CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek bestemmingsplan Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther18.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther Gemeente Bernheze Bijlagenboek

Bestemmingsplan Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther Gemeente Bernheze Bijlagenboek

Rapportnummer:

P05562

IMRO-identificatienummer

NL.IMRO.1721. BPBrouwersstr2aHD-VG01

Datum:

29 april 2024

Opdrachtgever:

Particulier

Projectteam BRO:

TAu, JVo, RVe

Kaft:

Abstract 1

Trefwoorden:

--

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Stedenbouwkundige schets

4

Bijlage 2

Aanmeldingsnotitie

13

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

25

Bijlage 4

Onderzoek geur veehouderijen

42

Bijlage 5

Stikstofonderzoek

73

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

92

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

157

Bijlage 8

Programma van eisen leefomgeving

194

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

219

Bijlage 10

Watertoets

269

Bijlage 11

Omgevingsdialoog

308

Bijlage 12

Asbestinventarisatie

329

Bijlage 13

Nota van zienswijzen

349

2

Bestemmingsplan "Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther" (vastgesteld)

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan "Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Stedenbouwkundige schets

4

Bestemmingsplan "Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther" (vastgesteld)

advies

projectnaam Landschappelijke inpassing B 2A, Heeswijk - Dinther datum 28 november 2023 projectnummer P05562 opdrachtgever JW

BRO projectleider TAu

projectteam

Inleiding Aanleiding en initiatief Momenteel is op de locatie Brouwersstraat 2a te Heeswijk- Dinther een veehouderij inclusief bedrijfswoning aanwezig. Dit deel van het dorp Heeswijk-Dinther is echter aan het transformeren en in het kader van de regeling Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) zijn meerdere agrarische bedrijven in de omgeving reeds omgezet ten behoeve van andere functies. De eigenaar van het perceel Brouwersstraat 2a is in het kader van deze regeling en de transformatie van het bebouwingslint Brouwersstraat voornemens eigen perceel te herontwikkelen ten behoeve van (senioren)woningen en zorgwoningen voor dementerende ouderen. De bedrijfswoning zal hierdoor ook niet meer als bedrijfswoning fungeren en om worden gezet tot burgerwoning.

IBl

Kaders en uitgangspunten Het plan voldoet in beginsel aan de kaders vanuit het vigerende beleid dat relevant is voor de landschappelijke inpassing en aan de eisen/wensen vanuit het planvoornemen. Projectgebied Aan de zuidoostzijde van de kern Heeswijk-Dinther is het dorpse bebouwingslint de Brouwersstraat aanwezig. De Brouwersstraat vormt de afronding van de kern richting het buitengebied en vormt van origine een gemengd bebouwingslint. Naast woningen is er agrarische en niet-agrarische bedrijvigheid aanwezig. Onderdeel van dit bebouwingslint is de intensieve veehouderij Brouwersstraat 2a. De locatie Brouwersstraat 2a bestaat uit de kadastrale percelen gemeente Heeswijk-Dinther, sectie C, nummers 3317, 5309, 5310, 6513, 4796 en 2746 (deels). Het plangebied beslaat een totale oppervlakte van circa 1,3 hectare.

Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze heeft op 21 maart 2022 besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de herontwikkeling van de Brouwersstraat 2a.

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

Er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke inpassing die aansluit op het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een plan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Onderhavig advies geeft inzicht in welke inrichtingsmaatregelen er genomen moeten worden opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd.

Figuur 1: Luchtfoto plangebied, bron: PDOK

1/8

Planvoornemen Initiatienemer is voornemens de voormalige agrarische bedrijfslocatie te transformeren ten behoeve van (senioren)woningen en zorgappartementen voor dementerende ouderen. In totaal worden 11 (senioren)woningen gerealiseerd en 22 zorgappartementen. Deze woningen worden gesitueerd op het achterperceel van de bestaande woning aan de Brouwersstraat 2a. De (senioren)woningen en zorgwoningen zullen in een hofje worden gerealiseerd, waarbij de gebouwen richting het hof staan georiënteerd. De (senioren)woningen bestaan uit twee- en driekappers en zullen over één bouwlaag met kap beschikken. Het zorgcomplex zal over maximaal 1,5 bouwlaag met kap beschikken. Dit zorgcomplex ligt als kop achter in het hof. Bestemmingsplan Voor het plangebied is bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bernheze op 8 oktober 2014. Het plangebied heeft hierin de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ met de functieaanduiding ‘agrarisch bedrijf’ en de maatvoering ‘aantal bedrijfswoningen: 1’. Over het gehele perceel is een bouwvlak opgenomen. Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ opgenomen en geldt de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en deels de gebiedsaanduiding ‘groenblauwe mantel’.

