Bijlage ruimtelijke motivering - QuickScan Flora en Fauna Burg. Wolterstraat
Tekst van het document
QuickScan Burg. Wolterstraat Heesch
2
Inhoud 1.
Colofon
2.
Samenvatting en advies
3.
Inleiding
4.
5.
6.
Gebiedsbescherming 5.1.
Natura-2000
5.2.
Natuurnetwerk Nederland
Soortbescherming
3.1.
Aanleiding
6.1.
Flora
3.2.
Planlocatie
6.2.
Fauna
3.3.
Ontwikkelingen
6.3.
Houtopstanden
Kader en methode 4.1.
Wettelijk kader
4.2.
Uitvoering
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
7.
Verantwoording
8.
Bijlage
3
1. Colofon Onderzoek
QuickScan natuurtoets
Document
QS50652
Datum
19 Febriari 2022
Locatie
Burgermeester Wolterstraat; Heesch
Opdrachtgever
Blouww Vastgoedconcepten; Dhr. R. van Nistelrooij
Opdrachtnemer
Inventarium flora en fauna
Ecoloog
P. Wiegel
Adres
Stakenbergweg 212 8075 RC Elspeet
Telefoon
06-12918775
inventariumff@gmail.com
Internet
http://quickscanfloraenfauna.nl
KvK-nummer
64980960
BTW-identificatienr.
NL001643862B46
Rekeningnummer
NL93 KNAB 0256 8909 94
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
4
2. Samenvatting en advies Uit de QuickScan is gebleken dat bij het uitvoeren van de geplande werkzaamheden de Wet Natuurbescherming niet wordt overtreden. Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000
Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van N2000 gebieden is nader onderzoek niet noodzakelijk. Natuur Netwerk Nederland
Volgens de routekaart NNN is vastgesteld dat een verdere toetsing niet aan de orde is. Stikstofberekening
Er hoeft geen Aeriusberekening te worden uitgevoerd.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Flora
Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen
Geen overtreding wet natuurbescherming. Zoogdieren
Geen overtreding wet natuurbescherming. Vogels
Geen overtreding wet natuurbescherming.Overige soorten
Houtopstanden
Er worden geen bomen gekapt, zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden binnen de wet Natuurbescherming.
5
3. Inleiding 3.1
Aanleiding
Met de voorgenomen ontwikkelingen aan burgermeester Wolterstraat te Heesch heeft dhr. R. van Nistelrooij van Blouww Vastgoedconcepten, aan Inventarium flora en fauna gevraagd een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. 3.2
Planlocatie
Het plangebied betreft perceel, zie figuur 1, aan de Burgermeester Wolterstraat 17 te Heesch. De achterzijde grenst aan de Emmahof. Het betreffende adres is gelegen binnen de kern van Heesch. Op de planlocatie staan een woning en een grote loods die momenteel in gebruik is als opslag voor meubilair. Tevens staat er een vervallen houten overkapping. De woningen is opgetrokken uit metselwerk en bedekt met dakpannen. De loods betreft een stalen damwandconstructie met een golfplaten dak (zonder dakbeschot). Het terrein achter de loods is deels verhard en ligt grotendeels braak. De kleine woning is in momenteel tijdelijk in gebruik.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Heesch is een plaats in de Nederlandse provincie NoordBrabant, gelegen in de Peelrand. Oorspronkelijk was Heesch een zelfstandige gemeente. Sinds 1 januari 1994 maakt Heesch deel uit van de gemeente Bernheze welke verder bestaat uit de kernen Heeswijk-Dinther, Loosbroek, Nistelrode en Vorstenbosch.
6 Kadastrale aanduidingen Het plangebied betreft de volgende kadastrale aanduidingen; voor beide percelen is de sloopvergunning verleend, https://noordbrabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html ?id=b6414403ef5e4e9aa8875a7c366209c6 ➢ Perceel Heesch A5465: woonfunctie ➢ Perceel Heesch A5464: industriefunctie
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
7 3.3
Ontwikkelingen en effecten
De initiatiefnemer is voornemens om de huidige opstallen te slopen en er iets voor terug te bouwen. Het is nog niet bekend wat er gebouwd gaat worden. De plannen worden hiervoor ontwikkeld. In verband met de doorlooptijd van natuurwetgeving is nu alrede opdracht gegeven voor de onderzoeken. Voor inhoudelijke vragen hierover wordt verwezen naar de opdrachtgever. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal opnieuw ingevuld worden en ecologisch gezien mogelijk veranderen. De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: • • • • •
•
Het slopen van de huidige bebouwing. Afvoeren van materiaal. Egaliseren terrein. Bouwen van de nieuwe woningen. Het herinrichten van de planlocatie met de inrichting welke bij de functie wonen verwacht kan worden. Aanleg erf/bestrating/tuin naar nieuwe situatie.
Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
8
4. Kader en methode 4.1
Wettelijk kader
Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o.a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Floraen faunawet, boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet. Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. In deze Quickscan worden de verschillende onderdelen van de wet Natuurbescherming getoetst. Omdat een veldbezoek en bureau-onderzoek geen zekerheid geeft of de wet Natuurbescherming wordt overtreden, wordt de potentie van het object ingeschat voor wat betreft beschermde soorten. Indien het object potentie heeft, zal een aanvullend onderzoek vast moeten stellen of uit moeten sluiten of er beschermde soorten gebruik maken van de opstallen. Potentie-inschatting vindt plaats op basis van habitatkenmerken, habitatseisen en ervaring van de ecoloog.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Een goed voorbeeld is de kans op het waarnemen van vleermuizen tijdens het veldbezoek. De trefkans is nagenoeg nihil bij een bezoek overdag. Indien een object (gebouw of boom) potentie heeft, door bijvoorbeeld open stootvoegen, dan zal een nader onderzoek uit moeten wijzen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk gebruik maakt van heb object. En zo ja, welke functie heeft het object. Voor diverse soorten zijn er vastgestelde protocollen waarin de optimale onderzoeksperioden, weersomstandigheden en onderzoeksinspanning staan omschreven. Het bevoegd gezag toetst of de onderzoeken op de correcte wijze zijn uitgevoerd. Vanuit de Provincie of omgevingsdiensten zijn er toezichthouders die ten alle tijden kunnen vragen naar de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken. Tevens zijn zij bevoegd om op basis van eigen bevindingen het werk stil te leggen en/of een dwangsom op te leggen indien er gehandeld wordt in strijd met de wet Natuurbescherming.
9 Tabel 1
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming
Artikelen 2.1 tot en met 2.12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000- gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000- gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn.
Soortbescherming
Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • • • • •
Vogels met jaarrond beschermde nesten; Overige vogels; Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus.
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
10 Vervolg tabel 1
Wet natuurbescherming Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij, gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4.2) vallen de • • • • •
Houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden, Houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden, Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed, Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij) Het dunnen van een houtopstand, populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
o minimaal eens per tien jaar worden geoogst, o bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, o zijn aangelegd na 1 januari 2013. Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
11
Tabel 2 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te Art 3.5 lid 2 storen, tenzij de storing niet van Het is verboden dieren opzettelijk te wezenlijke invloed is op de staat van verstoren instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Niet van toepassing
Niet van toepassing
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
12 4.2
Onderzoeksmethode
De volgende methoden zijn bij het onderzoek gebruikt: 1. Door middel van bureauonderzoek is onderzocht welke beschermde flora en fauna in de omgeving van het plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op basis van het onderzoek in verspreidingsatlassen en overige beschikbare natuurinformatie is een inschatting gemaakt welke soorten er redelijkerwijs zijn te verwachten in het plangebied. 2. Op 26 Januari 2022 is het plangebied aan de Vorsselweg te Heesch door dhr. P. Smits en P. Wiegel bezocht. Daarbij werden de, in het plangebied aanwezige, natuurwaarden geïnventariseerd en beoordeeld. Tijdens dit veldbezoek was het bewolkt weer en ongeveer 3 graden Celsius en enige wind. Er is gekeken naar mogelijke groeiplaatsen dan wel vaste rust- en verblijfplaatsen van de beschermde flora- en fauna. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk soortbescherming. 3. Er is een visuele inspectie uitgevoerd op aanwezigheid van kieren, holten en spleten (voor zover aanwezig). 4. De controle is te voet uitgevoerd en waar mogelijk zijn eventuele toegankelijke holtes en spleten verkennend geïnspecteerd (met zaklamp en/of endoscoop). 5. Bewijslast is verzameld met fotomateriaal. QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
6.
