CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Beantwoording technische vragen VVD n.a.v. gewijzigde verordening welzijnssubsidies gemeente Bernheze

Commissie Maatschappelijke Zaken 11 januari 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijst van de vergadering op 24 november 20201.864 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Agendapunt 10 Commissie Maatschappelijke Zaken 24 november 2020. Beantwoording technische vragen VVD n.a.v. gewijzigde verordening welzijnssubsidies gemeente Bernheze Subsidie wordt vastgesteld na afloop van de activiteiten of tijdvak waarvoor subsidie is verleend. Als dit afwijkend is wordt het teveel betaalde dan teruggevorderd? Is dit in het verleden ook gebeurt en werd er dan ook terugbetaald? Ja, alle subsidies kunnen lager worden vastgesteld dan de verlening van de subsidie als de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden. Het te veel betaalde bedrag voorschot wordt dan teruggevorderd en daarmee ook terugbetaald. Dit gebeurt zeker en dan wordt inderdaad terugbetaald. Indien de aanvraag niet of niet tijdig wordt ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. Waarom wordt deze dan niet gewoon afgewezen en wordt er dan geen subsidie verstrekt? Volgens het rapport van de rekenkamer is niet naleven van de termijnen eerder regel dan uitzondering. De budgetsubsidies moeten een aanvraag tot vaststelling van de subsidie indienen. Dit betreffen de professionele organisaties en daarmee de hogere subsidietoekenningen. Deze dienen altijd een aanvraag tot subsidievaststelling in, al dan niet tijdig. Het is ons inziens niet redelijk om de subsidie bij niet tijdig indienen zonder meer af te wijzen en terug te vorderen.

De activiteiten hebben immers wel plaatsgevonden, al dan niet volledig. De organisatie wordt, als deze de aanvraag niet tijdig heeft ingediend, alsnog verzocht om indiening. Wij gaan vanaf 2021 de termijnen strenger handhaven zodat we tijdig kunnen afrekenen. De opmerkingen van de rkc hebben betrekking op verschillende termijnen. Om deze beter te laten aansluiten bij de realistisch haalbare praktijk, is een aantal termijnen in de nieuwe verordening aangepast (zie bijlage Overzicht van wijzigingen). College kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de ontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen. Waarom zou college dit doen? Welke regels gelden hiervoor? Hiermee werken we willekeur in de hand? Voor 3 vormen van subsidies (Donaties, vrijwilligersorganisaties en projectsubsidies) hoeft geen aanvraag tot subsidievaststelling te worden ingediend. De reden hiervoor is efficiency. Goede toetsing aan de voorkant voorkomt extra regels/administratieve last. Voor welke subsidies dit geldt, ligt vast in de verordening. De subsidies donaties en vrijwilligersorganisaties worden bij toekenning direct vastgesteld. Projectsubsidies kunnen bij toekenning direct worden vastgesteld. De donaties betreffen vnl. bedragen van € 500 of minder.

De subsidiebedragen van vrijwilligersorganisaties (zoals sport, scouting, cultuur) zijn opgebouwd uit een vast bedrag per jaar en een vast bedrag per lid. De reden om voor deze categorieën een andere vaststellingsvoorwaarde op te nemen is dat hiermee administratieve last voor met name vrijwilligersorganisaties wordt beperkt. Goede toetsing aan de voorkant voorkomt extra regels/administratieve last aan de achterkant.

Zoals hiervoor ook aangegeven kunnen alle subsidies lager worden vastgesteld dan de verlening van de subsidie als de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden.

Donaties drukken een waardering uit voor het loutere bestaan van een rechtspersoon en zijn activiteiten. Hoeveel donaties zijn er uitgedeeld en aan wie? Wie bepaald welk rechtspersoons bestaan gewaardeerd wordt? Welke objectieve voorwaarden gelden hiervoor? In de begroting 2021 is rekening gehouden met de volgende donaties met een totaalbedrag van € 3.469,-

