CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage III Flora en fauna-1-6-2023

Commissie Ruimtelijke Zaken 19 juni 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Aa-Brugstraat 19 – Veldstraat ongenummerd, Heeswijk-Dinther11.179 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Quickscan flora en fauna AA-Brugstraat 19 en Veldweg ong. te Heeswijk-Dinther (2208/018/FB-03, versie 1)

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Quickscan flora en fauna

in opdracht van ELINGS T.a.v. de heer A. van Dooren Zwanenburgseweg 6A 5473 KT HEESWIJK-DINTHER betreffende locatie AA-Brugstraat 19 en Veldstraat ong. Heeswijk-Dinther documentkenmerk 2208/018/FB-03 versie 1 vestiging Nuenen datum 1 juni 2023

opgesteld door:

gecontroleerd door:

B. Bergkamp MSc

M. Vincken BSc

Projectleider ecologie

Projectleider ecologie

Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid

Tritium Advies is gevestigd in:

T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

Breda >>

I.

www.tritium.nl

Nuenen >> Rijkevoort

KvK-nr.

17108024

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

1.1

Quickscan flora en fauna

1

1.2

Natuurbescherming

1

2

Plangebied

3

3

Gebiedsbescherming

10

3.1

Natura 2000

10

3.2

Natuurnetwerk Nederland

12

4

Houtopstanden

16

4.1

Definitie en wetgeving

16

4.2

Waarnemingen en analyse

16

4.3

Deelconclusie houtopstanden

16

5

Soortbescherming

17

5.1

Soortverspreiding

17

5.2

Veldbezoek

17

5.3

Flora

18

5.4

Vogels

19

5.5

Grondgebonden zoogdieren

26

5.6

Vleermuizen

32

5.7

Amfibieën, reptielen en vissen

36

5.8

Ongewervelden

40

5.9

Invasieve exoten

41

6

Conclusies

42

6.1

Beschermde gebieden en soorten

42

6.2

Aanvullend onderzoek

43

6.3

Zorgplicht

43

6.4

Eindconclusie

45

6.5

Advies

46

7

Literatuurlijst

48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

1 Inleiding 1.1 Quickscan flora en fauna 1.1.1 Doel van het onderzoek Een Quickscan flora en fauna is een verkennend onderzoek waarin de ecologische waarden van een plangebied worden nagegaan. Het doel ervan is te bepalen of de voorgenomen wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (BWBR0037552 – Nederland). Het is noodzakelijk om voorafgaand aan ruimtelijke inrichting en aan ruimtelijke ingrepen te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde leefgebieden, op beschermde planten en of op beschermde diersoorten. Dit onderzoek voorziet in deze toetsing.

1.1.2 Te verwachten resultaten Op basis van een Quickscan flora en fauna zal blijken of er een overtreding van de geldende natuurwetgeving te verwachten is. Hiermee kan worden voorkomen dat er in strijd met de Wet natuurbescherming wordt gehandeld. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek kan voldoende zijn om aan te tonen of een planvoornemen uitgevoerd kan worden met of zonder enkele eenvoudige maatregelen of aanpassingen om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Soms zijn er echter meer soortgegevens nodig en is aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk. Een Quickscan flora en fauna stelt dit vast.

1.2 Natuurbescherming In Nederland geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet geeft invulling aan de bescherming van natuurgebieden, van dieren en van planten en vloeit voort uit de Europees vastgelegde natuurwetgeving. De Nederlandse provincies bepalen het natuurbeleid voor hun gebied. Het onderstaande schema geeft een overzicht van het geldend wettelijk kader omtrent natuurbescherming in Nederland.

pagina 1 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Het onderzoek dat in dit document gerapporteerd wordt, behandelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden en komt dusdanig in aanraking met Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland en de lijst van in Nederland beschermde soorten. In de provincie Noord-Brabant wordt het Natuurnetwerk Nederland ook aangeduid als Natuurnetwerk Brabant.

pagina 2 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

2 Plangebied Onderstaande tabellen 2.1 en 2.2 geven de locatiegegevens van de plangebieden en verduidelijkt de planvoornemens. De figuren 2.1, 2.2 en 2.3 tonen de plangebieden in hun huidige condities en figuur 2.4 laat de locaties van de plangebieden ten opzichte van de omgeving zien. Tabel 2.1: Kerngegevens en het planvoornemen van plangebied 1 (AA-Brugstraat 19). Kerngegevens Opdrachtgever Adres plangebied 1 Plangebied 1: Kadaster – perceelnummers – sectie gemeente Oppervlakte plangebied 1 Huidig gebruik plangebied 1

Groenstructuren

Waterlichamen

Geplande realisatie

Omgeving

ELINGS de heer A. van Dooren AA-Brugstraat 19 5473 GG HEESWIJK-DINTHER Nummer 406; 758; 759 – sectie E – gemeente Heeswijk-Dinther 13.000 m2 Het plangebied is in gebruik als agrarische woning met veebedrijf. Er bevinden zich een woning met stallen en een deel van een weiland op het terrein. Rondom de woning bevindt zich een tuin met gazon en daaromheen enkele borders. Binnen het plangebied is verder grasland aanwezig. Het plangebied is aan de westkant begrenst door een bomenlaan aan de AA-Brugstraat. Binnen en in de directe omgeving van het plangebied, tussen de weilanden, loopt een (droogstaande) greppel. Verder is het plangebied ten noorden begrenst door de Aa. In de directe omgeving ten zuiden van het plangebied bevindt zich op circa 100 meter een aftakking van de Aa. Het voornemen bestaat om de agrarische bedrijfslocatie om te vormen tot woonbestemming van ca. 3.500 m2. Hierbij zal een deel van de aanwezige bebouwing gesloopt worden (figuur 2.2). Daarnaast zal er in het noorden en oosten aan de randen van het plangebied een bossingel met beplanting worden gerealiseerd. In het oosten aan de rand van het plangebied wordt ook een infiltratiegreppel gerealiseerd. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied ten zuiden van het dorp Heeswijk-Dinther, in een agrarische omgeving.

Informatie opgehaald op 31 mei 2023 (Perceelloep). Tabel 2.2: Kerngegevens en het planvoornemen van plangebied 2 (Veldstraat ong.). Kerngegevens Opdrachtgever Adres plangebied 2 Plangebied 2: Kadaster – perceelnummers – sectie gemeente Oppervlakte plangebied 2 Huidig gebruik plangebied 2 Groenstructuren

ELINGS de heer A. van Dooren Veldstraat ong. 5473 AJ HEESWIJK-DINTHER Nummer 3156; 3157 – sectie E – gemeente Heeswijk-Dinther 3.765 m2 Het plangebied is in gebruik als maïsveld. Binnen het plangebied zijn enkele braamstruwelen grenzend aan

pagina 3 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Waterlichamen Geplande realisatie Omgeving

de Veldstraat aanwezig. De rest van het plangebied is ingebruik als akkerland. Op het moment van de quickscan was het maïs geoogst. Binnen het plangebied zijn geen waterlichamen aanwezig. Het plangebied is zuidwestelijk wel begrenst door een (droogstaande) greppel. Het voornemen bestaat om de agrarische gronden om te vormen tot twee woonkavels. Het plangebied bevindt zich in het buitengebied, ten noordwesten van het dorp Heeswijk-Dinther, in een agrarische omgeving.

Informatie opgehaald op 21 november 2022 (Perceelloep).

Figuur 2.1: Huidige situatie van plangebied 1 gelegen aan AA-Brugstraat 19: detailkaart.

pagina 4 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Figuur 2.2: De te slopen bebouwing binnen plangebied 1 gelegen aan AA-Brugstraat 19.