De ligging van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) werd opgezocht. Dit is uitgewerkt in het hoofdstuk gebiedsbescherming.
7.
In samenspraak met de opdrachtgever is de ingreep in kaart gebracht.
8.
Door middel van een nauwkeurige analyse van deze data en waarnemingen is: a. bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor een aanvullend onderzoek noodzakelijk is, b. een inschatting gemaakt van de redelijkerwijs te verwachten negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en functies, c. bepaald of de bescherming van houtopstanden aan de orde is.
9.
Er is gebruik gemaakt van de volgende hulpmiddelen: a. Verrekijker b. Zaklamp c. UV-lamp d. Endoscoop e. Ladder f. Fotocamera
10. De opgestelde rapportage is beoordeeld door een tweede lezer.
gecontroleerd
en
13 4.3
Toepasbaarheid
Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming, niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; januari 2022) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden. Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen, wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: • • • •
Algemeen zorgvuldig handelen Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling Ecologisch werkprotocol Ontheffing/vrijstelling wet natuurbescherming
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Vervallen overkapping achterzijde
14
5. Gebiedsbescherming 5.1
Natura2000
Beschermde gebieden In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 2.7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland en de Bijzondere Provinciale Landschappen. Op ruim een afstand van 20 kilometer van het projectgebied bevindt zich het Natura 2000-gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Het Vlijmens Ven, de Moerputten en het Bossche Broek vormen samen één gebied ten zuidwesten van 'sHertogenbosch. Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de "Naad van Brabant". Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied basenminnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswiervegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat met een groot areaal aan blauwgrasland en elzenbroekbos. Het Bossche Broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel, waar blauwgraslanden aanwezig zijn.
15 Conclusie N2000 Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie en de (effect)afstanden tot de Natura2000 gebieden wordt geen verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemde gebieden. Een voortoets N2000 met betrekking tot de genoemde gebieden is niet noodzakelijk en wordt niet geadviseerd. De algehele conclusie is dat het projectgebied buiten de beschermde N2000 gebieden liggen.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
16 5.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • • • •
•
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Conclusie NNN Figuur 3 Omgeven door NNN
Aangezien het plangebied is gelegen buiten het NNN van Brabant of de groene ontwikkelingszone hiervan (figuur 3), en het NNN in Brabant geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
17 Stikstofdepositie Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat
het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen), of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000-gebied niet worden aangetast, ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied, zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A), het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D), en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt.’ (einde citaat) Op 18 juni 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in het Staatsblad gepubliceerd. Dit besluit en de al eerder gepubliceerde Wet stikstofreductie en natuurverbetering zijn ingegaan in op 1 juli 2021. Daarmee is ook de bouwvrijstelling ingegaan op 1 juli. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling.
De bouwvrijstelling faciliteert de aanleg of bouw van onder andere woningen, utiliteitsbouw, energieprojecten en activiteiten in de grond-, weg- en waterbouw en de sloop van bouwwerken. Gelijktijdig reserveert het kabinet in de periode 2021-2030 500 miljoen euro voor stikstofreductie in de bouw en 500 miljoen euro voor aanvullende
18 maatregelen binnen of buiten de bouw. Het Rijk maakt afspraken met de bouwsector over deze reductie en bijbehorende maatregelen, gericht op emissiearme werken voertuigen. De maatregelen worden onderdeel van de structurele aanpak stikstof. Het kabinet benadrukt dat de (stikstof)effecten van de bouwvrijstelling periodiek worden gemonitord, zodat tijdig kan worden bijgestuurd indien nodig. Advies / conclusie Negatieve effecten in het kader van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000 gebieden worden niet verwacht vanwege de kleinschalige aard van de planontwikkeling alsmede de afstand tot beschermde natuur.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
19
6. Soortbescherming De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: • •
Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen
Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1.
Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen). 2. Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten). QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
3. Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren: Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd onzorgvuldig is gehandeld. 6.1
gezag indien
Flora
Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn, terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is, zowel binnen als buiten beschermde gebieden.