Op basis van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’ is wonen niet toegestaan (in zoverre er geen aanduiding over de gronden is gelegen waaruit blijkt dat dit wel is toegestaan). Het bestemmingsplan dient dan ook te worden herzien om voorgenomen ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken. Zie figuur 2 voor het vigerend bestemmingsplan.

Figuur 2: Vigerend bestemmingsplan, bron: Ruimtelijke plannen

Structuurvisie Bernheze 2010 Binnen de structuurvisie Bernheze wordt er gesproken over een ruimtelijk casco. Het ruimtelijk casco is weergegeven op een kaart met een toelichting. In figuur 3 is een uitsnede van het kaartbeeld gemaakt. Het plangebied behoort tot het ‘halfopen landschap’. In de beekdalen en op de dekzandruggen rond de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van het open landschap geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Het halfopen landschap wordt voor het grootste deel gebruikt als landbouwgrond. Door de variatie in dit halfopen landschap is er een coulisselandschap gevormd.

Landschappelijke inpassing Brouwersstraat 2A, Heeswijk - Dinther

Figuur 3: Ruimtelijk casco, bron: structuurvisie Bernheze 2010

Het voegt een kwaliteit toe aan het beeld van de gemeente Bernheze en dient geconserveerd te worden. Verandering aan dit landschap moet hier ook zoveel mogelijk worden voorkomen. Door met het inpassingsplan aan te sluiten op de identiteit van het voorkomende landschap, kan de beoogde ontwikkeling op zorgvuldige wijze worden ingepast. Hiermee wordt tevens de groene zoom langs het bebouwingslint versterkt, waardoor er een verbeterde afronding ontstaat. Dit wordt gedaan door de planlocatie te transformeren naar een erf/hof, waaraan senioren woningen worden gepositioneerd.

2/8

Kenschets landschap De projectlocatie behoort tot het coulisselandschap. Het is een halfopen landschap dat wordt gekenmerkt door kleine onregelmatige percelen die worden afgeschermd door heggen, houtwallen en of muurtjes. Het landschap is ontstaan doordat men de hoge gronden ontgonnen voor akkerbouw. De lagere gronden waren hiervoor niet geschikt en werden veelal gebruikt voor gras- en hooilanden. De kavels werden in het verleden veelal omgeven door houtwallen om het vee buiten de akkers te houden. Veel van deze karakteristieke patronen zijn door de jaren heen verdwenen. Echter zijn er nog locatie binnen de gemeente aanwezig waar dit principe bewaard is gebleven.

Doel Binnen dit landschap gaat de aandacht uit naar het verstreken van de kleinschaligheid door de aanplant van houtwallen. De houtwallen worden hierbij ingezet als raamwerk, hierbinnen is veel mogelijk als het past binnen de maat en schaal van het gebied. Doorkijkjes vanaf de openbare weg op de open kampen blijven behouden en worden waar nodig versterkt. Bovendien blijven de oude gras- en hooilanden intact als grazige vlaktes.

Figuur 5: Historische kaart 1980, bron: topotijdreis

Ten zuiden van Heeswijk-Dinther, komen authentieke (agrarische) elementen (akkers, reliëf, verkavelings-, begroeiings- en wegenpatronen) voor die op zichzelf en in hun onderlinge samenhang een bijzonder betekenis hebben. Zie in de komende figuren, op de volgende pagina, enkele historische kaarten die de ontwikkeling van het landschap duiden. Landschapskenmerken • Op de hoger gelegen gronden de bouwlanden met aangrenzend op de lagergelegen vlakken gronden oude graslanden; • Lage grondwaterstanden; • Eerdgronden; • Een kronkelig wegenpatroon; • Een onregelmatige blokverkaveling; • Veelal houtwallen rondom percelen, soms bomenrijen langs boerderijen en wegen; • Lintachtige bebouwing met open tussenruimten.

