Bijlagen toelichting - Bijlage 24 Passende beoordeling
Tekst van het document
Regionaal bedrijventerrein Heesch West Passende beoordeling bij ontwerpbestemmingsplan en aanvulling MER
projectnummer 419174.300 definitief revisie 00 25 mei 2021
Regionaal bedrijventerrein Heesch West Passende beoordeling bij ontwerpbestemmingsplan en aanvulling MER projectnummer 419174.300 definitief 25 mei 2021
Auteurs B. van Dijck
Opdrachtgever Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
datum vrijgave 25 mei 2021
beschrijving revisie 00 definitief
gecontroleerd B. van Dijck
vrijgave H.A.M van de Wetering
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Aanleiding en doel Passende beoordeling Leeswijzer
1 3 4
2
Toetsingskader Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming
5
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.4 2.5
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn Wet natuurbescherming Wettelijk kader stikstofdepositie Programma Aanpak Stikstof (PAS) Spoedwet Aanpak stikstof Verkeersbesluit 19 december 2019 Stikstofregistratiesysteem (SRSS) Wijziging Besluit natuurbescherming: stikstofreductie en natuurverbetering (ontwerp) Provinciale beleidsregels natuurbescherming
5 5 6 6 7 7 8 8 8
3
Voornemen: Regionaal bedrijventerrein Heesch West
9
4
Effectbepaling en –beoordeling (Voortoets)
11
4.1 4.2
Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden Toets aan mogelijke verstoringsfactoren (voortoets)
11 11
5
Stikstof
17
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
Stikstofeffect Heesch West Stikstofuitstoot bedrijven Heesch West Stikstofuitstoot verkeer Heesch West Stikstofuitstoot realisatiefase Stikstofdepositie Heesch West op Natura2000-gebieden Stikstofmotivatie Heesch West Verkleining stikstofuitstoot Heesch West Saldering met verdwijnende stikstofemissie aangekochte veehouderijen Borging geen toename stikstof in bestemmingsplan
17 17 19 20 21 21 21 22 25
6
Conclusie
27
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021 definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Voornemen: Regionaal bedrijventerrein Heesch West De Gemeenschappelijke Regeling Heesch West, een samenwerking van de gemeenten ’sHertogenbosch, Bernheze en Oss, is voornemens om binnen een plangebied van 170 ha aan de zuidzijde van de A59 tussen ’s-Hertogenbosch en Heesch een 80 ha (netto) groot regionaal bedrijventerrein en bijbehorende infrastructuur te realiseren. Dit in 2 fasen: fase 1 van 50 ha, en, mocht de behoefte aangetoond zijn, op termijn fase 2 van 30 ha. In een ambitieuze, toekomstgerichte ontwikkeling biedt Heesch West ruimte aan middelgrote tot zeer grootschalige bedrijven, die elders in de regio geen passende huisvesting (meer) vinden. In belangrijke mate zijn dit bedrijven die nu al een regionale binding hebben en zich binnen de regio willen doorontwikkelen. Onder andere zijn dit (zeer) grootschalige logistiek en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Ook biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers en topsectoren. . Naast het bedrijventerrein maken ook de ontsluiting en een ruime landschappelijke inpassing onderdeel uit van het bestemmingsplan. Bestemmingsplan en m.e.r. In het kader van de plan- en besluitvorming wordt een bestemmingsplan- en m.e.r. procedure doorlopen.
In juni 2019 een voorontwerpbestemmingsplan en milieueffectrapport (MER) gepubliceerd en ter inzage gelegd. Daarop zijn in de zomer en het najaar van 2019 inspraakreacties, vooroverleg-reacties en een toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage gegeven. Naar aanleiding van voortschrijdende inzichten, reacties en adviezen is het plan Heesch West geoptimaliseerd, zijn aanvullende milieuonderzoeken gedaan en wordt in juni 2021 een ontwerpbestemmingsplan en aanvullend milieueffectrapport gepubliceerd en ter inzage gelegd.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied in de regio.
Blad 1
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Figuur 1.2 Plangebied.
Blad 2 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
1.2
Aanleiding en doel Passende beoordeling Heesch West in relatie tot Natura2000-gebieden Heesch West ligt niet in of direct nabij Natura 2000-gebieden (figuur 1.1). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek ligt op circa 10 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is het eerste Natura 2000-gebied Rijntakken (op ca 11 km). Verder naar het westen ligt op ca. 20 km afstand het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen. Ten zuiden en ten oosten van het plangebied liggen de Natura 2000-gebieden op meer dan 30 km. Gezien de afstand kan voor de meeste mogelijke effecten op voorhand worden uitgesloten dat Heesch West een negatief effect heeft, bijvoorbeeld voor ruimtebeslag, versnippering, verdroging/vernatting, verstoring. Er blijven twee mogelijke aspecten over: verzuring/vermesting door toename van stikstof en oppervlakteverlies leef- foerageergebied van beschermde vogel- en vleermuissoorten, waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. In het kader van het voorontwerpbestemmingsplan en MER in 2019 is in een voortoets als onderdeel van een natuurtoets ingegaan op het stikstofeffect en effect op vogel- en vleermuissoorten waarvoor Natura 2000 zijn aangewezen. Het effect op vogels- en vleermuissoorten is gemotiveerd op voorhand uitgesloten.
Het stikstofeffect werd nog gemotiveerd vanuit de aanwijzing van Heesch West als prioritair gebied in het kader van het Programma Aanpak stikstof (PAS) en de passende beoordeling bij het PAS. Sinds de uitspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 is een stikstofmotivatie vanuit de passende beoordeling bij het PAS niet meer valide en moet het stikstofeffect van Heesch op een andere manier gemotiveerd worden. Omdat hiervoor mitigerende maatregelen en/of een ecologische beoordeling nodig is, volstaat een voortoets als onderdeel van de Natuurtoets niet meer en moet een passende beoordeling worden opgesteld.
11 km
10 km
20 km
Figuur 1.3 Ligging plangebied (globaal omkaderd) t.o.v. omliggende Natura-2000 gebieden Bron: AERIUS Calculator, 2021.
Blad 3 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
De passende beoordeling is de wettelijke plantoets die hoort bij plannen waarvan significante gevolgen op voorhand niet uitgesloten kunnen worden. Plantoets Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming Artikel 2.7, eerste lid, van de Wet natuurbescherming regelt de Natura 2000-plantoets. Artikel 2.7 lid 1 van de Wnb luidt als volgt: "Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2.8, met uitzondering van het negende lid." Op grond van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming maakt het bestuursorgaan voor een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, voordat het plan wordt vastgesteld, een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.
Een plan kan alleen worden vastgesteld als uit de passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast, dan wel indien wordt voldaan aan de zogenaamde 'ADC-toets' (ontstentenis van alternatieven, dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen). Het doel van de passende beoordeling is: • Het in beeld brengen van de risico’s op significante gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen en daarmee voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-netwerk als gevolg van Heesch West; • Beschrijven van mitigerende maatregelen die nodig zijn om significante gevolgen te voorkomen.
1.3
Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 gaat in op het toetsingskader; • Hoofdstuk 3 beschrijft het te toetsen voornemen; • In hoofdstuk 4 en 5 worden mogelijke effecten onderzocht en beoordeeld en worden eventueel benodigde oplossingsrichtingen, maatregelen en motivaties gegeven; Hierin in onderscheid gemaakt in eerste algemene analyse (voortoets) in hoofdstuk 4 en specifiek het effect van stikstoftoename in hoofdstuk 5. • De conclusies van de passende beoordeling zijn weergegeven in hoofdstuk 6. Achtergrondinformatie is in bijlagen opgenomen.
