Bijlage III Flora en fauna-1-6-2023
Tekst van het document
5.9.2 Waarnemingen en analyse Er werden geen soorten waargenomen binnen het plangebied waarvoor de Europees exotenverordening geldt. Verder zijn er ook geen soorten waargenomen die in Nederland actief bestreden moeten worden.
5.9.3 Deelconclusie invasieve exoten
Binnen het planvoornemen zijn er geen verplichtingen aangaande invasieve exoten.
pagina 41 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
6 Conclusies 6.1 Beschermde gebieden en soorten Onderstaande tabel bundelt de conclusies in verband met gebiedsbescherming en
Natuurnetwerk Nederland
Houtopstanden
Planten
Vogels
Grondgebonden zoogdieren
Vleermuizen
Amfibieën
Reptielen
Vissen
Ongewervelden
Invasieve exoten
Zorgplicht
Natura 2000
soortbescherming uit de hoofdstukken 3, 4 en 5.
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Aanvullende maatregelen /
X
X
X
X
aanpassingen Overtreding wet natuurbescherming Aanvullend onderzoek Advies
x
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Legenda: X
Wettelijk verplicht Niet te verwachten
X
Te verwachten
X
Noodzakelijk
X
Relevant Niet relevant
pagina 42 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
6.2 Aanvullend onderzoek Voor de uitvoering van het planvoornemen in plangebied 2 aan de Veldstraat ong. zijn geen verdere vervolgstappen inzake de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Voor de uitvoering van het planvoornemen in plangebied 1 zijn wel vervolgstappen noodzakelijk, namelijk aanvullend onderzoek inzake soortbescherming. Onderstaande tabel geeft per soort een overzicht van de periode waarin de aanvullende onderzoeken gespreid gepland moeten worden en van het aantal veldbezoeken en waarnemers (per bezoek) dat noodzakelijk is. De procedures voor deze onderzoeken liggen vast in soortinventarisatieprotocollen (Netwerk Groene Bureaus) en kennisdocumenten (BIJ12). Periode Soort
J
F
M
A
M
J
J
A
S
O
N
D
#
huismus
2x
1
gierzwaluw
3x
2
steenuil
4x
2
kerkuil
4x
2
steenmarter
5x
1
vleermuizen
6x
2
Waar donker geel de optimale onderzoeksperiodes aanduidt, geeft lichtgeel de periodes aan waarin slechts een bepaald deel van het onderzoek kan gebeuren.
6.3 Zorgplicht 6.3.1 Definitie zorgplicht Voor alle in het wild levende plant- en diersoorten en voor hun directe leefomgeving geldt een zorgplicht (Wet Natuurbescherming – artikel 1.11). Met deze zorgplicht worden naast de nationaal en Europees aangewezen beschermde soorten en gebieden ook algemenere overige inheemse soorten beschermd. De zorgplicht houdt in dat men handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze nadelige gevolgen kunnen hebben voor in het wild levende dieren en planten; -
achterwege laat;
-
indien achterwege laten niet passend is, maatregelen neemt om nadelige gevolgen te voorkomen;
-
indien die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Het is wettelijk verplicht invulling te geven aan deze zorgplicht.
6.3.2 Negatieve effecten voorkomen – algemene maatregelen Bij de uitvoering van sloop- en bouwprojecten kunnen werkzaamheden veelal niet achterwege gelaten worden. Het is daarbij verplicht om maatregelen te nemen en daarmee de nadelige gevolgen op inheemse plant- en diersoorten te beperken of te voorkomen.
pagina 43 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
Nadelige gevolgen kunnen veelal voorkomen worden door te werken in de minst-kwetsbare periode, zoals buiten de winterslaap, voortplantingstijd en periode van afhankelijkheid van jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle soortgroepen gelijk. In het algemeen geldt de periode van half oktober tot eind november als ‘veilige’ periode voor alle diergroepen. Dit is de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn en de mogelijkheid hebben om zich te verplaatsen. Bovendien zijn de jongen uit het laatste legsel van late broeders zoals de houtduif dan ook uitgevlogen (Vogelbescherming Nederland). Daarnaast kunnen negatieve gevolgen op algemeen voorkomende soorten beperkt worden door tijdens de werkzaamheden zodanig te werken dat dieren het plangebied kunnen verlaten zodat verwonding of doding van individuen wordt voorkomen. Voorbeelden zijn: de werkzaamheden in de richting van een vluchtgebied uitvoeren, de werkzaamheden langzaam opstarten en/of langzaam werken zodat dieren de tijd hebben om het plangebied te ontvluchten, voorafgaand aan de start van werkzaamheden verstoring creëren zodat dieren uit het plangebied vluchten. Een voorbeeld om negatieve gevolgen op de aanwezige vegetatie te voorkomen is het beschermen van bomen om zo beschadiging van de stammen te voorkomen.
