CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage rapport onderzoek kapitaalgoederen

Commissie Bestuur en Strategie 21 februari 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Rapport rekenkamercommissie Kapitaalgoederen4.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Heesch | 15 december 2021

Rapport rekenkameronderzoek Kapitaalgoederen

Rekenkamercommissie Bernheze

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1. De aanleiding

3 3

1.2. Onderzoeksvraag en normenkader

3

1.3. De opbouw van het rapport

3

Hoofdstuk 2. De centrale boodschap: conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies. 2.2. Aanbevelingen.

4 4 4

Hoofdstuk 3. De bevindingen 3.1. Algemeen

5 5

3.2. Beleidsnota’s

5

3.3. Jaarstukken, kadernota’s en begrotingen

6

3.4. Interviews

7

Hoofdstuk 4. De conclusies nader toegelicht

8

pagina 2

Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1. De aanleiding Bij de rondgang langs de fracties in juni/juli 2021 is een tweetal aspecten naar voren gekomen die betrekking hebben op de beleidsmatige en financiële kant van de kapitaalgoederen met in bijzonderheid aandacht voor de rioolbeheer en het wegbeheer. De rekenkamercommissie (hierna RKC) heeft geoordeeld dat dit een uitstekend onderwerp is om te onderzoeken met name kijkend naar de kaderstellende en controlerende rol van de raad.

1.2. Onderzoeksvraag en normenkader De RKC heeft een tweetal centrale onderzoeksvragen geformuleerd: 1. Op welke wijze wordt de raad betrokken bij het stellen van kaders voor beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen? 2. Wat is het financiële en het beleidsmatige effect van het uitstellen van onderhoudsmaatregelen en vervangingsinvesteringen? In de optiek van de RKC kan met een kort onderzoek worden volstaan. Er heeft geen verdere uitwerking van deze centrale onderzoekvragen naar subvragen plaatsgevonden. Uitgaande van de centrale onderzoeksvragen is het volgende normenkader opgesteld: 1. De raad wordt tijdig en volledig geïnformeerd over (wijzigingen in de) hogere wet en regelgeving en de effecten daarvan op de eigen vrije beleidsruimte; 2. De raad wordt voorafgaand aan het aangaan van regionale samenwerking geïnformeerd over de consequenties voor (de vrije beleidsruimte voor) de kapitaalgoederen; 3. De raad stelt expliciet inhoudelijke en financiële kaders vast als basis voor het beleid; 4. De raad bespreekt de inhoudelijke en financiële effecten van het gevoerde beleid; 5. De raad kiest voor een actieve rol bij de kaderstelling en bij de controle van het beleid voor de kapitaalgoederen.

1.3. De opbouw van het rapport Dit rapport kent de volgende opbouw: Hoofdstuk 2: De centrale boodschap. Hierin staan kernachtig onze conclusies en aanbevelingen. Hoofdstuk 3: De bevindingen. In dit hoofdstuk is een beknopte opsomming opgenomen van de resultaten van de documentanalyse en de interviews. Hoofdstuk 4: De conclusies. Kijkend naar de bevindingen worden de conclusies uitgewerkt langs de lijn van het normenkader. Hoofdstuk 5: De aanbevelingen. Welke aandachtspunten en verbeteringen zijn aan te brengen in het proces rondom kaderstellen en controleren van de kapitaalgoederen. Er zijn drie bijlagen:  Bijlage 1: De onderzoeksopzet  Bijlage 2: Lijst met geïnterviewde personen  Bijlage 3: Geraadpleegde documenten Het onderzoeksrapport is theoretisch van aard. Dat is het gevolg van de keuze om op het niveau van de raad te blijven. Veel documenten zijn op uitvoeringsniveau.