Figuur 2.3: Huidige situatie van plangebied 2 gelegen aan de Veldstraat: detailkaart. pagina 5 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Figuur 2.4: Huidige situatie van de plangebieden: omgevingssituatie.

pagina 6 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Onderstaande foto’s, gemaakt op 7 november 2022, geven een beeld van de huidige situatie van plangebied 1.

Foto A

Foto B

Foto C

Foto D

Foto E

Foto F

Figuur 2.5: Foto’s van de huidige situatie van plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19.

pagina 7 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Foto G

Foto H

Foto I

Foto J

Foto K

Foto L

Figuur 2.5 (vervolg): Foto’s van de huidige situatie van plangebied 1 aan de AABrugstraat 19.

pagina 8 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Foto M

Foto N

Figuur 2.5 (vervolg): Foto’s van de huidige situatie van plangebied 1 aan de AABrugstraat 19. Onderstaande foto’s, gemaakt op 7 november 2022, geven een beeld van de huidige situatie van plangebied 2.

Foto A

Foto B

Foto C Foto D Figuur 2.6: Foto’s van de huidige situatie van het plangebied 2 aan de Veldstraat.

pagina 9 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

3 Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000 3.1.1 Bronnenonderzoek Ja Liggen de plangebieden in een Natura 2000-gebied?

0 km Wat is de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied?

Welk Natura 2000-gebied betreft het?

Nee X

0 – 10 km

≥ 10 km 10 km tot plangebied 2 en 11,9 km tot plangebied 1 (figuur 3.1)

Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek

Figuur 3.1: Plangebieden ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

pagina 10 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Natura 2000- gebied – Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek Gebiedskenmerken: Hier gaat het beekdal van de Dommel over in het laagveengebied van de "Naad van Brabant". Door de ligging in deze overgangszone zijn in het gebied basenminnende water- moeras- en graslandvegetaties aanwezig. Het Vlijmens Ven is een kwelgebied waar kranswiervegetaties wordt aangetroffen in sloten. De Moerputten is een natuurreservaat met een groot areaal aan blauwgrasland en elzenbroekbos. Het Bossche Broek is een moerassig gebied in de benedenloop van de Dommel, waar blauwgraslanden aanwezig zijn. Beschermde habitattypen: Er worden zeven habitattypen beschermd: kranswierwateren (H3140), meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150), heischrale graslanden (H6230), blauwgraslanden (H6410), ruigten en zomen (H6430A), granshaver- en vossenstaarthooilanden (H6510A) en overgangs- en trilvenen (H7140A). Beschermde soorten: Er leven zeven soorten die beschermd zijn middels de habitatrichtlijn: het pimpernelblauwtje (H1059), het donker pimpernelblauwtje (H1061), de bittervoorn (H1134), de grote modderkruiper (H1145), de kleine modderkruiper (H1149), de kamsalamander (H1166) en de drijvende waterweegbree (H1831). Deze en verdere informatie over dit gebied is te vinden op de website van Natura 2000 in Nederland (Natura 2000)

3.1.2 Deelconclusie Natura 2000-gebieden

Vanwege de afstand tot het meest nabije Natura 2000-gebied en de aard van het planvoornemen van beide plangebieden valt een negatief effect van de geplande acties op Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Verspreiding van schadelijke stoffen via de lucht of het water naar Natura 2000-gebieden zijn door de afstand en de aard van de geplande werkzaamheden en nieuwe inrichting niet van toepassing en ook andere hinder die de wezenlijke waarden en kenmerken van Natura 2000-gebieden aantast is niet verwacht. Mogelijk wordt er vanuit de gemeente toch gevraagd om een berekening van de stikstofdepositie.

pagina 11 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.2.1 Bronnenonderzoek Plangebied 1 AA-brugstraat 19 Ja

Nee

Ligt plangebied 1 in een gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland?

X

0m Wat is de afstand tot het dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland?

0 – 600 m

> 600 m

0m (figuur 3.1)

Welk natuurgebied betreft het?

Stroomgebied van de Aa

Welk type natuurgebied is het?

Beek en bron (N03.01) (BIJ12)

Figuur 3.1: Plangebied 1 (AA-Brugstraat 19) ten opzichte van de dichtstbijzijnde natuurgebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland.

pagina 12 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Ja Hanteert de provincie een externe werking wat betreft

Nee

X

gebieden uit het Natuurnetwerk Nederland?

Betekenis: Indirecte aantasting van natuurgebieden door werkzaamheden in de buurt van die gebieden moet in rekening gebracht worden, met uitzondering van de verspreiding van stoffen via de lucht of het water.

Onderstaande tabel rapporteert de resultaten van een eerste, korte effectenanalyse waarin is nagegaan of het voorliggend planvoornemen mogelijk een negatief effect heeft op de wezenlijke waarden en kenmerken van nabijgelegen natuurgebied dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het doel van de analyse is duidelijk te maken welke aspecten nader onderzoek behoeven zodoende een overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen. Tabel 3.1: Resultaten van verkorte effectenanalyse voor het plangebied aan AABrugstraat 19 Toets

Actie OMVANG

Is er sprake van netto oppervlaktevermindering van het Natuurnetwerk Nederland?

nee

n.v.t.

nee

n.v.t.

NETWERK Is er sprake van vermindering van de samenhang van het Natuurnetwerk Nederland?

WEZENLIJKE WAARDEN EN KENMERKEN Zullen de bestaande waarden van het Natuurnetwerk

nee

n.v.t.

nee

n.v.t.

GELUIDSHINDER

nee*

n.v.t.

LICHTHINDER

nee*

n.v.t.

TRILLINGSHINDER

nee*

n.v.t.

OPTISCHE VERSTORING

nee

n.v.t.

MECHANISCHE VERSTORING

nee

n.v.t.

VERANDERING IN WATERKWANTITEIT

nee

n.v.t.

nee

n.v.t.

nee

n.v.t.

nee

n.v.t.

Nederland verloren gaan? Zullen de potentiële waarden van het Natuurnetwerk Nederland verloren gaan? Is er sprake van aantasting van het Natuurnetwerk Nederland door verandering in omgevingsfactoren?

Zullen de robuustheid en de aaneengeslotenheid van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden? Komt de aanwezigheid van bijzondere soorten in het Natuurnetwerk Nederland in het gedrang? Komt de verbindingsfunctie van het Natuurnetwerk Nederland in het gedrang?

* De werkzaamheden zijn van korte en tijdelijke duur en er zijn reeds activiteiten van mensen binnen het plangebied aanwezig. In de nieuwe situatie is geen sprake van meer verstoring. Wanneer de werkzaamheden overdag plaatsvinden, er rekening wordt gehouden met broedende vogels en er gehandeld wordt volgens de algemene zorgplicht, is een negatief effect op het nabijgelegen Natuurnetwerk Nederland niet te verwachten.

pagina 13 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Plangebied 2 Veldstraat ong. Ja Ligt plangebied 2 in een gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland?

Nee X

0m Wat is de afstand tot het dichtstbijzijnde gebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Nederland?

0 – 600 m

> 600 m

475 m (figuur 3.2)

Welk natuurgebied betreft het?

Stroomgebied van de Aa en omgeving

Welk type natuurgebied is het?

