CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 - Ontheffing Wet natuurbescherming

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 13 mei 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend advies BOPA Heuvelstraat 4-14 Nistelrode5.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT

op de op 14 december 2023 ontvangen aanvraag van Mooiland te Grave, om een ontheffing krachtens artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De activiteiten gaan over de sloop en nieuwbouw, uit te voeren aan de Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14, 5388 AC te Nistelrode, in de gemeente Bernheze.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

De heer H. Janssen Teammanager Groen Soorten

ons kenmerk Z/212485-373696

plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 5 februari 2024

BESLUIT Onderwerp Op 14 december 2023 hebben wij van Mooiland een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. De ontheffing is gevraagd voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, door het uitvoeren van de sloop en nieuwbouw, uit te voeren aan de Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14, 5388 AC te Nistelrode, in de gemeente Bernheze. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan Mooiland, Arnoud van Gelderweg 69, 5361 CV te Grave, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepalingen als bedoeld in: • artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor het opzettelijk verstoren en voor het vernielen van verblijfplaatsen van de: gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); voor de periode van 15 augustus 2024 tot en met 15 augustus 2027; II. dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; III. aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder paragraaf 2.7 ‘voorschriften’, IV.

dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van dit besluit: • BRO (2023) Activiteitenplan Wet natuurbescherming – Heuvelstraat 4-14 Nistelrode. Versie: definitief, 1 november 2023, projectnummer: P06913 (hierna: het activiteitenplan) • Aanvullende gegevens van 18 januari 2024 • Bijlage 1: overzichtstekening van de planlocatie • Bijlage 2: locatie(s) van de mitigerende maatregelen • Bijlage 3: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)

ODBN Kenmerk

2/16 Z/212485-373696

Rechtsmiddelen Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft. Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een digitale handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC 's-Hertogenbosch In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken.

U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden. Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). U kunt ook digitaal verzoeken om een voorlopige voorziening. Zie daarvoor: rechtspraak.nl/bestuursrecht.

ODBN Kenmerk

3/16 Z/212485-373696

INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 5 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 6 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 6 1.1 Inwerkingtreding Omgevingswet ............................................................................................................ 6 1.2 Overgangsrecht Omgevingswet.............................................................................................................. 6 1.3 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 6 1.4 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 7 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep .........................................................................................................

7 2.1 Aangevraagde activiteiten ...................................................................................................................... 7 2.2 Onderzoek soorten .................................................................................................................................. 7 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten ............................................................................................ 7 2.4 Alternatievenafweging ........................................................................................................................... 7 2.5 Belang van de aanvraag ......................................................................................................................... 8 2.6 Maatregelen ........................................................................................................................................... 9 2.7 Voorschriften ........................................................................................................................................ 10 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 13

Bijlage 1. Overzichtstekening van de planlocatie................................................................................... 14 Bijlage 2. Locatie van de maatregelen ................................................................................................... 15 Bijlage 3. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 16

ODBN Kenmerk

4/16 Z/212485-373696

PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 14 december 2023 hebben wij van Mooiland een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 18 januari 2024 aangevuld. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/212485. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit. Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid De aanvraag bevat voldoende informatie voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor en ontheffing is gevraagd. Overige regelgeving Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen. Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken.

ODBN Kenmerk

5/16 Z/212485-373696

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming 1.1 Inwerkingtreding Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met deze wet voegt de overheid de regels voor de fysieke leefomgeving samen. De Wet natuurbescherming is opgegaan in de Omgevingswet, met de Aanvullingswet natuur en het Aanvullingsbesluit natuur. Met het ingaan van de Omgevingswet veranderen onder meer de benamingen van wetsinstrumenten. Zo is bijvoorbeeld de benaming voor een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming (artikelen 3.3, 3.8 en 3.10) gewijzigd naar een omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet (artikel 5.1, tweede lid, onder g). U kunt meer lezen over soortenbescherming onder de Omgevingswet op de volgende website https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/activiteiten-natuur/flora-en-fauna-activiteit/ 1.2 Overgangsrecht Omgevingswet Voor uw aanvraag is overgangsrecht van toepassing. Dit betekent dat het oude recht van toepassing is voor uw aanvraag tot het besluit onherroepelijk is. De reden hiervoor is dat de aanvraag voor een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024). Dit overgangsrecht staat beschreven in artikel 2.9, eerste lid, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet.