Blad 4 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2
Toetsingskader Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming
2.1
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn (1979) regelt de bescherming van leefgebieden van Europees bedreigde en kwetsbare vogelsoorten. Met de Europese Habitatrichtlijn (1992) worden Europese (half-) natuurlijke habitats en bedreigde en kwetsbare dier- (andere dan vogels) en plantensoorten beschermd. De Natura 2000-gebieden zijn de gebieden die zijn aangewezen als speciale beschermingszones (SBZ’s) in de EU Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Deze gebieden samen vormen het omvangrijke Europese netwerk Natura 2000. Het hoofddoel van Natura 2000 is het stoppen van de achteruitgang en de waarborging van de biodiversiteit in Europa. Twee Europese richtlijnen, de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG), voorzien in de bescherming van belangrijke Europese natuurwaarden. In dat kader zijn onder meer speciale gebieden aangewezen die beschermd moeten worden. Deze zogenaamde Vogel- en Habitatrichtlijngebieden vormen samen het Natura 2000-netwerk. De afzonderlijke gebieden worden ook wel Natura 2000-gebieden genoemd. Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.
De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren en voorkomen dat er storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen.
2.2
Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in de nationale Wet natuurbescherming (Wnb) overgenomen, in het onderdeel gebiedsbescherming. Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn belangrijke bepalingen overgenomen. Eén van die bepalingen is het afwegingskader, incl. compenserende maatregelen, zoals dat in artikel 6 van de Habitatrichtlijn staat. Het afwegingskader geeft aan op welke wijze besluitvorming plaats moet vinden voor plannen en projecten met mogelijke gevolgen voor beschermde natuurgebieden. De essentie van het beschermingsregime voor de Natura 2000-gebieden is dat de duurzame instandhouding van soorten en habitats binnen de Europese Unie wordt gewaarborgd. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudings-doelstellingen zijn vastgelegd in de (ontwerp-)aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. Centraal in de aanwijzingsbesluiten staan de instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van leefgebieden en natuurlijke habitats en populaties van in het wild levende plant- en diersoorten waarvoor het betreffende gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen vormen de specifieke doelstellingen die in een gebied gelden en die de basis vormen voor een toetsing aan de kaders van de Wet natuurbescherming.
Instandhoudingsdoelstellingen zijn gericht op het in gunstige staat van instandhouding brengen of houden van habitattypen en soorten. In de beheerplannen die voor elk Natura 2000-gebied worden opgesteld, wordt aangegeven hoe de beheerders deze doelen realiseren.
Blad 5 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Bij het toetsen aan de instandhoudingsdoelen dient rekening te worden houden met “externe werking”. Dat wil zeggen dat niet alleen moet worden gelet op activiteiten binnen een Natura 2000gebied, maar ook op activiteiten die buiten de grenzen van het betreffende Natura 2000-gebied worden uitgevoerd en een mogelijk effect hebben op Natura 2000-gebieden. De wet natuurbescherming kent twee separate toetsingen voor ontwikkelingen. Een projecttoets en een plantoets. Projecttoets De natuurvergunning is geregeld in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). Een natuurvergunning voor een project is vereist, indien significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten (projecttoets). Gedeputeerde staten verlenen uitsluitend een natuurvergunning op basis van een passende beoordeling, indien daaruit de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden niet aantast (zie artikel 2.8, derde lid Wnb). Plantoets Uit de Wet natuurbescherming (artikel 2.7, eerste lid en artikel 2.8, eerste en derde lid, van de Wnb) volgt kort samengevat dat een bestemmingsplan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend mag worden vastgesteld, indien een passende beoordeling wordt doorlopen.
In een voortoets wordt beoordeeld of het plan ‘significante gevolgen kan hebben’ en daarmee of een passende beoordeling nodig is. Omdat significante gevolgen als gevolg van het bestemmingsplan in dit geval vanwege stikstof niet op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege stikstofdepositie-effecten is de voorliggende toets opgesteld in de vorm van een passende beoordeling. Het referentiekader voor de toetsing wordt gevormd door de instandhoudings-doelen voor de habitats en soorten waarvoor de Natura 2000gebieden zijn aangewezen.
2.3
Wettelijk kader stikstofdepositie
2.3.1
Programma Aanpak Stikstof (PAS) Tot mei 2019 was voor stikstofdepositie het Programma Aanpak Stikstof (PAS) van toepassing. Naar aanleiding van de uitspraak van het Hof besloot de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 dat het PAS niet mag worden gebruikt als basis voor vergunningverlening. De Afdeling stelt dat de huidige motivering niet de wetenschappelijke zekerheid biedt dat er geen schadelijke gevolgen zijn voor de natuur. Toestemming voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor Natura 2000-gebieden - vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden - mag daarom vooraf niet meer worden gegeven. Dit kan consequenties hebben voor concrete vervolgbesluiten die in potentie kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie en daardoor mogelijk significant negatieve effecten voor Natura 2000gebieden tot gevolg hebben. Met deze uitspraak zijn ook Bijlage 2 van het PAS, artikel 2 van het (vervallen) Besluit grenswaarden en artikel 2.12 van het Besluit natuurbescherming onverbindend verklaard.
Blad 6 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.3.2
Spoedwet Aanpak stikstof De Spoedwet Aanpak Stikstof is verschenen in het Staatsblad (Staatsblad 2019, 517) van 30-12-2019 en treedt in werking bij KB. In het Staatsblad (Staatsblad 2019, 518) is dit KB opgenomen. De Spoedwet aanpak stikstof, met uitzondering van artikel IX (heeft betrekking op Omgevings-wet) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2020. De Spoedwet aanpak stikstof voorziet in aanvullende instrumenten om de stik-stofproblematiek aan te pakken en moet nieuwe activiteiten met stikstofdepositie mogelijk maken. De Spoedwet voorziet in een permanente wijziging van onder andere de Wet natuurbescherming (Wnb), onder andere: • de vergunningplicht voor andere handelingen vervalt. • de Wnb bepaalt niet langer dat ook een vergunning nodig is indien een project de kwaliteit van de natuur kan verslechteren of daarop een significant verstorend effect kan hebben (gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied). Het nieuwe artikel bepaalt eenvoudigweg dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. • De Wnb maakt het mogelijk om categorieën van projecten aan te wijzen die significante gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied maar niet vergunningplichtig zijn op grond van de Wnb als aan nadere regels is voldaan.
De aanwijzing van die categorieën en het stellen van nadere regels gebeurt bij ministeriële regeling of bij provinciale verordening. Hiermee kunnen drempel-waardes worden ingevoerd. Bij het opstellen van dit rapport zijn nog geen drempelwaardes vastgesteld. • De Wnb heeft een nieuw artikel; artikel 5.5a. Dat artikel voorziet erin dat projecten die significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden toch toestemming krijgen als zij stikstof-depositieruimte hebben gekregen. In het stikstofregistratiesysteem wordt stikstofdepositieruimte opgenomen die ontstaat als gevolg van een daling van stikstofdepositie door aanvullende bronmaatregelen. De stikstofdepositieruimte kan vervolgens aan nieuwe activiteiten worden toegedeeld, zodat aan die nieuwe activiteiten toestemming kan worden verleend. Het instellen van een dergelijk stikstofregistratiesysteem kan alleen bij ministeriële regeling. Bij het opstellen van dit rapport is een dergelijk stik-stofregistratiesysteem ingesteld voorlopig alleen voor woningbouwprojecten en enkele MIRT-projecten.