pagina 3

Hoofdstuk 2. De centrale boodschap: conclusies en aanbevelingen 2.1. Conclusies. Het uitgevoerde onderzoek brengt de RKC tot de volgende conclusies: 1) De raad wordt onvoldoende geïnformeerd over de eventuele gevolgen van de hogere wet- en regelgeving bij weg- en rioolbeheer voor de eigen vrije beleidsruimte. 2) De raad heeft onvoldoende inzicht in de eventuele gevolgen van (regionale) samenwerking voor de eigen vrije beleidsruimte bij weg- en rioolbeheer. 3) De raad wordt onvoldoende in stelling gebracht om de kaderstellende rol in te vullen 4) De raad krijgt te weinig informatie om de controlerende rol in te kunnen vullen 5) De raad neemt zelf weinig initiatief om de kaderstellende en de controlerende rol te versterken Deze vijf conclusies bepalen het antwoord op de eerste centrale onderzoeksvraag: de raad wordt (is) onvoldoende betrokken bij de kaderstelling voor beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen. De tweede centrale onderzoeksvraag is minder eenvoudig te beantwoorden. De raad krijgt weliswaar informatie over de scenario’s die het college gekozen heeft bij weg- en rioolbeheer maar de raad heeft daarmee niet het volledige inzicht in het financiële en het beleidsmatige effect van het uitstellen van onderhoudsmaatregelen en vervangingsinvesteringen. Daarbij komt dat veel documenten die aan de raad worden aangeboden op operationeel niveau zijn.

Veelal ontbreekt het strategische en het tactische niveau. Deze conclusies worden in hoofdstuk 4 per stuk nader toegelicht. Samengevat is de rekenkamercommissie van mening dat de rode draad in het hele verhaal wordt gevormd door de begrippen ’kaderstelling’ en ‘controle’.

2.2. Aanbevelingen. Op basis van het onderzoek en de conclusies komen wij tot de volgende aanbevelingen: 1) Neem als raad aan het begin van de komende nieuwe raadsperiode 2022-2026 het initiatief om richting te geven aan de wijze waarop de kaderstellende rol dient te worden ingevuld 2) Formuleer als raad duidelijke uitgangspunten voor het college om de raad te ondersteunen bij het invullen van de kaderstellende rol 3) Vraag als raad om duidelijke onderbouwingen van scenario’s zo dat er beter zicht op het niveau van de raad ontstaat op de financiële en het beleidsmatige effecten van die scenario’s. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat het de RKC niet te doen is om uitgebreide documenten voor de raad op te stellen met veel bijlagen. De RKC ziet graag dat er gefocust wordt korte documenten waarin de voor de raad relevante informatie is opgenomen.

pagina 4

Hoofdstuk 3. De bevindingen 3.1. Algemeen De voor het onderzoek benodigde informatie is snel verstrekt en de samenwerking met de ambtelijke organisatie is zonder meer goed te noemen. De bevindingen die in de volgende paragrafen beschreven worden zijn op hoofdlijnen. IN een aantal gevallen komt dat redelijk theoretisch over.

3.2. Beleidsnota’s De belangrijkste beleidsnota’s zijn:  Voor wegbeheer: Adaptief wegbeheer 2013 opgevolgd door de evaluatie Adaptief wegbeheer 2018. Voor 2021 is de volgende evaluatie gepland.  Voor rioolbeheer: GRP1 2015-2019 opgevolgd door het GRP 2020-2024. Het eerstvolgende GRP zal in 2025 aan de raad worden aangeboden Deze beleidsnota’s zijn na bespreking in de commissie door de raad vastgesteld. En voorafgaand aan de vaststelling heeft de raadscommissie kennis kunnen nemen van en gesproken over de verschillende uitgangspunten vaak aan de hand van een Nti. De verschillende beleidsnota’s worden gekenmerkt door:  een bundeling van zowel beleidsmatige als operationele aspecten waarbij het tactische niveau niet altijd even goed uit de verf komt;  een hoog detailniveau waarbij de vraag aan de orde is in hoeverre die details voor de raad van belang zijn bij de invulling van de kaderstellende rol. Een recent voorbeeld is de bespreking van het zogeheten afwegingskader naar aanleiding van een motie die tot doel had het budget te verhogen voor infrastructurele werken. De commissie krijgt veel informatie op uitvoeringsniveau waarbij in concreto slechts de uitvoeringsvolgorde van de aan te pakken straten wijzigt en niet zozeer het aantal inhoudelijk uitgangspunten2.

In genoemd afwegingskader, maar ook in andere documenten, worden soms beleidsvoorstellen gedaan die tot doel hebben verbeteringen aan te brengen. Als voorbeeld kan het thema verkeersveiligheid genoemd worden. In het afwegingskader wordt hieraan een hoge score toegekend. Maar in de teksten is niet duidelijk in hoeverre er een nulmeting heeft plaatsgevonden om te bepalen in hoeverre er daadwerkelijk sprake is van (objectieve dan wel subjectieve) onveiligheid. In de documenten komt ook niet naar voren welk niveau van verkeersveiligheid gehaald dient te worden en wanneer dat een feit dient te zijn. Dat geldt ook voor de andere wegingsfactoren.

