Bijlage I -Beschikking VVGB geitenhouderij Langenbergsestraat
Tekst van het document
Brabantlaan 1
Beschikking
Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12 Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Ons kenmerk
Aanvraag VVGB geitenhouderij gemeente Bernheze
C2297319/5108095
’s-Hertogenbosch, 22 november 2022 Verzoek Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 22 april 2022 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze een verzoek om een verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) ontvangen voor een aanvraag om een omgevingsvergunning. De aanvraag om een omgevingsvergunning betreft het wijzigen/uitbreiden van een geitenhouderij aan de Langenbergsestraat 7 – 9 te Heeswijk-Dinther. De aanvraag is geregistreerd onder nummer C2297319. Bevoegd gezag Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) Provinciale Staten hebben op basis van artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (hierna: IOV) vastgesteld. In deze IOV zijn onder andere regels vastgesteld op basis van artikel 4.1, derde lid Wro ten aanzien van geitenhouderijen. In deze regels is een verbod opgenomen voor het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten. Voor uitzonderlijke gevallen is een afwijkingsmogelijkheid van het verbod opgenomen. Dit betreft zogenaamde rechtstreeks werkende regels die gelden tot het tijdstip dat een gemeente het bestemmingsplan in overeenstemming heeft gebracht met de verordening.
Voor deze regels geldt dat afwijking slechts mogelijk is als dit in de regeling zelf is bepaald (artikel 2.12, lid 1 onder c Wabo) en als Gedeputeerde Staten daarvoor een verklaring van geen bedenkingen
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
hebben verleend (artikel 6.6 Bor). Voor de beoordeling van de omgevingsvergunningsaanvraag dient naast de vereiste VVGB eveneens voldaan te worden aan overige regelgeving zoals opgenomen in de IOV. Ontvankelijkheid Ten aanzien van de aspecten van het verzoek (toename oppervlakte voor geiten in verband met dierenwelzijn) om een VVGB af te geven hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie/gegevens bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een VVGB is vereist. Documenten bij de aanvraag vvgb d.d. 21 april 2022 (bij de gemeente Bernheze geregistreerd onder nr. 790840/1461684): ▪ Aanvraag omgevingsvergunning ingediend door L.A.A.
van der Heijden, en ontvangen door de gemeente Bernheze op: 28 december 2015, OLO nummer 2122515 ▪ De aanvraag omgevingsvergunning is aangevuld op: o 25-01-2016 BZV-toets, o 06-04-2016 gewijzigde milieu- en bouwtekening, o 07-04-2106 omgevingsdialoog, o 26-04-2016 bepaling vuurlast, o 29-09-2016 brandwerende info, • bouwtekeningen, • gewijzigde bijlage 1 en 2 en ventilatie info, o 27-06-2017 gewijzigde bijlage 1, o 12-09-2017 gewijzigde milieu- en bouwtekening, o 01-03-2018 plattegrond tekening milieu o 18-06-2018 wijziging aanvraag bijlage 1 en 2 • dierenwelzijn, • aerius berekeningen, • gewijzigde milieu en bouw tekeningen, • gezondheidstoets o 21-09-2021 besluit MER beoordeling o 09-03-2022 milieutekening, o 09-03-2022 wijziging aanvraag voor • dierenwelzijn, • gewijzigde bijlage 2, o 21-07-2022 wijziging aanvraag • Milieutekening • Aan en afvoerbewegingen motorvoertuigen
2/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
• •
Diverse aerius berekeningen en onderbouwing randeffect 25 km Bijlage 2
Planbeschrijving Het initiatief behelst de bouw van een dierenverblijf voor geiten met een omvang van 1758 m², ten behoeve van dierenwelzijn, passend binnen het bestaande bouwperceel. Op de gronden ligt een Agrarische bestemming met functieaanduiding IV. Het bouwperceel heeft een omvang ca 1.57 ha. Voorliggende bouwperceel ligt ca. 770 m ten westen van Vorstenbosch. Aspecten waarop de VVGB is beoordeeld Artikel 2.71, lid 1, IOV bevat voor geitenhouderijen een tijdelijk verbod op toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijf voor geiten. Een afwijking van dit verbod is in uitzonderingsgevallen mogelijk als wordt voldaan aan de voorwaarden opgenomen in artikel 2.71, lid 4 IOV: 1. tenzij de uitbreiding is ingegeven vanuit een dierenwelzijnsconcept en 2. onder de voorwaarde dat er geen sprake is van toename van het aantal geiten dat op het bedrijf aanwezig mag zijn op grond van de huidige omgevingsvergunning. Bij toepassing van deze afwijking is een verklaring van geen bedenkingen nodig van het college van Gedeputeerde Staten. Wij hebben de aanvraag van de VVGB beoordeeld op basis van artikel 2.71, lid 4 van de IOV en de aspecten zoals genoemd in de provinciale gedragslijn geitenmoratorium en de nadere toelichting op de gedragslijn, die op 14 januari 2020 aan de gemeente Bernheze is toegezonden.
