Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan
Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch Bernheze
DATUM IMRO IDN
17-01-2021 NL.IMRO.1721.BPSchrikkelvenTO9-VG01
PROJECT PROJECTLEIDER
ing. D.C.W. van Roij
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
44001064.20180256
AUTEUR STATUS
ing. H.A.Q. Maas vastgesteld
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Memo planologisch aanvaardbare locatie
7
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
19
Bijlage 3
Memo onderzoek wegverkeerslawaai
63
Bijlage 4
Besluit intrekken maatwerkvoorschriften
69
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek Schrikkelvenstraat 4
77
Bijlage 6
Aanvullend akoestisch onderzoek Schrikkelvenstraat 4
147
Bijlage 7
Memo geurhinder
171
Bijlage 8
Advies Veiligheidsregio Brabant Noord
193
Bijlage 9
Veldonderzoek flora en fauna
195
Bijlage 10
Nota zienswijzen
215
3/218
4/218
Bijlagen bij de toelichting
5/218
6/218
Bijlage 1
7/218
Memo planologisch aanvaardbare locatie
MEMO Van
:
Danielle Gooijers, Justus van den Berg en Dirk van Roij
Project
:
Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
Opdrachtgever :
Stein
Datum
:
12-01-2022
Betreft
:
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
1. Inleiding Ten behoeve van de oprichting van twee ruimte-voor-ruimtekavels aan de Schrikkelvenstraat in Heesch wordt een planologische procedure doorlopen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch’ heeft vanaf 2 februari 2019 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen voor het indienen van een zienswijze. De provincie Noord-Brabant heeft op 27 maart 2019 een zienswijze ingediend waarin het volgende gesteld wordt: ‘’Op grond van artikel 7.8, lid 1b van de Verordening ruimte zijn ruimte-voor-ruimtekavels slechts toegestaan op een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie. We constateren dat op de beoogde locatie geen sprake is van ligging binnen een bebouwingsconcentratie, maar van een relatief waardevolle open ruimte, op geruime afstand van het bebouwingscluster c.q. de kernrandzone Vinkelsestraat - Denneboomstraat - Lage Wijst. Wij worden in onze conclusie gesterkt door het gemeentelijk beleid. In de structuurvisie Bernheze maakt het plangebied deel uit van het "halfopen (coulisse)landschap", waarvoor door u is vastgesteld dat verandering aan dit landschap zoveel mogelijk moet worden voorkomen.
Het in de structuurvisie Bernheze aangeduide bebouwingscluster is duidelijk ten noorden van de Vinkelseloop gesitueerd’’ De provincie is van mening dat er bij voorliggende ontwikkeling geen sprake is van ligging in een bebouwingsconcentratie. Op de betreffende locatie zou sprake zijn van een relatief waardevolle open ruimte waar veranderingen aan het landschap, zoals de oprichting van ruimte-voor-ruimtekavels moet worden voorkomen. Naar aanleiding van de zienswijze van provincie heeft gemeente een aangepast stedenbouwkundig advies uitgebracht met randvoorwaarden voor een ruimte voor ruimte-woning aan de Schrikkelvenstraat. In het advies van gemeente de voorwaarde gesteld nog maar één ruimte voor ruimte-woning toe te staan in plaats van de twee ruimte voor ruimte-woningen die in het ontwerpbestemmingsplan nog mogelijk gemaakt werden. Dit vloeit voort uit nieuw gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimte voor ruimte-woningen. Maar ook om de openheid van het landschap niet te verstoren. Deze notitie onderbouwd waarom er wel sprake is van een bebouwingsconcentratie als bedoeld volgens het provinciaal beleid en waarom er geen sprake is van afbreuk aan het aanwezige landschap. 2. Ligging binnen een bebouwingsconcentratie De planlocatie ligt wel binnen een bebouwingsconcentratie. Hierna wordt gemotiveerd waarom ter plaatse wel sprake is van een bebouwingsconcentratie.
Provinciaal beleid Het provinciale beleid voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De regels voor ruimte voor ruimte-woningen is opgenomen in artikel 3.80 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Het doel van de regeling ruimte voor ruimte is om aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen door in ruil voor de beëindiging van een Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 2
veehouderij, het inleveren van fosfaatrechten en de sloop van bedrijfsgebouwen de bouw van woningen op een passende locatie toe te staan. De regeling wijkt daarmee af van de hoofdregel dat geen nieuwe (burger)woningen mogen komen in het buitengebied. Als passende locatie geldt dat er sprake moet zijn van een bebouwingsconcentratie. In artikel 3.80 zijn de voorwaarden opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen dat voorziet in een ruimte-voor-ruimtekavel. Binnen de provincie Noord-Brabant is er expliciet voor gekozen om de ontwikkeling van kavels alleen mogelijk te maken op planologisch aanvaardbare plekken in bebouwingsconcentraties. Hiervoor is expliciet gekozen om een verdere menging van functies en verstening van het buitengebied te voorkomen. Per kavel kan één woning worden gerealiseerd in afwijking van het verbod op nieuwvestiging. Van belang is dus of ter plaatse van de te realiseren ruimte voor ruimte-woning sprake is van een bebouwingsconcentratie. In artikel 1.1 Begripsbepaling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het begrip ‘bebouwingsconcentratie’ als volgt gedefinieerd: “kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster;”.