Uit het Afwegingskader: Voorgestelde wegingsfactoren 1. Verkeersveiligheid 20 %, vanuit de zorgplicht voor veiligheid in de openbare ruime een zware weging 2. Kwaliteit bestaande verhardingen/inrichting, 11 % basisweging 3. Klimaatadaptatie / Energietransitie, 11 % basisweging 4. Kwaliteit bestaand groen en relatie tot groenstructuurplan, 11 % basisweging 5. Rioolvervangingen en wateroverlast, 12%, verhoogde weging i.v.m. impact op omgeving 6. Ontwikkelingen, 11 % basisweging 7. Maatschappelijke ontwikkelingen, 12 % verhoogde weging i.v.m. draagvlak 8. Financiële prikkels, 12 %, verhoogde weging i.v.m. kansen benutten

1 Gemeentelijk Riolerings Plan

2 Eén van de wegingscriteria betreft de vraag in hoeverre subsidie verkregen kan worden voor het project. Het ligt voor de hand dit

criterium slechts te gebruiken als op alle overige criteria de vergeleken projecten volledig gelijkwaardig scoren.

pagina 5

Er wordt in de beleidsnota’s (vaak) niet gewerkt met inhoudelijke scenario’s waar de raad uit kan kiezen. In een aantal gevallen zijn er wel veelal financiële scenario’s in de tekst opgenomen maar in de besluitvorming wordt nagenoeg altijd aan de raad gevraagd om in te stemmen met het collegevoorstel. Het is dan aan de raad om eventueel de discussie over de scenario’s te voeren. Uit de diverse documenten blijkt dat de raad nagenoeg altijd het collegevoorstel volgt. In de beleidsnota’s wordt niet aantoonbaar gewerkt met kentallen op raadsniveau. Weliswaar is bij Adaptief wegbeheer wel sprake van kentallen in de aan de raad verstrekte informatie maar die staan in de bijlagen en zijn erg gedetailleerd. Door het ontbreken van relevante kentallen op raadsniveau wordt vaak op detailniveau gewerkt. De beleidsnota’s worden op hoofdlijnen geëvalueerd. Als voorbeeld: in een nieuw GRP wordt teruggekeken op de voorgaande periode. De uitvoeringsplannen per jaar worden echter niet geëvalueerd en de raad krijgt dus ook niet de (volledige) informatie om te kunnen beoordelen of de resultaten en de beoogde effecten van het beleid daadwerkelijk gehaald worden binnen de door de raad vastgestelde financiële kaders. Die evaluaties zitten ook niet in de documenten uit de P&C-cyclus. In de hiernavolgende paragraaf wordt dit toegelicht.

Het stellen van concrete kaders waarbij aspecten als tijd, geld, kwaliteit een rol spelen maakt het makkelijker om volgens een afgesproken frequentie te evalueren.

3.3. Jaarstukken, kadernota’s en begrotingen De programmabegroting wordt in veel gemeenten gebruikt om uitgaande van vastgestelde beleidsnota’s een nadere uitwerking te geven voor het komende begrotingsjaar. Het is de uitgelezen plaats om bevindingen uit de jaarstukken van het voorafgaande jaar, al dan niet via een tussenstap middels de Kadernota3, te verwerken. In die zin kunnen de kadernota en de programmabegroting ook als aanvullende) kaderstellende documenten worden gezien. In bijlage 3 is aangegeven welke documenten uit de P&C-cyclus bestudeerd zijn. Een Kadernota is bij uitstek geschikt om een aantal kwantitatieve ontwikkelingen op hoofdlijnen concreet aan te geven zoals verwachte: - areaaluitbreiding - ontwikkeling van de financiële kentallen

In de Kadernota’s komt het woord kapitaalgoederen niet voor. Ook de begrippen wegbeheer en rioolbeheer komen nagenoeg niet voor. Daar waar er wel gewag van wordt gemaakt gaat het om pure concreet benoemde uitvoeringsaangelegenheden.