Figuur 4: Historische kaart 1950, bron: topotijdreis

Landschappelijke inpassing Brouwersstraat 2A, Heeswijk - Dinther

Figuur 6: Historische kaart 2022, bron: topotijdreis

3/8

Inpassingsplan Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Nevenstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. De bebouwing is ingepast in het landschap, waarbij met name wordt gezocht naar een goede overgang van de bebouwing naar het achtergelegen Aa-dal. Deze overgang wordt onder andere bewerkstelligd door een hogere bebouwingsdichtheid aan de westzijde tegen het buurperceel aan, en een lagere dichtheid aan de oostzijde bij de tweekappers om doorzichten (circa 11 meter breed) op het achterliggende landschap te realiseren. Daarbij draait het zorgcomplex-gebouw zich open richting het landschap waardoor er ook hier een doorzicht ontstaan. Het hofje zelf dient ook als volwaardige groenruimte. Het hof is namelijk circa 26 meter breed (gevel tot gevel). Tot slot zijn de woonpercelen en parkeerhavens omkaderd door lage hagen. Concreet zijn de volgende inrichtingsmaatregelen voorgesteld: 1. Aanleg knip- en scheerhagen; 2. Behoud bestaande hagen; 3. Aanplanten leibomen; 4. Aanplanten solitaire bomen; 5. Aanleg wadi. i.c.m. bloem- en kruidenrijk grasland; 6. Aanleg houtsingel.

Figuur 7: Landschappelijke inpassing

4/8

Inrichtingsmaatregelen Aanleg knip- en scheerhagen Ter inpassing van de nieuwe woningen worden er knip- en scheerhagen aangeplant. Door de aanplant van knip- en scheerhagen wordt de erfafscheiding bepaald. Door het toepassen van een haag ontstaat er een eenduidig beeld. De hagen aan de voorzijde langs het erf hebben maximaal een hoogte van ca. 1.20 meter. Door deze hagen laag te houden blijft de beeldkwaliteit hoog en is de voorgevel van de woning nog altijd zichtbaar, ook vanuit de Brouwersstraat. De hagen achter de achtergevelrooilijn mogen oplopen tot een hoogte van maximaal 2.00 meter. Hiermee blijft de privacy van de bewoners gewaarborgd. Soorten: Fagus sylvatica (Beuk), Acer campestre (Veldesdoorn) Behoud bestaande hagen De bestaande bedrijfswoning, welke zal worden omgezet naar een burger woning, is in de huidige situatie ingekaderd door een lage haag. Met oog op de ontwikkeling, dienen zoveel mogelijk groene structuren gewaarborgd te blijven. Aanplanten leibomen Ter versterking van de entree van het erf worden er langs de insteek leibomen aangeplant. Deze leibomen bieden tevens een uitstekende schuil- en nestelplaats voor kleine vogelsoorten. Soorten: Tilia europaea 'Pallida' (Leilinde) Aanplanten solitaire bomen Op het terrein worden verschillende solitaire bomen toegepast. Deze bomen definiëren het terrein en zorgt bij warme dagen voor beschutting en verkoeling.

Daarnaast vormen bomen een goede broed- en nestelplek

voor vogels. Door verschillende soorten toe te passen kan de biodiversiteit ter plaatse worden versterkt. Soorten bij wadi: Alnus glutinosa (Els), Salix alba (Schietwilg), Fraxinus excelsior (Es), Quercus robur (zomereik). Soorten nabij burgerwoning en zorgcomplex: Tilia cordata (Winterlinde), Juglans regia (Noot), Quercus robur (Zomereik), Fagus sylvatica ‘atropunicea’ (Rode beuk).

