Sallestraat Heesch. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg, PRNR-2024-080.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | BVO Kragten 2024 De la Sallestraat 10 Heesch
1
Vleermuizen In de gebouwen zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig, een nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. Voor een aantal soorten en specifieke functies geldt dat deze niet onderzocht hoeven te worden omdat de specifieke bebouwing niet aan de eisen voldoet. Er is geen onderzoek naar middernachtzwermen van gewone dwergvleermuis noodzakelijk omdat de betreffende bebouwing niet voldoet aan de eisen voor een massawinterverblijfplaats. Ook is een onderzoek naar paarverblijfplaatsen van tweekleurige vleermuis niet noodzakelijk omdat de betreffende bebouwing niet voldoet aan de minimale hoogte-eisen voor paarverblijfplaatsen van tweekleurige vleermuis. Er is wel onderzoek uitgevoerd naar paarverblijf-plaatsen van de meervleermuis, omdat in de omgeving mogelijk paarverblijfplaatsen en migratieroutes van deze soort liggen. Een nadere onderbouwing voor bovenstaande soorten en functies wordt gegeven in het bijgevoegde informatiedocument ‘Onderzoeksmethode gebouwbewonende soorten’. In de directe omgeving van de gebouwen kunnen bomen met geschikte holtes voor vleermuizen voorkomen. Omdat bomen buiten de scope van de werkzaamheden vallen zijn negatieve effecten op boombewonende vleermuizen uitgesloten. Uitstralende negatieve effecten door bijvoorbeeld het gebruik van verlichting wordt voorkomen door het uitvoeren van mitigerende maatregelen.
Broedvogels In de directe omgeving van het complex kunnen jaarrond beschermde rust- of nestplaatsen voorkomen, zo kunnen huismus, gierzwaluw, slechtvalk, roek, havik, sperwer, boomvalk en ransuil in de bebouwde omgeving tot broeden komen. Bij deze soorten kan onderscheid worden gemaakt tussen soorten die in of op gebouwen broeden en soorten die gebruik maken van bomen. In de gebouwen en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen algemene broedvogels en een aantal soorten met een jaarrond beschermd nest voorkomen. Gebouwbewonende soorten als huismus en gierzwaluw kunnen niet uitgesloten worden in de
gebouwen, een nader onderzoek naar deze soorten is noodzakelijk. De slechtvalk maakt zijn nest voornamelijk op hoge gebouwen of op hoogspanningsmasten in of nabij de bebouwde omgeving. Hiervoor gebruikt ze vooral voor de soort gemaakte nestkasten of oude (kraaien)nesten, maar ook een richel, bak of vensterbank kan voldoende zijn. De gebouwen in het plangebied zijn te laag om als nestplaats voor de slechtvalk te dienen, de aanwezigheid van de soort en daarmee het optreden van negatieve effecten is uitgesloten. Roek, havik, sperwer, boomvalk en ransuil hebben hun nest- en rustplaatsen voornamelijk in bomen. Bomen vallen niet binnen de scope van de werkzaamheden. De uitvoer van de werkzaamheden zal ook niet zodanig van aard zijn dat er verstoring van eventueel aanwezige bovengenoemde soorten op zal treden. Negatieve effecten op deze soorten zijn daarom uitgesloten. Rode lijst soorten In artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is een specifieke zorgplicht opgenomen die – naast voor strikt beschermde soorten – ook geldt voor soorten van de Rode Lijst en soorten die voorkomen in bijlage II en V van de Habitatrichtlijn. Op basis van de bureaustudie is vastgesteld dat er geen rode lijst soorten in de directe omgeving van het plangebied voorkomen óf negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen werkzaamheden.
Conclusie Quickscan Uit de Quickscan blijkt dat enkel een nader onderzoek naar beschermde gebouwbewonende soorten noodzakelijk is. De volgende soort(groep)en zijn in het kader van dit project onderzocht: • huismus; • gierzwaluw; • gebouwbewonende vleermuizen. Deze rapportage geeft de resultaten van het soortgericht onderzoek en doet dit aan de hand van de volgende onderzoeksvragen: • Zijn er jaarrond beschermde nesten aanwezig in het plangebied? • Zijn er verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen aanwezig in het plangebied? • Wat zijn de benodigde vervolgstappen?
Ecologisch Adviesbureau Viridis | BVO Kragten 2024 De la Sallestraat 10 Heesch
2
3 Conclusie
In het onderzochte plangebied zijn beschermde verblijfplaatsen aangetroffen. Naast jaarrond beschermde nest- en verblijfplaatsen geldt dat in en rondom gebouwen algemene broedvogels tot broeden kunnen komen. De voorgenomen werkzaamheden hebben evenwel geen effect op deze verblijfplaatsen. Aan de westzijde van de bebouwing, waar zich de meeste verblijfplaatsen bevinden, blijft onveranderd, waardoor deze locaties niet worden beïnvloed. Aan de oostzijde bevindt zich één nestplaats van de huismus, die ook behouden blijft. De nieuwbouw wordt op voldoende ruime afstand van dit nest gesitueerd, waardoor de aanvliegroute behouden blijft, net als de nestplaats zelf.
Omdat negatieve effecten op de verblijfplaatsen zijn uitgesloten, is het niet nodig een vergunning aan te vragen in het kader van de Omgevingswet. De voorgenomen werkzaamheden kunnen zonder verdere maatregelen worden uitgevoerd. Wel verdient het aanbeveling eventueel groen te verwijderen buiten de broedperiode, om negatieve effecten op algemene broedvogels te voorkomen. De in dit rapport opgenomen onderzoeksresultaten hebben een geldigheidsduur van 3 jaar na uitvoering onderzoek, wanneer werkzaamheden niet binnen deze periode uitgevoerd worden is nieuw onderzoek noodzakelijk.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | BVO Kragten 2024 De la Sallestraat 10 Heesch
7
4 Bibliografie
BIJ12. (2024). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuuren-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ BIJ12. (2024). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuuren-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ BIJ12. (2024). Kennisdocument Huismus (Passer domesticus). Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuuren-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ BIJ12. (2023). Kennisdocument Gierzwaluw (Apus apus). Opgehaald van https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuuren-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/
Merjenburgh, 2024. Ecologische Quickscan Omgevingswet. De La Sallestraat Heesch. Ecologisch Adviesbureau Viridis, Culemborg, PRNR-2024080. NDFF. (2024). Uitvoerportaal Nationale Databank Flora en Fauna. Opgehaald van https://ndffecogrid.nl/uitvoerportaal/ Netwerk Groene Bureaus. (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/wer ken-aan-kwaliteit/werken-aankwaliteit/vleermuisprotocol Netwerk Groene Bureaus. (2023). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2023). Opgehaald van https://www.netwerkgroenebureaus.nl/wer ken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/prot ocollen-vis-amfibie-reptiel-vogel
Ecologisch Adviesbureau Viridis | BVO Kragten 2024 De la Sallestraat 10 Heesch
8
Bijlage A. Impressie plangebied
Afbeelding 1 | De La Sallestraat 8.
Afbeelding 2 | Voorkant De La Sallestraat 10.
Afbeelding 3 | Achterkant en achtertuin De La Sallestraat 10.
Afbeelding 4 | Achterkant De La Sallestraat 10.
Afbeelding 5 | Achterkant De La Sallestraat 8.
Afbeelding 6 |Achtertuin De La Sallestraat 10.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | BVO Kragten 2024 De la Sallestraat 10 Heesch
9