Wanneer het besluit strekkende tot het verlenen van een ontheffing onherroepelijk is, wordt de ontheffing van rechtswege een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als de activiteit onder de Omgevingswet vergunningplichtig is. Dit volgt uit artikel 4.13, lid 1, van de Invoeringswet Omgevingswet. 1.3 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen.

Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend. Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen.

ODBN Kenmerk

6/16 Z/212485-373696

In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.4 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.

2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep 2.1 Aangevraagde activiteiten Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. De aangevraagde activiteiten gaan over de sloop van 6 twee-onder-een-kapwoningen, waarna nieuwbouwappartementen zullen worden gerealiseerd. Deze activiteiten vinden plaats aan de Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14, 5388 AC te Nistelrode, in de gemeente Bernheze. 2.2 Onderzoek soorten Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is in hoofdstuk 3 van het activiteitenplan en de aanvullende gegevens van 18 januari 2024. Tijdens de quickscan is geconstateerd dat de woningblokken over potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen beschikken. Naar aanleiding hiervan heeft in de periode van mei tot en met september 2021 vleermuisonderzoek plaatsgevonden conform de richtlijnen vastgesteld in het vleermuisprotocol (Netwerk Groene Bureaus, 2021). 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten De aanvrager geeft aan dat er, 1 zomerverblijfplaats en 2 paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis aanwezig zijn in het plangebied. Bij Heuvelstraat 6 is 1 zomerverblijfplaats aangetroffen. De ingang van de verblijfplaats bevindt zich onder de gevelpannen. Daarnaast zijn 2 paarterritoria van de gewone dwergvleermuis deels gelegen over de te slopen woningen.

Bij deze woningen is consistent een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen tijdens het paarseizoen. Ondanks dat het dier tijdens de veldbezoeken niet is in- of uitgevlogen, zal het betreffende individu hoogstwaarschijnlijk hier wel zijn (paar)verblijfplaats hebben. Het was is niet precies vastgesteld het individu verbleef. Omdat gewone dwergvleermuizen vaak in vlucht baltsgedrag vertonen is het vaststellen van de exacte paarverblijfplaats soms niet mogelijk. Door de werkzaamheden worden de verblijfplaatsen vernield en worden vleermuizen verstoord. 2.4 Alternatievenafweging Er zijn geen redelijke alternatieven mogelijk die zullen leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee voldoende onderbouwd om een ontheffing voor de gewone dwergvleermuis te verlenen. Locatie Het project is locatie-specifiek. Het betreft bestaande huurwoningen van Mooiland, welke gesloopt moeten worden. Van deze woningen voldoet het energielabel niet aan de huidige eisen met het oog op de klimaatmodellen en leefbaarheid voor de huurders. Ook zijn de woningen soms in slechte ODBN Kenmerk

