Bijlage I - Meespreeknotitie dhr. Roemloes - Monumentale status geven aan Molukse graven KNIL militairen
Tekst van het document
MONUMENTALE STATUS GRAVEN KNIL -SOLDATEN EN HUN VROUWEN
Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog hebben onze (groot)ouders voor de Nederlandse Staat gevochten in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Molukse militairen die zij-aan-zij vochten met de Nederlanders en hun hadden leven gegeven om de ‘voorbeeldkolonie’ Nederlands-Indië tot het einde toe in stand te houden. Na demobilisatie van het KNIL werden in totaal 4000 overgebleven militairen met hun gezinnen, ca. 12.500 Molukkers, in 1951 op dienstbevel ‘tijdelijk’ weggevoerd naar Nederland, omdat repatriëring niet toegestaan werd. Hierbij moet ook een kanttekening geplaats worden dat er een grote groep van ongeveer 500 mensen achterbleven, bestaande uit vrouwen, maar ook kinderen van de grotere gezinnen. ‘Tussen het besluit vertrekken en inscheping zat heel weinig tijd. Wie niet aanwezig was, miste letterlijk de boot.’ (Steijlen, 2018) Bij de grotere gezinnen moest men een keuze maken welke van de kinderen ze mee zouden nemen.
Tijdens de overtocht of direct na aankomst werden de militairen uit hun dienstverband ontslagen. Ze werden zonder pardon afgedankt na hun jarenlange trouwe dienst in het KNIL. Vervolgens moesten zij noodgedwongen hun leven oppakken in een vreemd land met een andere cultuur en een andere klimaat waarvan ze de taal niet machtig waren. Bovendien werden ze collectief ondergebracht in o.a. oude kazernes, militaire kampen en voormalig concentratiekampen, afgezonderd van de Nederlandse samenleving. Daar moest men zich onder embarmelijke omstandigheden zien te redden met een paar gulden in de week, want werken of zich mengen met de Nederlandse samenleving mocht ook niet aangezien het verblijf van tijdelijke aard zou zijn. Daarmee werden de militairen en hun gezinnen tevens gedegradeerd van de middenklasse tot de sociaaleconomische onderklasse van de maatschappij. Het beleid van de Nederlandse overheid was jarenlang gericht op een terugkeer van de Molukse gemeenschap. De Molukse gemeenschap kwam echter van een koude kermis thuis, want na bijna twintig jaar maakte de overheid een einde aan de tijdelijke situatie. De overheid vond dat de Molukkers nu maar eens wel moesten integreren in de samenleving.
De ex- KNIL-soldaten hadden hun leven, hun ziel en zaligheid gegeven voor Nederland, maar niet alleen waren ze van huis en haard verdreven, ook voelden ze zich door Nederlandse Staat tot op het bot vernederd. Daar sta je dan als Molukker, en probeer er dan maar iets van te maken vanuit een achtergestelde positie. Niet eens gesproken over de onverwerkte trauma’s, pijn, verdriet, teleurstelling en de voortdurende heimwee. In 2021 hadden burgemeesters, waaronder de burgemeester van Bernheze, het kabinet opgeroepen om het leed dat de Molukkers 70 jaar geleden is aangedaan te erkennen. Naar aanleiding van deze oproep hebben we
gemeente Bernheze daaropvolgend verzocht om de graven van de Molukse KNIL-soldaten en hun eega een monumentale status te geven. Naar onze mening krijgt de eerste generatie Molukkers hiermee, met terugwerkende kracht, de erkenning die zij behoren te krijgen en doet dit recht aan hetgeen zij voor Nederland hebben betekend. Hiermee wordt ook het verleden gedeeltelijk rechtgezet. Ik zeg gedeeltelijk, want zoals ook in de Molukkenbrief aan Minister President Rutte vermeld werd, zijn de littekens tot op de dag van vandaag voelbaar in de Molukse gemeenschap. Het verleden heeft namelijk ook zijn sporen achtergelaten. Uit het onderzoeksrapport ‘Molukkers in Nederland’ van het CBS uit 2020 blijkt dat Molukkers op verschillende gebieden nog steeds achterlopen in vergelijking met de autochtone Nederlander. Wij vinden dat de Nederlandse Staat hier ook voor verantwoordelijk is en de plicht heeft om hier wat aan te doen. Dit werd ook door de burgmeesters beaamd in de Molukkenbrief. Men vindt namelijk dat de overheid i.s.m. de gemeenten meer moet investeren om de Molukse identiteit en cultuur te versterken en om de sociaaleconomische positie van de Molukker te versterken. Medio januari dit jaar heeft het college van B&W van Bernheze de intentie uitgesproken om mee te werken aan een monumentale status.
Aanvankelijk had het college het verzoek afgewezen in verband met de begraafplaats aan de Parkstraat in Nistelrode. De gemeente heeft namelijk het plan om deze begraafplaats na verloop van tijd te ruimen. Na diverse overleggen en een bijeenkomst van de Molukse Gemeenschap en wethouder Maarten Everling, was het college uiteindelijk overstag gegaan. Er werd overeengekomen om een tweetrapsraket methode toe te passen. In samenwerking tussen de Molukse gemeenschap en de gemeente is er verder gewerkt aan een gedegen voorstel. Het voorstel wat er ligt, is gedaan ter ere van de eerste generatie Molukkers, onze helden. Als gemeente Bernheze volledige goedkeuring verleent aan dit voorstel is dat wat ons betreft een eerste gebaar van erkenning en waardering voor het leed dat de eerste generatie Molukkers is aangedaan. Een eerste stap om het verleden recht te zetten en een nieuw startpunt om te werken aan de versterking en verbetering van de positie van de Molukkers in Bernheze en Nederland. Namens de Molukse gemeenschap Nistelrode e.o. en Werkgroep Monumentale Status KNIL-graven, Hartelijk dank voor uw aandacht en medewerking! Thacas Roemloes Vertegenwoordiger Molukse Gemeenschap Nistelrode e.o.
Bron: Steijlen, F. (2018, 3 mei) Molukkers willen aandacht voor hun ‘vergeten kinderen’. Brabants Dagblad https://www.bd.nl/vught/molukkers-willen-aandacht-voor-hun-vergeten-kinderen~aac14fbc/
Bijlagen: -
Molukkenbrief burgemeesters
-
CBS rapport 2020 ‘Molukkers in Nederland’
Zijne Excellentie Minister-president de heer M. Rutte Ministerie van Algemene Zaken Postbus 20001 2500 EA DEN HAAG
Onderwerp
: Burgemeesters Molukkenbrief
Datum
: 8 april 2021
Zijne Excellentie Minister-president, Hooggeachte heer Rutte, Zondag 21 maart jl. publiceerden burgemeesters een brief waarin zij het nieuwe kabinet opriepen om het leed dat de Molukkers 70 jaar geleden is aangedaan te erkennen. Op die dag, 21 maart 2021, was het 70 jaar geleden dat de eerste Molukkers (voornamelijk KNIL-militairen en hun gezinnen) in Nederland aankwamen voor een tijdelijk verblijf van maximaal zes maanden. 21 maart 1951 arriveerde het eerste schip in Rotterdam. 21 juni 1951 voer het laatste schip met Molukkers de haven binnen. Het betrof geen vluchtelingen, asielzoekers of migranten, maar loyale militairen die in het Nederlandse leger hadden gediend. Zij kwamen met hun gezinnen. De militairen hadden niet alleen gediend, maar ook gevochten uit naam van onze koningin. Desalniettemin werd deze groep mensen niet met alle egards ontvangen in Nederland. Van een warm bad vol dankbaarheid was geen sprake. Het werd een ijskoude douche. De Molukkers werden weggestopt in kampen die kort daarvoor nog door de Duitse bezetter waren gebruikt. De strijders voor de Nederlandse belangen werden zelfs ontslagen uit het leger. Van een snelle terugkeer was helemaal geen sprake meer. Er was veel leed, onbegrip en woede. Deze littekens zijn tot op de dag van vandaag nog voelbaar in de Molukse gemeenschap.