In de jaarstukken en de programmabegrotingen is elk jaar een apart hoofdstuk over de kapitaalgoederen opgenomen. De indeling van die hoofdstukken is identiek en dat is logisch. Minder logisch echter is het feit dat de inhoudelijke teksten ook in veel gevallen (nagenoeg) identiek zijn. Kort maar krachtig: in veel gevallen is voor opeenvolgende jaren min of meer exact dezelfde tekst opgenomen in zowel de begroting als de jaarrekening4. De afwijkingen hebben met name betrekking op financiële gegevens die overigens niet verder worden toegelicht. Soms zijn er inhoudelijke opmerkingen opgenomen maar die zijn dan weer niet vertaald naar concrete financiële opgaven dan wel naar nog door de raad expliciet te nemen besluiten. In de bestudeerde jaarstukken is geen analyse opgenomen van de bereikte resultaten. 3 Ook wel Informatienota (in 2019) of Perspectiefnota (in 2018 en 2020) genoemd

4 De werkgroep Duisenberg heeft twee jaar geleden eenzelfde constatering gedaan voor het hoofdstuk Economie

pagina 6

3.4. Interviews Er zijn in totaal negen interviews afgenomen met een drietal medewerkers, de portefeuillehouder en een vijftal fractiespecialisten. In bijlage 2 is aangegeven welke personen geïnterviewd zijn. Na afloop van elk interview is een kort verslag opgemaakt teruggelegd bij de geïnterviewde met de vraag of die weergave adequaat is. De verslagen maken zoals gebruikelijk geen onderdeel uit van de onderzoeksrapportage. In de interviews is ingegaan op de volgende aspecten waarbij voor de vraagstelling gebruik is gemaakt van de resultaten van de documentanalyse:  Invloed hogere wet- en regelgeving5 en invloed (regionale) samenwerking6 op de vrije beleidsruimte van de gemeente;  De wijze van inhoudelijke en financiële kaderstelling en de rol van de raad daarbij;  De wijze van controle en de rol van de raad. In de interviews komt naar voren dat er door het college wel informatie wordt verstrekt over de hogere wet- en regelgeving alsmede over de (regionale) samenwerking7. Bij de geïnterviewde raadsleden zijn er echter wel grote verschillen in de beleving van die verstrekte informatie. Zo vindt een aantal raadsleden de kwaliteit onvoldoende en missen zij het expliciet bespreken van de hiervoor genoemde drie aspecten.

Tegelijkertijd zijn de meeste raadsleden zich niet volledig bewust van het feit dat de regionale samenwerking door de gekozen opzet van invloed kan zijn op de eigen vrije beleidsruimte: bundeling van kennis, uniformering, afstemming zijn dan de sleutelwoorden. Met name de samenwerking op de watertaken (waar het rioolbeheer onder valt) kan inhouden dat de inhoudelijks discussie in commissie en raad niet gevoerd wordt. Het argument is dan: dit zijn de afspraken die in het kader van de samenwerking gemaakt zijn. Het beeld van de meeste raadsleden is dat de raad wel inhoudelijke/beleidsmatige kaders stelt maar tegelijkertijd wordt aangegeven dat in de meeste gevallen de collegevoorstellen worden gevolgd. Dat leidt er toe dat een deel van die kaderstelling plaatsvindt op operationeel niveau en (te) weinig op strategisch (en deels tactisch) niveau. In de paragrafen 3.2. en 3.3 is dit nader toegelicht.

In de beoordeelde GRP’s zijn de beleidslijnen vaak kwalitatief van aard. De koppeling aan kwantitatieve maatstaven is veelal niet aanwezig. Ter illustratie: verdergaande doelmatige afkoppeling van hemelwaterafvoer in het stedelijke gebied wordt van belang geacht. Er wordt echter niet aangegeven welk percentage of welke lengte van het huidige gemengde stelsel per jaar wordt aangepakt om de doelstelling te bereiken.