2.3.3
Verkeersbesluit 19 december 2019 Met het verkeersbesluit van 19 december 2019 is invulling gegeven aan het kabinetsbesluit “het doorvoeren van een snelheidsverlaging overdag op autosnelwegen. De maximumsnelheid wordt overdag (van 6:00 - 19:00 uur) op alle autosnelwegen verlaagd naar 100 km per uur. Voor de wegen waar nu een maximumsnelheid van 120 of 130 km per uur geldt, blijft deze maximumsnelheid gelden in de avond en nacht (19:00 - 6:00 uur).” Per 16 maart is de snelheids-verlaging van kracht geworden.
Blad 7 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
2.3.4
Stikstofregistratiesysteem (SRSS) Vanaf 23 maart 2020 kan een natuurvergunning worden aangevraagd op basis van het stikstofregistratiesysteem. Dit geldt in eerste instantie voor de woningbouwprojecten en zeven MIRT-projecten. Het stikstofregistratiesysteem is wettelijk verankerd in hoofdstuk 2 van de Regeling natuurbescherming. Enkel voor projecten kan aanspraak gemaakt worden op stikstofruimte uit het SRSS. Voor plannen is dit niet mogelijk. Voorwaarde voor het systeem is dat er eerst stikstofruimte is gecreëerd door maatregelen die de stikstofneerslag verminderen. Het stikstofregistratiesysteem is gevuld met de afname van de stikstofdepositie door de snelheidsverlaging. De verlaging overdag van de maximumsnelheid op autosnelwegen naar 100 km/uur is de maatregel die het snelst stikstofruimte oplevert. Vervolgens wordt een deel van die ruimte (maximaal 70%) besteed aan ruimtelijke ontwikkelingen. De overige 30% valt toe aan de reductie van stikstof en daarmee aan natuur. Het registratiesysteem zorgt er voor dat voor ieder Natura 2000- gebied in beeld komt welke beschikbare depositieruimte verdeeld kan worden bij de vergunningverlening, in eerste instantie voor woningbouw en een beperkt aantal grote wegenprojecten.
Met het stikstofregistratiesysteem is er aan de ene kant een afname van stikstofdepositie (door de snelheidsverlaging), waarvan de ruimte wordt opgespaard in een ‘spaarpot’, het SRSS. De toename van stikstofdepositie op natuur (door een project) wordt vervolgens gemitigeerd door middel van afboeking van stikstofruimte uit het SRSS.
2.4
Wijziging Besluit natuurbescherming: stikstofreductie en natuurverbetering (ontwerp) Het Rijk bereid momenteel (voorjaar 2021) een wijziging voor van het Besluit Natuurbescherming (inmiddels aangenomen in de Eerste Kamer). In deze wijziging wordt een (landelijke) doelstelling (omgevingswaarde) opgenomen voor reductie van de stikstofdepositie in 2030.. Om deze stikstofreductie te bereiken wordt een programma “stikstofreductie en natuurverbetering” opgesteld voor het verminderen van de depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden om te voldoen aan de omgevingswaarde en voor het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor de habitats. In de wijziging wordt een vrijstelling opgenomen voor bouwactiviteiten: De gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, tweede lid (lees: vergunningsplicht).
2.5
Provinciale beleidsregels natuurbescherming De provinciale beleidsregels natuurbescherming zien op het verlenen van een natuurvergunning door GS (projecttoets). Hierin zijn onder andere voorwaarden opgenomen voor intern en extern salderen. De beleidsregels zijn van toepassing op vergunningverlening door GS, niet op de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad.
Blad 8 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
3
Voornemen: Regionaal bedrijventerrein Heesch West Regionaal Bedrijventerrein Heesch West wordt een 50 tot maximaal 80 ha (netto uitgeefbaar) groot bedrijventerrein. Dit binnen een bestemmingsgebied van circa 170 ha direct ten zuiden van de A59 ten westen van de kern Heesch. In het bestemmingsplan wordt 50 hectare (netto uitgeefbaar) bedrijventerrein rechtstreeks mogelijk gemaakt. In een 2e fase wordt ruimte geboden voor nog 30 hectare (netto uitgeefbaar). De 2e fase wordt pas uitgegeven als de behoefte hiervoor aangetoond is. In de periode voor uitgifte blijft de 2e fase agrarisch met de mogelijkheid de ruimte in te zetten voor duurzame energie (zonnepark). Naast het bedrijventerrein maken ook de ontsluiting en een ruime landschappelijke inpassing onderdeel uit van het bestemmingsplan. Regionaal Bedrijventerrein Heesch West gaat zich met name richten op bedrijven die veel ruimte nodig hebben, zoals (zeer) grootschalige logistiek, en bedrijvigheid op het gebied van innovatieve concepten in de bouw, circulaire economie en duurzame energieoplossingen. Daarnaast biedt het terrein ruimte voor regionale verplaatsers. Bestaande woningen op het bedrijventerrein verdwijnen, woningen direct langs het bedrijventerrein blijven, als milieutechnisch mogelijk, behouden. Bestaande groenstructuren / bomen blijven zoveel als mogelijk behouden.
Een deel moet echter verdwijnen om grootschalige verkaveling en flexibiliteit hierin te creëren. Het bedrijventerrein wordt ontsloten aan de noordzijde. Hiervoor wordt de bestaande Bosschebaan opgewaardeerd. De Bosschebaan sluit aan op de bestaande aansluitingen op de A59 bij Nuland en bij Heesch. Het bedrijventerrein kent een hoge duurzaamheidsambitie. Er wordt daarom om het bedrijventerrein veel ruimte gereserveerd voor robuuste landschappelijke groenzones: • centraal oost-west lopen door het bedrijventerrein; • aan de west- en zuidwestzijde; • langs de interne ontsluiting op het bedrijventerrein. In deze robuuste landschappelijke groenzones is ook ruimte voor andere functies en opgaven op het bedrijventerrein, o.a. waterberging en energie (zonneparken). De robuuste landschappelijke groenzones worden zo ingericht dat ze ecologische meerwaarde hebben, niet alleen voor mitigatie van negatieve effecten op bestaande ecologische waarden, maar ook meerwaarde voor nieuwe soorten. In Figuur 3.1 is het beoogde stedenbouwkundige ontwerp voor Heesch West opgenomen. Voor een uitgebreide(re) beschrijving van Heesch West wordt verwezen naar het bestemmingsplan.