Het begrip ‘kernrandzone’ wordt als volgt gedefinieerd: “overgangszone van bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een toenemende menging van functies;” Het begrip ‘bebouwingslint’ wordt als volgt gedefinieerd: “min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied;” Het begrip ‘bebouwingscluster’ wordt als volgt gedefinieerd: “vlakvormige verzameling van bebouwing in Landelijk gebied;” Toetsing aan provinciaal beleid Van belang is dat de locatie voor het mogelijk maken van de beoogde ruimte voor ruimte-woning binnen een bebouwingsconcentratie ligt. Zoals hierboven is beschreven moet de locatie daarom liggen in een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Hierna wordt beschreven of de planlocatie binnen een bebouwingsconcentratie ligt. Ontstaansgeschiedenis Schrikkelvenstraat Allereerst wordt de ontstaansgeschiedenis van de Schrikkelvenstraat kort en globaal uiteengezet. In de omgeving van de huidige Schrikkelvenstraat ontstaat omstreeks 1880 de eerste bebouwing daar waar een aantal wegen samenkomen. Op de historische kaart van 1880 is te zien dat het een herberg betreft. In de huidige tijd betreft dit het punt waar de wegen Vinkelsestraat/Denneboomstraat/ RuiterswegWest/Ruitersweg-Oost samenkomen.
Op de kaart van omstreeks 1900 is te zien dat er steeds meer bebouwing in de omgeving nabije omgeving van de herberg komt, zoals aan de Dennenboomstraat. Ook aan de Schrikkelvenstraat ontstaat dan de eerste bebouwing. Op de kaart van 1960 is te zien dat er aan de Schrikkelvenstraat steeds meer bebouwing ontstaat en de eerste tekenen van een bebouwingscluster of een bebouwingslint zichtbaar worden. Op de kaart van 1960 wordt dit bebouwingscluster of bebouwingslint ‘Wijst’ genoemd. De planlocatie ligt hier binnen, zie figuur 1 op de kaart van 1960. Vanaf 1960 is te zien dat er tussen de twee bebouwingsclusters steeds meer bebouwing ontstaat. De bebouwingsclusters zijn dan in ruimtelijk opzicht één geworden in de vorm van een bebouwingslint danwel bebouwingscluster. Provincie geeft in haar zienswijze aan dat het bebouwingsconcentratie alleen ten noorden van het beekje de Vinkelseloop is gesitueerd. Uit de ontstaansgeschiedenis blijkt dat anders te zijn. Uit historische kaarten blijkt namelijk dat de Vinkelseloop ter hoogte van de Schrikkelvenstraat pas is ontstaan ten tijde van de ruilverkaveling in de jaren ’80. Zoals reeds hierboven beschreven was voor die tijd als sprake van een bebouwingsconcentratie aan de Schrikkelvenstraat. Waaruit te concluderen valt dat ook ten zuiden van de huidige Vinkelseloop sprake is van een bebouwingsconcentratie.
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 3
1880
1900
1960
2019
Figuur 1: Historische kaarten waaruit de ontstaansgeschiedenis en groei van planlocatie en omgeving af te leze valt. De bebouwingsconcentraties zijn met oranje cirkel aangeduid. De ligging van de planlocatie is met rode lijn aangeduid. Functionele en ruimtelijke structuur Schrikkelvenstraat Langs de Schrikkelvenstraat is sprake van bebouwing aan weerszijden van de weg, waarbij langs de oostelijke zijde de bouwkavels op beperkte afstand van elkaar gesitueerd zijn. Aan de zuidoostzijde van de Schrikkelvenstraat is een lint van reeds bestaande burgerwoningen gelegen. De kadastrale percelen van deze burgerwoningen grenzen aan elkaar. Aan de overzijde is op de hoek met Dennenboomstraat een burgerwoning aanwezig. Deze woning is een aantal jaar terug gerealiseerd middels de aankoop van een ruimte voor ruimtetitel bij de Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte (ORR). Daarnaast is aan deze zijde van de Schrikkelvenstraat een dierenpension aanwezig met een bedrijfswoning en bedrijfsgebouwen. De bebouwingen liggen aan beide zijde van de Schikkelvensestraat op relatief korte onderlinge afstand. De planlocatie ligt binnen dit bebouwingslint, te weten tegenover Schrikkelvenstraat nummer 9 en langs het dierenpension op Schrikkelvenstraat nummer 4. In de omgeving van de planlocatie zijn voornamelijk burgerwoningen aanwezig met her en der kleinschalige bedrijven.
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 4
Bebouwingslint In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een bebouwingslint als volgt gedefinieerd: “min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied.” Zoals hierboven toegelicht is de bebouwing aan de Ruitersweg-Oost/Denneboomweg/Meerweg/ Schrikkelvenstraat en omgeving organisch gegroeid in met name de tweede helft van de vorige eeuw. Langs deze wegen is (soms gedeeltelijk) sprake van bebouwingslint aan weerszijden van de weg. De bebouwing is op beperkte afstand van elkaar gesitueerd. Dit is weergegeven in figuur 2.