Het zelfde geldt voor het uitoefenen van de controlerende rol. Enerzijds omdat de raad geen evaluaties krijgt met betrekking tot de resultaten én de effecten van de uitgevoerde maatregelen en anderzijds omdat de raad hier ook niet verder naar vraagt. In de interviews is expliciet gevraagd naar de wijze waarop de raad actief is door middel van het stellen van vragen om de gewenste informatie te krijgen. In nagenoeg alle interviews komt naar voren dat de raad op dit vlak veel actiever en veel voortvarender kan zijn. Overigens ligt dit in lijn met bevindingen van de RKC bij eerdere onderzoeken. De raad neemt niet vaak het initiatief om de kaderstellende rol te benadrukken en de raad besteedt naar het zich laat aanzien weinig tijd aan de 5 Bijvoorbeeld de Wegenverkeerswet voor wegbeheer en de Wet gemeentelijke watertaken voor rioolbeheer 6 Regio Noordoost-Brabant (RNOB) en de As50-samenwerking

7 Regionale samenwerking is een standaard agendapunt in de commissie.

pagina 7

controlerende rol. Deels wordt dat ongetwijfeld veroorzaakt door de mate van gedetailleerdheid van de voorstellen en deels door het vertrouwen dat de meeste raadsleden hebben in de deskundigheid van de ambtelijke organisatie. De RKC is van mening dat de raad veel kritischer dient te zijn waarbij het feit dat teksten in de begroting en de jaarrekeningen over drie verschillende jaren nagenoeg identiek dit duidelijk illustreert.

Hoofdstuk 4. De conclusies nader toegelicht De conclusies zoals die opgenomen zijn in het hoofdstuk 1 worden hieronder herhaald en van een nadere toelichting voorzien. Het uitgevoerde onderzoek brengt de rekenkamercommissie tot de volgende conclusies: 1) De raad wordt onvoldoende geïnformeerd over de eventuele gevolgen van de hogere wet- en regelgeving bij weg- en rioolbeheer voor de eigen vrije beleidsruimte: De raad krijgt informatie over hogere wet- en regelgeving waarbij in een aantal gevalleen duidelijk wordt aangegeven wat dit voor de gemeente betekent. Nadere toelichtingen over het wel of juist niet inperken van de eigen beleidsvrijheid wordt echter niet gegeven. 2) De raad heeft onvoldoende inzicht in de eventuele gevolgen van (regionale) samenwerking voor de eigen vrije beleidsruimte bij weg- en rioolbeheer: De raad krijgt frequent de mogelijkheid om via de commissie zich nader te laten informeren. De verschillende samenwerkingen bij weg- en rioolbeheer zijn in principe veelal toegelicht vanuit aspecten zoals bundeling van kennis, efficiënt gebruik maken van de beschikbare (mens)capaciteit en afstemming van maatregelen. Inhoudelijke kaderstelling voorafgaand aan het aangaan van die samenwerking vindt echter meestal niet plaats waardoor de resultaten van de samenwerking onvoldoende te toetsen zijn.

3) De raad wordt onvoldoende in stelling gebracht om de kaderstellende rol in te vullen: In principe wordt de raad (en in een aantal gevallen zelfs uitvoerig) geïnformeerd. De meeste informatie betreft echter operationele informatie. Soms worden er scenario’s in de tekst geschetst maar nagenoeg altijd wordt de raad gevraagd in te stemmen met het collegevoorstel. Weliswaar is in een aantal gevallen door middel van een Nti een discussie in de commissie mogelijk maar ook dan gaat het vaak over uitvoering en veel minder vaak over concrete kaderstelling op raadsniveau. 4) De raad krijgt te weinig informatie om de controlerende rol in te kunnen vullen: Het feit dat de teksten in de jaarrekening hetzelfde zijn als de teksten in de programmabegroting illustreert deze conclusie voldoende. Ook het (bijna altijd) ontbreken van evaluaties waarbij de effecten van de uitgevoerde maatregelen aan de raad worden gepresenteerd maakt dat de raad te weinig informatie krijgt. Voor sommige beleidsuitgangspunten zijn geen zogeheten 0metingen uitgevoerd waardoor de toets op (efficiency en) effectiviteit niet te maken is. 5) De raad neemt te weinig initiatief om de kaderstellende en de controlerende rol te versterken: In eerdere onderzoeken heeft de RKC al vergelijkbare conclusies getrokken met betrekking tot het eigen initiatief van de raad.

