Bijlage Rapportage Divosa benchmark Bernheze.docx
Tekst van het document
Divosa Benchmark Statushouders Bernheze Periode: 2018 - 2020 Vergelijkingsgroepen (zie voor specificatie einde rapport) Gekozen groep 1: grootteklasse 3-deling 77 organisaties Gekozen groep 2: benchmark 132 organisaties
Inleiding Hoofdstuk 1: Aantal statushouders Taakstelling en realisatie huisvesting statushouders Aantal statushouders In- en uitstroom statushouders Verdeling statushouders over gemeenten
Hoofdstuk 2: Kenmerken statushouders Nationaliteit Leeftijd Geslacht Gezinssituatie Type asielvergunning Wachttijd van asielverzoek tot huisvesting Genatueliseerde statushouders
Hoofdstuk 3: Inburgering Statushouders met inburgeringsplicht Statushouders met een ontheffing van de inburgeringsplicht Statushouders met een vrijstelling van de inburgeringsplicht Statushouders met een verlenging van de inburgeringstermijn Taalniveau van geslaagde inburgeraars Geslaagde inburgeraars Geslaagde inburgeraars naar nationaliteit Gemiddelde duur van een geslaagd inburgeringstraject
Hoofdstuk 4: Werk, inkomen en scholing Statushouders met werk Statushouders die onderwijs volgen Aantal uren werkzaam Uitstroom uit de bijstand Statushouders die onderwijs volgen (18-65 jaar) Statushouders die onderwijs volgen (18-33 jaar) Onderwijsniveau Economische positie statushouders
Hoofdstuk 5: Gebruik voorzieningen Jeugdzorg Re-integratie voorzieningen Jeugdzorg Wmo
Hoofdstuk 6: Gemeentelijke beleidskeuzes Definities Specificatie vergelijkingsgroepen
Inleiding De Divosa Benchmark Statushouders biedt u de mogelijkheid de situatie in uw gemeente te vergelijken rondom de volgende vragen: Hoeveel statushouders heeft mijn gemeente gehuisvest? Wie zijn de gehuisveste statushouders in mijn gemeente? Hoe staat het met hun inburgering? En hoe vergaat het hen qua werk, inkomen en onderwijs? En van welke voorzieningen maken zij gebruik? Het vergelijken van de eigen cijfers met andere gemeenten geeft u meer inzicht in de eigen situatie en is een startpunt voor leren en verbeteren samen met andere gemeenten.
Definitie statushouder Tot de statushouders rekenen we alle personen die een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd hebben ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), inclusief nareizigers en gezinsherenigers. In dit onderzoek kijken we niet naar verblijfstitelcodes, zoals opgenomen in het Vreemdelingen Administratie Systeem. Deze codes zijn ook niet opgenomen in de databestanden van het CBS. We volgen voor dit onderzoek de hele groep statushouders die vanaf begin 2014 een verblijfsvergunning asiel in Nederland hebben gekregen. De Divosa Benchmark Statushouders geeft een beeld van deze mensen vanaf het moment dat ze zich in de gemeente gehuisvest hebben en daar ingeschreven staan. De groep die niet staat ingeschreven blijft dus buiten deze cijfers. De mensen in het cohort blijven we volgen na een naturalisatie. Deze mensen verdwijnen uit beeld als ze zijn uitgeschreven bij de gemeente, bijvoorbeeld vanwege een verhuizing of overlijden. Door de groep statushouders in de gemeente op deze wijze in beeld te brengen, groeit de groep die we volgen. Er vestigen zich immers elk jaar nieuwe statushouders in de gemeente. Bij de interpretatie van de gegevens moeten we dit altijd in het oog houden. De groep statushouders die we volgen telt immers mensen die al enkele jaren in de gemeente verblijven én personen die er pas kort wonen.
De definities van en uitleg over de verschillende indicatoren zijn opgenomen in de bijlage. Specifieke groepen statushouders volgen en met elkaar vergelijken Voor grote en middelgrote gemeenten is het interessant om een groep statushouders die in een specifiek jaar binnenkwam te volgen. Om te zien welk effect een bepaalde bestuurlijke maatregel had bijvoorbeeld. Ook het vergelijken van groepen statushouders uit verschillende jaren is dan interessant. Hoe kan het dat in een bepaald jaar meer statushouders slaagden voor hun inburgeringsexamen? Waarom werken in de ene groep gemiddeld meer statushouders dan in de andere? Om een specifieke groep statushouders (een cohort) te kunnen volgen én te kunnen vergelijken met andere groepen, hebben we voor elk jaar sinds 2014 cohortrapportages opgesteld. Deze vind je op de rapporten pagina.
Data-bronnen voor deze benchmark: CBS, COA, IND en DUO De cijfers in deze rapportage van de Divosa Benchmark Statushouders zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Het CBS heeft voor deze benchmark op ons verzoek een databestand samengesteld. In dit bestand zijn opgenomen: • COA-data over asielopvang • IND-data over verleende verblijfsvergunningen asiel en gezinshereniging • DUO-data over inburgering en onderwijs • Informatie uit het Stelsel van Sociaal-statistische bestanden (SSB) van het CBS over:PersoonskenmerkenWoonsituatie/verhuizingenWerk/bijstandJeugdzorgRe-integratievoorzieningenWmo
Niet alle indicatoren altijd gevuld De groep statushouders in een gemeente is gemiddeld genomen vrij klein (0,006% van de bevolking). Bij een aantal indicatoren waarbij de groep statushouders meer in detail wordt uitgesplitst,
zullen de aantallen daarom zo klein zijn dat het CBS daar niet meer over kan rapporteren vanwege het risico dat er individuen herkenbaar zijn. Het gaat om groepen die kleiner zijn dan 5 personen. Dit speelt vooral bij de eerste peilmomenten. Kleinere gemeenten met rond de 20.000 inwoners zullen dat bij de latere peildata tegenkomen bij een aantal indicatoren zoals bij het percentage jongeren dat gebruik maakt van jeugdzorg, het percentage geslaagde inburgeraars van een specifieke nationaliteit, de onderverdeling van werkende statushouders naar de omvang van hun dienstverband, de onderverdeling van onderwijsvolgende statushouders naar onderwijsniveau en het percentage statushouders met een ontheffing of vrijstelling. Hierdoor kan het voorkomen dat indicatoren op 0% staan of dat een onderverdeling van een groep statushouders niet tot 100% optelt.
Benchmarken: cijfers vergelijken Gemeenten kunnen zich in deze rapportage en op het online benchmarkplatform vergelijken met andere gemeenten, groepen van gemeenten of het gemiddelde van alle gemeenten in de benchmark.
Benchlearning: leren en verbeteren Benchlearnen is een belangrijk onderdeel van de Divosa Benchmarks. Leren van elkaar en het delen van good practices én mindere ervaringen helpt om beleid en uitvoering te verbeteren. Het leren kennen van elkaar en het leren van elkaars ontwikkelingen krijgen daarom veel aandacht. De beleidskeuzes en ervaringen achter de cijfers helpen om de cijfers te duiden en verschillen tussen gemeenten inzichtelijk te maken. Samen gaan we op zoek naar het verhaal achter de cijfers. Om het benchlearnen mogelijk te maken organiseren we benchlearnbijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten komen de deelnemers bij elkaar om hun bevindingen te bespreken. De cijfers geven gemeenten de mogelijkheid om zich te vergelijken met andere gemeenten, regio’s of landelijke gegevens. Tijdens de bijeenkomsten gaat het om de onderlinge uitwisseling om de cijfers te kunnen duiden en van elkaar te leren. Want waarom gaan in de ene gemeente bijvoorbeeld meer statushouders aan het werk dan in de andere? Komt het door de samenstelling van de populatie, de regionale arbeidsmarkt of spelen beleidskeuzes daarin een rol?