7/16 Z/212485-373696

staat. Deze woningen en de locatie hiervan zijn gunstig om tot andere woningtypen om te bouwen, waar momenteel en in de toekomst meer vraag naar zal zijn. Inrichting Als woningen niet meer voldoen aan de moderne eisen voor duurzaamheid en wooncomfort is de eerste optie om de woningen energetisch te renoveren. Als dit niet zorgt voor de gewenste uitbreiding van de levensduur, of als de ingreep dermate kostbaar is, kan ervoor worden gekozen om sloop/nieuwbouw toe te passen. De daken van de woningen hebben hun technische levensduur bereikt en zijn aan vervanging toe. De isolatiewaarde is daarnaast onder niveau. Doordat er al een minimale isolatielaag onder het dak aanwezig is, is het niet mogelijk om via de binnenzijde te isoleren. Zo’n ‘dubbele’ isolatie vergroot de kans op vochtproblemen, schimmelvorming en houtrot. Daarnaast zitten onder het dak slaapkamers, waardoor hier isolatie aan de binnenzijde in bewoonde staat niet gewenst is. Bij renovatie van de woningen zouden de verblijfplaatsen daarmee eveneens verdwijnen, aangezien het vervangen van het dak onvermijdelijk is. Bij deze woningtypes is daarom gebleken dat het slopen van de huidige bebouwing en het realiseren van nieuwbouw nodig is, en dat het nieuwbouwcomplex hierdoor een duurzame toekomst heeft.

De noodzaak tot sloop wordt mede bepaald door de toekomstige behoefte van Mooiland, waar de woningen nu niet op aansluiten. Met de vergrijzing en het langer thuis blijven wonen van senioren is de vraag naar levensloopbestendige nultredenwoningen/-appartementen in Nistelrode fors. Met de ontwikkeling worden meer woningen gerealiseerd dan in de huidige situatie aanwezig zijn. De woningen zijn tevens van een ander type. Hiermee kan Mooiland zich aanpassen aan de veranderende demografie, en wordt het woningtekort teruggedrongen door extra sociale huurwoningen te realiseren. Werkwijze en planning Het uitvoeren van alle werkzaamheden buiten de gevoelige perioden van de gewone dwergvleermuis is met betrekking tot logistiek, mankracht en planning technisch niet mogelijk. Ook het verspreiden van de werkzaamheden over meerdere jaren (in de minst gevoelige periode) is niet gewenst. In dit geval worden alle werkzaamheden waarbij verblijfplaatsen verdwijnen dan wel ongeschikt raken buiten de gevoelige winterperiode gestart. De sloop en nieuwbouw kan echter niet voor de volgende gevoelige winterperiode zijn afgerond. Bij uitvoering van de werkzaamheden wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de kwetsbare periodes van de aanwezige soorten, middels het werken buiten de gevoelige periode dan wel het ongeschikt maken van de woningen in een minder gevoelige periode.

In deze situatie is er geen gunstigere oplossing voorhanden, waarbij het geheel ook uitvoerbaar blijft. 2.5 Belang van de aanvraag In de aanvraag is het belang voldoende onderbouwd om een ontheffing voor de gewone dwergvleermuis te verlenen. De ontheffing is gevraagd op grond van het belang ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onder b van de Wnb. De noodzaak tot sloop wordt mede bepaald door de toekomstige behoefte van Mooiland, waar de woningen niet op aansluiten. Met de vergrijzing en het langer thuis blijven wonen is de vraag naar levensloopbestendige nultredenwoningen/-appartementen in Nistelrode fors. Daarmee heeft de ontwikkeling een groot sociaal belang. Met de ontwikkeling worden meer woningen gerealiseerd dan in de huidige situatie aanwezig zijn. De woningen zijn tevens van een ander type. Hiermee kan Mooiland zich aanpassen aan de veranderende demografie, en wordt het woningtekort teruggedrongen door extra sociale huurwoningen te realiseren. ODBN Kenmerk