Parkeren Het woonhof wordt vanaf de Brouwersstraat ontsloten door een insteek, welke verbonden is met het erf/hof. Vanaf deze straat is direct zicht op het hof. De ontsluiting begint bij de entree als dubbelrichtingsweg en bij het hof begint de eenrichtingsweg. Het parkeren wordt voorzien in een parkeerkoffers aan de westzijde van het hof (24pp), welke uit het zicht zijn gepositioneerd. Op eigen terrein (inritten) is eveneens ruimte om te parkeren (10pp), en op grasstenen in het hof langs de eenrichtingsweg (2pp).

Aanleg wadi. i.c.m. bloem- en kruidenrijk grasland Ten midden het erf staat het groene karakter voorop. Daarom wordt er in deze zone ingezet op het bufferen van water door middel van de aanleg van natte laagtes/ wadi’s. Hiermee wordt er een nieuw milieu gecreeerd. Dit zorgt voor nieuwe vegetatietypen en een versterking van de biodiversiteit ter plaatse. Op deze manier ontstaat er een ecologische impuls. Ook worden er verschillende boomgroepen aangeplant die de gevels vergroenen en een direct zicht op de woningen beperkt. De onderste plint van de woning blijft daarentegen wel zichtbaar door de toevoeging van een lage haag.

Op het gebied van water wordt geen overlast verwacht. De wadi Ten midden het hof, zal naar verwachting voldoende capaciteit hebben, dit zal in de watertoets verder uit moeten worden gewerkt.

Aanleg houtsingel Op de achterperceelsgrens wordt een houtsingel aangeplant van ca. 6 meter breed. Deze houtsingel ontneemt het zicht op de bebouwing vanuit de Aa. In de omgeving en aangrenzende kavels komen eveneens robuuste groenstructuren voor, hiermee wordt er aangesloten op het bestaande lint. Daarnaast biedt de houtsingel een goede schuil- en nestelgelegenheid voor verschillende soorten vogels en kleine zoogdieren. Soorten struiken: Alnus glutinosa, Viburnum opulus, Sorbes aucuparia, Sambucus nigra, Coryles avellana en Rhamnus frangula Bomen: Fraxinus excelsior, Quercus robur, Populus nigra, Salix alba

Landschappelijke inpassing Brouwersstraat 2A, Heeswijk - Dinther

5/8

Kwaliteitsverbetering Het voornemen is alleen mogelijk onder voorwaarde dat een kwaliteitsbijdrage wordt geleverd. De kwaliteitsbijdrage komt bovenop de ruimtelijke en landschappelijke inpassing. De kwaliteitsbijdrage dient ter compensatie van het verlies aan waarden in het buitengebied die door de ontwikkeling wordt veroorzaakt. De kwaliteitsbijdrage wordt ingezet voor realisering van groen, natuur, landschap en herstel van landschappelijke cultuurhistorie (niet zijnde de inpassing). De landschappelijke inpassing maakt geen onderdeel uit van de kwaliteitsbijdrage. Deze dient aan additionele kwaliteitsverbeterende maatregelen te worden besteed. Voorts zal 1% van de uitgifteprijs worden ingezet voor kwaliteitsverbetering en zal worden gebouwd in streekgebonden architectuur. Een aanvullende kwaliteitsprestatie op locatie heeft de voorkeur, maar als het niet mogelijk is om op het eigen terrein of de directe omgeving te investeren, kan er elders binnen gemeenten geïnvesteerd worden, of zal er een betaling aan het Fonds Omgevingskwaliteit plaatsvinden. Voor de beoogde ontwikkeling komt 1% van de uitgifteprijs overeen met een compensatiebedrag van € 17.365,-.