Openbaar maken van gegevens uit de benchmark Hoewel de gegevens van de Benchmark Statushouders via het CBS openbaar beschikbaar zijn, vragen wij deelnemers aan de Benchmark Statushouders om zorgvuldig met de gegevens van andere gemeenten om te gaan en hen niet voor verrassingen te plaatsen door gegevens zomaar openbaar te maken. Wilt u gegevens uit de benchmark van individuele gemeenten of gemeentelijke organisaties openbaar maken en hen met naam en toenaam noemen in bijvoorbeeld een rapportage aan de raad, vraag hen dan vooraf om toestemming. Dat is natuurlijk niet nodig als u de gegevens anonimiseert of als de gegevens niet herleidbaar zijn tot individuele gemeenten of organisaties, bijvoorbeeld omdat het om een gemiddelde van meerdere gemeenten gaat.
Divosa Benchmarks De Benchmark Statushouders is onderdeel van de Divosa Benchmark. Hieronder vallen ook de Benchmark Werk & Inkomen en de Benchmark Armoede & Schulden. Deze beheert Divosa samen met haar partners Stimulansz en BMC Onderzoek. Zie ook: www.divosa-benchmark.nl.
Hoofdstuk 1: Aantal statushouders Vanaf het moment dat een persoon een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde of onbepaalde tijd heeft ontvangen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wordt hij gezien als statushouder. Deze benchmark brengt de statushouders in beeld vanaf het moment dat ze zijn gehuisvest en ingeschreven bij de gemeente. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: 1. Hoeveel statushouders zijn er gehuisvest ten opzichte van de taakstelling? 2. Hoeveel statushouders zijn er in mijn gemeente? 3. Wat is de in- en uitstroom? 4. Hoe ziet de landelijke verdeling van gehuisveste statushouders er in de praktijk uit?
Taakstelling en realisatie huisvesting statushouders Het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) wijst statushouders toe aan gemeenten. Gemeenten hebben de taak hen passende woonruimte aan te bieden. De Rijksoverheid bepaalt elk half jaar het aantal statushouders dat gemeenten moeten huisvesten. Dat wordt de taakstelling huisvesting statushouders genoemd. Aantallen voorsprong of achterstand Een voorsprong of achterstand op de huisvestingstaakstelling geeft aan of de gemeente nog nieuwe statushouders als inwoner kan verwachten. Deze tabel geeft aan om hoeveel personen het gaat. Let op: de gegevens over de taakstelling zijn halfjaarlijkse gegevens van het COA en zijn niet gekoppeld aan de CBS-gegevens in de rest van deze rapportage. Tabel 1.1: Voorsprong (+) of achterstand (-) t.o.v. taakstelling huisvesting statushouders Bernheze 31-12-2020 Sinds de laatste zes maanden tot aan de peildatum
2
Sinds het begin van de meetperiode (januari 2014) tot aan de peildatum
-12
Aantal statushouders De tabel ‘Aantal statushouders in gemeente’ geeft aan hoeveel statushouders er op de laatste peildatum bij de gemeente ingeschreven stonden. Het gaat om statushouders die vanaf 2014 een status hebben gekregen. Groepen die al langer in de gemeente wonen, blijven dus buiten beeld. Tabel 1.2: Aantal statushouders in gemeente 31-12-2020 Bernheze
In deze benchmark volgen we de groep statushouders die sinds 2014 in Nederland is vanaf de inschrijving in de gemeente. Dat betekent dat de groep groeit. De grafiek ‘Ontwikkeling aantal statushouders in gemeente’ geeft weer hoe die ontwikkeling verloopt.
215
In- en uitstroom statushouders De grafiek ‘Nettoresultaat in- en uitstroom door verhuisbewegingen per 1.000 inwoners’ vergelijkt de optelsom van de in- en uitstroom tussen vergelijkingsgroepen door het nettoresultaat af te zetten tegen het inwoneraantal van de gemeente. Deze grafiek geeft daarmee een beeld in hoeverre de verhuisstromen van statushouders in de gemeente afwijken van andere gemeenten. Een negatief getal betekent dat er meer statushouders uit de gemeente vertrekken dan er naar toe verhuizen. Een positief getal betekent dat er meer statushouders naar de gemeente verhuizen dan er wegtrekken. Een resultaat van nul betekent dat de in- en uitstroom in balans is. Tabel 1.3: In- en uitstroom statushouders in gemeente in absolute aantallen Bernheze
31-12-2020
Instroom vanuit andere gemeente
15
Uitstroom naar andere gemeente
45
Netto resultaat in- en uitstroom door verhuisbewegingen
-30
Verdeling statushouders over gemeenten Statushouders worden gelijk verdeeld over gemeenten. Dat gebeurt op basis van inwoneraantal. Toch kan de verdeling tussen gemeenten afwijken. De grafiek ‘Aantal statushouders per 1000 inwoners’ geeft een beeld van het aantal statushouders dat sinds 2014 een verblijfstatus heeft en is ingeschreven in een gemeente ten opzichte van het aantal inwoners. Gemeenten die relatief veel statushouders hebben, kunnen voorlopen op hun taakstelling of hebben te maken met een positieve netto-instroom van statushouders door verhuisbewegingen.
Hoofdstuk 2: Kenmerken statushouders De kenmerken van de gehuisveste statushouders geven een beeld van de groep statushouders in een gemeente. Deze kenmerken kunnen invloed hebben op de resultaten op het gebied van inburgering en arbeidstoeleiding. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: 1. Waar komen de gehuisveste statushouders vandaan? 2. Hoe oud zijn ze en wat is hun geslacht? 3. Wat is hun gezinssituatie? 4. Welk type asielvergunning hebben ze? 5. Hoe lang zijn ze al in Nederland als ze in de gemeente komen wonen? 6. En welk percentage statushouders is genaturaliseerd?
Nationaliteit De grafiek ‘Verdeling gehuisveste statushouders naar nationaliteit’ geeft een beeld van de onderverdeling van de statushouders naar nationaliteit op het meest recente peilmoment. De aantallen worden afgebeeld voor de vijf meest voorkomende nationaliteiten onder statushouders (afkomstig uit Syrië, Eritrea, Irak, Afghanistan en Iran) en voor statushouders met overige nationaliteiten. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. De grafiek telt niet altijd op tot honderd procent. Dat heeft twee oorzaken: (1) Het CBS levert alleen gegevens over een categorie vanaf een drempelwaarde van minimaal vijf personen en (2) afrondingsverschillen.
Tabel 2.1: Aantallen gehuisveste statushouders naar nationaliteit Bernheze
31-12-2020
Syrië
120
Irak
0
Afghanistan
10
Eritrea
50
Iran
0
Anders
30
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Dat heeft vooral te maken met het feit dat gemeenten elk jaar nieuwe statushouders huisvesten. In mindere mate kunnen verhuisbewegingen hierop invloed hebben. Op het online benchmarkplatform bij het onderdeel analyse, kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per nationaliteit door de tijd heen volgen.
Leeftijd De grafiek ‘Verdeling gehuisveste statushouders naar leeftijd’ geeft een beeld van de leeftijd van de gehuisveste statushouders op het meest recente peilmoment. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. De grafiek telt niet altijd op tot honderd procent. Dat heeft twee oorzaken: (1) Het CBS levert alleen gegevens over een categorie vanaf een drempelwaarde van minimaal vijf personen en (2) afrondingsverschillen.
Tabel 2.2: Aantallen gehuisveste statushouders naar leeftijd Bernheze
31-12-2020
0-17 jaar
85
18-26 jaar
30
27-44 jaar
70
45-64 jaar
25
65 jaar en ouder
5
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per leeftijdsgroep door de tijd heen volgen.
Geslacht De grafiek ‘Verdeling gehuisveste statushouders naar geslacht’ geeft een beeld van het geslacht van de gehuisveste statushouders op het meest recente peilmoment. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente.
Tabel 2.3: Aantallen gehuisveste statushouders naar geslacht Bernheze
31-12-2020
Vrouwen
105
Mannen
110
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per sekse door de tijd heen volgen.
