Bijlagen bij toelichting samengevoegd (geanonimiseerd)
Tekst van het document
QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING Wet natuurbescherming Flora en Fauna
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging Zoggelsestraat 74 in Heesch
Opdrachtgever: Contactpersoon:
Pittiger in Planologie mevrouw N. van de Goor
Documentnummer: 20180032 Datum: 18 januari 2018 Opdrachtnemer: Auteur: Projectleider:
De Roever Omgevingsadvies mevrouw N. Schuurmans MSc de heer C. den Hertog
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING ..................................................................................................... 3 1.1. 1.2. 1.3.
2.
TOETSINGSKADER .......................................................................................... 6 2.1. 2.2. 2.3.
3.
Bronnenonderzoek ................................................................................. 9 Terreinbezoek ........................................................................................ 9
RESULTATEN .................................................................................................10 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.
5.
Wet natuurbescherming .......................................................................... 6 Soortenbescherming ............................................................................... 6 Relevante overige kaders ........................................................................ 8
METHODE ....................................................................................................... 9 3.1. 3.2.
4.
Het plan ................................................................................................ 3 Het plangebied....................................................................................... 4 Doelstelling van dit onderzoek ................................................................. 5
Bronnenonderzoek ................................................................................10 Flora ....................................................................................................12 Zoogdieren ...........................................................................................12 Vogels .................................................................................................16 Vissen ..................................................................................................22 Reptielen..............................................................................................22 Amfibieën .............................................................................................22 Ongewervelden .....................................................................................23
SAMENVATTENDE CONCLUSIE .........................................................................24
BIJLAGE I.
Bronvermelding ................................................................................27
BIJLAGE II.
Uitdraai QuickScanhulp Nationale Databank Flora en Fauna ...................28
BIJLAGE III.
..............................................................................33
Disclaimer: Deze QuickScan is een potentie-inschatting naar (beschermde) soorten die in een gebied kunnen voorkomen, in combinatie met een toetsing aan de W et natuurbescherming. Het veldbezoek betreft een momentopname en het beoordelen van een locatie naar de aanwezigheid van (beschermde) soorten en geschikt leefgebied voor (beschermde) soorten. Indien bij werkzaamheden in de toekomst toch soorten worden aangetroffen dienen de werkzaamheden stilgelegd te worden en dient gehandeld te worden naar de wet- en regelgeving met betrekking tot de Wet natuurbescherming voor het onderdeel soortenbescherming. Mogelijk is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 2 van 36
1. INLEIDING 1.1. Het plan Aan de Zoggelsestraat 74 in Heesch is binnen het bestaande bouwblok een schuur is naar het noorden verplaatst, waardoor deze bestaande schuur niet meer is bestemd en onder het overgangsrecht is komen te vallen. Op het moment dat het bestemmingsplan in werking getreden zal zijn en een omgevingsvergunning voor de sloop verleend is, zal de schuur gesloopt gaan worden. Achter de huidige aanwezige schuur zal een nieuw nietagrarisch bedrijfspand gebouwd worden, wat past binnen het inmiddels onherroepelijke bestemmingsplan.
Figuur 1 Satellietbeeld van de huidige situatie. Het plangebied is roodomlijnd.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 3 van 36
1.2. Het plangebied In het vigerende bestem februari 2014, is de locatie Zoggelsestraat 74 in Heesch bestemd als Agrarisch. Middels een zienswijze is het bestemmingsplan aangepast en inmiddels onherroepelijk. Het onherroepelijke bestemmingsplan is nog niet in werking getreden. In het kader van het nieuwe bestemmingsplan zal op deze locatie een bedrijfspand gebouwd worden. De bestaande agrarische schuur valt in het nieuwe bestemmingsplan buiten het nieuwe bouwvlak en zal gesloopt worden. De bestaande schuur is niet geïsoleerd, heeft een houten balkconstructie en het dak bestaat uit (mogelijk asbest dragende) golfplaten. In de schuur zijn verschillende scheuren in de buitenmuren aanwezig en ontbreken ramen en kieren de deuren. Daarnaast bevinden zich rondom de schuur jonge bomen en staan er laanbomen langs de weg.
Figuur 2 Voorgenomen inrichting
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 4 van 36
Figuur 3 Vigerend bestemmingsplan, projectlocatie roodomlijnd Geel gearceerde vlak heeft de bestemming wonen
II. 1.3. Doelstelling van dit onderzoek De doelstelling van het onderzoek is tweeledig. Enerzijds wordt inzichtelijk gemaakt welke wettelijk beschermde natuurwaarden (waarschijnlijk) aanwezig zijn in het plangebied. Anderzijds worden de consequenties van deze (mogelijke) aanwezigheid voor de planontwikkeling weergegeven. Hiervoor is van belang dat de volgende vragen worden beantwoord. 1. Welke wettelijk beschermde planten- en diersoorten komen (mogelijk) voor ter plaatse van en in de directe omgeving van het plangebied? 2. Welke te verwachten wettelijk beschermde planten- en diersoorten ondervinden negatieve effecten van het plan? 3. Hoe dient te worden omgegaan met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig?
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 5 van 36
2. TOETSINGSKADER
2.1. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving. De Wnb is een vereenvoudiging ten opzichte van het voorgaande stelsel en sluit beter aan op het Europese recht en het omgevingsrecht. Binnen de Wnb zijn drie onderdelen die de voorgaande losstaande wetten vervangen; de Gebiedsbescherming, de Soortenbescherming en de Houtopstanden. De Wnb ziet toe op: - het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; - het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en - het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. 2.2. Soortenbescherming De Soortenbescherming is het nationale wettelijke kader waarin de bepalingen van EUrichtlijnen op het gebied van bescherming van soorten zijn vertaald naar nationaal recht. Het doel van de Soortenbescherming is het in stand houden van de planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Hiertoe is een groot aantal plant- en diersoorten beschermd.