8/16 Z/212485-373696

De eisen voor binnenklimaat, zoals beschreven in het Bouwbesluit 2012, hebben betrekking op isolatie en luchtverversingssystemen. Zonder deze maatregelen krijgen de woningen vochtintreding via kozijnen, maar ook veroorzaken de temperatuurverschillen condensatie, met schimmelvorming tot gevolg. Dit verslechtert het woonklimaat zodanig dat mensen gezondheidsklachten kunnen ondervinden. Vocht kan namelijk de ontwikkeling van schimmels, bacteriën en huismijt bevorderen. Daarnaast kan door een te vochtige omgeving formaldehyde vrijkomen uit plaatmaterialen zoals spaanplaat en multiplex. De aanwezigheid van schimmels, bacteriën, huismijt en formaldehyde kunnen allergieën en ademhalingsstoornissen zoals astma, bronchitis en chronische neusverkoudheid veroorzaken. De huidige bebouwing heeft een slechte isolatie, met daarmee grote kans op bovenstaande. Hierdoor is de beoogde sloop en nieuwbouw van belang voor de volksgezondheid. Daarnaast worden de woningen regelmatig gecontroleerd op kwaliteit, hierbij zijn eveneens gevaren aan het licht gekomen. De brandoverslag in de daken voldoet momenteel niet aan de huidige eisen. Ook kunnen dakpannen en gevelpannen van het dak waaien en/of dakgoten verzakken, waardoor de openbare veiligheid in gevaar komt. Bij de werkzaamheden worden de woningen gesloopt en wordt nieuwbouw gerealiseerd.

De nieuwbouw zal weer aan huidige standaarden voldoen, wat voor een verbetering van de gezondheid van de bewoners zorgt. Ook bestaat er na de realisatie van de nieuwbouw geen kans meer op gevaar voor de bewoners en andere voorbijgangers door achterstallig onderhoud. Dit verbetert de openbare veiligheid. 2.6 Maatregelen In het activiteitenplan (hoofdstuk 5) en de aanvullende gegevens van 18 januari 2024 is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: Tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen • Er worden 12 tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen van type VMT1 (Unitura) of vergelijkbaar geplaatst binnen 200 meter van het plangebied (zie bijlage 2). • De voorzieningen zullen vóór 15 februari 2024 geplaatst worden. Hierdoor zijn de voorzieningen op het moment van ongeschikt maken in september 2024 reeds 6 maanden aanwezig en voldoen ze aan de gewenningsperiode. • De te realiseren tijdelijke verblijfplaatsen zullen voldoen aan de eisen gesteld in het Kennisdocument van de Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017). • Er vinden geen verstorende werkzaamheden aan of direct rondom de gerealiseerde kasten plaats. • Er wordt geen bouwverlichting gericht op de vleermuiskasten.

• Er worden geen (bouw)materialen onder de kasten geplaatst, zodat de in- en uitvliegroute vrij blijft. Ongeschikt maken • De werkzaamheden aan de betreffende woningen zullen buiten de kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis worden gestart. In dit geval betreft de kwetsbare periode de winterperiode (van november tot en met maart). • Afhankelijk van de weersomstandigheden kan de kwetsbare periode langer dan wel korter zijn. • Het ongeschikt maken staat gepland in september 2024. • De geschiktheid van de periode waarin gewerkt wordt, wordt bepaald door een begeleidend ecoloog. • De woningen worden met behulp van exclusion flaps en rugvulling bij open stootvoegen en gevelpannen ongeschikt gemaakt voor vleermuizen. ODBN Kenmerk

9/16 Z/212485-373696

• • •

De exclusion flaps worden minstens iedere 2 meter toegepast bij de meest geschikte openingen. Na het ongeschikt maken worden de werkzaamheden door de begeleidende ecoloog gecontroleerd om te zien of deze voldoende zijn om vleermuizen te weren uit hun verblijfplaatsen. De wijze van ongeschikt maken, wordt verwoord in een ecologisch werkprotocol. Dit protocol wordt opgesteld door de begeleidende ecoloog.