Beek en bron (N03.01) met in de omgeving afwisselend Kruiden- en faunarijk grasland (N12.02), Vochtig hooiland (N10.02), Vochtig bos met productie (N16.04) en Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (N00.01) (BIJ12)

Figuur 3.2: Plangebied 2 (Veldstraat) ten opzichte van het dichtstbijzijnde natuurgebied dat deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland.

pagina 14 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

3.2.2 Deelconclusie Natuurnetwerk Nederland

De plangebieden liggen buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. De provincie Noord-Brabant hanteert een externe werking als het gaat om het Natuurnetwerk Nederland. Mogelijke aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van een natuurgebied door de geplande werkzaamheden moet dan in kaart gebracht worden, met uitzondering van verspreiding van stoffen via de lucht of het water. In dit geval is het plangebied aan de AA-Brugstraat 19 grenzend aan het Natuurnetwerk Nederland gelegen. Gezien de aard van de werkzaamheden (sloop bebouwing en aanplant) met korte en tijdelijke duur, op een locatie waar reeds activiteiten worden uitgevoerd, valt een negatief effect op dat natuurgebied tijdens de werkzaamheden niet te verwachten wanneer er overdag wordt gewerkt, rekening wordt gehouden met het broedseizoen en er wordt gehandeld volgens de algemene zorgplicht. In de nieuwe situatie zal er niet meer verstoring op het omliggende Natuurnetwerk Nederland ontstaan, en effectenanalyse om verstoring door bijvoorbeeld licht, geluid of trillingen in kaart te brengen is daarom niet noodzakelijk. Het plangebied aan de Veldstraat is wel verder van het Natuurnetwerk Nederland gelegen (>475 meter) met agrarische bedrijvigheid en woningen ertussen.

Gezien de kleinschaligheid van het planvoornemen op deze locatie (twee woonkavels), wordt hier geen negatief effect van het planvoornemen op het dichtstbijzijnde natuurgebied verwacht.

pagina 15 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

4 Houtopstanden 4.1 Definitie en wetgeving Volgens artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming is het verboden een houtopstand (bos, houtwallen, heester- en struikhagen, struwelen en bosplantsoenen) geheel of gedeeltelijk te vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij de gedeputeerde staten. Verder geldt er ook een herplantplicht voor gekapte houtopstanden.

4.2 Waarnemingen en analyse Ja Bevindt er zich een houtopstand binnen plangebied 1?

Nee

X een enkele boom en haag

Beslaat het oppervlakte 1000 m2 of meer?

nee

Bestaat de houtopstand uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen?

nee

Ja

Nee

Bevindt er zich een houtopstand binnen plangebied 2?

X

4.3 Deelconclusie houtopstanden De binnen dit planvoornemen te vellen houtopstand in plangebied 1 is kleiner dan 1000 m2 in oppervlakte en bestaat niet uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen bevat. Hierdoor bestaan er geen verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming. Binnen plangebied 2 zijn geen houtopstanden gelegen die middels het plangebied verloren gaan. Soms zijn er vanuit gemeentelijk beleid toch verplichtingen bij het kappen van bomen zoals een meldingsplicht, een vergunningsplicht en/of herplantplicht. Dergelijke informatie is op te vragen bij het omgevingsloket van de gemeente.

pagina 16 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

5 Soortbescherming 5.1 Soortverspreiding Aan de hand van gepubliceerde datasets en literatuuronderzoek is bepaald welke soorten potentieel voorkomen in de directe omgeving van het plangebied. Van elk van deze soorten is dan de status van bescherming volgens de Wet natuurbescherming nagegaan. In de onderstaande paragrafen, die telkens één soortgroep behandelen, is eerst dit opzoekingswerk samenvat. In verspreidingsatlassen, zoals die van de Nederlandse Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), wordt gewerkt met atlasblokken (5 x 5 km) en kilometerhokken (1 x 1 km) om aan te geven welke soorten in de afgelopen jaren zijn waargenomen in het gebied. Een atlasblok bevat 25 kilometerhokken. Aangezien het plangebied slechts een klein gedeelte van het kilometerhok en het atlasblok beslaat, is het niet zeker dat de geregistreerde soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen het plangebied. Plangebied 1 – AA-Brugstraat 19 Code van het atlasblok waarin het plangebied ligt.

45-44

X-coördinaat van het kilometerhok waarin het plangebied ligt.

159

Y-coördinaat van het kilometerhok waarin het plangebied ligt.

407

Plangebied 2 – Veldstraat ong. Code van het atlasblok waarin het plangebied ligt.

45-45

X-coördinaat van het kilometerhok waarin het plangebied ligt.

161

Y-coördinaat van het kilometerhok waarin het plangebied ligt.

405

5.2 Veldbezoek Tijdens een bezoek aan het plangebied is zoveel mogelijk informatie verzameld over de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hierbij zijn waarnemingen, zowel visueel als auditief, en sporenonderzoek cruciaal. Er is gekeken naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren. Daarnaast is op basis van terreinkenmerken beoordeeld of het plangebied geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. Een Quickscan flora en fauna is een momentopname en geen veldinventarisatie omdat veldinventarisaties meerdere seizoensgebonden opnamerondes inhouden die volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. Het kan dus voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Hierdoor kan slechts in beperkte mate uitsluitsel worden

pagina 17 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

gegeven over de aan- of afwezigheid van soorten. Aan de hand van expert judgement (beoordeling door experten) en bekende ecologische principes is daarom een inschatting gemaakt over het kunnen voorkomen van beschermde plant- en diersoorten in het plangebied.

Datum van het veldbezoek

7 november 2022

Dagdeel van het veldbezoek

ochtend

Temperatuur tijdens het veldbezoek

13 ˚C

Weersomstandigheden tijdens het veldbezoek

Bewolkt, droog

Windkracht tijdens het veldbezoek

3 Bft

5.3 Flora 5.3.1 Soortverspreiding In Nederland groeien ca. 80 plantensoorten die een beschermde status hebben op Europese en/of nationale schaal. Deze soorten komen veelal voor in gebieden die beschermd zijn via de Europese habitatrichtlijn maar enkele soorten, zoals bijvoorbeeld de schubvaren, komen ook voor in het stedelijk gebied. Tijdens het veldbezoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor beschermde planten. Ook is de eventuele aanwezigheid van invasieve exoten – planten van elders die een bedreiging vormen voor de inheemse soorten – vastgesteld.

5.3.2 Waarnemingen en analyse Het veldbezoek vond plaats in de herfst, wanneer slechts een deel van de aanwezige planten zichtbaar zijn. Tijdens het veldbezoek zijn er binnen de plangebieden geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Ze zijn er ook niet te verwachten door de voedselrijke/agrarische omstandigheden met een lage diversiteit. Beschermde soorten komen vooral voor op voedselarme, kalkhoudende grond en in ecologisch omstandigheden die plantendiversiteit stimuleren.

5.3.3 Deelconclusie

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot de flora.

pagina 18 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

5.4 Vogels 5.4.1 Soortverspreiding Alle niet-exotische, in het wild levende vogels die in Nederland broeden, te gast zijn of doortrekken, in totaal zo’n 290 soorten, zijn beschermd via de Vogelrichtlijn (Brochure MEZ). In de onderstaande tabel zijn de vogelsoorten opgenoemd waarvan de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn in de provincie van het plangebied. Het betreft vogels die gebonden zijn aan vaste broedlocaties en daardoor niet kunnen uitwijken naar andere mogelijk geschikte locaties in de omgeving van het plangebied. Omdat het vernietigen of verstoren van hun broedplaatsen in strijd is met de Wet natuurbescherming, is tijdens het veldbezoek nagegaan of deze soorten in het plangebied voorkomen en broeden. Hierbij zijn de verspreidingskaarten opgesteld door het Sovon, geraadpleegd om na te gaan of de soort in de buurt van het plangebied voorkomt (SOVON). Tabel 5.4.1: Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in de provincie NoordBrabant. Categorie 1 2 3 4

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Jaarrond gebruikte nesten Koloniebroeders – honkvast of gebouwafhankelijk Niet koloniebroeders – honkvast of gebouwafhankelijk Jaarlijkse terugkeer naar nest

steenuil gierzwaluw, huismus, roek grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, slechtvalk boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief, zwarte wouw

Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bij ecologisch zwaarwegende redenen blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, brilduiker, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, 5

Honkvast maar flexibel

hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte roodstaart, zwarte specht