50 m
40 m 40 m 25 m 55 m
75 m 35 m
70 m
35 35 m 35 m 55 m
Figuur 2: Gemeten afstanden tussen bebouwing in het buitengebied nabij Schrikkelvenstraat, Denneboomstraat en omgeving De gronden in de omgeving van de planlocatie zijn hoofdzakelijk als agrarisch in gebruik. Verder kenmerkt de omgeving zich veelal met wonen in het buitengebied en kleinschalige bedrijvigheid langs de hiervoor genoemde wegen. Naast de vele burgerwoningen in de omgeving zijn er kleinschalige bedrijven gevestigd zoals een dierenpension, een verhuurbedrijf en een bed and breakfast. Vergeleken met het buitengebied verderop ten zuiden van de planlocatie is in de omgeving van de planlocatie sprake van een toenemende menging van functies. Verderop ten zuiden van de planlocatie kenmerkt de omgeving zich namelijk hoofdzakelijk door agrarische bedrijven. Het bebouwingslint aan de noordzijde van de Schrikkelvenstraat gaat over naar het
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 5
bebouwingslint aan de Meerweg. Aan de zuidzijde wordt dit bebouwingslint aangevuld met één woning, waarna er een overgang plaatsvindt naar meer open gebied. Geconcludeerd kan worden dat voor de Schrikkelvenstraat ruimtelijk gezien sprake is van een ‘min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg in Landelijk gebied’ conform de definitie uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarbij is de ruimtelijke situatie bij voorliggende planlocatie vergelijkbaar met de ruimte-voor-ruimte ontwikkeling in Welberg. Bij deze ontwikkeling was sprake van aanvulling van woningbouw op het bebouwingslint en was maar voor een gedeelte van de weg sprake van een bebouwingslint. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS, 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1032) bevestigde dat de weg waaraan de woningbouw was beoogd een bebouwingslint was dat werd aangevuld en dat geen sprake was van een stedelijke ontwikkeling. In een andere uitspraak in het kader van het bestemmingsplan ‘Heusden Buitengebied, 3de herziening" (ABRvS, 17 januari, 2018 ECLI:NL:RVS:2018:117) is bevestigd door de Afdeling dat aan de Oude Schoolstraat (Hedikhuizen) geen sprake was van een bebouwingslint aangezien de afstanden tussen de overwegend agrarische bebouwing onderling ongeveer 130 meter bedraagt.
Bij voorliggende planlocatie bedragen deze afstanden tussen de bebouwing onderling aanzienlijk minder zoals in figuur 2 aangegeven, waardoor eveneens geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een bebouwingslint. Geconcludeerd kan dan ook worden dat sprake is van een bebouwingsconcentratie in de vorm van een bebouwingslint voor dit gedeelte van de Schrikkelvenstraat. Bebouwingscluster De ruimtelijke opzet van de omgeving van de planlocatie geeft tevens aanleiding om te bekijken of deze ook binnen een bebouwingscluster kan liggen. Hierna wordt daarom nader bekeken of tevens sprake kan zijn van een bebouwingscluster. Een bebouwingscluster betreft: “een vlakvormige verzameling van bebouwing in landelijk gebied.” Een bebouwingscluster kan nader beschreven worden als een groep bebouwing die door structuur en ruimtelijke samenhang aan elkaar verbonden zijn. Het bebouwingslint maakt qua structuur en (ruimtelijke) samenhang onderdeel uit van het bebouwingscluster aan de Dennenboomstraat, Vinkelsestraat , Meerweg , RuiterwegOost en omgeving. De Schrikkelvenstraat is een uitloper van dit bebouwingscluster. Op de kaart van 2019 is dit ook te zien. Zoals onder het kopje ontstaansgeschiedenis is toegelicht was er voor de ruilverkaveling al sprake van een bebouwingscluster ten zuiden van de huidige Vinkelseloop. Het toevoegen van een woning past binnen de bebouwingsstructuur.
Provincie geeft in haar zienswijze aan dat het bebouwingscluster alleen ten noorden van het beekje de Vinkelseloop is gesitueerd. Uit de ontstaansgeschiedenis blijkt dat anders te zijn. Uit historische kaarten blijkt namelijk dat de Vinkelseloop ter hoogte van de Schrikkelvenstraat pas is ontstaan ten tijde van de ruilverkaveling in de jaren ’80. Zoals reeds hierboven beschreven was voor die tijd als sprake van een bebouwingscluster aan de Schrikkelvenstraat. Waaruit te concluderen valt dat ook ten zuiden van de huidige Vinkelseloop sprake is van een bebouwingscluster. Het bebouwingscluster is ruimtelijk vergelijkbaar met een ruimte-voor-ruimte ontwikkeling in Bakel waar de Afdeling uitspraak over heeft gedaan (ABRvS, 5 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:940). Hierbij werd eveneens bevestigd dat sprake was van een bebouwingsconcentratie in de vorm van een bebouwingscluster. Conclusie Ter plaatse van de planlocatie is sprake van een bebouwingslint. Daarnaast kan de Schrikkelvenstraat gezien worden als uitloper van een bebouwingscluster van de aangrenzende straten, mede gezien in de historische context van de omgeving. De locatie is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie conform Interim omgevingsverordening NoordBrabant. De realisatie van een ruimte voor ruimte-woning is daarmee toegestaan.