Opvallend is dat de geïnterviewde raadsleden dit ook zo uitspreken en dat er wat hen betreft ook meer aan gedaan dient te worden.

pagina 8

Tegen de achtergrond van het feit dat de raad zelf weinig tot geen initiatief neemt bij weg- en rioolbeheer om de kaderstellende en controlerende rol goed op te pakken is het soms voor het college lastig om te bepalen welke informatie de raad nu wel dient te krijgen. Deze vijf conclusies bepalen het antwoord op de eerste centrale onderzoeksvraag: de raad wordt (is) onvoldoende betrokken bij de kaderstelling bij het stellen van kaders voor beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen. De tweede centrale onderzoeksvraag is minder eenvoudig te beantwoorden. De raad krijgt weliswaar informatie over de scenario’s die het college gekozen heeft bij weg- en rioolbeheer maar de raad heeft daarmee niet het volledige inzicht in het financiële en het beleidsmatige effect van het uitstellen van onderhoudsmaatregelen en vervangingsinvesteringen. Opgemerkt wordt dat de achterliggende informatie bij de wel gepresenteerde scenario’s ‘vaak heel uitgebreid en heel gedetailleerd is. Zo is bij het raadsvoorstel om in te stemmen met Adaptief wegbeheer in 2018 een bijlage gevoegd van 145 bladzijden met onder meer letterlijk op de centimeter nauwkeurige gegevens. En bij de bespreking van het Afwegingskader in september 2021 in de commissie RZ is de mogelijkheid geboden aan de commissieleden om “zelf aan de knoppen te draaien” terwijl er slechts sprake was van het formuleren van de uitvoeringsvolgorde.

pagina 9

Bijlage 1: Opzet voor het rekenkameronderzoek Kapitaalgoederen Inleiding Bij de rondgang langs de fracties in juni/juli 2021 is een tweetal aspecten naar voren gekomen die betrekking hebben op de beleidsmatige en financiële kant van de kapitaalgoederen met in bijzonderheid aandacht voor de rioolbeheer en het wegbeheer. De Rekenkamercommissie (RKC) heeft dit als volgt geïnterpreteerd en vertaald naar centrale onderzoeksvragen: 1. Op welke wijze wordt de raad betrokken bij het stellen van kaders voor beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen? 2. Wat is het financiële en het beleidsmatige effect van het uitstellen van onderhoudsmaatregelen en vervangingsinvesteringen? De RKC wil beide vragen in één onderzoek oppakken waarbij de focus zal liggen op de kapitaalgoederen riolering en wegen. De overige kapitaalgoederen worden niet in het onderzoek betrokken. Recente ontwikkelingen Op 27 mei 2021 heeft bij de behandeling van de Kadernota 2022-2025 de raad met 16 stemmen voor en 7 stemmen tegen een motie aangenomen om de stelpost infrastructurele werken op te hogen tot een bedrag van € 3.069.000. Naar aanleiding van die motie heeft het college op 6 juli 2021 een notitie ter informatie aan de raad gestuurd waarin is aangegeven dat er een afwegingskader wordt voorbereid om tot een objectieve prioritering van de projecten leefomgeving te komen.

Voor de nadere uitwerking daarvan is op 25 september een bijeenkomst geweest van de Commissie Ruimtelijke Zaken. Tijdens die bijeenkomst is de beoogde werkwijze toegelicht en aan de aanwezige fracties gevraagd om de komende tijd per fractie zelf aan de slag te gaan met het gepresenteerde afwegingskader. De RKC heeft kennis genomen van de presentatie op 25 september en geconcludeerd dat het afwegingskader een gedetailleerde uitvoeringsmethodiek is om de onderlinge prioritering van projecten te bepalen. Het afwegingskader is in de optiek van de RKC sterk operationeel (uitvoeringsvolgorde). Met dit afwegingskader wordt de raad naar het college en de ambtelijke organisatie “getrokken”. Dat leidt tot vragen over de rolverdeling tussen raad (kaderstelling en controle) en college (uitvoering). Voor de RKC betekent dit dat het afwegingskader geen antwoord is op de voorliggende centrale onderzoeksvragen. Verdieping De centrale onderzoeksvragen leiden tot de volgende deelvragen: 1. Kaderstelling: a. In hoeverre wordt de raad betrokken bij de start (dan wel de actualisering) van de beleidsvoorbereiding voor de kapitaalgoederen wegen en riolering? b. Welke bestuurlijk relevante parameters worden in dat kader besproken? c. Heeft de raad besluiten genomen over het beleid en zo ja welke en waar en hoe zijn die vastgelegd? 2. Controle:

pagina 10

a. Wordt de raad betrokken bij afwegingen in verband met mogelijke afwijkingen van het vastgestelde beleid? b. Wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van de beheerprogramma’s en krijgt de raad daarbij mogelijkheden om op beleidsmatig niveau bij te sturen? c. Zijn gekozen oplossingsrichtingen om tot besparingen te komen daadwerkelijk de goede oplossingen en heeft de raad voldoende inzicht gekregen in de alternatieven inclusief de financiële consequenties daarvan? Onderzoeksperiode De RKC gaat er van uit dat het beoordelen van de afgelopen 4 jaar een voldoende concreet beeld oplevert om de centrale vragen en de deelvragen te beantwoorden. Resultaat onderzoek Het resultaat van het onderzoek is een beknopte rapportage waar met name wordt ingezoomd op de mogelijkheden die de raad heeft om beleidsmatige te sturen (kaderstellende rol) en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd of de geformuleerde doelen inderdaad bereikt zijn (controlerende rol) Aanpak van het onderzoek Het onderzoek wordt door leden van de RKC zelf uitgevoerd. Onderstaande fasering wordt gevolgd: 1. Documentenanalyse. In de analyse worden de beleidsparagrafen uit de beheerprogramma’s nader bekeken. Tevens worden de relevante passages uit de kadernota’s, begrotingen en jaarrekeningen beoordeeld.

Tot slot worden alle documenten opgevraagd over de onderzoeksperiode waarin het beleid van de kapitaalgoederen aan de orde is. 2. Interviews. Het is geen uitgebreid onderzoek en de focus ligt op het interne functioneren van de bestuurlijke/ambtelijke organisatie. Er wordt uitgegaan van een vijftal interviews. 3. Concept rapportage. De concept rapportage wordt op basis van de voorafgaande informatiebronnen opgesteld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een bestuurlijk kernrapport en een meer uitgebreide rapportage van de bevindingen. 4. Procedure hoor en wederhoor. De concept rapportage wordt aan de gemeentesecretaris aangeboden voor het ambtelijk wederhoor. De op basis daarvan aangepaste concept rapportage wordt vervolgens aan het College van B&W aangeboden om een bestuurlijke reactie te verkrijgen. 5. Eindrapport en behandeling in de gemeenteraad. In een nawoord gaat de RKC in op de reactie van het College van B&W en biedt via de griffie het rapport vervolgens aan ter behandeling in de gemeenteraad. Uitvoering onderzoek Op dit moment gaat de RKC er van uit dat het een onderzoek volledig in eigen beheer wordt en dat dit onderzoek zo mogelijk nog in 2021 kan worden afgerond met het aanbieden van de onderzoeksrapportage aan de gemeenteraad.

Afhankelijk van de conclusies en aanbevelingen kan de rapportage vervolgens gebruikt worden voor het coalitieprogramma 2022-2026 en de voorbereiding kadernota 2023-2026.

pagina 11

De daadwerkelijk uitvoering van het onderzoek start begin oktober 2021. De oplevering van het concept-rapport is voorzien per 1 januari 2022. Na ambtelijk wederhoor en een bestuurlijke reactie van het college kan het onderzoeksrapport nog voor de zomervakantie in de julivergadering van de raad besproken worden.

pagina 12

Bijlage 2: lijst van geïnterviewde personen Bestuur:  Wethouder van Dieperbeek  De fracties van o VVD: De heer Jack van der Dussen o Lokaal: De heer Frans van de Ven o SP: De heer Cor van Erp o D’66: De heer Mathieu Bosch o CDA: De heer Erwin van Kessel  Medewerkers: o De heer Harold Soffner o De heer Tim Verhagen o De heer Bert Ceelen

pagina 13

Bijlage 3: Geraadpleegde documenten: Er is een uitgebreide set van documenten in beschouwing genomen. In deze bijlage is het overzicht opgenomen. Opgemerkt wordt dat de focus is uitgegaan naar de relevante beleidsnota’s en bestuurlijke documenten. Er is ook nog een groot aantal puur op uitvoering gerichte documenten aangeleverd. Deze documenten zijn “diagonaalsgewijs” bekeken. a. Jaarstukken, kadernota’s en programmabegrotingen  Programmabegroting 2018, Programmabegroting 2019, Programmabegroting 2020, Programmabegroting 2021  Perspectiefnota 2018-2021, Informatienota 2019-2022, Perspectiefnota 2020-2023, Kadernota 2021-2024, Kadernota 2022-2025  Jaarstukken 2018, Jaarstukken 2019, Jaarstukken 2020 b.