5.4.2 Waarnemingen en analyse Tijdens het veldbezoek zijn de onderstaande soorten waargenomen binnen of in de directe omgeving van het plangebied. Het plangebied is dus voor deze soorten geschikt als onderdeel van het leefgebied.

pagina 19 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Tabel 5.4.2: Lijst van de tijdens het veldbezoek waargenomen vogelsoorten bij plangebied 1. Vogelsoort

Latijnse naam

Aantal

Type waarneming

Nest

blauwe reiger

Ardea cinerea

2

visueel

nee

boomkruiper

Certhia brachydactyla

1

visueel

nee

buizerd

Buteo buteo

1

auditief

nee

ekster

Pica pica

1

visueel

nee

houtduif

Columba palumbus

16

visueel

nee

huismus

Passer domesticus

6

Visueel en auditief

mogelijk

Tabel 5.4.3: Lijst van de tijdens het veldbezoek waargenomen vogelsoorten bij plangebied 2. Vogelsoort

Latijnse naam

Aantal

Type waarneming

Nest

ekster

Pica pica

1

visueel

nee

gaai

Garrulus glandarius

2

visueel

nee

houtduif

Columba palumbus

6

visueel

nee

kauw

Corvus monedula

7

visueel

nee

zwarte kraai

Corvus corone

4

visueel

mogelijk (buiten plangebied)

Foerageer- en leefgebied Uit de bovenstaande waarnemingen en de observaties ter plekke blijkt dat de plangebieden geschikt zijn als foerageergebied voor akkervogels, roofvogels, stadsvogels, tuinvogels en weidevogels. Voor bosvogels, moerasvogels, struweelvogels en watervogels zijn geen geschikte biotopen aanwezig. De plangebieden betreffen geen essentieel foerageergebied voor de voorkomende soorten omdat er in de buurt van het plangebied alternatief foerageergebied aanwezig is. Voorbeelden zijn de omliggende akker- en weilanden en woningen met tuin. Ook zullen de plangebieden deels als foerageergebied in gebruik blijven na het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Natuurgebonden nesten Hoewel er geen nesten zijn waargenomen binnen plangebied 1 aan AA-brugstraat 19 kunnen de aanwezige bomen en struiken wel dienen als broedgelegenheid voor vogels zonder jaarrond beschermde nesten. Er zijn geen bomen en struiken aanwezig binnen plangebied 2 aan de Veldstraat die kunnen dienen als broedgelegenheid. Aangrenzend aan plangebied 2 is één boom aanwezig waarin vogels wel kunnen nesten. Broedende vogels zijn erg gevoelig voor verstoring door werkzaamheden. Door de algemene beschermingsstatus van vogels in Nederland kunnen sloop-, bouw- of inrichtingswerkzaamheden alleen plaatsvinden als er geen broedende vogels aanwezig zijn op of in de directe omgeving van het plangebied.

Wanneer er zo gehandeld wordt, zijn er geen nadelige effecten te verwachten voor broedende vogels. Gebouwgebonden nesten Het plangebied 1 (AA-brugstraat 19) is geschikt bevonden als vaste verblijfplaats voor de onderstaande soorten met een jaarrond beschermd nest. Binnen plangebied 2 aan de Veldstraat is geen bebouwing aanwezig waardoor het verstoren of het verloren gaan van verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten op deze locatie valt uit te sluiten.

pagina 20 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Steenuil en kerkuil Tijdens het veldbezoek zijn binnen plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 krijtsporen aangetroffen welke mogelijk van de steenuil (Athene noctua) of kerkuil (Tyto alba) kunnen zijn. De krijtsporen bevonden zich in de nok en bij een open raam van de te slopen schuur (figuur 5.4.1 en figuur 5.4.2). Mogelijk functioneert de schuur als nest- of rustlocatie voor de steenuil of kerkuil. Tevens is er rondom de weilanden een afrastering aanwezig welke bestaat uit paaltjes met prikkeldraad. Op enkele paaltjes zijn ook krijtsporen aangetroffen. De paaltjes kunnen mogelijk dienen als rustplaatsen van de steenuil. Nest- en rustplaatsen van steen- en kerkuilen zijn het gehele jaar beschermd, omdat zij deze ook buiten het broedseizoen gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats. Om aan te kunnen tonen of uit te kunnen sluiten dat het plangebied als nest- of rustplaats wordt gebruikt door de steenuil of kerkuil dient er aanvullend onderzoek naar deze soorten te worden uitgevoerd.

Foto B Foto A

Foto D

Foto C Figuur 5.4.1: Foto’s van aangetroffen sporen en mogelijk geschikte nest- en rustplaatsen voor de steenuil en kerkuil binnen het plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19.

pagina 21 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Figuur 5.4.2: kaartje met aangetroffen sporen van mogelijk de steenuil of de kerkuil binnen het plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19. Huismus Binnen plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 zijn huismussen (Passer domesticus) waargenomen (zie bovenstaande waarnemingstabel 5.4.2). In de daken van de te slopen bebouwing en in het dak grenzend aan de te slopen bebouwing zijn ruimtes aanwezig die geschikt zijn als jaarrond beschermde verblijfplaatsen voor huismussen (tabel 5.4.4 en figuren 5.4.3 en 5.4.4). Tijdens het veldbezoek is de huismus ook waargenomen in de directe omgeving van de bebouwing wat kan wijzen op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Tevens zijn er jaarrond groenblijvende ligusterhagen aanwezig welke ook geschikt zijn als rustplaats voor de huismus en mogelijk een essentieel onderdeel vormen van hun leefgebied (tabel 5.4.5 en figuren 5.4.3 en 5.4.5). Daarom dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze soort. De woning biedt ook mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor de huismus, echter blijft de woning onaangetast en kunnen de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder de huismus te verstoren.

pagina 22 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Tabel 5.4.4: Lijst van aangetroffen nesten en potentiële nestlocaties van de huismus Locatie binnen plangebied 1 1 2 3

Daken schuren (figuur 5.4.3 –

Beschrijving van de nestlocaties

In-/uitvliegende vogel(s) waargenomen

Ruimte onder dakpannen

foto A en B) Dak grenzend aan te slopen

Ruimte onder zonnepanelen

schuur (figuur 5.4.3 – foto C) Beplanting nabij woning (figuur

Ligusterhaag

5.4.3 – foto D)

Foto A – dak te slopen schuur

nee nee nee

Foto B – dak te slopen schuur

Foto D - ligusterhaag Foto C – dak grenzend aan te slopen schuur Figuur 5.4.3: Foto’s van mogelijk geschikte nestplaatsen voor de huismus binnen het plangebied. Gierzwaluw In de daken van de te slopen bebouwing zijn ruimtes aanwezig die geschikt zijn als jaarrond beschermde verblijfplaatsen voor gierzwaluwen (tabel 5.4.5 en figuur 5.4.4 en 5.4.5). Daarom dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze soort. De woning bevat ook mogelijk geschikt verblijfplaatsen voor de gierzwaluw, echter blijft de woning onaangetast.

pagina 23 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Tabel 5.4.5: Lijst van aangetroffen nesten en potentiële nestlocaties van de gierzwaluw. Locatie binnen plangebied 1 1

Beschrijving van de nestlocaties

Dak te slopen schuur (figuur

Ruimte onder dakpannen

5.4.3 – foto A en B)

Ruimte onder zonnepanelen

Foto A – dak te slopen schuur

In-/uitvliegende vogel(s) waargenomen nee

Foto B – dak te slopen schuur

Figuur 5.4.4: Foto’s van mogelijk geschikte nestplaatsen voor de gierzwaluw binnen plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19.

pagina 24 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Figuur 5.4.5: Locaties van mogelijk geschikte nest- en rustplaatsen voor de huismus en de gierzwaluw binnen de invloedssferen van het planvoornemen van plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19.

