Bijlage - Grondstoffenplan 2025-2030
Tekst van het document
Afval als pijler van een circulaire toekomst
Grondstoffenplan 2025-2030 Integraal beleid gericht op afvalpreventie en hoogwaardige recycling.
De gemeente Bernheze heeft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Een circulaire gemeente verwerkt reststromen tot nieuwe grondstoffen en producten. Het Grondstoffenplan 2025-2030 beschrijft hoe we dit doen.
1
Inhoudsopgave Samenvatting Grondstoffenplan Bernheze 2025-2030 1. Inleiding 2. Visie, doelstellingen en uitgangspunten 2.1 2.2 2.3 3.
Inzameling en verwerking van afval en grondstoffen 3.1 3.2 3.3 3.4
4.
Acties en maatregelen Stimulering meer en betere afvalscheiding
Uitvoeringsprogramma 2025-2030 5.1 5.2 5.3
6.
Situatieschets Behaalde resultaten Wat gaat goed en wat kan beter Doelstellingen grondstoffenbeleid
Grondstoffenstrategie 2025-2030 4.1 4.2
5.
Visie Europese en landelijke doelstellingen Trends, ontwikkelingen en beleidskaders
Planning Investeringsplan Monitoring en evaluatie
Ter afsluiting
3 4 6 6 6 6 10 10 12 14 15 17 17 19 20 20 20 22 23
2
Samenvatting Grondstoffenplan Bernheze 2025-2030 Afval als pijler voor een circulaire toekomst. Het Grondstoffenplan van Bernheze voor 2025-2030 zet vol in op afvalpreventie, hoogwaardige afvalscheiding en recycling. Afval wordt niet langer als een probleem gezien, maar als waardevolle grondstof in een circulaire economie. De acties en maatregelen in dit Grondstoffenplan dragen niet alleen bij aan onze duurzaamheidsdoelen maar verbeteren ook onze dienstverlening en houden de kosten van afvalbeheer beheersbaar. Dit beleidsplan sluit aan bij de Europese en nationale doelstellingen om afval gescheiden in te zamelen, de kwaliteit van gescheiden afvalstromen te verbeteren en te recyclen tot nieuwe grondstoffen en producten. Visie en doelstellingen Bernheze werkt aan de transitie naar een circulaire economie. We richten ons op afvalpreventie, verbeterde afvalscheiding en recycling om dit te realiseren. In 2023 werd er in de gemeente Bernheze per inwoner gemiddeld 505 kg afval en grondstoffen ingezameld, daarvan was gemiddeld 96 kg huishoudelijk restafval, bestaande uit 25 kg grof restafval en 71 kg fijn restafval. Met 409 (505-96) kg gescheiden ingezamelde grondstoffen was het scheidingspercentage 81%. Ons recyclingpercentage was met 63% in 2023 al hoger dan de Europese doelstelling voor 2030.
Onze ambitieuze doelen voor 2030: in de komende jaren willen we de totale hoeveelheid afval per inwoner terugbrengen tot 450 kg, het restafval reduceren tot 50 kg per inwoner wat betekent dat we het scheidingspercentage verhogen naar 88%. Als recyclingpercentage nemen we de Europese doelstelling voor 2035: 65%.
Resultaat 2023 Doelstelling 2030
totaal afval/grondstoffen (wel + niet recyclebaar) 505 kg per inwoner 450 kg per inwoner
Niet recyclebaar kg/inw %totaal 96 19% 50 11%
%gescheiden ingezameld 81% 89%
recycling% (= verwerkt tot grondstof en toegepast) 63% (Europees doel 2030: 60%) 65% (= Europees doel 2035)
Sterke punten en verbeterpunten Bernheze heeft al veel bereikt. De zuiverheid van onze afvalstromen is hoog en door systeemwijzigingen is het restafval afgenomen tot 96 kg per inwoner per jaar. Toch zijn er ook verbeterpunten: Het restafval bevat nog veel recyclebare materialen, het volume grof restafval is hoger dan gemiddeld en een deel van de inzamelmiddelen en -voorzieningen is verouderd. Grondstoffenstrategie Om onze doelen te bereiken, nemen we verschillende acties en maatregelen. We verbeteren de inzameling bij hoogbouwlocaties en optimaliseren de inzameling van specifieke materialen zoals papier, karton, glas en luier- en incontinentiemateriaal. Communicatiecampagnes en educatie op scholen motiveren inwoners tot betere afvalscheiding. Een mogelijke aanvulling hierop is projectmatige inhuur van afvalcoaches in samenwerking met omliggende gemeenten. Uitvoeringsprogramma De implementatie van de maatregelen is gefaseerd om de haalbaarheid te waarborgen. De financiering komt uit de afvalstoffenheffing. Met effectindicatoren als afval per inwoner en scheidingspercentage monitoren we de voortgang. Tussentijdse rapportages zorgen voor transparantie en bieden de mogelijkheid om bij te sturen waar nodig. Monitoring en evaluatie maken ons flexibel om bij te sturen en onze ambities te realiseren.
Conclusie Het Grondstoffenplan 2025-2030 van Bernheze is een krachtige stap richting een circulaire economie. Door in te zetten op afvalpreventie, verbeterde afvalscheiding en recycling en door samen te werken met inwoners, transporteurs en verwerkers, zet Bernheze concrete stappen naar een duurzame toekomst. Samen werken we aan een schoner, groener en duurzamer Bernheze! 3
1. Inleiding In dit Grondstoffenplan beschrijven we de stappen die Bernheze in de periode 2025-2030 zet op weg naar een optimaal grondstoffenhergebruik in 2050. Het afval- en grondstoffenbeleid in de gemeente Bernheze is in 2017 voor het laatst geëvalueerd en geactualiseerd. Waar in het vorige beleidsplan de reductie van restafval centraal stond, verleggen we in dit plan de focus naar de kwaliteit van de afvalscheiding om hoogwaardige toepassing mogelijk te maken van door recycling herwonnen grondstoffen. We stemmen het nieuwe beleid af op recente ontwikkelingen en zetten de koers uit voor de periode 2025-2030. Beeldvorming In de beeldvorming is afval een probleem dat opgelost moet worden. Met dit plan buigen we dat beeld om. Afval is geen probleem maar een vaste waarde in de cyclus grondstof - product - reststroom grondstof. Een inwoner die van zijn restmateriaal af wil, beschouwt die reststoffen als afval maar het zijn waardevolle grondstoffen. Om de waarde van reststoffen meer te benadrukken hebben we in dit plan de term afval afgewisseld met alternatieven. Zo wennen we eraan de term restmateriaal te gebruiken in plaats van afval of PMD-monostroom i.p.v. PMD-afval, want taal doet ertoe! Transitie Door de groei van de wereldbevolking en een toenemend welvaartsniveau, stijgt de vraag naar goederen.
De toename van de productie van goederen vergroot de vraag naar grondstoffen en belast het milieu. Het lineaire economiemodel dat natuurlijke voorraden uitput en grondstoffen schaars maakt, heeft geen toekomst. De noodzakelijke transitie naar een circulaire economie waarin grondstoffen uit reststromen herwonnen worden voor hergebruik, wordt steeds urgenter voor een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving. Deze transitie is volgens de Europese Commissie 'de gelegenheid om onze economie te transformeren en nieuwe en duurzame concurrentievoordelen voor Europa te genereren'. Europa heeft de ambitie om deze transitie in 2050 af te ronden.
