Bijlage 9 Adviesbrief GGD zorgvoorziening Gouverneursweg 3a Heeswijk Dinther
Tekst van het document
Gemeente Bernheze Mevrouw R. van den Bogaard Postbus 19
5384 ZG Heesch
Kenmerk:
WBGMV-573577165-12841
Datum:
21 november 2022
Behandeld door:
M. Scholtes
E-mail:
m.scholtes@ggdgmv.nl
Onderwerp:
Gezondheidskundige beoordeling concept bestemmingsplan Gouverneursweg 3a Heeswijk-Dinther
Geachte mevrouw Van den Bogaard, Op 10 november jl. heeft de gemeente de GGD advies gevraagd over de beoogde ontwikkeling aan de Gouverneursweg 3a te Heeswijk-Dinther. Op dit moment bevindt zich op deze locatie een melkveehouderijbedrijf met schuren/opstallen en een bedrijfswoning. De initiatiefnemer wil op het perceel acht woonzorgunits, een gezamenlijke ruimte met twee B&B’s, een dierenweide en een natuurpoel realiseren. De nu al bestaande agrarische loods wil hij behouden voor akkerbouw en het stallen van landbouwvoertuigen. Daarnaast wil hij nog 26 stuks jong(vlees)vee hobbymatig gaan houden. Twee bestaande stallen worden gesloopt. Om het plan te kunnen realiseren is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Om gezondheid mee te wegen in de besluitvorming is de GGD om advies gevraagd. Bij de beoordeling is gebruik gemaakt van de volgende documenten: - Toelichting bestemmingsplan Gouverneursweg 3a Heeswijk Dinther, Geling Advies, 3 juni 2022 - Verkennend bodemonderzoek Gouverneursweg 3a Heeswijk Dinther, Bodeminzicht, 30 mei 2022 - Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voor de herontwikkeling van een perceel aan Gouverneursweg 3a te Heeswijk Dinther, G&O consult, 10 juni 2022
de
Situatieschets: • De planlocatie is gelegen in het buitengebied tussen de kernen Heeswijk-Dinther en Middelrode. Op dit moment zit er een agrarische bestemming op de locatie. Deze moet omgezet worden naar maatschappelijke bestemming om het plan te realiseren. • Op dit moment worden er op de planlocatie 103 melk-/kalfkoeien en 71 stuks vrouwelijk jongvee gehouden. In de beoogde situatie worden hier 26 stuks jong(vlees)vee gehouden. Deze staan het grootste deel van het jaar in de wei. Daarnaast komt er een dierenweide waar boerderijdieren worden gehouden. Bewoners van de zorgunits mogen helpen bij de verzorging van de beesten. • Op het buuradres Gouverneursweg 1a worden 97 melk-/kalfkoeien en 115 stuks vrouwelijk jongvee gehouden. (bron: https://krd.igoview.nl/main, d.d. 10 november 2022) • Het plan wordt ontsloten via de Gouverneursweg (60 km/uur), welke de kern Heeswijk-Dinther verbindt met de kern Middelrode. Door de ontwikkeling zal sprake zijn van een verkeersgeneratie van 66 verkeersbewegingen vanuit de woon-zorgunits en 5,6 verkeersbewegingen vanuit de B&B. Gezondheid Milieu en Veiligheid Postbus 3024 5003 DA Tilburg 088 – 3687800 milieu@ggdgmv.nl
•
•
Van de 8 geplande woon-zorgunits worden er 5 nieuw gebouwd en 3 woon-zorgunits worden gerealiseerd in het te behouden gebouw. De personen die gebruik maken van de woon-zorgunits hebben een (beperkte) zorgvraag en zijn in principe 55+. Zorg kan (gezamenlijk) worden ingekocht. De twee geplande B&B’s betreft een nevenactiviteit. De woon-zorgunits en B&B’s worden ingepast in het landschap.
Gezondheidskundige beoordeling De GGD vindt dat het voldoen aan de milieuwetgeving niet automatisch betekent dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Bij het vaststellen van wettelijke grenswaarden worden namelijk ook andere aspecten dan enkel gezondheid, zoals bijvoorbeeld economische en technische haalbaarheid, meegewogen. Vandaar dat de GGD ter bescherming van de volksgezondheid bij haar advisering gebruik maakt van gezondheidskundige advieswaarden, waar enkel gezondheidsaspecten aan ten grondslag liggen. Wanneer een juridische toets wordt uitgevoerd, zal getoetst worden aan de wettelijke waarden, zoals bijvoorbeeld vastgelegd in een geurgebiedsvisie/ verordening geurhinder en veehouderij en beleidsregels. Vanuit gezondheid verdient het de voorkeur te toetsen aan de gezondheidskundige advieswaarden om te streven naar een goed woon- en leefklimaat. Op grond van de wet Publieke Gezondheid heeft de gemeente ruimte om deze gezondheidsaspecten mee te wegen in bestuurlijke beslissingen. Afstanden Veehouderijen hebben impact op hun fysieke omgeving. Uit onder andere het VGO-onderzoek is bekend dat omwonenden van veehouderijen blootgesteld worden aan verhoogde concentraties geur, fijn stof, endotoxinen en biologische agentia. Deze blootstelling kan tot hinder en gezondheidsklachten leiden.