Geitenmoratorium uit voorzorg voor volksgezondheid Ten aanzien van een mogelijke relatie tussen gezondheid van omwonenden en veehouderijen loopt er een langjarig onderzoek, het onderzoek Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) uitgevoerd door RIVM en de Universiteit van Utrecht (IRAS). De eerste resultaten van het onderzoek zijn in 2016 gepubliceerd. Er werd toen een indicatie gevonden tussen longontstekingen en het wonen in de buurt van geitenhouderijen. Naar aanleiding daarvan heeft er aanvullend, meer gericht onderzoek plaatsgevonden naar deze indicatie. Op 16 juni 2017 zijn de uitkomsten daarvan door het RIVM gepubliceerd in het rapport “Veehouderij en Gezondheid Omwonenden – aanvullende studies (hierna het VGO-II onderzoek). 1)
3/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
Uit het VGO II onderzoek blijkt dat er een verhoogde kans op longontsteking is voor mensen die in een straal van 1,5 – 2 km rondom een geitenhouderij wonen ten opzichte van mensen die niet in de buurt van een geitenhouderij wonen. De oorzaak van deze verhoogde kans kon daarbij niet worden aangegeven. Hier vindt nog nader onderzoek naar plaats in het VGO-III vervolgonderzoeken. De resultaten van het VGO II-onderzoek en een mogelijk moratorium zijn destijds uitvoerig besproken met de gemeenten, o.a. in de Stuurgroep Dynamisch Platteland (SDP). Een grote meerderheid van de gemeenten in Noord-Brabant steunde een voorstel om uit voorzorg een geitenmoratorium op te nemen. In een brief aan Gedeputeerde Staten en aan Provinciale Staten van Noord-Brabant heeft de SDP het provinciebestuur verzocht om het uitbreiden van geitenhouderijen en de omschakeling naar geitenhouderijen tegen te gaan. Dit heeft geleid tot het opnemen van een tijdelijk verbod voor een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten in de IOV (het geitenmoratorium). Belangrijke achterliggende reden voor het opnemen van het moratorium is dat de oorzaak van de verhoogde kans op longontsteking onbekend is zodat ook geen maatregelen kunnen worden voorgeschreven die de risico’s voor de volksgezondheid kunnen beperken.