Bestemming wonen Bestemming maatschappelijk

3056 1030

Totaal uitgeefbaar kaveloppervlak

4086

Opbrengst (€425,-/ m2) 1% van de uitgifteprijs

€ 1.736.550,00 € 17.365,00

Landschappelijke inpassing Brouwersstraat 2A, Heeswijk - Dinther

6/8

Figuur 8: Beoogde bestemmingen

Landschappelijke inpassing Brouwersstraat 2A, Heeswijk - Dinther

7/8

Bestaande bedrijfswoning + bijgebouw omzetten naar burgerwoning

Aanplant leibomen ter begeleiding van de ontsluitingsas Aanplant knip- en scheerhagen langs de kavels (vanaf voorgevelrooilijn mag deze oplopen naar max. 2 meter hoog op de achter perceelsgrens 6

P 6

Wadi 2

12

Sloop bestaande panden

Aanplant solitaire landschapsbomen

Nieuwe bestemmingen Brouwersstraat 2a Heeswijk Dinther Gemeente Bernheze

Boxtel

Datum:

Schaal:

Bosscheweg 107

Okt 2023

1 : 1000

Getekend:

Formaat:

IB

A3

Tekeningnr.:

Projectnr.:

01

P05562

5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 www.bro.nl info@bro.nl

N

Bijlage 2 Aanmeldingsnotitie

Bestemmingsplan "Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther" (vastgesteld)

13

Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther Gemeente Bernheze Concept

colofon

projectnaam Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther datum 18 mei 2023 projectnummer P05562 opdrachtgever Particulier BRO projectleider TA projectteam JGV, LvK bron Kaft BRO

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Toetsing Besluit m.e.r. 1.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer

3 3 3 3 3

2

Effecten op milieu 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerken van het potentiële effect

4 4 5 5 8

3

Vormvrije m.e.r. –beoordeling

9

donderdag 18 mei 2023

2

1 Inleiding Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

1

Inleiding

1.1

Inleiding

In het kader van de regeling Vrijkomende Agrarische Bebouwing en de transformatie van het bebouwingslint aan de Brouwersstraat te Heeswijk-Dinther is de eigenaar van het perceel Brouwersstraat 2a voornemens dit perceel te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw (te weten; (senioren)woningen en zorgwoningen voor demente bejaarden). Momenteel bevinden zich op het terrein gebouwen die gebruikt worden in het kader van de veehouderij. Deze gebouwen zullen worden gesloopt om plaats te maken voor de woningen. In totaal zijn er 22 serviceflats, 8 twee-onder-een-kap woningen en 3 rijtjeswoningen met bijbehorende parkeervoorzieningen gepland.

1.2

Toetsing Besluit m.e.r.

Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn.

donderdag 18 mei 2023

In het plangebied wordt de realisatie van maximaal 22 serviceflats, 8 twee-onder-een-kap woningen en 3 rijtjeswoningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r. De ontwikkeling van woningen valt onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject (D 11.2). In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van maximaal deze woningen ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.

1.3

weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie, hoofdstuk 3 vormt de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden ; b. de kenmerken van de activiteit ; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cu-mulatie).

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6

3

2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

2

Effecten op milieu

2.1

Inleiding

In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Tabel 1 Kenmerken van het project Kenmerken van het project     

Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën

Plaats van het project  

Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang

Kenmerken van het potentiële project   

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

donderdag 18 mei 2023

4

2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

2.2

Tabel 2

Kenmerken van het project

2.3

Plaats van het project

Kenmerken van het project

Criteria

Toets

Omvang van het project

Het projectgebied betreft de percelen Brouwersstraat 2a. Deze locatie bestaat uit de kadastrale percelen gemeente Heeswijk-Dinther, sectie C, nummers 3317, 5309, 5310, 6513, 4796 en 2746 (deels). De locatie heeft een oppervlak van circa 1,3 hectare. De locatie ligt op de grens van de dorpsrand van Heeswijk-Dinther. De beoogde ontwikkeling betreft de afbraak van de bestaande agrarische bebouwing en de realisatie van 22 serviceflats, 8 twee-onder-een-kap woningen en 3 rijtjeswoningen.

Cumulatie met andere projecten

n.v.t.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Doordat er woningbouw wordt mogelijk gemaakt zullen er permanente natuurlijke bronnen worden gebruikt.