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 6
Gemeentelijk beleid Provincie geeft in haar zienswijze aan dat ter plaatse van de planlocatie geen sprake is van een bebouwingsconcentratie en dat zij zich gesterkt voelen door gemeentelijk beleid. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van bebouwingsconcentraties wordt hierna uiteengezet. Bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’, onherroepelijk sinds 8 oktober 2014. In december 2018 en april 2019 zijn twee paraplubestemmingsplannen vastgesteld, respectievelijk het ‘Paraplubestemmingsplan teeltondersteunende voorzieningen Bernheze’ en ‘Vrijkomende Agrarische Bebouwing 2018’. Deze paraplubestemmingsplannen hebben geen directe relatie met voorgenomen ontwikkeling in het plangebied en worden daarom buiten beschouwing gelaten. Op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ heeft het plangebied de bestemming Agrarisch met de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – woonwerkontwikkelingsgebied’ (WOG). Ter plaatse van deze aanduiding mogen de gronden ontwikkeld worden tot een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat. In de toelichting van dit bestemmingsplan is aangegeven dat: ‘’Binnen de WOG’s zijn de woon‐ en werkfuncties de belangrijkste functies, of worden deze functies het belangrijkst. De WOG’s bestaan uit extensiveringsgebieden overig en bebouwingsconcentraties in de gemeente.
Binnen de WOG’s zijn onder het mom van kwaliteitswinst ruimere mogelijkheden voor splitsing van woningen, omschakeling naar niet‐agrarische bedrijvigheid en omschakeling naar recreatie. Zo ontstaat er een aantrekkelijk en gevarieerd woon‐ en werkklimaat’’ Voor het hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties en gronden binnen het woonwerkontwikkelingsgebied is in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen dat de provincie ruimte geeft om meer ontwikkelingen in bebouwingsconcentraties toe te staan mits deze ontwikkelingen gepaard gaan met versterking van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De gemeente Bernheze wil de kans grijpen om dit ook in Bernheze mogelijk te maken. De begrenzing van de bebouwingsconcentraties is gebaseerd op de ruimtelijke situatie ter plaatse. Hierbij zijn dezelfde definities als uitgangspunt genomen zoals ook in de huidig geldende Interim omgevingsverordening Noord-Brabant beschreven is. Dit zijn: Bebouwingsconcentratie = Een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Kernrandzone = Een overgangszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar met een ondergeschikte en/of afnemende agrarische functie. Bebouwingscluster = Een vlakvormige verzameling van gebouwen in het buitengebied.
Bebouwingslint = Een lijnvormige verzameling van gebouwen langs een weg in het buitengebied, doorgaans dubbelzijdig aanwezig, met geringe afstanden tussen de bouwkavels, veelal met een historisch gegroeide menging van kleinschalige buitengebied‐ en niet‐buitengebied functies. Zoals reeds eerder gemotiveerd is ter plaatse van de planlocatie sprake van zowel een kernrandzone, bebouwingslint én bebouwingscluster. En daarmee dus sprake van een bebouwingsconcentratie. Structuurvisie Bernheze 2010 en Ruimtelijk Casco De woonwerkontwikkelingsgebieden zoals bestemd en uitgangspunten ten aanzien van de bebouwingsconcentraties komen voort uit de Structuurvisie Bernheze zoals vastgesteld in 2010. De toekomstige ontwikkeling van de gemeente Bernheze vindt haar basis in principe in twee kwaliteiten: enerzijds haar groene kwaliteiten, zowel in het grote middengebied, als in en rondom de kernen; anderzijds haar woonkwaliteiten, met een gevarieerd aanbod vanuit de vijf kernen. Aan de Structuurvisie Bernheze is het zogenaamde Ruimtelijk Casco gekoppeld. Het Ruimtelijk Casco (toelichting en kaartbeeld) is het ontwikkelingskader waarin ook een wensbeeld voor de lange termijn geschetst wordt. Het Ruimtelijk Casco beoogd de samenhangende structuren naar voren te halen en hieraan strategieën te koppelen, waarmee het een casco vormt voor concrete projecten en plannen.
Het is een afwegingskader, maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Zoals in de Structuurvisie Bernheze staat: ‘’Het Ruimtelijk Casco geeft richting zonder te spreken over een programma. Het geeft de mogelijkheden weer Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 7
en is flexibel wat betreft de exacte invulling op de korte termijn’’ Het plangebied ligt in het half open landschap, maar grenst direct aan de bebouwingsconcentratie Vinkelsestraat-Denneboomstraat. Onderstaand het plangebied in rood ten opzichte van de bebouwingsconcentratie zoals gevisualiseerd in het Ruimtelijk Casco.