Wij, als burgemeesters, die zich verbonden voelen met de Molukse gemeenschap, menen dat het hoog tijd is voor een betekenisvolle stap. Wij vragen u, als Minister-President, het bijzondere historische moment, dit jaar aan te grijpen om te erkennen dat de wijze van ontvangst en opvang destijds Nederland onwaardig is geweest en dat dit diepe sporen heeft nagelaten, tot op de dag van vandaag.
De erkenning van deze situatie is van groot belang, omdat de onvrede ertoe leidt dat velen binnen de Molukse gemeenschap ook nu nog moeilijk naar de toekomst kunnen kijken. Zeker bij de jongste generaties zal een dergelijk gebaar veel pijn weghalen. 21 juni a.s. zou een prachtige datum zijn om een dergelijk gebaar te maken. In aanvulling hierop zal er ook meer geïnvesteerd moeten worden (onder andere via gemeenten met Molukse wijken) in de Molukse gemeenschap. Hierbij gaat het wat ons betreft om versterking van de Molukse identiteit, cultuur en geschiedenis, maar ook om versterking en ondersteuning op sociaal en economisch gebied. Ook pleiten wij ervoor dat er weer een landelijk overleg komt met de Molukse gemeenschap om de achterdocht jegens de overheid te verkleinen. Molukkers in Nederland hebben een grote verbondenheid met elkaar. Dat blijkt ook wel uit de diverse Molukse wijken en de wijze waarop Molukkers zich verbinden binnen gemeenten waar geen Molukse wijken zijn. Aan de andere kant zien we Molukkers in alle geledingen van de Nederlandse samenleving die er in slagen hun toekomst vorm te geven. Er is ook een groot aantal rolmodellen. Molukse mannen en vrouwen, jongens en meisjes, die boven zichzelf zijn uitgestegen en een voorbeeldfunctie vervullen. Het prachtige, onlangs uitgebrachte boek ‘Role Models, 70 Molukse succesverhalen’ is daar het bewijs van.
Er is sprake van een enorme veerkracht. Men verstaat de evenwichtskunst tussen respect en aandacht voor de eigen geschiedenis en het vooruitkijken naar de toekomst in Nederland. Er zullen dus van alle kanten stappen moeten worden gezet. Vanuit de Nederlandse samenleving en overheid een erkenning van het leed dat is aangedaan. Aan de andere kant moet er worden gekeken naar de toekomst. Want zoals het boek Role Models beschrijft: ‘Je kan niet hopen op een beter verleden, maar wel bouwen aan een hoopvolle toekomst.’ Laten we dát doen. Na de erkenning van het aangedane leed uit het verleden kunnen we door met de toekomst. Wij, als burgemeesters, zijn trots op de Molukse gemeenschappen in vele Nederlandse gemeenten. We zien uit naar de samenwerking en een mooie toekomst en hopen op een mooi gebaar van u. Met hoogachting, Sjors Fröhlich, burgemeester Vijfheerenlanden Gerdo van Grootheest, burgemeester Culemborg Martijn Vroom, burgemeester Krimpen aan den IJssel Victor Molkenboer, burgemeester Woerden Han Weber, burgemeester Zuidplas Anton Stapelkamp, burgemeester Aalten Arjen Gerritsen, burgemeester Almelo Liesbeth Spies, burgemeester Alphen aan den Rijn
Lucas Bolsius, burgemeester Amersfoort Ton Heerts, burgemeester Apeldoorn Marco Out, burgemeester Assen Jan Luteijn, burgemeester Barneveld Manon Pelzer, burgemeester Bergen Limburg Peter Rehwinkel, burgemeester Bergen Noord-Holland Marieke Moorman, burgemeester Bernheze Paul Depla, burgemeester Breda Gregor Rensen, burgemeester Brielle Marianne Besselink, burgemeester Bronckhorst Peter Oskam, burgemeester Capelle aan den IJssel Wim Hillenaar, burgemeester Cuijk Fred Veenstra, burgemeester De Fryske Marren Roger de Groot, burgemeester De Wolden Marja van Bijsterveldt, burgemeester Delft Greet Buter, burgemeester Deurne Ron Koning, burgemeester Deventer Loes van der Meijs, burgemeester Doesburg Marina Starmans-Gelijns, burgemeester Dongen Gert de Kok, burgemeester Drimmelen Jos Hessels, burgemeester Echt-Susteren René Verhulst, burgemeester Ede Gerard Beukema, burgemeester Eemsdelta Tom Horn, burgemeester Epe Michiel van Veen, burgemeester Gemert-Bakel Hans Teunissen, burgemeester Gennep Han ter Heegde, burgemeester Gooise Meren Harm-Jan van Schaik, burgemeester Harderwijk Marleen Sanderse, burgemeester Hattem Jan Willem Wiggers, burgemeester Heerde Tjeerd van der Zwan, burgemeester Heereveen Paul Verhoeven, burgemeester Heeze-Leende Anneke Raven, burgemeester Hellendoorn Elly Blanksma-van den Heuvel, burgemeester Helmond Henk Jan Bolding, burgemeester Het Hogeland Arie van
Erk, burgemeester Hillegom Bram van Hemmen, burgemeester Hoekse Waard Rian van Dam, burgemeester Hollands Kroon Karel Loohuis, burgemeester Hoogeveen
Gilbert Isabella, burgemeester Houten Niek Meijer, burgemeester Huizen Roel Cazemier, burgemeester Krimpenerwaard Dennis Straat, burgemeester Landsmeer Henry Meijdam, burgemeester Lelystad Désirée Schmalschläger, burgemeester Leudal Nelly Kalfs, burgemeester Lingewaard Sebastiaan van ’t Erve, burgemeester Lochem Annemarie Penn-te Strake, burgemeester Maastricht Mieke Damsma, burgemeester Midden-Drenthe Adriaan Hoogendoorn, burgemeester Midden-Groningen Peter de Baat, burgemeester Montferland Petra van Hartskamp, burgemeester Montfoort Klaas Smid, burgemeester Noordenveld Hans Janssen, burgemeester Oisterwijk Cora-Yfke Sikkema, burgemeester Oldambt Annette Bronsvoort, burgemeester Oost Gelre Harry Oosterman, burgemeester Ooststellingwerf Otwin van Dijk, burgemeester Oude IJsselstreek Patricia Hoytink-Roubos, burgemeester Overbetuwe Aart-Jan Moerkerke, burgemeester Papendrecht Anny Attema, burgemeester Ridderkerk Arco Hofland, burgemeester Rijssen-Holten Klaas Smid, burgemeester Roden Han van Midden, burgemeester Roosendaal Cor Lamers, burgemeester Schiedam Jack Mikkers, burgemeester ’s-Hertogenbosch Marcel Fränzel, burgemeester Sint Anthonis Han Looijen, burgemeester Sint-Michielsgestel Hans Verheijen, burgemeester Sittard-Geleen Jan Rijpstra, burgemeester Smallingerland Gerrit Jan Kok, burgemeester Staphorst Ruud van den Belt, burgemeester Steenbergen Rob Bats, burgemeester
Steenwijkerland Ab Reinders, burgemeester Stichtse Vecht Michiel Uitdehaag, burgemeester Texel Hans Beenakker, burgemeester Tiel Theo Weterings, burgemeester Tilburg
Rob van der Zwaag, burgemeester Veere Luc Winants, burgemeester Venray Bas van den Tillaar, burgemeester Vlissingen Jos Penninx, burgemeester Voorst Roderick van de Mortel, burgemeester Vught Nol Kleijngeld, burgemeester Waalwijk Servaas Stoop, burgemeester West Betuwe Ard van der Tuuk, burgemeester Westerkwartier Doret Tichelaar-van Oene, burgemeester Wierden Iris Meerts, burgemeester Wijk bij Duurstede Joris Bengevoord, burgemeester Winterswijk Jan Hamming, burgemeester Zaanstad Gerrit Jan Gorter, burgemeester Zeewolde Lucien van Riswijk, burgemeester Zevenaar Peter Snijders, burgemeester Zwolle
Molukkers in Nederland De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
Molukkers in Nederland De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
Verklaring van tekens .