20 Bevindingen veldbezoek Diverse databronnen zijn benaderd om te komen tot de volgende conclusies: waaronder de NDFF. Er zijn geen groeiplaatsen aangetroffen van beschermde flora (mede omdat het achterterrein is vrijgemaakt van groen. Op luchtfoto’s is te zien dat het perceel aan de achterzijde begroeid is geweest met bossages en ruigte. Er zijn nog wel overblijfselen aangetroffen van Japanse duizendknoop. Middels bijgevoegde factsheet wordt opdrachtgever gewezen op de risico’s van deze plant. Het terrein is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie.
Japanse duizendknoop: De plant heeft een grote groeikracht en is in staat zich te vestigen in droge en natte grond in voedselrijke en voedselarme habitats op zand, klei of veen. Hij verdringt daarbij de andere kruiden en struiken. De plant kan goed zijn weg vinden door kleine doorgangen zoals in barsten van de fundering van huizen of door gaten of barsten in het wegdek. De Japanse duizendknoop wordt daarom internationaal tot de honderd meest invasieve exoten gerekend. QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
6.2
Fauna
Vogels Op de planlocatie is bebouwing aanwezig in de vorm van een woning en loods (en overkapping). De te slopen bebouwing is tijdens het veldbezoek gecontroleerd op holten en / of kieren wat het gebouw toegankelijk maakt voor soorten welke menselijke bebouwing gebruikt als vaste rust- of verblijfplaats. Hierbij kan gedacht worden aan de soorten zoals de huismus en gierzwaluw. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de loods onegschikt is voor vogels met jaarrond beschermde nesten vanwege het ontbreken van dakbeschot. De woning is voorzien zijn van een pannendak. De pannen liggen nauwsluitend op het dak er er zijn faunawerende maatregelen toegepast, waardoor er geen mogelijkheid is voor de huismus om zich te vestigen onder de dakpannen.. Het habitat in de omgeving (tuinen en erven) is geschikt voor de huismus door de aanwezigheid van (groenblijvende) struiken, straatgras, zandbaden en water. Een ander onderzoek voor de huismus is niet noodzakelijk. De gierzwaluw maakt ook gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats. Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Een aantal voorwaarden stelt de gierzwaluw aan zijn nestplaats (kolonie). Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet
21 in de onmiddellijke omgeving van bomen. De planlocatie en de bebouwing voldoet aan deze voorwaarde. Gierzwaluwen hebben invliegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. Dergelijke holten zijn niet aangetroffen op een hoogte van meer dan drie meter zonder belemmeringen. Een nader onderzoek gierzwaluw wordt niet geadviseerd. Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae), pimpelmees (Cyanistes caeruleus), koolmees (Parus major), ekster (Pica pica) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus), en spreeuw (Sturnus vulgaris). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen, zoals de kauw (Coloeus monedula). Sporen van uilen, zoals braakballenen meststrepen, zijn niet gevonden. Hoewel de loods niet vrij is van openingen, mist het dakbeschot en ligt het in een omgeving waar geen uilen worden verwacht. Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn.
Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord, ongeacht hun staat van instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Advies / conclusie
22 Ten aanzien van vogels geldt zorgvuldig handelen. Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel zijn op genomen welke nesten door de wetgever jaarrond beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn waargenomen. Nederlandse naam steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk Buizerd Havik Ransuil Sperwer wespendief zwarte wouw
Bescherming Categorie 1 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 2 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 3 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4 Categorie 4
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Nederlandse naam blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger Boomklever boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals eidereend Ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger groene specht ijsvogel kleine bonte specht
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
Nederlandse naam kleine vliegenvanger koolmees Kortsnavelb’mkruiper oeverzwaluw pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart zwarte specht
Bescherming Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5 Categorie 5
23 Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3.5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. In onderstaande tabel worden deze onderdelen nader toegelicht.
Het biotoop en habitat laat zich het beste omschrijven door bebouwde omgeving. Advies / conclusie Een nader onderzoek (conform het vleermuisprotocol 2021) naar gebouwbewonende vleermuizen is niet noodzakelijk.
