Bijlage I - Meespreektekst mevrouw van Zutphen - Voorbereiding oostelijke verbindingsweg Heeswijk-Dinther (agendapunt 8)
Tekst van het document
10FEB2026 Commissievergadering Geachte commissie, Tot op heden zijn wij geinformeerd over de Oostelijke Randweg op 10 november 2025 tijdens de informatieavond. Die avond heeft ons overrompeld met de plannen, vanwege de Oostelijke Randweg en omdat ook Retsel III al in ver gevorderd en onverwacht stadium was ingepland. We hebben de avond helaas verlaten met nog meer onduidelijkheid dan toen we kwamen, en met veel onrust. Vervolgens hebben wij als direct betrokkenen de antwoorden op onze vragen van tijdens deze informatieavond helaas niet persoonlijk ontvangen. Uiteindelijk waren ze te vinden op de gemeentelijke site als een excel-bestand, geananomiseerd. Daaruit bleek dat jullie het wel goed vinden als jullie adviseur over de grondzaken met ons contact gaat opnemen. Tot op heden hebben we nog niets vernomen. Of bedoelen jullie die makelaar die contact met ons op heeft genomen voor de informatie-avond? En die makelaar die onvoldoende informatie had om concreet te zijn over welke grond het nou eigenlijk ging? Maar grondverwerving, dat is al een stadium verder. En in dat geval zijn wij dus niet meegenomen in de daaraan voorafgaande planvorming!! Laten we het dan eens over die planvorming hebben: Staat ergens beschreven welke procedure er wordt gevolgd binnen het project? Elk project heeft een planning en een status.
Kan deze inzichtelijk gemaakt worden zodat ook de status van het project duidelijk is? Wat zijn de alternatieven die bekeken zijn voor dit project? Wat maakt dat deze uitvoering de beste optie is? Intussen hebben we met betrekking tot de Oostelijke Randweg via het Brabants Dagblad moeten vernemen dat er op 10 februari een commissievergadering is en er op 26 februari in de raadsvergadering een beslissing genomen gaat worden. Wij vinden het heel bijzonder dat een journalist van een krant eerder geinformeerd is dan de betrokkenen van dit project. Vervolgens hielp de MooiBernheze-krant ons met iets meer informatie over de vergaderingen en de beschikbare stukken. Dus laten we het nu over communicatie hebben: We ervaren op dit moment te weinig communicatie, en de communicatie die er is is indirect, eenzijdig en onvolledig. De brief, de makelaar, de informatie-avond en de krant kunnen nooit als voldoende informatie-voorziening worden gezien. Wanneer worden de betrokkenen nu actief benaderd om samen over een oplossing na te denken? Het voelt nu alsof we niets te zeggen hebben over onze eigen grond en onze eigen leefomgeving. Om de direct betrokkenen serieus te nemen zijn de gesprekken aan de keukentafel nodig voordat er een plan wordt goedgekeurd, en niet pas daarna.
Dus niet zoals nu dat de gesprekken met betrokkenen pas staan ingepland na de raadsvergadering van 26 februari, waarin het stuk afgehamerd wordt. Er wordt in de stukken van BRO gerept over historie, toekomstvisie, landschapskwaliteiten, verkeer, industrie, wonen, natuur en waterhuishouding en ook hoe met name natuur en milieu-effecten van de randweg gecompenseerd gaan worden. Maar wij zien niet dat de consequenties voor ons betrokkenen en omwonenden, voor ons land, voor onze landgebonden werkzaamheden en voor onze omgeving ook voldoende en met dezelfde voorzichtige en gedegen afwegingen zijn meegenomen in de weging en haalbaarheid! Het huidige gevoel is dat dat betrokkenen en omwonenden niet gehoord en niet serieus genomen worden. Zonder duidelijke plannen, planningen en heldere, directe, tweezijdige communicatie daarover kunnen wij niet anders dan met onze hakken in het zand. Dit zal dan zijn weerslag op het in eerste instantie goed bedoelde en nodige project gaan krijgen. Geef ons de mogelijkheid in de projecten mee te denken, en het zal productiever zijn, en beter voor alle partijen. “Alleen ben je sneller, samen kom je verder” Ad en Wendie van Zutphen, niet alleen namens onszelf maar ook namens meerdere buren, met betrekking tot de Oostelijke Randweg, deels ook betrekking hebbend op alle delen/fasen van deze randweg, en vooruitlopend op Retsel III.