Gegevens ontbreken
*
Voorlopig cijfer
**
Nader voorlopig cijfer
x
Geheim
–
Nihil
–
(Indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met
0 (0,0)
Het getal is kleiner dan de helft van de gekozen eenheid
Niets (blank)
Een cijfer kan op logische gronden niet voorkomen
2019–2020
2019 tot en met 2020
2019/2020
Het gemiddelde over de jaren 2019 tot en met 2020
2019/’20 2017/’18–2019/’20
Oogstjaar, boekjaar, schooljaar enz., beginnend in 2019 en eindigend in 2020 Oogstjaar, boekjaar, enz., 2017/’18 tot en met 2019/’20 In geval van afronding kan het voorkomen dat het weergegeven totaal niet overeenstemt met de som van de getallen.
Colofon Uitgever Centraal Bureau voor de Statistiek Henri Faasdreef 312, 2492 JP Den Haag www.cbs.nl Prepress: Textcetera, Den Haag en CCN Creatie, Den Haag Ontwerp: Edenspiekermann Inlichtingen Tel. 088 570 70 70 Via contactformulier: www.cbs.nl/infoservice © Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen/Bonaire, 2020. Verveelvoudigen is toegestaan, mits CBS als bron wordt vermeld.
Inhoud Samenvatting 5 Inleiding 8
1
Bevolking 11
2
Wonen 22
3
Onderwijs 30
4
Werk en inkomen 36
5
Jeugdzorg en criminaliteit 47
6
Gezondheid 56
7
Methodebeschrijving 65 Beschrijving populatie 65 Onderzoeksmethode 66 Operationalisering 67 Kwaliteit van de uitkomsten 69 Bronbeschrijving 70 Literatuur 75 Bijlagen 76 Medewerkers 80
Inhoud
3
Samenvatting De basis van de Molukse gemeenschap in Nederland werd gelegd toen in 1951 circa 12,5 duizend voornamelijk voormalige militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en hun families in Nederland arriveerden. In de daaropvolgende 67 jaar is het aantal Molukkers in Nederland uitgegroeid tot een groep van ruim 71 duizend personen, bestaande uit de Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen. De meest recente (kwantitatieve) onderzoeken naar de integratie van Molukkers in Nederland dateren van begin jaren 2000. Hierdoor is er weinig actuele informatie over de huidige positie die de Molukkers in Nederland innemen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het CBS daarom gevraagd om een nieuw onderzoek naar de sociaaleconomische positie van Molukkers uit te voeren. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken die gebaseerd waren op surveys onder Molukse Nederlanders, heeft het CBS de Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen via registraties in kaart kunnen brengen. Daarbij is het niet alleen interessant om de positie van personen van Molukse komaf op verschillende terreinen te vergelijken met de positie van personen met een Nederlandse achtergrond, maar – indien mogelijk – ook in hoeverre deze positie anders is voor de verschillende generaties Molukkers.
Deze studie brengt de positie in kaart van Molukkers op het gebied van demografie, wonen, onderwijs, werk en inkomen, criminaliteit en gezondheid. De meerderheid van de mannen en vrouwen met een Molukse achtergrond heeft een partner met een Nederlandse achtergrond. Hierbij speelt mee dat de omvang van de groep Molukkers relatief klein is. Vooral de kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten kiezen een niet-Molukse partner. Er bestaat echter ook een meer homogeen-Molukse groep waarbij beide partners een Molukse achtergrond hebben. Deze homogeniteit houdt zichzelf in zekere zin in stand. De waarschijnlijkheid dat Molukkers een partner hebben die ook een Molukse achtergrond heeft neemt namelijk toe naarmate zij meer Molukse grootouders hebben en wanneer zij wonen in een gemeente met een Molukse wijk. Op gebied van wonen is nog altijd sprake van enige ruimtelijke concentratie van de groep Molukkers in Nederland. Zo woont bijna twee derde van de personen met een Molukse achtergrond in een gemeente met een Molukse wijk. Onder de bevolking met een Nederlandse achtergrond is dit aandeel bijna twee keer zo klein. De ruimtelijke concentratie doet zich vaker voor onder Molukkers die zich in mindere mate hebben gemengd op etnisch gebied.
Zo wonen personen van Molukse komaf vaker in een gemeente met een Molukse wijk naarmate hun partner en meerdere grootouders ook een Molukse achtergrond hebben. Afgezien van de kleinere kans op een niet-Molukse partner, blijkt de oververtegenwoordiging van Molukkers in gemeenten met een Molukse wijk geen verdere invloed te hebben op de sociaaleconomische positie die personen met een Molukse achtergrond innemen. Tussen de generaties bestaat er nauwelijks verschil in het al dan niet wonen in een gemeente met een Molukse wijk. Jongere Molukse generaties wonen nagenoeg even vaak in een gemeente met een Molukse wijk dan oudere generaties. Op de in dit onderzoek onderzochte terreinen hebben personen met een Molukse achtergrond over het algemeen een ongunstigere positie dan personen met een Nederlandse achtergrond. Hoewel zij een bijna even hoge arbeidsdeelname kennen als
Samenvatting
5
personen met een Nederlandse achtergrond, hebben personen van Molukse komaf vaker een uitzendbaan, een lager gemiddeld inkomen en zijn zij vaker uitkeringsafhankelijk. Verder zijn personen met een Molukse achtergrond gemiddeld lager opgeleid dan personen met een Nederlandse achtergrond, zijn Molukse jongeren vaker voortijdig schoolverlater en zitten Molukse jongeren minder vaak op havo/vwo. Daarnaast zijn personen van Molukse komaf in alle leeftijdscategorieën vaker verdacht van een misdrijf dan personen met een Nederlandse achtergrond. Op gebied van gezondheid krijgen personen met een Molukse achtergrond vaker diabetesmedicijnen verstrekt dan personen met een Nederlandse achtergrond, maar hebben zij ook gemiddeld lagere zorgkosten. De grote verschillen in gemiddelde leeftijd per generatie leiden ertoe dat niet altijd kan worden bepaald in hoeverre jongere generaties een betere sociaaleconomische positie innemen dan oudere generaties. Omdat de kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten vooral binnen de jongere leeftijdsklassen vertegenwoordigd zijn, zijn de analyses met betrekking tot intergenerationele verschillen met personen met een Nederlandse achtergrond voornamelijk op deze groepen gericht.
Uit de analyses blijkt dat jonge kleinkinderen van Molukse migranten een overwegend nadelige positie innemen ten opzichte van de kinderen van Molukse migranten van dezelfde leeftijd als het gaat om onderwijs en criminaliteit. Zo hebben kleinkinderen van Molukse migranten minder vaak een hoog onderwijsniveau dan de kinderen van Molukse migranten. De cijfers op gebied van criminaliteit laten een soortgelijk beeld zien. Binnen alle leeftijdscategorieën zijn jongere Molukse generaties vaker verdachte van een misdrijf dan de oudere generaties. Een belangrijk deel van dit onderzoek heeft zich gericht op de vraag in hoeverre deze overwegend ongunstigere positie van personen met een Molukse komaf ten opzichte van personen met een Nederlandse achtergrond kan worden verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken. De verschillen in achtergrondkenmerken blijken inderdaad een voorname rol te spelen, al verschilt dit per domein. Vooral verschillen in leeftijd, onderwijsniveau en gezinskenmerken lijken een sleutelrol te spelen in de geconstateerde verschillen tussen personen met een Molukse en personen met een Nederlandse achtergrond. De gemiddeld jongere leeftijd van de populatie Molukkers in Nederland leidt er bijvoorbeeld toe dat zij gemiddeld lagere zorgkosten hebben dan personen met een Nederlandse achtergrond.