De precieze regels die op een plan van toepassing zijn, hangen af van het type voornemen. Hieronder een beknopte algemene toelichting. Voor alle soorten geldt een zorgplicht: een ieder dient voldoende zorg in acht te nemen voor de in het wild levende planten en dieren. Schadelijke handelingen zoals het doden, opzettelijk verontrusten, verstoren of vernietigen van dieren en hun vaste rust- en verblijfplaatsen, hun holen, nesten, eieren rapen, net als het uitgraven, plukken en vernietigen van groeiplaatsen van planten, zijn verboden. Naar mate van bescherming kan onderscheid worden gemaakt in de volgende beschermingsregimes: Wet natuurbescherming - Vogelrichtlijn Vogels nemen een bijzondere plaats in in de natuurwetgeving. Alle broedende vogels, hun eieren, hun vaste rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving daarvan, zijn beschermd. Vogelsoorten worden onderscheiden in vijf categorieën, waarbij soorten van categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn, en soorten van categorie 5 in principe alleen tijdens de broedperiode. Voor het verstoren van broedende vogels tijdens de Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 6 van 36
broedperiode wordt geen ontheffing verleend. Voor het aantasten van broedende vogels en/of de jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen, geldt een zware toets, vergelijkbaar met die van de Habitatrichtlijn soorten. Wet natuurbescherming - Habitatrichtlijn Alle plant- en diersoorten genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I of II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn zijn beschermd. Voor deze streng beschermde soorten, geldt dat een ontheffing alleen wordt verleend als geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, er geen andere bevredigende oplossing voor de ingreep bestaat en er sprake is van een in of bij de wet genoemd belang. Binnen deze categorie bestaat een verdere onderverdeling, waarvoor de criteria voor het verlenen van een ontheffing nog iets verschillen. Wet natuurbescherming Andere soorten Alle in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders en kevers van soorten genoemd in bijlage 1, onderdeel a van de Wnb vallen onder deze categorie. De dieren opgenomen in deze bijlagen mogen niet opzettelijk gedood of gevangen worden. Voor de andere soorten onder de Wnb geldt dat een ontheffing vereist blijft bij ruimtelijke ingrepen die negatieve effecten voor deze soorten hebben.
Een uitzondering hierop kan gemaakt worden als wordt gewerkt volgens een door de Minister van initiatiefnemer zelf aan welke gedragslijnen men volgt om het schaden van beschermde soorten zo veel mogelijk te voorkomen. Als er volgens een goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt, is alleen nog een ontheffing nodig voor werkzaamheden die niet conform die gedragscode (kunnen) worden uitgevoerd. Vrijstelling en ontheffing Een ruimtelijke ingreep kan gepaard gaan met negatieve effecten op planten en dieren. Alles wat schadelijk is voor beschermde soorten, is verboden. Om een ruimtelijk plan dat mogelijk negatieve effecten heeft op beschermde soorten toch tot uitvoering te mogen brengen, is een vrijstelling of een ontheffing van het Ministerie van Economische Zaken noodzakelijk. Om na te gaan of een vrijstelling of ontheffing noodzakelijk is zijn verschillende onderzoeken nodig: met een QuickScan wordt aangetoond of er mogelijk matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn; zo nodig wordt met nader onderzoek aangetoond of er schadelijke effecten op beschermde soorten zijn; Indien bij de QuickScan is aangetoond dat er geen matig of strikt beschermde soorten aanwezig zijn, dan geldt een algemene vrijstelling.
Indien wel beschermde soorten aanwezig zijn, en met nader onderzoek aangetoond is dat er schadelijke effecten op deze beschermde soorten zijn is het noodzakelijk om mitigerende of compenserende
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 7 van 36
maatregelen te treffen. Indien dit kan door te werken volgens een gedragscode (goedgekeurd werkprotocol) is er vrijstelling verleend. Als nog geen gedragscode voor de specifieke situatie beschikbaar is, dient een ontheffing verkregen te worden. Om een ontheffing te kunnen verkrijgen, moet aangetoond worden dat de voorgenomen ruimtelijke ingreep geen afbreuk zal doen aan de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen beschermde soorten. Of, als er geen alternatief is en de ingreep een voldoende zwaarwegend belang dient (wettelijk gedefinieerd per bovengenoemde categorie), kan mogelijk toch ontheffing verleend worden onder voorwaarden. Een ontheffing kan worden aangevraagd bij Gedeputeerde Staten van de provincie waar de ingreep plaatsvindt. De bosmuis, huisspitsmuis en veldmuis mogen wel opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. (Wnb Art. 3.10 lid. 3) Ook de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en exoten vallen niet onder het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming, en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden, en hun vaste voortplantingsplaats of rustplaats mag opzettelijk vernield of beschadigd worden. (besluit Wnb Art 3.10 lid. b1) 2.3.
Relevante overige kaders Binnen de Wnb zijn naast de Soortenbescherming ook de Gebiedsbescherming en de Houtopstanden opgenomen. De Gebiedsbescherming binnen de Wnb is het nationale wettelijke kader waarin de bepalingen van EU-richtlijnen op het gebied van bescherming van gebieden zijn vertaald naar nationaal recht. Als in de nabijheid van het plangebied percelen liggen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen genaamd Ecologische Hoofdstructuur), of Natura 2000-gebied, zijn deze beschermd onder de Wet natuurbescherming of door landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid, vastgelegd in bijvoorbeeld de Verordening Ruimte of het bestemmingsplan. De mogelijke effecten van het plan op de specifieke kenmerken van deze gebieden moeten dan in beeld worden gebracht. De Houtopstanden binnen de Wnb geldt voor houtopstanden buiten de bebouwde kom. Binnen de houtopstanden geldt een meldingsplicht en een herplantingsplicht. Het voornaamste doel van het onderdeel houtopstanden is het instandhouden van het areaal bossen en beplantingen in Nederland. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long voor ons dichtbevolkte land.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 8 van 36
3. METHODE De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek. 3.1. Bronnenonderzoek Ruimtelijke ordening, zoals bestemmingsplan en provinciale structuurvisie, zijn geraadpleegd op de overheidswebsite www.ruimtelijkeplannen.nl. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen van flora en fauna in Nederland gebundeld. De Gegevensautoriteit Natuur staat ervoor in dat alleen gevalideerde waarneming worden opgenomen. Gegevens uit meer dan 100 databanken zijn gebundeld, waaronder die van de particuliere gegevensbeherende organisaties (Zoogdiervereniging, Vlinderstichting, etc.), provincies en terreinbeherende organisaties. De NDFF wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. Uit deze nationale databank is een overzicht opgevraagd van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn daarbij niet bekend. Het overzicht geeft een indicatie op welke soorten in het bijzonder gelet moet worden bij het veldbezoek. Daarnaast zijn de websites www.waarneming.nl en www.telmee.nl geraadpleegd voor achtergrondinformatie, deze gegevens zijn niet inhoudelijk voor deze QuickScan gebruikt.
Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. Deze waarnemingen zijn wel tot op de exacte locatie te herleiden. 3.2. Terreinbezoek Op basis van een eenmalig terreinbezoek is de geschiktheid van het plangebied voor beschermde soorten en soortgroepen beoordeeld, met bijzondere aandacht voor de vanuit het bronnenonderzoek verwachte soorten. Het gaat hierbij om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Het terreinbezoek is uitgevoerd door mevrouw N. Schuurmans MSc, ecologisch adviseur bij De Roever Omgevingsadvies, op 18 januari 2018 in de ochtend bij circa 4 C en stormachtig weer.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 9 van 36
4. RESULTATEN 4.1. Bronnenonderzoek Beschermde gebieden De dichtstbijzijnde van het plangebied (Figuur 4).
circa 955 meter
Figuur 4 Afstand projectlocatie tot dichtstbijzijnde natuur
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 10 van 36
De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is ongeveer 12.570 meter (Rijntakken).
Figuur 5 Afstand projectlocatie tot dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied
Waargenomen soorten Het overzicht van alle in de nabijheid van het plangebied waargenomen beschermde planten- en dierensoorten van de NDFF is bij dit rapport gevoegd als bijlage II. Onderstaande tabel 1 geeft een overzicht van alle beschermde soorten die op minder dan een kilometer afstand van het plangebied zijn waargenomen. Tabel 1 Beschermde soorten, waargenomen op minder dan 1 kilometer van het plangebied Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Bruine kikker
Amfibieën
wnb-andere soorten
Gewone pad
Amfibieën
wnb-andere soorten
Bosmuis
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Bunzing
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Das
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Eekhoorn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Egel
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Konijn
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Ree
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Steenmarter
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Vos
Zoogdieren
wnb-andere soorten
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
wnb-hrl
Laatvlieger
Zoogdieren
wnb-hrl
Boomvalk
Vogels
wnb-vrl
Buizerd
Vogels
wnb-vrl
Gierzwaluw
Vogels
wnb-vrl
Grote Gele Kwikstaart
Vogels
wnb-vrl
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 11 van 36
Soort
Soortengroep
Categorie bescherming
Havik
Vogels
wnb-vrl
Huismus
Vogels
wnb-vrl
Kerkuil
Vogels
wnb-vrl
Ooievaar
Vogels
wnb-vrl
Ransuil
Vogels
wnb-vrl
Roek
Vogels
wnb-vrl
Slechtvalk
Vogels
wnb-vrl
Sperwer
Vogels
wnb-vrl
Steenuil
Vogels
wnb-vrl
Wespendief
Vogels
wnb-vrl
De in deze tabel genoemde soorten vormden een aandachtspunt bij het terreinbezoek. De resultaten daarvan worden hieronder per soortgroep belicht. Zie ook bijlage III voor
4.2. Flora Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten gevonden. Er zijn enkel algemene tot zeer algemene soorten aangetroffen die kenmerkend zijn voor een braakliggend terrein waar een tijdje geen activiteiten hebben plaatsgevonden, zoals distels, zuring, weegbree, grassen en brandnetels. Conclusie flora: Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk.
4.3. Zoogdieren Vleermuizen In de nabijheid van het plangebied zijn de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en de laatvlieger waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in migratieroute, foerageergebied en verblijfplaats. Migratieroute: In de omgeving zijn opgaande bomen en andere lijnvormige landschapselementen aanwezig, waarop vleermuizen zich oriënteren. Ze volgen dergelijke elementen bij het migreren tussen foerageergebieden en verblijfplaatsen. De sloop van dit gebouw zal de keuze van migratieroute niet beïnvloeden; het schuurtje is lager dan de boomkronen van de bomen langs de weg, waarop de vleermuizen zich oriënteren op hun vliegroute. Het kappen van een enkele boom in deze bomenlaan langs de weg zal ook geen negatief effect hebben op de vliegroute en het vlieggedrag van de ter plaatse voorkomende vleermuissoorten. Verblijfplaatsen in gebouwen of bomen: Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 12 van 36
Nagegaan is of het te slopen gebouw potentie hebben als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen, het zij als kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats, paar- en/of baltsverblijfplaats, of als winterverblijfplaats. Het gebouw, een oude schuur, is niet geïsoleerd en er zijn verschillende gaten en kieren aanwezig in de buitenmuren wat het gebouw toegankelijk maakt voor vleermuizen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden tijdens erg stormachtig weer in de winterrustperiode van vleermuizen, in de oude schuur was dan ook behoorlijke trek te voelen door de wind. Deze trek draagt ook bij aan het feit dat vleermuizen zich op het moment van het veldbezoek sowieso niet in het pand zouden bevinden. Tijdens het veldbezoek is met een zaklamp de houten balkconstructie van het dak afgezocht en gekeken naar de aanwezigheid van vleermuizen of sporen van hun aanwezigheid in de vorm van uitwerpselen. Vleermuizen en sporen van aanwezigheid zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek. Door het ontbreken van sporen van aanwezigheid in de vorm van uitwerpselen kan worden verondersteld dat vleermuizen geen gebruik maken van de oude schuur als verblijfsplaats. Ook bomen zijn potentiële verblijfplaatsen, en bij de werkzaamheden zullen bomen worden gekapt. De aanwezige bomen zijn daarom onderzocht op voor vleermuizen geschikte holtes en spleten.
Die zijn niet aangetroffen het betreft slechts enkele jonge en gave bomen direct rondom de oude schuur. De bomen die onderdeel zijn van de bomenlaan langs de weg zijn ouder en hebben geen holten, ook vertonen deze bomen geen sporen van aanwezigheid van verblijfsplaatsen van vleermuizen. Mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aanwezig in het plangebied (zie ook . Foerageergebied: Mogelijk foerageren vleermuizen boven het plangebied, vleermuizen foerageren op een vaste vliegroute. De sloop van het pand en het verdwijnen van een enkele boom uit de bomenlaan zullen geen negatief effect hebben op het foerageergebied en foerageergedrag van vleermuizen. De afstand tussen de twee opvolgende bomen in de laan is dermate klein dat een duikvlucht voorkomen zal worden en vleermuizen ongehinderd op hoogte kunnen blijven en foerageren. De oude schuur heeft een hoogte die ruim onder het kronen dak van de bomenlaan bevind, waardoor door sloop geen negatieve gevolgen zullen zijn voor de kwaliteit van het foerageergebied voor vleermuizen. Conclusie vleermuizen: Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten, doordat de aanwezigheid van rust- of verblijfsplaatsen uitgesloten is. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk.