Ook is het (nog) onbekend welke veranderingen op een bedrijf het gezondheidsrisico vergroten (bijvoorbeeld de toename van het aantal geiten, meer oppervlakte per melkgeit, het al dan niet houden van geiten op een strobed). Daarom wil de provincie, vanuit het voorzorgprincipe voorkomen dat, vooruitlopend op de uitkomsten van het onderzoek naar de oorzaak en daarmee naar mogelijk te treffen voorzieningen of maatregelen, nieuwe dierenverblijven voor geiten worden gebouwd. Gelet op deze onzekerheden zijn wij dan ook zeer terughoudend ten aanzien van het veranderen van bedrijfssituaties van geitenhouderijen. De bescherming van de volksgezondheid is een zwaarwegend maatschappelijk belang dat wij ook in procedures hebben aangevoerd en waarvan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 4 november 2020 ECLI:NL:RVS:2020:2619 ons in het gelijk heeft gesteld. Voorwaarden voor toepassen uitzondering dierenwelzijn De aanvraag van de VVGB is door de provincie beoordeeld op basis van artikel 2.71, lid 4 van de IOV en de aspecten zoals genoemd in de provinciale gedragslijn geitenmoratorium. In de gedragslijn “moratorium geitenhouderij en Verordening ruimte” en de nadere uitleg daarvan hebben wij aangegeven dat wanneer een gemeente een verandering op een geitenhouderij wenselijk en verdedigbaar acht en daarvoor een verzoek om een VVGB bij de
4/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
provincie indient, de gemeente dit VVGB-verzoek zeer zorgvuldig moet onderbouwen. Het verzoek dient vergezeld te gaan met: A. De motivatie waarom de gemeente een uitbreiding van het staloppervlak per (melk)geit acceptabel acht, ongeacht de onzekerheid over de oorzaak en effect van aanpassingen op het risico van longontsteking bij omwonenden van geitenhouderijen. B. Beschrijving en planologische borging van de wijze waarop de gemeente garandeert dat het aantal geiten op de geitenhouderij niet kan toenemen. Deze bepaling moet in ieder geval van kracht zijn totdat het geitenmoratorium is ingetrokken bijvoorbeeld omdat uit het lopende VGO3 onderzoek duidelijk is welke maatregelen nodig zijn voor een acceptabel niveau van het risico op longontsteking bij omwonenden van geitenbedrijven. C. Beschrijving van de wijze waarop de gemeente, als duidelijk is welke maatregelen nodig zijn om het risico op longontsteking in voldoende mate te beperken, regelt en borgt dat die benodigde maatregelen alsnog door de geitenhouder worden toegepast. Ook indien dat betekent dat de ondernemer hiervoor extra investeringen moet doen op korte termijn nadat de uitbreiding gerealiseerd is. Wij adviseren dat hiervoor een bindende afspraak wordt gemaakt, waarbij de ondernemer dit risico ook feitelijk op voorhand erkent en accepteert. D.
Informatie waarom er sprake is van een goed dierenwelzijnsconcept, eventueel vergezeld van een nader advies van een externe deskundigen. Voor de goede orde merken wij nog op dat in artikel 2.71 lid 4 van de Interim Omgevingsverordening sprake is van een discretionaire bevoegdheid voor ons college. Om deze bevoegdheid te gebruiken moet sprake zijn van een uitzonderlijk belang. In de nieuwe situatie moet verder per melkgeit minimaal een oppervlakte van 1,3 m2 beschikbaar zijn naast andere aspecten om te komen tot een goed dierenwelzijnsconcept. Overwegingen De aanvraag van de gemeente Bernheze voor een VVGB voor de voorliggende aanvraag voor de uitbreiding van een geitenhouderij is beoordeeld op de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 2.71 lid 4 IOV en de nadere invulling daarvan in de provinciale gedragslijn. Dit betreft de volgende aspecten: Ad A. Motivering toename bestaande oppervlakte dierenverblijf
5/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
De toename bestaande oppervlakte dierenverblijf is – ongeacht gezondheidsrisico’s- volgens de gemeente Bernheze acceptabel, omdat ▪ De ondernemer extra maatregelen neemt om fijnstof in de nieuwe stal te verminderen in de vorm van ionisatie systeem met coronadraden. ▪ binnen 2 kilometer van geitenhouder liggen geen andere geitenhouderijen, zodat er geen cumulatief effect is. ▪ Ook de woningen, die binnen de 2 km contour rondom de geitenhouderij liggen, vallen zelf niet binnen nog een 2 km contour van een andere geitenhouderij, zodat er voor de woningen ook geen cumulatief effect mogelijk is. ▪ In de directe omgeving van de veehouderij zijn andere veehouderijen gestopt en is de luchtkwaliteit in het gebied daardoor verbeterd. ▪ De achtergrond concentratie van fijnstof (PM10) 17-18 ug/m³ is. ▪ In de directe omgeving van de geitenhouderij zijn geen voorzieningen voor gevoelige mensen aanwezig (500 meter) wel burgerwoningen. ▪ De gemeente het schone lucht akkoord heeft ondertekend en dus werkt aan verdere verbetering van de luchtkwaliteit. ▪ Het emissiepunt van de geitenhouderij 25 meter opschuift, verder weg van de dichtsbij gelegen woning van derden. ▪ Er een overeenkomst met de ondernemer is gesloten dat hij verantwoordelijk is voor het nemen van maatregelen die naar aanleiding van de het VGO-III onderzoek kunnen worden opgelegd.