Ook hebben zij door hun gemiddeld lage leeftijd nog relatief weinig werkervaring, wat van invloed is op de hoogte van het inkomen. Ook het gegeven dat Molukkers vaker nadelige gezinskenmerken hebben dan personen met een Nederlandse achtergrond speelt een voorname rol in de positie die Molukkers binnen verschillende domeinen innemen. Voor minderjarige kinderen met een Molukse achtergrond geldt dat zij vaker opgroeien in eenoudergezinnen dan kinderen met een Nederlandse achtergrond. Dit gegeven draagt statistisch gezien negatief bij aan zowel het aandeel verdachten van een misdrijf als de schoolprestaties van Molukse leerlingen op de middelbare school. Met name het hoge aantal voortijdig schoolverlaters en het lage aantal leerlingen op havo/vwo lijkt problematisch. Het gemiddeld lagere onderwijsniveau is namelijk een van de belangrijkste voorspellers voor de verschillen tussen personen met een Molukse en personen met een Nederlandse achtergrond. Van het deel van de verschillen in verdachtencijfers dat kan worden verklaard, blijkt het lagere onderwijsniveau onder personen van Molukse komaf
6
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
tot 45 jaar één van de belangrijkste verklaringen. Ook in de verschillen in inkomen en in het aandeel dat werkt speelt het lagere onderwijsniveau onder Molukkers een belangrijke rol. Een belangrijk gegeven is dat het onderwijsniveau van de moeder meer dan de helft van het verklaarde verschil in het aandeel leerlingen op havo/vwo verklaart. Daarmee bestaat het gevaar dat het verschil in gemiddeld onderwijsniveau tussen personen met een Molukse achtergrond en personen met een Nederlandse achtergrond in de toekomst blijft bestaan. Gezien de invloed van het onderwijsniveau op verschillende facetten binnen het sociaaleconomisch domein, lijkt de onderwijspositie van Molukkers ook in de toekomst een belangrijk aandachtspunt te blijven. Het wonen in een gemeente met een Molukse wijk speelt nauwelijks of geen rol in de verklaring van verschillen tussen Molukkers en mensen met een Nederlandse achtergrond. Daarmee is er geen indicatie dat het geconcentreerd wonen van Molukkers van invloed is op de positie van Molukkers. Hierbij moet wel aangetekend worden dat in dit onderzoek het wonen in een gemeente met een (voormalige) Molukse wijk is gebruikt als benadering voor het daadwerkelijk wonen in een Molukse wijk. Dit is omdat het in de praktijk niet om administratieve wijken (of buurten) gaat, maar in veel gevallen slechts om enkele straten of huizenblokken.
Wellicht dat dit een te grove benadering is geweest. Aanvullend onderzoek naar de invloed van Molukse wijken zou hier van toegevoegde waarde zijn.
Samenvatting
7
Inleiding Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft het CBS onderzoek gedaan naar de sociaaleconomische positie van Molukkers in Nederland. De meest recente (kwantitatieve) onderzoeken naar de integratie van Molukkers in Nederland dateren van begin jaren 2000, Hierdoor is er weinig actuele informatie over de huidige positie die de Molukkers in Nederland innemen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het CBS daarom gevraagd om een nieuw onderzoek naar de positie van Molukkers. Voor de Molukkers in Nederland geldt dat zij zich al geruime tijd in Nederland hebben gevestigd. De basis van de Molukse gemeenschap werd in 1951 gelegd toen circa 3 500 Molukse militairen op dienstbevel naar Nederland werden overgebracht. Deze militairen hadden in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gediend en voor Nederland gevochten tegen Indonesiërs die een onafhankelijkheidsstrijd voerden tegen de Nederlandse overheersing. Inclusief de familieleden die deze KNIL-militairen mochten vergezellen en enkele tientallen mariniers, politierekruten en burgers ging het om zo’n 12 500 personen. In 1962, bij de overdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië, kwam nog een kleine groep Molukkers naar Nederland (Steijlen, 2015).
Uniek aan de Molukse gemeenschap in Nederland is dat zij binnen een tijdsbestek van enkele jaren een omvangrijke migrantengroep in Nederland vormen, terwijl dit bij andere migrantengroepen een meer geleidelijk proces is. Omdat deze groep al langer geleden naar Nederland is gekomen en omdat het CBS deze groep via een specifiek statistisch proces min of meer compleet heeft kunnen traceren in de Basisregistratie Personen (BRP)1), was dit een unieke mogelijkheid om niet alleen de integratie van Molukse migranten, maar ook van hun kinderen en kleinkinderen te onderzoeken. Dit onderzoek richt zich op deze Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen die op 1 januari 2018 geregistreerd stonden in de Basisregistratie Personen (BRP). Eerder onderzoek naar de (sociaaleconomische) positie van Molukkers in Nederland was noodgedwongen uitgevoerd op basis van enquêtes (zie ook Straver, 2005). Met de huidige dataset is het mogelijk om integraal – dus voor iedereen uit de populatie Molukkers – onderzoek te doen naar de positie van verschillende generaties Molukkers in diverse domeinen. In deze publicatie is inzichtelijk gemaakt wat de positie is van mensen met een Molukse achtergrond in vergelijking met mensen met een Nederlandse achtergrond, op het gebied van demografie, wonen, onderwijs, werk en inkomen, criminaliteit en gezondheid.
In dit onderzoek zijn verschillende generaties Molukkers onderscheiden: niet alleen de Molukse migranten zelf, maar ook de kinderen en kleinkinderen van de Molukse migranten. Waar mogelijk is inzichtelijk gemaakt of verschillen tussen mensen met een Molukse en Nederlandse achtergrond bij elke volgende generatie afgenomen zijn. De grote verschillen in gemiddelde leeftijd leiden er echter toe dat dit niet voor alle leeftijdsgroepen kan worden bepaald. Omdat de kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten vooral binnen de jongere leeftijdsklassen vertegenwoordigd zijn, zijn de analyses met betrekking tot intergenerationele verschillen van personen van Molukse komaf ten opzichte van personen met een Nederlandse achtergrond voornamelijk op jongeren gericht.
1)
8
Zie voor een beschrijving van dit proces de Afbakening onderzoekspopulatie in hoofdstuk 7 Methodebeschrijving.
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
Het ministerie van SZW heeft ook gevraagd om binnen de verschillende generaties Molukkers te onderzoeken in hoeverre er verschillen zijn tussen mensen met een cultureel gemengde achtergrond hebben (1 of 2 Molukse grootouders) of juist een homogene Molukse achtergrond (3 of 4 Molukse grootouders. Omdat er binnen de generaties Molukkers niet zoveel diversiteit is in het aantal Molukse grootouders, was dit echter niet altijd mogelijk.
Populatie De populatie in dit onderzoek bestaat uit alle Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen, en mensen met een Nederlandse achtergrond die op 1 januari 2018 geregistreerd stonden in de Basisregistratie Personen (BRP). In dit onderzoek worden alle Molukse migranten die voor 1963 naar Nederland zijn gekomen en hun nageslacht als ‘Molukker’ gedefinieerd. Personen met een Molukse naam die zich in 1963 of later in Nederland vestigden en hun afstammelingen zijn in deze analyse buiten beschouwing gelaten. In dit onderzoek zijn drie groepen/generaties Molukkers onderscheiden: 1. Personen die voor 1963 naar Nederland zijn gekomen en een als Moluks geïdentificeerde achternaam hebben. Zij zijn nagenoeg allemaal geboren in Indonesië, Nederlands-Indië en Nederlands-Nieuw-Guinea (Molukse migranten); 2. De kinderen van de Molukse migranten; 3. De kleinkinderen van Molukse migranten. Opgemerkt dient te worden dat de kleinkinderen van Molukse migranten volgens de reguliere definitie van migratieachtergrond die door het CBS wordt gehanteerd als personen met een Nederlandse achtergrond worden getypeerd, indien hun beide ouders in Nederland zijn geboren. Ten behoeve van dit onderzoek wordt ook deze groep als personen met een Molukse achtergrond beschouwd.2)
Leeswijzer In deze rapportage worden achtereenvolgens de terreinen demografie, wonen, onderwijs, werk en inkomen, criminaliteit en gezondheid beschreven. Naast beschrijvende analyses is er ook aandacht voor decompositieanalyses om te bepalen in hoeverre verschillen tussen de Molukse generaties en personen met een Nederlandse achtergrond kunnen worden verklaard door verschillen in achtergrondkenmerken. Voor ieder thema wordt waar mogelijk de situatie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen vergeleken met die van leeftijdsgenoten met een Nederlandse achtergrond. Hoofdstuk 1 geeft een demografisch overzicht van de populatie Molukkers in Nederland, waarbij gekeken wordt naar de omvang van de verschillende generaties, gemengde relaties, leeftijdsopbouw, vruchtbaarheid en levensverwachting. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de spreiding van Molukkers binnen Nederland, het wonen in gemeenten met een Molukse wijk en het woningbezit onder Molukkers. Hoofdstuk 3 behandelt de onderwijsprestaties van Molukse jongeren. De nadruk ligt hier op het voortijdig schoolverlaten, de hoogst behaalde opleiding en het niveau van voortgezet onderwijs in leerjaar 3.