Ouderverenigingen, donatie verkeersbrigadiers per oversteekplaats Jeugd- en gezinsvierdaagse Heeswijk (waarschijnlijk niet meer uit te keren i.v.m. stoppen organisatie) - De Stofvreters - Gehandicaptenvereniging GESPOSS - Sport voor gehandicapten ’s-Hertogenbosch e.o. - Lichamelijk gehandicapten Sportvereniging Veghel e.o. - Stg Speciale Dansschool Bolero - Bijzonder Aktief De beoordeling of een rechtspersoon in aanmerking komt voor een donatie wordt getoetst aan de bepalingen in artikel 2 en 27: Levert de organisaties een bijdrage aan de realisering van het welzijnsbeleid Komen activiteiten geheel of gedeeltelijk ten goede aan inwoners van Bernheze Een donatie bedraagt in principe niet meer dan €500,- . Het college kan hiervan afwijken. Om welke concrete redenen kan het college hiervan afwijken? Tot welk bedrag? Is dit al voorgekomen? Zo ja voor wie? Dit is maatwerk. In geval van onderbouwing door een organisatie en/of bijzondere omstandigheden kan de donatie verhoogd worden. Dit moet worden onderbouwd door de organisatie. Dit is maatwerk. Op dit moment is voor Jeugd- en gezinsvierdaagse een donatie van € 540,- begroot (waarschijnlijk niet meer uit te keren i.v.m. stoppen van de organisatie) en aan Lichamelijk Gehandicapten Sportvereniging Veghel e.o. € 560,- (dit bedrag is tot stand gekomen om daarmee eerlijke verhoudingen, o.b.v.

leden uit Bernheze, te krijgen tussen de verschillende organisaties die zich richten op aangepast sporten). De rest van de donaties is lager dan € 500. Ook door indexering kan een donatie wat hoger worden dan € 500,Als de organisatie uniek is komt deze op een afzonderlijke lijst. Als deze organisatie uniek is hoe wordt dan bepaald op wat voor subsidie en hoeveel men recht heeft? Hoeveel unieke organisaties hebben we? Dit is opgenomen in artikel 28 lid 2 en dit betreft de vrijwilligersorganisaties die in eerste instantie stonden onder de budgetsubsidies, bijv. de buurtbussen, natuurtheater Kersouwe, Museumboerderij. Deze vallen niet onder de clusters van de vrijwilligersorganisaties.

Artikel 30 beschrijft hoe subsidies aan vrijwilligersorganisaties worden bepaald. Dat geldt zowel voor de clusters met meerdere organisaties als de unieke organisaties. We hebben op dit moment 20 unieke organisaties. Organisaties die voor subsidie in aanmerking komen wordt een vast bedrag per instelling, per lid, per jeugdlid, per inwoner, per inwoner in de desbetreffende woonkern dan wel per lid van doelgroep verstrekt. Hoe stellen we nu vast welke organisatie op welke manier wordt toebedeeld? Organisaties worden o.b.v. vergelijkbaarheid in clusters opgenomen (art 28). Per cluster zijn bij het opstellen van het huidige subsidiebeleid de uitgangspunten van subsidieopbouw vastgesteld. Daarbij is op basis van de financiële situatie van de betreffende organisaties vastgesteld of er sprake is van een zogenaamd subsidiabel tekort, en zo ja hoe dat via subsidie te compenseren. Het bepalen van die uitgangspunten is maatwerk per cluster. Aspecten die (voor zover op een cluster van toepassing) worden meegewogen zijn bijvoorbeeld: eigen bijdrage van de organisatie (bijv. uit contributies, sponsoring, kantineopbrengsten), accommodatielasten en kosten voor opleiden van kaderleden. Wanneer de situatie verandert, kunnen de uitgangspunten binnen clusters worden aangepast/geactualiseerd. Dat is de afgelopen jaren op onderdelen diverse keren gebeurd (bijv. o.b.v.

Privatisering van verenigingsgebouwen). Van de norm van 10 (jeugd) leden kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. Wanneer dan? Wie bepaalt dat? Welke criteria gelden hiervoor? We willen de mogelijkheid openhouden dat als een organisatie minder dan 10 leden heeft, maar wel een waardevolle bijdrage levert aan inhoudelijke beleidsdoelen, dat we dan een subsidie kunnen verlenen Het criterium voor afwijking van de norm is dat de omstandigheid bijzonder moet zijn. Het is in voorkomende gevallen aan het college te bepalen of daar sprake van is. Dat is maatwerk. College kan de verplichting opleggen dat subsidieontvanger zelf in een eigen bijdrage of aanvullende inkomsten voorziet. Ook kan het college meetbare activiteiten en/of prestaties koppelen aan de te verstrekken subsidie. Doen we dit al? Zijn hier voorbeelden van en zijn deze voor de raad controleerbaar? In alle gevallen kijken we naar de inkomsten en uitgaven van organisaties. We toetsen of een organisatie naast een gemeentelijke subsidie in staat is om eigen inkomsten te genereren. We werken aan verdere professionalisering/verzakelijking van subsidieafspraken, inclusief voor- en achteraf toetsen of activiteiten bijdragen aan gestelde doelen en behaalde resultaten. Hierbij zetten we met name in op de afspraken met professionele organisaties (budgetsubsidies). Een voorbeeld is de subsidieovereenkomst met ONS welzijn.