Figuur 3. Uitsnede kaart Ruimtelijk Casco – Structuurvisie Bernheze met plangebied in rood (Gemeente Bernheze) Op bovenstaand kaartbeeld (figuur 3) uit Ruimtelijk Casco zijn zones en plekken aangeduid middels vlakken en iconen. Deze vlakken en iconen zijn globale weergaven van ontwikkelrichtlijnen voor een plek of gebied. Op deze kaart zijn de bebouwingsconcentraties dus ook globaal aangeduid met iconen. Deze iconen geven dus niet de exacte ligging van een bebouwingsconcentratie aan, maar beoogd flexibiliteit (dus geen blauwdruk waarin bebouwingsclusters strak begrenst zijn). Ten aanzien van ruimte-voor-ruimtekavels wordt in de Structuurvisie Bernheze aangesloten bij de uitgangspunten van het raadsvoorstel ‘de Ruimte voor Ruimte (verbreed), Buitengebied in ontwikkeling en verplaatsen intensieve veehouderijen’. In dit raadsvoorstel is een nadere belangen- en beleidsafweginggemaakt over de mogelijkheid tot het toevoegen van dit soort woningen. In dit raadsvoorstel is voor afbakening van de bebouwingsconcentratie aangesloten bij de definities die ook zijn opgenomen in de toelichting van het vigerend bestemmingsplan en eerder zijn toegelicht. Over de bebouwingsconcentraties wordt wel het volgende gesteld in de structuurvisie: "De oorspronkelijke dorpslinten, die aan de oude routes zijn ontstaan, zijn waardevol als historische structuur.
Deze zijn uitgegroeid tot een kern of zijn beperkt gebleven tot een bebouwingscluster. Strategie voor de bebouwingsclusters is het hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties voor niet-agrarische functies alsmede (beperkte) toevoeging van nieuw bouwvolume. Belangrijke randvoorwaarde voor de verruimde mogelijkheden is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. Een voorbeeld hiervan is sloop van bebouwing als compensatie voor verruimde mogelijkheden al dan niet in combinatie met rood voor groen, het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of een versterking van natuur- en landschapswaarden in de omgeving. Verdichting van het bebouwingscluster is dus in bepaalde gevallen toegestaan, indien dit tot een Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 8
ruimtelijke verbetering leidt. De bestaande waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen gehandhaafd te blijven. Nieuwbouw dient qua maat en schaal passend te zijn in de omgeving.'' Hierna wordt ingegaan op het half open landschap zoals omschreven in de structuurvisie versus het landschap zoals het daadwerkelijk op locatie van het plangebied en omgeving nu is. Er wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen afbreuk doet aan het half open (coulisse)landschap en bestaande waardevolle doorzichten behouden blijven. Zoals al onderbouwd in het ontwerpbestemmingsplan en tevens onderbouwd in deze memo is de nieuwbouw in maat en schaal passend in de omgeving. 3. Stedenbouwkundige opzet Schrikkelvenstraat en inpassing beoogde ontwikkeling Naar aanleiding van de zienswijze van provincie heeft gemeente een aangepast stedenbouwkundig advies uitgebracht met randvoorwaarden voor een ruimte voor ruimte-woning aan de Schrikkelvenstraat. Dit advies wordt als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan bijgevoegd. In het advies van gemeente de voorwaarde gesteld nog maar één ruimte voor ruimte-woning toe te staan in plaats van de twee ruimte voor ruimte-woningen die in het ontwerpbestemmingsplan nog mogelijk gemaakt werden. Dit vloeit voort uit nieuw gemeentelijk beleid ten aanzien van ruimte voor ruimte-woningen.
Maar ook om de openheid van het landschap niet te verstoren. Om de openheid van het landschap niet te verstoren zijn in het aangepast stedenbouwkundig advies van de gemeente de volgende randvoorwaarden opgenomen: “Wanneer uitgegaan wordt van één RvR-woning op de plek waar eerder een bouwvlak is aangemerkt moet deze aansluiten op het bebouwingslint aan de Schrikkelvenstraat. Het is daarom ongewenst dat de woning in het zuidelijke deel van het bouwvlak komt te liggen. Tevens zijn twee andere aspecten van belang. Ten eerste het uitzicht van de woning met nummer 9. De bewoners hebben decennia een vrij uitzicht en dat moet niet direct geblokkeerd worden. De nieuwe woning zal niet recht tegenover nummer 9 mogen komen. Ten tweede is er het doorzicht uit de onbenoemde zijstraat over de Schrikkelvenstraat op het open landschap. Een nieuwe woning zal dat uitzicht ook niet moeten blokkeren” In het aangepast stedenbouwkundig advies van gemeente wordt op onderstaande figuur 4 die nieuwe positie van één ruimte voor ruimte-woning weergegeven. De realisatie van één ruimte voor ruimte-woning op de planlocatie is passend in de omgeving.
Figuur 4: Positie van één ruimte voor ruimte-woning aan de Schrikkelvenstraat. Uit ‘Aangepaste stedenbouwkundige randvoorwaarden voor RvR-woning aan de Schrikkelvenstraat na bezwaar van de provincie tegen het concept-bestemmingsplan’ van gemeente Bernheze.
