Bijlage Kadernota 2027 Regionaal Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Brabant Noordoost
Tekst van het document
Kadernota 2027 Betreft
Kadernota 2027
Van
RBL BNO
Datum
3 december 2025
Deze notitie geeft de kaders voor de begroting van het Regionaal Bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Brabant Noordoost (RBL BNO) in 2027. De kadernota is in lijn met het huidige beleidsplan van het RBL BNO dat is vastgesteld voor de periode van 2026 tot en met 2029. Daarnaast geeft dit document een verder uitgewerkte visie op leerplicht en het Doorstroompunt, die samen met beleidsmedewerkers en bestuurders van de deelnemende gemeenten is geformuleerd. 1.1 Beslispunten 1) Het beleidsplan 2026-2029 biedt het kader voor 2027: de focus op aanwezigheid en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. Als jongeren toch voortijdig school verlaten, biedt de doorstroomcoach ondersteuning en begeleiding in de overstap van school naar duurzaam werk tot de jongere 27 jaar is. 2) Vooruitlopend op het regionale besluit gaat de gemeente Oss vanaf 2027 een nieuwe rekensystematiek voor het RBL BNO hanteren. Deze systematiek is door de gemeente Oss al doorgevoerd in andere regionale samenwerkingen. Tot nu werden voornamelijk de salariskosten in rekening gebracht, maar vanaf 2027 landen ook de overhead/ondersteuningskosten voor het RBL BNO in de begroting. Hierdoor worden de overhead/ondersteuningskosten ad € 619.484 niet meer alleen door de gemeente Oss betaald maar door alle deelnemende gemeenten.
3) Als formatie van het RBL BNO wordt 23,30 fte gehanteerd in 2027 in plaats van 22,86 fte zoals in het beleidsplan 2026-2029 is opgenomen. Dit heeft te maken met het toevoegen van 0,44 fte op beleid. Dit betreft geen uitbreiding op basis van ambitie, maar is nodig om te kunnen voldoen aan de eisen die aan het RBL BNO worden gesteld. 4) Het RBL BNO hanteert een reserve van 10% van de totale begroting met uitzondering van de bestemmingsreserve. Overschotten boven deze grens worden teruggestort aan de deelnemende gemeenten. 1.1.1
Beslispunt 1
In 2026 is het beleidskader tot en met 2029 vastgesteld. Op dat moment was de wetswijziging ‘Van school naar duurzaam werk’ nog niet vastgesteld, waren de bijbehorende regelingen nog niet bekend
1
en stond het denken over de balans tussen leerrecht en -plicht landelijk gezien nog in de kinderschoenen. Deze kadernota geeft nu een verdere invulling van het beleidskader met visie op leerplicht en leerrecht en de verdere ontwikkeling van het Doorstroompunt (hoofdstuk 2 ‘Ambitie’). 1.1.2
Beslispunt 2
De gemeente Oss heeft ervoor gekozen om vanaf 2027 een nieuwe rekensystematiek te hanteren voor de overhead/ondersteuningskosten. Sinds de start van het RBL BNO worden voornamelijk de salariskosten in rekening gebracht, maar vanaf 2027 wordt de integrale kostprijs van de regionale inzet doorberekend aan het RBL BNO. Hierdoor worden de totale kosten van het RBL BNO meer evenredig verdeeld over alle deelnemende gemeenten. Het voorkomt dat de Osse inwoner een onevenredig deel van de kosten betaalt. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss heeft op 9 april 2024 besloten de systematiek door te voeren. Vanaf 2025 wordt deze systematiek toegepast bij de centrumregeling WMO en huishoudelijke verzorging. Bij de kadernota 2027 past de gemeente Oss de nieuwe systematiek ook toe voor RBL BNO. Hierbij wordt uitgegaan van de formatie zoals opgenomen in de begroting. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt het meerdere boven de reserve van 10% van de totale begroting teruggestort (zie beslispunt 3). Op verzoek van een meerderheid van de gemeenten heeft het RBL BNO in 2026 geen indexering toegepast op de gemeentelijke bijdrage. In 2027 wordt de gemeentelijke bijdrage met 4,6% geïndexeerd. 1.1.3