Gezinssituatie
De grafiek ‘Verdeling gehuisveste statushouders naar plaats in huishouden’ geeft een beeld van de gezinssituatie van de statushouders op het meest recente peilmoment. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. Hierbij wordt onderscheiden naar alleenstaand, partner in paar met kinderen, partner in paar zonder kinderen, ouder in een eenoudergezin, thuiswonend kind en overig gezinslid. Statushouders die onder de categorie ‘anders’ vallen, wonen bijvoorbeeld in een pleeggezin of met broers en/of zussen. De grafiek telt niet altijd op tot honderd procent. Dat heeft twee oorzaken: (1) Het CBS levert alleen gegevens over een categorie vanaf een drempelwaarde van minimaal vijf personen en (2) afrondingsverschillen.
Tabel 2.4: Aantallen gehuisveste statushouders naar plaats in huishouden Bernheze
31-12-2020
Alleenstaand
20
Ouder in 1-oudergezin
10
Partner in paar met kinderen
70
Partner in paar zonder kinderen
10
Thuiswonend kind
95
Anders
10
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Vooral bij de komst van nareizigers wat veelal ook kinderen zijn. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per groep door de tijd heen volgen.
Type asielvergunning De grafiek ‘Verdeling gehuisveste statushouders naar type asielvergunning’ geeft weer welke type asielvergunning de gehuisveste statushouders hebben op het meest recente peilmoment. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente.
De grafiek geeft aan wat de verhouding is tussen de gehuisveste statushouders met een zelfstandige vergunning en de gehuisveste statushouders met een afgeleide asielvergunning. Ofwel: eerste aanvragers versus nareizigers. Nareizigers zijn statushouders die in het kader van gezinshereniging of de nareisregeling vanuit het land van herkomst bij gezinsleden (bijv. een partner of kinderen) komen wonen die eerder naar Nederland gekomen zijn. Eerste aanvragers zijn statushouders die zelfstandig een aanvraag om toelating als vluchteling hebben ingediend.
Tabel 2.5: Aantallen gehuisveste statushouders naar type vestiging Bernheze
31-12-2020
Eerste aanvrager
125
Nareiziger
90
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per groep door de tijd heen volgen.
Wachttijd van asielverzoek tot huisvesting De grafiek ‘Verdeling gehuisveste statushouders naar wachttijd van asielverzoek tot de zelfstandige vestiging in een gemeente’ geeft een beeld van de tijd die een statushouder al in Nederland verblijft voordat de verhuizing naar de eerste vestigingsgemeente plaatsvindt. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. Daarbij zijn nareizigers niet meegenomen. Hun wachttijd is over het algemeen beperkt. De wachttijd is de tijd tussen instroom in een COA-opvanglocatie en uitstroom uit een COAopvanglocatie. Deze duur kan een verklaring zijn voor de resultaten op inburgering en arbeidstoeleiding, waarbij de aanname is dat een lange wachttijd over het algemeen tot betere resultaten zal leiden omdat er meer tijd is geweest om de taal te leren. Gemeenten hebben weinig invloed op de wachttijd; deze wordt vooral bepaald door de lengte van de asielprocedure.
De grafiek telt niet altijd op tot honderd procent. Dat heeft twee oorzaken: (1) Het CBS levert alleen gegevens over een categorie vanaf een drempelwaarde van minimaal vijf personen en (2) afrondingsverschillen.
Tabel 2.6: Aantallen gehuisveste statushouders naar wachttijd van asielverzoek tot eerste zelfstandige vestiging in een gemeente Bernheze 31-12-2020 Korter dan 1 jaar
100
Tussen 1 en 2 jaar
55
Langer dan 2 jaar
5
Genaturaliseerde statushouders De grafiek ‘Percentage genaturaliseerde statushouders’ geeft het percentage statushouders aan met de Nederlandse nationaliteit ten opzichte van het totaal aantal statushouders in de betreffende gemeente op de peildatum.
De tabel ‘Aantal genaturaliseerde statushouders’ geeft het aantal statushouders met de Nederlandse nationaliteit op de peildatum aan. Tabel 2.7: Aantallen genaturaliseerde statushouders Bernheze Aantal genaturaliseerde statushouders
31-12-2020 40
Hoofdstuk 3: Inburgering Statushouders tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd moeten verplicht inburgeren. Zij leren de taal en gebruiken van hun nieuwe woonplek, meestal via een cursus. Dit wordt afgesloten met een examen. Het doel van inburgeren is dat nieuwkomers volwaardig kunnen meedoen in de Nederlandse samenleving. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: 1. Hoeveel statushouders zijn inburgeringsplichtig? 2. Welk percentage statushouders heeft een ontheffing van de inburgeringsplicht? 3. Welk percentage statushouders heeft een vrijstelling van de inburgeringsplicht? 4. Welk percentage statushouders heeft een verlenging van de inburgeringstermijn? 5 Welk percentage statushouders is geslaagd voor het inburgeringstraject? 6. Wat is het taalniveau van geslaagde statushouders? 7. Wat is de gemiddelde duur van een geslaagd inburgeringstraject?
Statushouders met inburgeringsplicht De grafiek ‘Percentage inburgeringsplichtige statushouders (18-65 jaar)’ laat zien welk aandeel van de statushouders in de gemeente een inburgeringsplicht heeft. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. De grafiek geeft een beeld van het aantal mensen dat inburgering nodig heeft. Door geslaagde inburgeraars en ontheffingen van de inburgeringsplicht kan dit percentage afnemen. Door de komst van nieuwe statushouders kan het percentage weer groeien. Personen die van buiten de EU, de Europese Economische Ruimte, Turkije of Zwitserland langdurig in Nederland komen wonen, zijn verplicht in te burgeren. Zij moeten de Nederlandse taal leren spreken en de Nederlandse samenleving leren kennen. Er zijn ontheffingen mogelijk voor personen met een psychische of lichamelijke beperking, een verstandelijk handicap of personen waarvan de gemeente of Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) vindt dat zij het inburgeringsexamen niet kunnen halen. Jongeren tot 18 jaar hebben geen inburgeringsplicht en zijn daarom niet meegenomen in de cijfers.
Statushouders met een ontheffing van de inburgeringsplicht De grafiek ‘Percentage statushouders met een ontheffing van de inburgeringsplicht' laat zien welk aandeel van de statushouders in de gemeente een ontheffing heeft. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. De grafiek geeft een beeld van het aantal mensen dat een ontheffing heeft gekregen. Statushouders kunnen een ontheffing krijgen van de inburgeringsplicht. Een ontheffing kan worden verleend als van de statushouder niet kan worden verwacht dat hij of zij het inburgeringsdiploma haalt, vanwege ziekte of een lichamelijke of verstandelijke beperking. Of als het de statushouder ondanks veel moeite en inspanning niet lukt om het inburgeringexamen te halen (‘aantoonbaar geleverde inspanning’).
Statushouders met een vrijstelling van de inburgeringsplicht De grafiek ‘Percentage statushouders met een vrijstelling van de inburgeringsplicht' laat zien welk aandeel van de statushouders in de gemeente een vrijstelling heeft. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. De grafiek geeft een beeld van het aantal mensen dat een vrijstelling heeft gekregen. Statushouders die in Nederland een diploma hebben behaald kunnen een vrijstelling krijgen van de inburgeringsplicht. Statushouders die in Nederland een opleiding volgen en aan deze opleiding zijn begonnen vóór of op hun 18e verjaardag kunnen een tijdelijke vrijstelling krijgen. Als het diploma behaald is, wordt deze vrijstelling omgezet in een gehele vrijstelling.