5.4.3 Deelconclusie vogels

Naar alle waarschijnlijkheid benut een aantal vogelsoorten met jaarrond beschermd nest plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 als broed- en/of leefgebied. Daarom is verder onderzoek naar het voorkomen en broeden van deze soorten binnen dit plangebied noodzakelijk. Het betreft de steenuil, de kerkuil, de huismus en de gierzwaluw. Bij plangebied 2 worden geen beschermde nest-, rust- en verblijfplaatsen of leefgebied van jaarrond beschermde soorten verwacht. Nader onderzoek naar vogels is daarom op deze locatie niet noodzakelijk. Wel benut een aantal algemeen voorkomende vogelsoorten het plangebied als foerageer- en broedgebied. Dit vormt echter geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied zal geen essentieel foerageergebied zijn voor deze soorten en het gebied kan bovendien deels als foerageergebied in gebruik blijven. Soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden binnen en in de directe omgeving van het plangebied. Dit geldt ook voor soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is bij ecologische zwaarwegende redenen. Er kunnen geen verstorende werkzaamheden zoals sloop- en bouwwerkzaamheden of verwijdering van beplanting plaatsvinden wanneer er broedende vogels aanwezig zijn in het plangebied of in de

pagina 25 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

nabije omgeving ervan. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van de algemeen voorkomende vogels, de vogelsoorten zonder jaarrond beschermde nesten en de soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is bij ecologische zwaarwegende redenen. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden tussen begin oktober en half februari worden er eveneens geen nadelige effecten verwacht voor deze vogels.

5.5 Grondgebonden zoogdieren 5.5.1 Soortverspreiding Onderstaande tabel geeft een overzicht van de in het wild levende grondgebonden zoogdieren die zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied sinds het jaar 2000 (NDFF). Zeezoogdieren, huisdieren, vee en exoten zijn niet opgenomen in de lijst en vleermuizen worden in het volgende deelhoofdstuk behandeld. Er is voor elke soort aangegeven of die op Europese (EU) of nationale (NL) schaal bescherming geniet, of er zorgplicht geldt voor de soort (ZORG) en of de soort vrijgesteld is van bescherming (VRIJ) in de provincie van het plangebied. De laatste kolom (plangebied) vat samen welke beschermde soorten relevant zijn voor het plangebied (***). Deze soorten worden behandeld in de volgende paragrafen. Tabel 5.5.1: Lijst van grondgebonden zoogdieren die voorkomen in de omgeving van het plangebied. Nederlandse soortnaam bever bosmuis bruine rat bunzing damhert das dwergmuis dwergspitsmuis eekhoorn egel haas

Latijnse soortnaa

Diergroep

EU

NL

ZORG

X

X

X

X

X

VRIJ

Plan. 1

Plan. 2

***

***

m Castor

knaagdieren-overige

fiber Apodemus

knaagdieren-ware

sylvaticus

muizen

Rattus

knaagdieren-ware

norvegicus

muizen

Mustela

roofdieren-

putorius

marterachtigen

Dama

evenhoevigen

dama Meles

roofdieren-

meles

marterachtigen

Micromys

knaagdieren-ware

minutus

muizen

Sorex

insecteneters-

minutus

spitsmuizen

Sciurus

knaagdieren-overige

vulgaris Erinaceus

insecteneters-overige

europaeus Lepus

haasachtigen

X

X X

X

***

***

X

X

nee

***

X

X

***

***

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

nee ***

***

pagina 26 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Nederlandse soortnaam

Latijnse soortnaa

Diergroep

EU

NL

ZORG

X

X

VRIJ

Plan. 1

Plan. 2

nee

***

m europaeus

hermelijn huismuis huisspitsmuis konijn mol ondergrondse woelmuis ree

Mustela

roofdieren-

erminea

marterachtigen

Mus

knaagdieren-ware

musculus

muizen

Crocidura

insecteneters-

russula

spitsmuizen

Oryctolagu

haasachtigen

s cuniculus Talpa

knaagdieren-

subterrane

woelmuizen

Capreolus

evenhoevigen

capreolus roofdierenmarterachtigen

tweekleurige

Sorex

insecteneters-

bosspitsmuis

coronatus

spitsmuizen

Microtus

knaagdieren-

arvalis

woelmuizen

Vulpes

roofdieren-

vulpes

hondachtigen

Neomys

insecteneters-

fodiens

spitsmuizen

vos waterspitsmuis wezel woelrat

X

X

X

X

X

X

X

X

nee

X

X

X

X

X

X

X

X

nee

X

X

X

nee

X

X

X

X

X

***

nee

X

X

***

***

X

X

us

foina

veldmuis

X

insecteneters-overige

Microtus

nee

X

europaea

Martes

steenmarter

X

Mustela

roofdieren-

nivalis

marterachtigen

Arvicola

knaagdieren-

amphibius

woelmuizen

***

X

***

nee

Diergroepen zijn volgens het soortenoverzicht van de Zoogdiervereniging van Nederland ().

5.5.2 Waarnemingen en analyse Tijdens het veldbezoek zijn exemplaren of voortplantings- en/of verblijfplaatsen van soorten aangetroffen die zijn beschermd volgens de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Het betreft de bever en de steenmarter. Hieronder wordt de functie van het plangebied voor elke soort die de laatste twintig jaar in de buurt van het plangebied is waargenomen verduidelijkt.

pagina 27 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Bever Leefgebied

Bevers leven in het overgangsgebied tussen land en water zoals in moerassen, langs beken en bij rivieren en meren. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste voor de bever, waarbij open of rotsige oevers worden gemeden.

Plangebied 1

Het waterlichaam ten zuiden grenzend aan het plangebied is omgeven door bosschage en is daarmee geschikt als leefgebied voor de bever door de aanwezigheid van natuurlijke schuilplaatsen en voedsel. Tevens zijn er waarnemingen bekend van de bever in de Aa ten noorden grenzend aan het plangebied (op circa 1,5 km) en in de Zuid-Willemsvaart ten zuidwesten (op circa 450 m) van het plangebied. Er zijn in de directe omgeving van en binnen het plangebied geen sporen waargenomen van de bever. De waterlichamen blijven middels het planvoornemen onaangetast. Het plangebied zelf is, vanwege het ontbreken van geschikt oppervlaktewater met beplanting, ongeschikt als leefgebied voor de bever. Vanwege de afstand tot het geschikte leefgebied voor de bever (>100 meter), de aard van de werkzaamheden (sloop enkel bebouwing) en de afwezigheid van sporen binnen en in de directe omgeving van het plangebied is verstoring van de bever middels het planvoornemen niet te verwachten.

Plangebied 2

Het plangebied is dusdanig ver van geschikt oppervlaktewater gelegen dat een negatief effect van het planvoornemen op de bever redelijkerwijs valt uit te sluiten.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) Leefgebied

De bunzing en hermelijn geven de voorkeur aan gebieden met oppervlaktewater en voldoende schuilmogelijkheden, zoals heggen, houtwallen, bosranden en natuurlijke oevers. De wezel leeft in open en droge, natuur- en cultuurlandschappen die dekking bieden door middel van bosschages, houtstapels en heggen.