Overige zoogdieren In de nabijheid van het plangebied zijn de bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, konijn, ree, steenmarter en de vos waargenomen. Tijdens het terreinbezoek overdag is
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 13 van 36
beoordeeld of de locatie geschikt is voor soorten. Hierbij is onderscheid gemaakt in migratieroute, foerageergebied en verblijfplaats. De bosmuis komt voor in zowel bossen als open terreinen, zolang er maar voldoende lage begroeiing of verspreid liggende stenen aanwezig zijn als dekking. De bosmuis is te vinden in duinen, heide, akkers, wegbermen, niet te natte rietlanden en braakliggend land. Maar ook in boomgaarden, parken en tuinen. In zeer natte terreinen en open weilanden komt hij niet voor. Een geschikt habitat is voor deze soort niet aanwezig. Incidenteel zou een bosmuis de planlocatie kunnen bezoeken, maar aanwezigheid van verblijfsplaatsen van de bosmuis op de planlocatie is uit te sluiten. Daarnaast geniet de bosmuis een algemene bescherming onder de Wnb (Art. 3.10 lid. 3), waardoor voor deze soort een vrijstelling geldt, voor het opzettelijk doden, vangen, vernielen of beschadigen van voortplantings- en rustplaats, indien deze dieren zich in of op of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden met water in de nabijheid.
Voorbeelden van een geschikt leefgebied zijn oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt de bunzing voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten. Vooral in de winter komt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen voor, waar ze tussen strobalen en op hooizolders warm blijven, en muizen en ratten bemachtigen als voedsel. De planlocatie zou geschikt kunnen zijn als verblijfsplaats voor de bunzing, echter biedt deze locatie niet de meest ideale mogelijkheden voor een verblijfsplaats. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er sporen zijn die kunnen duiden op de aanwezigheid van de bunzing, deze zijn niet gevonden waarmee de aanwezigheid van een verblijfsplaats is uit te sluiten. Incidenteel zou de bunzing de planlocatie wel kunnen bezoeken tijdens bijvoorbeeld het foerageren of migreren. Doordat de aanwezigheid van een verblijfsplaats van de bunzing uitgesloten is op de planlocatie, zijn nadelige effecten van het voorgenomen plan uit te sluiten. De das bewoont gewoonlijk een burcht met territorium. Gezien de geringe afstand tot de plaats van waarneming, zou het plangebied in principe tot hetzelfde territorium kunnen behoren. De das is een nachtdier en mijdt verstoring door bijvoorbeeld geluid, licht en menselijke activiteit.
De planlocatie is onderzocht op mogelijke sporen die kunnen duiden op de aanwezigheid van de das. Een burcht en burchtpijpen zijn niet aanwezig op de planlocatie. Dassenwissels zijn ook niet gevonden tijdens het veldbezoek, waarmee de aanwezigheid van de das op de projectlocatie uitgesloten kan worden. Negatieve effecten van het plan op de das kunnen worden uitgesloten. De eekhoorn heeft voorkeur voor een ouder bos als leefomgeving en dan met name grotere bomen, als verblijfs- en nestplaats. In het plangebied komen geen oudere naalden loofbomen voor. Voedselbronnen zijn ook niet aanwezig in het plangebied, waardoor het plangebied niet geschikt is als leefomgeving voor de eekhoorn.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 14 van 36
De egel leeft in onze streken in bijna alle typen landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn. De planlocatie biedt een geschikt habitat voor de egel om te verblijven en te schuilen. De vegetatie rondom de oude schuur is hiervoor zeer geschikt. Tijdens het veldbezoek is gelet op activiteit van egels en hun aanwezigheid. Er zijn geen sporen van de aanwezigheid van de egel gevonden, waardoor een verblijfsplaats op de projectlocatie uit te sluiten is. Negatieve effecten van het plan op de egel zijn dan ook uit te sluiten. Het konijn leeft in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems waarin het makkelijk graven is. Ze prefereren halfopen landschappen zoals perken, tuinen en bosranden en mijden vochtige terreinen zoals moeras en veen of zware klei, omdat ze daarin geen holen kunnen graven. Ook in open polderlandschap ontbreekt het konijn veelal. In de duinen zijn konijnen belangrijke grazers. Gezien de directe omgeving en de verruigde staat van het perceel is de aanwezigheid van het konijn uit te sluiten. Er zijn geen konijnenholen gevonden en ook geen sporen van hun aanwezigheid in de vorm van keutels. Negatieve effecten op deze soort zijn daarmee ook uit te sluiten.
Het ree leeft in bosachtige streken met open plekken en aangrenzende velden, maar ook in heidevelden, rietvelden, duinen en akkerbouwgebieden. Het ree is een cultuurvolger en past zich gemakkelijk aan cultuurlandschap aan. Voorwaarde is dat er voldoende voedsel, dekking en rust aanwezig is. Hij heeft een voorkeur voor het overgangsgebied van loofbos naar open terrein, om er dekking te zoeken, te rusten en te herkauwen. Op de planlocatie is een geschikt leefgebied voor het ree niet aanwezig, de locatie bestaat voornamelijk uit een verruigd perceel met een oude schuur. Het ree zou wel waargenomen kunnen worden op het perceel, maar een verblijfsplaats is uit te sluiten omdat voldoende dekking om te schuilen ontbreekt. Dit maakt dat negatieve effecten van de voorgenomen activiteiten uit te sluiten zijn voor het ree. De steenmarter voor, van rots- en steenachtige biotopen en parklandschappen tot bosloze gebieden en zelfs gebieden met kleinschalige landbouw, dorpen en zelfs grote steden. De planlocatie zou geschikt kunnen zijn als verblijfsplaats voor de bunzing, echter biedt deze locatie niet de meest ideale mogelijkheden voor een verblijfsplaats. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er sporen zijn die kunnen duiden op de aanwezigheid van de steenmarter, deze zijn niet gevonden waarmee de aanwezigheid van een verblijfsplaats is uit te sluiten.
Incidenteel zou de steenmarter de planlocatie wel kunnen bezoeken tijdens. Doordat de aanwezigheid van een verblijfsplaats van de steenmarter uitgesloten is op de planlocatie, zijn nadelige effecten van het voorgenomen plan uit te sluiten. De vos komt in veel soorten gebieden voor, zowel in bos en parken, heide en venen, duinen, polders en landbouwgebieden maar ook aan de randen van of in dorpen en
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 15 van 36
steden. Hij leeft waar voldoende voedsel en dekking is en jaagt bij voorkeur in het overgangsgebied van biotopen omdat daar het meeste voedselaanbod is. De planlocatie ligt aangrenzend aan potentieel leefgebied van de vos. Doordat het leefgebied voor de vos aanwezig is in de nabijheid van de planlocatie, zou de vos gezien kunnen worden op of nabij de planlocatie. Op de planlocatie zelf zijn tijdens het veldbezoek geen sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van de vos of een verblijfsplaats van de vos. Negatieve effecten van de voorgenomen plannen op de vos zijn dan ook uit te sluiten. Conclusie overige zoogdieren: Negatieve effecten op overige zoogdieren zijn uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk.