Blad 9 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Zonnepark Achterste Groes (autonoom)
Cereslaan-West (autonoom)
Heesch-west
Ontsluiting oost Ontsluiting west 1e fase 50 ha netto 2e fase
Groene Parksingels inprikker
Zonnepark Achterste Groes (autonoom)
Centrale parkzone
Westelijke parkzone
Tijdelijk Zonnepark
Zuidwestelijke parkzone
Figuur 3.1 Impressie mogelijke invulling regionaal bedrijventerrein (bron: Gemeenschappelijke regeling, 2021)
Blad 10 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
4
Effectbepaling en –beoordeling (Voortoets)
4.1
Bepalen van de potentiële effecten die kunnen optreden In de volgende paragraaf is voor Natura 2000-gebieden beschreven welke storingsfactoren relevant zijn voor de effectbepaling van Heesch West. In Bijlage 2 zijn de definities van de verschillende storingsfactoren opgenomen. Storingsfactoren kunnen een direct effect hebben op gebieden met een belangrijke natuurwaarden en/of op soorten of leefgebieden van die soorten. Daarnaast kunnen indirect effecten ontstaan (bijvoorbeeld verandering van de milieucondities), waardoor de leefomstandigheden verslechteren. De effectenindicator1 van het Rijk (toepasbaar voor alle natuurwaarden) geeft aan welke storingsfactoren kunnen ontstaan als gevolg van de inrichting van een bedrijventerrein in combinatie met (mogelijke) verkeersaantrekkende werking. De volgende factoren worden aangegeven: • Oppervlakteverlies; • Versnippering; • Vermesting en verzuring via atmosferische depositie; • Verdroging; • Verontreiniging; • Verstoring door geluid, licht, trilling; • Optische verstoring; • Verstoring door mechanische effecten. Van overige storingsfactoren zijn effecten op voorhand uitgesloten. Het betreft hier factoren zoals verandering in populatiedynamiek, verzoeting/verzilting, verandering van stroomsnelheid etc. Deze factoren zijn niet aan de orde bij voorliggend voornemen en komen derhalve niet meer aan bod bij onderstaande analyses.
4.2
Toets aan mogelijke verstoringsfactoren (voortoets) Onderstaand is per storingsfactor (volgens de volgorde zoals hierboven is opgesomd) uitgezocht of deze in relatie tot het Bestemmingsplan Bedrijventerrein Heesch West relevant voor Natura 2000 is. In bijlage 3 is de gevoeligheid van de instandhoudingsdoelen van het meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden voor diverse storingsfactoren weergegeven. Oppervlakteverlies De ontwikkeling van het bedrijventerrein vindt binnen de plangrens van het bestemmingsplan plaats. Er zijn geen ingrepen die in één van de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. De ingrepen leggen derhalve geen beslag op oppervlak Natura 2000-gebied en daarmee ook niet op oppervlak beschermd habitat of een leefgebied van een typische soort voor dit habitattype. Het plangebied verliest de functie als potentieel foerageergebied voor vogelsoorten die binnen het Natura 2000-gebied Rijntakken verblijven én die een afhankelijkheidsrelatie kunnen hebben met het plangebied. Dit geldt dan voor vogels waarvoor de Rijntakken een broedfunctie (bv. kolonies) heeft, maar die ook foerageren op gronden die buiten het Natura 2000-gebied zijn gelegen. Bovendien kan er alleen sprake zijn van een afhankelijkheidsrelatie als de soort grotere afstanden aflegt om te foerageren. Van soorten die op geringe afstand van het Natura 2000-gebied foerageren, is een 1
Via: Rijksoverheid.nl/Natura2000/effectenindicator
Blad 11 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
afhankelijkheidsrelatie uitgesloten gezien de ligging/afstand van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied. Voor (niet-)broedvogels waarvoor in het Natura 2000-gebied Rijntakken instandhoudingsdoelen gelden (respectievelijk tabel 4.1 en tabel 4.2), is nagegaan of deze soorten een relatie kunnen hebben met het plangebied. De onderbouwing van de foerageerafstand is gebaseerd op een overzicht van de maximale foerageerafstanden (in km) voor 97 Nederlandse vogelrichtlijnsoorten in en buiten het broedseizoen (Roland van der Vliet, Wim Heijligers en Joost Tilborghs, 2011, Toets online 04 11). Indien een soort in dit onderzoek niet als gebiedsgebonden is beschouwd, dan is de maximale foerageerafstand op basis van literatuurbronnen – indien beschikbaar – bepaald. Tabel 4.1. Uiteenzetting relatie broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied. Broedvogels Rijntakken Dodaars Aalscholver
Foerageerafstand
Mogelijk effect door bedrijventerrein?
Gebiedsgebonden
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.
Woudaap
70 km in het broedseizoen (van Dam et al. 1995) 0,4 km (van der Hut, 2001) Gebiedsgebonden
Porseleinhoen
Gebiedsgebonden
Neen, komt niet voor in het plangebied.
Kwartelkoning
Gebiedsgebonden
Neen, komt niet voor in het plangebied.
Watersnip
Gebiedsgebonden
Zwarte Stern
Onbekend
IJsvogel
Gebiedsgebonden
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, foerageergebied (oppervlaktewater) ligt buiten het plangebied . Neen, geen afhankelijkheidsrelatie.
Oeverzwaluw Blauwborst
6 km (Turner & Rose 1989) Gebiedsgebonden
Grote Karekiet
Gebiedsgebonden
Roerdomp
Tabel 4.2
Foerageerafstand
Aalscholver
20 km buiten het broedseizoen (van der Hut et al. 2007) n.v.t.
Kleine Zwaan Wilde Zwaan Toendrarietgans Kolgans Grauwe Gans
Bergeend Smient
Krakeend
Neen, komt niet voor in het plangebied.
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie (plangebied ligt te ver weg). Neen, niet foeragerend vanuit Natura 2000-gebied. Neen, komt niet voor in het plangebied.
Uiteenzetting relatie niet-broedvogels Natura 2000-gebied Rijntakken met plangebied.
Niet-broedvogels Rijntakken Fuut
Brandgans
Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. (plangebied ligt te ver weg).
Gebiedsgebonden
Mogelijk effect door bedrijventerrein? Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Neen, gebruiken open water om te foerageren, oppervlaktewater ligt buiten het plangebied, plangebied vormt geen barrière tussen oppervlaktewater en Natura 2000-gebied.
Neen, komt niet voor in omgeving plangebied 10 km (Robinson et Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied is te ver weg. al. 2004) Onbekend 1) Ja, geschikt foerageergebied 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageergebied 2009) 30 km (Nolet et al. Ja, geschikt foerageerbied 2009) 3 km Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. 11 km (Boudewijn Neen, plangebied ligt op de rand van het foerageerbereik voor het meest et al. 2009) nabij gelegen deel van het Natura 2000-gebied en voor het grootste gedeelte van het Natura 2000-gebied te ver weg 5 km (Guillemain et Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, plangebied te ver weg al. 2008)
Blad 12 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Niet-broedvogels Rijntakken Wintertaling Wilde eend Pijlstaart Slobeend Tafeleend
Foerageerafstand
9 km (Guillemain et Neen, plangebied ligt te ver. Bovendien is het plangebied geen geschikt al. 2008) foerageergebied. 26 km (Davis 2007) Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. n.v.t. Neen, komt niet voor in het plangebied, bovendien geen geschikt foerageergebied in de omgeving. 1 km (van der Hut Neen, geen afhankelijkheidsrelatie, bovendien geen geschikt et al. 2007) foerageergebied.
Nonnetje
15 km (Boudewijn & Kuijpers 1985; Boudewijn 1989) 15 km (de Leeuw 1997) Onbekend
Meerkoet
Gebiedsgebonden
Scholekster
Kievit
15 km (van der Hut et al. 2007) 15 km (Gillings et al. 2005) Onbekend 1)
Kemphaan
n.v.t.
Grutto
Onbekend 1)
Wulp
20 km 2)
Kuifeend
Goudplevier
Tureluur 1)
2)
Mogelijk effect door bedrijventerrein?