Circulaire economie Een circulaire economie is gericht op het optimaal benutten en hergebruiken van grondstoffen. Het is een toekomstbestendige economie waarin we zorgvuldig omgaan met onze grondstoffen en producten en waarin reststoffen (afval) volledig worden hergebruikt. Aan het einde van de gebruikscyclus van een product worden de materialen waaruit het product is samengesteld, verwerkt tot grondstoffen. De toepassing van niet herbruikbare reststoffen (restafval) wordt geminimaliseerd, zodat het verbranden daarvan wordt afgebouwd. Op die manier wordt er niets meer verspild. We blijven gebruiken zonder te verbruiken. Zo behouden we onze welvaart en verdienvermogen zonder de planeet uit te putten. Ook verkleinen we onze afhankelijkheid van andere landen voor onze grondstoffen. De circulaire economie omvat veel meer dan het herwinnen en opnieuw toepassen van grondstoffen. Het vormt de basis van een duurzame samenleving. 4
Een duurzame samenleving beperkt negatieve invloeden op ecosystemen tot niveaus die de regeneratieve capaciteiten van die ecosystemen niet overschrijden. In een duurzame samenleving beperken we de hoeveelheid reststoffen (afval), wordt onze energiebehoefte vervuld met duurzaam opgewekte energie en is hergebruik van producten en grondstoffen geoptimaliseerd. Zo dragen we bij aan het tegengaan van klimaatverandering en hebben we oog voor people, planet en prosperity. Staatssecretaris Vivianne Heijnen: “De circulaire economie draagt bij aan oplossingen voor tal van maatschappelijke problemen. Grondstoffen blijven in de kringloop en zo voorkomen we afhankelijkheid van andere landen, milieuvervuiling, CO2-uitstoot en groeiende afvalbergen.” Om de Nederlandse economie in de toekomst volledig te laten draaien op herbruikbare producten en grondstoffen, werkt de overheid samen met het bedrijfsleven en maatschappelijke partners. De rol van gemeenten De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) benadrukt dat circulaire economie geen ‘nice to have’ maar een ‘must have’ is voor een toekomstbestendige Nederlandse samenleving.
Als regisseur van de inzameling van huishoudelijk afval/reststromen en van de verwerking daarvan tot grondstoffen, spelen gemeenten een belangrijke rol in de transitie naar de circulaire economie door de hoeveelheid niet-recyclebare reststoffen (restafval) terug te dringen en de kwaliteit van de afvalscheiding te verbeteren. De circulaire economie in Bernheze Door producten en grondstoffen zo lang mogelijk in de keten te houden, materiaalketens op een duurzame manier te sluiten en waarde te creëren uit reststromen (afval), werken we in Bernheze aan de realisatie van een circulaire economie. Onze ambitie is om in 2050 een gemeente te zijn waarin alle reststromen grondstoffen opleveren die opnieuw toegepast worden, in lijn met de Europese en landelijke afvaldoelstellingen en de gemeentelijke duurzaamheidsagenda. Hierin staan de volgende vier doelstellingen centraal: • • • •
Meer afvalpreventie / verlagen totale hoeveelheid reststoffen Minder restafval / verlagen monostroom-materialen in restafval Meer afvalscheiding / gescheiden ingezamelde monostromen van hoge kwaliteit. Meer recycling van de ingezamelde grondstoffen.
Dit grondstoffenplan is gebaseerd op drie pijlers: milieu, kosten en dienstverlening. Milieu spitst zich tot op minder niet recyclebare reststromen (restafval), meer afvalscheiding, recycling en hergebruik. Kosten betreft het laag houden van de afvalbeheerskosten, het principe dat de vervuiler betaalt en een eerlijke en betaalbare afvalstoffenheffing. Dienstverlening richt zich op toegankelijke voorzieningen, goede en begrijpelijke informatie.
5
2. Visie, doelstellingen en uitgangspunten 2.1 Visie Door efficiënter en circulair om te gaan met grondstoffen, kunnen we in de toekomst welvarend leven op een gezonde planeet, met een duurzame en sterke economie. 2.2 Europese en landelijke doelstellingen Minder restafval In 2014 werd als VANG(van-afval-naar-grondstof)-doel gesteld om in 2025 de hoeveelheid verbrand en gestort afval te halveren ten opzichte van 2012. Om deze doelstelling concreter te maken werd de landelijke doelstelling voor reductie van huishoudelijk restafval vertaald in maximaal 100 kg restafval per persoon per jaar in 2020. Vanwege commerciële belangen zijn inspanningen om consumenten te motiveren hun gedrag te veranderen sterker gericht op afvalscheiding dan op afvalreductie. In 2020 haalde 15% van de gemeenten de 100kg-restafval-doelstelling. Als stip-op-de-horizon werd voor 2025 het maximum van 30 kg restafval per inwoner per jaar gesteld. Die doelstelling was gebaseerd op het scenario dat in 2025 voor alle producten een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zou gelden. Omdat de realiteit fors achterblijft bij dat scenario, is bij de herijking van het VANGuitvoeringsprogramma in 2022 de landelijke ambitie om jaarlijks maximaal 30 kg restafval per inwoner in te zamelen losgelaten.
Betere afvalscheiding In lijn met de Europese Kaderrichtlijn Afvalstoffen heeft het landelijke Uitvoeringsprogramma VANGHuishoudelijk afval 2021-2025 als doel de zuiverheid van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen te verbeteren. Hoe zuiverder de afvalstromen, hoe beter de kwaliteit van de uit recycling herwonnen grondstoffen en hoe hoogwaardiger hun toepasbaarheid. De doelstelling van 75% afvalscheiding in 2020 werd door 31% van de Nederlandse gemeenten behaald. Meer recycling Europa heeft recent een nieuwe norm gesteld: in 2035 moet 65% van al ons huishoudelijk afval worden gerecycled tot herbruikbare grondstoffen. Lidstaten moeten in drie tijdsvakken de hergebruik en recycling van huishoudelijk afval verhogen: in 2025 tot minimaal 55%, in 2030 tot minimaal 60% en in 2035 tot minimaal 65%. Het percentage daadwerkelijk gerecycled materiaal in het complete aanbod huishoudelijke reststromen wordt leidend. Het aantal kilogram restafval per persoon per jaar en het afvalscheidingspercentage worden niet langer gehanteerd als indicatoren. 2.3 Trends, ontwikkelingen en beleidskaders Deze paragraaf geeft een overzicht van trends, ontwikkelingen en beleidskaders die de uitgangspunten vormen voor dit Grondstoffenplan.
Beleidskader: Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023-2030 Nederland legde in 2016 als een van de eerste landen ter wereld zijn ambitie voor een circulaire economie vast in beleid, met het landelijke programma ‘Nederland Circulair in 2050’. In dit programma is de ambitie voor 2050 opgenomen als stip op de horizon. Het programma zorgde voor bewustwording in de samenleving en creëerde draagvlak voor de transitie naar een circulaire economie. Ruim vierhonderd partijen ondertekenden het Grondstoffenakkoord dat in vijf transitieagenda’s uitgewerkt is: Consumptiegoederen, Kunststoffen, Bouw, Maakindustrie en Biomassa en voedsel. Het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023 vertaalde deze transitieagenda’s naar concrete acties en projecten tot 2023. Het Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 bevat maatregelen om een zuiniger grondstoffengebruik te realiseren. 6
Ontwikkeling: Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) Het opstellen van regels waardoor producenten hun verantwoordelijkheid nemen in de transitie, is een taak van de landelijke en Europese overheid. Producenten worden verantwoordelijk gemaakt voor de milieu-impact gedurende de gehele bestaanscyclus van hun producten: toegepaste grondstoffen – productieproces – gebruik – ontmanteling. Zodra producenten economisch belang hebben bij het verminderen van negatieve impact op het milieu, zullen zij bij het ontwerp van hun producten en productieprocessen keuzes maken die de milieu-impact verkleinen. Voor steeds meer sectoren geldt een Uitgebreide Producenten Verantwoordelijkheid (UPV) die van invloed is op de wijze waarop consumenten zich van hun afgedankte producten kunnen ontdoen. De producenten bepalen de voorwaarden waaraan de inzameling en verwerking moeten voldoen om voor vergoeding in aanmerking te komen. Dit brengt professionalisering en certificering. Beleidskader: Van Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) naar Circulair Materialen Plan (CMP) In 2023 zou het Circulair Materialenplan (CMP) het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP) vervangen. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft aangekondigd dat de implementatie van het CMP uitgesteld is tot 2025.