Controlebezoek • Enkele dagen na het ongeschikt maken van de bebouwing wordt een controleronde uitgevoerd op de aanwezigheid van vleermuizen, mede met behulp van een batdetector en onder gunstige weersomstandigheden. • Wanneer vleermuizen worden aangetroffen zullen maatregelen genomen worden om deze verblijfplaats(en) beter ongeschikt te maken. Permanente alternatieve verblijfplaatsen • Ter compensatie voor de te verwijderen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis worden permanente voorzieningen aangebracht in de nieuwbouw. • De voorzieningen bestaan uit het grootschalig toegankelijk en geschikt maken van de luchtspouw van de kopgevels van de nieuwbouw middels open stootvoegen of invliegstenen, met hierachter gripgaas tegen het isolatiemateriaal. • De kopgevels van de nieuwbouw zijn westelijk en oostelijk georiënteerd. • In de 2 kopgevels wordt een strook gripgaas van 1 meter breed toegepast en worden op minimaal 6 locaties per kopgevel invliegopeningen gerealiseerd. • De invliegopeningen zullen ook met elkaar in verbinding staan middels gripgaas (zie bijlage 2). • De invliegopeningen zullen bestaan uit open stootvoegen van tussen de 1,5 en 2 cm breed met de hoogte van de baksteen of uit invliegstenen van type VMPM4 (Unitura) of vergelijkbaar.

• Vleermuizen kunnen zich op deze manier binnen de spouw verplaatsen en er zal daarmee per gevel circa 27 m2 aan spouw beschikbaar komen. • De voorzieningen zullen voldoen aan de eisen gesteld in het Kennisdocument van de Gewone dwergvleermuis versie 1.0 (BIJ12, 2017). De locaties van de voorzieningen zijn weergegeven in bijlage 2. 2.7 Voorschriften Wij nemen in aanvulling op voorgestelde maatregelen de volgende voorschriften op om de staat van instandhouding te kunnen borgen voor de gewone dwergvleermuis: Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, maar uiterlijk 2 weken voor de start van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl, als bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere activiteiten als bedoeld in onderdeel l en II van het besluit noodzakelijk zijn. ODBN Kenmerk

10/16 Z/212485-373696

3. Dit besluit kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan dit besluit verbonden voorschriften. 4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van dit besluit en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van dit besluit op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de activiteiten (inclusief alle maatregelen die er voor de soorten worden genomen) uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en het activiteitenplan (hoofdstuk 5) en de aanvullende gegevens van 18 januari 2024. 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 (hierna: ecoloog) op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8.

Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken, uitvoeren van de controleronde en het plaatsen van de tijdelijke en permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op eerste verzoek van een toezichthouder te worden gegeven. 9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften. Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen voor het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden, uiterlijk 2 weken voor de start van de werkzaamheden. Mail het ecologisch werkprotocol naar info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer. 10. Zodra alle handelingen en activiteiten zijn uitgevoerd die betrekking hebben op de beschermde soort opgenomen in de ontheffing, dient de afronding van de werkzaamheden bij ons te worden gemeld.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan de gerealiseerde permanente voorzieningen, het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen en de inrichting van het plangebied. Dit dient u te doen door het logboek naar ons op te sturen via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer. De algemene voorschriften zijn opgenomen voor een correcte toepassing en naleving van de ontheffing door de ontheffinghouder en gemachtigde(n). Specifieke voorschriften 11. Op het moment van ongeschikt maken en de 3 daaropvolgende nachten moeten de weersomstandigheden tijdens de eerste 2 uur na zonsondergang overeenkomen met de eisen die het dan geldende vleermuisprotocol stelt voor de weersomstandigheden tijdens het onderzoek doen naar zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.