2)
Zie hoofdstuk Methodebeschrijving voor een uitgebreide toelichting over de populatieafbakening en generatieafleiding van Molukkers in Nederland.
Inleiding
9
Hoofdstuk 4 over werk en inkomen geeft inzicht in de arbeidsdeelname van Molukkers, de belangrijkste bron van inkomen, het soort baan dat een werknemer heeft, de arbeidsduur en het (gestandaardiseerd) inkomen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het aandeel verdachten van een misdrijf. In hoofdstuk 6 over gezondheid worden de verstrekking van geneesmiddelen, de zorgkosten en het beroep op jeugdhulp en jeugdbescherming behandeld. Tot slot wordt in een apart hoofdstuk de gehanteerde methodologie bij de diverse analyses uiteengezet en wordt een overzicht gegeven van de geraadpleegde literatuur.
10
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
1 Bevolking De demografie van de Molukkers in Nederland staat in dit hoofdstuk centraal. Onder Molukkers worden degenen verstaan die van 1951 tot en met 1962 naar Nederland kwamen, hun kinderen en hun kleinkinderen. De geschiedenis van Molukkers in Nederland begon in 1951, toen circa 12 500 Molukse KNIL-militairen en hun gezinsleden op dienstbevel naar Nederland werden overgebracht. In 1962, bij de overdracht van Nederlands-Nieuw-Guinea aan Indonesië, kwam nog een kleine groep Molukkers naar Nederland (Steijlen, 2015). De Molukkers die naar Nederland kwamen konden terecht in woonoorden, onder andere in omgebouwde voormalige concentratiekampen. Hoewel het verblijf van de Molukkers in Nederland van tijdelijke aard zou zijn, bleek na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid terugkeer niet wenselijk en werd het Nederlandse beleid gericht op integratie van de Molukkers in de Nederlandse gemeenschap (Steijlen, 2015). Er werden Molukse woonwijken aangewezen binnen een aantal Nederlandse gemeenten. In 1960 was in Appingedam de eerste Molukse woonwijk die gereed kwam. In de jaren daarna volgden nog meer dan zestig woonwijken (Straver, 2005). Inmiddels wonen de Molukkers meer verspreid over Nederland: ruim een derde van de Molukse migranten, hun kinderen en hun kleinkinderen woont in een gemeente zonder Molukse wijk (zie ook hoofdstuk 2 Wonen).
In dit hoofdstuk wordt de demografische situatie van Molukkers in Nederland op 1 januari 2018 geschetst. Er wordt beschreven hoeveel Molukse migranten, kinderen en kleinkinderen er in Nederland wonen en wat de leeftijdsopbouw van deze groepen is. Daarnaast wordt ingegaan op het aantal Molukse ouders en grootouders dat de kinderen en kleinkinderen van de Molukse migranten hebben. Het aandeel van de Molukkers dat samenwoont met een partner wordt vergeleken met dat van leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. En hebben Molukkers voornamelijk Molukse partners? Voorts wordt het aantal kinderen van Molukse vrouwen vergeleken met dat van Nederlandse vrouwen van dezelfde leeftijd. Tot slot wordt kort ingegaan op de levensverwachting van Molukkers in Nederland.
Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen in Nederland Van de Molukkers die in 1951 (en voor een klein deel in 1962) naar Nederland kwamen, waren er op 1 januari 2018 nog een kleine 8 duizend in leven en woonachtig in Nederland. Iets meer dan de helft van hen is vrouw. Met behulp van een lijst met achternamen van degenen die in 1951 naar Nederland kwamen en in 2000 nog in Nederland woonden1) en op basis van CBS-gegevens over ouders en hun kinderen is afgeleid wie de kinderen en kleinkinderen zijn van de Molukkers die van 1951 tot en met 1962 in Nederland arriveerden. Op 1 januari 2018 waren bijna 29 duizend kinderen en bijna 35 duizend kleinkinderen van de Molukse migranten in Nederland woonachtig.
1)
Zie hoofdstuk 7 voor nadere toelichting over de populatieafbakening van Molukkers in Nederland.
Bevolking
11
1.1 Populatie Molukkers in Nederland, 1 januari 2018 1 000 personen 35
30 25
20 15
10 5
0 Molukse migranten
Moluks, kinderen
Moluks, kleinkinderen
De gemiddelde leeftijd van de Molukse migranten was op 1 januari 2018 71 jaar, meer dan vier op de vijf waren 65 jaar of ouder. De meesten waren op dat moment rond de 70 jaar en kwamen als kind naar Nederland. Een enkeling uitgezonderd waren de kinderen van de Molukse migranten jonger dan 67 jaar, drie kwart was ouder dan 40 jaar. De gemiddelde leeftijd van de kinderen van de Molukse migranten was op dat moment 49 jaar. De kleinkinderen van de Molukse migranten waren op 1 januari 2018 gemiddeld 20 jaar. De leeftijden van de kleinkinderen verschillen wel sterk. Zo was meer 43 procent minderjarig (jonger dan 18 jaar), terwijl een klein deel ouder dan 40 jaar was.
12
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
1.2 Leeftijdsopbouw Molukkers, 1 januari 2018 80 jaar en ouder 70 tot 80 jaar 60 tot 70 jaar 50 tot 60 jaar 40 tot 50 jaar 30 tot 40 jaar 20 tot 30 jaar 10 tot 20 jaar Jonger dan 10 jaar 0
2,5
5
7,5
10
12,5
1 000 personen Molukse migranten
Moluks, kinderen
Moluks, kleinkinderen
Merendeel kleinkinderen heeft 1 of 2 Molukse grootouders Het overgrote merendeel van de Molukse migranten die voor 1963 naar Nederland kwamen heeft twee op de Molukken geboren ouders en, naar wordt aangenomen, vier Molukse grootouders. Door relatie- en gezinsvorming tussen Molukkers en niet-Molukkers hebben de kinderen en de kleinkinderen van de Molukse migranten minder vaak twee ouders met een Molukse achtergrond. Van de kinderen van Molukse migranten heeft bijna twee derde (65 procent) twee Molukse ouders. Ruim een derde van hen heeft één Molukse en één niet-Molukse ouder. Van de kleinkinderen van de Molukse migranten heeft nog 11 procent twee Molukse ouders. Een vergelijkbaar patroon is zichtbaar als het gaat om het aantal Molukse grootouders. Van de kleinkinderen van de Molukse migranten heeft een derde slechts één Molukse grootouder, 56 procent heeft twee Molukse grootouders.
Bevolking
13
1.3 Molukkers naar aantal Molukse grootouders, 1 januari 2018 % 100
80
60
40
20
0 Molukse migranten
1 grootouder
Moluks, kinderen
2 grootouders
Moluks, kleinkinderen
3 grootouders
4 grootouders
Molukkers wonen minder vaak met een partner Molukkers wonen minder vaak samen met een partner dan personen zonder migratieachtergrond. Dat geldt zowel voor de Molukse migranten als voor hun kinderen en kleinkinderen. Van de Molukse migranten van 67 tot en met 70 jaar woonde 56 procent gehuwd samen met een partner. Er wordt naar deze leeftijdsgroep gekeken omdat het merendeel van de eerste generatie Molukkers van deze leeftijd is en omdat het overlijden van partners dan nog nauwelijks een rol speelt. Molukse migranten van die leeftijd kwamen als zeer jonge kinderen naar Nederland. Van de leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond woonde 71 procent gehuwd samen met een partner. Ongehuwd samenwonen komt bij mensen van die geboortegeneraties weinig voor en verschilt nauwelijks tussen Molukkers en personen zonder migratieachtergrond. Ook voor Molukse migranten die ouder zijn dan 70 jaar geldt dat zij minder vaak gehuwd samenwonen met een partner dan personen zonder migratieachtergrond van dezelfde leeftijd. Kinderen van de Molukse migranten wonen eveneens minder vaak samen met een partner dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Dit geldt het sterkst voor personen met drie of vier Molukse grootouders. Van de kinderen van Molukse migranten van 50 tot 60 jaar met drie of vier Molukse grootouders woonde 59 procent samen met een partner.