4.4. Vogels Broedvogels waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn, zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil en de wespendief. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde vogelsoorten. De boomvalk wordt over het algemeen aangetroffen in open agrarische landschappen en natuurgebieden, zoals parklandschappen, heiden en hoogvenen, open duinen en moeras, boerenland en dorpen, maar ook in buitenwijken van steden. De boomvalk broedt in allerlei bostypen, maar geeft de voorkeur aan een halfopen bos, of aan de wat meer open randen van dichte bossen. Soms is de boomvalk ook te vinden in een solitaire boom. De boomvalk is bijna overal waar kraaien en eksters broeden waar te nemen (dus ook populierensingels, op erven, in hoogspanningsmasten en in stadsparken). De boomvalk is een echte luchtjager die vanuit zijn vlucht toeslaat op zijn prooi. Op het menu van de boomvalk staan zwaluwen, piepers, kwikstaarten, leeuweriken, spreeuwen, gorzen, mussen en vinkachtigen. Ook libellen en andere vliegende insecten (vliegende mieren) dienen als voedsel voor de boomvalk. Tijdens de jacht vliegt de boomvalk vaak op grote hoogte en maakt gebruik van een lange en snelle duikvlucht.
Jacht vanaf lagere hoogte vindt ook plaats. De planlocatie ligt in het buitengebied aan een open weiland in een rustige omgeving. Op de planlocatie ontbreken bossen, wat de planlocatie niet geschikt maakt als verblijfsplaats voor de boomvalk. De boomvalk zou wel kunnen foerageren op de planlocatie. Door het ontbreken van mogelijkheden tot een geschikte verblijfsplaats van de boomvalk op de projectlocatie zijn negatieve effecten van het plan uit te sluiten De buizerd is de algemeenste en meest opvallende roofvogel van Nederland en geeft voorkeur aan afwisselend landschap, bestaande uit bossen en houtwallen afgewisseld met weilanden, heide, boerenland, moerasbossen en andere houtopstanden. Voorkeur van de buizerd gaat uit naar habitats met aanwezigheid grotere dikke en stevige bomen, zoals eiken, wilgen, zwarte els, lariks en/of grove den, echter is dit geen vereiste. De buizerd is vaak waar te nemen in open land, zittend op een paal of schroevend op de
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 16 van 36
thermiek. De buizerd jaagt vanuit stand (zittend op grotere hoogte en dan op zijn prooi af gaan) in open tot halfopen velden. Voldoende voedsel is van belang, de buizerd jaagt ook wel midden in (ouder) bos, maar voornamelijk op weilanden. De projectlocatie biedt de buizerd geen mogelijkheden voor een verblijfsplaats. De aanwezige bomen op en nabij de projectlocatie zijn door de vele kleine takken niet geschikt voor de buizerd om uit te rusten. De aanwezigheid van een verblijfsplaats voor de buizerd is hiermee uit te sluiten op deze locatie en nadelige gevolgen van het plan op de buizerd zijn ook niet te verwachten. De gierzwaluw brengt het grootste deel van de dag door in de lucht. De gierzwaluw is van oorsprong een rotsbewoner, tegenwoordig broedt de gierzwaluw vooral in dorpen en steden, waar hij nestelt in donkere holtes in ventilatieschachten, spleten in muren, onder dakpannen en in kerktorens. In Nederland zijn nesten van gierzwaluwen uitsluitend te vinden in allerlei menselijke bebouwing: onder dakpannen, in kieren en gaten in muren maar ook in nestkasten. Een gierzwaluw keert jaarlijks terug naar het nest van voorgaand jaar. Een gierzwaluw zal enkel indien noodzakelijk een nieuwe nestplaats bouwen, echter zijn zij zeer voorzichtig met het binnendringen van een ruimte voor het maken van een nieuwe nestplaats.
Op de planlocatie zelf is zeer geschikte bebouwing aanwezig die kan dienen als verblijfs- en nestplaats van de gierzwaluw. De optimale periode om de aanwezigheid gierzwaluwen waar te nemen is van half mei tot eind juli middels het tellen van laag vliegende dieren. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in januari, waardoor de aanwezigheid van de gierzwaluw niet optimaal beoordeeld kan worden. Wel is gekeken naar nesten die kunnen duiden op de aanwezigheid van gierzwaluwen in de oude schuur. Nesten en resten van nesten zijn niet aangetroffen tijdens het veldbezoek, waardoor de aanwezigheid van de gierzwaluw op de planlocatie uit te sluiten is. Negatieve effecten van het voorgenomen plan zijn dan ook niet te verwachten. De grote gele kwikstaart nestelt doorgaans in een nis in een muur of onder een brug, in boomwortels en brokkelige oevers langs snelstromende beken in natuurlijke oevers of onder bruggen en aan gebouwen in steden en dorpen. Ook langs stilstaand water komt de grote gele kwikstaart voor. De voorkeur van de grote gele kwikstaart gaat uit naar oevers aan (snelstromende) rivieren en beken met de aanwezigheid van loofbos of omzoomd met loofbomen. Het foerageergebied voor de grote gele kwikstaart is ook vrijwel uitsluitend aan oevers van beken en rivieren, het liefst met loofbos of loofbomen omzoomd.
Het voedsel van de grote gele kwikstaart bestaat uit kleine ongewervelde dieren die in of bij het water leven, vooral insecten (vliegen, muggen, kokerjuffers, haften, steenvliegen, kevers), maar ook spinnen, vlokreeftjes en kleine slakken. Op de planlocatie zelf is geen stromend open water aanwezig, waardoor de planlocatie minder aantrekkelijk is voor de grote gele kwikstaart. Negatieve effecten van het plan op de grote gele kwikstaart zijn uit te sluiten. De havik broedt in bosrijke streken in naald- en loofbossen, maar komt ook voor in moerasbossen en soms in parken. Haviken blijven in de omgeving van de broedplaats.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 17 van 36
De havik jaagt in het bos, maar ook in tussenliggende weilanden en akkers, in aangrenzende open gebieden (heide, hoogveen, moerassen, boerenland), tot aan steden toe. Het voedsel van de havik is zeer divers en is afhankelijk van het landschap en het aanbod. Veelal middelgrote (duif) en kleine vogels (spreeuw) staan op het menu, maar ook grotere vogels (kleine gans), daarnaast kunnen zoogdieren ook als prooi dienen (eekhoorn en konijn). Meestal jaagt de havik vanuit een lage tot middelhoge vlucht, waarbij geschikte plekken in het territorium worden afgezocht. Tijdens de jacht cirkelt de havik rond, gevolgd door een lange stootduik. De planlocatie biedt geen geschikte mogelijkheden voor de havik voor een broed- of verblijfsplaats. De havik zou wel kunnen foerageren/jagen op de planlocatie. In de direct omgeving is voldoende verglijkbaar gebied aanwezig, waardoor negatieve effecten van het voorgenomen plan op de havik zijn uit te sluiten. De huismus is sterk gebonden met mensen. Vaste rust- en nestplaatsen zijn naast de mt tot broeden in of tegen gebouwen in dorpen en steden, zoals onder dakpannen, in neststenen en in kieren en gaten in de muur, maar ook achter regenpijpen en nestkasten. Daarnaast dient in de nabijheid van enkele meters van de nestplaats voldoende voedsel en drinkwater aanwezig te zijn. Op de planlocatie is bebouwing aanwezig in de vorm van een oude schuur.