Statushouders met een verlenging van de inburgeringstermijn De grafiek ‘Percentage statushouders met een verlenging van de inburgeringstermijn’ laat zien welk aandeel van de statushouders in de gemeente een verlenging van de inburgeringstermijn heeft gekregen. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. De grafiek geeft een beeld van het aantal mensen dat een verlenging van de inburgeringstermijn heeft gekregen. Een verlenging van de inburgeringstermijn kan worden verleend als er omstandigheden zijn waardoor de statushouder niet goed kan studeren voor het examen of verhinderd wordt om het examen af te leggen. Een verlenging van de inburgeringstermijn kan worden verleend als er sprake is van: • Vertraging rondom start. Vertraging rondom de start van de inburgering kan opgelopen worden doordat er extra tijd nodig is om te alfabetiseren (maximaal twee jaar verlenging) of was er sprake van dat de statushouder inburgeringsplichtig werd terwijl hij of zij nog meerdere malen in het AZC woonde. • Persoonlijke omstandigheden: De inburgeraar is wegens persoonlijke omstandigheden (bijv. zwangerschap of ziekte) niet in staat om een cursus te volgen of examen af te leggen. De duur van de verlenging is afhankelijk van de duur van de persoonlijke omstandigheid.
• Bijzondere situaties: Door een bijzondere situatie ontstaat voor veel inburgeraars tegelijk vertraging (bijvoorbeeld lange wachttijden bij DUO in 2017/2018 of het effect van de coronamaatregelen op inburgering in 2020).
Geslaagde inburgeraars Onderdeel van de inburgering is het inburgeringsexamen. Om te bewijzen dat ze de taal spreken en weten hoe de Nederlandse samenleving in elkaar zit, leggen statushouders een verplicht inburgeringsexamen af. Het inburgeringsexamen bestaat sinds oktober 2017 uit zeven onderdelen: Schrijfvaardigheid, Leesvaardigheid, Spreekvaardigheid, Luistervaardigheid, Kennis Nederlandse Maatschappij en Oriëntatie Nederlandse Arbeidsmarkt. Plus de participatieverklaring die inburgeraars in het eerste jaar moeten ondertekenen. Slaagt iemand voor alle onderdelen, dan is hij ingeburgerd en krijgt hij een inburgeringsdiploma. Statushouders die ouder zijn dan 18 jaar en onderwijs volgen, kunnen aan hun inburgeringsplicht voldoen als zij een diploma halen op mbo 2-niveau of hoger. De grafiek ‘Percentage geslaagde inburgeraars (18-65)’ geeft aan welk percentage van de statushouders in de gemeente is geslaagd voor het inburgeringsexamen. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. Dat betekent dat er mensen tussen zitten die al een paar jaar in de gemeente wonen, maar ook mensen die er pas een maand zijn. De grafiek geeft slechts een indicatie van de resultaten van de gemeente op inburgering. Ten eerste omdat statushouders een inburgeringstermijn hebben van drie jaar.
Voor de meeste inburgeringsplichtigen is die termijn nog niet voorbij. Ten tweede omdat de groep inburgeringsplichtigen nieuwe aanwas heeft van mensen die pas recent in de gemeente zijn komen wonen. De grafiek is vooral interessant in de vergelijking met andere gemeenten.
Geslaagde inburgeraars naar nationaliteit De volgende grafieken laten het percentage statushouders zien per nationaliteit dat geslaagd is voor het inburgeringsexamen. Hierbij zijn alle geslaagden per nationaliteit gedeeld door het totaal aantal geslaagden van deze nationaliteit met een inburgeringsplicht. Dat betekent dat er mensen tussen zitten die al een paar jaar in de gemeente wonen, maar ook mensen die er pas een maand zijn. Dit cijfer is te vergelijken met andere gemeenten, maar ook met de geslaagden van andere nationaliteiten of het gemiddelde van de hele groep. Als het percentage ‘nul’ is, betekent dit dat het aantal geslaagde inburgeraars minder dan 5 personen is. Vooral in kleinere gemeenten, waar minder statushouders wonen, duurt het even voordat er voldoende gegevens zijn om deze te tonen in een grafiek.
Geslaagde Syriërs De grafiek ‘Percentage geslaagden uit Syrië (18-65 jaar)’ geeft aan welk percentage van de statushouders met een Syrische nationaliteit in de gemeente is geslaagd voor het inburgeringsexamen. Hierbij zijn alle geslaagde Syrische statushouders gedeeld door het totaal aantal Syrische statushouders met een inburgeringsplicht.
Geslaagde Eritreeërs De grafiek ‘Percentage geslaagden uit Eritrea (18-65 jaar)’ geeft aan welk percentage van de statushouders met een Eritrese nationaliteit in de gemeente is geslaagd voor het inburgeringsexamen. Hierbij zijn alle geslaagde Eritrese statushouders gedeeld op het totaal aantal Eritrese statushouders met een inburgeringsplicht.
Geslaagden van andere nationaliteiten De grafiek ‘Percentage geslaagden uit andere landen dan Syrië en Eritrea (18-65 jaar)’ geeft aan welk percentage van de statushouders van andere nationaliteiten dan de Syrische en Eritrese in de gemeente is geslaagd voor het inburgeringsexamen.
Taalniveau van geslaagde inburgeraars De grafiek ‘Taalniveau geslaagde inburgeraars’ geeft aan welk percentage van de statushouders 1 diploma heeft behaald op A2-niveau en welk percentage statushouders een diploma heeft gehaald op B1-niveau of op B2-niveau. Het inburgeringsexamen wordt afgenomen op taalniveau A2. Dit is het taalniveau dat nodig is voor eenvoudige gesprekken. Als een inburgeringsplichtige een (beroeps)opleiding wil volgen of een baan zoekt, is vaak meer kennis van het Nederlands nodig: bijvoorbeeld niveau B1 of B2. De examens die hierbij horen zijn de Staatsexamens NT2 (programma I voor B1 en programma II voor B2).
Gemiddelde duur inburgeringstraject De grafiek ‘Gemiddelde duur inburgeringstraject’ geeft een beeld van de gemiddelde duur van een geslaagd inburgeringstraject in maanden van start van de inburgeringsplicht tot het slagen voor een inburgeringsexamen. Logischerwijs is die duur in de eerste meetperiodes laag omdat dan alleen de mensen die snel slagen worden meegenomen. Na enige tijd zal de duur oplopen en afvlakken. Op het moment dat de grafiek is afgevlakt, is het interessant om de duur te vergelijken met andere gemeenten. Inburgeraars hebben een termijn van drie jaar om hun inburgeringsdiploma te halen. Zij kunnen deze tijd ten volle benutten om een zo hoog mogelijk taalniveau proberen te halen. Personen die al meer dan 2,5 jaar aan het inburgeren zijn, kunnen twee jaar extra de tijd krijgen als zij 300 uur aan cursus hebben gevolgd bij een school met een keurmerk. Zij moeten de examenonderdelen die zij niet hebben behaald ook al minimaal twee keer hebben geprobeerd te halen.
Hoofdstuk 4: Werk, inkomen en scholing Statushouders bouwen na hun huisvesting een nieuw leven op in Nederland. Voor hun inkomen zijn statushouders veelal aangewezen op een uitkering of inkomsten uit werk. Ook zijn er mogelijkheden om een opleiding te volgen. Gemeenten bieden daar ondersteuning bij. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: 1. Hoeveel statushouders hebben werk? 2. Hoeveel uur per week werken de statushouders? 3. Hoeveel statushouders hebben een bijstandsuitkering? 4. Hoeveel volgen er onderwijs en op welk niveau? 5. Wat is de inkomenssituatie van statushouders?
Statushouders met werk De grafiek ‘Percentage werkende statushouders (18-65 jaar)’ geeft een beeld van de ontwikkeling van het percentage gehuisveste statushouders dat betaald werk heeft. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. Dat betekent dat er mensen tussen zitten die al een paar jaar in de gemeente wonen, maar ook mensen die er pas een maand zijn.
De volgende grafiek geeft dezelfde informatie, maar brengt alleen het laatste peilmoment in beeld.