Plangebied 1 (bunzing en wezel)

Het plangebied is beperkt geschikt voor deze soorten vanwege de geringe natuurlijke schuilmogelijkheden en het open karakter van het terrein. Ook zijn er geen sporen aangetroffen zoals holen, vraatsporen of uitwerpselen. In de omgeving van het plangebied is daarnaast geschikter leefgebied aanwezig, zoals de bosschages in de omgeving van het plangebied. Het

pagina 28 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

slopen van de bebouwing zal naar verwachting daarom geen negatief effect hebben op kleine marterachtigen. Plangebied 2 (bunzing, hermelijn en wezel)

Het plangebied is niet geschikt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende aaneengesloten schuilmogelijkheden binnen het terrein. Tevens is het plangebied kleiner dan 10.000 m2 waardoor een nader vervolgonderzoek niet aan de orde is.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Damhert Leefgebied

Het leefgebied van het damhert bestaat uit lichte loofbossen en gemengde bossen. Deze soort heeft een voorkeur voor oudere bossen met een dichte onderbegroeiing. Belangrijk is dat er voldoende gras in de omgeving is. Vrij levende populaties komen voor in de duingebieden van Kennemerland, SchouwenDuivenland, de Veluwe en in de Manteling van Walcheren, het Horsterwold en op de Utrechtste Heuvelrug.

Plangebied 2

Hoogstwaarschijnlijk is het damhert waargenomen in de nabijheid van het plangebied in een dierenparkje. Het plangebied is ongeschikt voor deze soort omdat geschikt

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

leefgebied in de vorm van bos ontbreekt. Nee

Das Leefgebied

De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen, zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven.

Plangebied 1

Het plangebied is gelegen in een (kleinschalig) akker- en weidelandschap. Het plangebied en omgeving is daarom potentieel geschikt voor de das. De das kan het plangebied mogelijk sporadisch bezoeken om te foerageren. Echter, gezien de omgeving met bosschages en voldoende alternatieve akker- en weilanden kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat het plangebied een essentieel onderdeel van het leefgebied omvat.

Plangebied 2

Het plangebied is ongeschikt voor de das door de afwezigheid van bosjes, heggen en houtwallen welke voldoende dekking kunnen bieden.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

pagina 29 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Eekhoorn Leefgebied

Eekhoorns leven in loofbos, naaldbos of gemengd bos, maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos mits er voldoende voedsel aanwezig is.

Plangebied 1

Binnen het plangebied is een enkele boom aanwezig die als schuilmogelijkheid kan dienen, echter is het plangebied en omgeving ongeschikt als eekhoornleefgebied door de beperkte aanwezigheid van voedselbronnen. Er zijn tevens geen eekhoornnesten in of nabij het plangebied aangetroffen.

Plangebied 2

Aan het plangebied grenst één boom, hierin zijn geen eekhoornnesten waargenomen. Tevens bevat het plangebied onvoldoende voedsel- en schuilmogelijkheden om als leefgebied van de eekhoorn te kunnen dienen.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Steenmarter Leefgebied

De steenmarter komt vooral voor in parklandschap en heeft een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw met oude schuren of gebouwen. Daarbij is de aanwezigheid van elementen zoals groenstroken, heggen, bosjes, greppels en bermen van belang. De steenmarter gebruikt verblijfplaatsen zoals boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders, kruipruimtes, spouwmuren en onder dakbedekkingen.

Plangebied 1

Het plangebied is gelegen in een landschap met (kleinschalige) landbouw en bevat (oude) schuren. Tevens is er in een klein stalletje een plukplaats aangetroffen met afgebeten veren (tabel 5.5.2 en figuur 5.5.1). Dit kan op de aanwezigheid van een steenmarter duidden. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om de aanwezigheid aan te tonen, dan wel uit te sluiten.

Plangebied 2

Er zijn binnen het plangebied geen geschikte ruimten aanwezig in bomen of gebouwen die als verblijfplaats voor de steenmarter kunnen dienen. Er zijn beperkt struwelen aanwezig, deze zijn echter niet aaneengesloten en onderhevig aan verstoring van de weg. Tevens zijn er geen sporen gevonden die duiden op de aanwezigheid van een steenmarter. De aanwezigheid van een steenmarterverblijfplaats binnen plangebied 2 kan redelijkerwijs worden uitgesloten.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Ja, voor plangebied 1.

pagina 30 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Tabel 5.5.2: Lijst van aangetroffen potentiële vaste verblijfplaatsen en leefgebieden van de steenmarter. Locatie binnen het plangebied

Beschrijving van de locatie

Dieren waargenomen

1

Noordwestelijk nabij bebouwing

Klein stalletje

nee

2

Zuidelijkste bebouwing

Schuren

nee

Foto A

Foto B Figuur 5.5.1: Foto’s van een mogelijk geschikte verblijfplaats en geschikt leefgebied voor de steenmarter binnen het plangebied. Waterspitsmuis Leefgebied

De waterspitsmuis is een vrij zeldzame, nationaal beschermde soort in Nederland. Waterspitsmuizen leven in beek- en rivierdalen langs niet te voedselrijk water.

Plangebied 2

Het plangebied is ongeschikt voor deze soort omdat geschikt leefgebied in de vorm van oppervlaktewater ontbreekt. In de waterrijke gebieden bij de Aa in de buurt van het plangebied vinden waterspitsmuizen mogelijk geschikt leefgebied.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

In de omgeving van het plangebied zijn voldoende alternatieven aanwezig in de vorm van akkerlanden, weilanden en bosschages om als foerageergebied te dienen voor algemeen voorkomende soorten. De plangebieden zullen deels beschikbaar blijven als foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren. Daarnaast zal de ingreep bij plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 leiden tot een verbetering van het leefgebied. Er worden immers door de geplande nieuwe inrichting meer schuilplaatsen en voedselbronnen gecreëerd.

pagina 31 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

5.5.3 Deelconclusie grondgebonden zoogdieren

Binnen plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 zijn (potentiële) vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen en/of leefgebied vastgesteld van een soort die beschermd is via de Habitatrichtlijn en niet zijn vrijgesteld door de provincie. Daarom is verder onderzoek naar deze soort binnen dit plangebied noodzakelijk. Het betreft de steenmarter. Binnen plangebied 2 aan de Veldstraat zijn geen (potentiële) vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen of leefgebied van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie vastgesteld. Voor deze locatie is geen vervolgonderzoek ten aanzien van grondgebonden zoogdieren noodzakelijk. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er daarom geen negatieve effecten te verwachten voor deze zoogdiersoorten.

5.6 Vleermuizen 5.6.1 Soortverspreiding Alle in Nederland voorkomende vleermuizen hebben een beschermde status. Het is verboden hun verblijfplaatsen aan te tasten, hun essentieel foerageergebied te vernietigen of hun vliegroutes te verstoren. Vleermuizen huizen in grotten, in boomholten of in spouwen of zolders van huizen. Ze maken gebruik van vliegroutes om zich te verplaatsen van verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Hiervoor worden lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals heggen en houtwallen gebruikt. Tijdens het veldbezoek is nagegaan (i) of er op het plangebied locaties zijn die kunnen dienen als winter-, kraam-, paar-, zomer- en/of jaarrondverblijfplaats voor vleermuizen, (ii) of het plangebied geschikt is als foerageergebied voor vleermuizen en zo ja, (iii) of het essentieel foerageergebied is en (iv) of er essentiële vliegroutes door het plangebied lopen. Onderstaande tabel duidt voor elke in Nederland voorkomende vleermuissoort aan of de soort is waargenomen in de omgeving van het plangebied sinds het jaar 2000 (NDFF) (tabel 5.6.1 – omgeving plangebied). Tabel 5.6.1: Lijst van in Nederland voorkomende vleermuizen met aanduiding van hun type verblijfplaatsen en hun voorkomen in de omgeving van het plangebied Nederlandse soortnaam

Latijnse soortnaam

Baardvleermuis

Myotis mystacinus

Bechsteins vleerrmuis

Myotis bechsteinii

Verblijfplaatsen zomer: gebouwen, bomen winter: groeven, bunkers, kelders zomer: bomen

Omg.

Omg.

plan. 1

Plan. 2

nee

nee

nee

nee

pagina 32 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Nederlandse soortnaam

Omg.