Productie van afvalstoffen

Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats in het bestaand bebouwd gebied van Heeswijk-Dinther. Tijdens de aanlegfase is er mogelijke sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de aanleg zijn maximaal 22 serviceflats, 8 twee-onder-een-kap woningen en 3 rijtjeswoningen aanwezig in het plangebied. De woningen veroorzaken geen verontreiniging en hinder buiten de reguliere effecten van woningen. Akoestiek wegverkeer: De voorkeurgrenswaarde wordt niet overschreden. Er sprake van een goed woon- en leefklimaat op basis van de gecumuleerde geluidsbelasting. Bedrijven en milieuzonering: Het plangebied en diens directe omgeving kunnen worden getypeerd als omgevingstype ‘gemengd gebied’ vanwege de verschillende omliggende functies. Uit de tabel met omliggende bedrijven met milieucategorie en bijbehorende richtafstanden in de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat de omliggende bedrijven op voldoende afstand van de beoogde woningen liggen. Daarbij komt dat in de bestaande situatie hier ook al een woonwijk ligt met in de meeste gevallen woningen dichter bij de omliggende bedrijven. Er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. Omgekeerd wordt er geen milieubelastende inrichting in het plangebied mogelijk gemaakt. Vanuit bedrijven en milieuzonering gelden geen belemmeringen. Luchtkwaliteit: Met onderhavig plan worden maximaal 33 woningen mogelijk gemaakt.

33 woningen dragen niet in betekende mate bij aan de een verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de NSL-Monitoringstool. Hieruit blijkt dat ter plaatse van het projectgebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan. Externe veiligheid: Het project ligt niet in de invloedszone van een weg, spoorweg of pijpleiding. Het onderdeel ‘externe veiligheid’ zorgt niet voor belemmeringen Ecologie: In het kader van de planontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hieruit volgt dat, gelet op de potentiële ecologische

waarden, het plan kan worden uitgevoerd indien nestgelegenheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of broedgevallen worden uitgesloten en indien de algemene zorgplicht in acht wordt genomen.

donderdag 18 mei 2023

5

2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

Criteria

Toets Stikstofdepositie: Uit de berekening blijkt dat voor zowel de aanleg-als gebruiksfase geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Water: Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak afnemen met 2.570 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt ca. 4.785 m2. Vanuit de gemeente Bernheze geldt voor nieuwbouwplannen het principe van hydrologisch neutraal bouwen. Om hier in te kunnen voorzien is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een compenserende berging benodigd van 60 mm/m2. Dit is overeenkomstig met een berging van ca. 287 m3 (4.785 m2 * 60 mm / 1.000). Bodem: Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, naar mening van Lycens, milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor de planologische procedure, aanvraag omgevingsvergunning en de geplande herontwikkeling van de locatie. Geur: Voor het naastgelegen perceel (Schoolstraat 38) is een geuronderzoek uitgevoerd.. Uit het onderzoek komt dat de hoogst berekende geurbelasting op de Schoolstraat 38 ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek 2,7 ouE/m3 bedroeg (overeenkomstig met een ‘zeer goed’ woon- en recreatieklimaat). Hierin zijn ook de geuremissies van de veehouderij van de Brouwersstraat 2a opgenomen.

Aangezien deze geuremissie wegvalt na sanering van de veehouderij aan de Brouwersstraat 2a kan worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van de Brouwersstraat 2a toe zal nemen. De achtergrondgeur vormt geen belemmering voor het plan.

Risico van ongevallen

Tabel 3

Er is met de realisatie van de nieuwe woningen geen sprake van een nieuwe risicobron.

Plaats van het project

Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Momenteel wordt de locatie van het project ingenomen door agrarisch gebouwen.

donderdag 18 mei 2023

6

2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

Criteria

Toets

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:  gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)

Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), een Vogel- of Habitatrichtlijngebied en overig beschermd natuurgebied (Natura 2000). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 12,6 kilometer.

gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden.

gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

Het plangebied bevindt zich niet in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.

landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

Archeologie: Er zijn geen aanwijzingen gezien voor de aanwezigheid van archeologische resten. Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat het plangebied in een natte laagte heeft gelegen, waardoor het geen aantrekkelijke plek was voor bewoning. Op basis van het verkennend booronderzoek is deze verwachting bijgesteld naar laag. Naar verwachting zullen de plannen geen bedreiging vormen voor eventuele archeologische resten. Op basis van de resultaten adviseert Lycens het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen plannen. Er worden geen archeologische resten meer verwacht binnen het plangebied. Cultuurhistorie: De provincie Noord-Brabant heeft haar cultuurhistorisch erfgoed verwerkt in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Volgens deze kaart ligt het plangebied in regio ‘De Meijerij’. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Het plangebied is reeds bebouwd, door onderhavig initiatief worden de functies duidelijk gekaderd en ingepast in het landschap. Het initiatief zal daardoor de cultuurhistorische waarden van de regio niet belemmeren.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden.

donderdag 18 mei 2023

7

2 Effecten op milieu Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

Tabel 4

Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.)

Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.

Watergebied van internationale betekenis

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis.

Natuurnetwerk Nederland / Natuur-netwerk Brabant (NNB) (voormalige EHS)

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland. Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN.

Landschappelijk waardevol gebied

Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.

Waterwinlocaties. waterwingebieden, en grondwaterbeschermingsgebieden

Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.

Beschermd monument

In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.

Belvedère-gebied

Het plangebied betreft geen Belvedère-gebied.

2.4

Tabel 1

Kenmerken van het potentiële effect

Kenmerken van het potentiële effect

Criteria

Toets

Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)

Op de locatie zijn momenteel agrarisch gebouwen aanwezig welke worden geamoveerd om plaats te maken voor de woningbouw. Op de locatie worden maximaal 33 woningen gerealiseerd. De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt.

Grensoverschrijdende karakter van het effect

Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect.

Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Er is sprake van een woongebied. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

donderdag 18 mei 2023

8

3 Vormvrije m.e.r. –beoordeling Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

3

Vormvrije m.e.r. – beoordeling

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther’ geen milieueffectrapportage wordt vereist.

donderdag 18 mei 2023

9

3 Vormvrije m.e.r. –beoordeling Aanmeldingsnotitie Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl donderdag 18 mei 2023

T +31 (0)77 373 06 01

10

Bijlage 3 Quickscan flora en fauna

Bestemmingsplan "Brouwersstraat 2a, Heeswijk-Dinther" (vastgesteld)

25

Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther datum 27 juni 2022 projectnummer P05562 opdrachtgever Particulier BRO projectleider TAu opgesteld door RdM interne controle MvdS bron Kaft MvdS

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 10 10 10 10 11 11

5

Conclusie Aanbevelingen

12 12

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

13 14

maandag 27 juni 2022

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een seniorenwoningen aan de Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther, is door middel van een verkennend floraen faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 21 juni 2022 tussen 09.00 – 10.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 18°C, zonnig, met een oostenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

maandag 27 juni 2022

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen aan de zuidoost-zijde van de kern Heeswijk-Dinther, aan de Brouwersstraat. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Heeswijk-Dinther, sectie C, nummers 3317, 5309, 5310, 6513, 4796 en 2746 (deels). In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een veehouderij inclusief bedrijfswoning. De huidige bedrijfsbebouwing bestaat uit 3 opstallen ten behoeve van stalling van vee, bedrijfswerkzaamheden en opslag. Ook vindt er buitenopslag plaats in het meest zuidelijke deel van het perceel. Met het houden van vee is reeds gestopt.

Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Initiatienemer is voornemens de voormalige agrarische bedrijfslocatie te transformeren ten behoeve van (senioren)woningen en zorgappartementen voor dementerende ouderen. In totaal worden 11 (senioren)woningen gerealiseerd en 22 zorgappartementen. Deze woningen worden gesitueerd op het achterperceel van de bestaande woning aan de Brouwersstraat 2a. De (senioren)woningen en zorg-woningen zullen in een hofje worden gerealiseerd, waarbij de gebouwen richting het hof staan georiënteerd. De bedrijfswoning aan de straatzijde blijft in de huidige staat behouden. Deze is daarom ook niet beoordeeld op geschiktheid. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

maandag 27 juni 2022

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

Figuur 5: Grote opstal, waar voorheen runderen werden gehouden

Figuur 6: Grote opstal, waar voorheen runden werden gehouden

Figuur 4: Opstallen gezien vanuit het noorden

Figuur 7: Opstallen en grondwal gezin vanuit het zuidoosten

maandag 27 juni 2022

Figuur 8: Opstal voor stalling

Figuur 9: Gevels grote opstal

5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek”, bevindt zich op circa 12,6 kilometer afstand ten oosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden, waarbij een partiële vrijstelling geldt voor stikstofuitstoot tijdens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Daardoor hoeft in beginsel alleen voor de gebruiksfase een berekening te worden uitgevoerd; een berekening voor de aanlegfase kan achterwege blijven.