Omdat het CMP op het moment van schrijven nog niet beschikbaar is, nemen we de richtlijnen van het derde Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) als kaders voor dit grondstoffenplan. Beleidskader: Van Afval Naar Grondstoffen Huishoudelijk Afval (VANG HHA) herijkt De doelstellingen van het landelijke programma VANG-HHA zijn aangepast. In de periode 2020-2025 lag de focus op het verminderen van de hoeveelheid restafval. De zuiverheid van de gescheiden ingezamelde afvalstromen kwam daardoor onder druk te staan. Zuiverheid van deze deelstromen is van grote invloed op de kwaliteit van de grondstoffen die er uitgehaald kunnen worden. Hoe minder stoorstoffen, hoe beter de kwaliteit van het recyclaat. De nieuwe VANG-HHA-doelstellingen stellen de zuiverheid van de deelstromen en de vermindering van de totale hoeveelheid restmateriaal centraal. Ontwikkeling: R-ladder vervangt Ladder van Lansink Voor het kwalificeren van duurzaamheid is de R-ladder ontwikkeld. Hierin worden verschillende benaderingen van consumptiegoederen gerangschikt naar ecologische impact. Hoe hoger op de ladder, hoe kleiner de impact. De voorloper van de R-ladder was de ladder van Lansink. Het voorkomen van reststoffen door af te zien van consumeren levert de meeste milieuwinst. Het is belangrijk te beseffen dat recycling de op een na laagste trede op de R-ladder is.
Slechts gevolgd door recover, het opwekken van energie door verbranding van afval, de laagste trede. Het verbranden van reststoffen zonder de warmte die daarbij vrijkomt te benutten en het storten van reststoffen zijn in de R-ladder niet meer opgenomen.
R-ladder
Ladder van Lansink
7
Uitgangspunt: Taken en verantwoordelijkheden De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van het huishoudelijk afval van de huishoudens binnen de gemeentegrenzen. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de inzameling en verwerking van bedrijfsafval. Ondernemers zijn zelf verantwoordelijk voor de afvoer en verwerking van hun afval en sluiten daarvoor een contract af met een marktpartij. Gemeenten met een eigen afvalinzameling kunnen hun diensten ook aan bedrijven aanbieden. Omdat de gemeente Bernheze geen eigen afvalinzameling heeft, ontbreekt de mogelijkheid om bedrijfsafval in te zamelen. De gemeente Bernheze heeft een faciliterende en regisserende rol in de inzameling van het huishoudelijk afval en grondstoffen en de verwerking daarvan. Deze wettelijke taak vullen we in door zorg te dragen voor de inzameling en verwerking van gescheiden rest- en grondstoffen. Beleidskader: Omgevingswet en omgevingsvisie Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. In maart 2024 stemde de gemeenteraad van Bernheze in met de Omgevingsvisie 2040. In de omgevingsvisie Bernheze 2040 is de ambitie opgenomen om in 2050 100% circulair te zijn. In een pilotjaar doet de gemeentelijke organisatie ervaring op met programmatisch werken onder de Omgevingswet.
Op basis van de resultaten van deze ervaringen wordt besloten hoe de gemeentelijke organisatie de integrale doelstellingen van de Omgevingsvisie gaat realiseren. Beleidsplannen die tijdens de pilotperiode zijn ontwikkeld, zoals dit Grondstoffenplan, hebben echter nog een sectoraal karakter. Als tot een Programma Circulariteit wordt besloten, dan wordt het Grondstoffenplan daar onderdeel van. Met het oog op de toekomst, is bij de ontwikkeling van dit plan zoveel mogelijk ‘met integrale bril’ naar het vakgebied gekeken. Trend: Opschroeven zuiverheidseisen en afkeur De kwaliteit van het recyclaat bepaalt de toepasbaarheid, die weer maatgevend is voor de marktprijs. Pas wanneer de prijs en kwaliteit van het recyclaat vergelijkbaar is met die van de primaire grondstof, komt de markt voor het recyclaat op gang. Verwerkers van reststoffen stellen steeds strengere eisen aan de zuiverheid van de deelstromen om het recyclaat concurrerend te maken. De toegestane percentages stoorstoffen worden naar beneden bijgesteld. Indien het percentage stoorstoffen in een vracht hoger is dan de grenswaarde, wordt de vracht afgekeurd en wordt deze lading verwerkt als restafval. Dat is fors duurder en heeft een negatieve impact op het milieu. Uitgangspunt: Afvalpreventie We keuren een wegwerpeconomie af en werken aan een circulaire samenleving met gesloten kringlopen.
We zetten in op preventie en maken inwoners bewust van hun consumptiegedrag. Door middel van communicatie schetsen we alternatieven voor de wegwerpeconomie waarmee we een andere mindset creëren: van ‘natuurlijk nieuw’, naar ‘nieuw is een optie wanneer afzien van de aankoop, repareren, lenen, huren en tweedehands niet mogelijk zijn’. We veranderen de gewoonte om alles onnadenkend nieuw aan te schaffen in een bewuste keuze waarin meer duurzame opties worden afgewogen. Eerste keus? Tweedehands! Uitgangspunt: Afvalinfrastructuur verleidt tot gewenst gedrag Met onze afvalinfrastructuur faciliteren we de herwinning van grondstoffen uit de reststromen van onze inwoners. We verleiden onze inwoners tot gewenst gedrag door het gescheiden aanbieden van reststoffen zo gemakkelijk mogelijk te maken, gewenst gedrag te belonen en financiële voordelen van een correcte scheiding te benadrukken. De gemeente draagt bij aan het sluiten van de ketens door afspraken te maken met andere partijen in de keten, zoals aanbieders en verwerkers. Bij de selectie van samenwerkingspartners zijn de kosten én de kwaliteit van de recycling van onze reststromen belangrijke selectiecriteria. In aanbestedingstrajecten gebruiken we hiervoor indicatoren als reductie van CO2-uitstoot en watergebruik.
8
Uitgangspunt: Toereikende afvalinfrastructuur en dienstverlening Commitment van onze inwoners is van belang bij de actualisatie van de afvalinfrastructuur. Bij het bevorderen van draagvlak voor milieumaatregelen spelen de volgende factoren een rol: • • •
Het kwaliteitsniveau van de dienstverlening. De beheersing van de kosten. Educatie en communicatie.
Uitgangspunt: Bronscheiding Het huidige systeem van afval scheiden bij de bron is het uitgangspunt. Op dit moment is nascheiding geen goede techniek omdat er veel grondstoffen verloren gaan. Nascheiding maakt inwoners minder bewust van het nut van afvalpreventie en het principe ‘de vervuiler betaalt’ is niet toepasbaar. We volgen de ontwikkelingen op het gebied van nascheiding nauwlettend om waar nodig het beleid hierop aan te kunnen passen. Uitgangspunt: Beheerkosten financieren met afvalstoffenheffing We houden de afvalbeheerkosten zo laag mogelijk, zodat onze inwoners een zo laag mogelijke afvalstoffenheffing betalen. Dat is een uitdaging omdat investeringen in de inzamelinfrastructuur nodig zijn om deze op orde te brengen en te houden. Met een systeem met gedifferentieerde tarieven (diftar) waarbij goed scheiden van reststoffen loont, worden de kosten rechtvaardig verdeeld. Hierbij volgen we het principe ‘de vervuiler betaalt’. Op deze manier hebben inwoners van Bernheze invloed op de hoogte van hun afvalstoffenheffing. De afvalbeheerkosten in diftar-gemeenten zijn lager dan in niet-diftar gemeenten. De financiële prikkel om afvalscheiding te bevorderen werkt. In diftar-gemeenten is een deel van de afvalstoffenheffing afhankelijk van de hoeveelheid door inwoners aangeboden reststromen.