Neen, geen geschikt foerageergebied. Neen, plangebied en omgeving is geen geschikt foerageergebied. Neen, plangebied geen geschikt foerageergebied. Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen, geen geschikt foerageergebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen, komt niet voor in het plangebied. Volgens het Natura 2000-beheerplan geen duidelijke afhankelijkheidsrelatie met binnendijks agrarisch gebied. Neen (de wulp is als broedvogel aanwezig in het plangebied, dus geen afhankelijkheidsrelatie omdat het Natura 2000-gebied is aangewezen voor de wulp als niet-broedvogels.
2 km (van der Hut Neen, geen afhankelijkheidsrelatie. et al. 2007) De wetenschappelijke onderbouwing van de foerageerafstand van de toendrarietgans, kievit en grutto is niet te geven. In het bovengenoemd artikel is aangegeven dat voor deze soorten geen data over foerageerafstanden voorhanden zijn. Daarom is er in de verslechteringstoets “worst case” vanuit gegaan dat de foerageerafstand voldoende groot is en het projectgebied tot het foerageergebied kan behoren, indien in het beheerplan is aangegeven dat een ecologisch relatie met binnendijkse gebieden niet te verwachten is. Het genoemde artikel gaat uit van 15 km (van der Hut et al, 2007). Echter, in andere onderzoeken is een afstand tussen foerageergebieden van wulpen en slaapplaatsen van 20 km aangehouden (Gerritsen & Van Brederode 1981 in Bureau Waardenburg, 2016).
Conclusie uit tabel 4.1 is dat er geen sprake is van enige afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor de meest niet-broedvogels (zie tabel 4.2). Een negatief effect op de broed- en de meeste niet-broedvogels (Fuut, Aalscholver, Kleine Zwaan, Wilde Zwaan, Bergeend, Smient, Krakeend, Wintertaling, Wilde eend, Pijlstaart, Slobeend, Tafeleend, Kuifeend, Nonnetje, Meerkoet, Scholekster, Goudplevier, Kievit, Kemphaan, Grutto, Wulp en Tureluur) is uit te sluiten. Uit tabel 4.2 blijkt dat er voor enkele vogelsoorten (toendrarietgans, kolgans, grauwe gans en brandgans) sprake is van een mogelijke afhankelijkheidsrelatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Rijntakken voor wat betreft de niet-broedvogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Het ruimtebeslag is echter zeer beperkt ten opzichte van het totaal beschikbare oppervlak foerageergebied in de omgeving van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Dit zal dan ook niet leiden tot een wezenlijke afname van de hoeveelheid beschikbaar foerageergebied en de populatieomvang van de ganzen in het Natura 2000-gebied Rijntakken. Bovendien is voor de ganzen in het Natura 2000-beheerplan aangegeven dat de gestelde doelstellingen in de periode 2007-2013
Blad 13 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
voor de ganzensoorten (ruimschoots) gehaald zijn. Ten aanzien van de grasetende soorten (ganzen en smient) is in het definitieve beheerplan aangegeven dat ten tijde van de vaststelling van het beheerplan voldoende gras beschikbaar is binnen Rijntakken beschikbaar (SOVON, 2016 in Provincie Gelderland, 2018b). Negatieve effecten op deze ganzensoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door ruimtebeslag op soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. De habitatsoorten waarvoor het Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek is aangewezen zijn gebiedsgebonden. Er is voor deze habitatsoorten geen ecologische relatie tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied. Dit geldt ook voor de meest habitatsoorten waarvoor het Natura 2000gebied Rijntakken is aangewezen. De meervleermuis – ook een habitatsoort waarvoor het Natura 2000-gebied Rijntakken is aangewezen - heeft een groot leefgebied. Deze soort kan 10 tot 20 km van de verblijfplaats foerageren.
Bovendien is de meervleermuis een middellange- tot lange afstandstrekker, waarbij verplaatsingen van 200 à 300 km tussen zomer- en winterverblijf bekend zijn. Echter, het plangebied vormt geen geschikt jachtgebied voor deze soort. Goede jachtgebieden voor de soort zijn niet vervuilde, wel voedselrijke, maar niet vermeste grotere open wateren (Bron: profieldocument habitatrichtlijnsoort meervleermuis, 2008). Het gebied betreft ook geen geschikte trekroute. Het merendeel van de migratiewaarnemingen worden gedaan langs grotere waterwegen. Meervleermuizen volgen voornamelijk de grote rivieren (Haarsma, 2011). De meervleermuis is ook niet waargenomen in het vleermuizenonderzoek. Daaruit wordt geconcludeerd dat het plangebied geen functie heeft voor de populatie meervleermuizen. Voor de meervleermuis kunnen daarom negatieve effecten op het instandhoudingsdoel op voorhand uitgesloten worden. Versnippering In de Natura 2000-gebieden vinden geen ingrepen plaats die een versnipperende werking hebben op de Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten door versnippering zijn uit te sluiten.
Vermesting en verzuring via atmosferische depositie (stikstofdepositie) Aan de bronzijde kan stikstofemissie uit het verkeer van en naar het bedrijventerrein en als gevolg van industriële activiteiten tot een potentieel verzurend en vermestend effect in natuurgebieden leiden; aan de zijde van de natuurgebieden is het vooral de aanwezigheid van voor stikstof gevoelige habitattypen en eventueel soorten die bepalen of een natuurgebied gevoelig is voor stikstofdepositie. Regionaal bedrijventerrein Heesch West ligt op grote afstand (zie Figuur 1.1) van Natura 2000-gebieden. Het bedrijventerrein wordt aardgasvrij en zal energie-positief zijn. Daarnaast verdwijnt het huidige agrarische gebruik (beweiden en bemesten) in het plangebied. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator is berekend wat de bijdrage van de voorgenomen ontwikkeling aan de stikstofdepositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden. Hieruit komt naar voren dat er een toename aan stikstofdepositie is op gevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor de Natura 2000-gebieden in de invloedsfeer van het bedrijventerrein zijn aangewezen. Negatieve gevolgen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van deze Natura 2000-gebieden als gevolg van een toename aan stikstofdepositie, zijn dan ook niet uit te sluiten (zie verder Hoofdstuk 5).
Blad 14 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Verdroging Er kan als gevolg van de aanleg van een nieuw bedrijventerrein een verandering in de hydrologische situatie ontstaan (door bijv. verdiepte aanleg funderingen of toename aan verharding). Verdroging ontstaat door lagere grondwaterstanden en/of afnemende kwel waardoor de actuele grondwaterstand lager is dan gewenst of benodigd voor het instandhouden van habitattypen of leefgebied van soorten. De ontwikkelingsmogelijkheden in het kader van het bestemmingsplan bevinden zich op grotere afstand van de Natura 2000-gebieden. Gezien deze afstand leidt het bestemmingsplan niet tot een toename van verdroging. Deze storingsfactor is daarom niet relevant bij de beoordeling van effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen door verdroging kunnen uitgesloten worden. Verontreiniging Verontreiniging treedt op als er verhoogde concentraties van stoffen in een gebied voorkomen, die onder natuurlijke omstandigheden niet of in zeer lage concentraties aanwezig zijn. Alle instandhoudingsdoelen zijn gevoelig voor verontreiniging. Zowel de aanleg als het gebruik van het bedrijventerrein leidt niet tot een verontreiniging in Natura 2000-gebieden. Nieuwe ontwikkelingen moeten aan alle milieuhygiënische regels voldoen waardoor verontreiniging van Natura 2000gebieden uit te sluiten is.