maandag 27 juni 2022

Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van 11 woningen en 22 zorgappartementen betreft, is een toename aan stikstofuitstoot gedurende de gebruiksfase te verwachten. Een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet uit te sluiten. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde, waardoor een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied is uitgesloten. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen.

Figuur 10: Ligging NNB (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 160 meter ten zuiden van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt en er geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

maandag 27 juni 2022

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

maandag 27 juni 2022

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot een aantal andere provincies, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

maandag 27 juni 2022

De grote opstal, waar voorheen runderen binnen gehouden werden, heeft een dak belegd met beplating. Hierdoor zijn er geen ruimten onder het dak aanwezig waarbinnen een soort als huismus of gierzwaluw tot broeden kan komen. Tussen de draagbalken zijn geen nesten aangetroffen en tevens ontbraken nauwe ruimten tussen de draagbalken en de golfplaten om in te broeden. De hogere gedeelten van gevels van de opstal bestaat uit golfplaten, de lagere uit baksteen. Hierbij zijn geen ruimten om binnen te nestelen aanwezig zijn. Een nestlocaties van huismus of gierzwaluw kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Beide kleinere opstallen hebben daken van golfplaten, waarbij dakbeschot ontbreekt. Tussen de draagbalken zijn geen nesten aangetroffen en tevens ontbraken nauwe ruimten tussen de draagbalken en de golfplaten om in te broeden. De gevels bestaan deze opstallen bestaan tevens uit golfplaten, waardoor er geen ruimten om binnen te nestelen aanwezig zijn. Een nestlocaties van huismus of gierzwaluw kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Binnen de opstallen zijn geen nesten, braakballen of krijtsporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een uilensoort. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil.

Wel kunnen binnen het plangebied mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning, boerenzwaluw en houtduif tot broeden komen. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten

geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, bosvleermuis en watervleermuis. Zowel bij de grote opstal als bij de twee kleinere opstallen zijn geen potentiele rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort aanwezig. De daken bestaan uit beplating en golfplaten, waardoor er geen nauwe ruimten onder de daken aanwezig zijn.

Daarnaast bestaan de gevels vrijwel volledig uit golfplaten, waardoor er geen spouw of achterliggende ruimten aanwezig zijn. Enkel bij de grotere opstal bestaat de lagere gedeelte van de gevel uit bakstenen. Ook hier zijn geen open stootvoegen of ander openingen naar ruimten in de spouw aanwezig. Er is daarnaast geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna Brouwersstraat 2a te Heeswijk-Dinther

groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Het gebouw bevat geen geschikte doorgangen naar potentiele verblijfplaatsen. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied.

Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, hermelijn, bunzing, steenmarter, eekhoorn, das, waterspitsmuis en bever voor. Gezien het relatief stenige habitat en het ontbreken van geschikt leefgebied, betreft het hier geen essentieel habitat voor de betreffende kleine marterachtigen. Er zijn geen holen of nesten binnen de stallen, in de grond of in

maandag 27 juni 2022

de bomen aangetroffen die zouden kunnen dienen als schuilof nestplaats voor de steenmarter. In en rond de bebouwing zijn geen sporen als uitwerpselen, knaag- en vraatsporen, nestmateriaal of prooiresten aangetroffen. Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn aangetroffen dan wel burchten, loop- of eetsporen, latrines of wissels die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van het plangebied door de das. Gezien het ontbreken van oppervlaktewater kan de aanwezigheid van waterspitsmuis en bever op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en muurhagedis.

De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde poelkikker, Alpenwatersalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing. Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e1624fc3-d3f8-46a5-a342-a9f15c58a855