Het ontbreken van voedsel, drinkwater en groenblijvende struiken maakt de planlocatie ongeschikt als verblijfsplaats voor de huismus. De huismus foerageert namelijk vlak bij zijn verblijfsplaats waar hij snel kan schuilen. De aanwezigheid van de huismus kan uitgesloten worden op de planlocatie en negatieve effecten van het plan zijn niet te verwachten. De kerkuil is een bewoner van (half)open landschappen, veelal in de nabijheid van boerenland. Hij broedt dan ook in het hele land in agrarisch gebied, incidenteel is de kerkuil ook in steden te vinden. De voorkeur gaat uit naar een agrarisch gebied met de aanwezigheid van geschikte nestbomen, en rustige en donkere schuilhoeken. Het open land wordt gebruikt voor het jagen. Kerkuilen zijn plaats trouw en leiden een teruggetrokken leven waarbij zij actief worden in het donker om in het veld te jagen op vooral veldmuizen. Naast veldmuizen kunnen ook spitsmuizen en woelmuizen op het menu van de kerkuil staan, soms (ongeveer 2%) van het voedsel van de kerkuil bestaat uit andere dieren zoals vogels, amfibieën en ongewervelde diertjes. Kerkuilen blijven gewoonlijk het gehele jaar in de naaste omgeving van de broedplaats, enkel tijdens strenge winters en perioden met voedselschaarste zullen zij noodgedwongen gaan zwerven. De planlocatie is een open verruigd perceel met een oude schuur.
De oude schuur biedt potentie als verblijfsplaats voor de kerkuil en is ook toegankelijk door de ontbrekende ruiten. De planlocatie is daarop ook onderzocht op aanwezigheid van braakballen of veren van de kerkuil. Deze zijn niet aanwezig, waardoor geconcludeerd kan worden dat de kerkuil geen gebruik maakt van de oude schuur als verblijfsplaats. Voor de jacht zou de kerkuil wel gebruik kunnen maken van de planlocatie, echter is er in de directe omgeving voldoende vergelijkbaar gebied aanwezig waardoor de voorgenomen plannen geen negatief effect zullen hebben op de kerkuil.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 18 van 36
De ooievaar nestelt zich bij voorkeur op menselijke bouwsels, zoals hoge gebouwen, straatlantaarns en nestpalen in een menselijke omgeving. De aanwezigheid van voedsel bestaande uit kikkers, muizen, mollen, insecten, hagedissen, regenwormen, jonge vogels, aas en afval - is het belangrijkste criterium voor de ooievaar om zich te vestigen. Een ooievaar zoekt zijn voedsel meestal in weilanden en hooilanden. De bebouwing op de planlocatie is niet geschikt als nestplaats, omdat deze lager is dan omstaande bomen. Daarnaast ontbreekt voedsel voor de ooievaar. De aanwezigheid van de ooievaar kan worden uitgesloten op het ontbreken van een geschikte nestplaats en het ontbreken van een mogelijke voedselbron. Negatieve effecten van het voorgenomen plan op de ooievaar zijn niet te verwachten. De ransuil komt voor in allerlei landschappen, zoals agrarische gebieden tot open bos, bosranden, parken, duinen, heiden, hoogvenen en moerasgebieden. In grote aaneengesloten bosgebieden komt de ransuil niet voor. De jacht vindt bij voorkeur plaats in open velden, langs wegbermen en op kale plekken in bos. Op boomloze locaties en in steden komt de ransuil niet voor. Voorkeur voor broed en rustplaats zijn naaldbomen, houtwallen, boomgroepen en hagen, soms ook solitaire bomen.
Het voedsel van de ransuil bestaat hoofdzakelijk uit muizen (woelmuizen als de veldmuis, echte muizen zoals de aard- en bosmuis) en kleine vogels (mussen, merels, spreeuwen en vinkachtigen). De planlocatie zelf bied geen geschikt habitat voor een verblijfsplaats voor de ransuil. Door het ontbreken van een geschikte mogelijkheid tot een verblijfsplaats zijn negatieve effecten van het voorgenomen plan op de ransuil uit te sluiten. De roek is vooral te vinden in gebieden die bestaan uit vochtige gras- en bouwlanden met verspreid staande clusters van bomen, half-open landschappen, zoals bosranden, geïsoleerde bosjes en lanen met hoge bomen. Vooral boombestanden die bestaan uit meerdere soorten bomen en struiken hebben de voorkeur. Parklandschappen en parken aangrenzend aan vochtige landbouwgronden worden gewaardeerd door de roek. De roek leeft in kolonies en foerageert veruit het meest op vochtige begraasde en/of bemeste graslanden en op akkerland. Het voedsel van de roek bestaat voornamelijk uit ongewervelde dieren (wormen, emelten, kevers etcetera) die in de bodem leven. In een stedelijke omgeving of bij parkerplaatsen en langs de weg komen roeken ook voor, daar bestaat het voedsel voornamelijk uit menselijke voedselresten en alle eetbaars te vinden in afvalbakken en op straat.