Zoals reeds eerder is beschreven zijn de opstallen op de planlocatie opgetrokken uit stenen muren met een spouwmuur en heeft het geen open stootvoegen. De muren bevatten dus geen mogelijkheid om te dienen als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. De daken zijn ontoegankelijk. De aansluiting tussen de overstek en de muren zijn kiervrij. (zie fooverantwoording) Mede hierdoor is het niet aannemelijk dat de woning als verblijfplaats fungeert. Bomen met vleermuispotentie zijn op de planlocatie niet aanwezig. De aanwezige bomen nabij de planlocatie missen holten dan wel loshangende schors. Verblijfplaatsen komen met de geplande ontwikkeling niet te vervallen. Boombewonende soorten ondervinden geen blijvende hinder van de planontwikkeling. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen is niet te verwachten. Het foerageergebied blijft intact hetzij anders ingericht. Een nader onderzoek naar gebouw- en boombewonende vleermuizen is niet noodzakelijk.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Ontoegankelijk voor huismus en vleermuis
24 Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.)
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis vleermuizen foerageert.
of een groep
van
25 Overige zoogdieren
Slaapmuizen
Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn
Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vanwege het karakter (ontbrekken van dekking en rillen) van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie NoordBrabant voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
26 Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich dan ook niet voor deze soort. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie NoordBrabant voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. De bomen nabij het plangebied zijn onderzocht. Het plangebied vertoont geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Haasachtigen, egel en vos Deze soorten zijn door de provincie Utrecht ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de natuurbescherming.
voor Wet
Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hier zijn geen (poep)sporen of prooiresten aangetroffen. Tevens ontbreken rommelhoekjes en takkenrillen.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
De marterachtigen hebben dan ook geen essentieel foerageergebied of rustplaats in of nabij het plangebied. Mogelijk dat marterachtigen (boom-en steenmarter) het weiland doorkruisen naar rust- en voedselplaatsen. Er zijn geen sporen aangetroffen en de kleinschaligheid van de bebouwing zal hooguit tijdelijke hinder in de bouwfase met zich mee brengen. Verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. De bunzing (Mustela putorius), hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwachten op de planlocatie. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied (het ree: capreolus capreolus). Reptielen en amfibieën en vissen Het plangebied ligt binnen het bereik van beschermde reptielen en amfibieën vanwege het omliggende water.
De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor
27 ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De effectafstanden en invloeden van genoemde soorten zijn dus irrelevant. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Derhalve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. Binnen een straal van 2 km is geen recente aanwezigheid bekend van de amfibieënsoorten zoals: bastaardkikker rugstreeppad (NDFF 2011-2021). Voor de rugstreeppad geldt dat de soort beschermd is onder de Wet natuurbescherming en geen vrijstelling geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen.
Conclusie / advies reptielen en amfibieën en vissen Het is niet uit te sluiten dat algemene soorten, zoals de bruine kikker en gewone pad, gedurende de terrestrische (herfst/winter) periode voorkomen binnen de planlocatie vanwege de aanwezigheid van water, sloten en QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
poelen. Deze dieren vallen echter onder de vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen (zie Wet natuurbescherming). Negatieve effecten op beschermde amfibieën zijn derhalve uitgesloten. Vanuit zorgplicht wordt geadviseerd om ruim voorafgaande aan de bouw de planlocatie af te sluiten voor eventueel voorkomende soortden d.m.v. een amfibieënscherm. Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
28 6.3
Bescherming houtopstanden
Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de wet. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Houtopstanden Hoofdstuk 4 wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld(artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Deze regel geldt niet voor : 1.
2. 3. 4. 5. 6.
7. 8.
Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; Houtopstanden op erven of in tuinen; Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; Kweekgoed; Uit populieren of wilgen bestaande: a. Wegbeplantingen; b. Beplantingen langs waterwegen, en c. Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; Het dunnen van een houtopstand; Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: a. Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; b. Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en c. Zijn aangelegd na 1 januari 2013.