Vooralsnog betreft dit VGO onderzoek met name epidemiologische gegevens, onderzoek naar oorzakelijke factoren is nog in volle gang. Het ligt voor de hand dat vrijkomende emissies van veehouderijen ((biologisch) fijnstof, endotoxinen, mogelijk zoönotische ziekteverwekkers, stoffen die vrijkomen bij mestverwerking) hierbij een rol spelen. Uit onderzoek blijkt dat hoe dichterbij een veehouderij ligt bij woningen, hoe hogere blootstelling aan stofdeeltjes, endotoxinen en micro-organismen; hetgeen tot een toename van gezondheidsrisico’s leidt. •
•
De dichtstbijzijnde veehouderij (Gouverneursweg 1) ligt op meer dan 250 meter van de grens van het plangebied (380 meter). Daarmee wordt voldaan aan de door de GGD gehanteerde minimale afstand tussen (intensieve) veehouderijen en gevoelige bestemmingen, zijnde 250 meter, om hierbij de blootstelling te beperken. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf (Gouverneursweg 8) ligt op circa 280 meter.
Op akkers rondom de planlocatie kan gebruik gemaakt worden van gewasbeschermingsmiddelen. De afstand van de akkers tot de woon-/zorgunits en de B&B bedraagt meer dan 50 meter. De GGD adviseert een zo groot mogelijk afstand aan te houden, waarbij 50 meter als minimale afstand wordt gehanteerd.
Geitenhouderijen Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid (VGO), blijkt dat binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen mensen een grotere kans op longontsteking hebben. Dit verband is tussen 2009 en 2013 elk jaar gevonden. Ook in aanvullend onderzoek over de jaren 2014-2019 werd dit verband aangetroffen, evenals in aanvullend onderzoek in de regio Utrecht/ Gelderland. Verder bleek dat het risico toeneemt naarmate de afstand tot de geitenhouderij kleiner is en er meerdere geitenhouderijen in de buurt gelegen zijn. Op dit moment is nog niet bekend wat de oorzaak is van het verhoogd voorkomen van longontsteking, waardoor geen maatregelen getroffen kunnen worden.
2
Resultaten en conclusie: In een straal van 2 km rondom het plangebied is één geitenhouderij gelegen (Meerstraat 29, op 1,5 km). Binnen het gebied liggen veel burgerwoningen die dichterbij de geitenhouderij gelegen zijn. De GGD wijst erop dat op de genoemde afstand van ca 1500 meter sprake is van een verhoogd voorkomen van longontsteking. Het risico neemt af naarmate de afstand groter is (het risico is het grootst binnen 500 meter van de geitenhouderij). Oudere mensen lopen een verhoogd risico op longontsteking, los van de aanwezigheid van een geitenhouderij. Ook kan een longontsteking eerder gepaard gaan met ziekenhuis opname. Ook mensen met reeds gevoelige luchtwegen lopen meer risico. Advies: Het advies luidt om toekomstige bewoners in elk geval te wijzen op het verhoogd risico op longontsteking. Wanneer iemand al onderliggend longlijden heeft, is het extra belangrijk op het risico te wijzen. Geurbelasting: o Geur kan leiden tot (ernstige) hinder en daarmee samenhangend klachten als misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, en slaapproblemen.