Nestplaatsen bestaan meestal uit scheve nesten van takken met een losse structuur waar licht doorheen valt, nesten worden snel gebouwd. Een roek is trouw aan een locatie en zal terugkeren naar zijn broed- en nestplaats. Tevens is de nestplaats een oriëntatiepunt voor de roek. De meest optimale periode om de aanwezigheid van de roek te beoordelen is van half februari tot half juli. Ondanks dat het veldbezoek heeft plaatsgevonden buiten de optimale periode voor het waarnemen van de roek kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. De planlocatie bied een geschikt habitat voor de roek, omdat bomen en struiken aanwezig zijn die kunnen dienen als verblijfs- en schuilplaats. Tijdens het veldbezoek is gekeken of in de bomen oude nesten van een roekenkolonie aanwezig was, deze waren niet aanwezig waardoor de
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 19 van 36
aanwezigheid van een nest- of verblijfsplaats van roeken is uit te sluiten. Negatieve effecten van het voorgenomen plan op de roek zijn niet te verwachten. De slechtvalk broedt vaak in nestkasten, oude nesten van roofvogels en kraaien en in open boerenland en in hoogspanningsmasten. De slechtvalk jaagt ver van het nest in open landschappen. Buiten de broedtijd jaagt de slechtvalk in open landschappen, boerenland, uiterwaarden en op kwelders. Vaak wordt de slechtvalk waargenomen op de grond of op een paaltje langs een weiland, maar ook op hogere uitkijkpunten zoals masten. Een groot aanbod aan prooien is cruciaal voor de slechtvalk. Prooien van de slechtvalk worden voornamelijk waargenomen en gevangen op open land en zijn van middelgroot formaat (steltlopers, eenden, duiven, spreeuwen en soms ook ganzen en gierzwaluw). Het exacte menu van de slechtvalk wordt voor het grootste deel bepaald door het aanbod. De planlocatie zelf is vrij open, met aan de erfgrenzen op het zuiden en enkele bomen in laanvorm. In de omgeving van de planlocatie is open weiland en akkerland aanwezig. Een geschikte verblijfsplaats voor de slechtvalk ontbreekt op de planlocatie. Dit maakt de planlocatie zelf niet geschikt voor de slechtvalk. Negatieve effecten zijn uit te sluiten, omdat de planlocatie zelf geen geschikte verblijfsplaats biedt voor de slechtvalk.
De sperwer is een roofvogel die voorkeur geeft aan bossen, grotere tuinen en parken. De sperwer heeft voorkeur aan halfopen landschappen met (dichte) jonge bossen en naaldbomen. De sperwer komt ook voor in de stad, tuinen, open boeren land in windsingels, bosjes en op erven. Buiten de broedtijd is de sperwer meestal waar te nemen in open land (vrouwelijke exemplaren) en in het bos (mannelijke exemplaren) voor het jagen op voedsel. Het voedsel van de sperwer bestaat voornamelijk uit kleine zangvogels (mezen, mussen en vinken), maar ook grotere zangvogels (lijsters en spreeuwen) en andere grotere vogels (steltlopers). Jongen van de sperwer komen uit het ei in de piektijd van het uitvliegen van jonge prooisoorten. De sperwer jaagt vaak in dicht bos, waarbij hij van zitplaats naar zitplaats verhuist en goed observeert (kijken en luisteren) naar een geschikte prooi. Meestal slaat de sperwer toe vanuit een hinderlaag of komt hij van grote hoogte schroevend naar beneden op zijn prooi af. Een geschikte verblijfsplaats voor de sperwer ontbreekt op de planlocatie, waardoor aanwezigheid van de sperwer uitgesloten is. In de directe omgeving van de planlocatie is wel een geschikt habitat aanwezig voor de sperwer, waardoor op de planlocatie de sperwer tijdens foerageren waargenomen zou kunnen worden.
Doordat de planlocatie zelf niet geschikt is, zijn negatieve effecten van het voorgenomen plan op de sperwer uit te sluiten. De steenuil heeft voorkeur voor een biotoop in veelal kleinschalige agrarische cultuurlandschapen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en oude en knoestige bomen. Gebruikelijk leeft de steenuil op erven van burgerwoningen, bij boerderijen in het agrarische cultuurlandschap en aan dorpsranden. Het ideale leefgebied van de steenuil voorziet het hele jaar van voldoende voedsel, een geschikte nestplek en voldoende veiligheid. De steenuil is namelijk een standvogel en blijft het gehele jaar in
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 20 van 36
en rondom zijn nest. De biotoop van de steenuil dient een open tot halfopen landschap met afwisselend korte en verruigde vegetatie te hebben. Gebieden met aanwezigheid van bebouwing, beplanting, tuinen en weilandjes met (hobby)vee hebben de voorkeur. Voldoende nestplaats boomholten, nestkasten of nauwe ruimten in gebouwen - is van belang voor de steenuil. Het is ook van belang dat er voldoende voedsel aanwezig is voor de steenuil in de vorm van muizen, regenwormen, kikkers, salamanders, vleermuizen, kleine vogels en allerlei soorten insecten. Voorkeur geeft de steenuil aan voldoende ziten uitkijkposten voor het foerageren en om te rusten en een rustige omgeving waar geen verstoring of versnippering plaatsvindt. De planlocatie bied voldoende potentie als verblijfsplaats voor de steenuil. De oude schuur zou potentie kunnen hebben als nestplaats voor de steenuil. Door de gaten in de muur aan de westzijde is dit gebouw toegankelijk voor de steenuil. De steenuil kan het gehele jaar worden waargenomen, omdat het een standvogel is. Tijdens het veldbezoek is daarom gelet op de aanwezigheid van de steenuil, veren en braakballen. Er zijn geen sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van de steenuil in de oude schuur. Braakballen en veren zijn niet waargenomen op de planlocatie, waardoor negatieve effecten van het voorgenomen plan op de steenuil zijn uit te sluiten.
De wespendief heeft als voorkeur biotoop loofbossen en gemengde bossen met open plekken, heide, hoogvenen en graslandjes. Moerasbos en kleinschalig cultuurland met bos kunnen ook als leefomgeving voor de wespendief dienen. De wespendief is een unieke roofvogel met een uitgesproken voedselvoorkeur, bestaande uit larven, poppen, volwassen wespen en honing. De wespendief graaft grondnesten van wespen uit, ook boomnesten worden geopend om als voedsel te dienen. Naast wespen kunnen ook ratten, hommels, kevers, reptielen, eieren, jongen van andere vogels, amfibieën (vooral kikkers) en kleine zoogdieren als voedsel dienen. Op de planlocatie zijn enkele gebouwen aanwezig en slechts aan de zuidzijde van het perceel enkele bomen, wat de planlocatie niet geschikt maakt als verblijfsplaats voor de wespendief door het ontbreken van bossen. Negatieve effecten van het voorgenomen plan op de wespendief zijn dan ook uit te sluiten. Het voorkomen van nesten van algemene broedvogels, die beschermd zijn wanneer ze in gebruik zijn, is mogelijk in de struiken en boompjes in en rondom het plangebied. In verband met het voorkomen van verstoring van nesten van deze algemene broedvogels wordt aangeraden om te zijner tijd, in de aanlegfase, te werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart -15 juli) of op een manier waarbij vogels niet aan broeden beginnen in de directe nabijheid van het plangebied.
Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden. Conclusie vogels: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 21 van 36
Onder de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar. Het is daarom aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste algemene vogels (grofweg 15 maart -15 juli) of op een manier waarbij vogels in de directe nabijheid niet aan broeden beginnen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien door een deskundige is vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten zijn, of indien is vastgesteld dat met het werken volgens een goedgekeurd werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Een dergelijk ecologisch werkprotocol dient te zijn opgesteld door een ter zake deskundige en vervolgens goedgekeurd te zijn door het bevoegd gezag.