▪ Het aantal (melk)geiten op de locatie niet toe neemt. ▪ De hoeveelheid mest niet toeneemt en deze wordt opgeslagen in een overdekte loods. ▪ Waar mogelijk geeft de gemeente direct uitvoering aan verbetering van de volksgezondheid mocht dit uit onderzoek noodzakelijk blijken. Dit heeft de gemeente ook vastgelegd bij hun Raad. ▪ Het woningbouwplan Bergakkers 3 binnen 2 km van de geitenhouderij nodig was voor de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van het dorp Vorstenbosch ondanks de bekende gezondheidsrisico’s. Concluderend acht de gemeente Bernheze de gezondheidsrisico’s aanvaardbaar en voert ze aan dat het gezondheidsrisico niet negatief wordt beïnvloed door enkel het vergroten van het dierenoppervlak ten behoeve van het dierenwelzijnsconcept. Wij vinden dat de gemeente voldoende gemotiveerd heeft waarom zij het toename aan oppervlakte dierenverblijf aanvaardbaar vinden.
6/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
Ad B. Planologische borging geen toename aantal geiten De gemeente verwijst voor de borging naar de afgesloten overeenkomst “lopende omgevingsvergunningaanvraag tot de oprichting van een nieuwe stal Langenbergsestraat 7-9 te HeeswijkDinther” tussen de heer L.A.A. van der Heijden en de gemeente Bernheze. 1.
In de overeenkomst is de verplichting opgenomen om een bestemmingsplanwijziging in procedure te brengen overeenkomstig de uitgangspunten uit de gedragslijn. Met dit verzoek om VVGB geeft de gemeente Bernheze aan dat zij medewerking wensen te verlenen aan de uitbreiding van het bestaande staloppervlak van de geitenhouderij aan de Langenbergsestraat 7-9 te Heeswijk-Dinther. Enkel en alleen het staloppervlak ten behoeve van dierenwelzijn en nadrukkelijk geen uitbreiding in dieraantallen. Na realisatie van de staluitbreiding zal regelmatig een bedrijfscontrole plaatsvinden waarbij de dieraantallen worden gecontroleerd. Mochten meer dieren aanwezig zijn dan vergund wordt hier direct op gehandhaafd door de gemeente. De Wabo aanvraag is in strijd met het huidige bestemmingsplan van de gemeente Bernheze. ln artikel 4.2.1 onder h van het gemeentelijke bestemmingsplan is gesteld dat vergroting van de bebouwing ten behoeve van een geitenhouderij niet is toegestaan. De gemeente ziet de aanvraag als een aanvraag voor een buitenplanse afwijking. Het college van burgemeester van de gemeente Bernheze heeft besloten medewerking te verlenen aan het afwijken van dit artikel.
Daarnaast nemen zij in de voorschriften van de afwijkomgevingsvergunning ook op dat het aantal dieren, per diercategorie, dat krachtens de omgevingsvergunning milieu op 7 juli 2017 mag worden gehouden, niet mag worden overschreden. ln bijlage 2 onder punt 2 (gegevens verandering) wordt hier door de aanvrager ook om verzocht. Daarnaast hebben zij dit in de overeenkomst, in artikel 3 lid 2, ook vastgelegd met de aanvrager. Concluderend achten wij dat het voldoende geborgd is dat daadwerkelijk niet meer dieren gehouden kunnen worden dan nu is vergund. Ad C. Borging toekomstige maatregelen direct verplichten voor nieuwe stal Voor de borging van (mogelijk) toekomstige maatregelen om het gezondheidsrisico te beperken, verwijst de gemeente naar artikel 4, lid 2 van eerdergenoemde overeenkomst.