Hoe succesvoller de maatregelen om afvalscheiding en -vermindering te bevorderen zijn, hoe lager de opbrengsten van het variabele deel van de afvalstoffenheffing. Als de afvalbeheerskosten minder hard dalen, is het onvermijdelijk de afvalstoffenheffing te verhogen. Deze diftar-paradox (de noodzaak tarieven te verhogen terwijl afval beter gescheiden wordt) is lastig uit te leggen aan inwoners. Uitgangpunt: inhoud in openbare prullenbakken geen huishoudelijk afval Zodra afval in een openbare prullenbak belandt, wordt het niet langer tot huishoudelijk afval gerekend en vervalt de verplichting tot gescheiden inzameling en verwerking. De kosten voor het plaatsen en onderhouden van openbare afvalbakken komen niet ten laste van de opbrengsten van de afvalstoffenheffing maar ten laste van het budget van het beheer van de openbare ruimte. Dankzij Europese regelgeving dragen producenten van verpakkingsmateriaal vanaf 2024 bij aan de kosten van lediging van openbare prullenbakken en verwerking van de inhoud. Omdat die door producenten opgebrachte vergoeding toegewezen wordt aan het budget voor het beheer van de openbare ruimte, heeft deze prullenbakkenvergoeding geen invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing. Uitgangspunt: Draagvlak inwoners is niet vanzelfsprekend.
In maart 2025 konden inwoners middels een online enquête hun mening geven over de huidige vormgeving van de afvalinzameling. Uit de resultaten van enquête blijkt dat inwoners gemiddeld tevreden zijn over de dienstverlening en dat zij heel verschillend denken over wat er zou kunnen worden verbeterd aan de inzameling. Doordat de inwoners gemiddeld tevreden zijn over de dienstverlening, wordt de noodzaak om veranderingen door te voeren niet gevoeld. Vanwege die verschillende meningen is onvermijdelijk een verandering een deel van de inwoners gaat teleurstellen. Zorgvuldige communicatie is van belang voor het creëren van draagvlak onder inwoners voor in te voeren maatregelen.
9
3. Inzameling en verwerking van afval en grondstoffen 3.1
Situatieschets
Inzamelstructuur: haal- en brengsysteem De inzamelstructuur is gebaseerd op een haalsysteem waarbij deelstromen huis-aan-huis worden opgehaald; decentrale voorzieningen in de directe woonomgeving en een brengsysteem waarbij de inwoners hun reststromen wegbrengen naar centrale voorzieningen. Huis-aan-huis inzameling Groente-, fruit- en tuinafval en etensresten gft(e)
140 of 240 liter minicontainer
1x per 14 dagen
Plastic, metaal en drankkartons (pmd)
speciale pmd-zakken
1x per 14 dagen
Papier en Karton
los (zonder inzamelmiddel)
12 x per jaar
Fijn huishoudelijk restafval
240 liter minicontainer
1x per 4 weken
Verzamelvoorzieningen in de directe woonomgeving Glas
ondergrondse container.
Textiel
Bovengrondse container
Luiers en incontinentiematerialen
ondergrondse container
Reststromen die inwoners wegbrengen naar centrale voorzieningen Grof snoeiafval
twee groendepots
Grond
Grondbank
Overige reststoffen
Milieustraat
Contractbeheer Voor een groot deel van de inzameling en verwerking van de afval- en grondstoffenstromen heeft de gemeente Bernheze het uitsluitend recht verleend aan de Afvalstoffendienst ’s-Hertogenbosch. Dat contract loopt tot 31/12/2026. De intentie is om de samenwerking ook daarna voort te zetten. Voor de inzameling en verwerking van de overige deelstromen zijn contracten afgesloten met commerciële partijen. De papierinzameling zoals we die nu kennen met de inzet van vrijwilligers eindigt uiterlijk 31/12/2027. De vergoeding voor vrijwilligersorganisaties die in het verleden betrokken waren bij de textielinzameling stopt per 01-01-2026. Stedelijkheidsklasse Het Centraal Bureau voor de Statistiek deelt gemeenten in naar stedelijkheid. Deze indeling is gebaseerd op de omgevingsadressendichtheid. Van ieder adres wordt het aantal adressen binnen de cirkel met een straal van 1 km bepaald. Het gemiddelde van alle adressen (697) levert de stedelijkheidsklasse. De grenzen van vijf stedelijkheidsklassen zijn minder dan 500; 500-1000; 10001500; 1500-2500 en meer dan 2500 adressen per km². De gemeente Bernheze is ingedeeld in stedelijkheidsklasse 4: weinig stedelijk. Afvalstoffenheffing en diftar Het tariefstelsel van de gemeente Bernheze is ontworpen om afvalscheiding te bevorderen en nietrecyclebare reststoffen (restafval) te verminderen.
De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel gedeelte: De tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad. Het variabele deel (diftar) is afhankelijk van het aantal ledigingen van de minicontainers. In 2025 betalen inwoners: • € 159,00 vast bedrag (ook wel vastrecht) . • € 19,50 per lediging van een 240 liter en € 11.70 per lediging van een 140 liter restafvalcontainer • € 1,50 per lediging van een gft(e)-minicontainer ongeacht of de inhoud van de minicontainer 10
De ledigingen in 2025 worden bij de aanslag gemeentelijke belastingen 2026 in rekening gebracht. Hoogbouw Het reststroomaanbod van bewoners van hoogbouwlocaties wordt niet per huishouden geregistreerd. Zij betalen een vaste opslag op het vaste deel van de afvalstoffenheffing. De opslag is afhankelijk van de grootte van het huishouden: - eenpersoonshuishoudens betalen jaarlijks een opslag van € 48,65 - meerpersoonshuishoudens betalen een opslag van € 97,30. Aantal inwoners en huishoudens Aantal inwoners Aantal huishoudens (= woonhuisaansluitingen volgens BSOB) Huishoudens die vastrecht betalen Huishoudens waarvan vastrecht is kwijtgescholden* Huishoudens met verlaagd tarief restafvalminicontainer i.v.m. medisch afval
2022
2023
2024
31.728 13.255 12.470 404 347
32.266 13.373 12.647 370 316
32.522 13.424 12.724 345 292
*) huishoudens met een inkomen op of onder het bijstandsniveau zonder eigen vermogen. Gemiddelde lastendruk per huishouden
2023
aantal ledigingen totaal
Aantal huishoudens GFT(e) Restafval totaal variabel tarief Vaste tarief 2023 (inclusief € 20,- eenmalige teruggave)
gemiddeld aantal ledigingen per huishouden
ledigingstarief 2023
lastendruk
8,2 4,9
€ 1,00 € 16,00
€ 8,17 € 78,13
13.373 109.224 65.300
€ 86,30 € 125,00
Lastendruk gemiddeld per huishouden
€ 211,30
Zwerfafval In Bernheze hebben de afgelopen jaren circa 300 vrijwilligers zich aangemeld als ZAP-‘er: zwerfafvalpakker. Hoe vaak en hoeveel zwerfafval zij verzamelen is niet in beeld. Daardoor is niet te duiden in welke mate de relatief zwerfafvalarme leefomgeving toe te schrijven is aan ondernemers en inwoners die hun verantwoordelijkheid nemen in het voorkomen van zwerfafval en in welke mate dit het gevolg is van de inspanningen van ZAP-‘ers. Dumpingen en bijplaatsingen Het aantal dumpingen en bijplaatsingen bij ondergrondse containers is beperkt. Door dumpingen en bijplaatsingen te monitoren, kunnen we bij ongewenste ontwikkelingen actie ondernemen. Grondstoffen Deelstroom GFT(e) PMD Papier en karton Glas Textiel Luiers
Dit maken we ervan
totaal kg/jaar
Compost en Biogas 2.887.940 Rgrondstoffen 938.800 Papier en karton 1.610.510 Glas 779.080 Hergebruik+vervezeling 395.481 Elektriciteit AEC 265.175
kg % in pipj restafval * 90 29 50 24 12 8
39,4 7,5 2,9 2,6 5,6 4,9
kg in restafval 906.712 172.596 66.738 59.833 128.873 112.764
kg in restafval recycling% pipj 28 5 2 2 4 3
96 77 97 100 83 0
kg CO2reductie per jaar
kg CO2reductie pipj
32.266 2.194.088 0 129.064 935.714 0
1 68 0 4 9 0
*) pipj = per inwoner per jaar
11
3.2 Behaalde resultaten Reststromen in grafieken In 2023 werd er in de gemeente Bernheze per inwoner gemiddeld 505 kg aan grondstoffen/afval ingezameld. Landelijk is het gemiddelde 456 kg per inwoner. Voor gemeenten met stedelijkheidsklasse 4 is het gemiddelde 498 kg. In onderstaande tabellen zijn de aantal kg per inwoner in Bernheze afgezet tegen het gemiddelde van gemeenten met dezelfde stedelijkheidsklasse als Bernheze en het landelijk gemiddelde. In het totaal is al het huishoudelijk afval opgenomen, ook de stromen die hier niet als aparte grafiek zijn weergegeven, o.a. luiers en milieustraat.