4.5. Vissen Bij gebrek aan watervoerende elementen is het voorkomen van vissen in het plangebied uitgesloten. Conclusie vissen: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vissen uitgesloten.
4.6. Reptielen Beschermde reptielen zijn in de nabijheid van het plangebied niet waargenomen. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde soorten. Een geschikt habitat ontbreekt voor reptielen, waarmee de aanwezigheid van reptielen op de planlocatie uitgesloten is. Conclusie reptielen: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen uitgesloten. Nader onderzoek volgens het kennisdocument is niet noodzakelijk. 4.7. Amfibieën Beschermde amfibieën zijn in de nabijheid van het plangebied waargenomen. Het gaat om de bruine kikker en de gewone pad. Gedurende het terreinonderzoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor deze strikt beschermde De bruine kikker komt in tal van watertypen voor, mits deze zon beschenen is en ondiepe oeverzones bevat. De oeverzones zijn van belang bij de voortplanting. De bruine kikker komt voor tot in stedelijke gebieden en behoort tot een van de meest algemeen voorkomende amfibieënsoorten in Nederland. Een geschikt landbiotoop voor de bruine kikker beschikt over bosjes en ruigten in een kleinschalig landschap. Bruine kikkers overwinteren zowel in het water als op het land. De gewone pad is een algemeen voorkomende soort in geheel Nederland, met uitzondering van enkele waddeneilanden. Wat betreft zijn biotoop is de gewone pad weinig kieskeurig.
Hij komt voor in tal van watertypen, zoals poelen, sloten, meren en
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 22 van 36
vennen. Waterplanten dienen als afzetplek voor eitjes en tevens schuilplaats voor larven en volwassen dieren. De aanwezigheid van bosjes en ruigten in het landschap zijn van belang voor een geschikt landbiotoop. De gewone pad is een van de weinige amfibieën in Nederland die goed bestand is tegen grote visdichtheden. De bruine kikker en de gewone pad zijn sterk watergebonden. Oppervlaktewater ontbreekt in het plangebied, wat het ongeschikt maakt voor amfibieën. Hooguit zouden de bruine kikker en gewone pad het plangebied kunnen gebruiken als landbiotoop. Voor deze soorten geldt evenwel een algemene vrijstelling. Conclusie amfibieën: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op amfibieën uitgesloten.
4.8. Ongewervelden Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders en libellen, kan gesteld worden dat de beschermde soorten voornamelijk gebonden zijn aan specifieke terreintypen zoals hoogveen, droge- en vochtige heiden en vennen. Deze specifieke biotopen worden voornamelijk in natuurgebieden aangetroffen en ontbreken binnen het plangebied. Ook zijn er geen waarnemingen van beschermde soorten bekend in de nabijheid van het plangebied. Populaties van overige beschermde soorten worden daarom in het geheel niet verwacht in het plangebied. Conclusie ongewervelden: Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 23 van 36
5. SAMENVATTENDE CONCLUSIE Aan de Zoggelsestraat 74 in Heesch is binnen het bestaande bouwblok een schuur aanwezig. Deze bestaande schuur is niet geïsoleerd, heeft een houten balkconstructie en het dak bestaat uit (mogelijk asbest dragende) golfplaten. In de schuur zijn verschillende scheuren in de buitenmuren aanwezig en ontbreken ramen en kieren de deuren. Daarnaast bevinden zich rondom de schuur jonge bomen en staan er laanbomen langs de weg. het noorden verplaatst, waardoor deze bestaande schuur niet meer is bestemd en onder het overgangsrecht is komen te vallen. Op het moment dat het bestemmingsplan in werking getreden zal zijn en een omgevingsvergunning voor de sloop verleend is, zal de schuur gesloopt gaan worden. Achter de huidige aanwezige schuur zal een nieuw nietagrarisch bedrijfspand gebouwd worden, wat past binnen het inmiddels onherroepelijke bestemmingsplan. De dichtstbijzijnde circa 955 meter van het plangebied. De afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is ongeveer 12.570 meter (Rijntakken). Conclusies Soortenbescherming: Flora Van het plan worden geen negatieve effecten op beschermde flora verwacht. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk.
Zoogdieren Vleermuizen Van het plan zijn geen negatieve effecten op beschermde vleermuissoorten te verwachten, doordat de aanwezigheid van rust- of verblijfsplaatsen uitgesloten is. Nader onderzoek of een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk. Overige zoogdieren Negatieve effecten op overige zoogdieren zijn uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Jaarrond beschermde vogels Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vogelsoorten uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk. Broedvogels
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 24 van 36
Binnen de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen. Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart -15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. ld door een ter zake deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Vissen Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op vissen uitgesloten. Reptielen Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op reptielen uitgesloten. Nader onderzoek volgens het kennisdocument is niet noodzakelijk. Amfibieën Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op amfibieën uitgesloten.
Ongewervelden Gelet op de in het plangebied aanwezige biotopen zijn negatieve effecten op ongewervelden uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing van de Soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken. De in het plangebied te verwachten soorten genieten hooguit lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. In de nabijheid waargenomen beschermde soorten, zijn bij het terreinbezoek niet waargenomen binnen het plangebied. De aangetroffen biotopen zijn bovendien niet geschikt als leefgebied voor beschermde soorten. Hiermee is aangetoond dat de Soortenbescherming niet zal worden overtreden met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. Deze QuickScan betreft een momentopname, indien er geruime tijd verstrijkt voor daadwerkelijke werkzaamheden plaatsvinden op de planlocatie is een nieuwe inventarisatie door een ecologisch deskundige noodzakelijk om te beoordelen of er in de
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 25 van 36
tussentijd geen strikt beschermde soorten aanwezig zijn op de planlocatie of hier een verblijfsplaats hebben. De planontwikkeling en de bestemmingsplanwijziging zelf heeft verder geen negatieve invloed op de mogelijk aanwezige soorten, omdat dit enkel theoretische ontwikkelingen betreffen. Pas bij daadwerkelijke uitvoer van sloop- en (ver)bouwwerkzaamheden over een geruime tijd zal een nieuwe ecologische beoordeling noodzakelijk zijn.
Planontwikkeling/Bestemmingsplanwijziging, Zoggelsestraat 74 in Heesch, QuickScan Soortenbescherming (flora en fauna)
Pagina 26 van 36
BIJLAGE I.
Bronvermelding
Gebieden:
www.ruimtelijkeplannen.nl Bestemmingsplan vastgesteld op 6 februari 2014 Verordening ruimte