Door de GGD wordt voor de achtergrondgeurbelasting een gezondheidskundige advieswaarde gehanteerd, gebaseerd op het onderzoek van Geelen et al.1 Voor de voorgrondgeurbelasting wordt door de GGD aangesloten bij de waarden uit bijlage 6-7 van de handreiking Wgv voor een niet-concentratie gebied omdat deze, in tegenstelling tot de wettelijke normen, op wetenschappelijke inzichten in de blootstelling-responsrelatie zijn gebaseerd. In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) wordt een onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden. De GGD vindt dat er onvoldoende onderbouwing is voor het onderscheid tussen concentratiegebied en niet-concentratiegebied2. o Bij woonfuncties in het buitengebied hanteert de GGD als maximaal percentage geurgehinderden 20%. Voor woningen in een woonkern wordt uitgegaan van maximaal 12% geurgehinderden. Uitgaande van deze percentages, horen hierbij de volgende waarden: % geurgehinderden 20% (buitengebied) 12% (woonkern)
Geurbelasting Voorgrond 5 OU/m3 2 OU/m3
Achtergrond 10 OU/m3 5 OU/m3
Relatie tussen geurhinder en voor- en achtergrondbelasting
o
Bij ontwikkelingen met dieren zonder (wettelijke) emissiefactor wordt door de GGD een afstand van minstens 100 meter vanaf de rand van een bedrijf tot de dichtstbijzijnde gevoelige bestemming. Afstanden zouden daarnaast gestaffeld moeten worden op basis van bedrijfsgrootte, stalsysteem en stalmanagement. Een voorbeeld van een dergelijk beleid is opgesteld door de gemeente Landerd.
Resultaten en conclusie: o De afstand tot de dichtstbijzijnde veehouderij (rundvee) bedraagt meer dan 250 meter, waarmee voldaan wordt aan de vanuit geur gehanteerde minimale afstand van 100 meter. o De maximale achtergrondbelasting bedraagt 0-3 ouE/m³ voor het plangebied. Hiermee geldt dat er voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarden voor de achtergrondgeurbelasting, zoals
Geurhinder van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden?), Geelen L. et al, 2015 2 De Gezondheidsraad stelt in haar advies dat zowel eerdere geurnormen als de huidige adviesnormen in de Wgv niet gebaseerd zijn op een blootstelling-responsrelatie. Volgens de commissie is het hoog tijd de wetgeving en handhaving op dit gebied wetenschappelijk steviger te funderen. Dat vraagt om nader onderzoek (Gezondheidsraad, 2012). 1
3
die gelden voor woningen in het buitengebied. Het percentage geurgehinderden ligt op basis van de algemene dosis responsrelatie uit het GGD/ IRAS onderzoek 3 onder de 20%.
Luchtkwaliteit: fijnstof (PM10) en endotoxine: Blootstelling aan fijnstof (PM2,5-PM10) kan leiden tot luchtwegklachten, acute klachten van ogen, neus en bovenste luchtwegen, verminderde longfunctie en aandoeningen van hart en bloedvaten. De wettelijke norm voor PM10 ligt momenteel op maximaal 40 µg/m3, met maximaal 35 overschrijdingsdagen met een belasting van 50 µg/m3 per jaar. Ook onder deze norm worden gezondheidseffecten gevonden. De gezondheidskundige advieswaarden voor fijnstof zijn per september 2021 door de WHO aangescherpt tot 5 µg/m3 voor PM2,5 en 15 µg/m3 voor PM10. Voor stikstofoxide ligt de gezondheidskundige advieswaarde op 10 µg/m3. Resultaten en conclusie: • In de Toelichting bestemmingsplan wordt gesteld dat de concentratie PM10 circa 16,89 µg/m3 (2021). Gesteld kan worden dat op dit moment niet aan de meest recente gezondheidskundige advieswaarde wordt voldaan, zoals overigens in grote delen van Nederland. Dit geldt ook voor PM2,5 en NO. • Advies: Het advies is te streven naar zo laag mogelijke fijnstofconcentraties in de leefomgeving. De invloed van de beoogde ontwikkeling hierop is nihil. Veehouderij als bron Endotoxine blootstelling, gezondheidskundige advieswaarde • Endotoxinen zijn een betere parameter dan fijnstof voor de beoordeling van blootstelling afkomstig van veehouderijen.
Endotoxinen kunnen via inademing acute luchtwegklachten en chronische effecten op de luchtwegen (niet allergische astma en COPD) veroorzaken. Op basis van de handreiking endotoxine4, opgesteld door het Ondersteuningsteam, is aan de hand van de fijnstofemissie vanuit stallen van varkens en pluimveebedrijven de afstand te berekenen waarbinnen naar verwachting de gezondheidskundige advieswaarde van endotoxine (30 EU/m3 ) wordt overschreden. Resultaten en conclusie: • Op dit moment is het enkel mogelijk om voor individuele varkenshouderijen en pluimveebedrijven de endotoxinerichtafstand te bepalen. Zover bekend ligt het plangebied niet binnen de endotoxine richtafstand van dergelijke, individuele bedrijven. In 2022 wordt de endotoxine handreiking geüpdatet. In de nieuwe versie zal ook aandacht besteed worden aan cumulatie en endotoxine richtafstanden gerelateerd aan andere type veehouderijen. • Advies: het advies aan de gemeente is om de ontwikkeling rondom de update van de endotoxine richtlijn in de gaten te houden. Wanneer woningen binnen de endotoxine richtafstand liggen, lopen bewoners een verhoogd risico op gezondheidseffecten door blootstelling aan endotoxinen.