Omg.

plan. 1

Plan. 2

ja

ja

nee

nee

ja

Ja

gebouwen, bomen

ja

nee

gebouwen

ja

ja

Latijnse soortnaam

Verblijfplaatsen winter: grotten

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri

Brandt’s vleermuis

Myotis brandtii

Bruine grootoorvleermuis

Plecotus auritus

Franjestaart

Myotis nattereri

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

gebouwen, bomen zomer: gebouwen winter: groeven, grotten, bunkers zomer: gebouwen, bomen winter: ondergrondse ruimten

Grijze grootoorvleermuis

Plecotus austriacus

gebouwen

nee

ja

Grote rosse vleermuis

Nyctalus lasiopterus

bomen, rotsspleten

nee

nee

Ingekorven vleermuis

Myotis emarginatus

nee

nee

nee

nee

ja

ja

nee

nee

nee

nee

ja

ja

ja

ja

nee

nee

nee

nee

ja

nee

zomer: gebouwen winter: gebouwen, groeven

Rhinolophus

zomer: zolders, grotten

ferrumequinum

winter: grotten

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

gebouwen

Meervleermuis

Myotis dasycneme

Grote hoefijzerneus

zomer: gebouwen winter: bunkers, groeven

Barbastella

zomer: gebouwen, bomen

barbastellus

winter: grotten, bunkers, kelders

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

bomen

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Mopsvleermuis

zomer: gebouwen winter: gebouwen, bomen zomer: gebouwen

Tweekleurige vleermuis

Vespertillo murinus

winter: grotten, kelders, gebouwen

Vale vleermuis

Myotis myotis

Watervleermuis

Myotis daubentoni

zomer: gebouwen, bomen winter: grotten, groeven, kelders zomer: bomen, zolders, bunkers winter: ondergrondse ruimten

Informatie via Vleermuis.net (Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN)).

5.6.2 Waarnemingen en analyse Verblijfplaatsen Gebouwbewonende vleermuissoorten De te slopen bebouwing die aanwezig is binnen plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 is gedeeltelijk geschikt als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn toegangen en ruimten aanwezig die geschikt zijn als vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen. Daarom dient er aanvullend onderzoek te worden gedaan naar deze soortgroep. In de onderstaande tabel 5.6.2 en figuur 5.6.1 en 5.6.2 zijn de details van de mogelijke locaties weergegeven.

pagina 33 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Tabel 5.6.2: Lijst van aangetroffen potentiële vaste verblijfplaatsen van vleermuizen Locatie binnen het plangebied

Beschrijving van de locatie

Geschikt voor Bosvleermuis, bruine grootoorvleermuis,

1

Dak schuren (figuur 5.6.1 – foto

Ruimte onder kantpannen, tussen

A, B, C en D)

daklijst en onder dakpannen

franjestaart, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis

Foto A – dak schuur

Foto B – dak schuur

Foto C – dak schuur

Foto D – dak schuur

Figuur 5.6.1: Foto’s van mogelijk geschikte vleermuisverblijfplaatsen binnen de invloedssferen van het planvoornemen van het plangebied 1 aan de AA-Burgstraat 19.

pagina 34 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Figuur 5.6.2: Locaties van mogelijk geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen binnen de invloedssferen van het planvoornemen van plangebied 1 aan de AA-Burgstraat 19. Binnen plangebied 2 aan de Veldstraat is geen bebouwing aanwezig waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen op deze locatie kan worden uitgesloten. Boombewonende vleermuissoorten Er zijn binnen de plangebieden geen bomen aangetroffen met geschikte holtes of scheuren die dienst kunnen doen als vaste verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Van de bomen aan de AA-Brugstraat en Veldstraat kon niet volledig worden uitgesloten dat er geen geschikte holten aanwezig zijn. Wanneer bomen langs deze wegen worden gekapt is een nadere boomholtecheck noodzakelijk.

Foerageergebied Mogelijk zullen de plangebieden gebruikt worden als foerageergebied. Het is echter geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen omdat in de directe omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn, zoals de akker- en weilanden en watergangen in de omgeving. Bovendien zullen de plangebieden na realisatie van het planvoornemen ook deels in gebruik kunnen blijven als foerageergebied en/of zelfs geschikter worden. Vliegroutes Binnen de plangebieden zijn geen lange, aaneengesloten bomenrijen en andere lijnvormige landschapsstructuren zoals hoge heggen en houtwallen aanwezig die dienst kunnen doen als vliegroutes voor vleermuizen. Wel kunnen de bomen aan de AA-Brugstraat dienst doen als

pagina 35 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

vliegroute. Wanneer bomen uit deze structuur worden gekapt is aanvullend vleermuisonderzoek naar vliegroutes noodzakelijk.

5.6.3 Deelconclusie vleermuizen

Er zijn binnen plangebied 1, aan de AA-Brugstraat 19, locaties aangetroffen die mogelijk geschikt zijn als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar deze soortgroep op deze locatie is daarom noodzakelijk. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. Indien de geplande werkzaamheden overdag uitgevoerd worden, is een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten.

5.7 Amfibieën, reptielen en vissen 5.7.1 Soortverspreiding Amfibieën en reptielen Onderstaande tabellen geven een overzicht van de in het wild levende amfibieën en reptielen die zijn waargenomen in de omgeving van het plangebied sinds het jaar 2000 (NDFF). Exoten zijn niet opgenomen in de lijst. In de laatste kolom (plangebied) worden de relevante, beschermde soorten die in de volgende paragrafen behandeld worden, aangeduid met ***. Tabel 5.7.1: Lijst van amfibieën die voorkomen in de omgeving van het plangebied Nederlandse soortnaam

Latijnse soortnaam

alpenwatersalamander

NL

ZORG

Ichthyosaura alpestris

X

X

Pelophylax kl. esculentus

X

X

X

bruine kikker

Rana temporaria

X

X

X

gewone pad

Bufo bufo

X

X

X

kamsalamander

Triturus crisatus

X

X

bastaardkikker of middelste groene kikker

EU

X

VRIJ

kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

X

X

X

meerkikker

Pelophylax ridibundus

X

X

X

poelkikker

Pelophylax lessonae

X

X

X

Plan.

Plan.

1

2

nee

***

***

***

nee ***

***

pagina 36 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

Tabel 5.7.2: Lijst van reptielen die voorkomen in de omgeving van het plangebied Nederlandse soortnaam

Latijnse soortnaam

levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

muurhagedis

Podarcis muralis

EU

X

VRIJ

Plan.

Plan.

NL

ZORG

1

2

X

X

***

***

X

X

nee

***

EU = op Europese schaal beschermd; NL = op nationale schaal beschermd; ZORG = zorgplicht van toepassing; VRIJ = vrijgesteld van bescherming in de provincie van het plangebied

Vissen Van de in Nederland voorkomende vissoorten zijn er twee soorten Europees en acht soorten nationaal beschermd. Deze soorten zijn veelal afhankelijk van zuiver water en speciale omgevingscondities. Tijdens het veldwerk is nagegaan of er in het plangebied geschikt oppervlaktewater aanwezig is voor deze soorten.

5.7.2 Waarnemingen en analyse Amfibieën Hieronder wordt de functie van het plangebied voor elke soort die de laatste twintig jaar in de buurt van het plangebied is waargenomen verduidelijkt. Alpenwatersalamander Leefgebied

De alpenwatersalamander leeft in niet snel stromend water dat niet te rijk is aan vis. Alpenwatersalamanders komen vaak voor in de buurt van bos en/of houtwallen en hebben een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen.

Plangebied 2

Door de afwezigheid van geschikt overwinterings- en voortplantingshabitat in of in de directe omgeving van het plangebied is het plangebied ongeschikt voor deze soort.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Kamsalamander Leefgebied

De kamsalamander komt voor op zandgronden en in beekdalen en geeft de voorkeur aan een bosrijk landschap met houtwallen en struwelen. De soort leeft in poelen, vijvers, matig voedselrijke (mesotrofe) vennen en in leemputten.