1 Wat wij hieronder verstaan staat op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO):

https://www.rvo.nl/onderwerpen/buiten-werken/ecologisch-deskundige

ODBN Kenmerk

11/16 Z/212485-373696

Dit voorschrift is opgenomen om te borgen dat de vleermuizen daadwerkelijk zullen uitvliegen na het ongeschikt maken en om te borgen dat ze onder gunstige weersomstandigheden een andere verblijfplaats kunnen zoeken. 12. Tussen het ongeschikt maken en de controleronde dienen ten minste 3 dagen te zitten, zodat de vleermuizen de tijd hebben de verblijfplaats te verlaten. In de maatregelen is aangegeven dat er enkele dagen na het ongeschikt maken een controleronde plaatsvindt. Middels dit voorschrift maken we het minimaal aantal dagen concreet. Door minimaal 3 dagen te hanteren tussen het ongeschikt maken en de controleronde wordt voorkomen dat het gebouw onterecht vleermuisvrij wordt verklaard en dat er nog vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied ten tijde van de werkzaamheden. 13. De controleronde dient plaats te vinden conform de eisen die het geldende vleermuisprotocol stelt aan het onderzoek naar zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Concreet gaat het om de start- en eindtijd, onderzoeksperiode, minimale temperatuur en maximale windkracht. Tijdens de gehele controleronde moet het droog zijn. In de maatregelen is aangegeven dat het controlebezoek plaatsvindt onder gunstige weersomstandigheden. De weersomstandigheden maken we met bovenstaande voorschrift concreet.

Door bij de controleronde voor de gewone dwergvleermuis gunstige weersomstandigheden te hanteren wordt voorkomen dat het gebouw onterecht vleermuisvrij wordt verklaard en dat er nog vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied ten tijde van de werkzaamheden. 14. Indien tijdens de werkzaamheden (niet zijnde ongeschikt maken) toch gewone dwergvleermuizen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden. Vervolgens dient de ecoloog geraadpleegd te worden om een plan op te stellen hoe hiermee wordt omgegaan. De werkzaamheden mogen pas hervat worden als de gewone dwergvleermuis uit het gebouw verdwenen is. In het logboek dient te worden vastgelegd hoe er wordt omgegaan met de aanwezige soort. Dit voorschrift wordt opgenomen om onnodige verstoring van vleermuizen zo veel mogelijk te voorkomen. 15. De tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente voorzieningen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes conform het Kennisdocument van de gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) en aangetroffen functies. 16. Het eventueel verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient plaats te vinden in de actieve periode van de gewone dwergvleermuis: globaal van 1 april tot 15 oktober, buiten de kwetsbare winterperiode. 17.

Voorafgaand aan het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient door een ecologisch deskundige gecontroleerd te worden of de voorziening ‘leeg’ is. De kasten mogen alleen verwijderd worden op het moment dat er geen vleermuis aanwezig is in de kast. 18. Het verwijderen van tijdelijke voorzieningen mag slechts plaatsvinden binnen de ontheffingsperiode. Indien een tijdelijke voorziening buiten de ontheffingsperiode verwijderd wordt, zal onderzoek uitgevoerd moeten worden naar de functionaliteit van de verblijfplaats. Als uit onderzoek blijkt dat de voorziening in gebruik is, kan het verwijderen van de voorziening enkel plaatsvinden met een aanvullende ontheffing.

ODBN Kenmerk

12/16 Z/212485-373696

De bovenstaande voorschriften over het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen worden opgelegd om te voorkomen dat de tijdelijke voorzieningen te vroeg worden verwijderd en/of worden verwijderd op een moment dat het vleermuizen verstoord. Door het nemen van maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis niet in het geding, door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.

3. Conclusie De gevraagde ontheffing wordt voor de gewone dwergvleermuis en beschreven activiteiten verleend. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden.

ODBN Kenmerk

13/16 Z/212485-373696

BIJLAGE 1. OVERZICHTSTEKENING VAN DE PLANLOCATIE

Figuur 1. Locatie van de te slopen woningen aan de Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14, 5388 AC te Nistelrode. De activiteiten vinden plaats binnen het omlijnde gebied.

Figuur 2. Het plangebied (blauw omkaderd) met de locatie van de aangetroffen verblijfplaats en paarterritoria van de gewone dwergvleermuis.

ODBN Kenmerk

14/16 Z/212485-373696

BIJLAGE 2. LOCATIE VAN DE MAATREGELEN

Figuur 3. Locatie van de tijdelijke voorzieningen (gele driehoeken) ten opzichte van het plangebied (rood omkaderd).

Figuur 4. Toekomstige situatie (van bovenaf).

