Bijlage - Kadernota 2026-2029
Tekst van het document
Heesch | 22 april 2025
Kadernota 2026 - 2029 Gemeente Bernheze
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
2.
Begrotingsuitgangspunten
4
2.1 Uitgangspunten voor ramingen 2.2 Meicirculaire 2025
4 4
3.
5
Financieel meerjarenperspectief 2026-2029
3.1 Ontwikkelingen kadernota
6
4.
Ombuigingsvoorstellen
19
5.
Inzet surplus algemene reserve
21
6.
Lokale lastenontwikkeling
22
Bijlage 1: Geparkeerde beleidsvoornemens
24
Bijlage 2: Geparkeerde ombuigingsvoorstellen
26
pagina 2
1. Inleiding We gaan een jaar tegemoet met zorgwekkende berichten. Vakbladen, kranten en het nieuws staan vol over het komende ravijnjaar. De VNG schrijft op haar website: Gemeenten vallen in een financieel ravijn. Vanaf 2026 krijgen gemeenten te weinig geld van de overheid om hun taken uit te voeren. Het kabinet kort het gemeentefonds dan met € 2,4 miljard. Dit noemen we het ravijn, omdat 75% van de gemeenten dan in de rode cijfers komt. De gevolgen? Minder woningbouw, ontoegankelijke zorg, minder veiligheid, minder voorzieningen en minder steun voor wie dit het hardst nodig heeft. Dit kan niet zo doorgaan: het kabinet moet ingrijpen! Gelukkig geldt dit rampscenario maar beperkt voor Bernheze. We leggen een kadernota voor waarin we blijven ontwikkelen het komende jaar en dat met een kadernota die toch sluitend is. Sterker nog, in deze kadernota hebben we een beetje budgettaire ruimte voor toekomstige ontwikkelingen die nog niet in onze meerjarenbegroting staan en die wel begrotingsruimte vragen. Denk aan grote infrastructurele projecten op het gebied van mobiliteit, de aanleg van een sportpark in Heeswijk Dinther of de (her-)ontwikkeling van de Wildhorst. Kortom: deze kadernota maakt het mogelijk om te blijven ontwikkelen, nu en in de komende jaren.
Wat hebben we gedaan om dit mogelijk te maken? Ten eerste hebben we ons de afgelopen jaren voorbereid op teruglopende inkomsten vanuit de overheid: een besluit waar we nu de vruchten van plukken. Ten tweede zetten we een deel van onze reserves in om incidentele uitgaven te dekken en een klein deel om structurele lasten te dekken. We gebruiken hiervoor de overschotten die we de laatste jaren hebben gezien op onze jaarrekening. We vinden het verantwoord om 5% van het gemiddelde overschot van de laatste jaren in te zetten om de negatieve effecten van harde bezuinigingen te voorkomen en de koele wind uit Den Haag te verzachten. Ten derde zijn ook in Bernheze een paar ombuigingen onvermijdelijk. Voor de ombuigingen die we voorstellen hebben we goed geluisterd naar wat u op 4 februari tegen ons hebt gezegd. Op basis van deze bespreking stellen wij nu alleen ombuigingen voor die geen afbreuk doen aan het voorzieningenniveau zoals we dat kennen in Bernheze en die onze inwoners maar beperkt raken zoals verlenging van afschrijvingstermijnen. Ombuigingen waarvan u hebt aangegeven te vrezen voor een ongewenste maatschappelijke impact hebben we kunnen vermijden. Uiteraard zijn we ons ervan bewust dat de maatregelen die we wel voorstellen, zoals een verhoging van de OZB, wel maatschappelijke impact hebben.
We zijn van mening dat we met deze kadernota een gebalanceerd voorstel aan u voorleggen en we zien uit naar het gesprek hierover.
pagina 3
2. Begrotingsuitgangspunten 2.1 Uitgangspunten voor ramingen De basis voor de kadernota 2026-2029 vormen de begroting 2025 en de genomen besluiten na vaststelling van de begroting 2025 (o.a. 2de Tussentijdse rapportage 2024 en de Nota reserves en voorzieningen 2024) die doorwerken in het meerjarenperspectief. Daarnaast passen we enkele algemene uitgangspunten toe, voor bijvoorbeeld de loonontwikkeling en inflatie. Deze zijn opgenomen in onderstaande tabel. We hanteren het uitgangspunt dat we structurele uitgaven dekken met structurele middelen en incidentele uitgaven met incidentele middelen (reserves of voorzieningen). We blijven scherp op de beschikbaarheid van specifieke uitkeringen en subsidies. Hiermee kunnen we een deel van de lasten in de begroting dekken door een incidentele bijdrage.
Tabel Algemene uitgangspunten 2026 Salarissen De huidige Cao loopt tot en met 31 maart 2025. De CAO-onderhandelingen hebben nog niet tot resultaat geleidt. We sluiten voor 2026 daarom aan bij het door het Rijk gehanteerde percentage in de septembercirculaire 2024 voor loonvoet sector overheid.
3,80%
Prijsontwikkeling lasten en baten We hanteren voor de prijsontwikkeling pBBP (prijs Bruto Binnenlands Product) op basis van de decembercirculaire 2024
2,70%
Gemeenschappelijke regelingen De ramingen voor de gemeenschappelijke regelingen hebben we geraamd op basis van de ingediende kadernota’s 2026.
Kadernota’s 2026
Algemene uitkering De algemene uitkering ramen we in de begroting 2026 o.b.v. de meicirculaire 2025. In de kadernota zijn we uitgegaan van de laatste uitgebrachte september – en decembercirculaire 2024.
September- en decembercirculaire 2024
2.2 Meicirculaire 2025 Op het moment van het schrijven van deze kadernota 2026-2029 is de uitkomst van de meicirculaire 2025 nog niet bekend. Uw gemeenteraad wordt hierover met een aparte notitie ter informatie geïnformeerd. In deze circulaire worden in ieder geval de indexcijfers voor lonen en prijzen geactualiseerd.
pagina 4
3. Financieel meerjarenperspectief 2026-2029 Gemeenten zijn voor gemiddeld 70% van hun inkomsten (gemeentefonds en specifieke uitkeringen) afhankelijk van het rijk. Als dat ineens minder wordt, merken gemeenten dat meteen. Het vorige kabinet heeft een nieuwe financieringssystematiek voor het gemeentefonds aangekondigd en vooruitlopend daarop een korting op het gemeentefonds doorgevoerd vanaf 2026. Die nieuwe systematiek is er nooit echt gekomen, maar de korting is wel blijven staan. Dat betekent dat gemeenten vanaf 2026 fors minder geld krijgen, terwijl we wel al onze taken moeten blijven uitvoeren. Het kabinet kort het gemeentefonds vanaf 2026 met maar liefst € 2,4 miljard. Dit wordt niet voor niets het ravijn genoemd, omdat 75% van de gemeenten dan in de rode cijfers terecht komt. De Voorjaarsnota is het allerlaatste moment waarop het kabinet gemeenten kan behoeden voor een onmogelijke opdracht. Op 16 april 2025 is na een periode van intensief overleg tijdens het Overhedenoverleg door het kabinet aangegeven dat ze de financiële zorgen van gemeenten delen. Door het kabinet is toegezegd dat in de Voorjaarsnota substantieel extra middelen voor gemeenten zullen worden opgenomen, ondanks dat de middelen schaars zijn. De VNG geeft aan dat zij voorzichtig optimistisch is. De extra middelen zullen pas uit de Voorjaarsnota blijken.
De gesprekken met het kabinet zijn nog niet afgerond. Op een aantal punten lijkt het nog niet om tot overeenstemming te komen, nl. de compensatie voor eerdere uitgaven die gemeente in de jeugdzorg hebben gedaan en over de wijze waarop onevenredige kosten voor gemeenten in de toekomst kunnen worden voorkomen. Daarover geeft het kabinet uiterlijk bij de augustusbesluitvorming duidelijkheid. Op het moment van het samenstellen van deze kadernota is het dus nog niet duidelijk met hoeveel extra middelen het Rijk over de brug komt om het ‘ravijn’ (gedeeltelijk) te dempen. De meicirculaire zal hierover meer duidelijkheid geven. We nemen de uitkomsten van meicirculaire mee in de besprekingen omtrent de begroting 2026-2029 die in november ter besluitvorming aan uw raad wordt voorgelegd. We zijn in de kadernota dan ook uitgegaan van de laatste uitgebrachte gemeentefondscirculaire. Dit betekent een terugval van de inkomsten uit de algemene uitkering van € 1,6 miljoen. We zagen het ‘ravijn’ al een paar jaar aankomen. Daarom hebben we uit voorzichtigheidsprincipe de maximale begrotingsruimte al enige jaren begrensd door een gedeelte van het gemeentefonds niet in te zetten. Hiermee hebben we voorkomen dat we verplichtingen zijn aangegaan waarvoor met ingang van 2026 geen structurele dekking meer is. Met deze begrenzing kunnen we de terugval van de inkomsten voor 2026 gedeeltelijk opvangen.
Echter door de terugval van de inkomsten uit het gemeentefonds moeten we voor de kosten als gevolg van de autonome ontwikkelingen (prijs- en cao-ontwikkeling) én nieuw beleid ruimte vinden binnen de lokale begroting.
pagina 5
Hiervoor zijn we in het najaar van 2024 gestart met het ombuigingsproces met begeleiding van een extern bureau. Op 4 februari zijn de ombuigingsvoorstellen besproken in de commissie Maatschappij en Bestuur. Uw opmerkingen zijn in onze overwegingen meegenomen om te komen tot een structureel sluitende kadernota 2026-2029.
3.1 Ontwikkelingen kadernota Leeswijzer tabellen De genoemde bedragen in de tabellen zijn weergegeven als een wijziging op de begroting 2025. Meerjarig gezien presenteren wij de bedragen als een mutatie ten opzichte van de vorige jaarschijf.
Tabel recapitulatie ontwikkelingen kadernota x € 1.000
2026
2027
2028
2029
Actueel begrotingssaldo
-425
A.
Autonome ontwikkelingen
1.638
2.127
1.968
2.008
B.
Algemene uitkering
-133
-1.593
-2.014
-2.250
Begrotingsruimte na verwerking technische financiële ontwikkelingen
1.080
555
-46
-242
195
120
65
C.
Vervangingsinvesteringen
20
D.
Beleidsvoornemens met een wettelijke grondslag
50
E.
Beleidsvoornemens – overig
21
936
318
69
12
Subtotaal
2.086
1.068
143
-165
Ombuigingsvoorstellen (hoofdstuk 4)
-1.249
Inzet surplus algemene reserve (zie hoofdstuk 5)
-270
OZB (zie hoofdstuk 6)
-803
-807
-418
-356
Saldo na kadernota per jaarschijf
-236
261
-275
-521
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
-236
25
-250
-771
Het actuele begrotingssaldo is gebaseerd op het startsaldo van de begroting zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025, gecorrigeerd met incidentele uitgaven.
A. Autonome ontwikkelingen x € 1.000
2026
2027
2028
2029
A1
Prijsontwikkeling lasten en baten
1.198
1.185
1.122
1.149
A2 A3
CAO-ontwikkeling
675
1008
880
915
Kadernota’s gemeenschappelijke regelingen
88
A4
Overige
-323
-66
-34
-56
Saldo per jaarschijf
1.638
2.127
1.968
2.008
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
1.638
3.765
5.733
7.741
pagina 6
Korte toelichting op het begrip autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen zijn de posten waarop de gemeenten geen directe invloed heeft. De (negatieve) gevolgen van deze ontwikkelingen kunnen niet zonder meer binnen de begroting worden opgevangen. Hiermee zijn de financiële effecten onontkoombaar en noodzakelijk. A1. en A2. Prijs- en CAO-ontwikkeling Door inflatie en loonontwikkelingen veranderen de marktprijzen die wij moeten betalen om onze wettelijke taken en ons beleid uit te voeren. Voor de prijs- en CAO-ontwikkelingen baseren we ons op de gehanteerde percentages uit de september- en decembercirculaire 2024. Deze zijn gebaseerd op de CPB-raming. De indexen worden bijgesteld op basis van de CEP-raming in het voorjaar en op basis van de MEV-raming in september. In de kadernota hebben we een doorrekening gemaakt op basis van de volgende percentages: 2026
2027
2028
2029
Prijsontwikkeling
2,7%
2,6%
2,4%
2,4%
CAO-ontwikkeling
3,8%
4,8%
4,0%
4,0%
A3. Kadernota’s gemeenschappelijke regelingen Als gemeente zijn we deelnemer in een aantal gemeenschappelijke regelingen (bijvoorbeeld Veiligheidsregio, GGD, Omgevingsdienst, etc.), die voor ons taken uitvoeren. Voorafgaand aan het opstellen van de gemeentelijke kadernota presenteren deze gemeenschappelijke regelingen hun kadernota voor het aankomende begrotingsjaar. Deze nota’s zijn behandeld in de raadsvergadering van 20 februari 2025. De financiële effecten uit deze kadernota’s hebben we verwerkt, zodat onze kadernota een getrouw beeld geeft van de beschikbare financiële ruimte. De zienswijzen die de gemeenteraden konden uitbrengen over deze kadernota’s kunnen nog tot aanpassingen leiden van de begrotingen. Wij hebben aan alle gemeenschappelijke regelingen de oproep gedaan om de groei van kosten door ontwikkeling van nieuw beleid te beperken. We hebben er wel voor gekozen om de prijsindexeringen die de gemeenschappelijke regelingen in hun begrotingen verwerken mee te nemen in de gemeentelijke begroting. Dit om gemeenschappelijke regelingen geen (extra) bezuinigingen op te leggen omdat dergelijke bezuinigingen negatieve gevolgen kunnen hebben op de taken die gemeenschappelijke regelingen voor onze gemeente uitvoeren.. A4.
Overige Na vaststelling van de begroting 2025 zijn er een aantal besluiten genomen met een financiële effecten die structureel doorwerken in het saldo voor 2026 en verder (o.a. amendementen begroting 2025, 2de Tussentijdse rapportage 2024, Nota reserves en voorzieningen 2024).
pagina 7
B. Algemene uitkering x € 1.000 B1
Algemene uitkering
B2
Ruimte onder plafond BTW-compensatiefonds
B3
Stelpost accres
2026 1.590
2027
2028
-2.392
2029
-2.014
-2.250
799 -1.723
Saldo per jaarschijf
-133
-1.593
-2.014
-2.250
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
-133
-1.726
-3.740
-5.990
Korte toelichting op de algemene uitkering Met de inkomsten uit de algemene uitkering financieren we ongeveer 60% van onze uitgaven. De inkomsten uit de algemene uitkering zijn op lokaal niveau niet beïnvloedbaar. B1. Algemene uitkering In deze kadernota hebben we de inkomsten uit het gemeentefonds geraamd op basis van de september- en decembercirculaire 2024. Vanaf 2026 zien we een forse terugval van de inkomsten uit het gemeentefonds (± 1,6 miljoen structureel), het zogenaamd financiële ravijn. Het kabinet heeft op 16 april in het Overhedenoverleg toegezegd dat in de Voorjaarsnota substantieel extra middelen voor gemeenten zijn opgenomen. Op het moment van het samenstellen van deze kadernota is nog niet bekend hoeveel middelen het kabinet in haar Voorjaarnota (meicirculaire gemeentefonds) vrij maakt om het financieel ravijn (gedeeltelijk) te dempen. Daarnaast heeft er per 1 januari 2023 een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Gemeente Bernheze behoorde tot de voordeelgemeenten (€ 19,50 per inwoner of terwijl een positieve bijstelling van de inkomsten). Of het totaal van het herverdeeleffect overeind blijft is onzeker. Er vindt namelijk nog een evaluatie plaats voor het traject 2026 en verder, positief danwel negatief. B2.
Ruimte onder plafond BTW-compensatiefonds Gemeenten kunnen gedurende het jaar de door hen betaald BTW declareren bij het BTW-compensatiefonds (BCF). Het BCF kent jaarlijks een plafond. Als er minder geclaimd wordt uit het fonds dan het plafond, dan wordt de ruimte onder het plafond gestort in het gemeentefonds. Deze ruimte mag worden ingezet als structurele dekking van de exploitatie. In de begroting 2025 hebben we van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Ook voor 2026 zetten we deze onderuitputting in voor gedeeltelijke dekking van de exploitatie. Dit bedrag kan echter in de meicirculaire 2025 nog worden bijgesteld. B3. Stelpost accres Met de gunstige accressen tot en met 2025 hadden we gedurende de periode 2023-2025 fors meer begrotingsruimte. In 2026 is echter sprake van een forse terugval (€ 1,5 miljoen). Daarmee worden de hogere inkomsten tot en met 2025 voor een gedeelte incidenteel. Uit voorzichtigheidsprincipe hebben we voor de periode 2023 tot en met 2025 de maximale begrotingsruimte begrensd door een gedeelte van het gemeentefonds niet in te zetten. Hiermee
pagina 8
voor kwamen we dat we verplichtingen aan gingen waarvoor met ingang van 2026 geen dekking meer was. Deze stelpost komt met ingang van 2026 te vervallen. Met deze begrenzing kunnen we de terugval van de inkomsten voor 2026 opvangen.
C. Vervangingsinvesteringen x € 1.000 C1
Investeringsbudget
Renovatie kunstgrasvelden MHC HDL en MHC Heesch en vervanging robotmaaiers (2026, 2027 en 2028)
1.285
C2
Vervanging en verduurzaming openbare verlichting (2026, 2027 en 2028)
134
C3
Investeringen water & Riolering 20262029 Uit voorziening riolering
C4
Nieuwbouw Samenwerkingsschool Eikenwijs Heesch (2026)
C5
Nieuwbouw en privatisering blokhut ’t Veerhuis (2026) Uit reserve nog nader te bestemmen
C6
Infrastructurele werken (herinrichting, renovatie en reconstructie wegen) (2026-2029)
5.306 -5.306
2026
2027
25
1.567 -1.567
5.990 800 -800
2028
2029
49
11
17
1
1
1
1.666 -1.666
869 -869
1.204 -1.204
120 800 -800
-800 800
5.954
29
44
48
Vervanging afvalcontainers (rest-afval, glas en luier- en incontinentie (2026-2028) Uit reserve afval
314 -314
13 -13
16 -16
3 -3
C8
Huisvesting de Misse 2-4-6 (2027)
1.600
C9
Vervanging werkplekinrichting (laptops, telefoons, etc.) (2026-2029) Uit reserve nog nader te bestemmen
453 -20
C7
64 15 -20
-24 20
-1
Kosten exploitatie per jaarschijf
20
195
120
65
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
20
215
335
400
Korte toelichting op het begrip vervangingsinvesteringen Van vervangingsinvesteringen is sprake als de investeringen gedaan worden ter vervanging van een bestaand bedrijfsmiddel waarvan de afschrijvingstermijn is verstreken en de vervanging noodzakelijk is voor de instandhouding. Bij vervangingsinvesteringen is sprake van een going concern gedachte (bestaand beleid). Bij vervangingsinvesteringen is in principe dekking binnen de begroting aanwezig. De afschrijvingslasten van een investering starten op basis van de Financiële verordening het jaar na realisatie. Bijvoorbeeld als een investering is geraamd voor 2026 starten de afschrijvingslasten in 2027. C1. Renovatie kunstgrasvelden MHC HDL en MHC Heesch en vervanging robotmaaiers De toplagen van de kunstgrasvelden van MHC Heesch (2026) en MHC HDL (2027 en 2028) moeten worden vervangen. Daarnaast dienen bij diverse sportparken de robotmaaiers vervangen te worden over de periode 2026-2028. pagina 9
C2. Vervanging en verduurzaming openbare verlichting Op basis van het uitvoeringsplan vindt vervanging plaats van masten waarbij tegelijkertijd verduurzaming plaatsvindt. C3. Investeringen water & riolering Voor verbetering en vervanging van het gemeentelijke rioleringssysteem zijn in het Programma Water en Riolering (PWR) verschillende investeringsmaatregelen opgenomen. Maatregelen voor het klimaat adaptief inrichten van de openbare ruimte zijn ook opgenomen in deze budgetten. De kosten worden gedekt uit de opbrengsten rioolheffing. Het Programma Water en Riolering is in het tweede kwartaal 2024 vastgesteld door het college. C4. Nieuwbouw Samenwerkingsschool Eikenwijs We zijn van de wet verplicht om onderwijshuisvesting te faciliteren. In het Integraal huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP) was voorzien in de renovatie/uitbreiding van de basisschool om hiermee te kunnen voldoen aan een adequate huisvesting voor primair onderwijs in Heesch. Na totstandkoming van het IHP hebben zich verschillende ontwikkelingen voorgedaan in de kern Heesch (vertrek Hooghuis, doorontwikkeling woonwijken Heesch West, toename in leerlingenaantallen primair onderwijs). Daarom zijn we in deze kadernota uitgegaan van nieuwbouw in plaats van renovatie. C5. Nieuwbouw en privatisering blokhut ’t Veerhuis te Nistelrode De huidige huisvesting is op orde en voldoet aan de eisen uit de blokhutwijzer.
Voor de verplichte verduurzaming is een bedrag van € 10.375,- toereikend. Hoewel het aantal m² aan de norm voldoet, liggen de twee blokhutten wel op redelijke afstand van elkaar. Door het ontbreken van één centrale voorziening kan Scouting Mira Ceti haar activiteiten niet invullen op de voor hun gewenste manier zoals opgenomen in hun beleidsvisie 2021-2027. In de Programmabegroting 2025-2028 hielden we nog rekening met een investering van € 325.000,-, gebaseerd op het uitgangspunt dat het gebouw werd gerenoveerd en geprivatiseerd. Door Mira Ceti is echter een verzoek ingediend voor nieuwbouw, wat tot een verhoging van het budget leidt naar € 800.000,-. C6. Infrastructurele werken (herinrichting, renovatie en reconstructie van wegen) Op basis van het afwegingskader Projecten openbare ruimte staan de volgende projecten gepland voor de periode 2026-2029: ➢ Gouverneursweg – 2026 - investering € 470.000,➢ Renovatie Weijen – Heescheweg e.o. – gefaseerd 2026-2028 – investering € 2.820.000,➢ Reconstructie Den Berg – 2026 – investering € 341.000,➢ Heuvel Vorstenbosch – gefaseerd 2026-2027 – investering € 505.000,➢ Opwaarderen fietspad Waardsestraat – 2027 – investering € 205.000,➢ Herinrichting Hommelsedijk – 2028 – investering € 530.000,➢ Renovatie Laar – 2029 – investering € 1.032.000,➢ Reconstructie Raadhuisplein – 2029 – investering € 50.000,-
pagina 10
C7. Vervanging afvalcontainers In 2026 gaan we verder met de implementatie van de maatregelen uit het Grondstoffenplan. We plaatsen GFE-cocons bij hoogbouw en starten een inkooptraject voor ondergrondse restafvalcontainers bij hoogbouw en de vervanging van de ondergrondse glascontainers. In 2026 doen we onderzoek naar alternatieve inzamelingsmethoden voor incontinentie-materialen C8. Huisvesting de Misse 2 – 4 - 6 te Heesch Na het besluit van uw gemeenteraad, december 2024, om scenario 3 verder uit te werken en een financieel kader op te stellen, is de projectstructuur van het project aangepast en heeft er een doorstart plaatsgevonden. Er wordt door de vier betrokken organisaties op een goede manier samengewerkt om de strakke planning te halen en in de eerste raadscyclus na het zomerreces van 2025 de besluitvorming te laten plaatsvinden over de definitiefase. Een inpassing van de ruimtelijk-functionele programma’s met hierbij een investeringsoverzicht op hoofdlijnen zijn eindproducten van deze fase. In afwachting hiervan hebben we rekening gehouden met het eerder door uw gemeenteraad vastgesteld budget van € 2,5 miljoen. Het investeringsbedrag is gefaseerd opgenomen in de begroting over de periode 2023 – 2026. Het bedrag van € 1,6 miljoen is de laatste tranche van het totaal budget van € 2,5 miljoen. C9.
Vervanging werkplekinrichting Onder de noemer ‘techniek gegarandeerd’ zorgen we ervoor dat we als organisatie blijven beschikken over de juiste instrumenten in de vorm van werkplekinrichting (laptops, kantoorwerkplekken, telefoons en ipads gemeenteraad). De vervanging vindt plaats op basis van een vervangingsplan.
D. Beleidsvoornemens met een wettelijke grondslag x € 1.000
Investeringsbudget
2026
2027
D1
Omgevingswet (2026-2029) Uit reserve nog nader te bestemmen
623 -623
D2
Energieagenda (2026)
50
Kosten exploitatie per jaarschijf Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
2028
2029
-110 110
-138 138
-145 145
50
0
0
0
50
50
50
50
Korte toelichting op het begrip beleidsvoornemens met een wettelijke grondslag Gemeenten voeren landelijk en eigen beleid uit. De wettelijke taken betreffen taken die gemeenten moeten uitvoeren op basis van landelijke wetten. Bijvoorbeeld de Omgevingswet, de Privacywet, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet. De (wettelijke) minimale kaders voor deze taken worden door het rijk bepaald, inclusief de bijbehorende middelen. Gemeenten kunnen echter de kaders verruimen.
pagina 11
D1. Omgevingswet Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De afgelopen jaren heeft de focus vooral gelegen op het opstellen van onze omgevingsvisie. Deze moeten we inbedden in de beleidscyclus, en evalueren en actualiseren. Hieraan zijn incidentele kosten verbonden. D2. Energieagenda Met de energieagenda kunnen projecten die bijdragen aan energiebesparing, energieopwekking en de warmtetransitie uitgevoerd worden. Denk hierbij aan communicatie, bewonersinitiatieven, het energieloket en het duurzaamheidsakkoord met de woningcorporaties.
E. Beleidsvoornemens - overig Investeringsbudget E1
ICT (2026)
E2
Formatie-uitbreiding (5,5 fte) (2026 en 2028) Uit regeling woningbouwversnelling
E3
2026
2027
530 -118 30
E4
Consequenties hervormingsagenda jeugd voor lokale toegang (2026)
50
E5
Uitbreiding capaciteit (2027) Vluchtelingenwerk
E6
Incidentele subsidie DTV (2026) Uit reserve nog nader te bestemmen
E7
Vrijwilligersbeleid en Bernhezer compliment (2026)
4
E8
Herijken beleid onderwijs en kinderopvang en brugfunctionaris op scholen (2026)
32
E9
Reparatie nul-index ONS Welzijn (gefaseerd 2026 en 2027)
60
E10
Werkbudget Breed Maatschappelijk Beleid (2026 en 2027) Uit reserve Transities
25 -25
35
E12
RNOB startup / scale-up ecosystem (2026)
10
E13
Gebiedsgerichte aanpak van gestapelde opgaven in focusgebieden 2026-2029 Uit ruimte voor ruimte-gelden
E16
88 -10 10
75 -75
Deelname ErvenPlusprogramma 5.0 (2027) Uit ruimte voor ruimte gelden
Uitvoeringsprogramma Erfgoedvisie (2026)
-25 25
10 -10
Duurzaamheid en circulaire economie (2026)
Deelname Stimuleringsregeling Landschap 2026-2029 Uit Ruimte voor Ruimte gelden
53 118
50
E11
E15
2029
65
Verhoging kosten Basisteam programmaleider Ondermijning en coördinator Maasland Interventie Team (2026)
E14
2028
22 -22
-22 22
25 -25 50
pagina 12
Investeringsbudget E17
Omschakeling ecologisch groenbeheer (2026 en 2027) Uit reserve nog nader te bestemmen
E18
Project vergroenen wijken (gefaseerd 2027 – 2029)
E19
Uitvoeren bewustwordingscampagne groen en klimaat – onderhoudsfase (2026)
E20
E21
2027
2028
50 -50 1.100
2029
-50 50 16
16
12
10
Ontwikkelfonds Stimulering Bedrijvigheid (2026) Uit reserve nog nader te bestemmen Ontwikkeling Groene Gezonde Structuren – speel- en beweegplekken (2026)
2026
100 -100 150.000
-100 100 10
E22
Uitvoeringsplan mobiliteit (2026) Uit reserve nog nader te bestemmen
190 -190
E23
Herijking adaptief wegbeheer (2026)
160
E24
(Her)inrichten woonwagenstandplaatsen (2026)
E25
Geopark Peelhorst en Maasvallei in oprichting (2026)
E26
Hooge Vorssel – ondersteuning en uitvoeringstraject Living Lab Landschapsplan (2026 en 2027) Uit reserve nog nader te bestemmen
25 -25
Kosten exploitatie per jaarschijf
936
318
69
12
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
936
1.254
1.323
1.335
726.000
-190 190 36
18
-25 25
Korte toelichting op het begrip beleidsvoornemens - overig Dit betreffen beleidsvoornemens die al waren opgenomen in de meerjarenbegroting 2026-2028. Daarnaast willen we blijven investeren en zijn er nieuwe beleidsvoornemens toegevoegd. E1. ICT Ons doel is een informatiesysteem neer te zetten dat ondersteunend is aan ons ambitieniveau. Dit vraagt investeringen ter verbetering van de digitalisering (applicaties, software en website) en investeringen op data gestuurd werken. E2. Formatie-uitbreiding Wij streven ernaar een solide en wendbare organisatie te zijn. Zo houden we onze dienstverlening op orde, nu en in de toekomst. We willen ervoor zorgen dat onze dienstverlening niet in gevaar komt, wat flexibiliteit in personeel vereist. Hiervoor willen we de flexibele schil uitbreiding met 3 fte. Daarnaast lopen er in onze gemeente veel belangrijke ruimtelijke ontwikkelingen. Te denken is aan de Wildhorst, Heesch-West en het verplaatsen van de sportvelden in Heeswijk-Dinther. Ook in de toekomst blijven zich dit soort projecten aandienen, bijvoorbeeld de noordoostelijke rondweg in Heeswijk-Dinther (de 4de Poot) en een structurele oplossing om het doorgaande verkeer in Nistelrode te beperken. Voor dit soort projecten worden incidenteel projectleiders ingehuurd.
pagina 13
Enerzijds is dat duur, anderzijds borgen we hiermee niet de kennis en ervaring binnen onze organisatie. Daarom willen de inhuur omzetten naar vaste formatie van 1 fte. Bouwen is niet alleen landelijk een speerpunt, maar ook lokaal. We zien dat er vanuit de landelijke overheid wetgeving ontwikkeld wordt die ons meer mogelijkheden geeft om sturing te geven aan het woonbeleid. Het vertalen en implementeren van dit beleid in Bernheze vergt veel capaciteit. Ook het uitvoering geven aan het woonbeleid in brede zin vraag extra ambtelijke capaciteit. Als voorbeeld noemen we de nota grondbeleid waar tot op heden steeds incidenteel is ingehuurd. We zouden het team dan ook willen uitbreiden met 1 fte. Openbaar groen natuur en landschap zijn kwetsbaar. De kwaliteit daarvan gaat achteruit door zaken zoals parkeren op gazons en in plantsoenen, het niet uitvoeren van verplichte erfbeplantingsplannen en het illegaal in gebruik nemen of rooien van houtwallen. We zetten in op meer toezicht en handhaving. Dit vergt extra capaciteit van 0,5 fte. E3. Verhoging kosten Basisteam programmaleider Ondermijning en coördinator Maasland interventieteam Nederland moet minder aantrekkelijk worden voor georganiseerde misdaad, zowel op nationaal als lokaal niveau, zoals in Bernheze. We moeten ons richten op preventie, weerbaarheid, verstoring, bestuurlijke maatregelen en straffen.
De basisteamprogrammaleider en het Maasland interventieteam zijn al jaren essentieel in de aanpak van ondermijnende criminaliteit, zowel preventief als repressief. De oorspronkelijke kostenramingen voor deze coördinatoren zijn niet langer toereikend door stijgende loon- en overheadkosten. E4. Consequenties hervormingsagenda jeugd voor lokale toegang Jeugdhulp is er voor alle jeugdigen en of hun ouders en opvoeders die ondersteuning nodig hebben om gezond en veilig op te groeien. We zien de vraag naar jeugdhulp helaas nog steeds jaarlijks toenemen en dit is natuurlijk niet wat we onze jeugdigen toewensen. Om deze stijgende vraag naar jeugdhulp om te buigen moeten we investeren in de pedagogische basis. Dit is ook de richting die wordt onderschreven in de Landelijke Hervormingsagenda en het regionaal beleidsprogramma 2024 – 2028. Om de pedagogische basis te versterken moeten we investeren in laagdrempelige ondersteuning en preventie. We hebben deze taak belegd bij ONS Welzijn en daar willen we extra op investeren. E5. Uitbreiding capaciteit Vluchtelingenwerk Met de huisvestingsopgave voor vluchtelingen (Oekraïners, statushouders, asielzoekers) neemt ook het beroep op voorzieningen in het sociaal domein toe, zoals de individuele ondersteuning voor jongeren en volwassenen. Een deel van deze taken wordt (regulier) uitgevoerd door onze samenwerkingspartners zoals Vluchtelingenwerk.
Vluchtelingenwerk helpt vluchtelingen met hun integratie in de samenleving. We verwachten dat de taakstelling hoog blijft en er steeds minder vrijwilligers beschikbaar zijn. Dit vraagt extra capaciteit bij Vluchtelingenwerk.
pagina 14
E6. Incidentele subsidie DTV als gevolg van uitstel Stelselwijziging De nieuwe wet die de Mediawet wijzigt en invloed heeft op de lokale omroep DTV is opnieuw uitgesteld en gaat naar verwachting pas op 1 januari 2027 in. Een onderdeel van deze wijziging is dat omroepen moeten fuseren om financieel sterker te worden en betere kwaliteit te leveren. Lokale publieke omroepen krijgen dan (meer) structurele financiering van de overheid. Door het uitstel blijven gemeenten tot minstens 2027 verantwoordelijk voor de financiering. Vooruitlopend op de wijziging heeft de omroep voor de jaren 2023-2025 jaarlijks eenmalig € 25.000,- ontvangen om de huidige kwaliteit te behouden. Nu de wijziging weer is vertraagd en er geen extra financiering van het rijk komt, willen we deze eenmalige subsidie verlengen tot de wijziging ingaat. E7. Vrijwilligersbeleid en Bernhezer compliment Om de inzet en ondersteuning van vrijwilligers binnen de gemeente te versterken, ontwikkelen we in 2025 een aanpak die inzicht geeft in het huidige vrijwilligersbeleid en verbeterpunten ophaalt. De aanpak focust zich op het werven, behouden en waarderen van vrijwilligers. Hier hoort een blijk van waardering voor betrokken inwoners bij - uitgereikt door uw raad - die vaak vrijwillig en belangeloos bijdragen aan de gemeenschap bij. Dit heeft u het ‘Bernhezer Compliment’ genoemd. E8.
Herijken beleid onderwijs en kinderopvang en brugfunctionaris op scholen Het beleid voor onderwijs en kinderopvang is verankerd in verschillende beleidsdocumenten en verordeningen waaronder: het Beleid gemeentelijke taken uitvoering Wet Kinderopvang, het Onderwijskansenbeleid, de Subsidieverordening Voorschoolse Educatie en peuteropvang en het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Het Onderwijskansenbeleid en het IHP moeten in 2025 opnieuw vastgesteld worden. Het huidige beleid bevat knelpunten (o.a. aanbod Voorschoolse Educatie sluit niet aan op vraag) en daarnaast spelen er nieuwe ontwikkelingen (o.a. nieuwe wijken zorgt voor grotere vraag naar onderwijs, landelijke overheid wil toewerken naar inclusieve scholen, meer ruimte voor diversiteit in aanbod kinderopvang). Binnen de regionale samenwerking jeugd (RIOZ) is afgesproken dat iedere gemeente voorziet in een aansluiting van de toegang jeugdhulp op de scholen (basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs), zodat kinderen en ouders met hulpvragen sneller in beeld zijn en op de school geholpen kunnen worden. Met deze inzet kan het beroep op de specialistische jeugdhulp verminderd worden. Dit doen we door middel van een brugfunctionaris (Familiecontactpersoon) op alle basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. De kosten voor de brugfunctionaris hebben we tijdelijk kunnen bekostigen uit een specifieke uitkering.
We willen deze brugfunctionaris continueren wat aanvullende structurele middelen vraagt. E9. Reparatie nul-index ONS Welzijn Bij het vaststellen van de programmabegroting 2024 is er voor 2024 een 0% indexering toegepast voor professionele organisaties met een budgetsubsidie. Omdat uw raad aangaf dat deze bezuinigingstaakstelling niet ten koste mag gaan van de dienstverlening, pasten we vervolgens maatwerk toe. Voor de Bibliotheek en Muzelinck hebben we daarom vanaf 2024 alsnog een indexering van 5% ingevoerd. pagina 15
Voor ONS welzijn compenseerden we de 0-index met dekking uit de Specifieke uitkering Gezond en Actief Leven Akkoord (SPUK GALA). Dit was nodig om een sluitende begroting van ONS welzijn te krijgen. Nu blijkt dat SPUK GALA onvoldoende structurele dekking biedt voor de taken die onder GALA vallen zoals Valpreventie en Kansrijke Start. Met deze reparatie van de nul-index kunnen we onze opgaven op basis van Gezond en Actief Leven Akkoord blijven uitvoeren. E10. Werkbudget Breed Maatschappelijk beleid De raad heeft in december 2023 het Breed Maatschappelijk Beleid (BMB) vastgesteld: een integraal meerjaren beleidsplan voor de periode 2023-2028. Het Breed Maatschappelijk Beleid is gericht op het vergroten van de individuele en collectieve veerkracht van onze kernen. We willen zoveel mogelijk inbreng van inwoners om de eigen sociale omgeving te verbeteren. In het beleid is ook een stevige basis voor een preventieve aanpak beschreven. Het gedachtegoed van Positieve gezondheid is daarbij de onderlegger. Volgens de kernambitie van ‘we doen het samen’ werken we met inwoners en maatschappelijke partners aan anderhalf jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. Om het uitvoeringsprogramma te vertalen naar een aantal concrete activiteiten vraagt tijdelijk een aanvullend budget. E11. Duurzaamheid en circulaire economie Duurzaamheid speelt een rol binnen alle taken van de gemeente.
Om ontwikkelingen van verduurzaming van de bedrijfsvoering van de gemeente Bernheze inzichtelijk te kunnen maken, stellen we een methodiek op waarmee we de voortgang van de verduurzaming van de bedrijfsvoering kunnen monitoren. De transitie naar een circulaire economie in 2050, waarin het gebruik van primaire (aan de aarde onttrokken) grondstoffen geminimaliseerd en het gebruik van secundaire (door middel van recycling verkregen grondstoffen) gemaximaliseerd wordt, moet vormgegeven gaan worden. Het opstellen van een visie is de eerste stap. E12. RNOB startup / scale-up ecosysteem We hebben aandacht voor startende en/of innoverende ondernemers. Om dit te ondersteunen willen we deelnemen in regionaal verband (RNOB) aan het ontwikkelen van een regionaal Startup Ecosysteem. E13. Gebiedsgerichte aanpak van gestapelde opgaven in focusgebieden De gebiedsgerichte aanpak is een integrale samenwerking met gebiedspartners ten behoeve van een gezamenlijke ambitie voor een specifiek gebied. Zo geven we uitvoering aan de doelen uit de Omgevingsvisie. Hiervoor is inzet van een gebiedsregisseur nodig en waar nodig onderzoeken en planvorming. E14. en E15. Deelname ErvenPlus-programma en Stimuleringsregeling Landschap Problemen met klimaat en biodiversiteit kunnen we niet alleen op openbaar terrein oplossen. Ook op gronden van derden zal wat moeten gebeuren.
Daarom leggen wij actief uit waarom wij doen wat wij doen. Ook stimuleren wij derden om ons goede voorbeeld te volgen door hen
pagina 16
subsidieregelingen aan te bieden voor de aanleg van landschapselementen, bloemenranden, nestkasten enzovoorts. We doen onder andere mee aan de Stimuleringsregeling Landschap en de ErvenPlus Acties. E16. Uitvoeringsprogramma Erfgoedvisie We willen de ambities en doelstellingen zoals geformuleerd in onze erfgoedvisie realiseren. Daarbij zijn goed beheer, onderhoud en instandhouding van ons erfgoed en onze monumenten de belangrijkste aandachtspunten. In de uitvoering richten we ons op het in stand houden van ons erfgoed, nl. het beleefbaar maken van de Bronsschat, Canon Bernheze en erfgoed in het Aa-dal (o.a. kasteel Avesteijn) en de koppelkansen Transitie landbouw en erfgoed waaronder landgoed De Berkt en gebied Kameren, duurzaamheid en monumenten. E17. Omschakeling ecologische groenbeheer De omschakeling naar, en de implementatie van, ecologisch groenbeheer vraagt maatwerk en aandacht. We gaan de vele ecologische potenties van ons buitengebied beter benutten door al ons groen het juiste beheer te geven. Dit vergt veel samenspraak met grondeigenaren (doorgaans agrariërs) en belangengroepen. Omdat veel groen in ons buitengebied eerder geen consistent beheer had, vergt het inregelen daarvan veel communicatie, kennis en capaciteit. Hiervoor zetten wij een externe deskundige in. E18. Project vergroening wijken We willen door gaan met het vergroenen van wijken.
Hiermee bouwen we aan het concept Groene Gezonde Structuren (Omgevingsvisie en groenstructuurplan 2023), het vergroeningsplan (2024) en de kansenkaart boomaanplant (2024). E19. Uitvoeren bewustwordingscampagne groen en klimaat Belangrijke pijlers van het Groenstructuurplan zijn actief vergroenen en ecologischer beheren. Daarnaast vinden we het belangrijk om het goede voorbeeld te laten volgen door onze inwoners en ondernemers. Daarom communiceren we actief over onze groene maatregelen en stimuleren we hen om het goede voorbeeld te volgen. E20. Ontwikkelfonds stimulering bedrijvigheid Om bedrijvigheid te stimuleren willen we een aanjagende rol innemen door ondernemersinitiatieven te stimuleren waarin zij op basis van cofinanciering sneller met initiatieven komen en daadwerkelijk gaan uitvoeren. Dit draagt bij aan het doel uit de economische visie/actieprogramma en de omgevingsvisie om de dienstverlening naar onze ondernemers te verbeteren en te streven naar een vitale economie. E21. Ontwikkeling Groene Gezonde Structuren – speel- en beweegplekken In 2025 stellen we het programma Groene Gezonde Structuren op met een uitvoeringsagenda. Het is de bedoeling om met een programmatische aanpak flinke stappen te zetten richting een gezondere leefomgeving waarin iedereen kan spelen, bewegen, ontmoeten en ontspannen. De bestaande speelplekken vormen daarin wezenlijke bouwstenen.
Jaarlijks renoveren we een aantal
pagina 17
plekken zodat we weer volledig voldoen aan de wensen en eisen die nu gelden en aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. E22. Uitvoeringsplan mobiliteit Ten behoeve van het Meerjarig Uitvoeringsplan Mobiliteit 2025-2030 vragen we budget voor de uitvoering, dit is in het kader van de vaststelling van het Programma Mobiliteit 2025-2035. Het budget zetten we in voor verschillende typen maatregelen. Mensgerichte maatregelen hebben te maken met onder andere gedragscampagnes voor inwoners, onderzoeksmaatregelen zijn met name studieprojecten en uitvoeringsmaatregelen hebben te maken met herinrichting/renovatie van desbetreffende wegen. E23. Herijking adaptief wegbeheer Het is noodzakelijk om het jaarlijkse budget voor de uitvoering van het planmatig onderhoud wegen op te hogen, o.a. als gevolg van areaaluitbreiding (toename over afgelopen 7 jaar: 200.000 m2). Daarnaast zijn de afgelopen jaren de prijzen voor het beheer van de openbare ruimte en de wegen/verhardingen in het bijzonder flink toegenomen. Hiermee is in de huidige begroting onvoldoende rekening gehouden. E24. Herinrichten woonwagenstandplaatsen In 2024 heeft uw raad het woonwagen- en standplaatsenbeleid vastgesteld. Hieruit vloeit voort dat er woonwagenstandplaatsen gerealiseerd moeten worden. Om op de bestaande locaties plekken gereed te maken zijn extra middelen nodig. Met deze middelen kunnen we ca.
6 standplaatsen opnieuw inrichten. E25. Geopark Peelhorst en Maasvallei in oprichting Om de UNESCO status te bereiken dient door de deelnemende gemeenten, provincies en Waterschappen een aanvraag ingediend te worden bij het Nederlands Forum Unesco Global Geoparks (NFUGG), aangevuld met wetenschappelijke onderbouwing waarom juist dit gebied op basis van de aardkundige waarden internationaal onderscheidend is. Daarnaast dienen wij als deelnemende gemeente aan te tonen dat het gaat om een levendig gebied, waar wetenschap en de lokale gemeenschappen bij betrokken zijn. Educatie op alle niveaus vormt de kern van het UNESCO Geopark concept. Randvoorwaardelijk voor de aanvraag bij UNESCO is dat cofinanciering de komende jaren geborgd is. Voor Bernheze een bedrag van € 17.500,-. E26. Hooge Vorssel – ondersteuning en uitvoeringstraject Living Lab Landschapsplan Na de opgestelde Gebiedsvisie Hooge Vorssel is de volgende uitdaging deze visie te vertalen naar een concreet Landschapsplan inclusief een uitvoeringstraject. Dit gebeurt in de vorm van Living Lab bijeenkomsten: Kennistafels en Omgevingstafels met behulp van een kernteam. Het Living Lab is een gezamenlijk initiatief van het Buurtcollectief De Hooge Vorssel (250 leden), de Dorpsraad Nistelrode, IVN, en een ondernemerscollectief op De Hooge Vorssel. Deze stap is innovatief en experimenteel van karakter.
Om deze activiteiten te kunnen financieren is naast inbreng van het Living Lab, het kernteam, financiering nodig vanuit de gemeente om te zorgen voor faciliteren en continuïteit. pagina 18
4. Ombuigingsvoorstellen Op 4 februari zijn onderstaande ombuigingsvoorstellen opiniërend met u besproken. Voor de ombuigingen die we voorstellen hebben we goed geluisterd naar wat u tegen ons hebt gezegd. Op basis van deze bespreking stellen wij nu alleen ombuigingen voor die geen afbreuk doen aan het voorzieningenniveau zoals we dat kennen in Bernheze en die onze inwoners maar beperkt raken. Ombuigingen waarvan u hebt aangegeven te vrezen voor een ongewenste maatschappelijke impact hebben we kunnen vermijden. Uiteraard zijn we ons ervan bewust dat de maatregelen die we wel voorstellen, zoals een verhoging van de OZB, wel maatschappelijke impact hebben. Een aantal van de voorgestelde ombuigingen moeten nog nader onderzocht en uitgewerkt worden, waarbij ook afwegingen gemaakt moeten worden over bestuurlijke wenselijkheid en haalbaarheid in relatie tot de consequenties. In de programmabegroting 2026-2029 zullen wij dit in beeld brengen. Tegelijkertijd staat de uitnodiging aan uw raad om u bij de behandeling van de kadernota uit te spreken hierover. x € 1.000
Investeringsbudget
2026
F1
Afschrijvingslasten gemeentelijk vastgoed van 40 naar 50 jaar
-350
F2
Afschrijvingslasten reconstructies wegen van 30 naar 40 jaar
-80
F3
Toerekenen van kosten voor vegen van wegen (100%) naar rioolheffing + afvoer veegvuil
-105
F3
Inkoop: reductie met 0,5 fte (BIZOB)
-50
F4
Pachtinkomsten: grote reclamezuilen langs de snelweg
-90
F5
Kostendekkendheid vergunningen (B en C-evenementen, bijv. solexrace
-20
F6
Toeristenbelasting naar landelijk gemiddelde (regio wel gemiddeld)
-135
F7
Toeristenbelasting – B en Cevenementen – alleen inwoners buiten onze gemeente
-18
F8
Leges o.b.v. omgevingswet – onderzoeken of we hfst 2 naar een kostendekkend tarief kunnen brengen
-81
F10
Kosten DVO sociale zaken o.b.v. handreiking overheidstarieven
-150
F11
Onderuitputting kinderopvang
-170
2027
2028
2029
Kosten exploitatie per jaarschijf
-1.249
0
0
0
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
-1.249
-1.249
-1.249
-1.249
pagina 19
Korte toelichting op het begrip Ombuigingsvoorstellen Op basis van de huidige inkomsten uit het gemeentefonds en de wens om te blijven ontwikkelen is het noodzakelijk om een beperkt aantal ombuigingen voor te stellen. Daarnaast willen we een beetje budgettaire ruimte voor toekomstige ontwikkelingen waarmee nog geen rekening is gehouden in het meerjarenperspectief. Denk aan grote infrastructurele projecten op het gebied van mobiliteit, de aanleg van een sportpark in Heeswijk Dinther of de (her-)ontwikkeling van de Wildhorst. Voor een uitgebreide toelichting op de afzonderlijke voorstellen verwijzen wij u naar het rapport van JE Consultancy. Dit rapport kunt u vinden op raadsnet bij de commissievergadering Maatschappij en Bestuur van 3 februari 2025. Bezuiniging 3 fte flexibele schil In de notitie ter opiniërende bespreking inzake de Ombuigingsvoorstellen was als één van de bezuinigingen de eliminatie van de uitbreiding van 3 fte flexibele schil opgenomen, geraamd voor 2026. In deze nota stellen we echter voor om deze ombuiging niet door te voeren, om de volgende reden. De organisatie heeft op een aantal plekken te maken met krapte in de formatie en er is de noodzaak om steeds wendbaarder te zijn en sneller op te kunnen schalen bij nieuwe ontwikkelingen.
Tegelijkertijd zien we de afgelopen jaren overschotten in de jaarrekening, die mede veroorzaakt worden door vertragingen in onderhanden werk. We stellen daarom voor om 3 fte flexibele schil te behouden en in de programmabegroting te duiden waarvoor deze ingezet gaat worden.
pagina 20
5. Inzet surplus algemene reserve Door de toezichthouder van de provincie is de inzet van de algemene reserve verruimd. Tot 2024 was de inzet van deze reserve uitsluitend mogelijk ter dekking van incidentele uitgaven en/of voor dekking van afschrijvingslasten. Toelichting op de verruiming: Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kunnen we jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. Het is aan de gemeente of voor deze wijze van reservegebruik wordt geopteerd. Bij structurele inzet van de algemene reserve zal de omvang ervan jaarlijks afnemen en daarmee ook de inzet. De structurele inzet is niet meer mogelijk als dit leidt tot onvoldoende weerstandscapaciteit en/of als de solvabiliteit onder 20% daalt. Zolang nog aan de voorwaarden wordt voldaan kan er sprake zijn van een langjarige inzet en kan deze worden bestempeld als een structureel dekkingsmiddel. We stellen voor een klein deel van onze reserves (€ 270.000 op jaarbasis voor een periode van 4 jaar) in te zetten om structurele lasten te dekken. We gebruiken hiervoor de overschotten die we de laatste jaren hebben gezien op onze jaarrekening.
We vinden het verantwoord om 5% van het gemiddelde overschot over de periode 2018-2024 (€ 5,4 miljoen) in te zetten om de negatieve effecten van harde bezuinigingen te voorkomen en de koele wind uit Den Haag te verzachten.
pagina 21
6. Lokale lastenontwikkeling Voor 2026 gaan we uit van een aanpassing van de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing gelijk aan de prijsindex van 2,7%. Daarnaast willen we voor 2026, naast de aanpassing voor de inflatie, een aanpassing van 5% doorvoeren om ruimte te creëren om te blijven investeren en ruimte te houden voor de nieuwe gemeenteraad. In de ombuigingsvoorstellen stellen we u voor het vegen van wegen en afvoeren van het veegvuil volledig toe te rekenen aan rioolheffing. Dit is mogelijk op basis van jurisprudentie. Dit betekent een aanpassing van het tarief rioolheffing met 3,6%. Voor leges hanteren we dezelfde uitgangspunten. Bij de belastingvoorstellen in december 2025 gaan we hier verder op in. In onderstaande tabel hebben we de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht. In 2025 is door de gemeenteraad besloten tot een incidentele teruggave, namelijk een korting van € 20,- op het vastrecht afval. In kolom (4) is de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht rekening houdende met deze incidentele teruggaven in 2025. In kolom (5) is de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht wanneer deze incidentele teruggave worden geëlimineerd.
Woningen
Niet-woningen
2025 met incidentele korting afval in 2025
2025 excl. incidentele korting afval in 2025
2026
Wijziging t.o.v. 2025 (o.b.v. incidentele teruggave afval 2025)
Wijziging t.o.v. 2025 (excl. incidentele teruggave afval 2025)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
Bedrag
Bedrag
Bedrag
%
%
Eigenaar
597,83
597,83
646,02
8,06%
8,06%
Gebruiker
258,90
278,90
286,15
10,53%
2,60%
Eigenaar en gebruiker
856,72
876,72
932,16
8,81%
6,32%
Eigenaar
1.686.38
1.686,38
1.818,33
7,82%
7,82%
Gebruiker
1.251,99
1.251,39
1.347,75
7,70%
7,70%
Eigenaar en gebruiker
2.937,77
2.937,77
3.166,08
7,77%
7,77%
pagina 22
In onderstaande tabel hebben we de gemiddelde woonlastenstijging in beeld gebracht op jaarbasis:
Woningen
Niet-woningen
Gemiddelde woonlastenstijging in euro’s t.o.v. 2025 inclusief teruggave afval 2025
Gemiddelde woonlastenstijging in euro’s t.o.v. 2025 waarbij de teruggave afval is geëlimineerd
Eigenaar
48
48
Gebruiker
27
7
Eigenaar en gebruiker
75
55
Eigenaar
132
132
Gebruiker
96
96
Eigenaar en gebruiker
228
228
pagina 23
Bijlage 1: Geparkeerde beleidsvoornemens Om een sluitende meerjarenbegroting voor de periode 2026-2029 te realiseren, hebben we keuzes moeten maken. Op basis van deze keuzes hebben we de beleidsvoornemens en wensen in onderstaande tabel geparkeerd. Investeringsbudget 1
Doorontwikkeling P&C-cyclus Uit reserve nog nader te bestemmen
2
Herinrichtingsplan begraafplaats Loo en visie gebied begraafplaats Parkstraat Uit reserve nog nader te bestemmen
2027
128 -10
2028
Ontwikkeling Groene Gezonde Structuren 2027-2029
450
4
Project vergroening wijken (2029)
300
5
Uitvoeringsplan mobiliteit (20272029) Uit reserve nog nader bestemmen
-65 65 10
10
190 -190
Formatie-uitbreiding (0,89 fte) en systeem communicatie t.b.v. uitvoeren communicatievisie; ambities interne communicatie en corporate communication. Uit reserve nog nader te bestemmen
126 -25
-25 25
Digitale toegankelijkheid website en systemen Uit reserve nog nader te bestemmen
75 -85
-85 85
8
Integrale veiligheid Uit reserve nog nader te bestemmen
15 -15
-5 15
9
Senior projectleider gebiedsvisie Abdij in Heeswijk-Dinther Uit reserve nog nader te bestemmen
25 -25
-25 25
7
2029
-10 10
65 -65
3
6
2026
10
Programma warmte
11
Infrastructurele werken (2028-2029)
8.550
14
48
12
Herhuisvesting De Misse 2-4-6 (gefaseerd 2027-2028)
8.400
296
40
13
Actualiseren waardekaart
30
14
Implementatie wettelijke opgaven en aanpak landelijk gebied (ALG) 20262029 Uit reserve reconstructie agrarische sector
50
15
Vervanging robotmaaiers (2029)
16
ICT (index microsoft en implementatiekosten vervangingen software) Uit reserve nog nader te bestemmen
100
-30
-50 37
65 -65
17
Subsidie Rechtswinkel
4
18
Structureel maken extra onderhoud centra
60
19
Uitbreiding uitvoeringscapaciteit Verkeer en wegbeheer (0,6 fte)
67
15 25
pagina 24
Investeringsbudget
2026
2027
2028
2029
20
Meerkosten organisatie kermissen
82
21
Regionale samenwerking recreatie en toerisme Uit reserve nog nader te bestemmen
-82
6 -6
22
Begeleiding (ex)medewerkers
20
23
Wet proactieve dienstverlening
22
Kosten exploitatie per jaarschijf
494
20
420
16
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
494
514
934
950
-6 6
pagina 25
Bijlage 2: Geparkeerde ombuigingsvoorstellen Onderstaande ombuigingsvoorstellen betreffen de rode voorstellen uit het rapport Ombuigingsvoorstellen begroting 2026-2029. Zoals met u besproken zetten we deze ombuigingsvoorstellen slechts in bij een uiterste noodzaak. x € 1.000
Investeringsbudget
2026
2027
2028
2029
1
OZB – structurele verhoging (+10%)
2
Buurtprojecten
-544 -67
3
Reductie van aantal wethouders (-1)
-100
4
Reductie formatie griffie (-0,5 fte)
-50
5
Afbouw flexibele schil (-7 fte)
-700
6
Introductie betaald parkeren
-300
7
Afschaffen projectsubsidie lokaal onderwijsbeleid (kunstcultuuronderwijs op scholen)
-42
8
Verhoging huurtarieven sport
-100
9
Kosten lokale omroep (hogere subsidie dan landelijk)
-55
10
Afschaffen boomfeestdag
-7
11
Aanschaffen van internationale subsidies
-45
12
Invoering hondenbelasting
-80
13
Minimabeleid (120% naar 100%)
-100
14
Eigen bijdrage Wmo (150% naar 100%)
-100
Kosten exploitatie per jaarschijf
-2.290
0
0
0
Cumulatief (- = overschot / + = tekort)
-2.290
-2.290
-2.290
-2.290
pagina 26