12
Vergelijking met landelijke en SK4-gemiddelden In onderstaande grafiek worden de ingezamelde hoeveelheden in Bernheze vergeleken met de landelijke gemiddelden en de gemiddelden van gemeenten met dezelfde stedelijkheidsklasse (SK4). De landelijke en SK4-gemeenten zijn gesteld op 100%. Met blauw wordt Bernheze afgezet tegen de gemiddelden van de SK4-gemeenten. Groen toont de verhouding tot landelijk. Voorbeeld: Met 505 kg per inwoner ingezamelde reststromen (afval) zamelt Bernheze 111% (= 11% meer) in van het landelijk gemiddelde en 99% (= 1% minder) van het gemiddelde in gemeenten met stedelijkheidsklasse 4. Met GFT scoort Bernheze 37% meer dan landelijk en 14% minder dan SK4.
Uit deze vergelijking mogen we concluderen dat de inwoners van Bernheze - 1% meer reststoffen aanbieden dan SK4 ☹ en 11% meer dan landelijk ☹ -
22% minder restafval
aanbieden dan SK4 😊 en 41% minder dan landelijk 😊
-
14% minder gft
aanbieden dan SK4 ☹ en 37% meer dan landelijk 😊
-
13% minder papier
aanbieden dan SK4 ☹ en 12% meer dan landelijk 😊
-
9% meer glas
aanbieden dan SK4 😊 en 20% meer dan landelijk 😊
-
5% meer pmd
aanbieden dan SK4 😊 en 38% meer dan landelijk 😊
-
9% meer textiel
aanbieden dan SK4 😊 en 36% meer dan landelijk 😊
13
Samenstelling fijn restafval De samenstelling van het fijn restafval is in juni 2024 onderzocht in een sorteeranalyse die is uitgevoerd door de Afvalspiegel. De percentages zijn omgerekend naar kilogram per inwoner. Het gemiddelde van 71 kg fijn restafval per inwoner per jaar bestaat uit:
Slechts 23% van de inhoud van de restafvalcontainer bestaat uit reststoffen die niet in een deelstroom afgevoerd kunnen worden. Als de in het restafval aangetroffen luiers meegerekend worden dan is het percentage 28%. Er is dus nog 72-77% ruimte voor verbetering! De 10 kg ‘overig herbruikbaar’ bestaat uit reststoffen die op de milieustraat ingeleverd kunnen worden, zoals hout. Alarmerend is dat er bij de sorteeranalyse ook KCA (klein gevaarlijk afval) en elektronica aangetroffen is. Reductie van restafval heeft een positief effect op de beheersing van de afvalverwerkingskosten. Samenvattend 505 kg afval en grondstoffen per inwoner per jaar • 96 kg restafval per inwoner • scheidingspercentage van 81% • recyclepercentage 63% • 106,10 kg CO2-reductie per inwoner 3.3 Wat gaat goed en wat kan beter Wat gaat goed •
•
•
•
De inwoners van Bernheze zijn zorgvuldige afvalscheiders. De zuiverheid van de reststromen is in vergelijking met andere gemeenten hoger dan gemiddeld. Afkeur van vrachten komt zelden voor. Ook het aantal dumpingen en bijplaatsingen is relatief laag. Na systeemwijzigingen in de vorm van aanpassing van de inzamelfrequentie en wijziging van het diftar-systeem (tarief per lediging i.p.v. per kg) is de hoeveelheid restafval per persoon per jaar gedaald naar 96 kg in 2023. Waar het gaat om het fijn restafval dat wordt ingezameld aan huis scoort de gemeente Bernheze met 71 kg per persoon in 2023 beter dan het landelijke gemiddelde van 102 kg in gemeenten met dezelfde stedelijkheidsklasse. De huidige vormgeving van de inzameling vormt een goede basis waarmee de gemeente Bernheze aanzienlijke stappen heeft gezet in de reductie van het restafval. 14
Wat kan beter •
•
• • •
• •
•
Hoewel we vooruitgang boeken in vermindering van restafval is er nog ruimte voor verbetering. De samenstelling van het restafval toont dat aan: 55 van 71 kg (= 77%) van het ingezamelde fijn restafval behoort tot een reststroom die als monostroom afgevoerd kan worden. Waar het gaat om grof restafval, ingezameld op de milieustraat, scoort de gemeente Bernheze met 26 kg per persoon in 2023 hoger dan het landelijke gemiddelde van 20 kg in gemeenten met dezelfde stedelijkheidsklasse. Dit kan erop wijzen dat de inwoners van Bernheze minder grof huishoudelijk afval afvoeren in de stroom fijn restafval dan inwoners van andere gemeenten. Het restafval bestaat voor een aanzienlijk deel uit etensresten. Er is regelmatig overlast door te vroeg aangeboden pmd-zakken en wegens stoorstoffen door de inzamelaar niet meegenomen pmd-zakken. De dienstverlening aan bewoners van hoogbouw en laagbouw is niet uniform. Bij hoogbouwlocaties ontbreken containers voor het aanbieden van groente-, fruit en etensresten (gfe) afval, terwijl vanaf 2024 een aparte gfe-voorziening ook bij hoogbouw wettelijk verplicht is. Bij hoogbouwlocaties ontbreekt de financiële prikkel voor het verminderen van restafval.
Een deel van de inzamelmiddelen en -voorzieningen is verouderd: het minicontainerpark, de ondergrondse glascontainers en ondergrondse containers voor incontinentiematerialen en de bovengrondse restafvalcontainers voor de hoogbouw. De huidige milieustraat is verouderd en de mogelijkheid tot uitbreiding ontbreekt. 3.4 Doelstellingen grondstoffenbeleid
We hebben de ambitie om de volgende doelstellingen te realiseren in de periode 2025-2030: • Meer afvalpreventie: Vermindering van de totale hoeveelheid reststromen (afval): van 505 kg per inwoner in 2023 naar 450 kg in 2030.
•
Minder restafval. Vermindering van de hoeveelheid niet recyclebare reststroom (restafval): van 96 kg per inwoner in 2023 naar 50 kg in 2030.
15
•
Meer afvalscheiding / meer gescheiden ingezamelde monostromen van hoge kwaliteit: Scheidingspercentage van 81% naar 89% in 2030.
•
Meer recycling van de ingezamelde grondstoffen: Recyclingpercentage van 63.2% naar 65.0% in 2030.
De lijnen in bovenstaande grafieken zijn geen voorspellingen voor de resultaten! In de jaarlijkse rapportgage worden de grafieken gebruikt om het behaalde resultaat te vergelijken met de tussendoelen. Daarmee wordt inzichtelijk voor welke doelstellingen we op de goede weg zijn en voor welke doelstelling eventueel aanvullende maatregelen genomen moeten worden.
16
4. Grondstoffenstrategie 2025-2030 4.1 Acties en maatregelen Om onze ambitieuze doelstellingen te bereiken en te sturen op de kwaliteit van de grondstoffen zijn verdere stappen in de komende jaren noodzakelijk. Vanuit onze solide basis treffen we de benodigde maatregelen. De belangrijkste maatregelen beschrijven we hieronder. 140 liter restafvalcontainers De gemeente Bernheze telt 13.429 woonhuisaansluitingen. Per adres, uitgezonderd de bewoners van hoogbouwlocaties, staan gemiddeld twee minicontainers: een minicontainer voor gft(e) en een minicontainer voor restafval. De minicontainers zijn voorzien van een chip die het aantal ledigingen registreert en waarmee de minicontainer gekoppeld is aan een adres. Wanneer een minicontainer versleten is en defect raakt, kunnen inwoners kosteloos een vervangende minicontainer aanvragen. Individuele vervanging van versleten minicontainers is opgenomen de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025-2028. In 2023 zijn er relatief veel minicontainers vervangen. Bij individuele containervervanging zijn de overheadkosten per container fors hoger dan bij batchvervanging. Om het restafval verder terug te dringen, voeren we de 140-liter minicontainer in als nieuwe standaard restafvalcontainer. Met een minicontainer met een kleiner volume creëren we voor inwoners een prikkel om hun afval beter te scheiden en restafval te reduceren.