Van degenen met een of twee Molukse grootouders was dit twee derde en bij leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond drie kwart. Binnen de groep die samenwoont met een partner is het aandeel ongehuwden bij kinderen van de Molukse migranten groter dan bij personen zonder migratieachtergrond.
14
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
1.4 Samenwonende 50- tot 60-jarigen, 1 januari 2018
Moluks, kinderen, 3-4 Molukse grootouders
Moluks, kinderen, 1-2 Molukse grootouders
Nederlands
0
20
40
60
80
% Ongehuwd samenwonend
Gehuwd samenwonend
Veel kleinkinderen van Molukse migranten zijn tussen de 20 en 30 jaar. Binnen die leeftijdsgroep woont 21 procent van de personen zonder migratieachtergrond samen met een partner, waarvan iets minder dan de helft gehuwd. Kleinkinderen van Molukse migranten met dezelfde leeftijd wonen minder vaak samen met een partner. Dit geldt het sterkst voor degenen met drie of vier Molukse grootouders, maar ook voor degenen met een of twee Molukse grootouders. Van degenen met een of twee Molukse grootouders woont 16 procent samen met een partner, waarvan twee derde ongehuwd. 1.5 Samenwonende 20- tot 30-jarigen, 1 januari 2018
Moluks, kleinkinderen, 3-4 Molukse grootouders
Moluks, kleinkinderen, 1-2 Molukse grootouders
Nederlands
0
5
10
15
20
25
% Ongehuwd samenwonend
Gehuwd samenwonend
Bevolking
15
Molukse jongeren groeien vaker op in eenoudergezinnen Dat Molukkers relatief weinig met een partner samenwonen is eveneens terug te zien in de woonsituatie waarin kinderen opgroeien. Van de kleinkinderen van Molukse migranten tussen 12 en 18 jaar woont 39 procent niet met beide ouders op hetzelfde adres. Bij leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond is dat 26 procent. De kleinkinderen van Molukse migranten wonen vaker dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond met alleen hun moeder.
Merendeel van de Molukkers heeft geen Molukse partner Een minderheid van de Molukse mannen en vrouwen kiest een partner die eveneens Moluks is. Hierbij speelt mee dat de omvang van de groep Molukkers relatief klein is. Van de Molukse migranten die momenteel ongehuwd of gehuwd samenwonen met een partner heeft ruim 30 procent een partner met eveneens een Molukse achtergrond. In de meeste gevallen betreft het een partner die ook zelf naar Nederland is geïmmigreerd vanuit de Molukken. Nog eens 17 procent heeft een partner uit overige delen van Indonesië. De kinderen en kleinkinderen van de Molukse migranten hebben minder vaak een partner van Molukse afkomst. Van de kinderen van de Molukse migranten heeft ruim een kwart een partner met een Molukse of Indonesische achtergrond. Bij de kleinkinderen geldt dat voor 18 procent. Zij hebben vaker een partner zonder migratieachtergrond of een partner met een andere migratieachtergrond. De kans dat iemand met een Molukse achtergrond een partner binnen dezelfde groep heeft, hangt sterk af van het aantal Molukse ouders of grootouders. Zo hebben kinderen van Molukse migranten met twee Molukse ouders zelf aanzienlijk vaker een Molukse partner dan degenen met een Molukse en een niet-Molukse ouder. Bij kleinkinderen van de Molukse migranten hebben degenen met drie of vier Molukse grootouders het vaakst een partner binnen de eigen groep.
16
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
1.6 Herkomst partner van Molukkers, 1 januari 2018 Molukse migranten
Moluks, kinderen
Moluks, kleinkinderen
Moluks, kinderen, 3-4 Molukse grootouders Moluks, kinderen, 1-2 Molukse grootouders
Moluks, kleinkinderen, 3-4 Molukse grootouders Moluks, kleinkinderen, 1-2 Molukse grootouders 0
25
50
75
100
% Molukse migranten
Moluks, kinderen
Moluks, kleinkinderen
Indonesische achtergrond
Overige achtergrond
Nederlands
Onder Molukkers die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben is door middel van een multivariaat logistisch regressiemodel onderzocht welke factoren samenhangen met het wel (1) of niet (0) hebben van Molukse partner (zie tabel 1 in de bijlage). Hieruit blijkt eveneens dat de waarschijnlijkheid dat Molukkers een Molukse partner hebben, afneemt met de generatie en groter is naarmate men zelf meer Molukse grootouders heeft. Daarnaast spelen het geslacht, het opleidingsniveau en de woonlocatie van Molukkers een rol. Vooral bij de Molukse migranten hebben vrouwen wat vaker een Molukse partner dan mannen, die wat vaker een partner hebben zonder migratieachtergrond. Hoogopgeleide Molukkers hebben minder vaak dan laagopgeleide Molukkers een Molukse partner.
Molukkers in gemeente met Molukse wijk hebben vaker Molukse partner Ook de woonomgeving hangt samen met het al dan niet hebben van een Molukse partner. Molukkers die in landelijke gemeenten wonen hebben vaker een Molukse partner dan Molukkers die in steden wonen. Molukkers die in een gemeente wonen met een Molukse wijk hebben bovendien vaker een Molukse partner dan Molukkers die elders wonen. Er zijn in Nederland 68 gemeenten met een Molukse wijk.2) Bijna twee derde van de Molukkers in Nederland woont in een gemeente met een Molukse wijk. Van de eerste generatie Molukkers met een partner die in een gemeente wonen met een Molukse wijk heeft 44 procent een Molukse partner. Van degenen die in een gemeente wonen zonder Molukse wijk heeft
2)
Zie hoofdstuk 2 voor meer informatie over de gemeenten met een Molukse wijk en de woonpositie van Molukkers.
Bevolking
17
slechts 10 procent een Molukse partner. Ook de kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten die in een gemeente wonen met een Molukse wijk hebben vaker een partner met dezelfde achtergrond dan degenen die in overige gemeenten wonen. 1.7 Molukkers met een Molukse partner, 1 januari 2018 % 50
40
30
20
10
0 Molukse migranten
Gemeenten met Molukse wijk
Moluks, kinderen
Moluks, kleinkinderen
Gemeenten zonder Molukse wijk
Vrouwelijke Molukse migranten en hun dochters kregen relatief weinig kinderen Molukse vrouwen die van 1951 tot en met 1962 naar Nederland zijn gemigreerd hebben minder kinderen gekregen dan hun leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. De Molukse vrouwen die op 1 januari 2018 tussen 67 en 70 jaar waren en als jong meisje naar Nederland zijn gekomen, hebben gemiddeld 1,79 kinderen gekregen. Iets minder dan een kwart (22 procent) is kinderloos gebleven. Vrouwen van dezelfde leeftijd zonder migratieachtergrond kregen gemiddeld 1,92 kinderen. Slechts 13 procent van hen bleef kinderloos. Bij dochters van de Molukse migranten is het verschil met leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond nog groter. Het aantal Molukse grootouders dat zij hebben speelt eveneens een rol. Dochters van Molukse migranten met drie of vier Molukse grootouders die op 1 januari 2018 tussen 50 en 60 jaar oud waren, kregen gemiddeld 1,42 kinderen. Bijna 30 procent van hen bleef zonder kinderen. Degenen met één of twee Molukse grootouders kregen gemiddeld meer kinderen (1,61) en bleven minder vaak kinderloos (22 procent) dan degenen met drie of vier Molukse grootouders. Het aantal kinderen dat zij kregen lag echter lager dan dat van leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Zij kregen gemiddeld 1,82 kinderen, terwijl 19 procent van hen kinderloos bleef.
De leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind kregen verschilt nauwelijks en ligt voor alle drie de groepen op ruim 28 jaar.