Verder worden negatieve gevolgen op inheemse fauna beperkt door werkzaamheden zo veel mogelijk overdag uit te voeren. Bij gebruik van verlichting dient deze zo geplaatst te worden dat enkel de werkzaamheden gericht verlicht worden. Lichtverstrooiing kan vermeden worden door het gebruik van kappen.
6.3.3 Negatieve effecten voorkomen – soortgerichte maatregelen Zorgplicht algemene broedvogels Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen het broedseizoen van algemeen voorkomende broedvogels (globaal van 15 maart tot 15 juli) dan is het noodzakelijk ervoor te zorgen dat het gebied vóórafgaand aan het broedseizoen, en zonder de verstoring van andere soorten, ongeschikt is gemaakt als broedlocatie. Door het plangebied ongeschikt te maken kan worden voorkomen dat vogels zich binnen het plangebied vestigen. Broedgevallen die tijdens of vlak voor de werkzaamheden ontstaan in en direct grenzend aan het plangebied, zijn immers ook onderhevig aan de zorgplicht. Het ongeschikt maken van het plangebied voor algemene broedvogels dient te gebeuren door de aanwezige struiken, bomen en grasland kort te snoeien/te maaien vóór aanvang van het broedseizoen en deze ook kort te houden gedurende het broedseizoen. Indien werken binnen het broedseizoen noodzakelijk is, dient men voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een broedvogelcheck te laten uitvoeren door een bevoegd ecoloog. Bij aanwezigheid van broedgevallen binnen de verstoringszone van de geplande werkzaamheden dienen aanvullende maatregelen genomen te worden of kunnen werkzaamheden geen doorgang vinden.
Zorgplicht algemene amfibieën Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen het voortplantingsseizoen van algemeen voorkomende amfibieën (grofweg van 15 maart tot 15 augustus), kan het aanwezige voortplantingswater zoals de greppels worden afgezet met een amfibieënscherm zodat deze zich niet kunnen vestigen binnen het plangebied. Wanneer gewerkt gaat worden in de overwinteringsperiode (grofweg van oktober – maart) van algemene amfibieën kan het plangebied vóór deze periode afgezet worden met een amfibieënscherm om te voorkomen pagina 44 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
dat amfibieën zich binnen het plangebied vestigen. Vestiging pionierssoorten De plangebieden bevinden zich binnen het verspreidingsgebied van de oeverzwaluw. De oeverzwaluw is een echte pionierssoort die zich snel kan vestigen. De soort broedt in kolonieverband in zelf gegraven gangen in steile zandwanden (Vogelbescherming Nederland). Om vestiging van oeverzwaluwen binnen het plangebied te voorkomen, dient het bouwterrein zo te worden ingericht dat het gebied niet aantrekkelijk wordt voor deze soort. Wanneer gronddepots gecreëerd worden, is het noodzakelijk dat de wanden afgevlakt worden of bedekt worden om te voorkomen dat de oeverzwaluw zich in het zanddepot gaat vestigen. De plangebieden bevinden zich binnen het verspreidingsgebied van de kleine plevier. Dit is een pionier soort die zich snel kan vestigen op (tijdelijk) geschikt terrein, zoals afgravingen, bouwplaatsen en grindgaten. De kleine plevier maakt als nest een kuiltje in de grond dat wordt bekleed met steentjes (Vogelbescherming Nederland). Het plaatsen van vlaggetjes in het plangebied kan het terrein minder aantrekkelijk maken. Echter is het uitsluiten van vestigen van de kleine plevier nagenoeg onmogelijk.
6.3.4 Acties bij aantreffen beschermde soorten Indien er tijdens de werkzaamheden, ondanks voorgenomen maatregelen, toch beschermde soorten of broedgevallen binnen het plangebied zijn gevestigd dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient een ecologisch deskundige te worden ingeschakeld. Hiermee kan schade en verstoring van deze individuen zo veel mogelijk worden voorkomen en wordt er geen overtreding op de Wet natuurbescherming gemaakt.
6.4 Eindconclusie Plangebied 1 (AA-Brugstraat 19) • Het plangebied grenst aan het Natuurnetwerk Nederland. Gezien de aard van de werkzaamheden (sloop bebouwing en aanplant) met korte en tijdelijke duur, op een locatie waar reeds activiteiten worden uitgevoerd, valt een negatief effect op dat natuurgebied tijdens de werkzaamheden niet te verwachten wanneer er overdag wordt gewerkt, rekening wordt gehouden met het broedseizoen en er wordt gehandeld volgens de algemene zorgplicht. In de nieuwe situatie zal er niet meer verstoring op het omliggende Natuurnetwerk Nederland ontstaan, en effectenanalyse om verstoring door bijvoorbeeld licht, geluid of trillingen in kaart te brengen is daarom niet noodzakelijk. •
Nader onderzoek naar de huismus is noodzakelijk.