Verkeer als bron Gezondheidskundige advieswaarden • De WHO concludeert dat nabij drukke wegen talloze componenten in verhoogde concentraties aanwezig zijn in verkeersuitstoot, en dat de gezondheidseffecten niet aan één of enkele componenten zijn toe te schrijven (REVIHAAP, 2013). Daardoor is ‘afstand houden tot de weg’ nog steeds de beste maatregel, aangezien dit minder blootstelling aan het volledige mengsel tot gevolg heeft. Vandaar dat Geurhinder van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden?), Geelen L. et al, 2015 4 Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0 Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid 25 november 2016 3
4
de GGD naast de gezondheidskundige WHO advieswaarden ook afstandscriteria hanteert tussen woningen en Rijkswegen (300 meter) en drukke doorgaande wegen (50 meter tot de eerste lijns bebouwing bij wegen > 10.000 motorvoertuigbewegingen per etmaal). Resultaten en conclusie: Het plangebied is gelegen op korte afstand van de Gouverneursweg en de Fokkershoek. Op beide wegen geldt een maximum snelheid van 60 km/uur. Het aantal verkeersbewegingen op de Gouverneursweg bedraagt 4490 mve en op de Fokkershoek 485 mve. Daarmee zijn beide wegen niet te bestempelen als drukke doorgaande wegen. Het vanuit gezondheid gehanteerde afstandscriterium van minimaal 50 meter tot de eerste lijnsbebouwing is niet van toepassing. Evenmin is sprake van een snelweg binnen 300 meter van het plangebied. Beide aspecten zijn vanuit gezondheid bezien gunstig. Geluid Gezondheidskundige advieswaarden Wegverkeer is in Nederland de belangrijkste bron van geluidshinder in de woonomgeving. Blootstelling aan geluid kan een scala aan nadelige gezondheidseffecten veroorzaken. De geluidsbelasting wordt inzichtelijk gemaakt aan de hand van geluidcontouren langs de wegen.
De GGD gaat in haar beoordeling van de geluidssituatie uit van de volgende gezondheidskundige advieswaarden voor geluidniveaus: o Maximaal geluidniveau van 50 dB5 Lden op de hoogst belaste gevel voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven, ter bescherming van de gezondheid. o Maximaal 40 dB Lnight op de hoogst belaste gevel voor de bronnen wegverkeer, railverkeer en bedrijven gedurende de nacht om slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen. o Wanneer bron- en overdrachtsmaatregelen niet afdoende zijn om onder de genoemde waarde te komen, wordt geadviseerd te kijken naar het niveau binnen: maximale binnenwaarde 33 dB Lden. Hierbij wordt opgemerkt dat ondanks de aanwezigheid van (geforceerde) ventilatie mensen vaak de ramen openhouden. Dit reduceert natuurlijk sterk het effect van de aanwezige isolatie. Belangrijk is hier rekening mee te houden. Bovendien onderschrijft dit het belang van het zoeken naar bronmaatregelen (bijvoorbeeld type wegdek, snelheid, geluidsschermen) Opmerkingen: o De GGD houdt in haar advisering geen rekening met juridisch gecorrigeerde geluidniveaus (aftrek) toe omdat er onzekerheden zijn over de toekomstige effecten op de geluidsbelasting door verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluidreducerende maatregelen aan de motorvoertuigen.
Resultaten en conclusie: • Het geluid afkomstig van verkeer op de Gouverneursweg overschrijdt op de gevels van de gebouwen A (zorgunit) en C de vanuit gezondheid gehanteerde advieswaarde van 50 dB Lden. Op de gevels van gebouw B (eveneens een zorgunit) wordt de gezondheidskundige advieswaarde niet overschreden. • De geluidsbelasting afkomstig van verkeer op de Fokkershoek blijft op alle gevels onder de gezondheidskundige advieswaarde. • De cumulatieve geluidsbelasting op verschillende gevels van de gebouwen A en C ligt boven de 50 dB Lden. Hierdoor kan geluidshinder optreden. Ook in de buitenruimtes wordt op verschillende plekken de gezondheidskundig advieswaarde overschreden. • Ook de Lnight overschrijdt op verschillende punten de gezondheidskundige advieswaarde. Dit betekent dat bewoners hinder kunnen ervaren en/of in hun slaap worden verstoord. Het beperken van de blootstelling aan geluid heeft als eerste doel om gezondheidsrisico te beperken. Dit betekent dat in de beoordeelde situatie, aanvullende maatregelen worden geadviseerd om alsnog aan de gezondheids5
Transportgeluid wordt weergegeven in Lden met als eenheid dB (notatie zonder de A, ook al is het A-gewogen).