29
Verantwoording Literatuur/bronnen • • •
Omgevingsverordening Fauna inventarisatie, Rik Schoon 150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf
Materiaal • • • • • • • •
Camera Zaklamp Thermometer Windmeter Verrekijker Endoscoop Ladder (5 meter) Uv lamp
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Internet • • • • • • • • • • •
www.rvo.nl www.bij12.nl wwww.verspreidingsatlas.nl www.ndff.nl www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten www.natura2000.nl https://www.infomil.nl www.brabant.nl www.ravon.nl Www.sovon.nl
30 Vrijgestelde soorten per provincie
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
31
Disclaimer D eze QuickScan
is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze QuickScan mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Inventarium, noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Inventarium is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Inventarium voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2022 Inventarium flora en fauna, Elspeet
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
32
Fotobijlage
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
33
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
34
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
35
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
36
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
37
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
38
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
39
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
40
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
41
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
42
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
43
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
44
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
45
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
46
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
47
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
48
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
49
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
50
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
51
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
52
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
53
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
54
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
55
Factsheet Japanse duizendknoop
QuickScan natuurtoets Burgermeester Wolterstraat Heesch
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Japanse duizendknoop Fallopia japonica
Laatste update: 21-12-2021 Japanse duizendknoop is een 1-3 meter hoge, overblijvende plant. De holle, rechtopstaande stengels zijn roodbruin gevlekt en sterven tegen de winter af. De bladeren zijn eirond met een recht afgeknotte bladvoet, 10-15 cm lang, enigszins leerachtig en van onderen kaal. De plant bloeit van juli tot en met september met crème-witte, soms wit-roze kleine bloemen. Japanse duizendknoop heeft dikke (meer dan 1 cm), kruipende wortelstokken. De ondersoort die in Nederland het meest voorkomt is Fallopia japonica var. japonica die zich niet via zaden kan voortplanten omdat de meeldraden steriel zijn. Recent echter zijn op enkele plaatsen mannelijke planten gevonden die fertiel stuifmeel produceren, waardoor verspreiding via zaad wel mogelijk is. Ook Sachalinse duizendknoop en Fallopia japonica var. compacta kunnen kruisen met Fallopia japonica var. japonica en zo kiemkrachtig zaad vormen. Japanse duizendknoop lijkt op Sachalinse duizendknoop (Fallopia sachalinensis) en op de kruising tussen Japanse duizendknoop en Sachalinse duizendknoop, de bastaardduizendknoop (Fallopia ×bohemica). Japanse duizendknoop heeft geen haren op de onderzijde van de bladnerven, bastaardduizendknoop heeft korte, stijve haren, terwijl Sachalinse duizendknoop langere buigzame haren heeft. De drie soorten worden ook wel Aziatische duizendknopen genoemd.
Meer informatie: • Verschillen tussen de drie soorten duizendknopen • Infoblad herkenning duizendknoop
Foto: Johan van Valkenburg (NVWA)
1. Aanwezigheid en effect in Nederland Stand van zaken in 2021
Japanse duizendknoop komt in Nederland wijdverspreid voor.
Effect op biodiversiteit en ecosysteem
Japanse duizendknoop is zeer invasief en heeft het vermogen zich te vestigen op een groot aantal bodemtypes en binnen diverse leefmilieus. Door het vroege uitlopen, de snelle lengtegroei en de vorming van een nagenoeg gesloten bladerdek wordt de overige vegetatie geheel overgroeid en op
Pagina 1 van 5
den duur verdrongen. Ook het aantal soorten ongewervelde dieren (zoals bosmieren, vlinders en insecten) wordt lager als Japanse duizendknoop de groeiplaats domineert. Vooral als Japanse duizendknoop weet binnen te dringen in natuurlijke biotopen zoals beek- en rivieroevers heeft dit een nadelig effect op de biodiversiteit. Japanse duizendknoop kan door zijn groeiwijze een bedreiging vormen voor graslanden en ruigtes en droge en natte alluviale bossen. De soort beïnvloedt zijn standplaats door het vastleggen van organisch materiaal en voedingsstoffen. Japanse duizendknoop staat op de lijst van 100 meest invasieve soorten van het IUCN en in de top 10 van Frankrijk en Groot-Brittannië.
Effect op ecosysteemdiensten
Door het wegconcurreren van de (gras)vegetatie op dijken, oevers en andere taluds kan Japanse duizendknoop de stabiliteit daarvan ondermijnen.
Overige effecten
Japanse duizendknoop kan grote schade veroorzaken aan funderingen, verhardingen, infrastructuur, rioleringen en drainagebuizen. De top van de wortelstok is opmerkelijk zacht en flexibel en in staat om langs obstakels en door al bestaande scheuren en naden in asfalt, beton of metselwerk te groeien. Japanse duizendknoop die in bermen groeit, ontneemt automobilisten het zicht waardoor extra gemaaid moet worden, wat extra kosten met zich meebrengt. Ook veroorzaakt de plant economische schade bij jonge aanplant in de bosbouw.