18
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
1.8 Gemiddeld kindertal 50- tot 60-jarige vrouwen, 1 januari 2018
Moluks, kinderen, 3-4 Molukse grootouders
Moluks, kinderen, 1-2 Molukse grootouders
Nederlands
0
0,5
1
1,5
2
Kleindochters Molukse migranten op jongere leeftijd moeder De kleindochters van de Molukse migranten zijn nog vrijwel allemaal in de leeftijden dat zij kinderen kunnen krijgen. Voor deze groep kan daarom nog geen uiteindelijk gerealiseerd kindertal worden gemeten. Wel is het mogelijk om voor de kleindochters van verschillende leeftijden een tussenstand te meten en die af te zetten tegen vrouwen zonder migratieachtergrond in dezelfde leeftijdscategorie. Hieruit blijkt dat het lagere aantal kinderen niet of nauwelijks geldt voor de kleindochters van Molukse migranten. Kleindochters van Molukse migranten die nu tussen de 20 en 30 jaar zijn, zijn juist al vaker moeder dan leeftijdsgenoten zonder migratieachtergrond. Dit geldt het sterkst voor vrouwen met drie of vier Molukse grootouders. Onder vrouwen die nu 30 tot 35 jaar zijn is het beeld omgedraaid, al zijn de verschillen gering. Bij deze leeftijdsgroep hebben vrouwen met drie of vier Molukse grootouders juist het minst vaak kinderen. Kleindochters van Molukse migranten zijn bij het krijgen van het eerste kind gemiddeld jonger dan vrouwen zonder migratieachtergrond. Dit hangt samen met het feit dat zij minder vaak hoogopgeleid zijn en dat hoogopgeleide vrouwen later aan kinderen beginnen.
Als rekening wordt gehouden met het opleidingsniveau krijgen kleindochters van Molukse migranten tot hun dertigste ongeveer even veel kinderen als vrouwen zonder migratieachtergrond.
Bevolking
19
1.9 Moeders onder 20- tot 35-jarige vrouwen, 1 januari 2018
20 tot 25 jaar
25 tot 30 jaar
30 tot 35 jaar
0
10
20
30
40
50
60
70
% Moluks, kleinkinderen, 3-4 Molukse grootouders Moluks, kleinkinderen, 1-2 Molukse grootouders Nederlands
Zelfde levensverwachting personen met Molukse en Nederlandse achtergrond De leeftijdsspecifieke sterftekansen over de periode 2013–2017 voor de verschillende generaties Molukkers zijn vergeleken met die van de complete Nederlandse bevolking. Voor de Molukse migranten blijkt daaruit geen significant verschil. Dat wijst erop dat de levensverwachting voor hen min of meer gelijk is aan die voor leeftijdsgenoten met een Nederlandse achtergrond. Voor de kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten zijn er nog geen duidelijke uitspraken te doen over de levensverwachting. Deze groep is nog relatief jong en zowel de omvang als de sterfte is gering. Vanwege deze kleine aantallen zijn er uitschieters in de leeftijdsspecifieke sterftekansen naar boven en naar beneden te zien, maar gemiddeld lijken de sterftekansen overeen te komen met die voor niet-Molukse leeftijdsgenoten.
Conclusie De Molukse migranten in Nederland zijn vrijwel allemaal in dezelfde periode geïmmigreerd. De overgrote meerderheid kwam in 1951 naar Nederland. Van de Molukse migranten die voor 1963 naar Nederland kwamen, waren er op 1 januari 2018 nog iets minder dan 8 duizend in leven en woonachtig in Nederland. Daarnaast woonden er bijna 29 duizend kinderen van Molukse migranten en bijna 35 duizend kleinkinderen in Nederland. De Molukse migranten waren op 1 januari 2018 gemiddeld 71 jaar, hun kinderen zijn gemiddeld 49 jaar. De kleinkinderen zijn met gemiddeld 20 jaar nog jong. Molukkers verschillen van de gemiddelde Nederlandse bevolking zonder migratieachtergrond wat betreft relatie- en gezinsvorming. Molukkers wonen minder vaak samen met een partner dan personen zonder migratieachtergrond. Ook groeien
20
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
kleinkinderen van Molukse migranten vaker op in eenoudergezinnen. Daarnaast kregen vrouwelijke Molukse migranten en hun dochters gemiddeld minder kinderen dan vrouwen van dezelfde leeftijd zonder migratieachtergrond. Een minderheid van de Molukkers heeft een partner die ook Moluks is. Dit aandeel is het kleinst onder de kleinkinderen van Molukse migranten: zij hebben het vaakst een partner met een andere achtergrond. Door relatie- en gezinsvorming tussen Molukkers en nietMolukkers hebben opeenvolgende generaties minder vaak twee ouders met een Molukse achtergrond. Dit is dan ook terug te zien in het gemiddeld aantal Molukse grootouders per generatie. Zo heeft slechts iets meer dan 10 procent van de kleinkinderen van Molukse migranten drie of vier Molukse grootouders. Ondanks de hoge mate van etnische heterogeniteit in partnerkeuze onder de jongere generaties Molukkers, heeft een deel van de kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten een Molukse partner. Daarbij lijkt de mate van homogeniteit van de omgeving een belangrijke rol te spelen. Zo neemt de waarschijnlijkheid dat Molukkers een Molukse partner hebben toe naarmate men meer Molukse grootouders heeft.
Onder kinderen en kleinkinderen van Molukse migranten lag het aandeel met een Molukse partner ruim vier maal hoger onder degenen met drie of vier Molukse grootouders dan onder degenen met één of twee Molukse grootouders. Ook bestaat er een samenhang met de woonomgeving: Molukkers die wonen in een gemeente met een Molukse wijk hebben ruim vijf keer zo vaak een partner die eveneens Moluks is dan Molukkers die wonen in een gemeente zonder Molukse wijk.
Bevolking
21
2 Wonen Molukkers die in de jaren ’50 naar Nederland kwamen, konden terecht in woonoorden, onder andere in omgebouwde voormalig concentratiekampen. Op dat moment waren zowel de Molukkers als de Nederlandse overheid ervan overtuigd dat zij weer terug zouden keren naar de Molukken. Toen bleek dat het verblijf van Molukkers in Nederland niet tijdelijk zou zijn, werd het Nederlandse beleid gericht op permanent verblijf in Nederland. Onderdeel van dit beleid was dat Molukkers uit woonoorden verhuisden naar nieuwe woonwijken. Dit resulteerde in het ontstaan van Molukse woonwijken binnen een aantal Nederlandse gemeenten. In Appingedam was de eerste Molukse woonwijk die in 1960 gereedkwam. In de jaren daarna volgden nog meer dan 60 woonwijken (Straver, 2005). In deze paragraaf wordt beschreven in hoeverre personen van Molukse komaf nog steeds in gemeenten wonen die in de jaren ’70 een Molukse woonwijk hadden. Dit onderzoek richt zich niet op de Molukse wijken zelf, maar op de gemeenten waarin de wijken zich bevonden. Dit is omdat het in de praktijk niet om administratieve wijken (of buurten) gaat, maar in veel gevallen slechts om enkele straten of huizenblokken. Ook is niet altijd duidelijk welke straten of huizenblokken tot de Molukse wijken behoorden.
Volgens de gemeentelijke indeling van 2018 hebben 67 gemeenten een Molukse wijk (gehad), waaronder de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.
Molukkers wonen (nog steeds) vaker in gemeente met Molukse wijk In 2018 woonde 63 procent van de Molukkers in een gemeente met een Molukse wijk. Dit is tweemaal zo veel als Nederlanders zonder migratieachtergrond. Ook anno 2018 is er dus nog steeds enigszins sprake van ruimtelijke concentratie van de Molukse bevolking.
