Bijlage Landschapsplan Kaathovensedijk 7 Heeswijk-Dinther
Tekst van het document
Landschapsplan Kaathovensedijk 7 Heeswijk
Situatieschets plangebied voor en na uitvoering
Afbeelding landschappelijk inpassingsplan: Huidige situatie
Afbeelding landschappelijk inpassingsplan: Nieuwe situatie
Legenda Bestaande houtsingel buiten plangebied Soort: Berk, Eik, Hazelaar, Es, Lijsterbes, Krentenboom, Hulst, Liguster. Bestaande houtsingel binnen plangebied 4 meter breed, 20 meter lengte Soort: Beuk, Hazelaar, Krentenboom, Sering, Vlinderstruik, Hulst, Liguster Toe te voegen houtsingel binnen plangebied 4 meter breed, 75 meter lengte Soort: Hazelaar, Krentenboom, Vlier, Vuilboom, Lijsterbes, Hulst, Liguster Aanplant maat: 60-80 wortelgoed, 1 stuks per m2 Gazon
Bloemen/ planten perk
Erfverharding Te verwijderen haag 1 meter breed, 20 meter lengte Soort: Taxus + Hazelaar Maat 140 – 160 Rode beuk 2 stuks bestaand (20 – 25) 3 stuks toe te voegen ( 14 – 16) Gemeentelijke bomen Kaathovensedijk (Bestaand)
Algemene beschrijving houtsingel Een houtsingel is een lijnvormige beplanting van verschillende soorten inheemse bomen en struiken. Je kunt houtsingels hebben die alleen maar uit struiken bestaan (een struikensingel) of uit bomen en struiken. Houtsingels kunnen heel waardevol zijn voor de natuur. De breedte en de lengte maar ook de opbouw in lagen van een houtsingel zijn sterk bepalend voor de aanwezige natuurwaarden. Een combinatie van een boomlaag, een struiklaag en een kruidlaag is het meest ideaal. Een vogelbosje is een klein vlakvormig beplantingselement dat voornamelijk uit bes- en doorndragende inheemse struiken bestaat, die voedsel en bescherming bieden. Keuze soorten De keuze van een soort hangt af van de grondsoort en de streek. Het uitgangspunt is dat alleen streekeigen inheemse soorten worden aangeplant. Natuurlijk kan de grondgebruiker nog wel kiezen welke streekeigen soorten hij het mooiste vindt. De boomlaag kan een aantal boomsoorten bevatten zoals bijvoorbeeld zomereik en berk op drogere gronden. In nattere gebieden kunnen dat ook gewone es en zwarte els zijn. De meest gebruikte struiken op zandgronden zijn vuilboom, lijsterbes, en hazelaar. Op kleigronden worden rode kornoelje, hazelaar, meidoorn kardinaalsmuts en sleedoorn het meest gebruikt. Dit basisassortiment kan aangevuld worden met andere soorten.
Informatie over de eigenschappen van de verschillende bomen en struiken treft u aan op het infoblad ‘Soortenoverzicht bomen en struiken’. Grondbewerking Grondbewerking is vaak nodig om een gunstige uitgangssituatie te creëren voor de groei van de beplanting. Dit geldt vooral bij grasland. Als de jonge bomen in grasland worden aangeplant ondervinden ze zeer veel concurrentie van de grassen waardoor er vaak sprake is van een slechte groei. Houtsingels en vogelbosjes Bij het aanvullen van de plantgaten wordt de grond goed aangedrukt met een voet. Grote beplantingselementen kunnen machinaal aangeplant worden. Menging struikensingel Indien het beplantingselement uit alleen maar struikvormende soorten bestaat, kan het beste worden gekozen voor een zogenaamde groepsgewijze menging. Dit is een garantie voor het behoud van de menging. Als de soorten niet in groepjes worden aangeplant is de kans groot dat de kleinere soorten overgroeid worden door de grotere soorten. De soorten worden in kleine groepjes geplant (3-7 per groep) waardoor op langere termijn een gevarieerd beeld blijft bestaan. Menging boomvormende soorten en struiken Bij dit type kan bij de aanplant het beste gekozen worden voor een verhouding van 60-70% boomvormende soorten en 30-40% struikvormende soorten. Bij smalle houtsingels (5-7 meter) kunnen de soorten door elkaar worden aangeplant.
Bij bredere singels (> 10 meter) de hoofdhoutsoort in de middelste rijen planten. Dit speelt met name op droge zandgronden. Op kleigronden en vochtige voedselrijke zandgronden kan in de graszode geplant worden. Aanplant houtsingel Voor de planten van een houtsingel of vogelbosje wordt gebruik gemaakt van 2-3 jarig plantsoen (ook wel bosplantsoen genoemd) met een lengte van 60-100 cm. Meestal worden de struiken in een rij aangeplant. Dit is makkelijker voor het onderhoud. Voor het uitzetten van de rijen kunt u een pootlijn (lang dun touw) gebruiken. De afstand tussen de planten in de eerste rij kunt u het beste uitzetten met een meetstok. In de volgende rijen is dit niet meer nodig omdat u de eerste rij als uitgangsbasis kunt gebruiken. Het meest gebruikte en minimale plantverband is 1,25 x 1,25 meter. In bredere houtsingels en bosjes kan uitgegaan worden van een plantverband van 1,50 x 1,50 meter Het planten kan het beste uitgevoerd worden met een spade. De plantgaten moeten zo ruim gegraven kunnen worden dat het wortelstelsel er goed in past.