Het gemak van de 240-liter minicontainer faseren we hiermee uit. In 2025 stellen we een plan op en starten we een inkooptraject. Huishoudens van 5 of meer personen en huishoudens die om medische redenen meer restafval aanbieden, kunnen een 240-liter restafvalcontainer aanvragen. Verbetering inzameling hoogbouwlocaties De gemeente Bernheze heeft hoogbouwcomplexen waarbij inwoners het restafval aanbieden via bovengrondse verzamelcontainers. De verzamelcontainers worden wekelijks geledigd. Het aantal containers per complex is afhankelijk van het aantal bewoners. Bij enkele hoogbouwcomplexen zijn minicontainers in gebruik voor gfe (groente- fruit- en etensresten). De Europese Unie verplicht gemeenten om in 2024 voor de hoogbouw een aparte gfe-voorziening te realiseren. In de gemeente Bernheze beschikken bewoners van hoogbouwlocaties niet of zeer beperkt over een aparte gfe-voorziening. Bewoners van hoogbouw bieden daardoor meer restafval aan dan bewoners van laagbouw. In 2025 start het voorbereiding- en inkooptraject van nieuwe voorziening bij hoogbouw. Het plaatsen van gfe-cocons wordt uitgevoerd in 2025. Ondergrondse restafvalcontainers in betonputten wordt geplaatst vanaf 2026. Inzameling papier en karton.
In de huidige vormgeving van onze huis-aan-huis papierinzameling bestuurt een professionele chauffeur het inzamelvoertuig en verzorgen vrijwilligers de belading van het los aangeboden papier en karton. Verenigingen die hiervoor vrijwilligers leveren ontvangen een vergoeding per kilogram ingezameld oud papier. Onze huidige papierinzamelaar was lange tij de enige in de regio die inschreef op aanbestedingen voor inzameling met vrijwillige beladers. Onlangs heeft ook onze inzamelaar aangekondigd uiterlijk 01-01-2028 te stoppen met de inzet van vrijwilligers. Hun belangrijkste argument daarvoor is dat steeds minder personeel bereid is in de avonduren en op zaterdag te werken. Het geheel met professionals inzamelen van los aangeboden papier is lastig om arbo-technisch verantwoord te organiseren. Dat kan de introductie van een inzamelmiddel voor papier op termijn noodzakelijk maken. 17
Vervangen ondergrondse glascontainers Verspreid over de gemeente Bernheze staan 23 glascontainers. Met een nulmeting in 2023 is de staat van de glascontainers in beeld gebracht. Uit deze inventarisatie bleek dat vrijwel alle ondergrondse containers binnen afzienbare tijd technisch afgeschreven zijn. Om de containers te vervangen is een vervangingsplan opgesteld. Deze maatregel wordt gefaseerd uitgevoerd in de periode 2026 t/m 2028 voorafgegaan door een voorbereiding- en inkooptraject in 2025. Strategische uitwerking toekomst milieustraatfunctie. De rol die milieustraten in een circulaire economie vervullen, is omvangrijker dan de huidige. Waar nu een milieuvriendelijke verwerking van afvalstoffen centraal staat, wordt in de toekomst prioriteit gegeven aan hergebruik, reparatie en herbestemming van goederen en materialen. De huidige milieustraat aan de Morgenstond in Heeswijk-Dinther is verouderd en te klein. De mogelijkheid tot uitbreiding op deze locatie ontbreekt. Nu al worden inwoners voor afvalsoorten verwezen naar andere locaties. Voor snoeihout en grof tuinafval naar de twee groendepots, voor grond en graszoden naar de grondbank, voor bouw- en sloopafval naar Dijkhoff en voor kadavers naar de gemeentewerf.
De toekomstige milieustraatfunctie kan op verschillende manier vorm krijgen: • renovatie of verplaatsing van huidige milieustraat • samenwerking met omliggende gemeenten en/of bedrijven • mobiel scheidingsstation • combinaties bovenstaande opties In 2025 wordt een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd met een uitwerking in toekomstscenario's. Het onderzoek neemt circa 3 maanden in beslag. De onderzoeksresultaten delen we met de commissie Ruimte en Leefbaarheid. Nadat het besluitvormingsproces is afgerond, starten we met de voorbereidingen van het gekozen toekomstscenario. Optimalisatie inzameling en verwerking luier- en incontinentiematerialen Het luier- en incontinentiemateriaal wordt in Bernheze gescheiden ingezameld. De huidige vormgeving verleidt professionele organisaties zoals kinderdagverblijven en woonzorgcentra hun bedrijfsafval af te voeren in de stroom huishoudelijk afval. We gaan met deze organisaties in overleg om samen naar passende oplossingen te zoeken. De landelijke verwerkingscapaciteit van luier- en incontinentie-afval is circa 4% van de circa 400.000 kg die jaarlijks wordt gecreëerd. De luier- en incontinentiematerialen die in de gemeente Bernheze worden ingezameld, worden als restafval verbrand vanwege het gebrek aan recyclecapaciteit. In 2026 is de UPV (uitgebreide producentenverantwoordelijkheid) gepland.
Dat vormt aanleiding om de gescheiden inzameling voort te zetten. Onze inwoners maken op grote schaal gebruik van de voorziening. We zullen deze materialenstroom laten recyclen tot nieuwe grondstoffen zodra er extra verwerkingscapaciteit is gecreëerd. De 7 ondergrondse inzamelcontainers zijn versleten en moeten vanaf 2026 worden vervangen. Vervanging van de inco-containers wordt in 2026 uitgevoerd, voorafgegaan door een voorbereidings- en inkooptraject in 2025. Ja-ja-sticker Reclamefolders worden op meer adressen ontvangen dan gelezen. In 2026 introduceren we de ja-jasticker om ongeadresseerd drukwerk alleen te bezorgen bij inwoners die daar bewust voor kiezen.
18
4.2 Stimulering meer en betere afvalscheiding Communicatie Effectieve en frequente communicatie is cruciaal voor het succes van het Grondstoffenplan. Bewustwording, betrokkenheid en positieve gedragsverandering van onze inwoners zijn essentiële elementen voor het behalen van onze doelstellingen. Om de motivatie en capaciteiten van onze inwoners te vergroten, zetten we transparante, eenduidige en consistente communicatie in met informatie en uitleg die aansluit bij de leefwereld van verschillende doelgroepen. Met gerichte campagnes informeren we hen over het belang van afval scheiden, het hoe van afval scheiden, hun onmisbare rol in de keten van afval naar grondstof en praktische informatie over afvalpreventie. Op een positieve manier laten we zien dat afval een waardevolle grondstof is. Afvalcoaches In steeds meer gemeenten worden afvalcoaches ingezet om inwoners te ondersteunen bij het scheiden van hun afval. Gemeenten met een vergelijkbaar inwoneraantal zetten hiervoor 1.5 tot 2 fte in. De resultaten die daarmee bereikt worden zijn weliswaar substantieel, de kosten zijn dat ook. De behoefte aan inzet van afvalcoaches fluctueert sterk. Tijdens voorloopacties (controle inhoud minicontainers) is de behoefte aan inzet veel groter dan bij reguliere werkzaamheden.