Verstoring door geluid, licht, trillingen De voornaamste geluidbron in en nabij het plangebied is de A59. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kan door verschillende bronnen licht- en geluidhinder ontstaan. Het (vracht)verkeer en het bouwterrein zelf zullen gebruik maken van verlichting en geluid produceren. In de gebruiksfase leidt een nieuw bedrijventerrein tot een toename van licht en geluid door (vracht)verkeer, bedrijfsbronnen, verlichting openbare ruimte en parkeerplaatsen. Gezien de effectafstanden voor geluid en licht maximaal enkele honderden meters bedragen en de afstand ten opzichte van de Natura 2000-gebieden veel groter is, draagt het plan niet bij aan het geluid- of lichtniveau in het Natura 2000-gebied. Negatieve effecten door geluid- en lichtverstoring zijn uit te sluiten. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door verstoring ter plekke van het plangebied op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten.
Er is sprake van verstoring door trillingen in bodem en water in het Natura 2000-gebied als dergelijke trillingen door menselijke activiteiten worden veroorzaakt, zoals bij boren, heien, etc. Tijdens de aanleg van het bedrijventerrein kunnen door verschillende bronnen trillingen ontstaan. Het heien van de fundering en het bouwverkeer kunnen trillingen veroorzaken. Gezien de tijdelijkheid van de werkzaamheden is de verstoring door trillingen als gevolg van de aanlegfase beperkt. In de gebruiksfase kan vrachtverkeer trillingen veroorzaken, met name op oneffen wegdekken, overgangen in het wegdek en bij optrekken en afremmen. Vrachtverkeer komt met name voor op de A59 en de Bosschebaan. Op het bedrijventerrein wordt bedrijvigheid op het gebied van circulaire economie, energie en nieuwe concepten in de bouw toegestaan. Deze vormen van bedrijvigheid maken gebruik van machines die trillingsoverlast kunnen veroorzaken in hun directe omgeving. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden en het tijdelijke aspect van de aanlegfase zijn effecten op Natura 2000-gebieden door trillingen uitgesloten.
Blad 15 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Optische verstoring Optische verstoring betreft verstoring door de aanwezigheid en/of beweging van mensen dan wel voorwerpen die niet thuishoren in het natuurlijke systeem. De werkzaamheden in het plangebied en de mensen en aanwezige bebouwing in het plangebied tijdens de gebruiksfase leiden niet tot een optische verstoring, gezien de grote afstand, zodat een verstorend effect op Natura 2000-gebieden uit te sluiten is. De typische vogel- en zoogdiersoorten die mede de kwaliteit van de habitattypen in de Natura 2000-gebied Rijntakken en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek zijn voor hun leefgebied niet afhankelijk van het plangebied. Negatieve effecten door optische verstoring op typische soorten en daarmee op de kwaliteit van de habitattypen waarvoor de Natura 2000gebieden zijn aangewezen, is daarmee op voorhand met zekerheid uit te sluiten. Verstoring door mechanische effecten Onder mechanische effecten vallen verstoring door betreding, golfslag, luchtwervelingen en dergelijke, die optreden ten gevolge van menselijke activiteit. Om dit soort effecten te krijgen moeten activiteiten in de Natura 2000-gebieden plaatsvinden. Dat is bij dit plan niet het geval. Het bestemmingsplan biedt nieuwe werkmogelijkheden. Dit leidt niet tot een toename van bezoekers (recreanten) aan de Natura 2000-gebieden.
Negatieve effecten als gevolg van mechanische verstoring zijn daarom uit te sluiten. Conclusie Andere negatieve effecten dan stikstofdepositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en ‘Rijntakken’ zijn uit te sluiten. Daarmee zijn deze negatieve effecten ook op de verder weg gelegen Natura 2000-gebieden uit te sluiten. In tabel 4.3 is inzichtelijk gemaakt dat alleen stikstofdepositie relevant is voor nader onderzoek. Voor de overige aspecten is het planeffect te verwaarlozen en daarmee is een cumulatie-onderzoek niet aan de orde. Dan leidt cumulatieonderzoek tot het opsommen van effecten van andere projecten waar niets aan toegevoegd wordt. Effecten zijn op voorhand uit te sluiten waardoor ‘Natura 2000’ niet nader toegelicht wordt in de effectbeoordeling. Ten aanzien van negatieve effecten als het gevolg van toename door stikstofdepositie wordt ingegaan in hoofdstuk 5. Tabel 4.3. Selectie relevante storingsfactoren Natura 2000. Potentiële storingsfactor Relevant Oppervlakteverlies Versnippering
✓
Verzuring en verzuring via de lucht (stikstofdepositie) Verontreiniging
Potentiële storingsfactor Verdroging Verstoring geluid, licht en trillingen Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten
✓ = relevant, omdat significant negatief effect niet met zekerheid uit te sluiten is = niet-relevant, geen sprake van een verslechtering of significante verstoring
Blad 16 van 44
Relevant
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
5
Stikstof
5.1
Stikstofeffect Heesch West
5.1.1
Stikstofuitstoot bedrijven Heesch West Heesch West biedt ruimte aan 80 ha (netto) bedrijventerrein. Er is in de stikstofberekeningen en motivatie geen onderscheid gemaakt in fase 1 (50 ha) en fase 2 (30 ha), omdat het bestemmingsplan beoogd een motivatie te geven voor het totaal (80 ha). Omdat nog niet bekend is welke bedrijven zich gaan vestigen op Heesch West, is het stikstof-effect berekend aan de hand van kengetallen voor stikstofemissie per milieucategorie. Dit is een gangbare en geaccepteerde methodiek om op bestemmingsplanniveau het stikstofeffect van een bedrijventerrein, waarvan nog niet bekend is welke bedrijven er komen, te berekenen. Voor de oppervlaktes per milieucategorie is de inwaartse zonering zoals vastgelegd in het bestemmingsplan gehanteerd (figuur 5.1). Dit is voor de zwaardere milieucategorieën (4 en 5) een maximale (worst-case) inschatting.