Tabel 4.1: Aantal werkende statushouders in gemeente 31-12-2020 Bernheze
30
Aantal uren werkzaam De grafiek ‘Verdeling naar arbeidsvolume statushouders’ geeft weer hoeveel de werkende statushouders gemiddeld per week werken. Het arbeidsvolume wordt gebaseerd op de ‘deeltijdfactor’ van de werkende statushouder. De deeltijdfactor geeft aan hoeveel uur iemand binnen een baan werkt t.o.v. een fulltimer in dezelfde organisatie of dezelfde branche. De deeltijdfactor heeft een waarde tussen 0 en 1, waarbij 1 een fulltime dienstverband representeert, en wordt hier ingedeeld in de volgende categorieën: 'minder dan 0,3 fte', '0,3-0,8 fte' en 'meer dan 0,8 fte'. Wanneer een statushouder meerdere betaalde banen heeft, kan de deeltijdfactor niet berekend worden. Deze statushouders worden hier ingedeeld in de categorie 'meer dan één baan'. Het arbeidsvolume is afgebeeld als percentage t.o.v. het totale aantal statushouders met werk. Het CBS levert alleen gegevens over het aantal mensen in een categorie vanaf een drempelwaarde van minimaal 5 personen. Voor groepen van 0 tot 4 personen is een categorie ‘niet-ingedeeld’ toegevoegd. Deze mensen werken wel, maar kunnen niet worden toebedeeld aan een groep. Dit speelt vooral in kleinere gemeenten waar de aantallen lager zijn.
Het aantal statushouders dat werkt, kan nog beperkt zijn. Om de percentages goed te kunnen interpreteren, is het van belang te weten hoeveel statushouders er werken. Tabel 4.2: Aantallen per arbeidsvolume Bernheze
31-12-2020
Kleiner dan 0,3 fte
0
Tussen 0,3 en 0,8 fte
0
Groter dan 0,8 fte
20
Meer dan 1 baan
0
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per groep door de tijd heen volgen.
Statushouders met een bijstandsuitkering Wie geen middelen heeft om in het eigen inkomen te voorzien, kan een beroep doen op de bijstand, een inkomen op minimumniveau. Voor statushouders geldt over het algemeen dat zij nog geen werk hebben op het moment dat zij van een opvanglocatie verhuizen naar een gemeente. De grafiek ‘Percentage statushouders met bijstandsuitkering (18-65 jaar)’ geeft een beeld van de ontwikkeling van de bijstandsafhankelijkheid van de gehuisveste statushouders tussen de 18 en de 65. Daarbij zijn alle statushouders binnen deze leeftijdsgroep met een bijstandsuitkering gedeeld op het totaal aantal statushouders binnen deze leeftijdsgroep in de gemeente. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. Dat betekent dat er mensen tussen zitten die al een paar jaar in de gemeente wonen, maar ook mensen die er pas een
maand zijn. Onder bijstandsuitkeringen vallen zowel bijstandsuitkeringen die behoren tot de algemene bijstand onder de Participatiewet, als bijstandsgerelateerde uitkeringen.
De volgende grafiek geeft dezelfde informatie, maar brengt alleen het laatste peilmoment in beeld.
Uitstroom uit de bijstand laatste 4 kwartalen Er zijn diverse redenen waarom statushouders uitstromen uit de bijstand. Uitstroomredenen zijn: werk, scholing, handhaving en verloop. Onder verloop vallen de redenen: 'Bereiken van de AOW-
gerechtigde leeftijd', 'Overlijden', 'Detentie', 'Verhuizing naar andere gemeenten', 'Verhuizing naar buitenland' en 'Aangaan relatie'. Tot slot zijn er de categorieën ‘overig’, ‘onbekend’ en ‘niet ingedeeld’. Zie ook de bijlage ‘Definities’ voor meer uitleg over deze categorieën. Deze cijfers zijn berekend door te kijken naar welke statushouders ultimo een kwartaal geen bijstand ontvingen en ultimo het kwartaal ervoor wél bijstand ontvingen. Deze personen tellen als uitstromers uit de bijstand in dat betreffende kwartaal. De waarden uit de laatste 4 kwartalen worden bij elkaar opgeteld. Vervolgens is gekeken naar de uitstroomdatum en/of uitstroom-reden. Indien dit bekend is staan de redenen van uitstroom uit de bijstand in de grafiek hieronder weergegeven. Vervolgens is gekeken naar de uitstroomdatum en/of uitstroom-reden. Indien dit bekend is staan de redenen van uitstroom uit de bijstand in de grafiek hieronder weergegeven.
Tabel 4.3 Redenen uitstroom uit de bijstand laatste 4 kwartalen Bernheze
31-12-2020
Werk
0
Onderwijs
10
Handhaving
0
Verloop
0
Overig
0
Onbekend
0
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per groep door de tijd heen volgen.
Statushouders die onderwijs volgen (18-65 jaar)
De grafiek ‘Percentage statushouders dat onderwijs volgt (18-65 jaar)’ geeft een beeld van het aantal gehuisveste statushouders tussen de 18 en de 65 jaar dat een opleiding volgt. Het gaat hierbij om door het Rijk bekostigd onderwijs, zoals een ROC of universiteit. In tegenstelling tot de meeste andere indicatoren wordt deze indicator niet per kwartaal berekend, maar per halfjaar, namelijk op 30 juni en 31 december. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente.
De volgende grafiek geeft dezelfde informatie, maar brengt alleen het laatste peilmoment in beeld.
Tabel 4.4: Aantal onderwijsvolgende statushouders in gemeente (18-65) 31-12-2020 Bernheze
35
Statushouders die onderwijs volgen (18-33 jaar) De grafiek ‘Percentage statushouders dat onderwijs volgt (18-33 jaar)’ geeft een beeld van het aantal gehuisveste statushouders tussen de 18 en de 33 jaar dat een opleiding volgt. Het gaat hierbij om door het Rijk bekostigd onderwijs, zoals een ROC of universiteit. In tegenstelling tot de meeste andere indicatoren wordt deze indicator niet per kwartaal berekend, maar per halfjaar, namelijk op 30 juni en 31 december. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente. Sinds 2020 is de leeftijdsgrens van deze groep verhoogd van 30 naar 33. Hierdoor kunnen de resultaten verschillen van publicaties uit vorige jaren.
De volgende grafiek geeft dezelfde informatie, maar brengt alleen het laatste peilmoment in beeld.
Tabel 4.5: Aantal onderwijsvolgende statushouders in gemeente (18-33 jaar) 31-12-2020 Bernheze
30
Onderwijsniveau De grafiek ‘Verdeling naar onderwijsniveau van statushouders die onderwijs volgen’ geeft een beeld van het type onderwijs dat de gehuisveste statushouders volgen. Het gaat hier om de groep statushouders tussen de 18 en 65 jaar. De categorieën zijn: voortgezet onderwijs/mbo 1, mbo 2 mbo 4, hbo/WO en overig onderwijs. Het onderwijsniveau is afgebeeld als percentage t.o.v. het totale aantal statushouders dat onderwijs volgt. Het CBS levert alleen gegevens over het aantal mensen in een categorie vanaf een drempelwaarde van minimaal 5 personen. Voor groepen van 0 tot 4 personen is een categorie ‘niet-ingedeeld’ toegevoegd. Deze mensen volgen wel onderwijs, maar kunnen niet worden toegedeeld aan een groep. Dit speelt vooral in kleinere gemeenten waar de aantallen lager zijn
Het aantal statushouders dat onderwijs volgt, kan nog beperkt zijn. Om de percentages goed te kunnen interpreteren, is het van belang te weten over hoeveel statushouders het onderwijsniveau gemeten is. Tabel 4.6: Aantallen naar onderwijsniveau Bernheze
31-12-2020
Voortgezet onderwijs/MBO1
20
MBO2-MBO4
10
HBO/WO
0
De verdeling kan door de jaren heen wijzigen. Op het online benchmarkplatform kunnen benchmarkdeelnemers grafieken opvragen die de ontwikkeling per groep door de tijd heen volgen.