Beleidsnota’s, uitvoeringsprogramma’s en bijbehorende bestuurlijke documenten  Adaptief Wegbeheer 2013 o 20131031 Beheer wegen werkboek o 20131025 Notitie ClE RZ o 20131030 artikel Brabantsdagblad adaptief wegen o 20130313 Raadsvoorstel Definitief o 20140313 Raadsbesluit o Bijlagen: Notitie CIE RZ, Vragen uit behandeling CIE, Theoretische achtergronden, Beheer wegen in Bernheze, Doorrekening planmatig onderhoud, Planmatig groot onderhoud 2014, Knelpuntenmatrix  Adaptief Wegbeheer 2018 o Nti-Uitvoeringsprogramma Adaptief Wegbeheer o Presentatie adaptief wegbeheer o Bijlage 2 Antwoord op vragen Nti o Bijlage 3 Theoretische achtergronden Adaptief wegbeheer o 20180507 Raadsvoorstel Adaptief wegbeheer o Bijlagen: Bepaling Klein onderhoud, Doorrekening adaptief wegbeheer, Evaluatie Adaptief beheer 2013, Beheer wegen in Bernheze  Onderhoudsplannen wegen o Onderhoudadvies 2019, Beheer- en onderhoudadvies wegen 2020, Beheer- en onderhoudadvies wegen 2021 o Collegevoorstel beheer en onderhoudadvies 2020, Collegevoorstel beheer en onderhoudadvies 2021, Collegevoorstel beheer en onderhoudsadvies 2019  Bermen o Presentatie werkbijeenkomst onderhoud bermen o Nti Onderhoud Bermen en wegen in het buitengebied o 20190902 CIE RZ Bermen o 20191022 N71 Bermen o 20211026 Informatievraag o 20211026 Beantwoording informatievraag

pagina 14

GRP 2016-2019 o Aanvullende informatie college m.b.t. Kadernota GRP o Beantwoording technische vragen CDA over GRP o Bijlage E amendement CDA – D’66 VVDGRP Bernheze - aangenomen o Concept besluitenlijst commissie RZ l6 september 2015 o Concept besluitenlijst raad 1 en 5 oktober 2015 o Concept besluitenlijst commissie BS op 14 september 2015 o Concept besluitenlijst commissie BS op 11 mei 2015 o Concept besluitenlijst commissie RZ 7 en 8 april 2015 o Kort verslag bespreking GRP (11.05.2015) o 20150303 Verslag Kadernotitie GRP o 20150403 Notitie ter opiniërende bespreking o 20150403 Presentatie CIE RZ o 20150511 vragen ZLTO o 20150403 Notitie ter informatie effecten eenheidstarieven o Presentatie GRP (riooltarifering) 11 mei 2015 o 20150408 Kadernotitie o 20125 GRP bijlage 2 kostendekkingsplan o 20150721 Raadsvoorstel besluit definitief o 20160500 Brief waterschap o Bijlage 4 varianten tarief o GRP gemeente Bernheze definitief GRP 2020-2023 o Kadernotitie GRP 2020-2023 o BIJLAGE 1 Gemeentelijk Rioleringsplan Gemeente Bernheze 2020-2023 o BIJLAGE 3 Notitie ter informatie Raad GRP 27 augustus 2019 o Kostendekkingsplan gemeentelijke watertaken Bernheze 20190517 o Vaststellen van het Gemeentelijk Rioleringsplan Bernheze 2020 - 2023 o 20190827 Nti GRP Definitief na college o Bijlage 1 - GRP 2016-2020 o Bijlage 2 - Evaluatie o Bijlage 3 - Klimaatstresstest light o Bijlage 4 -

Kostendekkingsplan gemeentelijke watertaken Bernheze o Bijlage 5 -Monitor tarieven en prognose 2019 Onderhoudsplannen riolering en watertaken (inclusief bijlagen) o Voor de jaren 2017, 2018, 2019, 2020, 2021 o Nti Operationeel programma gemeentelijke watertaken 2017, Nti Operationeel programma gemeentelijke watertaken 2018, Nti Operationeel programma gemeentelijke watertaken

pagina 15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3e33f9dc-3110-4d7a-a9e7-569d3627ef2a