Omdat de inwoners van Bernheze hun afval bovengemiddeld goed scheiden, ontbreekt de noodzaak om afvalcoaches in dienst te nemen. Omdat data-analyse zou kunnen uitwijzen dat het zinvol is om een afvalcoachproject te initiëren, onderzoeken we in 2025 of samenwerking met omliggende gemeenten mogelijkheden biedt om hun afvalcoaches op basis van inhuur in onze gemeente in te zetten voor specifieke projecten. Participatie Zonder medewerking van onze inwoners kunnen we onze doelen niet halen. Hoe meer betrokkenheid we creëren bij hen, hoe groter de kans dat inwoners hun beste beentje voorzetten in het voorkomen van afval en het scheiden en aanbieden van hun grondstoffen. Via de dorpsraden, scholen en andere lokale platformen, zoals Bernheze Bespreekt, gaan we actief contact zoeken met onze inwoners over de uitvoering van het grondstoffenplan. Met name op het gebied van afvalpreventie en het hergebruiken van afval zijn hier mogelijkheden, zoals initiatieven om leerlingen te laten ervaren wat er van materialen kan worden gemaakt door het gebruik van vakmanschap. Daarnaast vergroten we hiermee de bewustwording dat reststoffen waardevol zijn. Ook faciliteren we vrijwilligers die zwerfafval opruimen. Zo maken we onze gemeente samen schoner en prettiger om er te wonen. Educatie Educatie is een belangrijk onderdeel van de communicatie-uitrol.
Door kinderen te leren over afvalscheiding en het voorkomen van afval, zullen zij hun omgeving beïnvloeden en stimuleren in het juiste gedrag. Jong geleerd is oud gedaan. Het bereik van voorlichting op scholen is groot. Binnen de gemeente Bernheze geven we hier invulling aan door de inzet van gastlessen op basisscholen. Handhaving Communicatie richt zich op het creëren van betrokkenheid, besef van eigen verantwoordelijkheid en het inzien van nut en noodzaak van afvalscheiding en afvalpreventie. Handhaving beschouwen we als een aanvullend instrument. We zetten handhaving in om structureel ongewenst gedrag bij te sturen, overlast terug te dringen en excessen te voorkomen als andere methoden niet werken. Sancties zijn niet altijd mogelijk, maar als de dader achterhaald wordt worden alle kosten verhaald. Zichtbaarheid van buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) beïnvloedt het gedrag.
19
5. Uitvoeringsprogramma 2025-2030 5.1 Planning De implementatie van de acties en maatregelen worden gepland en gefaseerd uitgevoerd om continuïteit en haalbaarheid te waarborgen op het vlak van mens, milieu en middelen. Uitvoeringsprogram m a 2025-2030 - planning
2025 2026 2027 2028 2029 2030
Invoering 140 liter restafvalcontainers Voorbereiding en inkooptraject
X
Gefaseerde vervanging restafvalcontainers
X
X
X
X
X
X
X
X
Verbetering inzam eling hoogbouw locaties Opstellen beleid bij nieuw bouw van hoogbouw (geplande oplevering vanaf 01-01-2026)
X
Procedurebesluit ondergrondse restafvalcontainers en gfe-cocons
X
X
Locatiebesluit ondergrondse restafvalcontainers en gfe-cocons
X
X
Voorbereiding en inkooptraject gfe-cocons
X
Plaatsing gfe-cocons
X
X
Voorbereiding en inkooptraject ondergrondse containers
X
Plaatsing ondergrondse restafvalcontainers
X
Het in goede staat brengen van de ondergrondse glascontainers Voorbereiding en inkooptraject
X
Gefaseerde vervanging glascontainers
X
Optim alisatie inzam eling en verw erking luier- en incontinentie m aterialen Invoering Uitgebreide Producentenverantw oordelijkheid
X
Onderzoek inzameling bij KDV PSZ en WZC
X
Voorbereiding en inkooptraject inco-inzamelmiddel
X
Vervanging containers luier- en incontinentiematerialen
X
Duurzame verw erking van luiers en incontinentiematerialen
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
X
Strategische uitw erking toekom st m ilieustraatfunctie Haalbaarheidsonderzoek
X
Besluitvorming
X
Realisatie voorkeurscenario Stim ulering m eer en betere afvalscheiding Optimalisatie communicatie
X
X
Zw erfafvalprojecten: ZAP-pers, Landelijke Opschoondag en World Cleanup Day
X
X
X
X
X
X
Ondersteuning lokale initiatieven
X
X
X
X
X
X
Educatieprogramma scholen
X
X
X
X
X
X
Bredere samenw erking met initiatieven gericht op hergebruik en circulariteit
X
X
X
X
X
X
Onderzoek afvalcoach
X
5.2 In 2026 Investeringsplan Alle kosten en inkomsten van het inzamelen en verwerken van huishoudelijke reststoffen houden we bij in de afval- en grondstoffenexploitatierekening. Het eindresultaat, het saldo, brengen we in rekening bij onze inwoners. Het uitgangspunt is om 100% van de kosten, inclusief btw en overhead, via de afvalstoffenheffing bij onze inwoners in rekening te brengen. Alle kosten en baten verrekenen we in de gesloten begroting. We zetten de opbrengsten van de afvalstoffenheffing alleen in voor dekking van de kosten van afvalinzameling en -verwerking. Als er een overschot is dan storten we die in de egalisatievoorziening en als er een tekort is dan betalen we die uit de egalisatievoorziening. 20
De afvalstoffenheffing is het belangrijkste instrument om de inzameling en verwerking van afval en grondstoffen te financieren. Met de diftar-component stimuleren we duurzaam gedrag bij inwoners. Om de verschillende maatregelen te bekostigen en de doelstellingen van het Grondstoffenplan 2025 – 2030 te realiseren, wordt de afvalstoffenheffing jaarlijks aangepast. Iedere investering brengt een verhoging van de afvalstoffenheffing gedurende de afschrijvingstermijn van die investering. Begroting investeringsplan Uitvoeringsprogram m a 2025-2030 - investeringsplan
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Totaal
Invoering 140 liter restafvalcontainers Voorbereidingskosten: projectbegeleiding en aanbesteding.
€ 20.000
Aantal te vervangen restafval minilcontainers.
€ 20.000
3.250
3.250
3.250
3.250
Vervangingskosten restafvalcontainers van 240 liter naar 140 liter obv € 30,- per stuk.
€ 97.500
€ 97.500
€ 97.500
€ 97.500 € 390.000
13.000
Gemiddelde kapitaallasten per jaar, gebaseerd op een afschrijftermijn van 10 jaar.
€ 9.750
€ 19.500
€ 29.250
€ 39.000
Kosten per w oonhuisaansluiting als aandeel in de afvalstoffenheffing.
€ 0,72
€ 1,44
€ 2,17
€ 2,89
Verbetering inzam eling hoogbouw locaties Voorbereidingskosten: projectbegeleiding en aanbesteding.
€ 20.000
Aantal nieuw te plaatsen ondergrondse restafval containers en betonputten.
€ 20.000 6
6
12
Investeringskosten ondergrondse restafval containers en betonputten obv € 15.000,- per stuk.
€ 90.000
€ 90.000
€ 180.000
Gemiddelde kapitaallasten per jaar, gebaseerd op een afschrijftermijn van 10 jaar.
€ 9.000
€ 18.000
€ 18.000
€ 18.000
€ 18.000
Kosten per w oonhuisaansluiting als aandeel in de afvalstoffenheffing.
€ 0,67
€ 1,33
€ 1,33
€ 1,33
€ 1,33
Aantal nieuw te plaatsen gft-cocons.
10
10
20
Investeringskosten gft-cocons, obv € 3.500,- per cocon.
€ 35.000
€ 35.000
€ 70.000
Gemiddelde kapitaallasten per jaar, gebaseerd op een afschrijftermijn van 10 jaar.
€ 3.500
€ 7.000
€ 7.000
€ 7.000
€ 7.000
€ 7.000
Kosten per w oonhuisaansluiting als aandeel in de afvalstoffenheffing.
€ 0,26
€ 0,52
€ 0,52
€ 0,52
€ 0,52
€ 0,52
Het in goede staat brengen van de ondergrondse glascontainers Aantal te vervangen ondergrondse glascontainers.