Economische positie statushouders De grafiek ‘Verdeling naar economische positie gehuisveste statushouders’ brengt in beeld wat de economische positie is van de gehuisveste statushouders tussen de 18 en de 65 jaar in de gemeente. Het gaat om de gegevens op het laatste peilmoment. Daarvoor zijn de percentages ‘werk’, ‘bijstand’ en ‘onderwijs’ bij elkaar opgeteld. Dit percentage kan boven de honderd procent uitkomen op het moment dat statushouders werk, uitkering en/of onderwijs combineren (bijvoorbeeld door een bijstandsuitkering te combineren met een parttime baan). Dit percentage kan onder de honderd procent uitkomen omdat een aantal (kleine) groepen niet zijn meegenomen. Het gaat dan bijvoorbeeld om statushouders met andersoortige uitkeringen dan bijstand en statushouders die nietuitkeringsgerechtigd zijn, bijvoorbeeld omdat zij een partner hebben met voldoende inkomen.
Tabel 4.7: Aantallen naar economische positie gehuisveste statushouders Bernheze
31-12-2020
Werk
30
Onderwijs
35
Bijstandsuitkering
65
Hoofdstuk 5: Gebruik voorzieningen Naast voorzieningen voor inburgering, kunnen statushouders ook gebruik maken van andere voorzieningen zoals voorzieningen voor re-integratie, jeugdzorg en Wmo. In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderwerpen: 1. Hoeveel statushouders maken gebruik van een re-integratievoorziening? 2. Van welk type re-integratievoorziening maken zij gebruik? 3. Hoeveel jonge statushouders maken gebruik van jeugdzorg? 4. Hoeveel statushouders maken gebruik van de Wmo?
Re-integratie voorzieningen De volgende grafiek toont de procentuele verdeling van re-integratievoorzieningen. Het gaat om de volgende voorzieningen: coaching naar werk of participatie, training/cursus/opleiding, vrijwilligerswerk en loonkostensubsidie (op grond van de Participatiewet, forfaitair of tijdelijk). Alle andere reintegratievoorzieningen vallen onder de categorie ‘overig’. Let op: dezelfde persoon kan meerdere voorzieningen krijgen.
Het aantal statushouders met een re-integratievoorziening kan nog beperkt zijn. Om de percentages goed te kunnen interpreteren, is het van belang te weten om hoeveel statushouders het gaat. Tabel 5.1: Aantallen naar re-integratievoorziening Bernheze
31-12-2020
Coaching naar werk of participatie
5
Training/cursus/opleiding
35
Vrijwilligerswerk
0
Loonkostensubsidie
0
Overig
10
Geen re-integratievoorziening
70
Jeugdzorg De grafiek ‘Percentage statushouders dat gebruik maakte van jeugdzorg (tot 23 jaar)’ geeft een beeld van het gebruik van jeugdzorg onder jonge statushouders. Onder jeugdzorg vallen jeugdhulp (hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders), jeugdbescherming en jeugdreclassering. Omdat gegevens over jeugdzorg op jaarbasis in het onderzoeksbestand zijn opgenomen, wordt deze indicator per jaar bepaald. Landelijk ligt het percentage voor gebruik van jeugdzorg van jongeren tot 23 jaar in 2019 op bijna 13,5%. Gemeenten kunnen daarin onderling van elkaar verschillen.
Tabel 5.2: Aantal jonge statushouders dat gebruik maakt van jeugdzorg Bernheze Aantal statushouders dat gebruikmaakte van jeugdzorg
31-12-2020 0
Wmo De grafiek ‘Percentage statushouders dat gebruik maakte van een Wmo-voorziening’ geeft een beeld van het gebruik van Wmo-voorzieningen onder statushouders. Wmo-voorzieningen zijn bedoeld voor mensen die ondersteuning nodig hebben om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen en voor mensen die ondersteuning nodig hebben om te kunnen participeren in de samenleving, zoals bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, begeleiding of dagbesteding. Hier worden alleen de gegevens weergegeven van gemeenten die deze resultaten voor de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein hebben aangeleverd bij waarstaatjegemeente.nl / het CBS.
Tabel 5.3: Aantal statushouders dat gebruik maakt van de Wmo Bernheze Aantal statushouders dat gebruik maakt van de Wmo
31-12-2020 5
Hoofdstuk 6: Gemeentelijke beleidskeuzes In dit hoofdstuk hebben wij beleidsgegevens van gemeenten toegevoegd. Hier kan je dan zien welke keuzes zij hebben gemaakt rondom inburgering en arbeidstoeleiding van statushouders. Dat doen wij voor gemeenten die hebben meegedaan aan het enquête onderzoek van het platform Kennis Integratie en Samenleving en toestemming hebben gegeven voor het hergebruik van een aantal van deze gegevens bij aanmelding voor deze benchmark. Het gaat om een selectie uit de gegevens die gemeenten hebben ingevuld over hun beleidskeuzes. De beleidskeuzes van een gemeente zijn in een aantal categorieën ingedeeld en kunnen de resultaten op arbeidstoeleiding en inburgering verklaren, maar zijn ook een interessante bron voor gemeenten om op zoek te gaan naar voorbeeldgemeenten die zaken hetzelfde of juist heel anders aanpakken. De verdeling in categorieën ziet er als volgt uit: Organisatorische inzet - over de rol en taak van de klantmanager Diagnose - over afgenomen testen voor de statushouder Taalinzet/onderwijs - over de wijze waarop gemeente bevorderen dat de statushouder de Nederlandse taal leert Op weg naar werk - Over de ondersteuning van de statushouder richting werk
Ondersteuningsaanbod gemeenten In de tabel wordt eerst in beeld gebracht of een gemeente een bepaalde voorziening wel of niet inzet. Vervolgens wordt aangegeven hoe vaak de gemeente deze voorziening inzet. In de tabel treft u voorts de weergave van de tweede gekozen groep vergelijkingspartners aan. In deze rapportage is het de bedoeling dat u zich vergelijkt met een groep van gemeenten. Wilt u zich individueel vergelijken met een gemeente dat is hiervoor het rapport “Statushouders per organisatie" beschikbaar. Tabel 6.1. Ondersteuningsaanbod gemeenten Bernheze
% benchmark % Bijna nooit met "Ja" - Soms -
% Regelmatig Vaak - (Bijna) altijd
Organisatorische inzet Klantmanagers die specifiek voor statushouders werken (dedicated klantmanagers)
87 %
resp. 2 - 0 %
4 - 15 - 67 %
Klantmanagers die statushouders begeleiden, hebben een lagere caseload
39 %
resp. 4 - 0 %
9 - 7 - 19 %
Een uitgebreid, op statushouders gericht assessment
43 %
resp. 2 - 2 %
13 - 13 - 13 %
Leerbaarheidstoets
43 % resp. 2 - 11 %
20 - 2 - 7 %
(Uitgebreide) intake; leren kennen van de statushouder
93 %
7 - 19 - 61 %
Diagnose
Taalinzet / onderwijs
resp. 6 - 0 %
Extra taallessen
85 % resp. 0 - 17 %
28 - 35 - 6 %
Taalmaatjes
91 %
resp. 2 - 7 %
46 - 26 - 9 %
Taalstages
67 % resp. 0 - 20 %
33 - 13 - 0 %
Faciliteren van instroom in onderwijs/opleiding
93 % resp. 0 - 13 %
44 - 20 - 15 %
Sollicitatietrainingen / trainingen werknemersvaardigheden
87 %
resp. 0 - 4 %
41 - 30 - 13 %
Leer-werktrajecten
91 % resp. 0 - 20 %
43 - 17 - 11 %
Werkervaringsplekken
96 % resp. 0 - 11 %
46 - 28 - 11 %
Vrijwilligerswerk
94 %
resp. 0 - 7 %
52 - 31 - 4 %
Ondersteuning bij ondernemerschap
74 % resp. 4 - 52 %
11 - 0 - 7 %
Matchingsevents waar werkgevers en statushouders elkaar ontmoeten
67 % resp. 2 - 24 %
28 - 9 - 4 %
Faciliteren van kinderopvang
72 % resp. 2 - 20 %
22 - 13 - 15 %
Op weg naar werk
Anders Anders
24 %
resp. 0 - 2 %
11 - 4 - 7 %
Definities Indicator
Toelicht en aandachtspunten
Bron
Voorsprong en achterstand op taakstelling huisvesting
Op basis van openbare gegevens van COA het COA over de taakstelling en realisatie huisvesting statushouders. Deze cijfers komen uit een gefixeerd overzicht en geeft de stand weer van de eerste dag van de maand.