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 9
4. Half open landschap en inpassing beoogde ontwikkeling Het plangebied wordt in de Structuurvisie Bernheze aangeduid als halfopen landschap. In de structuurvisie is een toelichting op dit halfopen landschap opgenomen. Deze toelichting luidt als volgt: "In de beekdalen en op de dekzandruggen rond de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van het open landschap geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Het halfopen landschap wordt voor het grootste deel gebruikt als landbouwgrond. Door de variatie in dit halfopen landschap is er een coulisselandschap gevormd. Het voegt een kwaliteit toe aan het beeld van de gemeente Bernheze en dient geconserveerd te worden. Verandering aan dit landschap moet hier ook zoveel mogelijk worden voorkomen." Ontwikkeling in de tijd Het plangebied is gelegen in een heideontginningslandschap. Een beeld van het plangebied en de omgeving is weergegeven op kaarten uit verschillende perioden. Zie figuur 1. Duidelijk te zien is de kleinschalige ontginning en het onbebouwde karakter. Tot in 1940 en zelfs 1980 is het gebied nog kleinschalig verkaveld. Kaarten van 2000 en 2019 laten de recente schaalvergroting als gevolg van ruilverkavelingen in de jaren ’80 zien en tevens de toename van de agrarische bebouwing.
Structuurkenmerken van het huidige landschap Door de beplantingen langs wegen, op kavelgrenzen en rond erven is de omgeving van het plangebied geleed in ruimten (kamers) die door groene wanden worden gescheiden. Kenmerkende elementen zijn: maatvoering van de open ruimten (kamers); bebouwingspatroon; zichtlijnen. Maatvoering van de open ruimten De Schrikkelvenstraat en Vinkelsestraat liggen evenwijdig aan elkaar op een afstand van circa 300 meter. De Vinkelsestraat is de ontginningsbasis. De lengtemaat van de ruimte is circa 1.300 meter. De kamer is geleed in twee delen door een knik in de wegen, erven die ver van de weg zijn gebouwd en een bosje bij de knik. Er zijn dus ruimten ten noorden en ten zuiden van de knik.
Figuur 4. Ruimtelijke opbouw kamer plangebied Bebouwingspatroon Het ontbreken van bebouwing in kamers is een van de bijzondere kenmerken van het coulisselandschap. De vier wegen die de kamer van het plangebied begrenzen zijn allemaal voorzien van boombeplanting en Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 10
bebouwing. Hier is er bebouwing aan weerszijde van de wegen, ook aan de Schrikkelvenstraat. Een aantal erven ligt ver van de weg af of is omvangrijk vanwege de agrarische bedrijfsgebouwen. Zichtlijnen Zichtlijnen zijn er vanaf de wegen op de agrarische percelen. Door de aanwezige erven wordt het zicht onderbroken. Inpassing beoogde ontwikkeling De beoogde ruimte-voor-ruimtekavel ligt aan de noordwestzijde van de Schrikkelvenstraat en sluiten aan op de bebouwing aan de overzijde van de weg. Het effect van de ontwikkeling op de landschappelijke kenmerken zijn: Maatvoering open ruimte o Het is een kleinschalige ontwikkeling die ondergeschikt is aan de maatvoering van de open ruimte en doet daar geen afbreuk aan. Bebouwingspatroon o Dit deel van de kamer is al bebouwd. De nieuwbouw sluit aan op het bestaande patroon en vormt geen aantasting van het onbebouwde karakter, omdat er al (veel) bebouwing aanwezig is. Zichtlijnen. o De nieuwe woning zorgt lokaal wel voor verdichting en daarmee een belemmering van het zicht op de ruimte. Het is echter een kleinschalige verdichting waardoor er nog voldoende zichtlijnen aanwezig blijven. De kavels liggen ook los van bestaande verdichtingen, waardoor er geen sprake is van wandvorming en daarmee aantasting van het half open (coulisse)landschap en waardevolle doorzichten.
In het landschappelijk inpassingsplan dat onderdeel is van het bestemmingsplan wordt aangetoond dat sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en dat er geen sprake is van een verstoring van het half-open karakter van de omgeving. 5. Andere voorbeelden van ruimte voor ruimte-woningen in Bernheze Dat de gemeente Bernheze de in de Structuurvisie Bernheze gevisualiseerde bebouwingsconcentraties zelf niet als blauwdruk toepast voor het toestaan van ruimte-voor-ruimtekavels blijkt uit het feit dat er ook op andere locaties binnen de gemeente planologische procedures zijn doorlopen voor dit soort ontwikkelingen. Op de hoek van de Schrikkelvenstraat en de Denneboomstraat is in november 2016 een bestemmingsplan vastgesteld voor de ontwikkeling van één ruimte-voor-ruimtekavel. Ook dit plangebied ligt op basis van het kaartbeeld bij het Ruimtelijke Casco in het half open (coulisse)landschap. 6. Samenvatting en conclusie De gemeente Bernheze heeft in haar principebesluit uit 2017 besloten medewerking te verlenen aan twee ruimte voor ruimte-woningen aan de Schrikkelvenstraat in Heesch. Naar aanleiding van de zienswijze van provincie heeft gemeente Bernheze gewijzigde stedenbouwkundige uitgangpunten bepaald. Dit heeft geresulteerd in het toestaan van één ruimte voor ruimte-woning in plaats van twee.