2. Wet- en regelgeving Per 1-1-2022 geldt een nationaal handelsverbod voor Japanse duizendknoop, waaronder de tuinplant Fallopia japonica var. compacta. Levensvatbare onderdelen zoals wortelstokken, stengels of zaad van Japanse duizendknoop mogen niet worden verhandeld, wat inhoudt dat ze onder andere niet vervoerd, verkocht of geruild mogen worden. Vervoer mag wel in het kader van een bestrijdingsactie, onder de voorwaarde dat geen verdere verspreiding of introductie in het milieu plaatsvindt. Zie voor meer informatie: • https://www.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-381.html • https://www.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2021-37138.html
3. Wat te doen? Japanse duizendknoop is moeilijk te verwijderen op plekken waar de plant zich goed heeft gevestigd door het uitgebreide systeem van diep groeiende wortelstokken die in leven blijven als het bovengrondse deel van de plant wordt verwijderd, de grote groeikracht en de relatief grote weerbaarheid tegen bestrijdingsmiddelen. Stengels en wortelstokken breken makkelijk in kleine delen. Zeer kleine fragmenten van de wortelstokken en stengeldelen met een knoop kunnen weer uitgroeien tot een nieuwe plant.
Voorkom verdere verspreiding
Verdere verspreiding kan voorkomen worden door plekken met Japanse duizendknoop niet te maaien. Bij het maaien worden plantenresten in de directe omgeving verspreid en ook kunnen plantenresten op de maaibalk of in de maaikorf achterblijven en bij loslaten weer leiden tot nieuwe groeiplekken. Als maaien noodzakelijk is, bijvoorbeeld voor de verkeersveiligheid, wordt aangeraden om Japanse duizendknoop apart te maaien en het maaisel zorgvuldig af te voeren naar een gecertificeerd compostbedrijf. Maaien langs waterwegen vraagt extra zorg. Hierbij moet voorkomen worden dat stengeldelen in het water terechtkomen en zich zo verder kunnen verspreiden.
Pagina 2 van 5
Ook kan beter niet gestimuleerd worden om de plant te oogsten voor menselijke consumptie. Dit geeft een grotere kans op verspreiding naar andere plaatsen, terwijl de groeikracht van de plant nauwelijks afneemt.
Bestrijding
Beheer is altijd arbeids- en kostenintensief en vereist een lange adem. Regelmatig maaien leidt niet tot verdwijnen van de plant en vergroot alleen de kans op verdere verspreiding. Chemische bestrijding in combinatie met maaien gedurende minstens drie jaar is mogelijk effectief. Het maaisel moet zorgvuldig worden afgevoerd en de maaimachine moet na elke keer maaien zorgvuldig worden schoongemaakt. Injectie van de stengels met glyfosaat is effectief; deze toepassing is sinds maart 2018 toegestaan voor professioneel gebruik in openbaar groen en particuliere tuinen. Op kleine, zandige locaties is 3 meter diep afgraven en zeven van de grond een optie. Waar afgraven en maaien geen opties zijn, is het afdekken een mogelijkheid, mits er geen hoge obstakels staan. De Aziatische duizendknopen lijken sterk op elkaar, hebben ook dezelfde impact en moeten op eenzelfde wijze worden bestreden. Ervaringen met diverse vormen van bestrijding van de diverse duizendknopen vindt u in het rapport van stichting Probos en op de website van het kennisnetwerk invasieve exoten. Op de website bestrijdingduizendknoop.nl staat een beslisboom met tips en adviezen om vestiging van duizendknoop op locaties te voorkomen en wordt u ondersteund bij het kiezen van de juiste bestrijdingsmogelijkheden voor plekken waar duizendknoop voorkomt.
Ook staat op deze website het ‘Landelijk protocol omgaan met Aziatische duizendknopen’. Dit protocol biedt handvatten om verspreiding tegen te gaan en de Aziatische duizendknopen te beheersen en te verwijderen. Groenafval met daarin resten van Japanse duizendknoop kan het beste gecomposteerd worden door een gecertificeerd compostbedrijf. Particulieren kunnen de planten- en worteldelen het beste bij het restafval deponeren en niet in de GFT-container doen.