Aandeel statushouders per 1000 inwoners in de gemeente
Deze indicator laat het absolute aantal CBS statushouders zien dat woonachtig is in de gemeente en het relatieve aantal statushouders per 1000 inwoners van de gemeente in het betreffende kwartaal. De inwonersaantallen per gemeente zijn steeds berekend op de eerste dag van het betreffende kwartaal
Uitstroom statushouders uit eerste vestigingsgemeente
Deze indicator betreft het aantal statushouders dat vanuit de eerst vestigingsgemeente na COA-opvang naar een andere gemeente verhuisde.
CBS
Instroom statushouders in gemeente
Deze indicator geeft het aantal statushouders dat in het betreffende kwartaal woonachtig is in de gemeente en dat na uitstroom uit de COAopvanglocatie in eerste instantie in een andere gemeente woonachtig was.
CBS
Statushouders naar nationaliteit
Hier wordt per nationaliteit het aantal CBS statushouders afgebeeld dat in een gemeente woonachtig is als percentage van het totale aantal statushouders in de gemeente in het betreffend kwartaal. De aantallen worden afgebeeld voor de vijf meest voorkomende nationaliteiten onder statushouders (afkomstig uit Syrië, Eritrea, Irak, Afghanistan en Iran) en voor statushouders met overige nationaliteiten.
Statushouders naar plaats in het huishouden
Deze indicator laat de plaats in het CBS huishouden zien voor statushouders die in de gemeente woonachtig zijn. Hierbij worden de volgende categorieën gehanteerd: alleenstaand, thuiswonend kind, partner in paar met kinderen, partner in paar zonder kinderen, ouder in een eenoudergezin en overig gezinslid. Personen die als overig gezinslid in een huishouden wonen, wonen bijvoorbeeld in een pleeggezin of met broers en/of zussen.
Statushouders naar leeftijdscategorie
Hier wordt per gemeente de leeftijd van CBS de in de gemeente woonachtige statushouders afgebeeld als percentage van het totale aantal statushouders in de gemeente. Hierbij worden de
volgende leeftijdsategorieën gehanteerd: 0-17 jaar, 18-26 jaar, 27-44 jaar, 45-64 jaar, 65 jaar en ouder. Statushouders naar geslacht
Deze indicator geeft het aantal CBS mannelijke en vrouwelijke statushouders dat in de gemeente woont als percentage van het totale aantal statushouders in de gemeente in het betreffende kwartaal.
Statushouders naar type vestiging (eerste aanvrager vs. nareiziger)
Deze indicator laat het aantal eerste CBS aanvragers en nareizigers zien als percentage van het totale aantal statushouders in de gemeente in het betreffende kwartaal. Nareizigers zijn statushouders die in het kader van gezinshereniging of de nareisregeling vanuit het land van herkomst bij gezinsleden (bijv. een partner of kinderen) komen wonen die eerder naar Nederland gekomen zijn. Eerste aanvragers betreft statushouders die zelfstandig een aanvraag om toelating tot vluchteling hebben ingediend.
Wachttijd tussen instroom COAopvang en eerste zelfstandige vestiging in gemeente
Deze indicator laat zien hoeveel tijd (in CBS jaren) verstrijkt tussen het moment dat statushouders instromen in een COAopvanglocatie en het moment dat zij in zelfstandige woonruimte gaan wonen binnen de eerste vestigingsgemeente. Dit is geen kwartaalvariabele, maar wordt één keer berekend voor iedere statushouder vanaf de COAinstroomdatum (indien bekend) tot de eerste maand waarin zij niet meer in een COA-locatie woonachtig zijn. Hierbij worden de volgende categoriën gehanteerd: korter dan 1 jaar, 1-2 jaar en langer dan 2 jaar. De wachttijd tussen COA-instroom en zelfstandige vestiging in een gemeente wordt voornamelijk bepaald door de duur van de asielprocedure. Omdat deze procedure over het algemeen (veel) korter is voor nareizigers dan voor eerste aanvragers, zijn nareizigers bij het berekenen van deze indicator buiten beschouwing gelaten. Ook het hier vermelde aantal statushouders in het startcohort van de gemeente betreft alleen eerste aanvragers en geen nareizigers.
Percentage inburgeringsplichtige statushouders
Deze indicator betreft het aandeel inburgeringsplichtige statushouders (18 t/m 65 jaar), inclusief statushouders die de termijn voor inburgering overschreden hebben, maar exclusief statushouders die al geslaagd zijn voor het inburgeringsexamen. Hierbij wordt
CBS
het absolute aantal inburgeringsplichtige statushouders als percentage afgezet tegen alle statushouders (18-65 jaar) in de gemeente in het betreffende kwartaal. Door geslaagde inburgeraars en ontheffingen van de inburgeringsplicht kan dit percentage over tijd afnemen. Tegelijkertijd kan het percentage groeien door de komst van nieuwe statushouders. Percentage geslaagde inburgeraars
Deze indicator geeft het aantal CBS statushouders dat geslaagd is voor het inburgeringsexamen als percentage van alle inburgeringsplichtige én voormalig inburgeringsplichtige statushouders in de gemeente in het betreffende kwartaal. Onder voormalig inburgeringsplichtigen vallen ook personen die een vrijstelling of ontheffing van inburgeringsplicht hebben of wiens inburgeringsplicht vervallen is.
Percentage geslaagde Syriërs
Als ‘Percentage geslaagde inburgeraars’, maar dan alleen voor statushouders met de Syrische nationaliteit.
CBS
Percentage geslaagde Eritreeërs Als ‘Percentage geslaagde inburgeraars’, maar dan alleen voor statushouders met de Eritrese nationaliteit.
CBS
Percentage geslaagde statushouders overige nationaliteiten
Als ‘Percentage geslaagde inburgeraars’, maar dan alleen voor statushouders met een nationaliteit anders dan de Syrische of Eritrese.
CBS
Gemiddelde duur van een geslaagd inburgeringstraject
Per peilmoment wordt de gemiddelde CBS van duur van het inburgeringstraject (in maanden) berekend voor alle statushouders in de gemeente die t/m het betreffende kwartaal een inburgeringsexamen behaald hebben (dus inclusief degenen die op in een eerder peilmoment al geslaagd waren). De duur van het inburgeringstraject wordt berekend vanaf de datum dat een statushouder door DUO op de hoogte wordt gesteld van zijn/haar inburgeringsplicht tot de datum waarop hij/zij het inburgersexamen behaalde. Omdat de eerste statushouders in de hier gevolgde groep zich in 2014 in Nederland vestigde, geeft deze indicator voor de eerste peilmomenten een vertekend beeld van de gemiddelde duur van een inburgeringstraject. De statushouders die op deze peilmomenten al geslaagd waren voor hun inburgeringsexamen, doorliepen het
traject namelijk per definitie veel sneller dan de meeste statushouders (die op dat moment nog niet geslaagd waren). Pas vanaf medio 2017 geeft deze indicator een realistisch beeld van de gemiddelde duur van een inburgeringstraject. Percentage werkende statushouders
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders tussen 18 en 65 jaar zien dat in het betreffende kwartaal betaald werk had als percentage van alle statushouders (18-65 jaar) in de gemeente.
Aandeel statushouders in de bijstand met inkomsten uit werk
Deze indicator geeft het aantal statushouders weer dat op de ultimodatum van het betreffende kwartaal bijstand ontving en daarnaast inkomsten uit werk ontving, als percentage van het totaal aantal statushouders met bijstand in de betreffende gemeente
Percentage statushouders met bijstandsuitkering
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders tussen 18 en 65 jaar zien dat in het betreffende kwartaal een bijstandsuitkering ontving als percentage van alle statushouders (1865 jaar) in de gemeente.