8
8
7
23
Investeringskosten ondergrondse glascontainers obv € 4.500,- per stuk.
€ 36.000
€ 36.000
€ 31.500
€ 103.500
Gemiddelde kapitaallasten per jaar, gebaseerd op een afschrijftermijn van 10 jaar.
€ 3.600
€ 7.200
€ 10.350
€ 10.350
€ 10.350
Kosten per w oonhuisaansluiting als aandeel in de afvalstoffenheffing.
€ 0,27
€ 0,53
€ 0,77
€ 0,77
€ 0,77
Optim alisatie inzam eling en verw erking luier- en incontinentie m aterialen Aantal te vervangen ondergrondse luier- en incontinentiematerialen containers.
7
7
Investeringskosten ondergrondse luier- en incontinentiematerialen containers obv € 4.500,- per stuk.
€ 31.500
€ 31.500
Gemiddelde kapitaallasten per jaar, gebaseerd op een afschrijftermijn van 10 jaar.
€ 3.150
€ 3.150
€ 3.150
€ 3.150
Kosten per w oonhuisaansluiting als aandeel in de afvalstoffenheffing.
€ 0,23
€ 0,23
€ 0,23
€ 0,23
Strategische uitw erking toekom st m ilieustraatfunctie Kosten haalbaarheidsonderzoek
€ 25.000
€ 25.000
Stim ulering m eer en betere afvalscheiding Kosten communicatie, onderzoek afvalcoach, zw erfafvalprojecten en educatie
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
€ 15.000
Jaarlijkse evaluatie beleid en uitvoering De effecten van de aanpassingen in de afvalstoffenheffing worden jaarlijks gemonitord en geëvalueerd. We kijken hierbij naar de effecten van het beleid en de aanpassingen op de behaalde resultaten. Dit toetsen we aan de doelstellingen. We meten dit door de hoogte van de gemiddelde afvalstoffenheffing te vergelijken met voorgaande jaren en met beschikbare cijfers van gemeenten met vergelijkbare systemen, stedelijkheid en inwonersaantal. Op deze manier zorgen we ervoor dat het beleid kan worden bijgesteld indien de gewenste resultaten niet worden behaald. We maken een koppeling tussen de beleidscyclus en de planning-en-control cyclus. Dat betekent dat we elk jaar de mogelijkheid hebben om tussentijds bij te sturen op de uitvoering.
21
€ 90.000
5.3 Monitoring en evaluatie Voor het monitoren en evalueren van de voortgang en effectiviteit van het Grondstoffenplan 20252030 maken we gebruik van effectindicatoren en prestatie-indicatoren. Effectindicatoren meten de bredere impact van het programma op onze inwoners en op het milieu. Ze meten of de doelen van het Grondstoffenplan 2025 – 2030 worden bereikt: Effectindicator Totale massa reststoffen (recyclebare en nietrecyclebaar) Totale massa restafval (niet recyclebare reststoffen) Scheidingspercentage
Doel Gemiddeld per inwoner per jaar van 505 kg in 2023 naar 450 kg in 2030 Gemiddeld per inwoner per jaar van 96 kg in 2023 naar 50 kg in 2030 van 81% in 2023 naar 89% in 2030
Recyclingpercentage
van 63% in 2023 naar 65% in 2030
CO2-reductie afvalbeheer
van 106 kg in 2023 naar 150 kg in 2030 Vergroten van kennis over reststromen en verbetering scheidingsgedrag
Kennis en gedrag inwoners
Meting Totaalgewicht aangeboden reststoffen per jaar Totaalgewicht restafval per jaar
Massaverhouding gescheiden ingezameld : totaal ingezameld Massaverhouding gerecycled materiaal : gescheiden ingezameld Berekening (VANG-tool) Onderzoek (enquête) naar afvalscheidingskennis en -gedrag van inwoners
Prestatie-indicatoren meten de uitvoering en efficiëntie van specifieke activiteiten en processen binnen het beleid. Ze houden de voortgang bij en identificeren gebieden die moeten worden verbeterd: Prestatie-indicator
Doel
Meting
Percentage monostromen in restafval Percentage vervuiling in monostromen Aantal educatieve campagnes en communicatie-uitingen Waardering dienstverlening door inwoners
van 76% in 2024 naar 30% in 2030 Inzicht verkrijgen en verlaging van vervuilingspercentages Versterking van de communicatie en educatie rond afvalscheiding Inzicht verkrijgen en verhoging van waardering
Sorteeranalyse door de Afvalspiegel Registratie en rapportage van de vervuiling per monostroom Aantal uitgevoerde campagnes en communicatie-uitingen per jaar Jaarlijkse enquête onder inwoners
Alle effect- en prestatie-indicatoren worden geïntegreerd in een dashboard en monitoringsysteem dat jaarlijks wordt gerapporteerd aan de betrokken stakeholders, zoals de gemeenteraad, inwoners en samenwerkingspartners. Dit iteratieve systeem van Plan, Do, Check en Act helpt om de voortgang te bewaken en waar nodig bij te sturen. Deze werkwijze zorgt ervoor dat kwaliteitsverbetering continu de aandacht heeft. Bovendien waarborgt het de transparantie en verantwoording. Het hanteren van dit concrete kader van effect- en prestatie-indicatoren, zorgt voor een effectieve monitoring en evaluatie van het Grondstoffenplan 2025-2030. Zo draagt dit systeem bij aan het realiseren van onze doelstellingen en daarmee aan de bevordering van de circulaire economie in de gemeente Bernheze. 22
6. Ter afsluiting Met het Grondstoffenplan 2025-2030 van Bernheze zetten we een ambitieuze stap richting een circulaire economie, waarin afval niet langer wordt gezien als probleem maar als waardevolle grondstof. Met een duidelijke focus op preventie, hoogwaardige afvalscheiding, recycling en hergebruik integreren we duurzaamheid in ons gemeentelijk grondstoffenbeleid. Door efficiënter en circulair om te gaan met grondstoffen, kunnen we in de toekomst welvarend leven op een gezonde planeet, met een duurzame en sterke economie. Deze visie is gebaseerd op Europese en nationale doelstellingen, die ons stimuleren om de hoeveelheid restmateriaal te verminderen en de kwaliteit van gerecyclede materialen te verbeteren. We streven naar maximale herwinning van grondstoffen en werken daarin samen met inwoners, inzamelaars en verwerkers. Onze strategie is erop gericht om de afvalstructuur verder te optimaliseren en bewustwording over consumptiegedrag te vergroten door alternatieven voor de wegwerpeconomie onder de aandacht te brengen. De implementatie van maatregelen zoals verbetering van de inzameling op hoogbouwlocaties en optimalisatie van afvalinzamelingsmethoden voor specifieke stromen, vormen concrete stappen richting onze doelen voor 2030.
Deze acties worden ondersteund door een gedifferentieerd tariefsysteem waarbij de principes van 'de vervuiler betaalt' worden toegepast, waardoor goed afval scheiden en het voorkomen van afval financieel aantrekkelijk blijft voor onze inwoners. Om de voortgang te waarborgen en waar nodig bij te sturen, hanteren we een gedegen monitoring- en evaluatiesysteem. Effectindicatoren zoals vermindering van afval per inwoner en toename van het recycling percentage, evenals prestatie-indicatoren zoals verlaging van de vervuiling in monostromen, rapporteren we frequent aan onze stakeholders. Deze transparantie en verantwoording zijn cruciaal om onze gemeenschappelijke inspanningen te ondersteunen en de gewenste resultaten te behalen. De gemeente Bernheze wil een vooruitstrevende functie vervullen in de transitie naar een circulaire economie. Door te innoveren, samen te werken en te investeren in duurzame oplossingen, zullen we onze doelstellingen behalen en dat zal een positieve impact hebben op het welzijn van onze inwoners en het milieu. Samen bouwen we aan een toekomst waarin afval een nieuwe betekenis krijgt: een waardevolle bron voor hernieuwde grondstoffen en een duurzame leefgemeenschap voor ons allemaal. Samen maken we het verschil!
23