•
Nader onderzoek naar de gierzwaluw is noodzakelijk.
•
Nader onderzoek naar de steenuil en de kerkuil is noodzakelijk.
•
Nader onderzoek naar de steenmarter is noodzakelijk.
•
Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk.
•
Nader onderzoek naar de kamsalamander is noodzakelijk indien de bossingel met beplanting niet in het voortplantingsseizoen (februari – juni) en de infiltratiegreppel niet in de overwinteringsperiode (half oktober – januari) van de kamsalamander worden aangelegd.
•
De omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt
pagina 45 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
voorkomen. •
Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd.
•
Het plangebied dient voorafgaand aan het broedseizoen (globaal vanaf 15 maart) ongeschikt te worden gemaakt als broedlocatie voor algemene broedvogels.
•
Bij werken in de voortplantingsperiode van amfibieën (grofweg van 15 maart tot 15 augustus), dient het aanwezige voortplantingswater te worden afgezet met een amfibieënscherm. Wanneer gewerkt gaat worden in de overwinteringsperiode (grofweg van oktober – maart) van algemene amfibieën dient het plangebied vóór deze periode afgezet worden met een amfibieënscherm om te voorkomen dat amfibieën zich binnen het plangebied vestigen.
•
Om vestiging van oeverzwaluwen binnen het plangebied te voorkomen, dient het ontstaan van steile zandwanden vóór en tijdens het broedseizoen van de oeverzwaluwen (maart - juni) te worden voorkomen.
•
Om de kans op vestiging van de kleine plevier binnen het plangebied te verkleinen kunnen vlaggetjes in het plangebied geplaatst worden vóór en tijdens het broedseizoen (maart – juli).
•
Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
Plangebied 2 (Veldstraat ong.) • Er zijn geen vervolgstappen aangaande gebiedsbescherming dan wel soortbescherming op deze locatie noodzakelijk. •
De omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen.
•
Om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd.
•
Het plangebied dient voorafgaand aan het broedseizoen (globaal vanaf 15 maart) ongeschikt te worden gemaakt als broedlocatie voor algemene broedvogels.
•
Om vestiging van oeverzwaluwen binnen het plangebied te voorkomen, dient het ontstaan van steile zandwanden vóór en tijdens het broedseizoen van de oeverzwaluwen (maart - juni) te worden voorkomen.
•
Om de kans op vestiging van de kleine plevier binnen het plangebied te verkleinen kunnen vlaggetjes in het plangebied geplaatst worden vóór en tijdens het broedseizoen (maart – juli).
•
Voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft.
6.5 Advies 6.5.1 Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.
pagina 46 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
6.5.2 Checklist natuurvriendelijke maatregelen Bij het ontwerp van nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van de Checklist Groen Bouwen opgesteld door Vogelbescherming Nederland en de Zoogdiervereniging (Checklist Groen Bouwen). Diverse natuurbeschermingsinstanties en bedrijven geven hier meer informatie over.
pagina 47 van 48
documentkenmerk: 2208/018/FB-03, versie 1
7 Literatuurlijst Aanpak Stikstof. Nederland (Rijksoverheid Nederland, Den Haag, Nederland). [Online] aanpakstikstof.nl. BIJ12. Natuur en Landschap (BIJ12, Utrecht, Nederland). [Online] bij12.nl. Brochure MEZ. Ministerie van Economische Zaken - Soortbescherming bij ruimtelijke ingrepen versie 1.3 (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag, Nederland). [Online] Checklist Groen Bouwen. (Vogelbescherming Nederland en Zoogdiervereniging Nederland, Zeist en Nijmegen, Nederland). [Online] checklistgroenbouwen.nl. Natura 2000. Natura 2000 in Nederland (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Den Haag, Nederland). [Online] natura2000.nl. NDFF. Nationale Databank Floa en Fauna (NDFF) - Verspreidingsatlas (Nijmegen, Nederland). [Online] verspreidingsatlas.nl. Netwerk Groene Bureaus. Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevoerdering en belangenbehartiging (NGB, Odijk, Nederland). [Online] netwerkgroenebureaus.nl/. Perceelloep. Kadasterkaart Nederland (Geoloep, Groningen, Nederland). [Online] perceeloep.nl. RAVON. Soorten (Nijmegen en Amsterdam, Nederland). [Online] ravon.nl. SOVON. Vogelinfo. Informatie per soort. (Nijmegen, Nederland). [Online] sovon.nl. Vleermuiswerkgroep Nederland (VLEN). Vleermuis.net. [Online] vleermuis.net. Vogelbescherming Nederland. Vogelgids (Zeist, Nederland). [Online] vogelbescherming.nl. Zoogdiervereniging.
Zoogdiersoorten (Zoogdiervereniging Nederland, Nijmegen, Nederland). [Online] zoogdiervereniging.nl.
pagina 48 van 48