Hiermee is de beoogde ontwikkeling beter inpasbaar in het gebied en heeft het geen negatieve invloed op de openheid van het landschap. En wordt zodoende tegemoetgekomen aan de zienswijze van de provincie. Tevens wordt middels het landschappelijk inpassingplan aangetoond dat er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en dat de halfopen karakter van het landschap behouden blijft. In deze memo wordt tevens aangetoond dat zowel conform het provinciale beleid als conform het gemeentelijk beleid er ter plaatse van de planlocatie sprake is van een bebouwingsconcentratie. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het toestaan van ruimte voor ruimte woningen. De zienswijze van de provincie wordt hiermee weerlegt. Het bestemmingsplan kan worden vastgesteld. Er zijn geen strijdigheden met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Onderbouwing zienswijze provincie Noord-Brabant Schrikkelvenstraat nabij 9 Heesch
blz. 11
18/218
Bijlage 2
19/218
Verkennend bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK SCHRIKKELVENSTRAAT (ONG.) TE HEESCH
Rapportage verkennend bodemonderzoek Schrikkelvenstraat (ong.) te Heesch Opdrachtgever
Rho adviseurs voor leefruimte Torenallee 20 5617 BC Eindhoven
Rapportnummer Versienummer
6395.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
27 maart 2018
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ing. M.M.A. van Neerven
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dhr. S.J. Theeuwen
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK................................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 1 Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek ................................................................. 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 2 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 2 Belendende percelen/terreindelen.................................................................................... 2 Terreininspectie ................................................................................................................ 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 4
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 4 4.1 4.2
4.3
5
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 5 5.1 5.2 5.3
6
Algemeen.......................................................................................................................... 4 Grondonderzoek ............................................................................................................... 4 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 4 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 4 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 5 4.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 5 4.3.2 Bemonstering ..................................................................................................... 5
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 5 Toetsingskader ................................................................................................................. 6 Resultaten grond- en grondwatermonsters ...................................................................... 7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES .......................................................................... 8
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4a. 4b. 5. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Geraadpleegde bronnen 6395.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Rho adviseurs voor leefruimte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Schrikkelvenstraat (ong.) te Heesch. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001 en 2002. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2 2.1
VOORONDERZOEK Geraadpleegde bronnen
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de Omgevingsdienst Brabant Noord aanwezige informatie (bodeminformatie online, www.odbn.nl), informatie verkregen van de opdrachtgever (mevrouw E. Cortooms) en informatie verkregen uit de op 9 maart uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.
Bijlage 6 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 1 van 8
2.2
Afbakening onderzoekslocatie vooronderzoek
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 6.250 m²) ligt aan de Schrikkelvenstraat (ong.), circa 2 kilometer ten zuidwesten van de kern van Heesch (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Heesch, sectie G, nummer 259. De coördinaten van de onderzoekslocatie zijn X = 163.590, Y = 414.325. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl) op een hoogte van circa 7,0 m +NAP. 2.3
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in gebruik als weiland en werd extensief bewoond. Op de onderzoekslocatie waren verschillende houtwallen aanwezig, welke omstreeks 1962 zijn verwijderd. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als weiland en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 2.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Brabant Noord (OBDN) blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.6
Belendende percelen/terreindelen
In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordoostzijde bevindt zich het overige deel van het perceel(weide); aan de zuidoostzijde bevindt zich een weg met daarnaast diverse woningen; aan de zuidwestzijde bevindt zich een weg; aan de noordwestzijde bevindt bevinden zich het overige deel van het perceel (weide).
Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De opdrachtgever van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 2 van 8
Uit de verzamelde informatie blijkt dat er op de aangrenzende percelen geen bodemverontreinigingen zijn te verwachten. 2.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terrein inspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 2.3. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 2.8
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens om twee woningen op de onderzoekslocatie te realiseren. 2.9
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Volgens de nota bodembeheer van de Omgevingsdienst Brabant Noord valt de onderzoekslocatie in de zone Natuur en Landbouw (AW2000). In dit gebied worden geen verhoogde achtergrondgehalten in de bodem verwacht. Regionaal komen verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater voor. 2.10 Bodemopbouw De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland, uit een veldpodzolgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.11 Geohydrologie Tektonisch gezien ligt de onderzoekslocatie in de Roerdalslenk. Deze slenk wordt aan de zuidwestzijde begrensd door de Feldbiss en aan de noordoostzijde door de Peelrandbreuk. Beide breuken zijn noordwest-zuidoost gericht. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 44,5 m en wordt gevormd door de grove en grindrijke zanden van de Formaties van Beegden en Sterksel. Op deze fluviatiele en glaciofluviatiele formaties liggen de fijnzandige, matig goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 11 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Stamproy.
De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 5,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 3 van 8
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.