Plangebied 1

Zuidelijk op circa 100 meter van het plangebied aan de AA-Brugstraat 19 grenst een waterlichaam welke in contact staat met de Aa. Aan het waterlichaam is ten zuiden een bosschage aanwezig. Het waterlichaam is daarmee matig geschikt als voortplantingshabitat voor de kamsalamander. Binnen het plangebied is ook een greppel aanwezig welke in contact staat met het

pagina 37 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

aangrenzende waterlichaam. Daarnaast zijn er waarnemingen in de omgeving van het plangebied (Waarneming.nl) van de kamsalamander. Het planvoornemen betreft een beperkte ingreep. De sloop van de schuren zal geen negatief effect hebben op de kamsalamander. De bossingel met beplanting kan worden aangelegd in het voortplantingsseizoen van de kamsalamander, wanneer de soort zich in het voortplantingswater bevindt (februari – juni). De infiltratiegreppel kan worden aangelegd in de overwinteringsperiode van de kamsalamander, wanneer de soort zich op het land bevindt (half oktober – januari). Indien er op deze manier gewerkt wordt, is aanvullend onderzoek naar de kamsalamander niet noodzakelijk. Plangebied 2

Binnen het plangebied is geen geschikt oppervlaktewater en/of landhabitat aanwezig. De aanwezigheid van de kamsalamander binnen het plangebied kan daarmee redelijkerwijs worden uitgesloten.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee, indien voor plangebied 1 de bossingel met beplanting wordt aangelegd in het voortplantingsseizoen (februari – juni) en de infiltratiegreppel in de overwinteringsperiode (half oktober – januari) van de kamsalamander.

Poelkikker Leefgebied

Het leefgebied van de poelkikker bestaat uit vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden en in de uiterwaarden.

Plangebied 1

Door de afwezigheid van deze landschapstypen, vormt het plangebied geen geschikte leefomgeving voor de poelkikker.

Plangebied 2

Door de afwezigheid van deze landschapstypen, vormt het plangebied geen geschikte leefomgeving voor de poelkikker.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Reptielen Hieronder wordt de functie van het plangebied voor elke soort die de laatste twintig jaar in de buurt van het plangebied is waargenomen verduidelijkt. Levendbarende hagedis Leefgebied

De levendbarende hagedis komt voor in redelijk dicht begroeide gebieden, zoals (vochtige) heide, veen, schraal grasland, open plekken in bossen en rijk

pagina 38 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

begroeide bosranden. Deze soort wordt voornamelijk aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Plangebied 1

Het plangebied is voor de levendbarende hagedis, die wel in de omgeving van het plangebied voorkomt, ongeschikt door de afwezigheid van vochtige heide, de agrarische ligging en de zeer beperkte aanwezigheid van schuilmogelijkheden.

Plangebied 2

Het plangebied is ongeschikt voor deze soort door de afwezigheid van schuilmogelijkheden en de agrarische ligging.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Muurhagedis Leefgebied

De muurhagedis komt voor in het zuiden van Nederlands Limburg. Dit reptiel leeft in warme, droge en open gebieden en verkiest oude muren om op te leven.

Plangebied 2

Vanwege het verspreidingsgebied en het ontbreken van geschikt habitat is het vrijwel uitgesloten dat deze soort voorkomt binnen het plangebied. Mogelijk werden in de nabijheid van het plangebied niet wilde waarnemingen geregistreerd.

Aanvullend onderzoek noodzakelijk?

Nee

Vissen Ten zuiden op circa 100 meter afstand van het plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 is een waterlichaam aanwezig welke in contact staat met de Aa. De Aa is noordelijk van het plangebied gelegen. Binnen en grenzend aan het plangebied zijn greppels gelegen welke ook in contact staan met dit waterlichaam. In de Aa zijn waarnemingen bekend van de grote modderkruiper (Waarnemingen.nl). De grote modderkruiper is opgenomen in de habitatrichtlijn en is daarmee beschermd middels de Wet natuurbescherming. De aanleg van de infiltratiegreppel kan leiden tot tijdelijke verstoring van het leefgebied van de grote modderkruiper. Er zal geen leefgebied van de grote modderkruiper verloren gaan en er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden tijdens de werkzaamheden voor de grote modderkruiper. Binnen en nabij plangebied 2 aan de Veldstraat zijn geen geschikte waterlichamen voor beschermde vissen aanwezig. Hierdoor valt een negatief effect van het planvoornemen op beschermde vissen op deze locatie uit te sluiten.

pagina 39 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

5.7.3 Deelconclusie amfibieën, reptielen en vissen

Binnen plangebied 1 aan de AA-Brugstraat 19 zijn mogelijk vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen en/of leefgebied van een soort die is beschermd via de Habitatrichtlijn en niet is vrijgesteld door de provincie. Het betreft leefgebied van de kamsalamander. Aanvullend onderzoek naar deze soort is niet noodzakelijk bij plangebied 1 indien de bossingel met beplanting wordt aangelegd in het voortplantingsseizoen (februari – juni) en de infiltratiegreppel in de overwinteringsperiode (half oktober – januari) van de kamsalamander. Binnen plangebied 2 worden geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen en/of leefgebied van soorten die zijn beschermd via de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie verwacht. Aanvullend onderzoek naar beschermde amfibieën, reptielen en vissen is daarom op deze locatie niet van toepassing. Algemeen voorkomende soorten, zoals bijvoorbeeld de gewone pad en de bruine kikker, zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor deze soorten.

5.8 Ongewervelden 5.8.1 Soortverspreiding Meer dan vijftig soorten insecten, onder andere vlinders, libellen en kevers, zijn wettelijk beschermd in Nederland. Daarnaast genieten sommige weekdieren, zoals mossels, ook bescherming. Veelal stellen deze soorten bijzondere eisen aan hun habitat en komen ze dus voor op specifieke plaatsen, zoals bijvoorbeeld poelen met helder water of graslanden met bloemrijke vegetatie. Tijdens het veldbezoek is nagegaan of het plangebied geschikt is voor beschermde ongewervelden.

5.8.2 Waarnemingen en analyse Beschermde soorten ongewervelden zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen de plangebieden. Aan de specifieke eisen die deze soorten stellen aan hun leefgebied is binnen het plangebied niet voldaan.

5.8.3 Deelconclusie ongewervelden

Er zijn geen negatieve effecten te verwachten van dit planvoornemen met betrekking tot ongewervelde fauna.

pagina 40 van 48

documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1

5.9 Invasieve exoten 5.9.1 Soortverspreiding Exoten zijn uitheemse dier- en plantensoorten die na het jaar 1500 door toedoen van de mens terecht gekomen zijn in Nederland terwijl ze er oorspronkelijk niet voorkwamen. Sommige van deze exotische soorten vormen een bedreiging voor de Nederlandse inheemse soorten. Deze exotische soorten worden invasieve exoten genoemd. Ze hebben weinig tot geen natuurlijke vijanden in Nederland en zijn veelal moeilijk te bestrijden. Er zijn in Nederland meer dan 2000 exotische soorten waarvan er een 150 als invasieve exoot negatieve effecten hebben op de biodiversiteit, de ecosystemen en zelfs de economie van Nederland. Op Europese schaal werd een lijst opgesteld van 68 soorten schadelijke exotische dieren en planten waarvoor de lidstaten verplicht zijn populaties op te sporen, te beheren en te verwijderen. Tijdens het veldbezoek is nagegaan of er binnen of in de directe omgeving van het plangebied invasieve exoten voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=ed26f8a7-c2c5-4836-966e-c884986377ad