5
kundige advieswaarden voor Lden en Lnight te voldoen. Het heeft de voorkeur te beginnen met maatregelen aan de bron, gevolgd door maatregelen aan de overdrachtsweg en uiteindelijk isolatie van de gevel. Zorg in situaties waarin de gezondheidskundige advieswaarde wordt overschreden voor een geluidsluwe, aangename zijde: een toegankelijke, bruikbare en liefst groene en schone zijde met een geluidbelasting minder dan 50 dB Lden en 40 dB Lnight. De slaapkamers liggen bij voorkeur zo veel mogelijk aan deze geluidsluwe zijde. Maar niet alleen het geluidsniveau bepaalt de gezondheidsrisico’s. Hinder en slaapverstoring, en in mindere mate ook het risico op een hoge bloeddruk en een hartinfarct, worden ook beïnvloed door factoren die niets te maken hebben met het geluidsniveau zoals geluidgevoeligheid, gevoel dat het geluid door verantwoordelijken vermijdbaar is, voorspelbaarheid, toegang tot informatie, procedurele rechtvaardigheid, geluidgeschiedenis, verwachtingen over toekomstige geluidsniveaus en tevredenheid met de leefomgeving (zogenaamde persoonlijke en contextuele factoren). Sommige van deze factoren zijn lokaal te beïnvloeden met maatregelen zoals het goed en tijdig informeren van (toekomstige) bewoners over de geluidsituatie (nu en in de toekomst).
Neem dit mee als aandachtspunten in het ontwikkelingstraject wanneer de geluidsbelasting ondanks aanvullende (bron-)maatregelen toch niet onder de gezondheidskundige advieswaarden komen Bodem Door de initiatiefnemer is een bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat er geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde. De meeste van de onderzochte stoffen worden aangetoond onder de achtergrondwaarde, een enkele stof ligt boven de streefwaarde. Voor asbest geldt dat geadviseerd wordt de toplaag naast stal 1, tot één meter uit de stalmuur te saneren als gevolg van het aangetoonde gehalte aan respirabele asbestvezels. Na sanering is de bodem geschikt voor de beoogde toepassing. De GGD onderschrijft het door het adviesbureau gegeven advies.
Eindconclusie Voor het woon- en leefklimaat van de beoogde woningen geldt dat: o De achtergrondgeurbelasting onder de gezondheidskundige advieswaarde voor het buitengebied (10 OU/m3) ligt. Het percentage geurgehinderden ligt daarmee onder de 20% op basis van de algemene dosis responsrelatie uit het GGD/ IRAS onderzoek 6. De afstand van de woningen tot de rand van het dichtstbijzijnde bedrijf waar dieren zonder emissiefactor worden gehouden, is groter dan 100 meter en voldoet aan de door de GGD aangehouden richtlijn. o De fijnstofconcentratie (PM10, PM2,5) voldoen niet aan de meest recent aangescherpte gezondheidskundige advieswaarde. Dit geldt voor grote delen van Nederland. De bijdrage van het plan leidt niet tot een substantiële bijdrage aan de fijnstofconcentratie. De woningen liggen niet in de directe nabijheid van snelwegen/ drukke wegen; hetgeen positief is met betrekking tot de luchtkwaliteit. o De woningen liggen in de buurt van een geitenhouderij. Er is sprake van een verhoogd risico op longontsteking. Er is geen sprake van het bouwen naar de geitenhouderij toe. Het advies is de toekomstige bewoners te informeren over het verhoogd risico op het krijgen van longontsteking. Specifiek is dit van belang voor mensen die reeds luchtwegklachten hebben. o De geluidsbelasting op de gevel van de gebouwen A en C ligt boven de gezondheidskundige advieswaarde.
Maatregelen om de geluidsbelasting terug te dringen worden geadviseerd (zie geluid). Omdat geluid ook beneden de normen tot hinder kan leiden, is communicatie met bewoners en het adequaat oppakken van klachten belangrijk.
Geurhinder van veehouderij nader onderzocht: meer hinder dan Handreiking Wgv doet vermoeden?), Geelen L. et al, 2015 6
6
Mocht u naar aanleiding van dit advies nog vragen hebben, dan kunt u contact opnemen met ondergetekende op nummer 088 3687800. Met vriendelijke groet,
M. Scholtes Adviseur milieu en gezondheid, GGD ’en Brabant
7