Bijlage bij de Besluitenlijst - Nagezonden antwoorden
Tekst van het document
Beantwoording van openstaande vragen uit de besluitenlijst van de commissie RZ van 13 januari 2021 5. Rondvraag Vraag van Lokaal over de Buiten Beter App, we horen positieve reacties van inwoners dat het snel wordt opgepakt. Echter hoorden we een voorbeeld van een vraag over een blikvanger waarop de gemeente aangaf nog geen beleid te hebben, hoe zit dit? Wethouder Van Boekel: Lijkt me niet dat er beleid over nodig is, maar zal hier even achter aangaan hoe dit zit. Nagezonden antwoord: Momenteel werken we aan het structuurplan openbare ruimte. Hierin worden onder andere de inrichtingseisen meubilair (afvalbakken, banken en picknicksets) opgenomen. Het plaatsen van een blikvanger behoort tot de mogelijkheden. Hierin werken we samen met de collega’s voor afvalinzameling. De verwachting is dat dit structuurplan in de loop van 2021 gereed zal zijn. Om te voorkomen dat we na het vaststellen hiervan meubilair moeten gaan verplaatsen maken we vooruitlopend hierop even pas op de plaats. 8. Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Klein Kantje 5 en Dintherseweg ong. te Nistelrode Wethouder Van Boekel antwoordt dat het hebben van een titel wettelijk niet verplicht is voor de ter inzagelegging, wel voor de vaststelling. De tekeningen zijn inderdaad niet altijd eenduidig, deze komen van verschillende adviseurs.
Op de vraag hoeveel plannen er nog komen waarbij er twee Ruimte-voor-Ruimte woningen op een perceel komen, komt de wethouder terug. Nagezonden antwoord: Wij verwachten géén plannen meer met meer dan 1 RVR-woning op basis van een positief principebesluit van vóór de ‘invoering’ van de regel/beleidslijn. Dit wil niet zeggen dat er geen plannen met meer dan 1 RVR-woning zouden kunnen komen. Momenteel houden we als organisatie de werking en inzet van het ‘instrument’ Ruimte voor Ruimte tegen het licht in relatie tot de maatschappelijke opgaven die we daarmee zouden kunnen/willen versnellen/realiseren. Denk aan kansen in kader van transitie landbouw. Daarbij ligt er ook een duidelijke link met het project ‘stallenaanpak’ (Boekels model) m.b.t. de Regiodeal. Uiteraard moeten we hierover eerst het college over informeren/adviseren, maar ik verwacht dat we op niet al te lange termijn een compleet (strategisch) verhaal hieromtrent aan de raad zullen voorleggen. 14. Ingekomen stukken Brief van Hekkelman Advocaten over ingebrekestelling. Wethouder Van Boekel geeft aan dat de gemeente anders denkt over de communicatie, er is zelfs twee keer gesproken op bestuurlijk niveau, wat meer is dan gebruikelijk. Er is echter ook vooral gesproken met de adviseur van de initiatiefnemer. Over de termijn van het voorstel geeft de wethouder aan dat het nog niet duidelijk is.
Het duurt langer omdat we als gemeente twee keer naar de provincie zijn gegaan, met als doel om het voor de initiatiefnemer mogelijk te maken omdat wij er positief in staan. De gemeente was verrast over de ingebrekestelling, het duurde immers langer omdat de gemeente extra moeite heeft gedaan. Over de bedragen komen we op terug.
Nagezonden antwoord: Intern is het nagezocht en de ingebrekestelling is terecht verstuurd, waarmee de dwangsommen inderdaad zijn verbeurd. De dwangsommen zijn nog niet betaald en de advocaat ontvangt van ons zeer binnenkort een brief met een reactie op de ingebrekestelling. Daarna worden de dwangsommen zo spoedig mogelijk uitbetaald. Coördinatieregelingen Het CDA heeft technische vragen gesteld over de mogelijkheden om dit soort regelingen (coördinatieregelen) te mandateren aan het college van B&W. Uit de beantwoording blijkt dat de regeling niet heel vaak aangevraagd wordt. Er wordt nog uitgezocht of het gemandateerd kan worden en de wethouder komt erop terug. Nagezonden antwoord: Het is niet mogelijk om bij coördinatieverzoeken voor één project (coördinatiebesluit op maat) te mandateren. Hierbij wordt voor een specifiek ruimtelijk initiatief een coördinatiebesluit genomen, waarin alle de te coördineren besluiten staan opgesomd. De te coördineren besluiten worden voor ieder project opnieuw in een apart raadsbesluit vastgesteld. De wetgever heeft deze bevoegdheid bewust neergelegd bij de gemeenteraad. Wel biedt art. 3.30 Wro de mogelijkheid dat de raad gevallen of categorieën van gevallen aanwijst waarvoor coördinatie geldt.
Een algemene coördinatie via een algemene regeling voor gevallen of categorie(en) van gevallen kan geregeld worden doormiddel van een coördinatieverordening. Hierbij kan gedacht worden aan veel voorkomende combinaties van besluiten, vergunningen en ontheffingen. Het initiatief voor het maken van een verordening ligt daarvoor in eerste instantie bij de gemeente zelf. Zodra de gemeenteraad categorieën van gevallen in een coördinatiebesluit heeft aangewezen, kan het initiatief tot het gebruik ervan bij diverse partijen liggen. Dit geldt ook wanneer de verordening aan het college de bevoegdheid toekent te besluiten over de toepassing van coördinatie. Men moet er wel bewust van zijn dat coördinatie niet altijd een voordeel is. Doordat het voortraject meer coördinatie tussen bestemmingsplan en omgevingsvergunning vereist, is er met name bij complexere projecten met bijvoorbeeld meerdere initiatiefnemers veel minder voordeel. Bovendien moet een initiatiefnemer al vroegtijdig, zonder zekerheid van een bestemmingsplantitel, kosten maken om een volledig uitgewerkte omgevingsvergunning aan te vragen zonder dat sprake is van een bestemmingsplantitel. Bij grote projecten zijn dat aanzienlijke bedragen.