Bijlage Aanvullend antwoord op de vraag over de ventilatie van gemeentelijke gebouwen
Tekst van het document
Aanvullend antwoord op de vraag: De heer Van de Ven (VVD) heeft vragen gesteld over de status van de ventilatie van gemeentelijke gebouwen in verband met corona en in hoeverre de gemeente hier zicht op heeft. In den lande leeft het idee dat er aanvullende ventilatie-eisen zijn vanwege Corona. Dat is niet het geval. Het RIVM adviseert om “zoveel mogelijk te ventileren”, maar het kader is “de wet die gold ten tijden van het verlenen van de bouwvergunning’. (https://lci.rivm.nl/ventilatie-en-
covid-19)
Dat wettelijk kader is te verdelen in een aantal tijdvakken, met daarin dus ook verschil in eisen t.a.v. ventilatie, in tijdvak oplopend van nagenoeg geen voorschriften (ramen open) tot “x-m3’s per uur per x-personen in een ruimte”: - De periode voordat er een bouwbesluit was (voor 1992) - De periode van het eerste bouwbesluit (1992 tot 2003) - De periode van het tweede bouwbesluit (2003 tot 2012) - De periode van het derde bouwbesluit (2012 tot heden) De gemeentelijke gebouwen worden periodiek bezocht en gecontroleerd op het voldoen aan dit wettelijk kader door een bevoegd gezag (handhaving, brandweer, ODBN). Er zijn geen opmerkingen gemaakt ten aanzien van de ventilatie. Nu is het wel zo dat we een zorgplicht hebben om ons er zoveel mogelijk van te verzekeren dat we voldoen aan wet- en regelgeving. En daar is vanwege Corona vanzelfsprekend extra aandacht voor. Om die reden hebben we allereerst de gemeentelijke gebouwen met een publieke functie (gemeentehuis, werf/kazerne, brede scholen, binnensportaccommodaties) aan een scan laten onderwerpen. Dan gaat het dus m.n. over de vragen: is er voldoende ventilatiecapaciteit vanuit een mechanische installatie, is er sprake van recirculatie en kan er eventueel aanvullend gespuid worden. Deze voldoen.