Aandeel statushouders t.o.v. alle bijstandsontvangers
Deze indicator geeft het aantal statushouders weer dat op de ultimodatum van het betreffende kwartaal bijstand ontving, als percentage van het totaal aantal bijstandsontvangers in de betreffende gemeente.
Uitstroom bijstand, naar reden
Deze indicator geeft een indicatie van CBS de uitstroom uit de bijstand weer. Vanwege lage aantallen uitstroom per kwartaal worden vier kwartalen bij elkaar opgeteld. Eén uitstroombeweging wordt geteld als een statushouder geen bijstand ontving op de ultimodatum van het betreffende kwartaal, én wel bijstand ontving op de ultimodatum van het voorgaande kwartaal. Dit wordt berekend voor vier kwartalen waarbij de uitstroombewegingen bij elkaar worden opgeteld. Een statushouder kan dus meer dan één keer uitstromen. Deze optelsom wordt gepercenteerd op het gemiddelde aantal statushouders in de bijstand. Dat gemiddelde wordt berekend door per kwartaal het aantal statushouders in de bijstand te berekenen en deze aantallen van de vier kwartalen bij elkaar op te tellen en dan weer te delen door vier. Hier worden statushouders dus niet dubbel
CBS
CBS
geteld. Het percentage is slechts bedoeld om een ruwe indicatie te geven van het aandeel uitgestroomde bijstandstrajecten t.o.v. het gemiddelde aantal statushouders in de bijstand in een gemeente. Indien bekend, is daarnaast de reden van deze uitstroom uit de bijstand getoond. Onderscheid is gemaakt tussen werk (inkomsten uit dienstbetrekking/uitkering ziekte/zelfstandig beroep of bedrijf), handhaving (te lang verblijf buitenland, geen inlichtingen, negeren herhaalde oproep om inlichtingen/reintegratiegesprek, weigeren onderwijs te volgen, niet nakomen van verplichtingen), onderwijs (onderwijs met studiefinanciering), verloop (bereiken AOW-leeftijd, overlijden, detentie, verhuizing naar andere gemeente/buitenland, aangaan relatie) en overig (inkomsten uit uitkering arbeidsongeschiktheid/uitkering werkloosheid/alimentatie/ander inkomen, vermogensopbrengsten, oorzaak bij partner, andere oorzaak). Een langdurig beëindigingsonderzoek kan resulteren in administratieve vertraging waarbij de reden van uitstroom niet wordt teruggelegd. In deze gevallen is de reden van uitstroom onbekend. Percentage onderwijsvolgende statushouders (18-33 jaar)
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders tussen 18 en 33 jaar zien dat onderwijs volgt als percentage van alle statushouders (18-33 jaar) in de gemeente. In tegenstelling tot de meeste andere indicatoren wordt deze indicator niet per kwartaal berekend, maar per halfjaar, namelijk op 30 juni en 31 december. Bij deze indicator wordt ook een onderscheid gemaakt naar cohort en geslacht.
Percentage onderwijsvolgende statushouders (18-65 jaar)
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders tussen 18 en 65 jaar zien dat onderwijs volgt als percentage van alle statushouders (18-65 jaar) in de gemeente. In tegenstelling tot de meeste andere indicatoren wordt deze indicator niet per kwartaal berekend, maar per halfjaar, namelijk op 30 juni en 31 december.
Onderwijsniveau van Deze indicator geeft voor CBS onderwijsvolgende statushouders onderwijsvolgende statushouders tussen 18 en 65 jaar aan op welk niveau zij onderwijs volgen. De categorieën die hier gehanteerd worden zijn: voortgezet
onderwijs/MBO1, MBO2-MBO4 en HBO/WO. Per categorie wordt het aantal statushouders gegeven en het percentage statushouders t.o.v. alle 18tot 65-jarige statushouders in de gemeente. Net als bovenstaande indicator wordt deze indicator niet per kwartaal berekend, maar slechts twee keer per jaar, op 30 juni en 31 december. Arbeidsvolume werkende statushouders, in categorieën
Deze indicator laat het arbeidsvolume CBS voor statushouders (18-65 jaar) met betaald werk zien. Het arbeidsvolume wordt gebaseerd op de ‘deeltijdfactor’ van de werkende statushouder. De deeltijdfactor geeft aan hoeveel uur iemand binnen een baan werkt t.o.v. een fulltimer in dezelfde organisatie of dezelfde branche. De deeltijdfactor heeft een waarde tussen 0 en 1, waarbij 1 een fulltime dienstverband representeert, en wordt hier ingedeeld in de volgende categorieën: 'minder dan 0,3 vte', '0,3-0,8 vte' en 'meer dan 0,8 vte'. Wanneer een statushouder meerdere betaalde banen heeft, kan de deeltijdfactor niet berekend worden. Deze statushouders worden hier ingedeeld in de categorie 'meer dan één baan'.
Gebruik re-integratievoorziening naar type
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders zien dat op de ultimodatum van het betreffende kwartaal gebruikmaakte van een reintegratievoorziening of, sinds 2019, een participatievoorziening op grond van de Participatiewet. Daarnaast is dit aantal uitgedrukt als percentage van het totaal aantal statushouders van 18 tot 65 jaar in de gemeente. Vanaf 2019 is het onderscheid gemaakt tussen de participatievoorzieningen coaching naar werk of naar participatie, training/cursus/opleiding, vrijwilligerswerk en loonkostensubsidie (op grond van de Participatiewet, forfaitair of tijdelijk). Onder overige participatievoorzieningen vallen WIW/ID-baan, beschut werk, participatieplaats, proefplaatsing t.b.v. loonwaardebepaling, overige werkplekken, jobcoach/begeleiding op de werkplek, werkplekaanpassing, overige sociale activering, vervoersvoorziening en overige faciliterende voorziening.
Percentage gebruik jeugdzorg onder 0-22 jarigen
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders (0 t/m 22 jaar) zien dat in
een bepaald jaar gebruikmaakte van een vorm van jeugdzorg als percentage van alle statushouders t/m 22 jaar in een gemeente. Onder jeugdzorg vallen jeugdhulp (hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en/of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders), jeugdbescherming en jeugdreclassering. Omdat gegevens over jeugdzorg op jaarbasis in het onderzoeksbestand zijn opgenomen, wordt deze indicator, conform het landelijke onderzoek, niet per kwartaal, maar per jaar bepaald. Percentage statushouders met een wmo-voorziening
Deze indicator geeft het aantal CBS statushouders weer dat op de ultimodatum van het betreffende halfjaar gebruikmaakte van een voorziening in het kader van de wet maatschappelijke ondersteuning (wmo). Daarnaast is dit aantal uitgedrukt als percentage van het totaal aantal statushouders in de gemeente. Deze indicator is per halfjaar berekend en niet per kwartaal.
Percentage genaturaliseerde statushouders
Deze indicator laat het aantal CBS statushouders zien met een Nederlandse nationaliteit als percentage van alle statushouders in het betreffende kwartaal. Men komt met name voor naturalisatie in aanmerking als men 5 jaar onafgebroken in Nederland heeft gewoond met een geldige verblijfsvergunning. Er zijn uitzonderingen op deze regel als men gehuwd of langdurig samenwoont met een Nederlander of als men staatloos is, waardoor naturalisatie in principe na 3 jaar aangevraagd kan worden.
Specificatie vergelijkingsgroepen Hieronder staat voor de vergelijkingsgroepen een opsomming van de organisaties. Als een vergelijkingsgroep betrekking heeft op alle deelnemende organisaties dan beslaat deze meerdere bladzijden. Om deze reden worden alleen de specificaties van de vergelijkingsgroepen opgenomen als deze uit maximaal 20 organisaties bestaan. grootteklasse 3-deling benchmark Meer dan 20 organisaties