Figuur 5. Toekomstige situatie van de kopgevel met daarbij de positie van het gripgaas (oranje) en de locatie van de open stootvoegen of entreestenen (zwart). ODBN Kenmerk

15/16 Z/212485-373696

BIJLAGE 3. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer

Z/212485

Naam initiatief

Sloop en nieuwbouw Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14 te Nistelrode

Ontheffingsperiode

voor de periode van 15 augustus 2024 tot en met 15 augustus 2027

Ontheffinghouder

……………………………………………………………………………………………………………

Naam aanvrager

……………………………………………………………………………………………………………

Adres

……………………………………………………………………………………………………………

PC-Woonplaats

……………………………………………………………………………………………………………

Gegevens werkzaamheden: Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)

……………………………………………………………………………………………………………

Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden

……………………………………………………………………………………………………………

Overzicht planning werkzaamheden

…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

……………………………………………………………………………………………………………

Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl

ODBN Kenmerk

16/16 Z/212485-373696

KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Mooiland, Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14, 5388 AC te Nistelrode, gemeente Bernheze, Z/212485 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 5 februari 2024 een ontheffing ingevolge artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z/212485-373696) aan Mooiland, Arnoud van Gelderweg 69, 5361 CV te Grave, voor de sloop en nieuwbouw, uit te voeren aan de Heuvelstraat 4, 6, 8, 10, 12 en 14, 5388 AC te Nistelrode, in de gemeente Bernheze. De ontheffing is geldig voor de periode van 15 augustus 2024 tot en met 15 augustus 2027. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 7 februari 2024 tot en met 19 maart 2024 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Voor inzage in de bijbehorende stukken dient een afspraak gemaakt te worden. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl of te vinden op de website https://zoek.officielebekendmakingen.nl onder ‘officiële bekendmakingen’. Bezwaar Is dit besluit aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u een bezwaarschrift indienen. Is het besluit niet rechtstreeks aan u gericht en bent u het er niet mee eens, dan kunt u alleen een bezwaarschrift indienen als het besluit directe gevolgen voor u heeft.

Verstuur uw bezwaarschrift binnen 6 weken na de verzenddatum van het besluit. U kunt uw bezwaarschrift op 2 manieren indienen: • Digitaal. Op www.brabant.nl/bezwaar vindt u de link ‘Bezwaar indienen’. U heeft hiervoor een digitale handtekening (DigiD of eHerkenning) nodig. • Per post. Stuur uw bezwaarschrift naar: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC 's-Hertogenbosch In het bezwaarschrift zet u: • uw naam en adres; • de datum, het kenmerk en een omschrijving van het besluit waarmee u het niet eens bent; • de reden waarom u het niet eens bent met ons besluit; • de datum van uw bezwaarschrift en uw handtekening; • maakt u namens iemand anders bezwaar? Stuur dan een machtiging mee. Voeg ook een kopie toe van het besluit waarmee u het niet eens bent. Op deze manier kunnen wij uw bezwaarschrift beter in behandeling nemen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer en e-mailadres geven? Zo kunnen wij samen met u de beste aanpak van de behandeling van uw bezwaar bespreken. U kunt het secretariaat van de hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Aan het indienen van een bezwaar zijn geen kosten verbonden.

Voorlopige voorziening Als u een bezwaarschrift indient, dan heeft dit geen schorsende werking. Dat betekent dat het besluit geldt zolang uw bezwaarschrift in behandeling is. Het kan zijn dat u dit niet wilt. Bijvoorbeeld omdat het besluit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een verzoek om een voorlopige voorziening vragen bij de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Er zijn kosten verbonden aan het vragen om een voorlopige voorziening (griffierecht). U kunt ook digitaal verzoeken om een voorlopige voorziening. Zie daarvoor: rechtspraak.nl/bestuursrecht. Aan deze procedure is het kenmerk Z/212485 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden.

's-Hertogenbosch, februari 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=994854a5-4e8a-4b79-bfdc-f4daca77d402