22
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
2.1 Woont in een gemeente met een Molukse wijk, 2018 % 70
60 50
40 30
20 10
0 Moluks
Nederlands
Tussen de generaties bestaat er nauwelijks verschil in het al dan niet wonen in een gemeente met een Molukse wijk. Kinderen van Molukse migranten wonen met 65 procent iets vaker in een gemeente met een Molukse wijk dan kleinkinderen van Molukse migranten (62 procent). Wel zijn er verschillen te constateren wanneer de gemeenten waarin Molukkers wonen worden afgezet tegen het aantal Molukse grootouders dat deze persoon heeft. Hoe meer Molukse grootouders iemand heeft, hoe groter de kans is dat deze persoon in een gemeente met een Molukse wijk woont. Van de Molukkers met vier Molukse grootouders woont bijna driekwart in een gemeente met een Molukse wijk, onder Molukkers met één Molukse grootouder is dit ongeveer de helft. Uit de bevindingen in hoofdstuk 1 blijkt dat Molukkers vaker een Molukse partner hebben naarmate zij meer Molukse grootouders hebben. Bovendien blijkt dat deze partnerkeuze voornamelijk voorkomt in gemeenten met een Molukse wijk. Van de Molukkers met een Molukse partner woont liefst 89 procent in een gemeente met een Molukse wijk. Voor Molukkers met een niet-Molukse partner ligt dit met 59 procent fors lager. De ruimtelijke concentratie lijkt dus vaker voor te komen onder Molukkers die zich in mindere mate hebben gemengd op etnisch gebied.
Wonen
23
2.2 Molukkers woonachtig in gemeente met Molukse wijk, 2018 % 80 70 60 50 40 30 20 10 0 1 Molukse grootouder
2 Molukse grootouders
3 Molukse grootouders
4 Molukse grootouders
Relatief grootste populatie Molukkers in Leerdam In de gemeente Leerdam was in 2018 ruim 4 procent van de inwoners van Molukse komaf, en daarmee de gemeente met relatief de grootste populatie Molukkers in Nederland. In totaal hebben de top tien gemeenten met het hoogste aandeel Molukse inwoners allemaal een Molukse wijk (gehad).1) Behalve Leerdam gaat het verder om: Vught, Assen, Culemborg, Doesburg, Krimpen aan de IJssel, Appingedam, Tiel, Zuidplas en Middelburg. In deze gemeenten ligt het aandeel Molukse inwoners tussen de 2 en 3 procent.
1)
Op basis van de gemeentelijke indeling van 1 januari 2018.
24
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
2.3 Aandeel personen met Molukse achtergrond, 2018
Minder dan 1% 1% 2% 3% 4% Gemeente met Molukse wijk
Lager eigenwoningbezit onder Molukkers Voor alle leeftijdsgroepen geldt dat Molukse huishoudens (huishoudens waarvan de hoofdkostwinner Moluks is) minder vaak een eigen woning bezitten dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond. In 2018 was 37 procent van de Molukse huishoudens in bezit van een eigen woning, vergeleken met 64 procent onder huishoudens zonder migratieachtergrond. Het verschil is groter voor ouderen dan voor jongeren. 65-plussers met een Nederlandse achtergrond hadden ruim tweemaal zo vaak een koopwoning dan hun Molukse leeftijdsgenoten, terwijl het eigenwoningbezit onder 18–25-jarigen met een Nederlandse achtergrond ongeveer een kwart hoger was dan onder Molukse 18–25-jarigen. Het eigenwoningbezit was hoger onder de kinderen van Molukse migranten dan onder de Molukse migranten: 42 procent van de kinderen van Molukse migranten heefteen koopwoning, tegenover 28 procent van de Molukse migranten. Van de kleinkinderen van Molukse migranten heeft ongeveer een derde een koopwoning. Het is nog lastig te zien hoe het woningbezit bij de kleinkinderen van Molukse migranten zich verder ontwikkelt, omdat zij nog relatief jong zijn.
Wonen
25
2.4 Eigenwoningbezit, 2018 % 80 70 60 50 40 30 20 10 0 18 tot 25 jaar
Moluks
25 tot 45 jaar
45 tot 65 jaar
65 jaar en ouder
Nederlands
Relatief grootste verschil waarde koopwoning bij oudste huishoudens De waarde van de koopwoningen ligt bij Molukse huishoudens gemiddeld lager dan bij huishoudens zonder migratieachtergrond: 232 duizend om 282 duizend euro in 2018. Om het effect van leeftijd te beperken is de gemiddelde WOZ-waarde tevens uitgesplitst naar leeftijdscategorieën. Algemeen geldt dat de gemiddelde waarde van de koopwoning in alle leeftijdsgroepen lager is bij Molukse huishoudens dan bij huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Voor zowel Molukse huishoudens als huishoudens met een Nederlandse achtergrond geldt dat de waarde van de woning het laagst is voor huishoudens waarvan de hoofdkostwinner 25 tot 45 jaar oud is. Verder geldt dat het relatieve verschil in waarde van de koopwoning groter wordt naarmate de leeftijd van de hoofdkostwinner hoger is. Bij huishoudens waarvan de hoofdkostwinner 25 tot 45 jaar oud is, lag in 2018 de gemiddelde waarde van de koopwoning onder Molukse huishoudens 12 procent lager dan bij huishoudens zonder migratieachtergrond. Dit verschil loopt op tot ruim 20 procent bij huishoudens waarvan de hoofdkostwinner 65 jaar of ouder is. Tussen de Molukse generaties onderling zijn weinig verschillen te constateren in gemiddelde waarde van de koopwoning.
26
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
2.5 Gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen, 2018 x 1 000 euro 400
300
200
100
0 25 tot 45 jaar
Moluks
45 tot 65 jaar
65 jaar en ouder
Nederlands
Verschil waarde koopwoning groter in gemeenten met Molukse wijk Het verschil in WOZ-waarde tussen Molukse huishoudens en huishoudens zonder migratieachtergrond is groter in gemeenten met een Molukse wijk dan in gemeenten zonder Molukse wijk. Deze trend is binnen alle onderzochte leeftijdscategorieën te zien. Dit lijkt te suggereren dat Molukse huishoudens die wonen in een gemeente met een Molukse wijk een woning van lagere kwaliteit hebben dan wanneer zij wonen in een gemeente zonder Molukse wijk. Bovendien neemt dit verschil ook hier toe naarmate de hoofdkostwinner van het huishouden ouder is. Bij huishoudens met een hoofdkostwinner van 65 jaar en ouder, bedroeg het verschil in waarde van de koopwoning tussen Molukse huishoudens en huishoudens zonder migratieachtergrond in 2018 gemiddeld 14 procent in gemeenten zonder Molukse wijk. In gemeenten met een Molukse wijk was dit verschil met 27 procent bijna twee keer zo hoog.
Wonen
27
2.6 Verschil WOZ-waarde koopwoningen, 2018 % 30
25
20
15
10
5
0 25 tot 45 jaar
45 tot 65 jaar
Gemeente zonder Molukse wijk
65 jaar en ouder
Gemeente met Molukse wijk
Personen in Molukse huishoudens wonen minder ruim Personen die onderdeel zijn van een Moluks huishouden wonen over het algemeen minder ruim dan personen uit huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Dit geldt voor alle typen huishoudens en leeftijdsgroepen. Voor alle leeftijdscategorieën is het verschil in woonoppervlak tussen Molukse huishoudens en huishoudens zonder migratieachtergrond relatief het grootst voor paren met kinderen. Het verschil in woonoppervlakte tussen Molukse huishoudens en huishoudens met een Nederlandse achtergrond wordt niet kleiner over de generaties heen. Zowel huishoudens met een Molukse als Nederlandse achtergrond wonen gemiddeld ruimer in gemeenten zonder Molukse wijk dan in gemeenten met een Molukse wijk. 2.7
Gemiddeld vloeroppervlak per huishouden, 2017 Eenpersoonshuishouden
Paar zonder kinderen
Paar met kinderen
Eenouderhuishouden
m2
25 tot 45 jaar Moluks, kinderen
74
86
116
94
Moluks, kleinkinderen
72
83
111
91
Nederlands
80
99
135
101
45 tot 65 jaar
28
Molukse migranten
86
114
118
103
Moluks, kinderen
85
109
122
100
Nederlands
100
138
156
118
Molukkers in Nederland – De sociaaleconomische positie van Molukse migranten, hun kinderen en kleinkinderen
2.7
Gemiddeld vloeroppervlak per huishouden, 2017 (vervolg) Eenpersoonshuishouden