Op 9 november was de werkbijeenkomst van de commissie maatschappelijke zaken. De bijeenkomst stond in het teken van sturen op budgetsubsidies. We betrekken de commissie/raadsleden bij het formuleren van doelen en effecten bij allereerst de Bibliotheek en Muzelinck. Artikel 41 Het college beslist op een aanvraag voor budgetsubsidie, zo mogelijk voor aanvang van het subsidiejaar, doch in elk geval niet later dan 4 weken nadat het subsidiejaar is ingegaan. Artikel 45 1. De subsidieontvanger dient voor 1 juni van het op het subsidiejaar volgende kalenderjaar,

een verzoek tot subsidievaststelling in. Het college is bevoegd desgevraagd uitstel te verlenen tot een nader te bepalen datum. 2. Het college beslist binnen 4 maanden op de aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Zijn deze artikelen niet in tegenspraak van elkaar? Volgens het rapport van de rekenkamer is niet naleven van de termijnen eerder regel dan uitzondering. Gaat hier nu strak op gestuurd worden? Zo ja hoe? Zo nee, waarom niet? Artikel 41 betreft een aanvraag tot verlening van subsidie o.b.v. een ingediende begroting in te dienen voorafgaande aan het subsidiejaar. Artikel 45 betreft een aanvraag tot subsidievaststelling o.b.v. een ingediende jaarrekening en jaarverslag, na afloop van het subsidiejaar. Een aantal termijnen is in de nieuwe verordening aangepast (zie Bijlage Overzicht van wijzigingen) We gaan op naleving van de opgenomen termijnen in de verordening strak(ker) sturen. We gaan onderzoeken hoe termijnen centraal kunnen worden bewaakt in onze werkprocessen, zodat we geattendeerd worden op termijnen van indienen, vaststellen, verlenen van subsidies etc. Volgens de rapportage rekenkamercommissie was de subsidieverordening niet adequaat. In hoeverre zijn er nu aanpassingen doorgevoerd om de verordening wel adequaat te maken? Op welke gebieden en hoe? De subsidieverordening is gemoderniseerd, redactioneel aangepast en ook passend gemaakt op de subsidiepraktijk.

We hebben aanpassingen gedaan t.a.v. vooral termijnen en bij de subsidievaststelling is expliciet benoemd dat voor donaties, vrijwilligersorganisaties en projectsubsidies geen aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden gedaan. De inhoudelijke aanpassingen staan vermeld in een bijlage. Is de lijst met organisaties en initiatieven die subsidie ontvangen openbaar? Zo ja, waar is deze te vinden? Zo nee, waarom niet? Deze lijst is inmiddels op 23 november beschikbaar gesteld door de griffie. Daarnaast is het Bijlagenboek 2021 en de Taakveldenraming 2021 op 25 november ter informatie op Ibabs geplaatst. Met ingang van de P&C-cyclus bieden wij u het Bijlagenboek en de Taakveldenraming via Ibabs ter kennisname aan. Ook gaan we met ingang van de P&C-cyclus 2022 de subsidielijsten opnemen in de programmabegroting. Wat doen wij om te controleren waaraan we subsidie betalen? Neem bijvoorbeeld Stg. Door en Voor. Als ik hun website lees bieden zij workshops, cursussen en vrijwilligerswerk voor mensen met een psychiatrische achtergrond. Zou dit niet iets zijn wat prima door Ons Welzijn kan worden gedaan waardoor e.e.a. Wellicht ook veel efficiënter kan? Wij ontvangen van alle vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties een inhoudelijke en financiële verantwoording (zowel aan de voorkant bij de aanvraag als achteraf bij de verantwoording).

Aan de hand daarvan beoordelen wij of de subsidies worden besteed aan de vooraf gestelde doelen en activiteiten. Professionele organisaties (budgetsubsidies) moeten ook over hun resultaten rapporteren, vooraf en achteraf. Bij de vrijwilligersorganisaties KAN het college ook een verplichting opleggen om meetbare activiteiten en prestaties te koppelen aan subsidie. Dit is afhankelijk van de hoogte van de subsidie.

Daarnaast zijn er dwarsverbanden tussen organisaties, meerdere organisaties kunnen werken aan hetzelfde maatschappelijk vraagstuk. We streven naar integraliteit, en sturen op dwarsverbanden en verbinding. We merken op (opbrengst uit de werkbijeenkomst 9 november) dat hier sprake is van een groeiproces. We beginnen met de Muzelinck en Bibliotheek en we ontwikkelen dit door- waar mogelijk- naar meerdere budgetsubsidies. We blijven hierover met elkaar in gesprek en betrekken de organisaties erbij.

Arianne van de Gein VVD Bernheze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=1042af6f-6b86-4722-b289-cc19372ece92