Oppervlaktes (ha) Categorie 3 Categorie 4 Categorie 5 Totaal
Noordelijke 4 blokken 1,0 58,1 5,9 65
Zuidelijk blok 3,4 11,6 0 15
Totaal 4,4 69,7 5,9 80
Figuur 5.1 Oppervlaktes worst case per milieucategorie op basis van inwaartse zonering
Tabel 5.1 geeft de gehanteerde emissie per milieucategorie, uitgesplitst naar stikstofoxiden (NOx, afkomstig van productieprocessen, verwarming en verkeer) en ammoniak (NH3, afkomstig van verkeer en overige bedrijfsprocessen). Deze kengetallen zijn bepaald aan de hand van bekende emissies van bedrijven in de milieucategorieën (CBS). Om te komen tot voor het onderzoek bruikbare emissiekentallen per milieucategorie, is uitgegaan van de totale emissie van NOx en PM10 in Nederland zoals opgenomen in de databank van het CBS voor het jaar 2008 als gevolg van (industriële) bedrijfsactiviteiten en mobiele bronnen. Op basis van deze gegevens is vervolgens een emissie-aandeel per milieucategorie bepaald. Ook is bekend (op basis van de jaarlijkse inventarisatie van bedrijventerreinen) wat het totale oppervlak aan
Blad 17 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
bedrijventerreinen is in Nederland in 2008. Door deze laatste gegevens te combineren met de emissie-aandelen per milieucategorie wordt aldus per stof en per milieucategorie een emissiekental, uitgedrukt in kilogram per hectare per jaar verkregen. De hierboven omschreven methode om te komen tot emissies voor in de toekomst nog te vestigen bedrijven is om een aantal redenen 'worst case' te noemen. Zo zitten bijvoorbeeld de emissies van bedrijven die niet op een bedrijventerrein zijn gelegen wel in de totale emissie voor heel Nederland waarvan is uitgegaan (de gegevens van het CBS) en niet in de gehanteerde oppervlakte van bedrijventerreinen. Verder wordt er in dit onderzoek van uitgegaan dat zich in de deelgebieden waar categorie 3-, 4- of 5-bedrijven zijn toegestaan uitsluitend bedrijven uit die categorie zullen vestigen. In de praktijk zullen zich in deze deelgebieden ook bedrijven vestigen uit een lagere milieucategorie. De daadwerkelijke emissies zullen in die gemengde situaties dan ook (veel) lager zijn dan de in dit onderzoek gehanteerde emissies. Tot slot is er in het onderzoek geen rekening mee gehouden dat de emissies per bedrijf door de verhoogde aandacht voor het aspect luchtkwaliteit en de steeds strenger wordende emissie-eisen steeds verder zullen dalen.
Het per bedrijf beperken van de emissies middels in de vergunning opgenomen voorschriften speelt daarbij een belangrijke rol. Aangenomen kan dan ook worden dat de emissies vanuit de nieuw te vestigen bedrijven in de praktijk in 2017 en 2025 lager zijn dan nu berekend op basis van de gehanteerde informatie uit 2008. In dit onderzoek is geen rekening gehouden met deze afname waardoor sprake is van een conservatieve inschatting van de emissies. Heesch West wordt aardgasvrij aangelegd. Dit wordt geborgd in het bestemmingsplan. Daarom is op de NOx emissies in tabel 5.1 een korting toegepast van 40%: Aardgasvrij betekent minder gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee minder uitstoot van stikstof. Aardgasvrij betekent niet stikstofloos: er blijven bedrijfsprocessen mogelijk die gebruik blijven maken van fossiele brandstoffen en daarmee voor een uitstoot van stikstof zorgen (denk bijvoorbeeld aan laden en lossen van vrachtwagens op het bedrijfsperceel door dieselheftrucks). Daarom is de korting (40%) veilig laag ingeschat om onderschatting van het stikstofeffect te voorkomen. Tabel 5.1 Kengetallen stikstofemissie (kg/ha/jaar) per milieucategorie Oppervlaktes (ha)
Categorie 3 Categorie 4 Categorie 5
NOx
NH3
131 1.031 1.609
5 21 90
Nox met 40% reductie 78,6 618,6 965,4
Dit geeft in totaal ca. 50 duizend kg NOx en Nh3 /ha/jr uitstoot door bedrijven op Heesch West.
Blad 18 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Uitstoothoogte en warmteoutput Naast de emissies zijn er nog twee factoren van belang voor het stikstofeffect op Natura 2000gebieden: uitstoothoogte en warmteoutput (de temperatuur van de lucht waarmee stikstof wordt uitgestoten). Met een gevoeligheidsanalyse is bepaald welke uitstoothoogte en warmte-output het worst-case effect van Heesch West geeft. Dit blijkt te zijn met een uitstoothoogte van 4 m (met een spreiding van 4 meter) en een warmteoutput van 0 MW (tabel 5.2). Deze uitgangspunten sluiten ook aan bij de soort bronnen die op een aardgasloos bedrijventerrein aanwezig zijn (vrachtauto’s, vorkheftrucks, noodstroomaggregaten). Tabel 5.2 Gevoeligheidsanalyses effect uitstoothoogte en warmteoutput Uitstoothoogte Warmteouput Depositiebijdrage (m) (MW) 4 0 0,58 8 0 0,58 12 0 0,54 16 0 0,49 20 0 0,41 4 0,1 0,22 8 0,1 0,20 12 0,1 0,19 16 0,1 0,17 20 0,2 0,15 4 0,2 0,19 8 0,2 0,18 12 0,2 0,16 16 0,2 0,15 20 0,2 0,14 Indicatieve bron 100.000 kg NOx per jaar op locatie Heesch West met rekenpunt op Rijntakken.
Locatie bedrijven op Heesch West In het kader van de stikstofberekeningen zijn gevoeligheidsanalyses uitgevoerd naar de gevoeligheid van het stikstofeffect van Heesch West voor de exacte ligging van bedrijven op Heesch West. Omdat de Natura2000-gebieden op grotere afstand van Heesch West liggen, maakt de exacte locatie van individuele bedrijven op Heesch West niet of nauwelijks uit.
5.1.2
Stikstofuitstoot verkeer Heesch West Heesch West leidt tot extra verkeersbewegingen van en naar het bedrijventerrein. Verkeer dat vooral via de Bosschebaan/Rekken van en naar de snelweg A59 rijdt, maar deels ook op lokale wegen van en naar de omliggende kernen rijdt. Daarnaast worden ten behoeve van Heesch West diverse infrastructurele en verkeerskundige maatregelen genomen, die leiden tot een verandering in verkeersstromen, niet alleen voor verkeer van en naar Heesch West, maar ook in de overige regionale verkeersstromen. Als invoer voor de stikstofeffecten door verkeer van en naar Heesch West is het verkeersmodel voor Heesch West (Goudappel Coffeng, 2021) gebruikt. Relevant voor de stikstofberekeningen zijn de toeen afnames van verkeer op de diverse omliggende wegen zoals deze volgt uit het verkeersmodel. Hierbij zijn regels voor afbakening gehanteerd zoals de provincie ze stelt tot hoever verkeerseffecten moeten worden meegenomen: • lokale wegvakken met een toe- of afname van meer dan 2,5 % ten opzichte van de van de referentiesituatie;
Blad 19 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
•
snelwegwegvakken met een toe- of afname groter dan 500 mvt/etm (per rijrichting) ten opzichte van de van de referentiesituatie. Figuur 5.2 geeft de in de stikstofberekening meegenomen wegvakken. In de berekening is rekening gehouden met de landelijke stikstofmaatregel verlaging snelheid op snelwegen naar 100 km/uur in de dagperiode.
Tot aan knooppunt Paalgraven
Tot aan knooppunt Hintham
Tot aan N279
Tot aan N279
Figuur 5.2 In stikstofberekening meegenomen wegvakken (bron: Goudappel Coffeng, 2021)
5.1.3
Stikstofuitstoot realisatiefase Ook tijdens de realisatiefase van Heesch West is sprake van uitstoot van stikstof. Dit door bouwmaterieel (bv graafmachines) en verkeersbewegingen voor de aan- en afvoer van materieel en materiaal. Op dit moment is nog niet exact bekend hoeveel inzet van materieel benodigd is en hoeveel verkeersbewegingen de aan- en afvoer geeft. Ook is de fasering van de aanleg van Heesch West nog niet uitgewerkt, m.a.w. hoelang duurt de aanleg, wanneer wordt gestart. Er zal een periode zijn dat aanleg en gebruik samen voorkomen: dat een deel van Heesch West al is aangelegd en in gebruikgenomen en een deel wordt aangelegd. Dit geeft verschillende stikstofuitstootsituaties. Voor Heesch West wordt de gebruiksfase (op basis van de maximale invulling van 80 ha met de maximaal mogelijke milieucategorieën en de maximale verkeersgeneratie) maatgevend geacht. En niet de realisatiefase of een combinatie van deels realisatie/deel gebruik. Daarbij komt dat met de komende wijziging van het Besluit natuurbescherming het stikstofeffect van de realisatiefase vrijgesteld wordt van vergunningverlening.