Waarneming
Waarnemingen van Japanse duizendkoop in de natuur kunnen worden doorgegeven via waarneming.nl. Melding van handel kan worden doorgegeven via de website van de NVWA.
4. Meer informatie Oorsprongsgebied
Japanse duizendknoop komt oorspronkelijk uit China, Japan, Taiwan en Korea.
Habitat
Japanse duizendknoop groeit op zonnige tot licht beschaduwde plaatsen op verschillende grondsoorten, maar niet op te voedselarme en/of te droge standplaatsen. De plant komt vaak voor op plaatsen waar puin of tuinafval is gestort en op spoordijken, braakliggende terreinen, wegbermen (ook middenbermen van snelwegen), rivierkribben, bosranden en beekoevers.
Introductieroute
Japanse duizendknoop is in 1823 uit Japan ingevoerd door Von Siebold. De door hem uit Japan ingevoerde planten werden gekweekt in een kwekerij in Leiden. Deze kwekerij is de meest waarschijnlijke bron van de meeste, zo niet alle, Europese Fallopia japonica var. japonica. In 1850 is er vanuit de kwekerij materiaal naar Kew Gardens verstuurd en van daaruit is de plant verder over Engeland en naar alle waarschijnlijkheid ook naar de Verenigde Staten verspreid.
Aanwezigheid in Nederland
Japanse duizendknoop komt wijdverspreid in Nederland voor. De eerste waarneming in de Nederlandse natuur was in 1886. Pas na 1950 is de plant op grote schaal verwilderd.
Pagina 3 van 5
Verspreiding van Japanse duizendknoop in Nederland. Bron: verspreidingsatlas.nl 250 ~ - - - ~ - - - ~ - - ~ - - - ~ 200 + - - - - - + - - - - I - - - - - + - - - -
19&5
19~5
2005
2015
Het geschatte aantal atlasblokken (5x5 km) waarin Japanse duizendknoop voorkomt per jaar. Bron: verspreidingsatlas.nl
Kans op introductie, vestiging en verspreiding
Japanse duizendknoop is in het verleden ingevoerd als sierplant. De plant heeft zich al lang geleden gevestigd in Nederland. Wortelstokken en stengels breken gemakkelijk. Fragmenten van de wortelstokken, van maar enkele grammen, en stengeldelen met een knoop kunnen weer uitgroeien tot een nieuwe plant. Verspreiding van de plant vindt plaats doordat stengeldelen en delen van de wortelstokken worden verspreid bij het maaien. Daarnaast is het transport van grond met daarin (fragmenten van) wortelstokken een belangrijke bron van verspreiding. Een andere bron van verspreiding is het dumpen van tuinafval. De plant kan ook gemakkelijk via stromend water verspreid worden. Met de komst van mannelijke fertiele planten wordt de kans op verspreiding door zaden groter en daarmee kan de snelheid van verspreiding toenemen.
5. Risicobeoordeling Beringen, R., R.S.E.W. Leuven, B. Odé, M. Verhofstad & J.L.C.H. van Valkenburg, 2019. Risicobeoordeling van vier Aziatische duizendknopen in Europa.
6. Bronnen • •
Advies van BuRO over de risico's van vier Aziatische duizendknopen in Nederland De Groot, C. & J. Oldenburger, 2011. De bestrijding van invasieve uitheemse plantensoorten; een studie naar de bestrijding van 6 invasieve exoten in de Nederlandse buitenruimte. Stichting Probos
Pagina 4 van 5
• • • • • • • •
Duistermaat, H. et al., 2012. Actuele verspreiding en risico’s van mannelijke fertiele Fallopia japonica (Polygonaceae) planten. Expertpanelbeoordeling 152 invasieve exoten, 2015. NVWA. datasupplement 7: planten terrestrisch Nederlands soortenregister Penninkhof, J., C. van Dijk, W. de Visser, J. Kremers, C. de Kleine, M. Boosten, 2019. Onderzoek ontkieming zaden Japanse duizendknoop; resultaten van literatuurstudie, kasproef en veldverkenning. Stichting Probos Q-bank invasive plants Risicobeoordeling voor België Veldgids invasieve exoten, 2013. KNNV Uitgeverij, Zeist. Verspreidingsatlas.nl
Pagina 5 van 5