7/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
De overeenkomst bevat hiermee een verplichting aan de initiatiefnemer om toekomstige maatregelen door te voeren of dat een soortgelijke verplichting in de bestemmingsplanwijziging dient te worden opgenomen. Hiermee is samen met de planologische borging bij onderdeel B de realisering van de maatregelen voldoende geborgd. Ad D. Informatie dierenwelzijnsconcept In het vvgb-verzoek is aangegeven dat de initiatiefnemer het dierenwelzijnsconcept Maatlat Duurzame Veehouderij van de Stichting Milieu Keur (SMK), wil volgen. Er wordt aangegeven welke aanpassingen in de stal getroffen gaan worden. De gemeente geeft daarbij aan waarom de voorgestelde nieuwe bedrijfsopzet kan worden beschouwd als een goed ‘dierenwelzijnsconcept’, zoals dat gevraagd wordt in de gedragslijn. Uit de nadere onderbouwing blijkt wat de initiatiefnemer precies verstaat onder het dierenwelzijnsconcept. • Het aantal geiten niet toeneemt; • De oppervlakte dierenverblijf per dier minimaal 2,2 m² is; • Het aantal punten van de dierenwelzijnsmaatlat (maatlat duurzame veehouderij) 56 punten is ten opzichte van de benodigde 40 en hiermee bovengemiddeld scoort.
• Er extra techniek wordt toegepast om fijnstof en ammoniak emissie te verminderen te weten: o Dakisolatie o Frequent instrooien stro (automatisch) o Overdekte mestopslag buiten de stal o Mechanisch geventileerde stal o Verplaatsen dichtstbijzijnde emissie punt o Ionisatiesysteem met coronadraden Conclusie Gelet op het voorgaande, zijn wij van mening, dat • Onzeker is of de met onderbouwing van de gemeente over de uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijven de gezondheidsrisico’s voldoende worden beschermd; • voldoende is geborgd dat het aantal (melk)geiten niet zal toenemen; • voldoende geborgd is dat – bij het bekend worden van mogelijke oorzaken van het verhoogde gezondheidsrisico – maatregelen hiervoor zullen worden doorgevoerd in de nieuwe stal; • voldoende duidelijk is dat er sprake is van een goed dierenwelzijnsconcept.
8/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
•
onvoldoende is aangetoond dat hier sprake is van een uitzonderlijk belang
Gedeputeerde Staten hebben besloten dat er in dit geval geen sprake is van een uitzonderlijk belang en daarom besloten geen verklaring van geen bedenkingen af te geven aan de gemeente Bernheze. Het is onzeker dat, op basis van deze aanvraag, het risico op longontsteking afneemt. Dit komt doordat het onderzoek naar de oorzaak van de verhoogde incidentie op longontsteking nog loopt. Hetgeen aangevoerd is door de gemeente doet daar niks aan af. Het is duidelijk dat de gemeente hier anders in staat en de mogelijke gevolgen voor de volksgezondheid aanvaardbaar vindt. Het moratorium is van tijdelijke aard. De onzekerheid over de gevolgen voor de gezondheid en uitbreiden van stal oppervlak spelen dan ook bij de afweging voor een uitzonderlijk belang zwaar mee. Met het moratorium willen wij voorkomen dat er nu stallen worden gebouwd of ontwikkelingen plaatsvinden waarvan straks blijkt dat die een oorzakelijk verband hebben met de optredende luchtwegaandoeningen. Zolang niet bekend is wat de oorzaak is én welke maatregelen getroffen kunnen worden om de risico’s te verminderen vinden wij dat de uitbreiding van dierenverblijven onwenselijk is, ook niet als er sprake is van een gelijkblijvend aantal dieren. Dit besluit heeft geen invloed op andere eventuele benodigde toestemmingen van de provincie Noord-Brabant dan Artikel 2.71, lid 1, IOV.
Beslissing Gelet op de bepalingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, besluiten wij: I.
de door de gemeente Bernheze aangevraagde verklaring van geen bedenking voor de bouw van een nieuwe stal bij de geitenhouderij aan de Langenbergsestraat 7 – 9 te HeeswijkDinther; waardoor er ter plekke een toename van het bestaande oppervlakte dierverblijf voor geiten is, te weigeren.
Beroepsclausule Tegen (het weigeren van) deze vvgb als zodanig staan geen rechtsmiddelen open.
9/10
Datum
22 november 2022 Ons kenmerk
C2297319/5108095
Overeenkomstig het door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant genomen besluit,
H.B.W. van den Berg, programmamanager Wonen, Werken en Leefomgeving In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
10/10