Blad 20 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
5.1.4
Stikstofdepositie Heesch West op Natura2000-gebieden Op basis van de uitgangspunten in de vorige paragrafen is het stikstofeffect van Heesch West, de worst-case stikstofdepositie op Natura2000-gebieden berekend (zie bijlage 3). Heesch West leidt worst-case, zonder mitigerende maatregelen tot maximaal 0,39 mol/ha/jaar. Dit op Natura2000-gebied Rijntakken. Tabel 5.3 geeft een overzicht van de Natura2000-gebieden met de grootste stikstofdepositie als gevolg van Heesch West. Voor het totale overzicht zie bijlage 3. Tabel 5.3 Natura2000-gebieden met de grootste stikstofdepositie als gevolg van Heesch West Natura2000-gebied
Rijntakken Vlijmens Ven, Moerputten, Bossche Broek Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen Veluwe Kampina en Oisterwijkse Vennen
Stikstofdepositie als gevolg van Heesch West (mol/ha/jaar) 0,39 0,37 0,30 0,28 0,28
Het in deze paragraaf gepresenteerde stikstofeffect van Heesch is bepaald op basis van de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie. De jurisprudentie rond stikstof is continu in ontwikkeling. Nieuwe jurisprudentie wordt verwacht, onder andere over het verkeerseffect. Onduidelijk is wanneer deze uitspraken komen en of, en zo ja welke, consequenties ze hebben voor de stikstofeffectbepaling voor Heesch West. In het traject richting vaststelling van het bestemmingsplan worden de ontwikkelingen in wet- en regelgeving en jurisprudentie nauwlettend gevolgd.
5.2
Stikstofmotivatie Heesch West
5.2.1
Verkleining stikstofuitstoot Heesch West In het plan Heesch West zijn al maatregelen opgenomen om de stikstofuitstoot zoveel mogelijk te beperken: • Aardgasvrij: Heesch West wordt een aardgasvrij bedrijventerrein. Dit wordt in het bestemmingsplan geborgd. In de berekeningen van het stikstofeffect Heesch West is hier al rekening mee gehouden door een reductie op de emissiekengetallen. Maar aardgasvrij betekent niet stikstofloos. Een bedrijventerrein zonder uitstoot van stikstof is (nog) niet realistisch. • Verkleining oppervlak milieucategorie 5.1 van oorspronkelijk ca 36 ha, naar ca 6 ha. Verdere verkleining van het oppervlak milieucategorie 4 en 5 past niet in het beoogd bedrijvenprofiel van Heesch West. Dat wil niet zeggen dat er in de praktijk uiteindelijk niet minder milieucategorie 4 en 5 gevestigd zal worden op Heesch West. Ook worden bedrijfsprocessen steeds schoner en de praktijk op bedrijventerreinen elders laat zien dat de daadwerkelijke emissies van bedrijven vaak lager is dan de gehanteerde kengetallen. De verwachting is dan ook dat het uiteindelijke stikstofeffect van Heesch West kleiner zal zijn dan de nu worst-case ingeschatte. Maar voor de afweging in het bestemmingsplan moet uitgegaan worden van worst-case situatie, de planologisch maximale ontwikkelingsruimte.
Blad 21 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
5.2.2
Saldering met verdwijnende stikstofemissie aangekochte veehouderijen Ten behoeve van Heesch aangekochte veehouderijen Ten behoeve van de realisatie van Heesch West zijn in het verleden diverse veehouderijen aangekocht (figuur 5.3 en tabel 5.4). Ten tijde van de aankoop waren alle bedrijven volledig in gebruik. En de bedrijven beschikken ook alle over een natuurtoestemming of een milieutoestemming voor de relevante referentiedatum waarop de Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Met het oog op de realisatie is het feitelijke gebruik sinds de aankoop overigens al wel verminderd en uiteindelijk beëindigd. Op dit moment is nog één van deze veehouderijen is (deels) nog in gebruik, de overige bedrijven zijn inmiddels gestopt.
Koksteeg 9
Koksteeg 7 Koksteeg 6
Weerscheut 8
Zoggelsestraat 118 Koksteeg 18
Zoggelsestraat 122
Figuur 5.3 Ten behoeve van Heesch West aangekocht veehouderijen in het plangebied
Blad 22 van 44
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Tabel 5.4a Ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderijen in plangebied Aangekochte veehouderij
Koksteeg 6 Koksteeg 7 Koksteeg 9 Koksteeg 18 Weerscheut 8 Zoggelsestraat 118 Zoggelsestraat 122
Aangekocht ten behoeve van Heesch West in 2009 2014 2012 2009 2009 2008 2009
Type veehouderij
Rundvee/varkens Varkens/melkvee Melkvee/varkens Melkvee Geiten Schapen Nertsen
Recent is ten behoeve van de stikstofmotivatie voor Heesch West een veehouderij (net) buiten het plangebied aangekocht: Van Rijckevorselweg 4 (figuur 5.4). Dit bedrijf zal ten behoeve van Heesch West eveneens worden beëindigd.
Van Rijckevorselweg 4 Figuur 5.3 Ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderij Van Rijckevorselweg 4 Tabel 5.4 Ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderij Van Rijckevorselweg 4 Aangekochte veehouderij
Van Rijckevorselweg 4
Aangekocht ten behoeve van Heesch West in 2021
Blad 23 van 44
Type veehouderij Varkenshouderij
Regionaal bedrijventerrein Heesch West projectnummer 419174.300 25 mei 2021, definitief Gemeenschappelijke Regeling Heesch West
Beschikbare stikstofemissie voor saldering De ten behoeve van Heesch West aangekochte veehouderijen worden (Van Rijckevorselweg 4, Koksteeg 7) of zijn (overige veehouderijen) ten behoeve van Heesch West beëindigd, waarbij de vergunde rechten ook ten behoeve Heesch West worden ingetrokken Daarmee verdwijnt de stikstofuitstoot van deze veehouderijen. Deze stikstof wordt gebruikt om het stikstofeffect van Heesch West te salderen. In een passende beoordeling mag onder voorwaarden immers rekening worden gehouden met ‘mitigerende maatregelen’. Het intrekken van een natuur- of milieutoestemming ten behoeve van een plan is een vorm van een ‘mitigerende maatregel’. Wel moet voldaan worden aan de voorwaarden zoals die uit de rechtspraak volgen, om een maatregel als mitigerende maatregel in een passende beoordeling te mogen betrekken. Zo moet er sprake zijn van directe samenhang tussen de intrekking en het bestemmingsplan c.q. de ontwikkeling. Dit volgt uit de overeenkomst tot aankoop. Daarnaast moet het agrarische bedrijf beschikken over een natuurtoestemming (natuurvergunning of verklaring van geen bedenkingen van GS). Indien een natuurtoestemming niet aanwezig is, dient het bedrijf te beschikken over een ook op de relevante referentiedatum geldende milieuvergunning of melding op basis van de Wet milieubeheer of de daaraan voorafgaande Hinderwet.