Beslispunt 3
Bij de kadernota 2025 heeft het RBL BNO vanuit de gemeenten de opdracht gekregen om terughoudend om te gaan met nieuwe ambities. Een toevoeging van 0,44 fte op beleid heeft niet te maken met nieuwe ambities. Sinds de oprichting van het RBL BNO is het aantal uren op beleid gelijk gebleven, terwijl wel meer gevraagd wordt zoals controle naar aanleiding van de Wet Politie Gegevens, Avg, een toename van leerplicht- en doorstroomformatie, meer verantwoording en vragen vanuit gemeenten, deelname in de regio, implementatie van de wetswijziging ‘Van school naar duurzaam werk’, Deze nieuwe wet (per 1-1-2026), die samenvalt met de implementatie van de nieuwe regionale jongerenaanpak, brengt nieuwe taken en uitdagingen met zich mee voor het RBL BNO. Naast overstap coaching (V(s)O-MBO) en de onderwijsmakelaar (uitval voorkomen door leerlingen te
2
begeleiden bij niet schoolse problematiek) komt er een uitbreiding van de doelgroep tot 27 jaar. Zoals gebruikelijk probeert het RBL BNO in de bedrijfsvoering zo veel als mogelijk de ‘handen aan het bed’ te houden maar uitbreiding van de beleidscapaciteit is ondanks dit principe gewenst. 1.1.4
Beslispunt 4
Het RBL BNO hanteert een reserve van 10% van de totale begroting met uitzondering van de bestemmingsreserve. Overschotten boven deze grens worden teruggestort aan de deelnemende gemeenten na vaststelling van de jaarrealisatie. Bij de begroting 2026 van het RBL BNO is besloten om de extra rijksmiddelen die het RBL BNO eerder heeft ontvangen, te oormerken als een bestemmingsreserve. Deze kan in de beleidsperiode 2026-2029 ingezet worden om kwalitatief goed de wettelijke taken uit te voeren binnen de beleidsdoelen en kaders zoals beschreven in het beleidsplan 2026-2029. In 2025 is, in lijn met de kadernota 2025, gewerkt met een formatie van 22,86 fte: dat is inclusief 1,5 fte die in 2025 nog niet was begroot maar vanuit de reserves wordt gedekt en na vaststelling van het beleidsplan 2026-2029 structureel is gemaakt. De formatie van het RBL BNO blijft hiermee nog steeds ongeveer 3 fte onder de huidige landelijke richtlijn voor formatie van Ingrado. Echter, door inzet van middelen vanuit de regionale jongerenaanpak worden de functies Overstapcoaching en Onderwijsmakelaar toegevoegd aan het RBL BNO. Hiermee verwacht het RBL BNO nog wel onder de landelijke richtlijn te blijven, ongeveer 1 fte. In 2026 gaan we dit ervaren. Het RBL BNO zal de middelen zoveel als mogelijk preventief inzetten.
Mocht het niveau van dienstverlening toch onder druk komen te staan dan kan hiervoor de bestemmingsreserve worden benut en ingezet.
1.3
Planning begrotingscyclus RBL BNO
Deze kadernota wordt na vaststelling vertaald in een begroting en is hiermee onderdeel van de begrotingscyclus van het RBL BNO. In de planning die elke gemeenschappelijke regeling ieder jaar ontvangt wordt gesproken over een Algemeen Bestuur (AB) en een Dagelijks Bestuur (DB). Het RBL BNO is een gemeenschappelijke regeling met een centrumgemeente constructie en werkt met een bestuurlijk overleg. Wanneer we dit aanpassen komen we tot de volgende planning:
3
Actie
Datum
De concept-kadernota wordt verstrekt aan de adoptie-ambtenaar.
uiterlijk 28 november 2025
Het bestuurlijk overleg bespreekt de concept-kadernota.
3 december 2025
RBL BNO stuurt de concept kadernota naar colleges/gemeenteraden.
uiterlijk 12 december 2025
De adoptieambtenaar verstuurt het ambtelijk advies.;
uiterlijk 8 januari 2026
De raadscommissies en/of raden bespreken de concept kadernota.
uiterlijk 27 februari 2026
De gemeenten geven hun reacties op de kadernota aan het RBL BNO.
uiterlijk 3 maart 2026
Het bestuurlijk overleg bespreekt de reacties en stelt de kadernota vast.
19 maart 2026
De adoptieambtenaar ontvangt de concept begroting en concept jaarstukken.
Uiterlijk 27 maart 2026
Het RBL BNO stuurt de stukken naar colleges en gemeenteraden.
uiterlijk 3 april 2026
De adoptieambtenaar zorgt voor het ambtelijk advies.
uiterlijk 24 april 2026
Bespreking in raadscommissie en/of raden
uiterlijk 26 juni 2026
De deelnemers geven hun zienswijzen op de concept begroting.
uiterlijk 3 juli 2026
Het bestuurlijk overleg stelt de begroting vast.
8 juli 2026
2. Ambitie Het RBL BNO ondersteunt kinderen en jongeren van 5 tot 27 jaar. Binnen deze brede doelgroep onderscheiden we: •
Kinderen en jongeren van 5 tot 16/18 jaar die vallen onder de Leerplichtwet.
•
Jongeren van 16/18 tot 27 jaar krijgen ondersteuning via het doorstroompunt.
Dit onderscheid zie je terug in deze paragraaf. Zonder deze scheiding kunnen we op operationeel niveau onvoldoende richting geven aan onze aanpak.
Focus op aanwezigheid in plaats van verzuim De samenleving verandert en daarmee ook onze kijk op leerplicht en leerrecht. Bij het RBL BNO zien we dat maatschappelijke en politieke ontwikkelingen, gecombineerd met wetenschappelijke inzichten en het bewezen effectieve Multi Tiered Multi Dimensional Support System (MD-MTSS) – een raamwerk dat scholen helpt om aanwezigheid structureel en preventief te bevorderen – vragen oproepen over onze rol en werkwijze. Hoe zorgen we ervoor dat ieder kind recht heeft op onderwijs, terwijl we inspelen op nieuwe inzichten en veranderende kaders?
4
Het uitgangspunt is dat ieder kind recht heeft op onderwijs. Dit leerrecht overstijgt de leerplicht en vormt de kern van onze visie op deelname aan onderwijs. Tegelijkertijd erkennen wij dat enige mate van dwang noodzakelijk blijft om dit recht daadwerkelijk te waarborgen. Preventieve strategie: Het stimuleren van aanwezigheid onder scholieren die meer dan 95% aanwezig zijn (80% van de groep) om ontluikend verzuim te voorkomen. Cultuur van aanwezigheid: In samenwerking met scholen het creëren van een positieve cultuur waarin scholieren worden gestimuleerd om aanwezig te blijven en een actieve rol in hun opleiding te spelen. Onderwijs dat aansluit bij het kind Echte verandering begint bij het erkennen dat kinderen niet altijd thuiszitten omdat er iets mis is met hen, maar omdat het onderwijs onvoldoende aansluit bij hun ontwikkelbehoeften. Onderwijs zou ingericht moeten worden op een manier die recht doet aan de diversiteit in ontwikkeling, tempo en leerstijl van kinderen. Dit vraagt om een systeem waarin actief geluisterd wordt naar wat kinderen en ouders nodig hebben en naar wat leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen bieden. Het realiseren van leerrecht betekent investeren in inclusief onderwijs en maatwerk dat recht doet aan ieder individu.
Daarnaast is het belangrijk om te erkennen dat er ook grenzen zijn aan wat scholen en leerkrachten kunnen bieden: een individueel programma voor elk kind in de klas is onmogelijk. Ouders spelen een
5
belangrijke rol in de ontwikkeling van het kind in het matchen en stretchen van diens aanpassingsvaardigheden. Een passend aanbod zou ook buiten de schoolse setting mogelijk moeten zijn. Dit vraagt om een herziening van de Leerplichtwet, waarin het leerrecht van kinderen centraal komt te staan en zo nodig juridisch afdwingbaar wordt. Flexibiliteit in onderwijstijd, locatie en programma is daarbij essentieel. Tegelijkertijd erkennen wij dat niet iedere jongere past binnen het huidige onderwijsmodel. Wij benadrukken daarom het belang van een passend ontwikkelaanbod, zodat iedere jongere zichzelf kan ontwikkelen op een manier die aansluit bij zijn eigen mogelijkheden. De ambitie moet zijn om voor ieder kind een passende plek te creëren, waarbij de vraag waar de verantwoordelijkheid en eventuele dwang belegd moet worden nog nadere uitwerking vraagt. De rol van de leerplichtambtenaar in maatwerk en verbinding In de praktijk betekent dit dat leerplichtambtenaren soms buiten de bestaande kaders moeten denken om het recht op ontwikkeling daadwerkelijk te kunnen waarborgen. Het RBL BNO ondersteunt hierbij met maatwerk en nauwe samenwerking met zorgpartners, met respect en oog voor zowel het kind en de ouders, als het bredere onderwijssysteem.
Dit vraagt om een zorgvuldig evenwicht tussen maatwerk, samenwerking en het vinden van een balans tussen luisteren naar jongeren en hun ouders, normaliseren dat bepaalde problemen bij het alledaagse leven horen en het stellen van grenzen. De leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches zijn stevig ingebed in lokale structuren. Aan iedere school, domein (mbo) of organisatie, evenals aan iedere gemeente binnen onze regio, zijn vaste consulenten toegewezen. Deze aanpak garandeert korte lijnen en bevordert een efficiënte samenwerking. Leerplicht werkt samen met jeugdhulpinstanties om jongeren die met complexe problematiek kampen, zoals uitval of wachttijden in de jeugdzorg adequaat te ondersteunen. Het RBL BNO speelt een actieve rol tussen onderwijs, zorg en arbeidsmarkt. Geoorloofd verzuim en het risico op uitval Langdurig geoorloofd verzuim kan, ondanks de formele rechtmatigheid, in de praktijk leiden tot schooluitval en verlies van ontwikkelkansen. Ingrijpen bij geoorloofd schoolverzuim is in veel gevallen helpend om het uiteindelijke leerrecht van een kind te kunnen waarborgen. Leerplicht, (of liever gezegd: leerrecht), speelt hierin een cruciale rol en vraagt om samenwerking met ketenpartners om uitval tijdig te signaleren en te voorkomen.
6
Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen jongeren die ongemotiveerd zijn en jongeren die geen passend onderwijsaanbod krijgen. De relatie tussen leerling en school, met name de docent, is vaak bepalend voor aanwezigheid en betrokkenheid. Juist bij leerlingen waarbij het verzuim nog beperkt is, ligt een belangrijke kans om de schoolaanwezigheid te versterken. Het MD-MTSSraamwerk biedt hiervoor waardevolle aanknopingspunten, door preventief en systematisch te werken aan een inclusieve en ondersteunende leeromgeving.
Doorstroompunt Het Doorstroompunt biedt jongeren van 18 tot 27 jaar (zonder startkwalificatie en schoolinschrijving) ondersteuning naar school of werk. Dit geldt ook voor jongeren van 16 en 17 voor wie het halen van een startkwalificatie niet haalbaar is. Vanaf 1 januari 2026 horen jongeren van 23 tot 27 jaar bij de doelgroep van het Doorstroompunt. Het Doorstroompunt brengt de ondersteuningsbehoefte van deze nieuwe groep in beeld en biedt ondersteuning die daarbij past. Jongeren van 23 tot 27 jaar hebben jongeren andere behoeften dan jongeren van 18 tot 23 jaar. De focus zal meer liggen op het zelfstandig wonen, zorg voor kinderen/gezin en economisch zelfstandig zijn.
7
Wetswijziging ‘Van school naar duurzaam werk’ De wetswijziging ‘Van school naar duurzaam werk’ is op 1 januari 2026 ingegaan. Het doel van deze wetswijziging is om jongeren tussen 16 en 27 jaar beter te begeleiden bij het behalen van een startkwalificatie (minimaal een HAVO-diploma of een MBO-diploma 2, 3 of 4) en hun overgang van onderwijs naar werk. Met ingang van 1 januari 2026 gaat de begeleiding van het Doorstroompunt door totdat de jongere 27 jaar oud is. Daarnaast kan school de gemeente betrekken om samen de jongeren op maat loopbaanbegeleiding te bieden bij de stap naar werk. Scholen blijven ook ná diplomering bij jongeren betrokken: het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs blijven tot 2 jaar betrokken, en het mbo 1 en 2 tot 1 jaar.
8
Regionale Jongerenaanpak De wetswijziging verplicht tot regionale samenwerking. Voor onze regio niets nieuws, want al jaren werken scholen, gemeenten, UWV, SBB, ontwikkelbedrijven en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs samen in een regionale jongerenaanpak. Inzet is dat zoveel mogelijk jongeren een diploma halen en perspectief hebben op een duurzame plek op de arbeidsmarkt. De regionale jongerenaanpak heeft in aansluiting hierop het regionale programma Jongerenaanpak 2026-2029 opgesteld. 1 In december 2025 bespreekt de stuurgroep Onderwijs en Arbeidsmarkt het regionale programma dat vanaf 1 januari 2026 ingediend kan worden bij de Minister. Na akkoord van de Minister staat voor de periode 2026-2029 vast welke taken het Doorstroompunt heeft en welke middelen daarbij horen. Eén van de actielijnen in het regionale programma is het voorkomen van Voortijdig School Verlaten. De volgende maatregelen met bijbehorende financiële middelen voor de formatie inclusief de ondersteuningskosten worden hiervoor in de hele regio ingezet: •
De Doorstroompunten zetten extra in op preventief aanwezigheidsbeleid.
•
Ondersteuning door onderwijsmakelaar voor jongeren bij niet-schoolse problemen die wel risico vormen voor schooluitval.
•
Ondersteuning door overstapcoaches om jongeren zacht te laten landen bij de overstap van voortgezet (speciaal) onderwijs naar mbo.
3. Financiële gevolgen Het uitvoeren van de leerplicht- en doorstroomfunctie in de regio Brabant Noordoost vergt financiële middelen. Het RBL BNO stelt daarvoor een begroting op die in lijn is met het beleidsplan 2026-2029. De inzet van de doorstroompunten wordt gefinancierd via de Specifieke uitkering voor contactgemeenten (SPUK) voor de Doorstroompuntfunctie en het regionale programma jongerenaanpak:
1
Dit is een doorontwikkeling van de regionale jongerenaanpak onderwijs-arbeidsmarkt 2020-2025.
9
•
Doorstroompuntfunctie: Deze middelen worden jaarlijks toegekend aan de contactgemeente ’s-Hertogenbosch die de middelen naar rato verdeelt over de regiogemeenten. Het RBL BNO ontvangt de middelen voor de 6 gemeenten rechtstreeks. De bijdrage voor de Doorstroompuntfunctie 2027 is nog niet definitief bekend. Voor deze kadernota 2027 is daarom de bijdrage gelijk gehouden aan de begroting 2026.
•
Regionale programma jongerenaanpak: Vanuit dit programma ontvangt het Doorstroompunt middelen voor extra taken. Dit betreft het inzetten van de overstapcoach en onderwijsmakelaar en het inzetten op preventief aanwezigheidsbeleid en projectleiderschap regionaal jongerenaanpak.
Reservebeleid en Gemeentelijke Bijdragen Het RBL BNO hanteert een reserve van 10% van de totale begroting met uitzondering van de bestemmingsreserve. Overschotten boven deze grens worden teruggestort aan de deelnemende gemeenten. Zoals afgesproken na vaststelling van het beleidsplan 2026-2029 kan deze ingezet worden om kwalitatief goed de wettelijke taken uit te voeren binnen de kaders van het beleidsplan. De gemeentelijke bijdrage voor 2026 is vastgesteld, met berekeningen voor 2026-2029 op basis van CBS-gegevens. In 2025 verwacht het RBL BNO dat een gedeelte van de bestemmingsreserve wordt ingezet voor de 1,5 fte die in 2026 structureel is gemaakt (zie 1.1.4) . 3.1
Gemeentelijke bijdrage 2027
De begroting van het RBL BNO wordt zonder BTW opgesteld. De BTW is namelijk per saldo niet kostprijs verhogend. De gemeentelijke bijdrage wordt gefactureerd met BTW. Iedere gemeente compenseert de BTW bij haar eigen Btw Compensatie Fonds.
10
Ondewijsmakelaar&Overstapcoach (€282.000) : Deze middelen worden ontvangen voor Onderwijsmakelaar en Overstapcoach en dekken de salariskosten inclusief de ondersteuningskosten. Dit veroorzaakt geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen en is daarmee in lijn van de oproep vanuit de gemeenten om terughoudend om te gaan met ambities zoals opgenomen in de begroting 2026 van het RBL BNO.
Gevolgen voor de begroting RBL BNO door wijziging systematiek
In de huidige systematiek werd in de begroting rekening gehouden met kosten van de gemeente Oss voor huur en inzet ondersteunend personeel. Deze kosten zijn 11% van de salariskosten. De systematiekwijziging zorgt voor een toename van de kosten RBL BNO, ten opzichte van de huidige systematiek, met € 619.484. Dit is een toename van 26%. Hiermee komt het ondersteuningsbudget op een niveau van 37% afgezet tegen de begrote salariskosten.
11