4
VELDWERK
4.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuis. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 12 en 13 maart 2018 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer dhr. K. Gerrist. Deze medewerker van Econsultancy Boxmeer staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 16 boringen geplaatst; 12 boringen tot 0,5 m mv, 3 boringen tot 2,0 m -mv en 1 boring tot 3,0 m -mv. Deze diepe boring is afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bovengrond bestaat voornamelijk uit matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. De ondergrond bestaat uit matig siltig, matig grof zand. De ondergrond is tevens plaatselijk zwak grindig. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 4 van 8
4.3
Grondwateronderzoek
4.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op de onderzoekslocatie is een peilbuis (filterstelling 2,0 - 3,0 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 12 maart 2018 is ingeschat. Het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. 4.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 20 maart 2018 uitgevoerd door de heer R.J.H. Denessen. Deze medewerker van Econsultancy Boxmeer staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel I geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel I.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
01
5 5.1
Situering peilbuis
centraal op onderzoekslocatie
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Electrisch Geleidingsvermogen (EGV)
Troebelheid (NTU)
2,0 -3,0
1,08
761
11
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 4 grondmengmonsters samengesteld (2 grondmengmonsters van de bovengrond en 2 grondmengmonsters van de ondergrond). De 4 grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 5 van 8
Tabel II geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel II.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
5.2
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
01 (0,00-0,30) 02 (0,00-0,50) 03 (0,00-0,30) 04 (0,00-0,50) 05 (0,00-0,30) 06 (0,00-0,30) 07 (0,00-0,30) 08 (0,00-0,30)
standaardpakket
bovengrond noordelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM2
09 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) 11 (0,00-0,30) 12 (0,00-0,50) 13 (0,00-0,50) 14 (0,00-0,50) 15 (0,00-0,30) 16 (0,00-0,50)
standaardpakket
bovengrond zuidelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM3
01 (1,10-1,50) 01 (1,50-2,00) 02 (1,30-1,50) 02 (1,50-2,00)
standaardpakket
ondergrond, noordelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
MM4
03 (1,00-1,50) 03 (1,50-2,00) 04 (1,00-1,50) 04 (1,50-2,00)
standaardpakket
ondergrond , zuidelijk terreindeel (zintuiglijk schoon)
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 6 van 8
De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
5.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel III geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel III.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM1(*A)
01 (0,00-0,30) 02 (0,00-0,50) 03 (0,00-0,30) 04 (0,00-0,50) 05 (0,00-0,30) 06 (0,00-0,30) 07 (0,00-0,30) 08 (0,00-0,30)
-
-
-
MM2(*A)
09 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) 11 (0,00-0,30) 12 (0,00-0,50) 13 (0,00-0,50) 14 (0,00-0,50) 15 (0,00-0,30) 16 (0,00-0,50)
-
-
-
MM3(*A)
01 (1,10-1,50) 01 (1,50-2,00) 02 (1,30-1,50) 02 (1,50-2,00)
-
-
-
MM4(*A)
03 (1,00-1,50) 03 (1,50-2,00) 04 (1,00-1,50) 04 (1,50-2,00)
-
-
-
(*A) Volgens het laboratorium is de conserveringstermijn van de grondmengmonsters met betrekking tot minerale olie is verlopen. Derhalve zijn de resultaten wat betreft de parameter minerale olie indicatief.
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster 01
Situering peilbuis centraal op de onderzoekslocatie
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
barium
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 7 van 8
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van Rho adviseurs voor leefruimte een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Schrikkelvenstraat (ong.) te Heesch. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Er zijn op basis van het vooronderzoek, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De bovengrond bestaat voornamelijk uit matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. De ondergrond bestaat uit matig siltig, matig grof zand. Vanaf 0,9 m -mv bestaat de ondergrond bovendien sterk zandig veen. In het opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. Hierbij moet gesteld worden dat de conserveringstermijn van de grondmengmonsters met betrekking tot minerale olie is verlopen. Derhalve zijn de resultaten wat betreft de parameter minerale olie indicatief.
Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Deze metaalverontreiniging is te relateren aan regionaal verhoogde achtergrondconcentraties van metalen in het grondwater. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd. Er bestaan volgens Econsultancy met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem dan ook géén belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Econsultancy Boxmeer, 27 maart 2018
Rapport 6395.001 versie D1
Pagina 8 van 8
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 3
Boorprofielen
Pagina 1 van 2
Boorprofielen
01
Boring:
0
0 1
30
2
50
50 3
90
100
4
02
Boring:
110
5
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor, BKPB 5 cm -mv Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, bruinbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, sterk siltig, grijsbeige, Edelmanboor
150
0
0 1
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbeige, Edelmanboor
2 100 105
100 3
130
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, Edelmanboor
5 200
200
Zand, matig grof, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
Veen, zwak zandig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, sterk siltig, neutraalbruin, Edelmanboor
4 150
6
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
200
200
250
300
300
03
Boring: 0 1
30
50
2 60
3
80
4
100
100
04
Boring: 0
5
akker Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak gleyhoudend, bruingrijs, Edelmanboor
1
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, grijsbeige, Edelmanboor
3
Zand, matig grof, matig siltig, zwak grindig, grijsbeige, Edelmanboor
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Veen, sterk zandig, donkerbruin, Edelmanboor
0
0
150 6
4 200
200
05
Boring: 1
30
2 50
06
Boring: 0
0
200
200
50
akker Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor
0
0 1
30
2 50
50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
Projectcode: 6395.001 Projectnaam: Heesch
Getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 van 2
Boorprofielen
07
Boring:
0
0 1
30
2
50
50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor
09
Boring:
1
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
1 30
2
50
50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
13
Boring:
1
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
1 30
2 50
0
0 1
50
akker Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
12 0
0 1
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
14 0
0 1
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
16 0
0 1 50
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
50
Boring: 0
0
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor