CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III - Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Bernheze 2024

Commissie Maatschappelijke Zaken 20 februari 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijst van de vergadering op 28 november 202313.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Nvt

V

Pagina 21 van 36

Nr. 2

2.1

2.2

DOELMATIG, DOELTREFFEND EN CLIENTGERICHT In samenwerking met de cliënt is een trajectplan opgesteld, waaruit blijkt wat de hulpvraag is, daaraan gekoppelde resultaten, doelen, subdoelen en acties. Ook wordt de ondersteuning regelmatig besproken, geëvalueerd en bijgesteld. De ondersteuning verloopt vervolgens zoals afgesproken om de eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt te stimuleren. Eis Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?

De aanbieder geeft aantoonbaar invulling aan het proces van de ‘regie bij de Cliënt’: • Aanbieder informeert de cliënt/sociaal netwerk over: - de ondersteuningsmogelijkheden - de keuzevrijheid van de cliënt - indien nodig, het recht op (onafhankelijke) cliëntondersteuning • Aanbieder betrekt de cliënt/sociaal netwerk bij - de invulling van de ondersteuning - het opstellen/bijstellen van de doelen, subdoelen en acties in het trajectplan - de evaluatie De Aanbieder legt doelen en afspraken met de cliënt schriftelijk vast in een trajectplan. In geval van Zorg in Natura stuurt Aanbieder binnen 8 weken na ontvangst van het iWmo bericht 301 van de Deelnemende gemeente via beveiligde mail een trajectplan naar die betreffende gemeente. De Aanbieder ontvangt bij niet-akkoord binnen 4 weken een inhoudelijke terugkoppeling vanuit de gemeente op welke punten het trajectplan verbeterd dient te worden; Indien het trajectplan niet-akkoord is, levert de Aanbieder binnen 2 tot 4 weken een aangepast trajectplan aan bij de gemeente. De terugkoppeling bij akkoord, op het meest recente trajectplan/evaluatieverslag vanuit de gemeente vindt plaats via het versturen van het nieuwe 301 bericht. Eventuele aanvullende afspraken zijn opgenomen in het meest recente document

• • • •

• •

•

• •

De cliënt (of zijn wettelijk vertegenwoordiger) en zijn naasten zijn aantoonbaar betrokken bij het opstellen van de doelen, subdoelen en acties in het trajectplan. Uit het trajectplan/de evaluatie blijkt dat, en op welke datum, het trajectplan/de evaluatie besproken is met de cliënt en/of zijn wettelijk vertegenwoordiger en dat ermee is ingestemd. De eigen regie en zelfredzaamheid van de cliënt wordt gestimuleerd. Indien nodig, is cliënt op de hoogte gebracht van het recht op (onafhankelijke) cliëntondersteuning en is dit vastgelegd in het cliëntdossier. De professional werkt voor iedere cliënt met een trajectplan en legt dit vast in het cliëntdossier. Het trajectplan bevat concreet geformuleerde doelen, subdoelen en acties, die met elkaar samenhangen en gericht zijn op het vergroten van de eigen regie en de zelfredzaamheid van de cliënt en op maatschappelijke participatie. De geformuleerde doelen, subdoelen en acties in het trajectplan zijn in overeenstemming met, aansluitend en gekoppeld met de resultaten uit de beschikking, afgegeven door de gemeente, en passend bij de situatie en hulpvraag. De ondersteuning is aanvullend op wat in de eigen omgeving geleverd kan worden. De wijze waarop het sociaal netwerk/mantelzorg betrokken is wordt vastgelegd. Alle activiteiten en acties (zoals contact en afspraken met derden) rondom de cliënt zijn opgenomen in het cliëntdossier.

Geldt voor ZIN6 V

Geldt voor PGB V

V

V

6 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd wonen inclusief Wonen met

ondersteuning. Pagina 22 van 36

werkafspraken trajectplannen en evaluaties, te vinden op wwww.riwmo.nl. In het trajectplan (zowel voor ZIN als PGB) wordt minimaal ingegaan op: • De situatieschets van cliënt; • De hulpvraag, wensen en doelen van de cliënt; • De resultaten meegegeven in de beschikking vanuit de gemeente; • De omschrijving van de doelen waaraan wordt gewerkt, in overeenstemming met, aansluitend en gekoppeld met de resultaten uit de beschikking en de hulpvraag van de cliënt. Deze doelen zijn SMART geformuleerd; • Concrete activiteiten hoe aan doelen wordt gewerkt, wanneer en met wie; • Hoe de cliënt/sociaal netwerk/mantelzorg betrokken is bij het opstellen, en bijstellen of behalen van de doelen, subdoelen en acties in het trajectplan; • Hoe de cliënt het trajectplan beheert; • Hoe invulling wordt gegeven aan een periodieke evaluatie van het trajectplan (minimaal 1 keer per jaar en eerder wanneer nodig); • Wie casusregisseur is; • Tussentijds bijstellen van doelen, subdoelen en acties en reden tot bijstellen. De cliënt en Aanbieder zorgen uiterlijk 4 weken voor de evaluatiedatum of einde indicatie voor het toesturen van een gewijzigd trajectplan/evaluatieverslag aan de betreffende gemeente.

In het gewijzigde trajectplan/evaluatieverslag staat minimaal: • Per doel in hoeverre deze is behaald en welke ondersteuning daarvoor is ingezet; • Per doel waarom het doel niet is behaald; hoe het vervolg hierop wordt ingezet; • Nieuwe doelen passend bij resultaat toevoegen; • Per resultaat uit de beschikking of deze niet/deels/geheel behaald is; • Of er verlenging van de indicatie nodig is;

• •

Het plan wordt regelmatig besproken met de cliënt en diens netwerk en zo nodig bijgesteld. Het plan geeft aan wanneer en hoe dit gebeurt en is passend bij de aard van de indicatie. Indien de ondersteuning afwijkt van het trajectplan, heeft aanbieder dit besproken met de cliënt en, indien van toepassing, zijn of haar sociale netwerk en is dit geregistreerd.

Pagina 23 van 36

• 2.3

Indien verlenging nodig wordt geacht, voor welke periode dit nodig is. Er is een passend aanbod van activiteiten en ondersteuning gericht op de doelen die passen bij de hulpvraag van de cliënt. Er is voldoende continuïteit in de verleende ondersteuning.

2.4

Bij Gespecialiseerde dagbesteding: • Er is aantoonbaar voldoende toezicht.

2.5

De aanbieder toont aan dat cliënt integrale ondersteuning ontvangt. Er is aandacht voor alle leefgebieden, waaronder: wonen, werk, dagbesteding, inkomen, sociale en maatschappelijke participatie, psychische en fysieke gezondheid, leefstijl, hobby’s, vrije tijd, het sociale netwerk, veiligheid en justitie. Met cliënt zijn op alle voor hem/haar relevante leefgebieden doelen bepaald en afspraken gemaakt. De aanbieder werkt zoveel als mogelijk met vaste contactpersonen voor cliënt voor de duur van het traject. De cliënt wordt respectvol bejegend en zijn rechten worden gewaarborgd.

2.6 2.7

• Het aanbod van ondersteuning is gericht op het werken aan doelen die passen bij de hulpvraag, trajectplan en beschikking. Bijv. - Er is ondersteuning bij de dagbesteding; - De ondersteuning is gericht op: - Aanleren/behouden van dagstructuur en ritme; - Handhaven en bevorderen van het zo zelfstandig mogelijk functioneren; - Voorkomen van achteruitgang in fysieke, cognitieve en sociaal- emotionele vaardigheden; - Ontwikkelingsgerichte activiteiten, gericht op het hoogst haalbare per cliënt (toeleiding naar vrijwilligerswerk, arbeidsmatige dagbesteding of (begeleid) werk); - Gezondheid bevorderende activiteiten; - Ontlasten van mantelzorgers. • De professional signaleert veranderende mogelijkheden bij de client en past de ondersteuning hierop aan. • Er is aantoonbaar voldoende toezicht: de verhouding tussen het aantal cliënten en deskundige medewerkers is passend bij de doelgroep en de indicatie.

V

V

DB7

DB

• Er is een passend aanbod van ondersteuning/activiteiten per cliënt gericht op het stimuleren en bevorderen van het zelf verrichten van algemene dagelijkse levensverrichtingen, zelfredzaamheid en regie voeren over het eigen leven.

BW

BW

BW

BW

V

V

• •

De bejegening van de cliënt door de professional is passend en correct. De cliënt ervaart betrokkenheid, vertrouwen en begrip. De aanbieder waarborgt de rechten van de cliënt.

7 DB staat voor Gespecialiseerde dagbesteding

Pagina 24 van 36

2.8

2.9

2.10

De aanbieder meet minimaal één keer per twee jaar individuele cliëntervaringen. De aanbieder neemt de volgende vijf vragen op in de vragenlijst: • Wat vind ik van de kwaliteit van ondersteuning? • Past de ondersteuning die ik krijg bij mijn hulpvraag? • Kan ik door de ondersteuning beter de dingen doen die ik wil doen? • Kan ik mij door de ondersteuning beter redden? • Heb ik door de ondersteuning een betere kwaliteit van leven? Aanbieder toont aan dat hij aantoonbaar verbeteringen doorvoert op basis van de uitkomsten van de meting van individuele cliëntervaringen. De aanbieder stelt de centrumgemeente Oss één maal per twee jaar het meest recente cliënttevredenheidsonderzoek beschikbaar, inclusief de hieruit voortvloeiende verbeterplannen. De aanbieder toont aan op welke wijze hij invulling geeft aan het gedachtegoed van ‘instroom, doorstroom en uitstroom’ in de ondersteuning en het vergroten van de zelfredzaamheid en participatie, het behouden daarvan of vertragen van de achteruitgang daarin. De aanbieder toont aan dat vroegtijdige uitval wordt geanalyseerd.

•

De aanbieder onderzoekt minimaal één keer per twee jaar of cliënten tevreden zijn over de ondersteuning en over de kwaliteit van de organisatie en stelt daarbij de vereiste vragen. De aanbieder legt de resultaten van het onderzoek vast in een rapportage en beschrijft daarbij wat de verbeteringen zijn die zij doorvoeren aan de hand van het onderzoek.

V

Nvt

De aanbieder brengt jaarlijks schriftelijk de in-, door- en uitstroom in beeld. Hij geeft daarbij aan hoeveel cliënten geen Wmo-ondersteuning meer nodig hebben of waarvan dit is afgeschaald (niet PGB) De aanbieder geeft in trajectplannen en evaluaties onderbouwd aan of doelen al dan niet behaald zijn.

V

Deel s PGB

• De aanbieder brengt jaarlijks schriftelijk in beeld hoeveel vroegtijdige uitval er heeft plaats gevonden en wat de oorzaak daarvan is. • De aanbieder neemt verbetermaatregelen als blijkt dat vroegtijdige uitval is te voorkomen. • De aanbieder geeft in trajectplannen en evaluaties, indien van toepassing, een analyse van de vroegtijdige uitval.

V

Nvt

•

• •

Pagina 25 van 36

Nr. 3

3.1

De voorziening is AFGESTEMD op de reële behoefte van de cliënt en andere vormen van zorg of hulp. Eis

Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?

De aanbieder zorgt voor ondersteuning in samenhang met andere hulp. In overleg met andere betrokken (professionele) partijen wordt vastgelegd welke professional de casusregisseur is.

•

• •

•

•

•

3.2

De aanbieder betrekt, indien van toepassing, met toestemming van de cliënt, de mantelzorger(s) bij het opstellen van het

•

De professional heeft voldoende kennis van de lokale sociale kaart (verzameling van hulpverleningsinstanties op het gebied van bijvoorbeeld welzijn, gezondheidszorg, (sociale) organisatie en ondersteuning) in de gemeente (en aangrenzende gemeenten) waar de organisatie is gevestigd/ondersteuning wordt geboden. De professional weet de kennis van de sociale kaart waar mogelijk toe te passen. Dit blijkt uit het cliëntdossier. De ondersteuning is aanvullend op wat in het eigen netwerk geleverd kan worden. De professional zorgt dat hij beschikt over relevante informatie van overige hulpverleners en informeert hen binnen de wettelijke kaders over relevante gegevens en bevindingen zodat gezamenlijk verantwoorde ondersteuning, hulp, zorg en behandeling gegeven kan worden. De professional maakt, in samenspraak met de cliënt, duidelijke afspraken met overige betrokken hulp- en zorgverleners over de verdeling van taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de geboden ondersteuning aan cliënt. Dit is vastgelegd in het cliëntdossier. De professional stemt, in samenspraak met de cliënt, regelmatig, minimaal één keer per jaar, het trajectplan af met de overige betrokken hulp- en zorgverleners. Dit is vastgelegd in het cliëntdossier. De professional werkt samen met andere partijen in de keten van voor- en natraject.

Hij zorgt voor een goede aansluiting en een zorgvuldige overdracht en legt dit vast in het cliëntdossier. De aanbieder blijft verantwoordelijk voor de verlening van de ondersteuning zolang er geen begin is gemaakt met verlening van de alternatieve ondersteuning. De professional gaat na of mantelzorgers ingezet kunnen worden en legt dit vast in het cliëntdossier.

Geldt voor ZIN8 V

Geldt voor PGB V

V

V

8 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd wonen inclusief Wonen met

ondersteuning. Pagina 26 van 36

trajectplan voor cliënt, maakt daarbij gebruik van de ervaringsdeskundigheid van de mantelzorger(s) en neemt in het trajectplan op welke informele zorg (mantelzorg) wordt ingezet. Bij een signaal van dreiging tot overbelasting van de mantelzorger verwijst de aanbieder de mantelzorger via een zorgvuldige overdracht door naar voor de mantelzorger passende ondersteuning.

•

De professional heeft aandacht voor de belangen en belastbaarheid van mantelzorgers. Zo nodig verwijst de aanbieder naar passende ondersteuning voor de mantelzorger en legt dit vast in het cliëntdossier.

Pagina 27 van 36

Nr. 4

DESKUNDIGHEID VAN DE PROFESSIONAL De ondersteuning is van goede kwaliteit en wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard. De medewerker heeft de vereiste kennis, houding en vaardigheden om passende ondersteuning in te zetten bij de betreffende doelgroep. Eis

Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?

4.1

De aanbieder toont aan dat professionals (betaald en onbetaald) aantoonbaar beschikken en blijven beschikken over de deskundigheid en vakbekwaamheid die nodig is voor het leveren van de ondersteuning en past bij de professionele standaard van de branche. Dit betekent dat het opleidingsniveau en de werkervaring van het in te zetten personeel passen bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en indien van toepassing, een bijdrage leveren aan een structurele verbetering van zijn zelfredzaamheid en participatie. Dit geldt ook voor onderaannemers, ingehuurd personeel en zelfstandigen. Eventuele specifieke extra eisen per ondersteuningsvorm zijn vermeld in bijlage I van dit kwaliteitskader.

4.2

De aanbieder heeft een optimale balans tussen de inzet van professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers. Deze balans is afgestemd op de aanwezige cliënten en de actuele ondersteuningsvragen. Inzet van niet professionele medewerkers (vrijwilligers/ stagiaires/ ervaringsdeskundigen) vindt plaats

• Professionals zijn in het bezit van een voor de werkzaamheden passende beroepskwalificatie. Dit is terug te vinden in het personeelsdossier. • Professionals hebben competenties en vaardigheden die in lijn liggen met de professionele standaard en die aansluiten bij wat de doelgroep nodig heeft, en houden deze op peil. Dit is terug te vinden in het personeelsdossier. • Professionals handelen volgens de professionele standaard. • Professionals handelen volgens de afspraken zoals beschreven in protocollen, richtlijnen en handreikingen. • Professionals kunnen zo nodig voldoende expertise raadplegen. • Professionals kunnen zo nodig opschalen naar iemand met de vereiste deskundigheid. • De vereiste professionals zijn aanwezig/kunnen aanwezig zijn gedurende de vereiste tijd. • Er zijn voldoende deskundige professionals beschikbaar, afgestemd op de aanwezige cliënten en actuele ondersteuningsvragen. • Professionals kennen de grenzen van hun vakgebied. • Professionals verwijzen de cliënt, zo nodig en in overleg met de oorspronkelijke verwijzer door. • De aanbieder zorgt voor passende bij- en nascholing om de benodigde deskundigheid te kunnen leveren. • De niet professionele inzet staat in redelijke verhouding tot de professionele inzet. • De aanbieder laat niet professionele medewerkers adequaat begeleiden door een medewerker die daarvoor bekwaam en bevoegd is.

Geldt voor ZIN9 V

Geldt voor PGB V

V

PGB

9 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd wonen inclusief Wonen met

ondersteuning. Pagina 28 van 36

4.3

onder de verantwoordelijkheid van een deskundig en vakbekwame medewerker. In gemeenten waar het AVE-model is ingevoerd, handelt de professional conform dit model.

• De aanbieder stelt al zijn medewerkers op de hoogte van het AVEmodel en de bijbehorende afspraken.

V

Nvt

Pagina 29 van 36

Nr. 5

KWALITEITSBEHEERSING De aanbieder zet passende instrumenten in om de kwaliteit van de organisatie systematisch te beheren en te verbeteren. Eis Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?

5.1

De aanbieder toont aan dat hij werkt met een voor zijn branche geldend kwaliteitskeurmerk of een kwaliteitssysteem dat de kwaliteit van ondersteuning aantoonbaar moet bewaken, beheersen en verbeteren.

5.2

De aanbieder meldt iedere calamiteit11 en ieder geweldsincident12 dat zich heeft voorgedaan bij de uitvoering van de ondersteuning binnen twee werkdagen aan de toezichthoudende ambtenaar van de GGD Hart voor Brabant. De aanbieder handelt conform de factsheet Melding van calamiteiten en geweld Wmo en het protocol van de GGD, te vinden via https://www.ggdhvb.nl/professio-

• De kwaliteit wordt systematisch geborgd door middel van een voor de branche geldend kwaliteitskeurmerk (bijv. HKZ, ISO 9001) of door het aantoonbaar werken met een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is een schriftelijk kwaliteitsplan waarmee de kwaliteit in de organisatie duurzaam is geborgd en up-to-date gehouden wordt. • De aanbieder schept voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren. Deze voorwaarden zijn terug te vinden in een kwaliteitsplan. • De aanbieder hanteert een adequaat meldingssysteem voor calamiteiten en incidenten. • De aanbieder neemt zo nodig verbetermaatregelen n.a.v. de incidentmeldingen.

Geldt voor ZIN10 V

Geldt voor PGB V

V

V

V

V

nals/ik-wil-iets-melden/meldpunt-toezicht-wmo

5.3

Na deze melding informeert de aanbieder de centrumgemeente. Aanbieder leert van incidenten. De aanbieder hanteert voor zijn medewerkers aantoonbaar een meldcode waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan. Aanbieder werkt bij de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling volgens de visie gefaseerd samenwerken

• •

Binnen de organisatie is een meldcode vastgesteld die voldoet aan de wettelijke voorwaarden. Professionals zijn aantoonbaar op de hoogte van de meldcode en handelen hiernaar.

10 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd wonen inclusief Wonen met

ondersteuning. 11 Calamiteit: niet beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van een voorziening en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een cliënt heeft geleid. 12 Geweldsincident: seksueel binnendringen van het lichaam of ontucht met een cliënt, alsmede lichamelijk en geestelijk geweld jegens een cliënt, door een beroepskracht dan wel door een andere cliënt met wie de cliënt gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van aanbieder verblijft. Pagina 30 van 36

5.4

5.5

5.6

aan veiligheid. De meldcode draagt er toe bij dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden. De aanbieder bevordert aantoonbaar de kennis en het gebruik van de meldcode. De aanbieder heeft aantoonbaar een effectieve, laagdrempelige interne en externe klachten- en/of geschillenregeling en maakt duidelijk kenbaar aan cliënten hoe zij een klacht13 kunnen indienen. Dit betekent dat de cliënt op eenvoudige wijze zijn klacht kenbaar kan maken en dat het voor de cliënt helder is wat er met de klacht wordt gedaan. Bij Zorg in Natura: De aanbieder levert één maal per jaar een totaalrapportage aan van ontvangen klachten over de dienstverlening naar aard en oorzaak met verbeterpunten volgens een vastgesteld format (te vinden via www.RIWMO.nl). Cliënten hebben medezeggenschap over de manier waarop de ondersteuning wordt georganiseerd en uitgevoerd. De aanbieder zorgt ervoor dat de informatie over medezeggenschap voldoende kenbaar is bij cliënten. De aanbieder meldt de inzet van een onderaannemer en welke onderdelen van de ondersteuning door de onderaannemer worden uitgevoerd.

• • • •

• • • •

De aanbieder heeft een interne en externe klachten en/of geschillenregeling. Cliënten zijn op de hoogte van de klachten en/of geschillenregeling. Aanbieder koppelt de afhandeling van de klacht terug aan cliënt en legt dit vast in het cliëntdossier. De aanbieder treft zo nodig verbetermaatregelen n.a.v. klachten.

V

Deel s PGB

De aanbieder beschikt over een regeling voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de cliënten van belang zijn. De aanbieder zorgt ervoor dat de informatie over medezeggenschap voldoende kenbaar is bij cliënten. Cliënten kunnen daadwerkelijk de medezeggenschap uitoefenen. Indien de aanbieder gebruik maakt van onderaannemer(s) zijn deze gemeld.

V

Nvt

V

Nvt

13 Klacht: elke uiting van ontevredenheid, in welke vorm dan ook, over de uitvoering van de ondersteuning of een door de aanbieder ingeschakelde derde.

Pagina 31 van 36

Nr. 6

6.1

6.2

6.3

6.4

OVERIGE EISEN Deze eisen hebben te maken met integriteit en continuïteit van dienstverlening. Eis Concrete uitwerking, waar kijkt de toezichthouder onder andere naar?

De aanbieder informeert de centrumgemeente Oss direct bij: • financiële problemen • het in gevaar zijn van de continuïteit en/of kwaliteit van diensten Er bestaan geen integriteitstwijfels ten aanzien van de aanbieder en eigenaar/bestuurder en aan hen gelieerde vennootschappen (voor verdere uitwerking zie bijlage I). De aanbieder verleent actief alle benodigde medewerking aan een onderzoek van de toezichthouders zoals de gemeentelijke toezichthouder en de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en geeft opvolging aan aanbevelingen die uit deze onderzoeken voortkomen. De aanbieder is verplicht de gemeenten te informeren via zorginkoop@oss.nl over ieder onderzoek bij de aanbieder of bij een door hem voor de uitvoering van de ondersteuning ingeschakelde onderaannemer naar de kwaliteit/veiligheid van de voorziening door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of door een toezichthouder van een gemeente anders dan van de gemeenten in de regio Brabant Noordoost-Oost. Deze informatieplicht geldt indien er sprake is van een onderzoek naar aanleiding van een signaal over onvoldoende kwaliteit/veiligheid of rechtmatigheid.

• Bij Zorg in Natura: Gedragsverklaring aanbesteden die niet ouder is dan 2 jaar

Geldt voor ZIN14 V

Geldt voor PGB Nvt

V

V

V

V

V

V

Als de aanbieder een verbeterplan moet opstellen om volledig te voldoen aan wet- en regelgeving en/of om risico’s beter te beheersen, stuurt de aanbieder een kopie van dit verbeterplan onmiddellijk naar de gemeente.

14 Als er een vinkje staat, geldt het voor de volgende Wmo-ondersteuning: Individuele ondersteuning, Gespecialiseerde Dagbesteding, Kortdurend verblijf, Beschermd wonen inclusief Wonen met

ondersteuning. Pagina 32 van 36

B. EISEN PGB-AANBIEDER SOCIAAL NETWERK 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

1.6 1.7

Eis De ondersteuning is veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht. De ondersteuning is afgestemd op de persoonlijke situatie en behoeften van de cliënt en zijn omgeving. De ondersteuning wordt geleverd door personen die beschikken over de competenties en vaardigheden die nodig zijn om de gevraagde dienstverlening uit te voeren. De ondersteuning voldoet aan alle eisen die voortvloeien uit de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. De cliënt maakt samen met de persoon die de ondersteuning gaat bieden een plan waarin doelen, afspraken en evaluatiemomenten worden vastgelegd. Het plan is afgestemd op door de gemeente gestelde doelen en evaluatiemomenten. Uit het plan blijkt de betrokkenheid van de Inwoner en het sociaal netwerk. De persoon die de ondersteuning biedt, doet op verzoek verslag aan de gemeente over de voortgang van de ondersteuning. Als de gemeente dit nodig acht in het kader van de veiligheid van de ondersteuning, kan de gemeente bepalen dat de persoon die de ondersteuning biedt beschikt over een VOG die niet eerder is afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop deze persoon is gestart met het bieden van ondersteuning.

1.8

De persoon die de ondersteuning levert meldt iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de uitvoering van de ondersteuning binnen twee werkdagen aan de toezichthoudende ambtenaar van de GGD Hart voor Brabant en handelt conform de factsheet Melding van calamiteiten en geweld Wmo en het protocol van de GGD, te vinden via https://www.ggdhvb.nl/professionals/ik-wiliets-melden/meldpunt-toezicht-wmo

1.9 1.10

De persoon die de ondersteuning levert mag niet tevens het administratief beheer van het persoonsgebonden budget doen. De persoon die de ondersteuning levert verleent actief alle benodigde medewerking aan een onderzoek van de toezichthouder en verstrekt alle benodigde informatie. De persoon die de ondersteuning levert is verplicht de gemeenten te informeren via zorginkoop@oss.nl over ieder onderzoek naar de kwaliteit/veiligheid van de ondersteuning door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of door een toezichthouder van een gemeente anders dan van de gemeenten in de regio Brabant Noordoost-Oost. Deze informatieplicht geldt indien er sprake is van een onderzoek naar aanleiding van een signaal over onvoldoende kwaliteit/veiligheid of rechtmatigheid.

1.11

Pagina 33 van 36

Kwaliteitskader Wmo - Bijlage I:

Extra eisen ondersteuning en deskundigheid

GESPECIALISEERDE DAGBESTEDING, INDIVIDUELE ONDERSTEUNING EN KORTDUREND VERBLIJF Gespecialiseerde dagbesteding, individuele ondersteuning en kortdurend verblijf worden uitgevoerd door een professional met minimaal een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 3 / 4, passend bij de zorg- of ondersteuningsvraag en achterliggende problematiek van de inwoner. Het moet passen bij de doelgroep. Voor het opstellen van het trajectplan en het realiseren en monitoren van de resultaten die in dit plan opgenomen zijn, dient een professional ingezet te worden met een afgeronde zorg gerelateerde mbo-opleiding op niveau 4 of hoger, passend bij de zorg- of ondersteuningsvraag en achterliggende problematiek van de inwoner. Onder een zorg gerelateerde opleiding wordt in ieder geval verstaan: - minimaal MBO 3 of 4 Jeugdzorg - WMD (Welzijn, maatschappelijke dienstverlening) - GGZ (Geestelijke gezondheidszorg) - GHZ (Gehandicaptenzorg), VVT (verpleging en verzorging thuis) Een EVC-certificaat is niet gelijkwaardig aan een zorg gerelateerd diploma en voldoet daarom niet aan onze opleidingseisen. Een EVC-certificaat kan wel helpen om vrijstellingen te verkrijgen om op deze manier versneld aan een diploma te komen.

BESCHERMD WONEN ▪ Beschermd wonen met 24-uurs fysieke aanwezigheid van geschoold personeel, dat ingezet wordt bij niet planbare ondersteuning: •

De aanbieder kan aantoonbaar voldoende expertise raadplegen op het gebied van psychiatrie en gedragsdeskundigheid binnen de eigen instelling dan wel door middel van vastgelegde afspraken met een andere instelling.

•

Er is 24 uurs fysieke aanwezigheid van geschoold personeel, in de nacht in de vorm van een slaap en/of waakdienst, waarbij personeel direct fysiek nabij en benaderbaar is door de cliënt. Dit personeel kan binnen 5 minuten bij cliënt aanwezig zijn vanuit de fysieke aanwezigheid op locatie, bijvoorbeeld in het geval van gegroepeerde woningen of bij een grote locatie vanuit elders op het terrein.

•

Onder geschoold personeel wordt verstaan medewerkers op minimaal MBO-4 niveau met een zorginhoudelijke opleiding gericht op de doelgroep binnen de instelling. Onder een zorginhoudelijke opleiding op minimaal MBO-4 niveau wordt verstaan: - MBO Agogisch medewerker GGZ- niveau 4 - MBO verpleegkundige GGZ - niveau 4 - MBO Vakopleiding woonbegeleiding - niveau 4 - MBO Sociaal Maatschappelijke Hulp - niveau 4 of een vergelijkbare opleiding.

•

Het personeel moet daarnaast de mogelijkheid hebben om op te schalen naar een minimaal HBO geschoolde professional, BIG- geregistreerd (indien BIG-registratie voor het specialisme van toepassing is), met specialistische kennis van psychiatrische problematiek. Deze professional hoeft niet aanwezig te zijn binnen de instelling.

Pagina 34 van 36

II Beschermd wonen met overdag fysieke aanwezigheid van geschoold personeel en ‘s nachts op afroep binnen 30 minuten, dat ingezet wordt bij niet planbare ondersteuning: •

•

•

Er is overdag fysieke aanwezigheid van geschoold personeel op locatie voor de niet planbare zorg, in de nacht is er op afroep geschoold personeel beschikbaar dat, indien noodzakelijk, fysiek binnen 30 minuten op locatie kan komen en tevens goed bereikbaar is. Telefonische bereikbaarheid is niet afdoende. Fysieke aanwezigheid overdag: er is begeleiding bij het opstarten van de dag tot (ten minste) aanvang van de avond zodat cliënten kunnen rekenen op ondersteuning bij ADL indien noodzakelijk. Begeleiding dient passend te zijn bij de ondersteuningsbehoefte van de doelgroep. Indien gedurende de dag alle cliënten afwezig zijn i.v.m. dagbesteding, is aanwezigheid van begeleiding niet verplicht. Onder geschoold personeel wordt verstaan medewerkers op minimaal MBO-4 niveau met een zorginhoudelijke opleiding gericht op de doelgroep binnen de instelling. Onder een zorginhoudelijke opleiding op minimaal MBO-4 niveau wordt verstaan: - MBO Agogisch medewerker GGZ- niveau 4 - MBO verpleegkundige GGZ - niveau 4 - MBO Vakopleiding woonbegeleiding - niveau 4 - MBO Sociaal Maatschappelijke Hulp - niveau 4 of een vergelijkbare opleiding. Het personeel moet daarnaast de mogelijkheid hebben op te schalen naar een minimaal HBO geschoolde professional met kennis van psychiatrische problematiek. Deze professional hoeft niet aanwezig te zijn binnen de instelling.

WONEN MET ONDERSTEUNING: Wonen met ondersteuning, dat ingezet wordt als de ondersteuningsvraag van cliënt planbaar is doordat cliënt in staat is om de vraag uit te stellen: Naast geplande ondersteuning moet cliënt, in noodsituaties en in geval van incidenten, kunnen rekenen op directe ondersteuning. Dit betekent dat de aanbieder goed bereikbaar is en in geval van noodsituaties en incidenten binnen 30 minuten fysiek op locatie aanwezig kan zijn.

Pagina 35 van 36

Kwaliteitskader Wmo - Bijlage II: Integriteit

1. Er bestaan geen integriteitstwijfels ten aanzien van de aanbieder en eigenaar/bestuurder en aan hen gelieerde vennootschappen inhoudende dat zij 5 jaar voor het sluiten van de overeenkomst/PGB-zorgovereenkomst: • niet betrokken zijn geweest bij een strafbaar feit of strafbare overtredingen hebben begaan; • geen verdachten van strafbare feiten zijn geweest of daarvoor zijn veroordeeld; • geen bestuursrechtelijke en/of fiscaalrechtelijke boetes opgelegd hebben gekregen; • geen bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen opgelegd hebben gekregen in de vorm van een last onder bestuursdwang en/of dwangsom; • zich niet in het maatschappelijk en/of zakelijk verkeer onaanvaardbaar hebben gedragen; • zich niet schuldig hebben gemaakt aan ongeoorloofde afspraken; • medewerkers van de gemeenten geen persoonlijke voordelen hebben gegund met als doel om orders of overeenkomsten te krijgen of te houden. 2. De aanbieder, directie, medewerkers en door aanbieder eventueel in te zetten derden zijn verplicht om zich gedurende de looptijd van de overeenkomst/PGB-zorgovereenkomst integer te gedragen en er mogen geen integriteitstwijfels bestaan of ontstaan.

De integriteit van de aanbieder is in ieder geval geschonden of er bestaan integriteitstwijfels indien: • De aanbieder en zijn bestuur en/of directie strafbare feiten en/of overtredingen hebben gepleegd, medegepleegd of daaraan medeplichtig zijn of daarvan verdacht zijn of feiten hebben begaan die in het maatschappelijk verkeer als maatschappelijk onaanvaardbaar worden aangemerkt; • Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder en/of zijn bestuur en/of directie in relatie staan tot strafbare feiten; • Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen dat de aanbieder op enige wijze bedragen aan de bedrijfsvoering onttrekt ter aanwending van voor de branche niet-gebruikelijke, dan wel niet-integere, dan wel niet-marktconforme, dan wel niet ter ondersteuning van de bedrijfsvoering, bedoelde uitgaven; • Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat de aanbieder en/of zijn bestuur en/of directie en/of de aan hen gelieerde vennootschappen een (zakelijk) samenwerkingsverband onderhouden met derden die in relatie staan tot strafbare feiten of daarvan verdacht worden; • Sprake is van feiten en omstandigheden die erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van een overeenkomst/PGBzorgovereenkomst door de aanbieder en/of zijn bestuur en/of directie een

strafbaar feit is gepleegd of een overtreding is begaan.

Pagina 36 van 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=7e407b8e-d41d-46f0-9746-3bbcdba001d9